Beleidslijn toepassing Wet Bibob Borger-Odoorn 2020Het college van burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn en de burgemeester van Borger-Odoorn, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; Overwegende, dat de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur hen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van hun uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden; Gelet op: het bepaalde in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluiten vast te stellen de Beleidslijn voor de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 2020 gemeente Borger-Odoorn, welke als volgt komt te luiden: Beleidslijn voor de toepassing van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 2020 gemeente Borger-Odoorn Hoofdstuk1:Algemeen Artikel1.1Begripsomschrijvingen 1.De definities in artikel 1, eerste lid van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidslijn; 2.In deze beleidslijn wordt verstaan onder: Wet Bibob de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; rechtspersoon met een overheidstaak: de gemeente Borger-Odoorn; bestuursorgaan de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borger-Odoorn; APV De Algemene Plaatselijke Verordening 2014-I van de gemeente Borger-Odoorn; (GERESERVEERD) amvb algemene maatregel van bestuur; Wabo de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; RIEC Regionaal Informatie en Expertise Centrum; Het Bureau het Landelijk Bureau Bibob; Bibob-toets het onderzoek en de beoordeling door het bestuursorgaan en/of het Bureau of, en zo ja in hoeverre sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 3, artikel 4 en artikel 9 van de Wet Bibob; eigen onderzoek het onderzoek door het bestuursorgaan of, en zo ja, in hoeverre sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 3, artikel 4 en artikel 9 van de Wet Bibob en de beoordeling of in de resultaten van dit onderzoek grond is gelegen voor de betrokkene een negatieve beslissing te nemen dan wel een advies bij het Bureau aan te vragen; handelaren handelaren als bedoeld in artikel 437, eerste lid Wetboek van Strafrecht: opkopers en handelaren in gebruikte of ongeregelde goederen, platina, goud, zilver, edelstenen, uurwerken, kunstvoorwerpen, auto’s, motorfietsen, fietsen, foto-, film-, radio-, audio- en videoapparatuur en apparatuur van automatische registratie. Artikel1.2Toepassing beleidslijn Onderhavige beleidslijn is uitsluitend van toepassing op de toepassing van de Wet Bibob door de rechtspersoon met een overheidstaak en het bestuursorgaan. De beleidslijn laat dus onverlet dat binnen de grenzen van de wet op andere wijze een integriteitstoets wordt uitgevoerd en dat de uitkomsten daarvan bij verdere besluitvorming worden betrokken. Artikel1.3Uitvoering Bibob-toets in afwijking van beleidslijn Deze beleidslijn laat onverlet dat al dan niet in afwijking van de hierna volgende bepalingen tot uitvoering van een Bibob-toets kan worden besloten indien de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven. Hoofdstuk2:Publiekrechtelijke beschikkingen Artikel2.1Vergunning Drank- en horecawet Ingeval van een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet zal het bestuursorgaan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien: a.sprake is van nieuwe vestiging van een horecabedrijf in de zin van de Drank- en Horecawet; b.sprake is van een overname of van een wijziging van een exploitant en/of leidinggevende van een horecabedrijf in de zin van de Drank- en Horecawet; c.een voorafgaande aanvraag door de vorige aanvrager is ingetrokken na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets; d.een voorafgaande aanvraag na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets is geweigerd of buitenbehandeling is gesteld; e.op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau, en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of indirect leiding geven en/of direct of indirect zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners. f.een bij de aanvraag betrokkene in de voorliggende twee jaren voorwerp van onderzoek is geweest van het Bureau. Artikel2.2 (gereserveerd) Artikel2.3Exploitatie prostitutie- of escortbedrijf Ingeval van een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in hoofdstuk 3 van de APV (vergunning prostitutie- of escortbedrijf) zal het bestuursorgaan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien: a.sprake is van nieuwe vestiging van een prostitutie- of escortbedrijf; b.sprake is van een overname of van een wijziging van een exploitant en/of beheerder van een prostitutie- of escortbedrijf; c.een voorafgaande aanvraag door de vorige aanvrager is ingetrokken na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets; d.een voorafgaande aanvraag na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets is geweigerd of buitenbehandeling is gesteld; e.op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau, en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of indirect leiding geven en/of direct of indirect zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners. f.een bij de aanvraag betrokkene in de voorliggende twee jaren voorwerp van onderzoek is geweest van het Bureau. Artikel2.4Vergunning evenement Ingeval van een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2:25 van de APV (evenementenvergunning) zal het bestuursorgaan in beginsel uitvoering geven aan een Bibob-toets indien: a.op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau, en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of indirect leiding geven en/of direct of indirect zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners. b.een bij de aanvraag betrokkene in de voorliggende twee jaren voorwerp van onderzoek is geweest van het Bureau. Artikel2.5Omgevingsvergunning bouw 1.Ingeval van een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo zal het bestuursorgaan in beginsel uitvoering geven aan een Bibob-toets indien één of meer van de volgende criteria op de aanvraag van toepassing is: De aanvraag heeft betrekking op een bouwsom hoger dan € 750.000,–; De aanvraag heeft betrekking op één of meer van de volgende risicocategorieën: horecabedrijven; prostitutie-, escort- en overige seksbedrijven; sportscholen en fitnesscentra; wellnessbranche (massage- en beautysalons, nagel- en zonnebankstudio’s); autobranche (autohandel, garages, lease- en verhuurbedrijven en autodemontage); opkopers en handelaren in gebruikte of ongeregelde goederen; belwinkels; afvalbranche (inzameling, opslag, bewerking, scheiding en/of doorvoer van afvalstoffen; co-vergisters ; mestvergisters); de branche die in de volksmond bekend staat als ‘zorgboerderijen’; een andere risicocategorie die door het bestuursorgaan als zodanig is aangewezen en bekend gemaakt. De aanvraag betrekking heeft op een geografisch gebied dat door het bestuursorgaan als zodanig is aangewezen en bekend gemaakt. 2.Ingeval van een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo zal het bestuursorgaan voorts in beginsel uitvoering geven aan een Bibob-toets indien op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau, en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of indirect leiding geven en/of direct of indirect zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners. een bij de aanvraag betrokkene in de voorliggende twee jaren voorwerp van onderzoek is geweest van het Bureau; 3.In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid zal het bestuursorgaan in beginsel geen uitvoering geven aan een Bibob-toets indien de aanvraag voor een beschikking als bedoeld in het eerste lid afkomstig is van (semi-)overheidsinstanties, toegelaten woning(bouw)corporaties als bedoeld in artikel 18a Woningwet danwel een door het college bij (specifiek) besluit aangewezen aanvrager. Artikel2.6Omgevingsvergunning milieu 1.Ingeval van een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Wabo die betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van die wet (omgevingsvergunningen inrichtingen Wet Milieubeheer) en die behoort tot de afvalbranche of voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder i van de Wabo die betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij amvb op grond van artikel 2.17 van de Wabo is bepaald dat de beschikking in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob kan worden geweigerd (omgevingsvergunning beperkte milieutoets) en waarbij sprake is van de onder de categorie afvalstoffen vermelde activiteiten autodemontage, banden van voertuigen, kunststofafval, medisch en hygiënisch afval, mengen van afval in de betonindustrie en/of schroot. zal het bestuursorgaan in beginsel uitvoering geven aan een Bibob-toets. 2.Indien een aanvraag als bedoeld in het eerste lid aanhef en onder a of b betrekking heeft op een andere branche dan genoemd in het eerste lid onder a respectievelijk een andere activiteit dan genoemd in het eerste lid onder b zal het bestuursorgaan alleen overgaan tot het uitvoeren van een Bibob-toets indien: op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau, en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of indirect leiding geven en/of direct of indirect zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners. een bij de aanvraag betrokkene in de voorliggende twee jaren voorwerp van onderzoek is geweest van het Bureau; 3.In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid zal het bestuursorgaan in beginsel geen uitvoering geven aan een Bibob-toets indien de aanvraag voor een beschikking als bedoeld in het eerste lid afkomstig is van (semi-) overheidsinstanties. Artikel2.7Reeds verleende beschikkingen Ingeval van een reeds verleende beschikking kan het bestuursorgaan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien: a.De reeds verleende beschikking betrekking heeft op een risicocategorie of risicogebied dat als zodanig is aangewezen en bekend gemaakt. b.op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau, en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of indirect leiding geven en/of direct of indirect zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen binnen haar organisatie of bij hierboven vermelde partners. c.bekend wordt, dat tegen betrokkene in een andere gemeente bij een Bibob-toets een ernstig gevaar is geconstateerd en aan betrokkene alhier een soortgelijke beschikking is verstrekt. In geval aan betrokkene in meerdere gemeenten binnen het samenwerkingsverband RIEC eerder al een beschikking is verleend, wordt het RIEC verzocht om de Bibob-toets te coördineren. Artikel2.8Subsidies 1.Ingeval van een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in de Algemene subsidieverordening Borger-Odoorn 2017 of een reeds op grond van de Algemene subsidieverordening Borger-Odoorn 2017 verleende subsidie kan het bestuursorgaan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau, en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of indirect leiding geven en/of direct of indirect zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen binnen haar organisatie of bij hierboven vermelde partners. 2.Het bestuursorgaan kan voorts uitvoering geven aan een Bibob-toets indien de aanvraag of een reeds verleende subsidie betrekking heeft op een risicogebied of een bepaald type subsidie dat als zodanig is aangewezen en bekend gemaakt. Hoofdstuk3:Privaatrechtelijke transacties Artikel3.1Aanbestedingen 1.De rechtspersoon met een overheidstaak kan een Bibob-toets uitvoeren met betrekking tot alle overheidsopdrachten in de zin van de Europese aanbestedingsrichtlijnen of de Aanbestedingswet voor zover deze overheidsopdrachten vallen binnen de reikwijdte van de Wet Bibob. 2.De rechtspersoon met een overheidstaak kan in ieder geval een Bibob-toets uitvoeren indien op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau, en/of informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob, vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de gegadigde en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of indirect leiding geven en/of direct of indirect zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. De rechtspersoon met een overheidstaak kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners. een bij de aanbesteding betrokken gegadigde en/of met hem in verband te brengen personen in de voorliggende twee jaren voorwerp van onderzoek is geweest van het Bureau. 3.De rechtspersoon met een overheidstaak kan in iedere fase van een aanbesteding ter zake een overheidsopdracht als in het eerste lid van dit artikel bedoeld, een Bibob-toets uitvoeren. Derhalve kunnen aan een Bibob-toets worden onderworpen zowel degenen die de rechtspersoon met een overheidstaak voornemens is te selecteren tot een volgende fase van de aanbesteding, dan wel degene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.