Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning ‘s-Hertogenbosch 2020Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch, In zijn vergadering van 19 november 2019, Gezien het voorstel met reg.nr. 9454085 Besluit de wijzigingen Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente 's-Hertogenbosch 2020 vast te stellen en per 1 januari 2020 in werking te laten treden. HOOFDSTUK1Begripsomschrijvingen artikel1.1Begripsomschrijvingen In dit besluit wordt verstaan onder: kleinschalig wooninitiatief een woonsituatie op basis van een particulier initiatief waarbij minimaal drie en maximaal zesentwintig bewoners een persoonsgebonden budget als bedoeld in de wet ontvangen voor ondersteuning en hiervoor door bundeling van persoonsgebonden budgetten gezamenlijk de ondersteuning inkopen, én waarbij de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen, of op verschillende woonadressen binnen een straal van honderd meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten. verordening de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning ‘s-Hertogenbosch. Alle begrippen die in deze Besluit nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Algemene wet bestuursrecht en de verordening. HOOFDSTUK2persoonsgebonden budget Paragraaf 1 Controle en Verantwoording pgb artikel2.1Verantwoording en controle Iedere klant legt verantwoording af over (de besteding van) het persoonsgebonden budget. De klant hoeft tot 2021 van het persoonsgebonden budget 1,5% per jaar niet te verantwoorden, met een minimum van € 250,- en een maximum van € 1250,- per jaar. Dat bedrag is bedoeld voor (kleine) uitgaven en administratieve kosten die te maken hebben met het PGB. Ook de kosten voor arbeidsbemiddeling van een bemiddelingspartij (met een Per Saldo Keurmerk), vallen hieronder. Dit lid komt per 2021 te vervallen. De controle van de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college kan steekproefgewijs plaatsvinden na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar. De controle richt zich op de besteding van het doel van het persoonsgebonden budget. Er vindt geen controle plaats of het aantal geïndiceerde uren ook overeenstemt met het aantal door de PGB budgethouder ingekochte zorguren. Indien uit de gegevens van de sociale verzekeringsbank blijkt dat binnen een half jaar geen besteding heeft plaatsgevonden, vindt in overleg met de belanghebbende inwoner beëindiging of omzetting naar hulp in natura plaats. De gemeente controleert het gebruik van het persoonsgebonden budget per kalenderjaar. Bij onderbesteding > 25% volgt een overleg met de PGB budgethouder naar de oorzaak van de onderbesteding. Paragraaf2Voeren van een huishouden artikel2.2Persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden De omvang van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld in uren per week. Het bedrag van het persoonsgebonden budget voor ‘Hulp bij het huishouden’ bedraagt maximaal: € 21,40 per uur indien de klant een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). € 18,02 per uur indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die een lagere cao hanteert, inschakelt. € 14,08 per uur indien de klant iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Paragraaf3Het hebben van zelfregie over het dagelijkse leven, het hebben van dagstructuur en het ontlasten van mantelzorgers artikel2.3Persoonsgebonden budget begeleiding De omvang van het persoonsgebonden budget begeleiding is afgeleid van de tarieven (in klassen) zoals het zorgkantoor deze in 2014 voor de AWBZ hanteerde. In bijlage 2 zijn de pgb tarieven in klassen opgenomen. artikel2.4Persoonsgebonden budget dagbesteding De omvang van het persoonsgebonden budget dagbesteding is afgeleid van de tarieven (in klassen) zoals het zorgkantoor deze in 2014 voor de AWBZ hanteerde. In bijlage 2 zijn de pgb tarieven in klassen opgenomen. artikel2.5Persoonsgebonden budget kortdurend verblijf1Mogelijk indexering in 2020 Het persoonsgebonden budget voor kortdurend verblijf bedraagt maximaal: € 101,00 per dag indien de klant een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). € 85,85 per dag indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die een lagere cao hanteert, inschakelt. € 30,00 per dag indien de klant iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Paragraaf4Normaal gebruik van de woning artikel2.6Persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming woonvoorzieningen Het persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, verzekering en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. Het bedrag voor de financiële tegemoetkoming verhuiskosten- en herinrichtingskosten bedraagt maximaal € 2.500,-. Voor deze tegemoetkoming is verantwoording noodzakelijk in de vorm van declaratie. Het bedrag voor het bezoekbaar maken van een woonruimte bedraagt maximaal € 2.300,-. Paragraaf5Verplaatsen in en om de woning Artikel2.7 Rolstoelen Een pgb voor een rolstoel is maximaal gelijk aan het gemiddelde bedrag dat het College zou moeten betalen voor een naturaverstrekking via de gecontracteerde leveranciers. Dit gemiddelde bedrag kan bij nieuwkoop met 5 % opslag verhoogd worden in verband met de minder gunstige inkoopcondities van een particulier. In bijlage 1 zijn de richtbedragen voor de verschillende voorzieningen opgenomen. De klant is zelf verantwoordelijk om hiervoor een passende voorziening aan te schaffen en dient een offerte bij het PGB plan te voegen waarin de kosten genoemd in lid 1 zijn weergegeven. Het middel dient aangeschaft te worden bij een met, ten minste, het Nationaal Keurmerk Hulpmiddelen (NKH) erkend bedrijf en mag niet ouder zijn dan drie jaar. Aanvullend op het pgb uit bovenstaand lid is een te verstrekken persoonsgebonden budget van 12 % bestemd voor aanpassing, onderhoud, reparatie en service van de voorziening. Noodzakelijke individuele aanpassingen worden volledig vergoed. Paragraaf6Lokaal verplaatsen per vervoermiddel Artikel2.8 Persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming vervoersvoorziening Een pgb voor een vervoersmiddel is maximaal gelijk aan het gemiddelde bedrag dat het College zou moeten betalen voor een naturaverstrekking via de gecontracteerde leveranciers. Dit gemiddelde bedrag kan met 5 % opslag verhoogd worden bij nieuwkoop in verband met de minder gunstsige inkoopcondities van een particulier. In bijlage 1 zijn de richtbedragen voor de verschillende voorzieningen opgenomen. De klant is zelf verantwoordelijk om hiervoor een passende voorziening aan te schaffen en dient een offerte bij het PGB plan te voegen waarin de kosten genoemd in lid 1 zijn weergegeven. Het middel dient aangeschaft te worden bij een met, ten minste, het Nationaal Keurmerk Hulpmiddelen (NKH) erkend bedrijf en mag niet ouder zijn dan drie jaar. Aanvullend op het pgb uit bovenstaand lid is een te verstrekken persoonsgebonden budget van 12 % bestemd voor aanpassing, onderhoud, reparatie en service van de voorziening. Noodzakelijke individuele aanpassingen worden volledig vergoed. In afwijking van lid 1 bedraagt de vergoeding: a. voor gebruik van een eigen auto maximaal € 600,- per jaar. b. voor gebruik van een rolstoeltaxi maximaal € 300,- per jaar. c. voor gebruik van een bruikleenauto maximaal € 350,- per jaar. Paragraaf7Onderhouden van sociale contacten artikel2.9Sportvoorziening Via de hulpmiddelenleverancier (wheels2sport) kan een klant gratis een half jaar een sporthulpmiddel uitproberen. Daarna kan via een persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming een sportvoorziening worden aangeschaft. Een persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming voor een sportvoorziening bedraagt maximaal € 3000,-. Dit bedrag is bedoeld als vergoeding in aanschaf, onderhoud en reparatie van de sportvoorziening voor een periode van drie jaar. In bijzondere situaties kan van dit bedrag afgeweken worden. Paragraaf8Beschermd wonen Artikel 2.10 Beschermd wonen Het persoonsgebonden budget voor beschermd wonen bedraagt maximaal: a. € 40.000,- per jaar voor beschermd wonen all-inclusive. b. € 30.000,- per jaar voor beschermd wonen thuis. c. € 16.000,- per jaar voor beschermd wonen begeleid. De in het eerste lid genoemde bedragen worden opgehoogd met een bedrag van € 4.000,- indien het pgb wordt besteed bij een kleinschalig wooninitiatief. De klant moet dit zelf aanvragen. HOOFDSTUK3bijdrage in de kosten Cliënten met een verzamelinkomen tot 110 % van het sociaal minimum, krijgen wel een eigen bijdrage (fictief) opgelegd voor een maatwerkvoorziening (niet zijnde Beschermd Wonen all- inclusief) door het Centraal Administratie Kantoor doch deze in opdracht van de gemeente niet wordt geïnd. Voor 2020 gelden de volgende inkomensgrenzen voor dit minimabeleid: Gezinssamenstelling Inkomensgrens Eenpersoonshuishouden jonger dan 65 jaar € 21.444 Eenpersoonshuishouden, ouder dan 65 jaar € 16.383 Meerpersoonshuishouden, jonger dan 65 jaar € 35.974 (overeenkomstig landelijke maatregel) Meerpersoonshuishouden, 65 jaar en ouder € 22.620 HOOFDSTUK4Mantelzorgwaardering en -ondersteuning artikel4.1Jaarlijkse blijk van waardering mantelzorgers De waardering voor mantelzorgers vindt plaats door: een individuele blijk van waardering in de vorm van een waardebon van € 50,-, en een collectieve blijk van waardering aan mantelzorgers tijdens de jaarlijkse nationale Dag van de Mantelzorg. De criteria om in aanmerking te komen voor de individuele blijk van waardering zijn opgenomen in de beleidsregels Wmo gemeente ’s-Hertogenbosch 2017. Artikel4.2Mantelzorgondersteuning Een mantelzorger kan tegen gereduceerd tarief van € 5,50 per uur hulp bij het huishouden en aanvullende diensten als tuinonderhoud en ramen wassen afnemen van de zorgcoöperatie Den Bosch. De specifieke criteria voor deze mantelzorgregeling zijn opgenomen in de beleidsregels Wmo gemeente ’s-Hertogenbosch 2017. HOOFDSTUK5Slotbepalingen artikel5.1Overgangsrecht Het besluit Besluit nadere regels 2019 wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van dit besluit, met dien verstaande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van voorzieningen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit zijn verstrekt, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. artikel5.2Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2020. artikel5.3Citeertitel Dit Besluit nadere regels worden aangehaald als “Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning ‘s-Hertogenbosch 2020”. De secretaris,drs. B. van der PloegDe burgemeester,Drs. J.M.L.N. Mikkers
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.