Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp (Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2020) Hoofdstuk1Algemene bepalingen 1.Begripsbepalingen In dit Besluit wordt verstaan onder: Verordening: de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Midden-Delfland
(2019)maaltijdvoorziening 15,79 per maaltijd 24 uurs bereikbaarheid / onplanbare zorg 110,08 per periode Vervoer zonder rolstoel 12,27 per dag Vervoer met rolstoel 24,54 per dag Per periode (= 4 weken Het tarief voor een ontmoetingscentrum bedraagt € 49,99 per dagdeel. 2.4Tarief basisvoorziening huishoudelijke hulp Het uurtarief basisvoorziening huishoudelijke hulp bedraagt in 2020 € 22,
- Daarnaast int de aanbieder € 5 per uur bij de klant. Hoofdstuk3Eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen Jaarlijks bepaalt de Minister de maximale eigen bijdrage die gemeenten kunnen vragen bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening. 3.1Eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen 1.De eigen bijdrage is niet hoger dan de kostprijs en niet langer dan 10 jaar. 2.De eigen bijdrage wordt berekend per periode van een maand. 3.De eigen bijdrage wordt berekend en geïnd door het centraal administratiekantoor (Cak). 4.Voor een maatwerkvoorziening is geen eigen bijdrage verschuldigd indien: de maatwerkvoorziening bestaat uit een rolstoel; de kosten betrekking hebben op onderhoud, reparatie of aanpassing achteraf van de voorziening; de maatwerkvoorziening gerealiseerd wordt in een woongebouw waarvan de woning van belanghebbende onderdeel uitmaakt, én voor zover de voorziening betrekking heeft op het toe- en/of doorgankelijk maken van het woongebouw. 5.De eigen bijdrage mag niet worden betaald uit het pgb. 6.Als een maatwerkvoorziening wordt verstrekt voordat cliënt de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, gaat de eigen bijdrageregeling pas in vanaf de 18-jarige leeftijd. 3.2Eigen bijdrage bij materiële voorzieningen 1.Bij overname van een voorziening van een andere gemeente, vanwege verhuizing van de cliënt, is voor het overnamebedrag een eigen bijdrage verschuldigd. Het overnamebedrag wordt gebaseerd op de restwaarde van de voorziening. Het aantal periodes waarover de eigen bijdrage wordt berekend is afhankelijk van de leeftijd van de voorziening. De leeftijd wordt in mindering gebracht op het aantal periodes zoals in lid 3 beschreven. Dit geldt ook voor een voorziening verstrekt vanuit een pgb. 2.Bij een depot voorziening wordt de eigen bijdrage berekent over de restwaarde van de voorziening, vermeerderd met de herverstrekkingskosten en eventuele aanpassingskosten. Het aantal periodes waarover de eigen bijdrage wordt berekend is afhankelijk van de leeftijd van de voorziening. De leeftijd wordt in mindering gebracht op het aantal periodes zoals bij lid 3 van dit artikel beschreven. 3.De kostprijs van een maatwerkvoorziening in bruikleen, per periode van een maand, wordt in verhouding bepaald op basis van de vastgestelde levensduur en restwaarde van de maatwerkvoorziening, vermeerderd met de eventuele kosten voor aanpassing bij eerste levering van de voorziening. De totale kosten worden vervolgens gedeeld door het aantal periodes waarover de bijdrage wordt berekend. Dit is het bedrag dat maximaal aan eigen bijdrage voor die voorziening per periode wordt opgelegd. Hoofdstuk4Tegemoetkoming in de meerkosten 1.Binnen de Wmo is een tegemoetkoming in de meerskosten als maatwerkvoorziening mogelijk. Voor deze meerkostenregeling geeft de gemeente een beschikking af. De eisen om deze tegemoetkoming in de meerkosten te ontvangen is gelijk aan de eisen en kwaliteitsstandaarden van een maatwerkvoorziening. Deze regeling heeft onder andere als doel om administratieve handelingen te beperken. 2.Als de cliënt instemt met de tegemoetkoming in de meerkosten wordt het bedrag op zijn rekening gestort. Er is geen directe relatie tussen de hoogte van de tegemoetkoming in de meerkosten en de kosten van het geval waarop de tegemoetkoming betrekking heeft. De maximale hoogte voor de tegemoetkoming in de meerkosten worden berekend over de maanden van het jaar dat men recht heeft. 3.Indien de maatwerkvoorzienig bestaat uit het gebruik van een taxi of auto voor het lokale vervoer, dan kan een tegemoetkoming in de meerkosten worden verstrekt. Deze vergoeding wordt op declaratiebasis per kwartaal uitbetaald. De hoogte van deze tegemoetkoming bedraagt op jaarbasis: € 1.524,- per volledig jaar voor het gebruik van een taxi of (eigen)auto; € 2.232,- per volledig jaar voor het gebruik van een rolstoeltaxi. 4.Indien de maatwerkvoorziening bestaat uit een tegemoetkoming in de meerkosten voor verhuizing en herinrichting, kan een vergoeding worden verstrekt van maximaal € 2.500,-. 5.Als de maatwerkvoorziening bestaat uit een vergoeding voor het bezoekbaar maken van de woning, dan kan daarvoor een financiële tegemoetkoming worden verstrekt van maximaal € 2.300,-. 6.Indien de maatwerkvoorziening bestaat uit een individuele sportvoorziening, bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming in de meerkosten maximaal € 2.500,- waarin begrepen de kosten voor de aanschaf, het onderhoud, en reparatie. Deze voorziening wordt maximaal eenmaal per 3 jaar verstrekt en uitbetaald na ontvangst van de factuur. 7.Wanneer de situatie daartoe aanleiding geeft, kan in het kader van maatwerk afgeweken worden van de bedragen genoemd in lid 3, 4, 5 en 6 van dit hoofdstuk. Hoofdstuk5Maatwerkvoorzieningen 5.1Bruikleen of eigendom Voorzieningen worden in bruikleen verstrekt, tenzij het een bouwkundige woningaanpassing betreft. Bouwkundige woningaanpassingen worden in eigendom aan de woningeigenaar verstrekt. De woningeigenaar is zelf verantwoordelijk voor onderhoud, reparatie en het eventueel verwijderen van deze voorzieningen. Voorzieningen met een nieuwwaarde van minder dan € 500,- worden in eigendom verstrekt. In geen gevallen mag een cliënt wijzigingen aanbrengen in een voorziening in bruikleen, zonder toestemming van de gemeente. 5.2Woonvoorzieningen Hieronder zijn een aantal regelingen opgenomen met betrekking tot het wonen zoals woonvoorzieningen en woningaanpassingen. 1.Het primaat van verhuizen zoals bedoeld in § 4.1.1 en 4.1.2 van de beleidsregels Wmo wordt in principe opgelegd wanneer de totale kosten voor het aanpassen van de woning € 10.000,- of meer bedragen. 2.Indien een verhuizing de goedkoopst adequate voorziening is, maar de cliënt kiest ervoor niet te verhuizen, dan kan een financiële tegemoetkoming worden verstrekt voor een woonvoorziening, al dan niet van bouwkundige of woontechnische aard. De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt maximaal de hoogte van het primaat van verhuizen. Het college verleent een tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van een liftinstallatie indien die verstrekking heeft plaatsgevonden in het kader van de Wmo 2015, de WVG dan wel de Regeling Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten of de Beschikking Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten. De hoogte van de tegemoetkoming is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten. 5.3Algemeen gebruikelijke levensduur en woningsanering Wanneer de maatwerkvoorziening bestaat uit het vervangen van bijvoorbeeld de badkamer of gordijnen wordt er, bij het bepalen van de hoogte van de tegemoetkoming, gekeken naar de levensduur van de voorziening en de afschrijvingstermijn. Dit wordt hieronder verder uitgelegd. De algemeen gebruikelijke levensduur van het geheel of gedeeltelijk vervangen van een badkamer of keuken is vastgesteld volgens het Beleid Huurverhoging na Woningverbetering van de vereniging Overleg Voorzitters Huurcommissie. De normbedragen voor het vervangen van materialen ten behoeve van woningsanering zijn overgenomen vanuit het Besluit Wmo
- Voor sanering van gordijnen en vloerbedekking worden de volgende normbedragen per vierkante meter gehanteerd: Overgordijnen woonkamer: € 32,61 per m2 raamoppervlak Overgordijnen slaapkamer: € 23,38 per m2 raamoppervlak Vitrage woon- en slaapkamer: € 21,47 per m2 raamoppervlak Vloerbedekking woonkamer: € 17,40 per m2 vloeroppervlak Vloerbedekking slaapkamer: € 15,37 per m2 vloeroppervlak Bij het bepalen van de hoogte van de financiële tegemoetkoming wordt rekening gehouden met afschrijving van de te vervangen materialen op de volgende wijze: Voorziening Afschrijvingstermijn Percentage afschrijving p/j Badkamer 25 jaar 4% Keuken 15 jaar 6,5% Woningsanering 7 jaar 14% 5.4Tegemoetkoming in de meerkosten voor huurderving Het college kan in geval van huurbeëindiging van een aangepaste woning een financiële tegemoetkoming verlenen aan de woningeigenaar in verband met derving van huurinkomsten voor de duur van maximaal vijf maanden, gerekend vanaf de tweede maand van huurderving. De periode van vijf maanden, zoals genoemd, kan met ten hoogste drie maanden worden verlengd indien vaststaat dat binnen deze periode een belanghebbende voor de woning in aanmerking komt. De financiële tegemoetkoming is gelijk aan de kale huur van de woonruimte, zoals bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, en is ten hoogste de maximum huurgrens van de Wet op de huurtoeslag. Indien een woning ten gevolge van het realiseren van een woningaanpassing voor een nieuwe bewoner leeg staat, kan het college een financiële tegemoetkoming verlenen aan de eigenaar van de woonruimte voor de duur van maximaal vijf maanden, gerekend vanaf de tweede maand van huurderving. De financiële tegemoetkoming is gelijk aan de kale huur van de woonruimte, zoals bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, en is ten hoogste de maximum huurgrens van de Wet op de huurtoeslag. 5.5Vervoersvoorziening Indien de maatwerkvoorziening bestaat uit het reizen met het collectief vervoer (Regio Taxi pas), betaalt de cliënt voor een rit een tarief dat bestaat uit een opstaptarief en een bedrag per gereden zone. Het opstaptarief bedraagt € 0,
- Het geldende tarief voor de eerste vijf zones bedraagt € 0,70 per zone. Het tarief voor de resterende zones van de rit is gelijk aan het tarief dat wordt gehanteerd door Regiotaxi Haaglanden. Hoofdstuk6slotbepalingen Met ingang van 1 januari 2020 vervalt het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Midden-Delfland
- Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2020 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari
- Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland in de vergadering van 20 januari 2020.Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delflandde gemeentesecretaris, Martien Born de burgemeester,Arnoud RodenburgBijlage1Meerkosten bij een bouwkundige woningaanpassing Bij het vaststellen van de hoogte van het financiële tegemoetkoming/persoongebonden budget in de kosten van een bouwkundige woningaanpassing wordt rekening gehouden met de volgende kostensoorten: De aanneemsom (waarin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening; De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991; In gevallen dat het noodzakelijk wordt is een architect in te schakelen: het architectenhonorarium tot ten hoogste tien procent van de aanneemsom, met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1997 van de Bond van Nederlandse Architecten; De kosten van het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van twee procent van de aanneemsom; De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting; Renteverlies in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover dit verband houdt met de bouw dan wel het treffen van de voorziening; De kosten van het verwerven van extra bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet gebouwd kan worden binnen de oorspronkelijke kavel; De door burgemeester en wethouders schriftelijk goedgekeurde kostenverhogingen die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn; De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; De kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening. Bijlage2Hoogte onderhoud, reparatie en verzekeringskosten Categorie Type Bedrag per jaar Rolstoel Handbewogen rolstoel € 192,69 Elektrische rolstoel € 385,38 Vervoer Scootmobiel, pendel € 385,38 Fietsvoorziening € 256,92 Woonvoorziening Losse woonvoorzieningen € 192,69 Tillift € 385,38 Kindervoorzieningen Kindervoorzieningen € 385,38 Elektrische kinderrolstoel € 706,53 Let op: bovenstaande bedragen zijn exclusief btw. Bijlage3:De hoogte van het pgb voor beschermd wonen (op basis van de klasse en voor zover de zorg binnen beschermd wonen wordt uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon die niet behoort tot het sociale netwerk van de zorgvrager). Bruto bedragen per week exclusief Begeleiding groep en vervoer: Klasse 1 GGZ-C € 304,66 Klasse 2 € 534,33 Klasse 3 € 592,20 Klasse 4 € 750,25 Klasse 5 € 812,696 Klasse 6 € 1.109,94 Bruto bedragen per week inclusief Begeleiding groep exclusief vervoer Klasse 1 GGZ-C € 494,15 Klasse 2 € 723,93 Klasse 3 € 781,71 Klasse 4 € 939,75 Klasse 5 € 1002,45 Klasse 6 € 1299,44 Bruto bedragen per week inclusief Begeleiding groep en vervoer Klasse 1 GGZ-C € 516,79 Klasse 2 € 746,45 Klasse 3 € 904,33 Klasse 4 € 962,38 Klasse 5 € 1025,08 Klasse 6 € 1322,07