Beleidsregels Huisvesting (inter)nationale werknemers Vlissingen 2019Burgemeester en wethouders van Vlissingen en De burgemeester van Vlissingen, Ieder voor zover bevoegd: Overwegende, het door de gemeenteraad in haar vergadering van 12 april 2019 genomen besluit waarin zij het college van burgemeester en wethouders opdraagt de, door haar vastgestelde ‘Visie op de huisvesting van internationale werknemers 2019’ uit te werken in beleidsregels; Overwegende, dat de (inter)nationale werknemer in Vlissingen wordt gezien als een tijdelijke inwoner van de gemeente en ook als zodanig dient te worden ontvangen; Overwegende, dat in het kader van (onder meer) een goed woon-, leef- en ondernemersklimaat het wenselijk is ruimtelijke en kwalitatieve criteria te formuleren voor het realiseren en exploiteren van huisvesting voor (inter)nationale werknemers; Overwegende dat de huidige vraag naar huisvesting voor (inter)nationale werknemers in reguliere woningvoorraad tot onveilige en onwenselijke situaties leidt, dient nieuwe complexgewijze huisvesting bij te dragen aan de vermindering van deze situaties; Gelet op het bepaalde in titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb); Gelet op het bepaalde in artikel 2:42 e.v. van de Algemene plaatselijke verordening (APV). BESLUITEN: Vast te stellen de ‘beleidsregels Huisvesting (inter)nationale werknemers 2019’ Hoofdstuk1.Begripsbepalingen Artikel1.Begripsbepalingen Bevoegd bestuursorgaan Voor de uitvoering van onderhavige beleidsregels ligt primair het bevoegd gezag bij het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen, met uitzondering van de toets op levensgedrag en de toets Wet BIBOB, hiervoor ligt het bevoegd gezag bij de burgemeester College Het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen Complex De bouwkundige verschijningsvorm van complexgewijze huisvesting voor (inter)nationale werknemers, bestaande uit het geheel van verblijfsruimten, voorzieningen en bijbehorende buitenruimte. Complexgewijze huisvesting voor (inter)nationale werknemers Een inrichting, niet zijnde een woning, gericht op het tijdelijk verblijven van (inter)nationale werknemers. Complexgewijs verblijven De activiteit waarbij tijdelijke huisvesting van (inter)nationale werknemers plaatsvindt in complexen. Gemeenschappelijke ruimte in een complex Gebruiksruimtes binnen een complex, maar buiten een verblijfseenheid of –ruimte, die gericht zijn op recreatie en ontspanning voor de bewoners of algemene voorzieningen bevatten als een receptie/ontvangstruimte, gezamenlijke keuken, wasmachineruimte of lockerruimte behoren tot de gemeenschappelijke ruimte van een complex. Ruimten met een expliciete verkeersfunctie (zoals gangen) worden niet meegeteld voor het oppervlak gemeenschappelijke ruimte. Buitenruimte wordt niet meegerekend met het oppervlak gemeenschappelijke ruimte, tenzij expliciete plekken zijn ingericht voor sport en recreatie (zoals sportvelden) dan wordt het oppervlak van de betreffende plekken meegeteld bij de gemeenschappelijke ruimte. (inter)Nationale werknemers Personen die op basis van een arbeidscontract of uitzendcontract al dan niet op projectbasis werkzaamheden verrichten. Kamerverhuurpand Zie definitie Huisvestingsverordening Regulier wonen het permanent bewonen van een woonruimte en daar het hoofdverblijf hebben, zoals bedoeld in de Wet Basis Registratie Personen (BRP) Verblijfseenheid Het geheel van meerdere onzelfstandige verblijfsruimten rondom één keuken en sanitairvoorziening binnen een complex. Onzelfstandige verblijfsruimte Een verblijfsruimte, binnen een complex, zonder eigen keuken of sanitair, geschikt voor het verblijven van maximaal 1 persoon. Zelfstandige verblijfsruimte Een verblijfsruimte, binnen een complex, met eigen keuken en sanitair, geschikt voor het verblijven van maximaal 2 personen. Vergelijkende toets Verdelingssystematiek voor schaarse vergunningen waarbij aanvragen binnen een zelfde ronde van een uitvraag met elkaar worden vergeleken op inhoudelijke gronden, met als doel het selecteren van de aanvragen welke het best scoren op de gestelde beoordelingscriteria. Woonbuurten Het geheel van aansluitende straten binnen het bestaand bebouwd gebied waar hoofdzakelijk gewoond wordt. Op de kaart in bijlage 1 zijn de woonbuurten in groen aangegeven Hoofdstuk2.Algemene bepalingen Artikel2.Huisvesting Er worden 2 huisvestingscategorieën onderscheiden, elk met 2 subcategorieën: Regulier wonen (categorie 1): bestemd voor personen die verwachten langer dan 4 maanden in Vlissingen te verblijven, onderverdeeld in: zelfstandige woonruimte (woningen) onzelfstandige woonruimte (kamerverhuurpanden) Complexgewijs verblijven (categorie 2): huisvesting in de vorm van logies bestemd voor (inter)nationale werknemers die verwachten korter dan 4 maanden in Vlissingen te verblijven, onderverdeeld in: binnen woonbuurten buiten woonbuurten Hoofdstuk3.Regulier wonen (categorie 1) Artikel3.Kwalitatieve randvoorwaarden Voor de kwalitatieve randvoorwaarden waar Regulier wonen (categorie 1) aan dient te voldoen wordt verwezen naar het vigerende Bouwbesluit en de gemeentelijke Huisvestingsverordening. Artikel4.Randvoorwaarden voor locatie en spreiding Voorliggende beleidsregels stellen geen randvoorwaarden voor de locatie en spreiding aan regulier wonen. Voor categorie 1b wordt voor randvoorwaarden met betrekking tot de locatie en spreiding verwezen naar de vigerende gemeentelijke Huisvestingsverordening. Hoofdstuk4.Complexgewijs verblijven (categorie 2) Artikel5.Kwalitatieve randvoorwaarden De huisvesting voor complexgewijs verblijven voldoet minimaal aan de meest actuele vereisten van het Keurmerk Normering Flexwonen. Een complex kan zowel zelfstandige als onzelfstandige verblijfsruimten bevatten; In een zelfstandige verblijfsruimte verblijven maximaal 2 personen; De minimale maat van zelfstandige verblijfsruimte bedraagt ten minste 18 m² per persoon. In een onzelfstandige verblijfsruimte verblijft maximaal 1 persoon; Maximaal 4 onzelfstandige verblijfsruimten vormen samen met de keuken en het sanitair één verblijfseenheid. Per verblijfseenheid is er 18 m² gebruiksvloeroppervlak per persoon beschikbaar, waarvan 12 m² privé. De overige 6 m² per persoon is ingevuld met gedeelde keuken, sanitair en verblijfsruimte (bijv. een woonkamer). Per complex dient minimaal 40 m² aan gemeenschappelijke ruimte aanwezig te zijn. Bij meer dan 25 personen in een complex wordt deze norm verhoogd met 1,5 m² voor elke persoon meer dan 25. In een complex is 24 uur per dag en 7 dagen in de week ter plaatse toezicht aanwezig. Per complex wordt een beheerplan opgesteld door de eigenaar en ter goedkeuring aan het college voorgelegd. Het beheerplan voldoet aan de volgende minimum vereisten: De wijze waarop 24/7 beheer, toezicht en bereikbaarheid (ook voor omwonenden) wordt georganiseerd. Per complex is een meertalig huisreglement aanwezig (waaronder in elk geval in het Engels), met bijbehorende sancties. De eigenaar is verplicht per complex een nachtregister bij te houden. Minimaal 1 keer per kwartaal wordt het overzicht overhandigd aan de gemeente. Tevens wordt een actueel nachtregister verstrekt op verzoek van de gemeente. Het gebruik van het complex mag er niet toe leiden dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het complex op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Daarbij wordt rekening gehouden met het karakter van de straat en de wijk, waarin het complex is of zal zijn gelegen, de aard ervan en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het complex. Artikel6.Algemene randvoorwaarden voor locatie en spreiding van complexen (categorie 2) De afstand tussen 2 complexen dient minimaal 200 meter te bedragen gemeten vanaf de perceelgrenzen. De afstand tussen een complex en een kamerverhuurpand bedraagt minimaal 100 meter, gemeten vanaf de perceelgrenzen. Parkeergelegenheid voor de gebruikers en medewerkers van een complex dient gerealiseerd te worden op eigen terrein. De parkeernorm bedraagt 0,7 parkeerplaats per in het complex verblijvend persoon. Artikel7.Randvoorwaarden voor complexen binnen woonbuurten (categorie 2a) Een complex in een woonbuurt kan maximaal 100 personen huisvesten. Per buurt mag het totaal aan personen in een kamerverhuurpand (categorie 1b) én personen in een complex (categorie 2a) niet meer zijn dan 5% van het aantal buurtbewoners. Een kaart met de buurtindeling is opgenomen in bijlage 1. Artikel8.Randvoorwaarden voor complexen buiten woonbuurten (categorie 2b) De omvang van een complex buiten een woonbuurt is maatwerk en wordt op voorhand niet gelimiteerd. Het college bepaalt in overleg met de initiatiefnemer de omvang op basis van de locatie en het huisvestingsconcept. Complexen gesitueerd buiten woonbuurten op locaties met een bestemming Bedrijventerrein (de rode gebieden op de kaart in bijlage 1) zijn altijd van tijdelijke aard, op basis van een afwijking van het bestemmingsplan. Hoofdstuk5.Vergunningvereiste voor complexen (categorie 2) Artikel9.De exploitatievergunning Om een complex (categorie 2) te kunnen exploiteren dient de exploitant in elk geval te beschikken over een exploitatievergunning (op grond van artikel 2:42, eerste lid, van de APV). Vanuit het oogpunt van het geordend woon- en leefklimaat in de gemeente Vlissingen hanteert het college voor de verlening van exploitatievergunningen voor complexen voor het verblijven van (inter)nationale werknemers een zogenaamd schaars vergunningstelsel: de exploitatievergunningen worden gelimiteerd in omvang en voor een bepaalde tijd verleend. De exploitatievergunning kan enkel worden verleend indien de bestemming geschikt is voor complexgewijze huisvesting (op grond van artikel 2.42 lid 2 onder a van de APV). Een complex voor de huisvesting van (inter)nationale werknemers kan worden gerealiseerd onder de bestemming ‘Horeca – logies voor (inter)nationale werknemers’. Voor de verdeling van de schaarse exploitatievergunningen voor complexen voor het verblijven van (inter)nationale werknemers hanteert het college van burgemeester en wethouders de verdelingsmethode van de ‘vergelijkende toets’. Hoofdstuk6.Selectieprocedure van initiatieven voor de realisatie van complexen (categorie 2) Artikel10.Kennisgeving beschikbare schaarse exploitatievergunningen voor complexgewijze huisvesting van (inter)nationale werknemers Verdeling van exploitatievergunningen De exploitatievergunningen worden in één of meerdere rondes uitgegeven, afhankelijk van de behoefte en rekening houdend met het geordend woon- en leefklimaat. Per ronde vindt de verdeling plaats via de verdelingsmethode van de ‘vergelijkende toets’. Middels deze methode vindt de voorselectie plaats van de initiatieven welke in principe in aanmerking komen voor de toekenning van een vergunning binnen de vigerende ronde. Ten behoeve van de voorselectie dienen initiatiefnemers een ontwerp-vergunningsaanvraag in, welke beoordeeld wordt op de criteria in beleidsregels. Na een positieve beoordeling in de voorselectie kan de formele vergunningsaanvraag plaatsvinden. Openbare kennisgeving: Het college maakt per verdelingsronde, voorafgaand aan de aanvraag-fase openbaar bekend voor welke omvang schaarse exploitatievergunningen voor complexen beschikbaar komen. De openbare kennisgeving c.q. oproep tot mededinging vindt in digitale vorm in elk geval plaats door uitgifte van een elektronisch gemeenteblad, alsmede op de gemeentelijke website www.vlissingen.nl en het gemeentelijke huis-aan-huis blad. Inhoud openbare kennisgeving De openbare kennisgeving zoals bedoeld onder 10.2 vermeldt in elk geval: de periode gedurende welke ontwerp-aanvragen kunnen worden ingediend (aanvraagtijdvak); de wijze waarop de ontwerp-aanvragen dienen binnen te komen; het geldende maximaal aantal te huisvesten personen in complexen (categorie 2) (de omvang van de beschikbare vergunning(en)); de ruimtelijke reikwijdte van de uitvraag; de methode aan de hand waarvan de beschikbare schaarse vergunning(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.