equate oplossing. 3.Lid 2 is niet van kracht als met een bepaalde woningcorporatie een convenant van kracht is. In dat geval gelden de afspraken en de procedure zoals overeengekomen in het convenant. Artikel6.Afschrijvingstermijnen 1.Het college houdt bij het verstrekken of vervangen van een woonvoorziening rekening met de technische en/of economische afschrijvingstermijn conform de algemeen gebruikelijk geachte levensduur van een dergelijke voorziening. 2.De afschrijvingstermijnen zoals bepaald in het eerste lid zijn gebaseerd op de afschrijvingstermijnen zoals vastgesteld door de vereniging overleg voorzitters huurcommissie in het beleidsboek huurverhoging na woningverbetering versie juni
equaat is. Artikel10.Afleggen verantwoording persoonsgebonden budget(hulpmiddelen/woonvoorziening) 1.Degene aan wie een PGB als bedoeld in artikel 8 (voor hulpmiddelen en/of een niet bouwkundige woontechnische voorziening) is toegekend, verstrekt binnen 6 maanden na het verlenen van de voorziening de hierop betrekking hebbende originele factuur aan het college. 2.Degene aan wie een PGB als bedoeld in artikel 8 voor een bouwkundig/woontechnische woningaanpassing is toegekend, dan wel de eigenaar van de woning, meldt binnen een termijn van 12 maanden nadat het PGB werd bepaald dat de woningaanpassing is gerealiseerd onder overlegging van de hierop betrekking hebbende originele facturen. 3.Naar aanleiding van de ontvangst van het gereedmeldingsbericht (voor bouwkundige en niet bouwkundige (woon)voorzieningen) met bijbehorende facturen zal door het college worden getoetst of de aanpassing heeft plaatsgevonden conform het programma van eisen en het vastgestelde budget. Indien het toegekende persoonsgebonden budget niet geheel is besteed dan zal het teveel toegekende budget worden ingetrokken en teruggevorderd. Artikel11.Controle persoonsgebonden budget 1.Het college onderzoekt uit het oogpunt van de kwaliteit van de geleverde zorg steekproefsgewijs de inzet van de PGB’s en/of de daarmee verstrekte ondersteuning. 2.De inzet van de PGB’s van budgethouders, ten aanzien waarvan door de SVB bijzonderheden worden gesignaleerd, worden in elk geval gecontroleerd. Hoofdstuk3:Mantelzorgwaardering Artikel12.Doelgroep en uitvoerende instantie mantelzorgwaardering
vies uit aan het college. Het college neemt binnen veertien dagen na ontvangst van het
vies een besluit over de te treffen maatregel. 4.Meldingsformulieren met de naar aanleiding daarvan genomen besluiten worden centraal gearchiveerd. 5.In geval van ernstig agressief of gewelddadig gedrag vindt, in overleg met de melder van het incident, binnen 24 uur aangifte plaats bij de politie. Artikel20.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2020 onder gelijktijdige intrekking van de “Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brunssum 2019”, zoals vastgesteld in 18 december 2018. 2.Aanvragen die zijn ingediend onder de nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brunssum 2019 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze nadere regels, worden afgehandeld krachtens de in lid 1 genoemde nadere regels. 3.Dit besluit wordt aangehaald als: “Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brunssum 2020”. Aldus vastgesteld door het College van de burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum op 17 december 2019,De Burgemeester, De Secretaris,TOELICHTING Algemeen Deze nadere regels geven aan hoe de Verordening maatschappelijke ontwikkeling gemeente Brunssum 2020 ten uitvoer zal worden gebracht. Bij een beperkt aantal artikelen in de verordening is aangegeven dat het college nadere regels zal vaststellen. Deze betreffende artikelen zullen in deze nadere regels geëxpliciteerd worden. In de Wmo 2015 wordt het
agium gehanteerd dat “de voorzieningen terecht moeten komen bij de burgers die het echt niet zelf kunnen regelen en betalen”. Van belang is het kunnen sturen op de eigen inzet van de burgers en zijn sociaal netwerk. Uitgangspunt van de Wmo 2015 is eerst eigen kracht, dan kracht van het sociaal netwerk, de mogelijke inzet van algemene voorzieningen, en dan pas een maatwerkvoorziening. Artikelsgewijze toelichting
. Begripsbepalingen Het aantal definities is beperkt omdat in de wet, het uitvoeringsbesluit en de verordening deze definities zijn opgenomen die tevens bindend zijn voor deze nadere regels. Voor een deel worden hier begripsbepalingen gehanteerd die ook in de Wet en/of in de Verordening Wmo gehanteerd worden. Lid 2 borgt dat alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en niet nader of deels worden omschreven dezelfde betekenis hebben als in de wet, het uitvoeringsbesluit, de algemene wet bestuursrecht en de verordening.
.Toepassingsbereik In de Wmo 2015 wordt het bieden van maatwerkvoorzieningen ter ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie, beschermd wonen en opvang aangehaald. De gemeente Heerlen is door de gemeente Brunssum gemandateerd voor de praktische uitvoering van beschermd wonen en opvang. Derhalve zijn twee regelingen opgesteld. Dat zijn: de nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Brunssum en de nadere regels beschermd wonen en opvang gemeente Brunssum. Deze nadere regels zijn uitsluitend van toepassing op een door het college genomen besluit voor een voorziening genomen na 1 januari 2015. Voor besluiten genomen voor 1 januari 2015 en waarvoor sindsdien nog geen nieuw besluit is genomen, zijn de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2020 van toepassing.
. Aard en omvang maatwerkvoorziening Lid 1: In het protocol worden de afwegingskaders en de normtijden beschreven om de aard en de omvang van de toe te kennen maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden vast te stellen. Lid 2: dit lid behoeft geen nadere toelichting. Lid 3: dit lid behoeft geen nadere toelichting. Lid 4: dit lid behoeft geen nadere toelichting. Lid 5: dit lid behoeft geen nadere toelichting.
. Langdurig noodzakelijk In dit artikel wordt aangegeven dat een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie langdurig noodzakelijk moet zijn. In dit artikel wordt tevens een omschrijving gegeven van wat “langdurig” en “noodzakelijk” is. Noodzakelijk om de beperkingen te compenseren, hetgeen waar nodig uit medisch
vies dient te blijken. Iemand die slechts tijdelijke beperkingen ondervindt, bijvoorbeeld door een ongeluk, terwijl vaststaat dat de beperkingen slechts tijdelijk zijn, komt niet voor een voorziening in aanmerking. Langdurig geeft een grens aan in tijd. Waar de grens van langdurig gelegd moet worden is niet duidelijk aan te geven. Een afbakening die gemaakt kan worden, is te kijken naar andere regelgeving, die voor beperkte duur een voorziening verstrekken. Diegene die voor “beperkte of onzekere duur” beperkingen ondervindt kan een beroep doen op de Zorgverzekeringswet waarbij in de toelichting (Staatscourant 2012, nr. 14946, p. 12) staat uitgelegd wat met 'beperkte of onzekere duur' wordt bedoeld: "In de regel gaat het dan om een uitleentermijn van ten hoogste 26 weken”. Bij een wisselend beeld, waarbij verbetering in de situatie gevolgd wordt door situaties van terugval, kan worden uitgegaan van langdurig noodzakelijk, mits dat wisselend beeld permanent is. Om het criterium van langdurige noodzakelijk toe te passen moet maatwerk worden toegepast. Bij de verlening van hulp bij het huishouden bestaat een uitzondering op de voorwaarde van langdurig noodzakelijk. De kortdurende hulp bij het huishouden valt onder de Wmo 2015. Dat betekent dat de gemeente ook verantwoordelijk is voor de kortdurende hulp bij het huishouden, bijvoorbeeld na een ziekenhuisopname.
.Procedure bij woonvoorzieningen In dit artikel is omschreven welke procedure geldt bij een reguliere en een verkorte procedure voor het aanvragen van een woonvoorziening. Bij de boordeling wordt de laatste, meest actuele versie van de Ergolijst van Casadata BV gebruikt waarin de richtprijzen en normen voor ergonomische woonvoorzieningen zijn bepaald. Per kalenderjaar worden deze prijzen aangepast/geïndexeerd. De meest actuele ergolijst van Casadata BV is als bijlage opgenomen bij deze nadere regels.
Dit betekent dat in individuele situaties voor een specifieke voorziening een afwijkende afschrijvingstermijn kan worden bepaald. Indien na de geldende afschrijvingstermijn uit een technische controle door de aanbieder blijkt dat de maatwerkvoorziening nog
equaat is, bestaat geen aanspraak op een vervangende voorziening.
. Eigen Bijdrage Bij een voorziening in natura of een PGB, welke aan de aanvrager zelf worden uitgekeerd, wordt gesproken over een eigen bijdrage. Een PGB wordt altijd bruto uitbetaald. Dit betekent dat de eigen bijdrage niet in het bedrag wordt verrekend. De eigen bijdrage moet belanghebbende uit eigen middelen voldoen. De eigen bijdrage voor een voorziening die wordt verstrekt geldt voor de periode zolang als de voorziening wordt verstrekt en ten hoogste de kostprijs. Indien het een in bruikleen verstrekte voorziening betreft dan betaalt een klant voor het middel, onderhoud, reparatie en verzekering. Indien het een in bruikleen verstrekte voorziening betreft dan zijn de kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering onderdeel van de kostprijs. Een cliënt kan ook een bijdrage in de kosten gevraagd worden als hij gebruik maakt van een algemene voorziening zoals bepaald in artikel 20 lid 1 van de verordening. Een levering van een voorziening of van een persoonsgebonden budget kan door het college worden opgeschort in een bijzondere situatie, bijvoorbeeld een ziekenhuisopname, zoals bepaald in de Wet, artikel 2.3.10 1e lid, en toegelicht in de memorie van toelichting van de Wet. De richtlijn is dat die bijzondere situatie minimaal 1 maand duurt. De bijdrage is voor de periode van de opgeschorte levering niet verschuldigd. De verzoek tot opschorting geschiedt via een melding aan het college zoals bepaald in de verordening. In het geval van het opschorten van de eigen bijdrage wordt de 1e kalenderdag van de eerstvolgende maand als ingangsdatum aangehouden.
. Persoonsgebonden budget (PGB) De voorwaarden om in aanmerking te komen voor een PGB zijn reeds in de verordening geregeld. Dit artikel bepaalt slechts de maximale PGB tarieven voor het jaar 2020, alsmede enkele nadere regels. In lid 2 is bepaald wat in het kader van hulp bij het huishouden onder “een daartoe opgeleid persoon” wordt verstaan.
. Geen herverstrekking Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
. Afleggen verantwoording persoonsgebonden budget In dit artikel wordt voor de maatwerkvoorzieningen in de vorm van een PGB bepaald op welke wijze en binnen welke termijn hierover verantwoording dient te worden afgelegd. Indien niet of onvoldoende wordt verantwoord, wordt dit gesanctioneerd. Hiervoor wordt verwezen naar het betreffende artikel in de verordening.
. Controle persoonsgebonden budget In lid 1 wordt met steekproefgewijs bedoeld dat het college eenmaal per jaar een controle uitvoert met betrekking tot de inzet van de PGB’s en/of de daarmee verstrekte ondersteuning waarbij het college een selectie hanteert uit alle PGB’s en waarbij iedere PGB-houder dezelfde kans heeft om in de steekproef te worden opgenomen (aselecte steekproef).
Doelgroep en uitvoerende instantie mantelzorgwaardering Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Mantelzorgwaardering in Brunssum Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Criteria voor mantelzorgwaardering Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Aanvraag mantelzorgwaardering Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Weigeringsgronden mantelzorgwaardering Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Hoogte van de tegemoetkoming meerkosten voor personen met een beperking of chronischeproblemen Lid a: Dit lid behoeft geen nadere toelichting. Lid b: Dit lid behoeft geen nadere toelichting. Lid c: De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op een vergoeding van 80% van de gemiddelde verhuiskosten van een inboedel van 61-65m2 over een afstand van 81-90 kilometer (€ 2.768,-), volgens opgave van Sirelo (onafhankelijke verhuisplatform). Toepassing van de tegemoetkoming voor het bekostigen van een verhuizing De financiële tegemoetkoming voor verhuizing wordt door het college enkel verstrekt ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. Verhuis- en herinrichtingskosten zijn algemeen gebruikelijk tenzij, vanwege de beperkingen van de bewoner die het voeren van een huishouden onmogelijk maken, sprake is van een acute noodzaak tot verhuizen naar een
equate woning of een woning die meer geschikt is om aan te passen. In de volgende situaties, niet limitatief, worden verhuis-en herinrichtingskosten als algemeen gebruikelijk beschouwd: verhuizing van het ouderlijk huis naar een zelfstandige woonruimte; verhuizing als gevolg van trouwen of samenwonen; verhuizing als gevolg van verandering van baan; verhuizing als gevolg van het krijgen van kinderen; verhuizing van senioren naar een kleinere woning. Bij het verstrekken van een verhuiskostenvergoeding houdt het College rekening met de mate waarin de verhuizing te verwachten of te voorspellen was. Als de aanvrager ten gevolge van plotseling opgetreden beperkingen onvoorzien met een verhuizing wordt geconfronteerd, zullen in een gesprek de mogelijkheden worden onderzocht. Regels voor het toepassen verhuizen (goedkoopst
equaat woningaanpassing) Indien verhuizen de goedkoopste en
equate oplossing is voor het probleem van de aanvrager dan kan een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten in plaats van een woningaanpassing worden toegekend. Om te bepalen of een woonvoorziening in de vorm van een woningaanpassing dan wel een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten de meest goedkope en
equate oplossing is, wordt het volgende nader onderzocht: Of de ergonomische belemmeringen voldoende kunnen worden opgelost door aanpassingen in de eigen woning. Indien dit niet het geval is, dan is verhuizen naar een andere geschiktere woonruimte de enige
equate oplossing; Of een woningaanpassing (technisch) mogelijk is; Of er aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen beschikbaar zijn en wat de aanpassingskosten van de huidige versus de nieuwe woonruimte zijn. Dit is op zich geen grond om direct tot een verplichte verhuizing te komen, maar dient altijd in samenhang met de overige aspecten gewogen te worden; Met welke snelheid de belemmering in de woning kan worden opgelost. In een aantal gevallen kan verhuizing de belemmering veel sneller oplossen; Welke sociale omstandigheden een rol spelen, zoals de nabije aanwezigheid van mantelzorg en aanwezigheid en afstand tot de verschillende voorzieningen (openbaar vervoershalte, winkels, ziekenhuis etc.); Wat de woonlastenconsequenties zijn, waarbij een vergelijking wordt gemaakt tussen de woonlasten van het aanpassen van de huidige woonruimte versus het verhuizen naar een andere woonruimte. Hierbij wordt rekening gehouden met de (hoogte en de duur) van de te ontvangen huurtoeslag; Of de bewoner eigenaar of huurder is van de woning en welke consequenties dit heeft, zoals vermogenswinsten of-verliezen of nadelig financieel gevolg van verplichte verkoop van een woning. Een verhuisplicht zou dan kunnen leiden tot een onbillijke situatie; De mogelijkheid tot hergebruik van de woningaanpassing.
. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning In de Verordening Wmo is geregeld aan welke kwaliteitseisen de aanbieder (uit het sociale netwerk of daarbuiten) moet voldoen. Met de zorgaanbieders van de verschillende Wmo-voorzieningen met betrekking tot zorg in natura zijn (middels de aanbestedingen) afspraken gemaakt over kwaliteitseisen van de betreffende voorzieningen.
. Meldingsregeling calamiteiten en geweld In dit artikel is geregeld welke eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening. Onder een calamiteit wordt verstaan: een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een Wmo-voorziening en die tot ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid. Onder geweld wordt verstaan: het seksueel binnendringen van het lichaam of ontucht met een cliënt, alsmede lichamelijk en geestelijk geweld jegens een cliënt, door een zorgverlener dan wel door een andere cliënt met wie de cliënt gedurende het etmaal of dagdeel in een accommodatie van een aanbieder verblijft. Agressie en geweld, verbaal en/of fysiek, is iedere vorm van gedrag en voorvallen in en buiten werktijd waarbij een medewerker van een dienstverlener welke namens of in opdracht van de gemeente Brunssum handelt, psychisch en/of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd, of aangevallen en/of schade wordt toegebracht, onder omstandigheden, die rechtstreeks verband houden met de te vervullen functie van die medewerker. Voorbeelden van verbale agressie zijn: beledigen, uitschelden, treiteren, pesten, vernederen, schreeuwen, discriminerende opmerkingen, uiten van beschuldigen, medewerker stelling dwingen te nemen tegen de gemeente. Voorbeelden van fysieke agressie en geweld zijn: schoppen, slaan, knijpen, vastpakken, (gericht) gooien van voorwerpen, steken, spuwen, schade toebrengen aan eigendommen.
artikel
vies, instructie en voorlichting Instructie huishoudelijke taken en omgaan met (technische) hulpmiddelen 5. Verzorging en/of opvang kinderen Wassen, aankleden, eten geven, etc. De hulp bij het huishouden (HbH) wordt toegekend in minuten, gebaseerd op de hoeveelheid tijd die de verzorging van het huishouden kost. Deze tijdsnormering is gebaseerd op het onderzoek van bureau HHM naar onafhankelijk en objectief onderzochte normen voor hulp bij het huishouden voor de gemeente Utrecht (9 juni 2017). Met goede redenen kan hiervan worden afgeweken (maatwerk). Er kan extra tijd aan de totale tijd worden toegevoegd als hiervoor indicatoren zijn. Dan wel kan de totale tijd worden verlaagd, als de cliënt zelf of personen uit het netwerk van de cliënt activiteiten uitvoeren. 0.1Gemiddelde cliëntsituatie als basis De normtijden zijn gebaseerd ‘een gemiddelde cliëntsituatie’ (zie onderstaande kader) in een één- of tweepersoonshuishouden. 0.2Welke activiteiten en wie doet deze In dit protocol is sprake van een ‘totaal-lijst’ van benodigde activiteiten en bijbehorende frequenties hiervan, die allemaal moeten worden gedaan ten behoeve van het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’. Per huishouden is sprake van variatie wie de activiteiten feitelijk uitvoert. Wat doet de cliënt zelf, wat doet een eventuele partner of mantelzorgers, wat wordt geregeld vanuit de sociale basisinfrastructuur en tenslotte wat biedt de gemeente in deze als maatwerkvoorziening HbH. De maatwerkvoorziening die wordt geboden in het kader van een ‘schoon en leefbaar huis’ heeft betrekking op de regulier in gebruik zijnde ruimten in het huis: woonkamer, slaapkamer, keuken, gang/trap/overloop, badkamer en toilet. Het onderhouden van de buitenruimte en glasbewassing buiten hoort niet tot de maatwerkvoorziening HbH. Totaallijst uit te voeren activiteiten t.b.v. ‘schoon en leefbaar huis’ Activiteiten Resultaat en reikwijdte Licht en zwaar huishoudelijk werk De cliënt beschikt over een schoon en leefbaar huis. Dit betekent dat de regelmatig gebruikte ruimten zoals woonkamer, keuken, slaapkamer(s), toilet, badkamer en hal schoon en leefbaar zijn. Schoon wil zeggen dat sprake is van een algemeen aanvaard basisniveau van schoon, te realiseren door periodiek schoon te maken. Hiermee wordt een basis van hygiëne geborgd en vervuiling van en gezondheidsrisico’s voor bewoners worden voorkomen. Het betreft uitsluitend de binnenzijde van het huis. De frequentie van schoonmaken is afhankelijk van wat nodig is om tot het resultaat te komen, dit is niet noodzakelijk wekelijks. Verzorging van planten en huisdieren moet wel gebeuren, dit valt onder verantwoordelijkheid van de cliënt en niet onder de gemeentelijke voorzieningen. Wassen en strijken De cliënt beschikt over schone kleding, beddengoed en linnengoed. Kleding, beddengoed en linnengoed wassen, drogen, bovenkleding zo nodig strijken (geen overig strijkwerk), opvouwen en leggen of ophangen in kasten. De cliënt moet redelijkerwijs doen wat mogelijk is om het ontstaan van extra was en extra strijkgoed te beperken. Maaltijden De cliënt moet op meerdere momenten per dag eten en drinken. De maaltijdverzorging omvat broodmaaltijden en de warme maaltijd. Wanneer de cliënt niet of onvoldoende zelf haar/zijn maaltijden gereed kan maken, niet of onvoldoende gebruik kan maken van algemene of algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals kant- en klaarmaaltijden, maaltijdbezorging aan huis en dergelijke, dan kan ook het koken van een maaltijd onder deze activiteit vallen. Boodschappen De cliënt beschikt over de primaire levensbehoeften. Wanneer de cliënt niet of onvoldoende zelf kan voorzien in haar/zijn primaire levensvoorzieningen (boodschappen halen), niet of onvoldoende gebruik kan maken van algemene of algemeen gebruikelijke (zoals boodschappendiensten van winkels, maaltijdbezorging door vrijwilligers aan huis en dergelijke), dan kan het bieden van ondersteuning de boodschappen onder deze activiteit vallen (zoals lijstjes maken, bestellen via boodschappenservice) en/of in de winkels kopen en opbergen bij de cliënt thuis). Organisatie van het huishouden De cliënt heeft niet voldoende overzicht om de eigen huishouding op orde te houden en wordt hierbij ondersteund.
vies, instructie en voorlichting De cliënt kan ondersteuning bij het huishouden nodig hebben in de zin van
vies, instructie of voorlichting. Verzorging en/of opvang kinderen Kinderen tot 12 jaar worden tijdelijk in de thuissituatie verzorgd of opgevangen wanneer de reguliere verzorger(s) geheel of gedeeltelijk uitvalt/uitvallen. De aard en omvang van de ondersteuning is afhankelijk van leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind en de omstandigheden. Hulp bij het huishouden heeft betrekking op aanvullende ondersteuning bovenop hetgeen de cliënt zelf en/of met zijn of haar omgeving doet (eigen kracht). De activiteiten kennen een vaste gemiddelde tijd, ze zijn ‘genormeerd’, waarbij op basis van specifieke omstandigheden sprake kan zijn van meer of minder inzet van tijd op de totale tijd. 0.3Gemiddelde normtijd Notabene: activiteiten kennen in dit protocol op basis van onderzoeken een ‘vaste gemiddelde normtijd’. Dat betekent niet dat in in ieder huis een activiteit ook daadwerkelijk in die normtijd kan worden gedaan. Soms vergt dit meer tijd, soms minder tijd, sommige activiteiten worden ook niet iedere week gedaan, maar de tijd wordt wel per week toegekend. De totale tijd die beschikbaar komt door de gemiddelde normtijden van alle activiteiten bij elkaar op te tellen, is voldoende om door de weken heen het resultaat schoon en leefbaar huis te bereiken. 0.4Indirecte tijd Een huishoudelijke hulp besteedt daarbij per bezoek ook tijd aan onder meer aankomst, vertrek, sociale interactie,
ministratie en dingen afspreken met de cliënt. Dit is de ‘indirecte tijd’ (geen reistijd). Voor deze indirecte tijd wordt in Brunssum gerekend met een gemiddelde normtijd van 22 minuten per week per bezoek. Als sprake is van meerdere korte bezoekmomenten per week, dan is niet bij ieder bezoekje deze volledige indirecte tijd benodigd. 0.5Signaleringsfunctie Verder is ook de signaleringsfunctie in Brunssum onderdeel van de maatwerkvoorziening HbH. De signaleringsfunctie is een belangrijke taak van de huishoudelijke hulp. Deze functie is met name geborgd in de indirecte tijd. Maar uiteraard vindt signalering ook plaats gedurende de totale tijd dat een huishoudelijke hulp bij de cliënt aan het werk is. 0.6Afronding normtijden In dit protocol zijn normtijden met minuten in decimalen opgenomen (2,2 of 7,6 bijvoorbeeld). Vervolgens zijn de totaaltellingen afgerond op hele minuten. In de uitvoering vindt uiteindelijk, als alle normtijden zijn opgeteld, afronding naar boven plaats op de eerstkomende 5 hele minuten. 0.7Gebruikelijke zorg Er bestaat geen recht op hulp bij het huishouden voor zover sprake is van gebruikelijke zorg. Dit is zorg of ondersteuning die geleverd wordt door één of meerdere huisgenoten van de cliënt. Dit kan een partner, ouder of inwonend kind zijn, ongeacht of ze de gebruikelijke zorg willen leveren. Een gezin of gezamenlijk huishouden wordt geacht samen de verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor het huishoudelijk werk en taken over te kunnen nemen voor degene die hier niet meer toe in staat is. Hieronder wordt aan de hand van leeftijd aangegeven wat de norm is ten aanzien van wat gebruikelijk is en daarmee dus ook wat bovengebruikelijk is. Voor bovengebruikelijke zorg kan, als de cliënt dit nodig heeft, een maatwerkvoorziening worden geboden. Het normenkader voor gebruikelijke zorg is: Kinderen tot 5 jaar kunnen geen bijdrage leveren aan het huishouden. Kinderen van 5 t/m 12 jaar kunnen naar vermogen worden betrokken bij licht huishoudelijk werk zoals opruimen, tafel dekken & afruimen, meehelpen met afwassen & afdrogen, een boodschap doen, was in de wasmand gooien. Kinderen vanaf 13 jaar kunnen daarnaast hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen. Een 18 tot 23-jarig inwonend kind kan een eenpersoonshuishouden voeren. De daarbij behorende huishoudelijke taken zijn: schoonhouden sanitaire ruimte, keuken en een kamer schoonhouden, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen, eventueel jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden. Hierbij gaan we uit van 2 uur uitstelbare zware huishoudelijke taken per week en 3 uur lichte, niet uitstelbare, huishoudelijke taken per week, exclusief eventuele verzorging en begeleiding van jongere gezinsleden. Een volwassen gezonde huisgenoot wordt geacht alle huishoudelijke taken over te nemen als de primaire verzorger van het huishouden uitvalt. Bij ouderen van boven de 75 jaar kan indien nodig hulp voor zware huishoudelijke taken worden geïndiceerd die anders tot de gebruikelijke zorg behoren. Daarnaast hanteren we de volgende uitgangspunten: Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Die zorgplicht hoort tot de gebruikelijke zorg. Iedere volwassene wordt geacht naast een volledige baan of opleiding een huishouden te kunnen voeren. Gebruikelijke zorg gaat voor op maatschappelijke participatie. Met fysieke afwezigheid van huisgenoten wordt in het kader van gebruikelijke zorg alleen rekening gehouden als het gaat om aaneengesloten periodes van tenminste 7 etmalen en de afwezigheid een verplichtend karakter heeft, dat inherent is aan het werk (b.v. werk op een booreiland, grote vaart). Bij het bepalen welke werkzaamheden als gebruikelijke zorg worden beschouwd, wordt geen onderscheid gemaakt o.b.v. sexe, religie, cultuur, wijze van inkomensverwerving of persoonlijke opvattingen. Bepaalde persoonlijke omstandigheden kunnen van invloed zijn op de normering en uitgangspunten voor gebruikelijke zorg. Het gaat om de volgende zaken: Gezondheidsproblemen (i.c.m. een baan of opleiding) kunnen er de oorzaak van zijn dat huisgenoten niet de gebruikelijke zorg kunnen leveren. (Dreigende) overbelasting, met name veroorzaakt door gezondheidsproblemen. Overbelasting moet medisch worden aangetoond. Een indicatie voor hulp bij het huishouden in geval van overbelasting is in principe kortdurend, bedoeld om de situatie aan te passen. Wanneer de overbelasting veroorzaakt wordt door een combinatie van werk/opleiding, gebruikelijke zorg en andere activiteiten, gaan werk/opleiding en gebruikelijke zorg voor. Kennelijke onredelijkheid en onbillijkheid is een reden om van de criteria voor gebruikelijke zorg af te wijken. Tenslotte kan soepeler omgegaan worden met de normering van gebruikelijke zorg als de zorgvrager maar een korte levensverwachting heeft. De maatwerker moet huisgenoten die gebruikelijke of mantelzorg verlenen, horen om vast te stellen welke taken zij verrichten en hoe zij die belasting ervaren t.o.v. hun maatschappelijke participatie. Een mantelzorger van buiten wordt alleen op verzoek van de zorgvrager gehoord. Voor het bepalen van de aanwezigheid van huisgenoten wordt gekeken naar de inschrijvingen in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Alle bewoners van een
res volgens het GBA worden gezien als één leefeenheid. Indien sprake is van kamerverhuur wordt de huurder van de desbetreffende ruimte niet tot het huishouden gerekend. 1.Huishoudelijke werkzaamheden, boodschappen, maaltijden 1.1Licht huishoudelijk werk Het licht huishoudelijk werk omvat activiteiten en een benodigde normtijd in minuten per week voor de ‘gemiddelde cliëntsituatie’ zoals in de tabel hierna weergegeven. Hierbij zijn de activiteiten voor de verschillende ruimten samengevoegd. Nr. Activiteiten Normtijd in minuten per week Gemiddelde cliëntsituatie 1.1.1 Licht huishoudelijk werk Stof afnemen hoog Stof afnemen midden Stof afnemen laag Opruimen Zitmeubels afnemen Afval opruimen Afwassen en/of vaatwasser in-en uitruimen Totaal: 41 minuten* (* totaal afgerond op hele minuten) Het opruimen binnen licht huishoudelijk werk omvat kleine opruimwerkzaamheden alvorens de huishoudelijke hulp kan beginnen met schoonmaken. Het kan zijn dat cliënten zelf of mensen rond de cliënt een deel van de activiteiten uitvoeren in plaats van dat dit door een huishoudelijke hulp moet worden gedaan. Dan kan aftrek van als maatwerkvoorziening toe te kennen minuten plaatsvinden. In onderstaande tabel worden de mogelijke aftrek-minuten weergegeven. Minder tijd indiceren als: Aftrek in minuten 1.1.2 1.1.3 1.1.4 1.1.5 1.1.6 1.1.6 1.1.7 Cliënt of anderen voeren activiteit uit in plaats van huishoudelijke hulp: Stof afnemen hoog, tastvlakken, luchtfilters Stof afnemen midden Stof afnemen laag Opruimen Zitmeubels afnemen Afval opruimen Afwassen - vaatwasser 4,3 minuten 14,4 minuten 8,0 minuten 0,4 minuten 0,7 minuten 4,7 minuten 8,7 minuten 1.2Zwaar huishoudelijk werk Het zwaar huishoudelijk werk omvat activiteiten en een benodigde normtijd in minuten per week voor de ‘gemiddelde cliëntsituatie’ zoals in de tabel hierna weergegeven. Hierbij zijn de activiteiten voor de verschillende ruimten samengevoegd. Nr. Activiteiten Normtijd in minuten per week Gemiddelde cliëntsituatie 1.2.1 Zwaar huishoudelijk werk stofzuigen dweilen gordijnen wassen, reinigen lamellen/luxaflex, deuren/deurposten nat, radiatoren reinigen, matras draaien bed verschonen/opmaken keukenblok buiten/binnen etc. reinigen, keukenapparatuur reinigen badkamer schoonmaken trap stofzuigen ramen wassen binnenzijde Totaal: 71 minuten* (* totaal afgerond op hele minuten) Het kan zijn dat cliënten zelf of mensen rond de cliënt een deel van de activiteiten uitvoeren in plaats van dat dit door een huishoudelijke hulp moet worden gedaan. Dan kan aftrek van als maatwerkvoorziening toe te kennen minuten plaatsvinden. In onderstaande tabel worden de mogelijke aftrek-minuten weergegeven. In veel cliëntsituaties is het overigens niet gebruikelijk dat het zwaar huishoudelijk werk door de cliënt of diens netwerk wordt overgenomen. Nr. Minder tijd indiceren als: Aftrek in minuten 1.2.2 1.2.3 1.2.4 1.2.5 1.2.6 1.2.7 1.2.8 1.2.9 Cliënt of anderen voeren activiteit uit in plaats van huishoudelijke hulp: stofzuigen woonkamer stofzuigen overige ruimten en trap dweilen gordijnen wassen, reinigen lamellen/luxaflex, deuren/deurposten nat, radiatoren reinigen, binnenzijde kastjes en keukenapparatuur, bovenzijde keukenkastjes, matras draaien bed verschonen/opmaken keukenblok, keukenapparatuur, tegelwand buitenzijde reinigen badkamer schoonmaken ramen wassen binnenzijde 8,5 minuten 12,0 minuten 9,9 minuten 3,3 minuten 4,2 minuten 12,7 minuten 18,4 minuten 1,9 minuten 1.3Wassen en strijken Voor de compensatie van belemmeringen gericht op de activiteit ‘wassen en strijken’ heeft de gemeente Brunssum een algemene voorziening. Enkel als deze niet beschikbaar of onvoldoende compenserend is vanwege de specifieke beperkingen of bijzondere situatie van een cliënt, kan een maatwerkvoorziening worden ingezet. Uit onderzoek is gebleken dat inwoners ook als ze ondersteuning van de gemeente op dit onderdeel vragen, ze vaak nog een deel van de activiteiten van het wassen en strijken zelf doen. De te indiceren tijd per week is te berekenen door de minuten op te tellen van de activiteiten die als maatwerkvoorziening worden geboden. Ten aanzien van het strijken valt alleen het strijken van de bovenkleding onder deze maatwerkvoorziening. Nr. Activiteiten Normtijd in minuten per week Gemiddelde cliëntsituatie 1.3.1 1.3.2 1.3.3 1.3.4 1.3.5 1.3.6 1.3.7 1.3.8 1.3.9 1.3.10 1.3.11 was sorteren was in de machine stoppen was uit de machine halen sorteren naar droger of waslijn in de droger stoppen uit de droger halen ophangen aan de waslijn afhalen van de waslijn opvouwen strijken opbergen 1,8 minuten 3,7 minuten 3,8 minuten 3,1 minuten 1,4 minuten 1,0 minuten 8,0 minuten 1,3 minuten 13,7 minuten 19,8 minuten 4,9 minuten 1.4Toeslagmogelijkheden licht en zwaar huishoudelijk werk Bij het licht en zwaar huishoudelijk werk en het wassen en strijken kan het noodzakelijk zijn meer tijd in te zetten dan toereikend is in de ‘gemiddelde cliëntsituatie’ met volledige overname van activiteiten. Hiervoor hanteren we de in de volgende tabel opgenomen maximale normtijden per week per toeslagmogelijkheid op grond van de specifieke situatie van de cliënt. Hiervan kan gemotiveerd naar beneden toe worden afgeweken als deze extra ondersteuningstijd niet volledig benodigd is. Als sprake is van inzet van deze toeslagmogelijkheden, dan is vaak sprake van hulp en ondersteuning op twee of meer momenten in de week. Nr. Situatie cliënt Normtijd toeslag in minuten per week 1.4.1 1.4.2 1.4.3 1.4.4 1.4.5 Kinderen onder de 12 jaa Psychogeriatrische problematiek / gedragsproblematiek Allergie of aandoening aan de luchtwegen in een gesaneerde omgeving Grote woning met een hoge bezettingsgraad Hoge vervuilingsgraad als gevolg van beperkingen van de cliënt, niet als gevolg van de bestaande leeftwijze. 30 minuten per kind/week, max. 90 minuten totaal 30 minuten 60 minuten 60 minuten 60 minuten Toeslagmogelijkheid bij extra slaapkamers of logeerkamers Als sprake is van extra slaapkamers of logeerkamers in de woning, dan is het afhankelijk van het ‘wel’ of ‘niet’ gebruiken van deze kamers hoeveel normtijd hiervoor aan de orde is. Gebruik van een extra slaapkamer kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als een paar apart slaapt. Dit kan ook kind(eren) betreffen. Van een gebruiker van een logeerkamer wordt verwacht dat deze ook meehelpt deze weer even aan kant te maken. Een ‘niet’ in gebruik zijnde slaapkamer wordt op basis van hygiëne-
vies van GGD-Nederland eens per maand schoongemaakt. Nr. Situatie cliënt Normtijd toeslag in minuten per week 1.4.6 1.4.2 Extra slaapkamer / logeerkamer WEL in gebruik Extra slaapkamer / logeerkamer NIET in gebruik 18 minuten per week/kamer 5 minuten per week/kamer 2.Indirecte tijd Naast de tijd die de hulp direct bezig is met werkzaamheden, is altijd ook sprake van indirecte tijd. Deze wordt eveneens geïndiceerd als onderdeel van de totale te indiceren tijd voor de maatwerkvoorziening. Indirecte tijd is de tijd die de hulp per bezoek besteedt aan aankomst en vertrek,
ministratie en sociale interactie met de cliënt. Hierbij gaat het om de tijd dat de hulp in de woning van de cliënt aanwezig is, niet om reistijd. Verder maakt ook de signaleringsfunctie in Brunssum onderdeel uit van de maatwerkvoorziening HbH. De signaleringsfunctie is een belangrijke taak van de huishoudelijke hulp. Deze functie is geborgd in de indirecte tijd waarin het contact met de cliënt een plek heeft. Juist in dat contact kan de huishoudelijke hulp zijn of haar signalerende taak goed uitvoeren. Maar uiteraard vindt signalering ook plaats gedurende de totale tijd dat een huishoudelijke hulp bij de cliënt aan het werk is. De indirecte tijd betreft 22 minuten per wekelijks bezoek waarin licht huishoudelijk werk, zwaar huishoudelijk werk en/of wassen en strijken aan de orde is. Als de hulp meer keren per week komt, dan is een lager aantal minuten indirecte tijd per bezoek aan de orde. Voor elk bezoek in verband met maaltijden (zie hst. 3) dat plaatsvindt apart van een bezoek waarin huishoudelijke werkzaamheden of andere werkzaamheden (verzorging bijvoorbeeld) worden uitgevoerd, is sprake van 5 minuten extra toe te kennen indirecte tijd. Nr. Activiteiten Normtijd 2.1 Indirecte tijd (als sprake is van licht huishoudelijk werk, zwaar huishoudelijk werk en/of wassen en strijken) 22 minuten per week (per keer) 2.2 Indirecte tijd (bij maaltijden) 5 minuten per bezoek 3.Maaltijden en boodschappen 3.1Maaltijden Voor de compensatie van belemmeringen gericht op de activiteit ‘maaltijden’ heeft de gemeente Brunssum een collectieve voorziening. Enkel als deze niet beschikbaar of onvoldoende compenserend is vanwege de specifieke beperkingen of bijzondere situatie van een cliënt, kan een maatwerkvoorziening worden ingezet. In geval van een maatwerkvoorziening voor maaltijden is het in de praktijk volledig maatwerk wat voor iemand nu precies nodig is. Daarom wordt hier niet met een tijdnorm gewerkt, dit wordt op maat van de situatie van de cliënt geïndiceerd. Hierbij blijkt in de praktijk vaak sprake te zijn van verdeling van de maaltijden over verschillende uitvoerders, zoals de huishoudelijke hulp, de verzorging/verpleging, een familielid, en dergelijke. Indicatief zijn hierbij de volgende normtijden van toepassing. Waarbij waar mogelijk een combinatie wordt gemaakt van 2 broodmaaltijden. Dit is exclusief 5 minuten indirecte tijd per bezoekje dat hiervoor benodigd is, indien dit op een apart moment plaatsvindt (zie hst. 2). Nr. Activiteiten Normtijd 3.1.1 3.1.2 3.1.3 Broodmaaltijd gereed maken Maaltijd opwarmen Maaltijdbereiding 15 minuten per keer, maximaal 2 x per dag 15 minuten per keer 30 minuten per keer 3.2Boodschappen De gemeente Brunssum heeft voor ‘boodschappen doen’ een voldoende beschikbaar en
equaat voorliggend aanbod. Enkel als deze niet beschikbaar of onvoldoende compenserend is vanwege de specifieke beperkingen of bijzondere situatie van een cliënt, kan hiervoor een maatwerkvoorziening worden ingezet. Deze tijd is inclusief de indirecte tijd. Een maatwerkvoorziening boodschappen doen, kent de volgende tijdsnormering: Nr. Activiteiten Normtijd 3.2.1 Boodschappen (boodschappenlijst maken, boodschappen doen en opruimen van de boodschappen) 51 minuten per week Toeslagmogelijkheid Bij het boodschappen doen kan het noodzakelijk zijn meer tijd in te zetten dan toereikend is in de ‘gemiddelde cliëntsituatie’. Hiervoor hanteren we de in de volgende tabel opgenomen maximale normtijd toeslag per week op grond van de specifieke situatie van de cliënt. Hiervan kan gemotiveerd naar beneden toe worden afgeweken als deze niet volledig benodigd is. Nr. Situatie cliënt Normtijd toeslag in minuten per week 3.2.2 Omvang van het gezin is meer dan 4 personen en/of er is sprake van kinderen onder de 12 jaar · Maximaal 45 minuten per week 4.Organisatie van het huishouden Het kan voor de cliënt noodzakelijk zijn om een maatwerkvoorziening te bieden voor de organisatie van het huishouden, met een tijdelijk of langdurend karakter. Deze tijd is inclusief de indirecte tijd. Nr. Activiteiten Normtijd 4.1 Organisatie van het huishouden 30 minuten per week Toeslagmogelijkheid Ten aanzien van het bieden van ondersteuning bij het organiseren van het huishouden kan het noodzakelijk zijn meer tijd in te zetten dan toereikend is in de ‘gemiddelde cliëntsituatie’. Maar dan alleen als geen individuele begeleiding is geïndiceerd. Hiervoor hanteren we de in de volgende tabel opgenomen maximale normtijd toeslag per week. Hiervan kan gemotiveerd naar beneden toe worden afgeweken als deze niet volledig benodigd is. Nr. Situatie cliënt Normtijd toeslag in minuten per week 4.2 Bij matig/ernstig regieverlies 30 minuten per week 5.
vies, instructie en voorlichting voor eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens Het kan voor de cliënt noodzakelijk zijn om
vies, instructie en voorlichting te bieden in relatie tot het huishouden. Nr. Activiteiten Normtijd 5.1
vies, instructie en voorlichting maximaal 3x per week 30 minuten Toeslagmogelijkheid Ten aanzien van het bieden van
vies, instructie en voorlichting kan het noodzakelijk zijn meer tijd in te zetten dan toereikend is in de ‘gemiddelde cliëntsituatie’. Hiervoor hanteren we de in de volgende tabel opgenomen maximale normtijd toeslag per week. Hiervan kan gemotiveerd naar beneden toe worden afgeweken als deze niet volledig benodigd is. Nr. Situatie cliënt Normtijd toeslagmogelijkheid in minuten per week 5.2 I.g.v. communicatieproblemen maximaal 3 x per week 30 minuten extra gedurende maximaal 6 weken 6.Verzorging en/of opvang van kinderen Kinderen tot 12 jaar worden tijdelijk in de thuissituatie verzorgd of opgevangen wanneer de reguliere verzorger(s) geheel of gedeeltelijk uitvalt/uitvallen. Dit gebeurt gedurende maximaal 3 maanden of zo veel korter als dat nodig is voordat een andere oplossing is gevonden. De aard en omvang van de ondersteuning is afhankelijk van leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind en de omstandigheden. Dit betreft volledig maatwerk, toegesneden op de situatie van de cliënt. Derhalve zijn hiervoor geen normtijden bepaald, dit moet echt op maat van de situatie worden ingericht en is afhankelijk van vele factoren. Bijlage2: Ergolijst – 2019, eerste editie van Casadata BV. Richtprijzen en normen ergonomische woonvoorzieningen (De ergolijst wordt als bijlage bij publicatie geplaatst)
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.