← Nederland

Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Meierijstad 2020 e.v. (Meierijstad)

Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Meierijstad 2020 e.v.Hoofdstuk1Begripsomschrijvingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen In dit besluit wordt verstaan onder: kleinschalig wooninitiatief: een woonsituatie op basis van een particulier initiatief waarbij minimaal drie en maximaal zesentwintig bewoners een persoonsgebonden budget als bedoeld in de wet ontvangen voor ondersteuning en hiervoor door bundeling van persoonsgebonden budgetten gezamenlijk de ondersteuning inkopen, én waarbij de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen, of op verschillende woonadressen binnen een straal van honderd meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten. Verordening: de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning Meierijstad. Alle begrippen die in dit besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Algemene wet bestuursrecht en de verordening. Hoofdstuk2Persoonsgebonden Budget Paragraaf1.controle en verantwoording PGB Artikel2.1Verantwoording en controle Iedere klant legt verantwoording af over (de besteding van) het persoonsgebonden budget. De klant hoeft van het persoonsgebonden budget 0,75% per jaar niet te verantwoorden, met dien verstande dat het verantwoordingsvrije bedrag minimaal € 125,- en maximaal € 625,- per jaar is. Bij beschermd wonen geldt er geen verantwoordingsvrij bedrag. De controle van de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college kan steekproefsgewijs plaatsvinden na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar. Paragraaf2Voeren van een huishouden Artikel2.2Persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden De omvang van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld in uren per week. Het bedrag van het persoonsgebonden budget voor ‘Hulp bij het huishouden’ bedraagt maximaal: € 27,96 per uur indien de klant een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). € 23,48 per uur indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die een lagere cao hanteert, inschakelt. € 18,45 per uur indien de klant iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Paragraaf3Het hebben van zelfregie over het dagelijkse leven, het hebben van dagstructuur en het ontlasten van mantelzorgers Artikel2.3Persoonsgebonden budget begeleiding Het bedrag van het persoonsgebonden budget voor begeleiding bedraagt maximaal: € 45,00 per uur indien de klant een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). € 38,25 per uur indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die een lagere cao hanteert, inschakelt. € 22,50 per uur indien de klant iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Artikel2.4Persoonsgebonden budget dagbesteding Het persoonsgebonden budget voor dagbesteding bedraagt maximaal: € 45,00 per dagdeel indien de klant een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). € 38,25 per dagdeel indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die een lagere cao hanteert, inschakelt. € 22,50 per dagdeel indien de klant iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Artikel2.5Persoonsgebonden budget kortdurend verblijf Het persoonsgebonden budget voor kortdurend verblijf bedraagt maximaal: € 101,00 per dag indien de klant een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). € 85,85 per dag indien de klant een zzp’er of zorgorganisatie die een lagere cao hanteert, inschakelt. € 30,00 per dag indien de klant iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Paragraaf4Normaal gebruik van de woning Artikel2.6Persoonsgebonden budget woonvoorzieningen Het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, verzekering en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. Het persoonsgebonden budget voor de verhuis- en inrichtingskosten bedraagt maximaal € 2.500,--in de vorm van een declaratie. Paragraaf5Verplaatsen in en om de woning Artikel2.7Persoonsgebonden budget rolstoelen Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, verzekering en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. Het persoonsgebonden budget voor een aanpassing van een rolstoel wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud en verzekering, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. Paragraaf6Lokaal verplaatsen per vervoermiddel Artikel2.8Persoonsgebonden budget vervoersvoorziening Het persoonsgebonden budget voor de vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, verzekering en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. Paragraaf7Onderhouden van sociale contacten Artikel2.9Sportvoorziening Een persoonsgebonden budget voor een sportvoorziening wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, verzekering en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden. Paragraaf8Beschermd wonen Artikel2.10Beschermd wonen Het persoonsgebonden budget voor beschermd wonen bedraagt maximaal: € 40.000 per jaar voor beschermd wonen all-inclusive. € 30.000 per jaar voor beschermd wonen thuis. € 16.000 per jaar voor beschermd wonen begeleid. De in het eerste lid genoemde bedragen worden opgehoogd met een bedrag van € 4.000 indien het pgb wordt besteed bij een kleinschalig wooninitiatief. De klant moet dit zelf aanvragen. Hoofdstuk3Kostprijs Artikel3.1Berekening kostprijs De kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woning- of autoaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening (bruikleen, huur of eigendom). Indien de maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woning- of autoaanpassing wordt gehuurd dan wordt er geen kostprijs berekend, maar geldt de eigen bijdrage van € 19,- per maand zolang de klant gebruik maakt van de maatwerkvoorziening. Indien de maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woning- of autoaanpassing bruikleen of eigendom wordt dan is de kostprijsberekening als volgt: Kostprijs van een traplift is de factuurprijs plus jaarlijkse onderhoud gedurende gemiddelde levensduur van 7 jaar plus 10% van de factuurprijs voor onvoorziene kosten, zoals reparaties, vervanging en schade gedurende gemiddelde levensduur van 7 jaar. Kostprijs van een woningaanpassing is de factuurprijs en de kosten van het bouwkundig advies van Chambers, indien de woningaanpassing wordt toegekend. Kostprijs van een autoaanpassing is de factuurprijs plus eventuele verzekeringskosten. Kostprijs voor vervoersvoorzieningen, anders dan Regiotaxi, is de factuurprijs plus jaarlijks onderhoud gedurende gemiddelde levensduur van 6 jaar plus 10% van de factuurprijs voor onvoorziene kosten, zoals reparaties, vervanging en schade gedurende gemiddelde levensduur van 6 jaar. Kostprijs voor inrichtings- en verhuiskosten is factuurprijs, in de vorm van een declaratie, en bedraagt maximaal € 2.500,--. De kostprijs voor de niet in lid 3 genoemde voorzieningen is bij de verstrekking van een voorziening in natura gelijk aan de prijs waarvoor de gemeente de voorziening in natura betrekt van een leverancier/aanbieder, inclusief eventuele verzekering-, reparatie- en onderhoudskosten. Klanten met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum, krijgen wel een eigen bijdrage (fictief) opgelegd door het Centraal Administratie Kantoor doch deze wordt in opdracht van de gemeente niet geïnd. Definitie inkomen: het bijdrageplichtig inkomen: verzamelinkomen van twee jaar geleden + 8% van de grondslag sparen en beleggen van dat jaar (conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015). Voor 2020 gelden de volgende inkomensgrenzen voor dit minimabeleid: Gezinssamenstelling Inkomensgrens Eenpersoonshuishouden jonger dan 65 jaar € 21.444 Eenpersoonshuishouden, ouder dan 65 jaar € 16.383 Meerpersoonshuishouden, jonger dan 65 jaar € 35.974 (overeenkomstig landelijke maatregel) Meerpersoonshuishouden, 65 jaar en ouder € 22.620 Hoofdstuk4Mantelzorgwaardering Artikel4.1Jaarlijkse blijk van waardering mantelzorgers Het college zal in nauw overleg met de Adviesraad Sociaal Domein Meierijstad bepalen waaruit de jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers bestaat. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel5.1Overgangsrecht De nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Meierijstad 2019 wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van dit besluit, met dien verstaande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van voorzieningen die vóór de inwerkingtreding van dit besluit zijn verstrekt, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. Artikel5.2Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2020. Artikel5.3Citeertitel Deze besluit wordt aangehaald als “Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Meierijstad 2020”. Het college, 12 november 2019

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.