BEVELIGINGSRICHTLIJN BASISREGISTRATIE PERSONEN GEMEENTE BRUMMEN Kenmerk Z041084 / D320943 HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE BRUMMEN, Hebben besloten: De beveiligingsrichtlijn Basisregistratie Personen en de Regeling beheer en toezicht Basisregistratie Personen vast te stellen. Beveiligingsrichtlijn Basisregistratie Personen Algemeen De beveiligingsrichtlijn Basisregistratie Personen (Beveiligingsrichtlijn BRP) is een aanvulling op het algemene informatiebeveiligingsbeleid en geeft invulling aan specifieke eisen ten aanzien van het vakgebied. Het college van burgemeester en wethouders stelt in verband met de beveiliging van de Basisregistratie Personen (BRP) de beveiligingsrichtlijn BRP vast. De wetgever stelt in de Wet Basisregistratie Personen (BRP) eisen aan de beveiliging van de uitvoeringsprocessen voor de BRP. Het verantwoordelijke bestuursorgaan voor de BRP is het college van burgemeester en wethouders. Het verantwoordelijke bestuursorgaan dient jaarlijks te rapporteren over de mate waarin en de wijze waarop wettelijke regelgeving wordt gehandhaafd. Aan de getroffen beveiligingsmaatregelen dient een richtlijn aangaande informatiebeveiliging ten grondslag te liggen. De uitgangspunten en beveiligingsprocedures die invulling aan de gestelde eisen moeten geven zijn in deze richtlijn opgenomen. Dit document maakt onderdeel uit van het opgestelde Informatiebeveiligingsbeleid en vormt de basis voor de uit te voeren procedures. Op grond van artikel 4.3 van de Wet BRP dient het informatiebeveilingsbeleid BRP operationeel te zijn. De beveiligingsrichtlijn BRP wordt operationeel door het benoemen van medewerkers die belast zijn met onderscheidende, uitvoerende, en controlerende taken, evenals het beschrijven van de meest fundamentele werkprocedures binnen dit kader. Deze zijn vastgelegd in de Regeling beheer en toezicht BRP, respectievelijk het Handboek procedures Basisregistratie Personen. Inleiding Op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is de gemeente Brummen verplicht tot het verzorgen van beveiligingsmaatregelen rondom de verwerking van persoonsgegevens in alle bedrijfsprocessen. De gemeentelijke BRP processen zijn niet de enige processen waarvoor tevens in wetten of reglementen staat voorgeschreven, dat het treffen van beveiligingsmaatregelen noodzakelijk is. De gemeente verwerkt persoonsgegevens ook binnen tal van andere processen, waarbij evengoed wettelijke regels kunnen gelden. Het gemeentebrede “Informatiebeveiligingsbeleid gemeente Brummen” bevat kaders en richtlijnen voor informatiebeveiliging, noodzakelijk om de totale bedrijfsvoering van de gemeente Brummen te beveiligen. De beveiligingsrichtlijn BRP is een aanvulling op het gemeentebrede informatie-beveiligingsbeleid, maar is voor wat betreft algemene beveiligingsmaatregelen afgestemd op de inhoud van de voor gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk vastgestelde Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De Wet Basisregistratie Personen (Wet BRP) is de grondslag voor de basisregistratie persoons-gegevens en vervangt de Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA). De Wet BRP schrijft vernieuwing van de ICT-infrastructuur voor, waardoor het op termijn mogelijk moet worden om plaats onafhankelijke dienstverlening aan burgers te kunnen verlenen. Sommige door de Wet BRP voorgeschreven wijzigingen kunnen pas worden doorgevoerd als voorgestelde nieuwe ICT-voorzieningen in gebruik zijn genomen. Het realiseren van de nieuwe ICT-voorzieningen gebeurde aan de hand van het programma “Operatie BRP”. Op 5 juli 2017 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) besloten om de Operatie BRP ordentelijk af te bouwen en te beëindigen. Totdat nieuwe ICT-voorzieningen zijn opgeleverd, blijven gemeenten (gedeeltelijk) de ICT-voorzieningen van de GBA gebruiken. Deze oude voorziening wordt aangeduid als ‘gemeentelijke voorziening’. Totstandkoming, implementatie en evaluatie Totstandkoming Ten behoeve van de totstandkoming van de beveiligingsrichtlijn BRP, is er periodiek overleg tussen de privacybeheerder BRP, de beveiligingsbeheerder BRP en de informatiebeheerder BRP. De aanwijzing van deze functionarissen en de omschrijving van hun specifieke taken binnen het informatiebeveiligingsbeleid BRP zijn opgenomen in de Regeling beheer en toezicht Basisregistratie Personen. De leden van deze overleggroep hebben een sleutelrol in het beheer van de gemeentelijke voorziening. Uitvoering en evaluatie Informatiebeveiliging is pas effectief als dit op een gestructureerde manier wordt georganiseerd en de betrokken actoren de hun toegewezen taken op correcte wijze uitvoeren. Beleidsdoelstellingen zijn bepalend voor de invulling van het informatiebeveiligingsbeleid en in de Beveiligingsrichtlijn BRP zijn deze doelstellingen specifiek gericht op de BRP. Medewerkers moeten (o.a. tijdens werkoverleggen) bij de implementatie en ontwikkeling van het opgestelde beleid worden betrokken en zijn mede verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid. Op basis van hun rollen en taken binnen de organisatie worden verantwoordelijkheden aan hen toegewezen. De controller informatiebeveiliging heeft hierbij als taak om vast te stellen of er bij de uitvoering van deze taken sprake is van het naleven van de opgestelde procedures. De beveiligingsrichtlijn BRP bevat een stelsel van procedures en maatregelen die bestemd zijn voor toepassing in de dagelijkse praktijk. De betreffende procedures op het gebied van de BRP moeten periodiek worden bezien op actualiteit. In deze richtlijn zijn daarom duidelijke afspraken vastgelegd over de verantwoordelijkheid voor de handhaving en naleving van getroffen maatregelen en procedures. De beveiligingsrichtlijn BRP wordt jaarlijks geëvalueerd door de beveiligingsbeheerder, in overleg met de privacybeheerder en de informatiebeheerder. De beveiligingsbeheerder controleert ook of de bij de richtlijn opgenomen procedures nog steeds relevant en actueel zijn en stelt deze indien nodig bij. De gewijzigde procedures worden vastgesteld door de procesmanager Inwonerszaken. De gewijzigde richtlijn wordt, met de vastgestelde procedures, ter kennisgeving aangeboden aan het OT en wordt vervolgens ter vaststelling aangeboden aan het college van burgemeester en wethouders. Alle medewerkers van de gemeente Brummen worden via de gebruikelijke interne kanalen geïnformeerd over wijzigingen binnen de beveiligingsrichtlijn en aanpassingen binnen maatregelen of procedures over informatiebeveiliging. Indien nodig kan dit ook via het reguliere werkoverleg plaatsvinden. Het gehele beleid dient minimaal eenmaal per raadsperiode te worden herijkt. Beleidsuitgangspunten Informatiebeveiliging De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) vormt het normenkader waaraan de beschikbaarheid, integriteit, vertrouwelijkheid en controleerbaarheid van gemeentelijke informatie(systemen) dient te voldoen. De BIO is een richtlijn die een totaalpakket aan informatiebeveiligingsmaatregelen omvat dat voor iedere overheid in Nederland geldt. Voor specifieke maatregelen is in onderhavige BIO ook gebruik gemaakt van onder andere de AVG, de SUWI-wet, BRP, BAG en PUN. De beveiligingsrichtlijn BRP is afgestemd op de inhoud van de BIO, en is daarnaast gebaseerd op regelgeving zoals die vermeld wordt in de in de aparte hoofdstukken van dit plan. Beleidsdoelstelling Het gemeentebestuur van de gemeente Brummen neemt zich ten aanzien van de informatiebeveiliging voor, om beveiligingsmaatregelen te treffen die de continuïteit van de bedrijfsvoering moeten garanderen. De getroffen maatregelen vallen uiteen in fysieke, organisatorische en logische maatregelen. De verschillende soorten maatregelen richten zich in ieder geval op beschikbaarheid, integriteit, vertrouwelijkheid van gegevens en de controleerbaarheid van de gemeentelijke bedrijfsprocessen. Deze doelstelling geldt ten aanzien van alle gegevensverwerkende processen waarvoor het gemeentebestuur van de gemeente Brummen de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt. Op het gebied van de BRP en waardedocumenten neemt zij daarbij de algemene en specifieke eisen van het wettelijk kader als uitgangspunt. Wettelijk kader verwerking persoonsgegevens De AVG vormt het algemeen kader voor de verwerking van persoonsgegevens. De AVG stelt dat overheden hiervoor passende technische en organisatorische maatregelen moet nemen. Buiten het algemeen kader van de AVG dient het gemeentebestuur ook rekening te houden met de beveiligingseisen die andere wetten stellen. Voor de beveiligingsrichtlijn BRP is dat de Wet BRP. De autoriteit Persoonsgegevens (AP) kan de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in de BRP, het college van burgemeester en wethouders, aanspreken op het niveau van de maatregelen voor de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens en de wijze waarop het stelsel van maatregelen is geïmplementeerd en wordt nageleefd. Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden De bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de beveiligingsrichtlijn BRP ligt bij het college van B en W. Beveiliging op ambtelijk niveau betreft de verantwoordelijkheid van alle leden van het Ondersteuningsteam (OT). Het OT bepaalt binnen de gegeven bestuurlijke kaders de koers van het ambtelijk apparaat. De informatiebeheerder is verantwoordelijk voor de inrichting, organisatie en uitvoering van het informatiebeveiligingsbeleid op het gebied van de persoonsinformatievoorziening. De informatiebeheerder is in het bijzonder verantwoordelijk voor de opstelling, actualisering en uitvoering van de beveiligingsrichtlijn BRP. De Chief Information Security Officer (CISO) is op gemeentelijk niveauverantwoordelijk voor de informatiebeveiliging. De CISO is verantwoordelijk voor het opstellen en actualiseren van het gemeentebrede informatiebeveiligingsplan en het gezamenlijk met de proceseigenaren afstemmen van de beveiligingsmaatregelen op procesniveau. De controller informatiebeveiliging is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de beveiligingsmaatregelen en –procedures van de beveiligingsrichtlijn BRP en ziet erop toe dat eens per jaar gecontroleerd wordt of de nog te nemen maatregelen gerealiseerd zijn. Deze rol is vastgelegd in de Regeling Beheer en Toezicht BRP. Ook de verantwoordelijkheden van de rollen en/of functies van de gegevensbeheerder, privacybeheerder, applicatiebeheerder, systeembeheerder en beveiligingsbeheerder, zijn vastgelegd in de Regeling beheer en Toezicht BRP. Passende technische en organisatorische maatregelen Welk niveau van technische en organisatorische maatregelen passend is, wordt bepaald door de risicoklasse waarin de persoonsgegevens worden ingedeeld en de context waarbinnen de gegevens worden verwerkt. De in de BRP vastgelegde persoonsgegevens zijn op grond van de door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gehanteerde classificatie ingedeeld in risicoklasse II (verhoogd risico). Dat wil zeggen er bestaan in vergelijking met het basisniveau van risicoklasse I extra negatieve gevolgen voor de betrokkene bij verlies, onbehoorlijke of onzorgvuldige verwerking van de persoonsgegevens. De indeling in deze risicoklasse komt voort uit de aard van de gegevensverwerking in de BRP: de gegevens die worden verwerkt hebben betrekking op de gehele bevolking van de gemeente Brummen. De BRP is conform de classificatiematrix van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) ingedeeld in de categorie “hoog” op de aspecten vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid. De maatregelen die worden getroffen dienen in lijn te zijn met dit classificatieniveau. Een passend beveiligingsniveau Een adequaat niveau van beveiliging van persoonsgegevens kan worden bereikt door het treffen van een stelsel van technische en organisatorische maatregelen, waarvan het niveau aansluit bij de risico’s welke verbonden zijn aan de gedefinieerde risicoklasse. Kwaliteitsaspecten Het Informatiebeveiligingsbeleid omvat een verzameling van strategische uitgangspunten waarin de bestuurlijke en ambtelijke top eendrachtig duidelijk maken aan het tactisch en operationeel niveau welke gedragslijn de gemeente Brummen dient te volgen om te komen tot een adequate informatiebeveiliging. Het maken en vaststellen van beveiligingsbeleid biedt nog geen garantie voor een goede werking. Hiervoor is het nodig dat de uitgangspunten in het Informatiebeveiligingsbeleid concreet worden geformuleerd. Door middel van controles op de uitvoering dient het directieteam vast te stellen of de maatregelen werken. Evaluatie van het beleid dient vervolgens plaats te vinden om na te gaan of het beleid nog steeds aansluit op de organisatie en of de juiste maatregelen zijn getroffen. De beveiliging van persoonsgegevens kent vier kwaliteitsaspecten, namelijk: 1: Beschikbaarheid. De persoonsgegevens en de daarvan afgeleide informatie moeten zonder belemmeringen beschikbaar zijn in overeenstemming met de daarover gemaakte afspraken en de wettelijke voorschriften. Beschikbaarheid wordt gedefinieerd als de ongestoorde voortgang van een gegevensverwerking. 2: Integriteit. De persoonsgegevens moeten in overeenstemming zijn met het afgebeelde deel van de werkelijkheid en niets mag ten onrechte worden achtergehouden of zijn verdwenen. 3: Vertrouwelijkheid. Uitsluitend bevoegde personen hebben toegang tot en kunnen gebruik maken van persoonsgegevens. 4: Controleerbaarheid. Een regelmatige controle op uitvoering van de beheermaatregelen is noodzakelijk om vast te stellen of deze goed werken. Daarom is controleerbaarheid (auditability, assurance, audit trails) van groot belang. Controleerbaarheid is de mogelijkheid om (achteraf) vast te stellen hoe de informatievoorziening en haar componenten is gestructureerd en gebruikt. De gemeente Brummen hanteert voor deze kwaliteitsaspecten de volgende normen: Norm voor beschikbaarheid Het college van B en W en het directieteam zijn zich ervan bewust dat de bedrijfsvoering geheel stil komt te staan als de informatievoorziening wordt gestaakt en een aantal bedrijf kritische applicaties niet meer functioneren. Dit geldt onder andere en in het bijzonder voor de informatievoorziening vanuit de BRP. Het functioneren van de BRP is cruciaal tijdens de openingstijden voor het publiek. Voor de continuïteit van de bedrijfsvoering is het noodzakelijk dat de gemeente voorzieningen treft, die onverhoopte storingen binnen het landelijke systeem kunnen opvangen. Dit betreft voorzieningen die betrekking hebben op de gegevensbestanden, netwerkverbindingen en lokale systemen. De eerstkomende jaren zal de BRP nog worden uitgevoerd met behulp van de lokale voorzieningen die gebaseerd zijn op de Wet GBA. Voor deze voorzieningen geldt dat een uitval nooit langer mag duren dan 48 uur. Er dienen adequate voorzieningen te zijn getroffen om ook in geval van calamiteiten, na maximaal 48 uur de dienstverlening aan de burger en aan andere bestuursorganen te kunnen hervatten. Norm voor integriteit De technische en organisatorische inrichting van de gemeentelijke informatiesystemen zijn zodanig van aard en opzet, dat de gegevens daarbinnen volledig, juist, en actueel zijn. De verantwoordelijke personen en afdelingen binnen de gemeentelijke organisatie treffen de benodigde maatregelen om dit zeker te stellen. Het is niet te voorkomen dat gegevens fouten bevatten. Een BRP-bestand zonder fouten is een nobel streven, maar het is niet realistisch om dit als concrete eis te stellen. Ten behoeve van het evaluatie instrument zijn kwaliteitsindicatoren opgesteld over de gegevens die in de BRP zijn opgenomen. Deze indicatoren zijn gebaseerd op het Logisch Ontwerp en op geldende regelgeving. Aan de hand van kwaliteitsindicatoren wordt bepaald in hoeverre de vastgelegde gegevens voldoen aan de vastgestelde eisen. De kwaliteitsindicatoren meten niet de overeenstemming van de BRP-gegevens met de 'feitelijke werkelijkheid'. Bij de uitgangspunten voor de beoordeling van de kwaliteitsindicatoren wordt onderscheid gemaakt tussen zes klassen: Klasse Omschrijving Norm
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.