Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Culemborg houdende regels omtrent parkeren (Parkeerverordening 2012)De raad van de gemeente Culemborg gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van ... [datum en nummer]; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; gezien het advies van de afdeling Stadsontwikkeling en Vergunningen, handhaving en Juridischezaken ; B E S L U I T: vast te stellen de Parkeerverordening 2012 Afdeling I. Definities en begripsomschrijvingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens1990; motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990 aanhangwagens: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 nl: voertuigen die door een voertuig worden voortbewogen of kennelijk bestemd zijn om aldus te worden voortbewogen, alsmede opleggers; kampeervoertuig, een voertuig als dusdanig geregistreerd door de RDW parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer voor het verlenen van diensten op het gebied van telefonische betaling bestemd voor registratie van parkeerbewegingen en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9zh uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; is aangeduid door bord BW111 of BW111zb voor zover deze locaties op de vergunning zijn aangegeven vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen; vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend Huishouden: een op een woonadres woonachtige eenheid van één of meer in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven inwoners van de gemeente. autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder van autodate voertuigen; autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate. Elektrisch voertuig: voertuig dat afhankelijk is van een stroomvoorziening om bij/op te laden ten behoeve van de aandrijving Afdeling II. Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en vergunningbewijzen Artikel2 1.Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3, derde lid. 2.Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan. Artikel3 Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen. Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning. Een vergunning kan worden verleend aan: een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie I), met dien verstande dat per huishouden maximaal twee vergunningen kunnen worden verstrekt; een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (categorie II); een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie III) De eigenaar of houder van een motorvoertuig aan artikel 3 lid 2 a en lid 2 b wordt voor wat betreft de eerste aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden aan de onder lid 2 a, genoemde voorwaarde. In afwijking van het tweede lid wordt geen parkeervergunning verstrekt voor een kampeervoertuig. In afwijking van het tweede lid wordt geen vergunning verstrekt voor voertuigen zoals bedoeld in de APV artikel 5:2, 5:3, 5:4, 5:8, 5:9 en 5:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.