← Nederland

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Langedijk houdende regels omtrent Bomenbeleidsplan Gemeente Langedijk (Langedij

Obsah (5)§ 3§ 5§ 7§ 2§ 8

lege van burgemeester en wethouders van de gemeente Langedijk houdende regels omtrent Bomenbeleidsplan Gemeente LangedijkDEEL I

LEIDING EN UITGANGSPUNTEN 1Inleiding 1.1Context Dit plan is opgesteld voor de gemeentelijke en particuliere monumentale en bijzondere houtopstanden

de bebouwde kom en het buitengebied van de gemeente Langedijk. De gemeente wil de bestaande bomen behouden en beschermen.

dit bomenbeleidsplan zijn uitgangspunten gecreëerd voor een duurzame

standhouding van het bomenbestand. De gemeente Langedijk heeft een karakteristieke ruimtelijke ontwikkeling. Een langgerekt bebouwingslint rijgt de dijkdorpen Oudkarspel, Noord- en Zuid-Scharwoude en Broek op Langedijk en het geestdorp Sint Pancras aaneen. Dit historische lint vormt als het ware de ruggengraat van de gemeente. Aan beide zijden van het beeldbepalende historische lint zijn nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen ontstaan. Langedijk koestert haar historie en het dorpse, landelijke karakter van de gemeente. Dit vraagt om een visie op de bomenstructuur, richtlijnen voor nieuwe ontwikkelingen en praktische handvatten voor boombescherming en boombeheer. Daarnaast vindt het College van B&W de bomen

de gemeente belangrijk.

het collegeprogramma “Samen verantwoordelijk” 2014-2018 is als beleidsdoel de uitbreiding met minimaal 2% van het bomenbestand opgenomen. De kosten die hiermee zijn gemoeid passen binnen de huidige exploitatie.

het coalitieakkoord is de volgende zin opgenomen: “De coalitie is voorstander van het aanplanten van bomen en (parkachtig)groen, zodat de omgeving wordt verfraaid en een bijdrage aan de reductie van CO2 plaatsvindt”. Bomen bepalen voor een belangrijk deel het groene uiterlijk van de gemeente Langedijk en leveren een bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving. Hoe de gemeente omgaat met de

richting en het beheer van de bomen is afhankelijk van de volgende aspecten: Fysieke situatie: wat is gewenst op basis van de bodem, grondsoort, groeiruimte en omgeving en wat is de vitaliteit en technische kwaliteit van de bestaande bomen? Gebruikswaarde: welke functie vervult de boom? Natuurwaarde: hoe kan de boom bijdragen aan de ontwikkeling van

heemse flora en fauna en het verhogen van natuurwaarden? Cultuurhistorie: waarom staat een bepaalde boom op een bepaalde plaats en wat is de karakteristiek van het stedenbouwkundig ontwerp (binnen de bebouwde kom) en de (agrarische) gebruikscultuur

het buitengebied. Welke bijzondere betekenis heeft een boom voor de

woners van Langedijk? Duurzaamheid en toekomstwaarde: hoe kan voor de boom een optimale levensduur gerealiseerd worden? Belevingswaarde: Hoe draagt de boom bij aan de beleving van de omgeving voor wonen, werken en recreëren? 1.2Doel en

houd van het bomenbeleid Onderwerp van het bomenbeleid Het bomenbeleidsplan betreft alle bomen

de gemeente Langedijk en geeft specifieke richtlijnen voor de bomen die

eigendom en/of beheer zijn van de gemeente. Een aparte groep zijn de monumentale en bijzondere houtopstanden, waarvan een deel

eigendom van particulieren is. Het bomenbeleid geeft richting aan toekomstige boomstructuren, zowel binnen bestaande als

nieuw te ontwikkelen gebieden. Ook geldt het bomenbeleid voor boomzones waar bomen een onderdeel van uitmaken. Doelen beleidsplan Het bomenbeleid heeft als doel de kwaliteit van de leefomgeving, de beeldkwaliteit en het dorpse karakter

de gemeente te handhaven en te bevorderen. Het beleid is daarnaast gericht op een toename van de natuurwaarde en duurzaamheid. Het beleidsplan geeft richting aan de manier waarop de gemeente met bomen omgaat. Het beleid voor bomen sluit aan op de cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische en architectonische waarde en houdt rekening met gebruikswaarde en toekomstige waarde.

het beleid wordt een hoofdboomstructuur onderscheiden die aansluit op de belangrijkste landschappelijke en stedenbouwkundige dragers

Langedijk. Daarnaast zijn boomstructuren bepaald die van belang zijn op dorps- en wijkniveau. Bovendien is per type wijk of gebied een strategie voor het omgaan met bomen beschreven. Speciale aandacht is er voor het behoud van monumentale en bijzondere houtopstanden. Het beleidsplan dient als toetsingskader voor het nemen van besluiten voor de uitvoering van verordeningen (onder andere kapvergunningen en andere delen van de omgevingsvergunningen) voor bomen. Het vormt een basis voor het opstellen van (her)

richtingsplannen en het bepalen van de gewenste keuze van soorten, variëteiten en cultivars. Het beleid geeft richting aan het beheer en de communicatie met bewoners. 1.3Leeswijzer

het bomenbeleid voor de gemeente Langedijk is het strategische beleid voor bomen verwoord. De belangrijkste onderdelen zijn de beleidsvisie voor bomen (§ 3.1) en het vaststellen van de boomstructuur (§ 3.2 en 3.3), het beleid voor monumentale en bijzondere houtopstanden (hoofdstuk 4) en de voorkeur assortimentslijst (hoofdstuk 5). De beleidsvisie

§ 3

.1 geeft aan op welke manier de gemeente Langedijk

vulling geeft aan het bomenbeleid op basis van haar ambitie voor de kwaliteit van landschap, stedenbouw en de woon- en werkomgeving.

§ 3

.2 is de visie voor de boomstructuur te vinden, die ook betrekking heeft op bomen die niet

beheer van de gemeente zijn.

§ 3

.3 staat het streefbeeld voor de hoofdboomstructuur van bomen die

eigendom en beheer van de gemeente zijn. Op basis van de karakteristiek per gebied en lijn is een strategie voor bomen opgesteld. De uitwerking hiervan met streefbeelden staat

bijlage 4. Wat de gemeente verstaat onder monumentale en bijzondere houtopstanden is uitgewerkt

hoofdstuk 4. Voor het bepalen van de keuze van aan te planten soorten is een voorkeurslijst opgesteld. De gewenste soorten, variëteiten en cultivars op basis van het type gebied en de gewenste grootte staan

hoofdstuk 5. Door een combinatie van de strategie, streefbeelden en het voorkeurssortiment kan voor een bepaalde plaats een geschikte boom gevonden worden. Hoe de gemeente bestaande bomen beschermt en wat het beleid is voor herplant staat

hoofdstuk 6. Hier is ook te lezen hoe de gemeente met lusten en lasten van bomen omgaat. Deel III van dit plan bevat de uitwerking van het beleid

beheer en communicatie over bomen. Deel IV van dit plan bevat het uitvoeringsprogramma met projecten en maatregelen met de toelichting hierop te vinden. 2Beleid voor bomen

de gemeente Langedijk Dit hoofdstuk gaat over het gemeentelijke beleidskader, de wettelijke kaders en de beleidsuitgangspunten van de gemeente voor het ontwerp, de

richting en het beheer van bomen. 2.1Inleiding beleidskader

de gemeente Langedijk staan meer dan 16.000 bomen. Een deel daarvan staat

samenhangende structuren. De bestaande situatie van de bomen

Langedijk is te vinden op afbeelding Alle bomen Gemeente Langedijk (jan. 2014), blz. 6. De gemeentelijke bomen

de kernen zijn

2017 geïnventariseerd, waarbij de soort, de onderhoudsconditie en de vitaliteit beoordeeld zijn. De resultaten van de

ventarisatie zijn

gevoerd

digitale bestanden. Langedijk is een waterrijke gemeente met een dorps karakter. De dorpskernen hebben een langgerekte lintvormige structuur waar restanten van het oorspronkelijke kavel- en slotenpatroon nog herkenbaar zijn. Aan de westzijde overheerst het landschap van de ruilverkaveling, terwijl aan de oostzijde veel restanten zichtbaar zijn van de oorspronkelijke vaarpolder Geestmerambacht. Langedijk is trots op haar verleden en koestert de eigen identiteit

het steeds verder verstedelijkte gebied rondom Alkmaar en Heerhugowaard. De lintvormige structuur, de landschappelijke

deling en het stedenbouwkundig patroon worden op veel plaatsen ondersteunt door de bomenstructuur. Met de juiste boom op de juiste plaats wordt het karakter nu en

de toekomst gewaarborgd. De gemeente Langedijk streeft naar een duurzame

standhouding en ontwikkeling van haar bomenbestand binnen de wettelijke kaders en de mogelijkheden van de gemeente. De gemeente is regisseur van uitvoering, beheer en visies en faciliteert bij passende

itiatieven van derden. Bomen leveren een belangrijke bijdrage aan de beeldkwaliteit en de kwaliteit van de leefomgeving van de

woners. Bomen zijn van waarde voor: het klimaat; bomen dragen bij aan het creëren een geschikt microklimaat; zorgen voor het matigen van temperatuurextremen en het breken van de wind; zorgen dat stof-, rook- en roetdeeltjes uit de lucht gefilterd worden, absorberen gasvormige luchtverontreinigingen en produceren zuurstof. de economie; de aanwezigheid van bomen verhoogt de waarde van woningen en bedrijven. ruimtelijke ordening; bomen ondersteunen de ordening en samenhang van (hoofd)verkeerswegen. de cultuurhistorie; bomen accentueren cultuurhistorische lijnen en markeren bijzondere plekken. de ecologie en natuur; bomen bieden een leefomgeving voor vogels, vleermuizen en

secten en brengen mensen

contact met de natuur. het welzijn van mensen, bomen hebben een geluidsmaskerende en windkerende werking, een positieve

vloed op de lichamelijke en geestelijke gezondheid van mensen en dragen bomen bij aan de schoonheidsbeleving. De gemeente heeft voor het bomenbestand de zorg als beheerder, wat betekent dat zij de bomen beheert met het oog op duurzaamheid en veiligheid. Alle bomen Gemeente Langedijk (jan. 2014) 2.2Bestaand gemeentelijk beleid voor bomen Langedijk voert een

tegraal beleid voor de openbare ruimte. Het beleid voor bomen heeft een directe samenhang met het beleid voor het landschap, de ruimtelijke ontwikkelingen en de openbare ruimte. Dit beleid is vastgelegd

de Structuurvisie 2012 -2030, het Groenstructuurplan, het Beheerplan Openbaar Groen 2013-2017, het Milieubeleidsplan en de Ecologische visie. Alle plannen zijn van

vloed bij de aanpassingen van de structuur en de herinrichting van het groen. De structuurvisie 2012-2030 geeft op hoofdlijnen de ruimtelijke ontwikkelingen weer voor de komende tien tot twintig jaar. Het biedt een kader voor beleid en tussentijdse

itiatieven. De visie beoogt een

tegrale benadering van de diverse beleidsvelden voor een optimale realisatie. Het

tegrale belang van bomen is

hoofdstuk 2.1 beschreven; bomen dragen bij aan: klimaat, economie, cultuurhistorie ecologie, verkeer en welzijn. . Het Groenstructuurplan uit 2000 geeft een aantal principes voor de

richting van de groenstructuur op wijkniveau. De gemeente hecht grote waarde aan het milieu. Echter het behoud van het bomenbestand binnen de gemeente en het stimuleren van de plaatsing van zonnepanelen kan er

sommige gevallen sprake zijn van tegenstrijdige belangen. Bestaande bomen kunnen de productiviteit van zonnepanelen ongunstig beïnvloeden. De randvoorwaarden en uitgangspunten worden onder 2.4 nader uitgewerkt. Ecologische structuurvisie 2012. De visie onderscheidt drie lagen van het landschap: het fysieke (ware), het functionele (juiste) en het verhalende (waarachtige) landschap. Het landschap is

tegraal bekeken alsook sectoraal (huidige natuurwaarden en natuurbeleid, landgebruik, recreatie, ruimtelijke ontwikkelingen, verhalen en identiteit e.d.). Op basis van de uitkomsten is de natuur

Langedijk opgedeeld

vier verschillende natuurtypen, te weten Water & Moeras, Bos & Park, Akker(randen)natuur en Dorpsnatuur. Elk natuurtype kent een eigen soortkeus en toepassing van bomen. Het Beheerplan Openbaar Groen uit 2013-2017 bouwt voort op voorgaande visies, de uitgangspunten van vastgesteld beleid, geeft uitgangspunten voor de organisatie, het beheer- en de onderhoudsniveaus van het groen. De programmabegroting geeft de financiële randvoorwaarden voor de ruim 16.000 bomen van de gemeente.

het collegeprogramma “Samen verantwoordelijk” 2014-2018 is als beleidsdoel de uitbreiding met minimaal 2% van het bomenbestand opgenomen(minimaal 320 bomen). De kosten die hiermee zijn gemoeid passen binnen de huidige exploitatie.

het akkoord is de volgende zin opgenomen: “De coalitie is voorstander van het aanplanten van bomen en (parkachtig)groen, zodat de omgeving wordt verfraaid en een bijdrage aan de reductie van CO2 plaatsvindt”. 2.3Wettelijk kader en uitgangspunten voor bomen De belangrijkste wetten en regelingen voor bomen zijn: Wet Natuurbescherming, deze vervangt de Boswet, de Flora en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998; Bestemmingsplannen binnen en buiten de bebouwde kom; De zorgplicht en aansprakelijkheid als boomeigenaar volgens het Burgerlijk Wetboek; De Keur Oppervlaktewateren Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier van 2009. Om haar beleid te realiseren heeft de gemeente de volgende juridische beleidsinstrumenten: artikelen

zake bescherming van houtopstanden

Hoofdstuk 4

, afdeling 3 van de Algemene plaatselijke verordening (APV) van de gemeente Langedijk; de Groene Kaart met bijbehorend register beschermde houtopstand. Een overzicht van de wetten en regelingen voor bomen en hun gevolgen zijn beschreven

Bijlage 3. Wetten en regelingen voor boombeheer. 2.4 Zonnepanelen en bomen Behoud van het bomenbestand binnen de gemeente én het stimuleren van de plaatsing van zonnepanelen kan

sommige gevallen tot tegenstrijdige belangen leiden. Bestaande bomen kunnen

een aantal gevallen de productiviteit van zonnepanelen ongunstig beïnvloeden.

een bestaande situatie waarbij sprake is van een reeds

gerichte openbare ruimte

clusief een bestaand bomenbestand prevaleert de boom. Dit betekent dat men bij de plaatsing van zonnepanelen rekening dient te houden met bestaande bomen. Als blijkt dat door de aanwezigheid van de bomen er niet voldoende rendement wordt behaald, wordt de afweging gemaakt of het plaatsen van zonnepanelen zinvol is. Er wordt niet gekapt om het paneel meer rendabel te maken. Bij nieuwbouw is de situatie veel gunstiger. Vanaf de plaatsing van huizen en bomen kan op voorhand rekening gehouden worden met plaatsing van zonnepanelen om zo de optimale omstandigheden te creëren. Hierbij moet voldoende rekening worden gehouden met uitgroei van de boom. Bij herinrichting van de openbare ruimte en

dien bestaande bomen niet kunnen worden gehandhaafd gelden dezelfde omstandigheden als bij nieuwbouw. Daar waar bestaande bomen worden gehandhaafd is sprake van een bestaande situatie.

dien een bestaande boomstructuur moet worden aangevuld of hersteld geldt aanplant van dezelfde soort, ook

dien dit

tegenspraak is met de opbrengst van het paneel. Kort samengevat:

een bestaande situatie prevaleert de boom. Er wordt niet gekapt om het paneel meer rendabel te maken. Bij nieuwbouw zowel met bomen als panelen rekening houden. Optimale omstandigheden creëren. Bij herinrichting en kap van bestaande bomen gelden dezelfde omstandigheden als bij nieuwbouw. Bij aanvulling of herstel van bestaande boomstructuren of bomen is een bestaande situatie dus prevaleert de boom. 2.5Bomen en allergie Planten kunnen bij mensen allergische reacties veroorzaken. Bij de planten zijn dit vooral de grassen

de zomermaanden, maar ook vroegbloeiende bomen

het vroege voorjaar.

het bijzonder zijn de Betulaceae (berk, els en hazelaar) sterk allergene bomen. Deze soorten kunnen bij mensen allergische reacties veroorzaken zoals hooikoorts en astma. Het probleem is dat berkenpollen bij een aanzienlijk percentage van de mensen met een bestaande allergie (er wordt gesproken over 30%) de klachten m.b.t. de andere allergieën verergeren. Dit speelt vooral bij kinderen. De meeste overlast veroorzaakt de Betula pendula. Dat is de berk die

Nederland van nature voorkomt. Ander soorten berken produceren minder pollen of meer geleidelijk over het seizoen, dus komen zij

lagere dichtheden voor. De reden waarom berkenpollen zoveel problemen geven is dat ze 29 verschillende allergenen bevatten; de moleculen die een allergische reactie kunnen veroorzaken. Met name kinderen en mensen die nooit aan berkenpollen zijn blootgesteld (immigranten) kunnen een heftige reactie ontwikkelen zodra ze er mee

contact komen.

Londen is onderzoek gedaan naar de herkomst van pollen. Men hoopte door de berken lokaal te verwijderen, de overlast te stoppen. De pollen bleken echter van grote afstand uit Zuid-Engeland en Scandinavie aangevoerd te worden waardoor de aanvoer van pollen niet gestopt kon worden door de bomen te kappen. Samenvattend kan geconstateerd worden dat met name berkenpollen een erkend probleem vormen. Het verwijderen van bestaande berkenbeplanting lost dat probleem niet op, omdat de meeste pollen van honderden kilometers weg komen overwaaien. Wel is het aan te bevelen

de beplantingsplannen rekening te houden met de aanplant van allergene bomen en deze niet meer aan te planten op of nabij locaties waar veel kinderen samen komen.

formatie en advies over de oorzaak en gevolg van allergene bomen komt van de Universiteit van Wageningen en het

bomen gespecialiseerd bureau Groenadvies Amsterdam. DEEL II VISIE EN STRUCTUUR 3Visie en structuur bomen gemeente Langedijk

dit hoofdstuk staan de algemene beleidsvisie op bomen, de visie op de hoofdbomenstructuur en de bomenstructuur per gebied of wijk. 3.1Beleidsvisie bomen

de gemeente Langedijk staan het behoud en versterking van het streekeigen, dorpse karakter, de hoge kwaliteit van groen en de leefomgeving centraal. Het bomenbeleid draagt daarom bij aan natuur en biodiversiteit, het milieu, de kwaliteit van de leefomgeving en cultuurhistorie. Dit veelzijdige belang van bomen verlangt een duurzaam bomenbestand. Dit wordt bereikt door de

richting van de openbare ruimte en het beheer van de bomen zodanig uit te voeren, dat de boomstructuur lange tijd mee kan en er garanties zijn voor een goede

standhouding. Ook de aanschaf van het plantmateriaal en de soortkeuze zijn van belang om een duurzaam bomenbestand te realiseren. De gemeente beoogt bij ruimtelijke ontwikkelingen een goede communicatie met de bewoners en belangengroeperingen. Bovendien biedt ruimtelijke ontwikkeling mogelijkheden voor participatie. Ruimtelijke ontwikkelingen De ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente Langedijk zijn beschreven

de Structuurvisie uit 2012-2030. Het bedrijventerrein Breekland en de daarbij behorende bufferzone zijn

ontwikkeling. Evenals Westerdel, het oude Veilingterrein en de omgeving Broekerveiling. Daarnaast zijn er kleinere ruimtelijke ontwikkelingen

de bestaande kernen. Nieuwe hoofdontsluitingswegen worden begeleid door boombeplantingen van formaat. Bij stedenbouwkundige ontwikkelingen is de ruimte en plek van bomen zodanig dat zij een hoge leeftijd kunnen bereiken. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gestreefd naar versterking van de ecologische waarden en vergroting van de biodiversiteit, door het verbinden van de voor ecologie belangrijke gebieden en vergroting van het oppervlak. Op deze locaties ligt de keuze voor streekeigen soorten dan ook voor de hand. Op andere locaties kan de belevingswaarde een reden zijn om van het gebruik van streekeigen soorten af te wijken. Per locatie vindt een afweging plaats. Natuur en biodiversiteit De gemeente streeft naar het vergroten van de kansen voor

heemse planten en dieren en het versterken van de kwaliteit van ecologische verbindingszones en biotopen die karakteristiek zijn voor de streek.

natuurgebieden en ecologische verbindingszones ondersteunt de soortkeuze van de bomen de ecologische kwaliteit en biodiversiteit. Het gebruik van streekeigen soorten, die afgestemd zijn op bodem en groeiplaats verhoogt de natuurwaarde, doordat deze soorten goed passen

het plaatselijke ecosysteem. Uit onderzoek blijkt dat op de

heemse en streekeigen soorten een grotere variatie aan

secten voorkomt, wat o.a. gunstig is voor vogels. Ter bevordering van de biodiversiteit sluit de soortkeuze van de bomen aan bij het landschapstype en de verschillen

leefgebieden.

het Oosterdelgebied past de gemeente bijvoorbeeld els en wilg toe, terwijl op de strandwal bij Sint Pancras esdoorn, eik en grove den een plek hebben. Bomen

het dorpslint dragen bij aan de dorpsnatuur. De juiste soortkeuze van bomen volgens de voorkeurssortimentlijst (hoofdstuk 5) is hierbij belangrijk. Bomen dragen bij aan een betere luchtkwaliteit. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft aangegeven dat Nederland niet

staat is om te voldoen aan de Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit. Door het grote bebouwingsoppervlak en de hoge bevolkingsdichtheid heeft Nederland te maken met een hoge uitstoot van verontreinigende stoffen. Verkeer en

dustrie zijn daarbij de belangrijkste bronnen en de meest schadelijke stoffen zijn roet, stikstofoxiden en fijnstof. Een volwassen eik of beuk vangt voor ca. 45 vuilniszakken fijnstof op. Onderzoek wijst uit dat er een duidelijke relatie is tussen de concentratie fijnstof en gezondheidsklachten. Kinderen en ouderen zijn

het bijzonder gevoelig voor fijnstof.

Nederland vormt de luchtkwaliteit een onderdeel van de toetsing van ruimtelijke plannen en een te hoge concentratie leidt

een aantal gevallen tot stopzetten van de bebouwingsplannen. Bomen en houtwallen kunnen een bijdrage leveren aan de verbetering van de luchtkwaliteit door de filterende werking. Bomen absorberen stikstofoxiden en koolzuur (CO2) en leveren overdag zuurstof. De lucht

een straat zonder bomen bevat vier keer zo veel stof als die

een straat met bomen. Daarnaast kunnen bomen en windsingels woongebieden afschermen van vervuilingsbronnen. Bij een juiste opbouw kunnen zij 15 tot 25% van de stofdeeltjes opvangen en zelfs tot 75% van het stof afschermen. De aanwezigheid van voldoende groen met de juiste structuur biedt daarmee betere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen. De soortenkeuze van beplanting is daarbij van

vloed op het zuiverend effect. Een voorwaarde voor een goede werking is de herhaling van lineaire groenstructuren van voldoende formaat.

de openbare ruimte verlagen bomen het risico van ‘hittestress’ (combinatie van lage luchtvochtigheid en hoge temperaturen). Bomen op parkeerplaatsen zorgen door hun schaduwwerking voor een lagere temperatuur van de geparkeerde auto’s, waardoor de emissie van koolwaterstoffen, ozon en stikstofoxiden vermindert. Bomen compenseren stikstofuitstoot en uitstoot van agrarische bedrijven. Bomen beperken de geluidshinder voornamelijk door verlaging van de windsnelheid waardoor geluid minder meewaait en de vermindering van turbulentie bij geluidsschermen. Daarnaast wordt verkeersgeluid gemaskeerd door geruis van waaiend blad. Fijnstofconcentratie

straten met en zonder bomen Kwaliteit van de leefomgeving Naast beperking van de stikstofconcentratie en vermindering van kans op hittestress. levert de aanwezigheid van boombeplantingen ook op andere wijzen een bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving. Bomen zorgen voor een aangenamer klimaat

de woonomgeving. Dit gebeurt onder andere door vermindering van de windsnelheden. De houtwallen langs de Westelijke en Oostelijke Randweg en de provinciale wegen vervullen hiervoor een belangrijke functie. Daarnaast is de windkerende functie essentieel voor het creëren van goede omstandigheden om te fietsen. Een ander positief effect is dat de aanwezigheid van bomen het zonlicht afschermt. Uit onderzoek naar bomen

de omgeving van scholen, blijkt dat dit leidt tot een beperking van huidkanker. Een bijkomend positief effect van bomen is dat

wijken met veel bomen kinderen meer buiten spelen. Het gemeentelijke beleid is er op gericht om boombeplantingen

de woonomgeving, bedrijventerreinen en het buitengebied te behouden en te bevorderen. Per buurt is een strategie geformuleerd die afhankelijk is van de situatie

de wijk. Daarbij streeft men naar een gevarieerde opbouw van het bomenbestand door variatie

soort en leeftijd die aansluit op het karakter van de gebieden. Bij bouw- en ontwikkelingsactiviteiten is het streven om de bestaande bomen zoveel mogelijk te sparen. Daarnaast is ter bescherming van bomen beleid ontwikkeld voor het kappen van bomen (hoofdstuk 6) met bijbehorende herplant. Cultuurhistorie Het lint van Langedijk en de daarnaast liggende polder heeft een historie die mede af te lezen is aan de bomen. Het landschapsplan voor de ruilverkaveling Geestmerambacht heeft met de houtwallen om de agrarische kavels prachtige kenmerken van het polderontwerp

de 2e helft van de 20e eeuw. Aan de ouderdom van de bomen langs de Voorburggracht is af te lezen wanneer deze gedempt is. De monumentale en bijzondere houtopstanden die voornamelijk langs het dorpslint staan dragen bij aan het karakter van de gemeente. Herdenkingsbomen herinneren aan bijzondere gebeurtenissen, zoals de geboorte van prinses Amalia, de kroning van Koning Willem Alexander of de voltooiing van een nieuwe wijk. Daarom krijgen de monumentale en bijzondere houtopstanden

de gemeente extra bescherming, ook de bomen die particulier eigendom zijn.

de gemeente komen verschillende karakteristieke landschappen voor, die elk hun eigen type beplanting kennen. Langedijk kenmerkt zich door een landelijk, historisch en nat oud poldergebied dat voor een deel een woonfunctie heeft. Langedijk is lang een lintdorp geweest. Nieuwere bebouwing is niet meer langs de linten gebouwd, maar daarachter. Rond 1600 kenmerkte het landschap zich door veel waterlopen en meren. Door de ontginning van het veenlandschap en het droogmaken van het Kleimeer en Diepsmeer veranderde het landschap

een karakteristieke strookvormige verkaveling met brede sloten en eilandjes. De ruilverkaveling van 1972 veranderde een groot deel van het ‘Rijk der Duizend Eilanden’, een gebied met vele kleine tuinbouweilandjes. Er ontstond een open polderlandschap

een rationele verkaveling met boerderijen met erfbeplantingen. Langs de wegen werden transparante bomenrijen en houtwallen aangelegd. De landschapstypen

Langedijk bestaan nu uit de strandwal en geestgronden van Sint Pancras, de open klei/zavelpolder aan de westkant en de vaarpolders aan de oostkant van Langedijk. Voor herinrichting en ontwikkeling hanteert de gemeente voorkeurslijsten bij de soortenkeuze van bomen.

het buitengebied zijn karakteristieke landschapstypen te onderscheiden. Elk landschapstype heeft zijn eigen opbouw en samenstelling van de (boom)beplanting. Aan de stedenbouwkundige opbouw van de gemeente Langedijk is de historische ontwikkeling af te lezen. Elke kern of wijk heeft een identiteit die voortkomt uit de ligging

het landschap, de ontstaanswijze en de tijd waar de ontwikkeling plaatsvond. De recente wijken sluiten aan op het oorspronkelijke waterrijke landschap. Per gebied hanteert de gemeente een strategie om de cultuurhistorische kwaliteiten van de plek te behouden, te ontwikkelen en te voldoen aan de hedendaagse functionele en ecologische eisen. Duurzaamheid Het beheer voor bomen is er op gericht om de juiste boom op de juiste plaats te laten staan en de bomen op een zo duurzame mogelijk manier te beheren. Op deze manier kunnen bomen op een gezonde en veilige manier volwassen worden en lange tijd

stand blijven. Voor de

standhouding is een planmatig beheer noodzakelijk, waarbij de veiligheid van bomen speciale aandacht krijgt. De boomstructuur (§ 3.3 en bijlage 4) voor de belangrijkste structuurlijnen, routes voor langzaam verkeer en beeldbepalende beplantingen zal op een duurzame wijze

stand gehouden worden. Voor beheer en

richting geldt een Programma van Eisen (hoofdstuk 7) waardoor groeimogelijkheden van de bomen gewaarborgd zijn en de eventuele lasten van bewoners beperkt worden. Bomen kunnen als zij een geschikte boven- en ondergrondse standplaats hebben, generaties lang meegaan. Om dit uit te dragen en werkelijke monumenten voor de toekomst te maken, plant de gemeente enkele zogenaamde “Wereldbomen”. Wat zijn wereldbomen? Wereldbomen zijn bomen die oeroud kunnen en mogen worden. De groeiplek van een wereldboom wordt beschermd door een groep mensen die zich met deze boom heeft verbonden. Er zijn helaas relatief weinig oude bomen. Daarnaast zijn de groeiomstandigheden van jongere bomen meestal ongeschikt om de boom oud te laten worden. Stichting Wereldboom zet zich

voor de realisatie en

standhouding van wereldbomen. Zij ontwikkelt activiteiten rond de boom en zijn omgeving, die erop zijn gericht het langdurig voortbestaan van de boom te garanderen en de gemeenschapszin te versterken. Haar doel is de groeiplaatsen voor bomen zo

te richten dat deze onbelemmerd volwassen en daarna oeroud kunnen worden. Stichting Wereldboom stelt dat de groeiplaats een plek is voor iedereen, waarin de boom centraal staat. Wereldbomen slaan een brug tussen culturen, generaties en de natuur. Iedere

dividuele boom is van waarde voor de economie, de ecologie en natuur, de cultuurhistorie, het welzijn van mensen en de schoonheidsbeleving. Tegenover het algemene belang van bomen staat het feit dat bewoners op een aantal punten bomen als lastig ervaren. Vooral over bomen dicht bij huis zijn vragen. Voor het omgaan met meldingen en vragen van bewoners hanteert de gemeente de principes uit de publicatie Zicht op Bomen (Bomenstichting, 2004). Dit betekent dat bomen alleen uit oogpunt van onveiligheid of ernstige overlast gekapt worden. Communicatie en participatie Voor het bewustzijn van de kwaliteit van boombeplanting en duidelijkheid over het beheer is een goede communicatie met bewoners een uitgangspunt. De gemeente Langedijk hecht aan betrokkenheid van bewoners en gebruikers bij de planvorming en het beheer. De

itiatieven en ideeën leveren een meerwaarde en hierbij vervult de beheerder een belangrijke rol. Participatie is een voorwaarde voor het realiseren van gemeenschappelijke doelen. Daarom betrekt de gemeente de dorpsplatforms en lokale belangengroepen bij de ontwikkeling en ruimtelijke planvorming. Bij de feitelijke uitvoering van

richting en beheer worden de belanghebbenden gericht betrokken en geïnformeerd. 3.2Visie hoofdbomenstructuur De hoofdbomenstructuur van Langedijk hangt direct samen met de landschappelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling en structuur. De ruggengraat van de ruimtelijke structuur is het “lint” van Langedijk dat via de Twuyverweg een overstap maakt naar de strandwal van Sint Pancras. Bij de historische lintbebouwing staat een gevarieerde structuur van bomen die op de plek van de kernen bijna afwezig is en op andere plaatsen plaats biedt aan rijen of groepjes bomen. De Dorpsstraat, de Twuyverweg en de Boven-/Benedenweg zijn de oudste verharde wegen. Hierlangs

vesteert de gemeente

het behoud en de aanplant van nieuwe bomen, waarbij variatie van soorten gewenst blijft. Hoofdsoorten zijn linde, es, esdoorn en els. Boomsoortenverdeling Dorpsstraat van Oudkarspel tot en met Broek op Langedijk

Sint Pancras op de drogere en zandige strandwal bevat het streefbeeld soorten die bij dit type standplaats horen: esdoorn, grove den en eik. Op bijzondere plekken langs het lint, zoals kerken en begraafplaatsen, bij monumenten, scholen en gemeenschappelijke voorzieningen accentueren solitaire of groepjes bomen de punten. Waar weinig ruimte is

de vorm van leibomen, waar meer ruimte is

de vorm van bomen die uit kunnen groeien tot monumentale en bijzondere houtopstanden. De gemeente

vesteert op deze plekken

duurzame standplaatsen van bomen. De Twuyverweg vormt de oorspronkelijk lager gelegen overstap tussen de strandwal en de dijk. Hier zijn opnieuw essen geplant, conform de historische situatie. Parallel aan de Dorpsstraat loopt de Voorburggracht. Deze is ten tijde van de ruilverkaveling gedempt en door de gemeente beplant met korte of langere rijen bomen. Het streefbeeld voor de Voorburggracht is om deze zoveel mogelijk een begeleidende laanbeplanting te geven, met als hoofdsoorten linde, esdoorn en es. De boomstructuur

de polder

het westen van Langedijk is het resultaat van het landschapsplan van de ruilverkaveling Geestmerambacht van 1972. Het streven is om kenmerken hiervan als cultuurhistorische waardevolle beplanting te handhaven. De polder kent een ensemble van beplantingen dat bestaat uit: Houtwallen Langs provinciale wegen en hoofdontsluiting Langs randen kernen Einden met transparante rijtjes Erfbeplantingen Transparante bomenrijen langs polderwegen Korte rijen bomen bij kruispunten ten behoeve van de oriëntatie en de verkeersveiligheid. Door de ontwikkeling van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen (Zuiderdel en Breekland)

de rijpolder, zijn aanpassingen

de structuur gedaan. De Westelijke en Oostelijke Randweg zijn aangelegd met dezelfde principes. Hier is het streefbeeld dubbele bomenrijen van formaat gecombineerd met houtwallen. Voor de regionale en gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen geldt

principe een begeleiding door een enkele of dubbele bomenrij van formaat.

het westen van de gemeente zijn verder ruimtelijke ontwikkeling gepland. Door de aanleg van Vroonermeer Noord is het gewenst om de houtwal langs de Gedempte Veert om te vormen naar een transparante bomenrij, zoveel mogelijk met behoud van de bestaande boombeplanting. Bij de aanleg van nieuwe woonwijken

de rijpolder zal de structuur voornamelijk gevormd worden door waterpartijen, die begeleid worden door losse boombeplantingen met een landschappelijk karakter. Hier streeft de gemeente dus geen ontwikkeling van lanen na. De aanleg van doorgaande routes voor langzaam verkeer vraagt om een ruimtelijke begeleiding, daarom is bijvoorbeeld langs de Diepsmeerweg een transparante bomenrij gewenst. De bomen mogen echter niet het open karakter van de polder verder aantasten. Voor nieuw aan te leggen gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen past de gemeente laanbeplantingen van formaat toe. Buiten de bebouwde kom is de soortenkeuze afgestemd op de landschappelijke ondergrond. Visiekaart boomstructuur Voor nieuwe woonwijken geldt dat bomen zo gepland en geplaatst moeten zijn, dat zij zich zonder problemen als volwassen exemplaren kunnen ontwikkelen. Dit betekent voldoende ondergrondse en bovengrondse ruimte.

principe staan bomen niet of nauwelijks

de verharding, maar zoveel mogelijk

stroken gras of beplanting.

elke nieuwe wijk zoekt de gemeente naar een mogelijke locatie voor een “wereldboom”. 3.3Bomenstructuur per kern en gebied (zie bijlage 4) De strategie voor boombeplantingen en de streefbeelden dienen als uitgangspunt voor ontwerp,

richting en beheer van de gemeentelijke boomstructuren. Hiervoor is per type gebied

de bebouwde kom van Langedijk het volgende beschreven: de karakteristiek van de lijn of het gebied; de algemene strategie voor een type gebied of een structuur. Hierin staat hoe de gemeente

principe met alle bomen

het gebied omgaat. Dit beleid is ook richtinggevend voor bomen die niet bij de afzonderlijke lijnen of plekken genoemd zijn. Voor lijnen die structuurbepalend zijn, is telkens het huidige beeld, het streefbeeld en eventueel de aanpak beschreven. Het streefbeeld per lijn en gebied

bijlage 4 is gericht op een lange periode. Hier staat het beeld dat de gemeente op den duur wil bereiken of behouden. Voorkomen moet worden – dat een “monotone’ aanplant ontstaat, kwetsbaar voor ziekten en plagen als bijvoorbeeld de iepziekte. Er zal dan voor een grotere diversiteit

soorten moeten worden gekozen. 4Monumentale en bijzondere houtopstanden 4.1Monumentale en bijzondere houtopstanden

de gemeente De gemeente Langedijk kent een historisch lint dat van Sint Pancras tot Oudkarspel loopt. De overige delen van de gemeente hebben een relatief jong bomenbestand.

het historische lint en oudere delen van de dorpen komen de meeste monumente en bijzondere houtopstanden voor. De gemeente hecht grote waarde aan deze houtopstanden en wil ze goed beschermen, van deze houtopstanden is een register van beschermde houtopstand opgesteld (bijlage 6). Een aantal van deze monumentale en bijzondere houtopstanden staan op particuliere of door particulieren

gebruik genomen terreinen. De gemeente vindt het belangrijk dat deze houtopstanden goed onderhouden worden en dat de veiligheid rondom deze houtopstanden gewaarborgd is. Het beheer van deze bomen, die bijdragen aan het beeld en de kwaliteit van de buitenruimte, omvat

ieder geval een regelmatige VTA-controle. Uit de controle blijkt het uit te voeren beheer (verwijderen dood hout, snoei op veiligheid, verbeteren groeiomstandigheden). Voor monumente en bijzondere houtopstanden, waarvoor de eigenaar geen aanspraak kan maken op een landelijke subsidie, komt de gemeente particulieren tegemoet door jaarlijks een

spectie uit te voeren. Bij de formulering van het beleid voor monumentale en bijzondere houtopstanden is voortgebouwd op de landelijke richtlijnen van de Bomenstichting. Voor het beleid voor bijzondere bomen maakt de gemeente onderscheid tussen: monumentale houtopstand: Een solitaire boom, bomengroep of bomenlaan

de openbare ruimte of op particulier terrein, die niet

bosverband staat, met een leeftijd van minimaal 50 jaar, die door zijn leeftijd en verschijning beeldbepalend en onvervangbaar is voor het karakter van de omgeving (zie de criteria

tabel 4.1). Een monumentale houtopstand is

een goede of redelijke conditie en voldoet naast het leeftijdscriterium aan een of meer van de criteria die hierna genoemd worden. Daarnaast worden herdenkingsbomen en bomen met een grote dendrologische waarde ook tot de bijzondere houtopstanden gerekend (hierbij geldt het leeftijdscriterium niet). bijzondere houtopstand: Een solitaire boom, bomengroep of bomenlaan die ouder dan 35 jaar is, beeldbepalend is voor de openbare ruimte of een bijzondere cultuur-historische waarde vertegenwoordigt. Een bijzondere houtopstand is

een goede of redelijke conditie en voldoet naast het leeftijdscriterium aan een of meer van de criteria die hierna genoemd worden. Daarnaast worden herdenkingsbomen en bomen met een grote dendrologische waarde ook tot de bijzondere houtopstanden gerekend (hierbij geldt het leeftijdscriterium niet). Criteria voor monumentale en bijzondere houtopstanden Een houtopstand wordt tot de categorie monumentale en bijzondere houtopstanden gerekend,

dien deze voldoet aan: het leeftijdscriterium; en tenminste nog een ander criterium uit tabel 4.

  1. Tabel 4.
  2. Tabel met criteria voor monumentale en bijzondere houtopstanden Criterium Vereiste voor monumentale houtopstanden Vereiste voor bijzondere houtopstanden Leeftijd Minstens 50 jaar oud. (Het leeftijdscriterium is niet van belang als het gaat om een boom met grote dendrologische waarde of als het een herdenkingsboom is.) Minstens 35 jaar oud. Omtrek en hoogte Geldt vooral vanuit de beleving van mensen door de omtrek en hoogte als waardevol. Cultuur-historische waarde Vormt een karakteristieke eenheid met gebouwen of met functies van gebouwen of plaatsen zoals stadhuizen, kerkhoven, parken, boerderijen, oprijlanen enzovoorts. Het weghalen van de houtopstand heeft het verkleinen of zelfs te niet doen van de cultuurhistorische waarde van het geheel als gevolg. Natuurwaarde Biedt schuil- of leefgebied voor bijzondere

heemse planten of dieren. Dorpsschoon Maakt deel uit van een beschermd stadsgezicht (dorpsschoon). Zeldzaamheid Is dendrologisch (bomenwetenschappelijk) zeldzaam of vervult een unieke ecologische functie (voor samenhangen

de natuur). Beeld-bepalende waarde Is beeldbepalend voor de plek, ofwel als solitair ofwel als onderdeel van een groep of een gebouwd ensemble. Toekomst-waarde Heeft gezien leeftijd, conditie en groeiomstandigheden goede vooruitzichten om op middellange termijn

stand te blijven. Uitzondering Gezondheid Een houtopstand wordt niet als monumentaal of bijzonder aangemeld als de gezondheidssituatie zodanig is dat de boom niet behouden kan blijven, waarbij het de kans op genezing afgewogen wordt met de daarvoor te maken kosten. Alle monumentale en bijzondere houtopstanden zijn VTA-plichtig. De procedure van VTA-

spectie is opgenomen

Hoofdstuk 8

van dit bomenbeleidsplan.

Veiligheid Een houtopstand wordt niet aangemerkt als monumentaal of bijzonder als er een ernstig veiligheids- en schaderisico voor voetgangers, verkeer en gebouwen aanwezig is. Op basis van bovenstaande criteria is het register van beschermde houtstand opgesteld. 4.2Beleid voor monumentale en bijzondere houtopstanden Voor alle stedenbouwkundige ontwikkelingen,

richtings- en beheermaatregelen is het duurzame behoud van monumentale en bijzondere houtopstanden een uitgangspunt om mee te nemen

alle plannen en maatregelen. Hierbij maakt de gemeente geen onderscheid tussen de activiteiten van overheden, bedrijven of particulieren. 4.3Register van beschermde houtopstand De gemeente heeft een register van beschermde houtopstand, op basis van een

ventarisatie, waarbij de criteria uit § 4.1 zijn gehanteerd opgesteld, zie bijlage 6. Dit register hoort bij een Groene Kaart. Groene Kaart en bijbehorende register wordt door het college vastgesteld en en elke vier jaar herzien op basis van APV Artikel 4:10b lid. De Hollandse iep bij het Bakkerspad nr. 5

Broek op Langedijk is ook opgenomen

het nationale Register van Monumentale bomen van landelijk belang. De Bomenstichting

Utrecht beheert dit register. De gemeente neemt de kosten van het onderhoud van deze boom voor haar rekening. Van elke houtopstand staat

het register vermeld: Boomnummer Een uniek volgnummer Locatie Adres met huisnummer Categorie houtopstand Monumentaal of bijzonder. Bij herdenkingsboom of dendrologische waarde dit vermelden Redengevende beschrijving De criteria uit § 4.1 die van toepassing zijn op de houtopstand Soort boom of bomen Wetenschappelijke naam zo mogelijk met variëteit of cultivar Leeftijd Geschat of vanuit historische bronnen bekend Standplaats

verharding,

beplanting,

particulier tuin,

gras, eventuele andere bijzondere standplaatsgegevens. Kadastrale gegevens Sectie en perceelnummer Eigendomsgegevens Eigenaar Foto’s zomerbeeld en winterbeeld. De foto’s zijn van belang bij beschadigingen aan de houtopstand. 5Voorkeursassortiment 5.1Doel en gebruik lijst voorkeursassortiment De lijst voor het assortiment is opgesteld om bij nieuw ontwerp of herplant van bomen de meest geschikte soorten, variëteiten of cultivars te selecteren. Als uitgangspunt geldt het doel van het bomenbeleid om de ontwikkeling van een duurzame boomstructuur te bevorderen die aansluit op cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische waarde en rekening houdt met gebruikswaarde, lusten en lasten en toekomstwaarde. De lijst dient bij het selecteren van soorten als een referentiekader. De feitelijke keuze van het assortiment is de

tegrale verantwoordelijkheid van de ontwerper en de beheerder. De ontwerper brengt daarbij de expertise op het gebied van vormgeving, ruimtelijke kwaliteit en architectuur

. De beheerder gebruikt daarbij de kennis op het gebied van de beheerbaarheid en de ervaring hoe boomsoorten zich

Langedijk ontwikkelen. De ontwerper en beheerder maken

samenspraak een keuze voor de soort. Zij maken een afweging op basis van de volgende factoren: de rol en de functie van de bomen

de boomstructuur, de bijdrage die de boomsoort moet leveren aan biodiversiteit, ecologie, cultuurhistorische waarde en de karakteristiek van de plek, de voorgestelde strategie voor het gebied waarin de boom staat, het streefbeeld voor een gebied, lijn of plek, de feitelijke groeiomstandigheden, de beschikbaarheid van het sortiment, de ziektebestendigheid van het sortiment, en de duurzaamheid van de situatie. 5.2Criteria voor voorkeursassortiment De criteria voor het voorkeursassortiment zijn afgeleid van § 3.1 Beleidsvisie voor bomen. Samengevat betekent dit dat de gekozen soorten: passen

de cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische situatie, aansluiten op de bodem en de ecologische situatie, met name

het polderlandschap, de vaarpolders en de ecologische verbindingszones, beschikken over bewezen duurzame groei-eigenschappen (de bomen gaan lang mee) vanuit de ervaring van de beheerders van de gemeente, zich vitaal kunnen ontwikkelen

de groeiomstandigheden ter plekke, de ziektegevoelige soorten ( zie 8.2 richtlijnen boombeheer) liever niet als monocultuuraanplanten, maar afwisselen met groepen bijdragen aan de juiste variatie t.b.v. de biodiversiteit en risicospreiding. 5.3Lijst voorkeursassortiment Bij de keuze van het assortiment is het ongewenst dat bepaalde soorten of soortengroepen

verhouding te vaak binnen de gemeente voorkomen. Dit is nadelig voor de biodiversiteit en geeft ook een verhoogd risico op het moment dat er door ziekte of door bijzondere klimaat- of weersomstandigheden een bepaalde (soorten)groep nadelig beïnvloed wordt. De soorten die streekeigen zijn en ook van nature hoofdsoorten

het gebied zijn (bijvoorbeeld els), kunnen wel relatief veel toegepast worden. Het gebruik van selecties en cultivars is voor straat- en laanbomen binnen de kernen gewenst, omdat deze een betere garantie bieden voor de juiste eigenschappen en de gewenste kwaliteit.

het buitengebied en met name

de ecologische verbindingszones is het van belang om autochtone soorten te kiezen die een bijdrage leveren aan de biodiversiteit. De soortkeuze

deze gebieden is daarom gebaseerd op de potentieel natuurlijke vegetatie (op basis van bodem, hydrologie en de ligging

het ecologische netwerk). Soorten die niet of slechts

beperkte mate toegepast moeten worden staan

§ 5.3.2.

5.3.1Gewenste soorten, variëteiten en cultivars Bij de uiteindelijke keuze van bomen moet de beschikbare ruimte en het gewenste streefbeeld (zie bijlage 4)

acht genomen worden, daarom is

de tabellen die hierna volgen onderscheid gemaakt

grootteklassen.

tabel 5.1 staan de soorten die bij voorkeur

de openbare ruimte

de kernen gebruikt worden. Uitgangspunt is dat ook de bomen langs wegen en straten zo veel mogelijk

beplantingsvakken of -stroken worden geplaatst.

principe worden

de openbare ruimte (dus langs straten, wegen en op pleinen en hofjes) binnen de bebouwing alleen cultivars of selecties van soorten toegepast. Hiervan staan de kwaliteit en de groei-eigenschappen voldoende vast. Uitzonderingen op deze regel zijn de soorten Alnus cordata (hartbladige els), Betula pendula (ruwe berk), Fagus sylvatica (gewone beuk), Pinus sylvestris (grove den), Pinus nigra nigra (Oostenrijkse den), Platanus x hispanica (plataan), Quercus cerris (moseik), Quercus robur (zomereik) en Tilia cordata (winterlinde).

het buitengebied, vooral

de bufferzone van Breekland en de Groene en Blauwe Loper gaat de voorkeur uit naar soorten (en geen cultivars) die bij de grondsoort, waterhuishouding en ecologische doelen passen (zie tabel 5.3). Tabel 5.1 Voorkeursassortiment bomen voor de openbare ruimte

de kernen Soort Opmerkingen voor toepassing Bomen van de 1e grootte: hoger dan 15 meter Acer platanoides cultivars Bijvoorbeeld ‘Columnare’ voor nauwere profielen of ‘Faassen’s Black’ voor sierwaarde. Acer pseudoplatanus cultivars ‘Atropurpureum’; ‘Rotterdam’, ‘Amry,’ ‘Brilliantissimum,’Bruchem’ ,‘Constant P.’, ‘Erectum’, ‘Leopoldii’ ,‘Negenia’,’Worley’ Alnus spaethii ontwikkeld zich éénzijdig, dus

beschutte omstandigheden toepassen Fraxinus americana cultivars weinig gevoelig var.‘Microcarpa’ Fraxinus pennsylvanica cultivars ‘ Arerial’(zuilvormig), ‘Bergeson’, ‘Cimmzam’, ‘Patmore’, ‘Summit’, ‘Urbanite’, ‘Zundert’ Populus alba Niet

de directe woonomgeving toepassen goede cultivar: ‘Nivea’, ‘Raket’ Populus canadensis cultivars Niet

de directe woonomgeving toepassen, alleen klonen van mannelijke exemplaren gebruiken Goede cultivars: ‘Ellert’, ‘Hees’;’Koster’, ‘Robusta’, ‘Spijk’ Populus x canescens cultivars Niet

de directe woonomgeving toepassen Goede cultivars: ‘Bunderbos’, Énniger’, ‘De Moffart’, ‘Honthorpa’, ‘Schijndel’, ‘Schubu’, ‘Witte van Haamstede’ Populus nigra Niet

de directe woonomgeving toepassen Goede cultivars ‘Brandaris’, Ítalica’, ‘Wolterson’, ‘Vereecken’ Populus tremula Cultivar ‘Astria’, ‘Erecta’, ‘Tapiau’ Quercus cerris ‘Argenteovariegata’ Quercus robur Voor smalle profielen de cultivar ‘Fastigiata Koster’ toepassen Quercus rubra Salix alba Niet

de directe woonomgeving toepassen, wel

brede groenzones langs waterpartijen. Als knotvorm ook

smallere stroken te gebruiken. cultivar:‘Rockanje’ Tilia Linde is een echt Hollandse goede laan- en straatboom. Nadeel is de overlast van honing- en roetdauw (vooral

juli), maar de afscheiding van luizen is onschadelijk voor autolak. Soorten die hiervan last hebben niet boven parkeerplaatsen toepassen. Tilia americana, Tilia cordata, Tilia eur ‘Euchlora’ en Tilia tomentosa hebben hier het minste last van. Tilia americana ‘Redmond’ Tilia cordata cultivars ‘Böhlje’, ‘Corzam’, ‘Greenspire’, ’Lico’, ‘Monto’, ‘Rancho’, ‘Roelvo’, ‘Van Pelt’ Tilia europaea cultivars ‘Euchlora’, (‘Koningslinde’- voorheen Pallida - en ‘Zwarte Linde’ niet op parkeerplaatsen of langs straten, wel brede groenbermen) Tilia tomentosa cultivars ‘Brabant’, ‘Doornik’, ‘Pendula’, ‘Szeleste’, ‘Terry’, ‘Varsaviensis’ Ulmus cultivars / klonen 'Dodoens'; 'Plantijn'; 'Clusius' en 'Lobel' zijn min of meer resistent tegen de ziekte. Sinds 2001 zijn

Nederland ook Ulmus Resista ® iepen te verkrijgen als resistente rassen, zoals 'Sapporo Autumn Gold', 'Regal', 'New Horizon' en 'Cathedral'. De smalle hoogopgaande 'Columella' is volledig resistent. Bomen van de 2e grootte: Acer campestre 'Elsrijk'

het buitengebied de soort en niet de cultivar toepassen Acer campestre Vooral toepassen

groenstroken en wegbermen cultivars ‘Queen Elizabeth’ ‘Red Shine’ Alnus cordata Alnus glutinosa cultivars

de ecologische zones

het buitengebied geen cultivars toepassen, maar de soort gekweekt uit autochtoon materiaal ‘Aurea’, var. barbata, ‘Imperialis’ (niet

verharding), ’Laciniata’, ’Pyramidalis’ Alnus rubra Cercidiphyllum japonicum Corylus colurna Fraxinus americana cultivars weinig gevoelig 'Autumn Applause' Fraxinus ornus Gleditsia triacanthos cultivars ‘

ermis’, ’Skyline’ ‘Sunburst’ Goed windbestendig, wel

jonge jaren takbreuk, niet

de randen toepassen Liquidambar styraciflua Parrotia persica ‘Vanessa’ Pyrus calleryana cultivars ‘Aristocrat’, ‘Autumn Blaze’, ‘Bradford’, ‘Capitol’, ‘Chanticleer’, ‘Redspire' Pyrus communis ‘Beech Hill’ Pyrus salicifolia Sophora japonica

beschutte omstandigheden toepassen, parkboom Sorbus aria

beschutte omstandigheden toepassen Sorbus aucuparia cultivars Sorbus

termedia cultivars ‘Brouwers’ Zelkova serrata Bomen van de 3e grootte Amelanchier arborea ‘Robin Hill’ Of een andere geschikte cultivar Fraxinus ornus (cultivars) Opgaande Pluimes ‘Óbelisk’ ‘Meczek’ Magnolia kobus

beschutte situaties Platanus hispanica ‘ Alphens Globe’ Beperkt toepassen

verband met 2 jaarlijkse snoei Pyrus x canescens Kleine vruchten Robinia pseudoacacia 'Umbraculifera' Beperkt toepassen

verband met verplichte snoei Quercus ilex Steeneik

tabel 5.2 staan soorten die goed gebruikt kunnen worden als solitair,

bijzondere groepen

parken en groenstroken of als markering van entrees en gebouwen. Tabel 5.2. Voorkeursassortiment voor bomen die als solitair,

bijzondere groepen

parken of

stellingsterreinen worden toegepast Soort Grootte klasse Soort Grootte klasse Acer pseudoplatanus ‘Leopoldii’(bontbladig) 1e Liriodendron tulipifera 1e Ailanthus altissima 1e Magnolia soorten oa. Kobus, soulangeana of loebneri ‘Merrill’ 2e Aesculus hippocastanum *) 1e Malus veel soorten en cultivars oa. floribunda en ‘Liset’ 1e Betula ermanii 2e Ostrya carpinifolia 3e Betula nigra en Betula utilus 2e Parrotia persica 3e Castanea sativa 1e Pinus contorta,nigra nigra parviflora’Glauca' 3e Carpinus betulus 1e Photinia villosa 1e Catalpa bignonioides 2e Populus (diverse soorten) **) 1e Cedrus atlantica en libani 1e Prunus avium,

beschutte omstandigehden veel cultvars mogelijk oa. yedoensis en subhirtella Áutumnalis’ 1e 2e 3e Celtis julianae 3e Pterocarya fraxinifolia en stenoptera 1e Fraxinus ornus ‘Obelisk’ 2e Quercus cerris 1e Ginkgo biloba 1e Quercus frainetto 1e Gymnocladus dioicus 1e Salix sepulcralis ‘Chrysocoma’ **) 1e Juglans regia 'Broadview' of 'Buccaneer' 1e Taxodium distichum 1e Tilia cordata *) I.v.m. de Kastanjebloedingsziekte deze soort voorlopig niet toepassen voor beelddragende structuren en lanen**) Populier en grote wilgensoorten niet

de directe woonomgeving toepassen. Bij de keuze van de bomen

het buitengebied speelt een goede aansluiting op het landschapstype en de bodemkundige situatie een belangrijke rol. De sortimentskeuze dient het cultuurhistorische beeld te versterken en een bijdrage te leveren aan het behoud en de verhoging van de biodiversiteit.

tabel 5.3 is een onderverdeling gemaakt naar landschapstype. Bodemkaart gemeente Langedijk (bron: www.bodemdata.nl) Tabel 5.3 Voorkeursassortiment voor buitengebied per landschapstype Landschapstype Relatie met bostype Voorkeurssortiment Rijpolder ten westen van Langedijk Essen-iepenbos gewone es, iep, wilg, populier Vaarpolders (Oosterdel) Elzenbroekbos wilg, populier, els, berk Strandwal en geestgronden bij Sint Pancras Berken-eikenbos grove den, eik, haagbeuk, berk Natte gebieden bij de Blauwe en Groene Loper Elzenbroekbos zwarte els, zachte berk, gewone es, zomereik 5.3.2Niet meer of beperkt toe te passen soorten De soorten die

tabel 5.4 staan zullen niet meer of met beperking worden gebruikt. De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat de soorten: zodanig ziektegevoelig zijn dat deze zich niet duurzaam ontwikkelt, uitvallen binnen belangrijke boomstructuren, zich niet goed ontwikkelen

de gemeente Langedijk, niet passen

het cultuurhistorische, landschappelijke of stedenbouwkundige karakter. Tabel 5.4. Bomen die niet of slechts beperkt toegepast dienen te worden Soort(engroep) Beperking Toelichting Coniferen en naaldbomen Niet toepassen

het Polderlandschap Coniferen en naaldbomen passen niet op de bodem en grondsoort en ook niet

het cultuurhistorisch landschap. Binnen parken en plantsoenen binnen de bebouwde kom is toepassing wel mogelijk, bijvoorbeeld moerascypres (Taxodium distichum) langs watergangen

de woonwijk. Pinus sylvestris kan wel op de strandwallen worden toegepast. Quercus rubra (Amerikaanse eik) Niet als structuur-bepalende beplanting en zeker niet

het buitengebied De Amerikaanse eik is een exoot, die niet bijdraagt aan de natuurwaarden. De soort heeft

verhouding tot de

heemse eiken een kortere levensverwachting (meer gevoelig voor kernrot). Aesculus hippocastanum (Paardenkastanje) niet meer op grote schaal en als structuurbepalende beplanting Door het optreden van de kastanjeziekte is er een gezondheidsrisico voor de soort. Bestaande lanen

principe handhaven. Fraxinus excelsior excelsior type zoveel mogelijk mijden Door het optreden van de essentaksterfte is er vooral voor het excelsior type een gezondheidsrisico voor de soort. Bestaande lanen

principe handhaven. Populus en Salix (Populieren en wilgen) Niet

de directe woonomgeving Vanwege de snelle groei, het oppervlakkige wortelstelsel, en de relatief korte omlooptijd zijn deze bomen niet geschikt voor de woonomgeving. Deze passen natuurlijk wel

de landschapstypen waar zij van nature thuishoren (zie tabel 5.3.) en

de bredere stroken langs de watergangen. Populus (Populier), Salix (Wilg), Robinia (Valse acacia) en Betula (Berk) Niet vlak langs trottoirs, fietspaden of wegen Deze bomen wortelen oppervlakkig en hebben de neiging de verharding op te drukken. Ulmus (Iep) Niet als de enige structuurbepalende beplanting

verband met de Iepziekte alleen minder gevoelige klonen gebruiken. Quercus palustris (Moeraseik) Niet toepassen Slechte ervaring met de ontwikkeling van de soort. Platanus x hispanica (Plataan) Alleen

beschutte situatie toepassen Gevoelig voor sterke wind (scheefgroei kroon).en massaria (schimmel veroorzaakt houtrot met takbreuk als gevolg) Prunus cultivars (slechts enkele soorten) Alleen

beschutte situatie toepassen

verband met uitgestelde onverenigbaarheid alleen exemplaren toepassen die geënt zijn op geselecteerde onderstammen. (NAK T gekeurd) Gevoelig voor sterke wind (kroon). 6Juridische bescherming houtopstand en herplant 6.1Uitgangspunten juridische bescherming Het bomenbeleid van de gemeente Langedijk is er op gericht om houtopstanden

de gemeente duurzaam

stand te houden en

dien mogelijk uit te breiden. De belangrijkste uitgangspunten van het bomenbeleid zijn: terughoudendheid ten aanzien van het vellen van houtopstand; waar mogelijk herplant na velling; nieuwe bomen aanplanten waar dit past

het streefbeeld. Om haar beleid te realiseren heeft de gemeente de volgende juridische beleidsinstrumenten: artikelen

zake bescherming van houtopstanden

Hoofdstuk 4

, afdeling 3 van de APV Langedijk; de Groene Kaart met bijbehorend register beschermde houtopstand; opname van houtopstanden

andere beleidsdocumenten, zoals de Structuurvisie 2012 -2030, het Groenstructuurplan, het Beheerplan Openbaar Groen 2013-2017, het Milieubeleidsplan en de Ecologische visie. De Groene Kaart bevat drie categorieën houtopstanden: monumentale en bijzondere houtopstanden, boomstructuren en boomzones. Bij de Groene Kaart hoort een register van beschermde houtopstand.

het register staan nadere gegevens over de houtopstanden, zoals soort, standplaats en kadastrale situatie. De monumentale en bijzondere houtopstanden, boomstructuren en boomzones die vermeld staan op deze Groene Kaart en bijbehorend register zijn beschermd en kunnen slechts met gemeentelijke ontheffing geveld worden. Alle overige houtopstand is onbeschermd en kan vrij gekapt worden. Wel gelden voor de bomen van de gemeente die onbeschermd zijn een aantal algemene beleidsregels (zie § 6.4 en 6.5). 6.2Uitgangspunten bij een aanvraag tot vellen Het beleid voor ontheffingen en vergunningen vormt het kader, de criteria en de werkwijze bij het vellen (kappen) en beschermen van houtopstanden. Onder vellen wordt verstaan het rooien, kappen, verplanten, snoeien van meer dan 20% van de kroon of het wortelgestel. Hierbij zijn

begrepen het kandelaberen, het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Een houtopstand is hierbij: hakhout, een houtwal of één of meer bomen, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken of een beplanting van bosplantsoen. Een verklaring van de begrippen

deze paragraaf is te vinden

bijlage 1 van dit bomenbeleidsplan en

de APV. De aandachtspunten voor de afweging van aanvragen voor ontheffingen tot het vellen van houtopstand (omgevingsvergunning) zijn samengevat

onderstaand kader. Vragen

de beoordeling van de aanvraag zijn: Is de boom ontheffings-/ vergunning plichtig (zie Groene Kaart bij APV)? Is er sprake van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang? Gaat het om een monumentale en bijzondere houtopstand (hoofdstuk 4 en register)? Maakt de boom uit van de gemeentelijke boomstructuur (bijlage 4)? Voldoet de plaatsing van de boom aan het programma van eisen voor bomen (hoofdstuk 7)? Heeft de boom een bijzondere waarde voor natuur en milieu (bijvoorbeeld als voedings- of schuilplaats voor bepaalde diersoorten, zoals vogels en vleermuizen)? Heeft de boom een bijzondere landschappelijke waarde: bijvoorbeeld als onderdeel van een typerende landschappelijke structuur? Heeft de boom een bijzondere cultuurhistorische waarde of waarde voor stads- en dorpsschoon? Heeft de boom een bijzondere waarde voor recreatie, leefbaarheid of beeldkwaliteit? Voor de bescherming van houtopstanden gelden de volgende beleidscategorieën: monumentale en bijzondere houtopstanden, boomstructuren en boomzones.

tabel 6.1 staan de beleidsuitgangspunten. Tabel 6.1 Beleidsuitgangspunten bescherming van houtopstanden Onderdeel Monumentale houtopstanden Bijzondere houtopstanden Boomstructuren Boomzones Beschermings-categorie Meest beschermwaardig: ontheffing voor vellen

beginsel altijd geweigerd (cat. A). Bij ruimtelijke ontwikkelingen altijd een BEA uitvoeren (zie bijlage 8) Hoge categorie beschermwaardige bomen: ontheffing voor vellen

beginsel altijd geweigerd (cat. A). Bij ruimtelijke ontwikkelingen altijd een BEA uitvoeren (zie bijlage 8) Midden categorie beschermwaardige bomen: ontheffing voor vellen afhankelijk van afweging criteria en relatie huidige situatie tot streefbeeld (cat. B). Laagste beschermings-categorie: ontheffing voor vellen afhankelijk van afweging criteria en relatie huidige situatie tot strategie voor gebied (cat. C). Redegevende criteria Zie § 4.1 Minimaal 50 jaar oud en tenminste een kenmerk als beeldbepalend, bijzondere geschiedenis, plek voor bijzondere planten of dieren, zeldzame soort, staat bij monumentaal gebouw. Zie § 4.1 Minimaal 35 jaar oud en tenminste een kenmerk als beeldbepalend, bijzondere geschiedenis, plek voor bijzondere planten of dieren, zeldzame soort, staat bij monumentaal gebouw. Zie § 3.3, bijlage 4 en Groene Kaart Onderdeel van de gemeentelijke boomstructuur met vastgestelde strategie en streefbeeld Beeldbepalende gebieden met houtopstanden

de gemeente. Zie voor de ligging van de Boomzones de Groene Kaart en voor de strategie per gebied bijlage 4. Herplant-categorie 100% conform taxatie door beëdigd boomtaxateur Herplant maat 30-35 Herplant maat 18-20 Herplant maat 18-20 Handhavings-categorie Meest strenge handhavings-aanpak Meest strenge handhavings- aanpak Standaard handhavingsaanpak Standaard handhavingsaanpak

vesterings-niveau Hoogste

vesteringsniveau Hoge

vestering Hoge

vestering Standaard

vestering Overlast categorie De boom zal niet geveld worden vanwege overlast De boom zal niet geveld worden vanwege overlast Geen velling vanwege overlast. Eventueel snoei of schadebeperkende maatregelen (schermdoek of wand) Geen velling vanwege overlast. Eventueel snoei of schadebeperkende maatregelen (schermdoek of wand) Subsidie en overige VTA

spectie door Gemeente voor duurzame

standhouding van beschermde houtopstand VTA

spectie door Gemeente voor duurzame

standhouding van beschermde houtopstand Gemeente onderhoudt de bomen zelf Geen 6.3Uitgangspunten bij overlast Uitgangspunt van de afweging op het gebied van hinder en overlast door bomen is dat enerzijds de beleidstatus van de boom weegt en anderzijds de mate van ernst van de hinder/overlast. De beleidstatus van de boom of houtopstand kan zijn: onbeschermd of beschermd als monumentale of bijzondere houtopstand, onderdeel van een boomstructuur of boomzone. Anderzijds is de hinder

te delen naar licht, matig of ernstig. Dit is afhankelijk van de afstand van de boom tot de plek waar de hinder ervaren wordt, de ruimtelijke verhoudingen, duur van overlast, alternatieven, preventiemogelijkheden, precedentwerking en aard van de hinder. De stedenbouwkundige opbouw van een wijk bepaalt vaak hoeveel ruimte er is voor gemeentelijke bomen. Te veel bomen

verhouding tot de ruimte en functie van het openbaar gebied leidt op den duur tot problemen als groeistoornissen en overlast. Het verwijderen van bomen is soms nodig en door velen gewenst als er ernstige overlast optreedt. Bijvoorbeeld

de vorm van te veel schaduw, te hoog opgedrukte verharding, ernstige vervuiling door vruchten of benodigde ruimte voor andere functies. Gezien het belang van bomen is overlast

een geringe mate geen reden om

te grijpen. Er zal altijd een zekere mate sprake zijn van subjectieve beoordeling zijn van de mate van overlast en hinder. Conform vaste rechtspraak

zake overlast en hinder door bomen dient iedereen een zekere mate van naburige hinder te dulden en te dragen. Enkel

het geval van disproportionele hinder door publieke bomen neemt de gemeente maatregelen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 24 september 2003 over een boomopstand

Langedijk conform het oordeel van de Rechtbank te ‘s-Gravenhage op 7 januari 2008 een uitspraak gedaan waarin vermeld is dat iedereen een zekere mate van naburige hinder te dient te dulden en te dragen.

elk geval wordt er niet

gegrepen

dien de hinder of overlast bestaat uit: normale bladval

clusief val van bloesems; normale vruchtval

clusief zaad- en pluisval; aanwezigheid van enkele vogelnesten of rustplaatsen van vogels; aanwezigheid van vleermuizen; schaduwhinder van korte duur (enkele uren); schaduwhinder

delen van tuinen, erven en op niet bewoonde bouwwerken; normale groene of algenaanslag op bestrating, muren, daken, enz. normale tijdelijke overlast door

secten

bomen

clusief honing- en roetdauw. wortelopdruk die bestrating niet meer dan 4 centimeter opdrukt. wortelingroei

funderingen of huisaansluitingen (voor rekening en risico van eigenaar volgens vaste rechtspraak). lichttoetreding op zonnepanelen (zie § 2.4). Bij andere, ernstiger vormen van overlast en hinder zullen de eventuele

grepen afhangen van de ernst van de overlast, de mogelijke oplossingen en de aanwezigheid of mogelijkheid van compenserend groen. Uiteraard spelen ook kosten (budgetten en prioriteiten) een rol. Hierbij gelden de volgende principes: Snoei van bomen geniet de voorkeur boven bomen verwijderen. “Snoei”

de vorm van toppen of halveren is nooit een optie; Kandelaberen en het snoeien van een vrij uitgroeiende boom tot vormboom vindt

principe niet plaats, met uitzondering van enkele boomsoorten waarbij dit cultuurhistorisch past zoals plataan. Het streven is altijd gericht op minimaal behoud van de “hoeveelheid boom”. Een oplossing kan ook zijn om een aantal kleinere bomen die slecht groeien of overlast geven te vervangen door een of enkele exemplaren van een grotere boomsoort op een gunstigere plek. Het effect (beeld, milieu, waardering en dergelijke) van een grote boom is vaak hoger dan die van een aantal kleinere bomen samen. 6.4Herplantbeleid De gemeente streeft ernaar om haar bomenbestand

kwaliteit en kwantiteit minimaal op peil te houden en waar mogelijk te verbeteren.

beginsel zal de gemeente voor elke te vellen beschermde boom een herplantplicht opleggen voor een zo gelijkwaardig mogelijk exemplaar. Daarbij gelden de volgende richtlijnen: de herplantcategorie en

vesteringscategorie uit tabel 6.1, de strategie en

dien van toepassing het streefbeeld die betrekking hebben op het gebied en/of de houtopstand (hoofdstuk 3 en bijlage 4), het voorkeurssortiment voor de betreffende plek (hoofdstuk 5) en het programma van eisen voor nieuw te planten bomen (hoofdstuk 7).

dien het streefbeeld voor de toekomstige structuur of situatie afwijkt van de huidige situatie, zal een herplantplicht wordt opgelegd voor een andere kwaliteit en andere boomsoort. Niet alle houtopstanden

eigendom en beheer van de gemeente zijn op de Groene Kaart opgenomen. Deze zijn niet beschermd en kunnen vrij geveld worden. Voor niet beschermde gemeentelijke houtopstanden zal de gemeente

principe altijd herplant uitvoeren. Dit geldt echter niet voor snelgroeiende niet duurzame soorten als populier en wilg. Herplanting gebeurt bij voorkeur ongeveer op dezelfde plek. Als dit vanwege duurzame groei, functioneren van de openbare ruimte of het streefbeeld niet mogelijke is, dan vindt de herplant elders

de gemeente plaats. De gemeente draagt door dit herplantbeleid bij aan het uitvoeren van de strategie en het bereiken van het streefbeeld zoals deze

hoofdstuk 3 en bijlage 4 zijn vastgelegd. 6.5Handhaving Bij illegale velling van een beschermde houtopstand zoekt de gemeente eerst naar een goede oplossing voor herplant met de overtreder. Daarbij beoordeelt zij op basis van de situatie en omstandigheden of herplantplicht onder oplegging van bestuursdwang of een dwangsom zal plaatsvinden. Bij beschadiging of verlies van gemeentelijke bomen zal

beginsel altijd de schade aan de houtopstand verhaald worden. Bij aanrijschade met een motorvoertuig verhaalt de gemeente de schade bij het Waarborgfonds.

beide laatste gevallen wordt de schade getaxeerd door een onafhankelijk boomtaxateur die aangesloten is bij de Nederlands Vereniging van Boomtaxateurs (www.boomtaxateur.nl).

dien een oplossing of opvolging uitblijft zal de gemeente van een overtreding van het kapverbod of een ander delict aangifte doen en vragen om strafvervolging. DEEL III UITWERKING:

RICHTING EN BEHEER 7Programma van eisen bestaande en nieuwe bomen 7.1Toelichting op het programma van eisen De gemeente streeft naar een boombestand dat duurzaam

stand gehouden en verder ontwikkeld kan worden. Dit betekent dat de juiste boom op de juiste plaats moet staan. Ook mag er nu en

de toekomst niet veel extra beheer en onderhoud - bijvoorbeeld kandelaberen, snoeien op licht

de kroon en

tensieve wortelsnoei - nodig zijn om de bomen gezond en de omgeving veilig te houden. Deze extra beheerhandelingen zijn vaak het gevolg van een onjuiste boomkeuze, bijvoorbeeld een te grote boom voor de beschikbare ondergrondse of bovengrondse ruimte. Binnen de gemeente Langedijk zijn de afgelopen decennia nieuwe woonwijken,

frastructuur en bedrijventerreinen gerealiseerd, daarnaast zijn wegen en woongebieden heringericht. Ook de komende jaren zijn aanleg van

frastructuur, woningbouwprojecten en herinrichtingen voorzien. Voor al deze plannen streeft de gemeente naar een duurzame

richting met bomen, die ook

de toekomst voldoet aan de gestelde verwachtingen en waarbij beheerproblemen voorkomen worden. Vooral het reserveren van voldoende (groei)ruimte, zowel bovengronds als ondergronds, is belangrijk.

het buitengebied is een soortkeuze, die afgestemd is op ecologische en cultuurhistorische doelen van belang.

het navolgende programma van eisen zijn de randvoorwaarden voor en de kwaliteitseisen bij de plaatsing van bomen

zichtelijk gemaakt.

§ 7.2.

staat het toetsingskader van de bestaande boombeplantingen, de daarna volgende paragrafen gaan specifiek

op de eisen en richtlijnen voor de

richting met bomen bij nieuwe stedenbouwkundige ontwikkelingen en herinrichtingen. Het programma van eisen is voor iedere betrokkene, maar vooral stedenbouwkundigen en ontwerpers (tussen de

itiatieffase en nazorg/beheerfase) van belang. Voor elke fase

de planvorming -

itiatieffase, ontwerp,

richting en beheer - geeft het richtlijnen. Qua

deling sluit het programma aan bij de planfasen die een (her)

richtingsplan binnen de gemeente Langedijk doorloopt. Per planfase worden door middel van principetekeningen en toelichtende tekst randvoorwaarden en eisen gegeven aan de plaatsing van bomen.

het programma van eisen zijn drie grootteklassen bomen genoemd. De verwachte hoogte en kroondiameter staan

tabel 7.1. De toegekende waarden zijn gemiddelden waarbij uitgegaan wordt van goede groeiomstandigheden. Er is hierbij geen rekening gehouden met bijzondere groeivormen (bijvoorbeeld sterk zuilvormige cultivars). Tabel 7.1 Grootteklassen bomen Grootteklasse Hoogte Verwachte kroondiameter

volwassen fase 1e grootte > 15 meter Circa 10 meter 2e grootte 10 – 15 meter Circa 7 meter 3e grootte < 10 meter Circa 5 meter 7.2Toetsingskader bestaande bomen Het toetsingskader

deze paragraaf geldt alleen voor bestaande bomen. Voor deze bomen is het van belang dat zij zich zodanig kunnen ontwikkelen dat er geen extreme snoei van takken en wortels nodig is en dat zij de lichttoetreding

vertrekken niet te zeer belemmeren. De gehanteerde maten zijn verschillend voor de drie grootteklassen van bomen. Let wel: bij reconstructie of nieuw ontwerp geldt het programma van eisen van paragraaf 7.

  1. tot en met 7.
  2. Tabel 7.2 Toetsingskader bestaande bomen Voorwaarde Omschrijving 1 Afstand hart stam tot erfgrens Bomen eigendom gemeente Overige bomen Nihil 0,5 meter 2 Afstand hart van de stam tot gevels (met uitzondering van blinde muren) 1e grootte (hoogte >15 meter): minimaal 6 meter 2e grootte (hoogte tussen 10 en 15 meter): minimaal 4 meter 3e grootte (hoogte <10 meter): minimaal 3 meter 3 Minimale afmeting boomspiegel bij bomen

verharding Boomspiegel: 0,5 m uit de huidige stamvoet 7.3Algemene eisen De algemene eisen gelden voor alle bomen bij herinrichting en nieuw ontwerp. De gemeente hanteert deze

de

itiatieffase en tijdens de ontwerp- en beheerfase. Tabel 7.3 Algemene eisen voor bomen bij herinrichting en nieuw ontwerp Voorwaarde Omschrijving 1 Afstand riolering tot stam Geen riolering onder bomen. Afstand zijkant sleuf van riool tot stam: - bij bomen 2e en 3e grootte > 2,50 m - bij bomen 1e grootte > 3 m 2 Afstand hart stam tot gevels (met uitzondering van blinde gevels) 1e grootte: minimaal 6 meter, bij voorkeur 8 meter (halve kroondiameter + 1 meter takvrije zone) 2e grootte: minimaal 4 meter, bij voorkeur 6 meter (halve kroondiameter + 1 meter takvrije zone) 3e grootte: minimaal 3 meter, bij voorkeur 4 meter (halve kroondiameter + 1 meter takvrije zone) Voor bomen met een zeer dichte kroon (bijv. Beuk, Kastanje en enkele Esdoorns) moet een afstand van halve kroondiameter x 1,5 worden toegepast 3 Afstand hart stam tot kabels en leidingen 1e grootte (volgroeid 12 meter en hoger): min. 2,5 m 2e grootte (volgroeid tussen 6 en 12 meter hoog) : min. 2,0 m 3e grootte (volgroeid tot 6 meter hoog): min. 1,5 m

dien dit gezien het profiel niet mogelijk is, moeten kabelsleuven toegepast worden. 4 Te reserveren boven-grondse groeiruimte. (

de uitwerkingsfase dient uitgegaan te worden van de specifieke kroonontwikkeling van de gekozen soorten) Ruimte kroondiameter: 1e grootte: 15 m 2e grootte: 10 m 3e grootte: 6 m 5 Plaats bomen op talud Bomen minimaal 4 m uit de

steek watergang toepassen. Dit geldt bij watergangen waar een keur op rust. 6 Boomspiegel

verharding moet op termijn uit te breiden zijn tot minimaal gewenste grootte.

principe bij nieuwe aanleg en reconstructie geen bomen

verharding toepassen. Behalve als er een boomspiegel van een bepaalde minimale grootte (zie beneden) of een boomstrook van minimaal 3 meter breed gerealiseerd kan worden. Algemene regel: diameter boomspiegel = uiteindelijke diameter wortelvoet + 0,5 meter. Voor een volgroeide boom leidt dit tot de volgende (gereserveerde) maten: 1e grootte boom 2 x 2 meter 2e grootte boom 1,5 x 1,5 meter 3e grootte boom 1 x 1 meter 7.4Programma van eisen

itiatieffase De

itiatieffase start op het moment dat het eerste voorwerk voor een plan

gang gezet wordt. Dit kan een vooronderzoek, verkenning, eerste ontwerpschets of voorlopige budgetaanvraag zijn. De verantwoordelijkheid voor een goede regie voor de

itiatieffase ligt bij de afdelingen Openbare Werken en Beleid & Projecten van de gemeente Langedijk.

de

itiatieffase wordt een plan of activiteit aan de volgende zaken getoetst. Tabel 7.4 Programma van eisen bomen van de

itiatieffase Aspect Voorwaarde Omschrijving Bomenbeleid Juiste principes voor herinrichting en nieuwe boomstructuren Zoveel mogelijk

passen van bestaande volwassen bomen

het nieuwe ontwerp. Hanteren van een vaste procedure voor de bescherming van bomen via een Bomen Effect Analyse (BEA, zie Begrippenlijst

bijlage 1 en bijlage 8) en een programma van eisen

clusief schaderegeling, bij bouw en aanleg (§ 6.1. Uitgangspunten juridische bescherming en § 6.2 Uitgangspunten bij aanvraag tot vellen). Zo nodig wordt extern advies

gewonnen. Beschermen van monumentale en bijzondere houtopstanden, boomstructuren en boomzones als vermeld op de Groene Kaart en bijbehorend register bij de uitvoering van bouw- en aanlegactiviteiten. Van te voren

ventariseren en zo nodig taxeren via BEA (zie bijlage 8). Met de opdrachtgever en aannemer worden afspraken gemaakt over boombeschermende maatregelen (§ 6.1. Uitgangspunten juridische bescherming). Behouden en ontwikkelen van het cultuurhistorische karakter van de plekken en buurten

Langedijk (strandwal en linten) door de keuze van een sortiment en structuur die past bij de karakteristiek van de plek. Streven naar een gevarieerde opbouw van het bomenbestand

de gemeente door variatie

soort en leeftijd (hoofdstuk 5.Voorkeurassortiment). Hanteren van voorkeurslijsten bij de soortenkeuze van bomen. Voor het buitengebied is het landschap van Langedijk onderscheiden

: de rijpolder, de vaarpolders, de strandwal/geestgronden en de natte gebieden (bij de Blauwe en Groene Loper). Elk landschapstype heeft zijn karakteristieke opbouw en samenstelling van de (boom)beplanting

het gebied. Deze landschapstypen kunnen het duurzame geraamte vormen voor de boomstructuur. Binnen de bebouwde kom sluit de soortkeuze aan op de cultuurhistorische kwaliteiten van de plek en de hedendaagse functionele en ecologische eisen (hoofdstuk 5. Voorkeursassortiment) Vergroten van de kansen voor

heemse planten en dieren en het versterken van de kwaliteit van ecologische verbindingszones en streekkarakteristieke biotopen door de juiste soortkeuze ervan (hoofdstuk 5.Voorkeursassortiment). Behouden en ontwikkelen van een duurzame boomstructuur voor de belangrijkste structuurlijnen van Langedijk (§ 3.3 Bomenstructuur per kern en gebied en bijlage 4. Strategie, huidige beelden en streefbeelden voor de boomstructuur). Zorgen voor de juiste boom op de juiste plaats, zodat bomen zich duurzaam kunnen ontwikkelen. Boom-structuur Situering en soortkeuze bomen Zie strategie, huidige beelden en streefbeelden voor de boomstructuur

bijlage 4. Monumentale en bijzondere houtopstanden Bescherming monumentale en bijzondere houtopstanden Bij de

itiatieffase wordt het gemeentelijk register met beschermde houtopstand geraadpleegd. Het behoud en de bescherming van: Bescherming monumentale en bijzondere houtopstanden geldt als harde randvoorwaarde voor het plan en hun

passing bij nieuwe stedenbouwkundige ontwikkeling is essentieel bijzondere bomen geldt als uitgangspunt voor het plan Bij ruimtelijke ontwikkelingen rond deze bomen wordt altijd een Bomen Effect Analyse (BEA, zie bijlage 8) opgesteld. De beleidsregels voor monumentale en bijzondere houtopstandenzijn beschreven

hoofdstuk 4. Monumentale en bijzondere houtopstanden. Wereldbomen Aanwijzen van enkele bomen met bijbehorende standplaats

de gemeente. Voor de bomen die als wereldboom benoemd zijn geldt de bijbehorende bescherming, communicatie en

formatie. Voorkeurs-assortiments-lijst Soortkeuze bomen De bomen qua sortiment,

richting en beheer richten op de landschappelijke positie/omgeving volgens de principes van hoofdstuk 5. Voorkeursassortiment. Wettelijke kaders Wet Natuur-bescherming Bij de

itiatieffase moet een vooronderzoek naar de aanwezige Flora en Fauna plaatsvinden. Vervolgens handelen volgens de eisen die zijn opgenomen

de Wet Natuurbescherming. Dit artikel heeft betrekking op het beschermen van (leefgebied van)

heemse planten en diersoorten. Zie ook § 2.3. Overige wettelijke kaders Zie voor de overige wettelijke kaders § 2.3 Wettelijk kader en uitgangspunten voor bomen. 7.5Programma van eisen ontwerpfase

de ontwerpfase wordt een masterplan, structuurontwerp of voorlopig ontwerp gemaakt. Voor deze fase gelden de eisen

tabel 7.5. Het ontwerp wordt ook op beheeraspecten getoetst. Tabel 7.5 Programma van eisen ontwerpfase Element Type bomen Voorwaarde Omschrijving Bomen algemeen Alle bomen Voldoende doorwortelbare ruimte: zie ook Stadsbomen-vademecum deel I. Voorbeelden: Bij hangwaterprofiel 1e grootte 60 m3 2e grootte 30 m3 3e grootte 15 m3 knot/leibomen 7,2 m3 Het verdient de voorkeur de groeiplaatsen van de bomen onderling te verbinden (sleuven, min breedte 3,5 m). Dit komt het bodemleven ten goede. Bij grondwaterprofiel: De helft van bovengenoemde volumes, met een maximale diepte van 0,8 m Alle bomen Afstand tot kolken en

spectieputten Min. 2 m Bomen

hoofd-boomstructuur Afstand tot verlichting Min. hart op hart afstand boom-lichtmast: 1e grootte: 8 m Overige bomen Min. hart op hart afstand boom-lichtmast: 2e grootte: 5 m 3e grootte: 4 m Alle bomen Afstand tot ondergrondse vuilcontainer, glas en papierbakken. Afstand hart stam tot container: 1e grootte min. 10 m 2e grootte: min. 7 m 3e grootte min. 5 m (0,5 x volwassen kroondiameter + 2 m, i.v.m. kraan) Alle bomen Onderlinge afstand bij aaneengesloten rij Bomen 1e grootte: 12-15 m

de rij Bomen 2e grootte: 8-10 m Bomen 3e grootte: 6-8 m Knotbomen/leibomen: 2-4 m (volwassen kroondiameter+ 1 m vrije ruimte) Overige bomen Schaduw-werking Aan noordzijde van straten rekening houden met schaduwwerking bomen. Afstemmen soortkeuze en grootte. Bomen

verhar-ding Alle bomen

verharding Lucht- en water-doorlatende verharding boven groeiplaats Rekenvoorbeeld uitgaande van vierkante groeiplaats ((bijv. uitgevoerd

bomenzand,-bomengrond of granulaat)met een diepte van 0.80 meter. Open verharding: 1e grootte 8,5 x 8,5 m 2e grootte 6 x 6 m 3e grootte 4,5 x 4,5 m Bomen

verhar-ding (vervolg) Boomstructuur Sortimentskeuze Direct langs verhardingen: Strooizout bestendig Bestand tegen ziekten, stenig milieu en uitlaatgassen Geen oppervlakkig wortelstelsel Geen treurvorm Geen bomen met grote vruchten Geen last van takbreuk Geen last van windworp Zie verder Hoofdstuk 5.Voorkeursassortiment. Bomen

de woonwijken Aanvullend ten opzichte van boomstructuur: Aangepaste soortkeuze

verband met mogelijke “lasten”, zie § 5.3.2. Niet meer of beperkt toe te passen soorten. Vormbomen, leibomen e.d. alleen op representatieve plekken, bijvoorbeeld bij bijzondere gebouwen langs het lint. Bomen

gras en beplan-ting Alle Afstand tot verharding 1e en 2e grootte minimaal 3 meter 3e grootte minimaal 1 meter Sortimentskeuze Breedte vak < 10 m: zie bomen

verharding. Breedte vak > 10 m: geen oppervlakkig wortelstelsel, geen wortelopslag, geen windworp. Zie verder Hoofdstuk 5. Voorkeursassortiment. 7.6Programma van eisen realisatiefase De realisatiefase omvat de uitvoering van de werkzaamheden. Toezicht op de richtlijnen en toetsing op de

het ontwerp vastgelegde richtlijnen en maten is hier van belang. De eisen staan

tabel 7.

  1. Tabel 7.6 Programma van eisen bomen voor realisatiefase Element Voorwaarde Omschrijving Bomen algemeen Graven binnen kroonprojectie van te handhaven bomen Binnen een meter uit de kroonprojectie mag niet gegraven worden en de grond mag niet verdicht worden. Ook opslag van bouwmaterialen is hier niet toegestaan. Hekwerk aanbrengen rond kroonprojectie ter voorkoming van specifieke beschadigingen. Zie bomenposter Stadswerk, bijlage
  2. Tot 2 m uit kroon geen ophogingen. Greppels en sloten binnen 5 m uit kroonprojectie niet dempen. Afwijken van deze regel kan alleen na

schakelen van een boomtechnisch onderzoeker.

richting bouwkeet en overblijfruimte Toelichten en ophangen bomenposter Stadswerk over bescherming bomen. Standaardmaat bomen Stam omtrek 18-20 cm op 1 m boven maaiveld. Voor herplant van monumentale en bijzondere houtopstanden gelden afwijkende maten. Bomen met draadkluit toepassen. Boompalen/ Banden 2 boompalen per boom. Materiaal: hout niet verduurzaamd. Lengte 2,00 m. Diameter: 80-90 mm. Lengte paal onder maaiveld minimaal 0,70 m Boomband met breedte van 60 mm Afmetingen plantgat Doorsnede van minimaal 0,80 m Diepte: 20 cm dieper dan de wortelkluit Eisen plantmateriaal Moet voldoen aan de eisen van de NAK-T (gecertificeerd) Bomen

verharding Bomenzand en volume grond verbetering Toepassen tot middelzware verkeersbelasting (trottoirs, fietspaden) Afmeting: 1e grootte 10 m3 (8,5 m x 8,5 m x 0,80

  1. m)2e grootte 8 m3 (6 m x 6 m x 0,80
  2. m)3e grootte 6 m3 (4,5 m x 4,5 m x 0,80
  3. m)Met verbindingssleuven naar berm of groenvak. Eisen bomenzand Specifiek voor bomen samengesteld verschraald zandmengsel met een relatief laag percentage organische stof (ca. 4,5 -5%). Eigenschappen zijn: Percentage organische stof en lutum samen max. 6-8% Eentoppig bomenzand met een M50-cijfer(zeeffractie) van 500 micrometer Vrij van chemische verontreinigingen, kweekgras en andere wortelonkruiden, puin en andere ongerechtigheden Percentage afslibbare delen maximaal 6% Zoet zand (geen ontzilt zand) Zuurgraad (pH-KCL)

het traject 5,0-7,0 Fosforgehalte (P-Al) meer dan 30 mg P2O5 per 100 gram droge grond Kaliumgehalte (K-HCL) meer dan 10 mg K2O per 100 gram droge grond Magnesiumgehalte (MgO-NaCl)

het traject 50-100 mg MgO per kilogram droge grond Koolzure kalk (CaCO3 minder dan 1,5 Zoutbelasting, bepaald met behulp van het elektrische geleidingsvermogen (EC-waarde)ten hoogste 1,0 mS/cm Alleen volledig uitgecomposteerd organisch materiaal toepassen (mag niet stinken) en wat gezeefd is op max. 10 mm Korrelverdichting D60/D10 max. 2,5 Bij verwerking van het materiaal mag bij samengeknepen toestand geen water vrijkomen. Aanbrengwijze bomenzand Alleen onder droge weersomstandigheden. Wanden groeiplaats mogen niet glad zijn, handmatig opruwen. Bodem groeiplaats ongeroerd laten.

lagen van 0,30-0,40 m aanbrengen. Onderste 0,10 m mengen met ondergrond. Max. verdichten tot 2,0 MPa. Niet verdichten met trilplaat maar met sleuvenstamper om versmeren te voorkomen. Als deze mate van verdichting niet voldoende is andere constructie toepassen. Bomen

verharding Bomen-granulaat Toepassen bij zware tot zeer zware verkeersbelasting (rijwegen, pleinen, parkeerstroken). Voor volume zie boven bij Bomenzand. Watergeef-systeem Direct rondom kluit aanbrengen. Niet omhulde drain diameter 8-12 cm. Op maaiveld afdichten met geperforeerde deksel. Afwerking boomspiegel Komvormig met een iets verhoogde opsluitband. Boom-bescherming Bomen op betreding

tensieve plaatsen voorzien van boomroosters geschikt voor plantgat min. doorsnede 0,80 m. Bomen op parkeerplaatsen en pleinen m.b.v. boom-beugels of –korven beschermen tegen aanrijdschade. Beluchtings-kokers Bij gesloten verharding en betreding

tensieve plekken een beluchtingssysteem toepassen. Bomen

beplanting Type grondmengsel Goede, schone grond van plaatselijke herkomst of normale zwarte grond (teelaarde) vrij van ziektekiemen en onkruiden. Watergift Direct rond kluit een grondwalletje maken of kunststofrand toepassen. Afwerking boomspiegel Bolvormig Bomen

gras Type grondmengsel Goede, schone grond van plaatselijke herkomst of normale zwarte grond (teelaarde) vrij van ziektekiemen en onkruiden. Geen graszoden of ander onverteerd organisch materiaal

het plantgat. Watergift Direct rond kluit een grondwalletje maken. Afwerking boomspiegel Bomen voorzien van twee boompalen en twee anti-maaischade palen. Bolvormig, vrijhouden van onkruid i.v.m. vochtconcurrentie. 7.7Programma van eisen nazorg (1e t/m 3e jaar na aanplant) De beheerfase van bomen is beschreven

hoofdstuk 8. Bomen en beheer.

tabel 7.7 staan de belangrijkste voorwaarden voor nazorg van nieuwe aanleg en herinrichting. Tabel 7.7 Programma van eisen nazorg/beheerfase Element Voorwaarde Omschrijving Bomen algemeen

boeten bomen Na 1 plantseizoen. Rekening houden met 10%

boet over 3 jaar. Controle 3x per groeiseizoen op breuk palen, spanning boomband, bodemvocht en bodemzuurstof (16-18% optimaal) en beschadiging boom. Toegepaste materialen Alle kwaliteitskenmerken worden afgegeven bij overdracht. Onderhouds-maatregelen Onderhoudsmaatregelen zoals

Hoofdstuk 8

. Bomen en beheer staan worden uitgevoerd.

de eerste drie jaar de bomen circa 10 x per jaar water geven afhankelijk van neerslag en standplaats. Onderhoud Boompalen verwijderen als ze geen functie meer hebben. Uitvoeren van de begeleidingssnoei. 8Bomen en beheer 8.1Inleiding beheerprincipes Het hoofdstuk over bomen en beheer geeft de principes en richtlijnen voor het beheer van de bomen

Langedijk aan. De wettelijke randvoorwaarden en beleidsuitgangspunten voor het beheer zijn te vinden

§ 2.3.

De gemeente organiseert het beheer op een planmatige wijze.

dien door bouw, aanleg, snoei, vellen of andere activiteiten schade aan gemeentelijke bomen optreedt hanteert de gemeente een schaderegeling. Het beleid voor de schaderegeling staat beschreven

hoofdstuk 6 en § 6.5.

sommige delen van Langedijk vraagt het beheer speciale aandacht, bijvoorbeeld vanwege krappe profielen en slechte groeiomstandigheden. De aandachtspunten hiervoor staan

§ 8.3.

8.2Richtlijnen boombeheer De gemeente voert het beheer planmatig uit, waarbij

zichtelijk is welke onderhouds-maatregelen uitgevoerd zijn en welke budgetten daarvoor nodig zijn. Het beheer bestaat uit de hoofdmaatregelen serviceonderhoud, planmatig jaarlijks onderhoud, planmatig onderhoud voor meerdere jaren en

specties. Wijzigingen

het bomenbestand worden geregistreerd

het groenbeheersysteem. Elk jaar stelt de gemeente een concreet maatregelenplan op. Dit gebeurt op basis van de technische

spectie door de toezichthouders en groenspecialisten van de Gemeente Langedijk, de uitkomsten van de VTA-

spectie en de geplande renovaties en herinrichting. Meldingen en service onderhoud Het service onderhoud omvat het onderhoud dat niet planbaar is. Hieronder vallen onder andere het afhandelen van meldingen en

cidentele zaken zoals het opruimen van stormschade. Ook het water geven bij pas geplante bomen en de

boet van uitgevallen of slecht groeiende exemplaren valt hieronder. Het streven is om het serviceonderhoud, dat relatief duur is vanwege het ad hoc karakter, te beperken door een planmatige wijze van werken en meer preventief onderhoud te verrichten. Uit analyse van de meldingen en uit de

specties blijkt

welke wijken of straten een planmatige aanpak van groeiplaatsproblemen en snoeiachterstanden gewenst is. Planmatig jaarlijks onderhoud Dit deel van de onderhoudswerkzaamheden is gepland en vindt ieder jaar een of meerdere keren plaats. Het bestaat voornamelijk uit het onderhoud van de boomspiegels, verwijderen opschot en het snoeien van leibomen. De werkhandelingen en frequenties zijn omschreven

de werkpakketten

het groenbeheersysteem. Planmatig meerjaren onderhoud Het planmatig onderhoud bestaat uit onderhoudswerkzaamheden die eenmaal

de paar jaar moeten worden uitgevoerd. Voor de bomen is dit over het algemeen de begeleidingssnoei tot deze

volwassen fase zijn (is afhankelijk van standplaats en soort), de onderhoudssnoei van bomen

volwassen fase en het snoeien van knotbomen. De richtlijnen voor het planmatig onderhoud zijn hierna beschreven. Bomen

de openbare ruimte,

het bijzonder de bomen

de straatprofielen, hebben te maken met niet-optimale groeiomstandigheden. Dit vraagt naast het begeleiden van de ontwikkeling om bescherming en beheer van de boom. Door

boeten en vervangen van weinig vitale, dode of zwaar beschadigde bomen wordt het bestaande bomenbestand

stand gehouden. Het beheer en onderhoud van bestaande bomen is gericht op het: tijdig uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden om de boom aan te passen aan de omstandigheden

de bebouwde omgeving; nagaan of de ontwikkeling van de boom overeenkomt met het beeld dat bij de planvorming is vastgesteld. Snoei en dunning Voor de lichttoetreding tot woningen en met het oog op het beeld dat de boombeplanting moet opleveren, kan snoei noodzakelijk zijn. Als bomen zo dicht bij elkaar staan dat ze elkaars ontwikkeling belemmeren, moeten ze door dunnen vrijgesteld worden. Net als snoei kan dunning ook ten behoeve van lichttoetreding of het gewenste beeld worden verricht. Het principe van ‘dunning’ is dat binnen 3 jaar na de snoeihandeling het gewenste beeld weer bereikt is. Vervanging en

boet Als op een bepaalde locatie een boom uitvalt, wordt deze normaliter vervangen door een nieuwe. Afhankelijk van het streefbeeld plant de gemeente dezelfde soort of een andere soort terug. De keuze hangt af van het streefbeeld (zie hoofdstuk 3. Visie en bijlage 4). De boom hoeft overigens niet op dezelfde plaats teruggeplant te worden, dit kan ook op een ander plek

de gemeente. Bij het

cidenteel vervangen van een dode of slechte boom wordt

principe

geboet met dezelfde boomsoort. Als blijkt dat door bijvoorbeeld klimatologische factoren een boomsoort niet geschikt voor de standplaats is, dan moet niet automatisch worden overgegaan tot het

boeten of vervangen met dezelfde soort. Onderzocht moet worden welke alternatieve soorten toegepast kunnen worden om de ontwerpdoelstelling te realiseren. De richtlijnen voor soortenkeuze staan

hoofdstuk 5. Voorkeurs-assortiment.

dien uit de VTA-

spectie blijkt dat de conditie van een boombeplanting

een straat voor het overgrote deel valt

de klasse “matig” en “slecht”, dan moet niet zonder meer tot

boeten worden overgegaan. Nader onderzoek moet uitwijzen of verbetering van de groeiomstandigheden gewenst is of dat er herinrichting moet plaatsvinden. Als dit laatste wordt geadviseerd dan uitvallers niet

boet. Bij het wegvallen van enkele bomen uit een oude en uitgeleefde boombeplanting moet eveneens niet automatisch

geboet worden.

verband met de continuïteit overwegen of het opstellen van een vervangingsvoorstel niet de voorkeur verdient. Uiteraard moet ook

het vervangingsvoorstel rekening gehouden worden met de mogelijkheid om enkele bijzondere exemplaren te handhaven. Begeleidingssnoei Afhankelijk van het eindbeeld, dient de boom door middel van gefaseerd onderhoud naar de volwassenfase te worden begeleid. Dit gebeurt door middel van begeleidingssnoei. Het doel van begeleidingssnoei is het verkrijgen van een (takvrije) solide stam en een goed ontwikkelde, blijvende kroon. Het tijdstip van de eerste snoeibeurt is afhankelijk van de soort. Bij snelgroeiende soorten als wilg en populier kan dit al na 2 jaar zijn, bij langzaam groeiende soorten kan dit 3 tot 5 jaar na aanplant zijn. Per snoeibeurt dient maximaal 20% van het kroonvolume te worden verwijderd. Bij bomen met een mindere conditie dient een kleiner percentage kroonvolume te worden verwijderd. De juiste verhouding stam:kroon na een snoeibeurt is 1:2. De snoeifrequentie bij jonge bomen is om de 2 of 3 jaar. Bij langzaam groeiende soorten kan dit meer dan 3 jaar zijn. Meestal wordt gerekend met een cyclus van 3 jaar. De prioriteiten bij begeleidingssnoei liggen bij takken of vertakkingspatronen die problemen geven voor de ontwikkeling van de blijvende kroon of leiden tot grote stamwonden. Problemen ontstaan wanneer er te lang wordt gewacht met een snoeibeurt, de begeleidingssnoei niet goed is uitgevoerd of de takvrije stam te laag is vastgesteld. De vuistregel voor het bepalen van een snoeiachterstand

de tijdelijke kroon is de diameter van de takken

centimeters mag niet groter zijn dan de boomhoogte

meters. De maximale takdikte

een boom van 5 meter hoogte is 5 centimeter. Wanneer achterstallig onderhoud wordt weggewerkt bij bomen met een mindere conditie, groeiplaats of bepaalde boomsoorten zal de groei stagneren. De boom zal zich nauwelijks verder ontwikkelen, wat niet past

het vastgestelde eindbeeld. Onderhoudssnoei Volwassen en oude bomen vergen vooral verzorging door de toename van dood hout en gebroken takken

de boomkroon. Om planmatig te werken worden voor het snoeien van straatbomen snoeischema’s opgesteld. De werkzaamheden en frequenties worden bijgehouden

het geautomatiseerde groenbeheersysteem. Aandachtspunten snoei: Snoeiwerkzaamheden om de boom geschikt te maken voor zijn standplaats moeten tijdig en regelmatig worden uitgevoerd bij jonge en halfwas bomen. Het is belangrijk om hier vroeg mee te beginnen. Door frequent en per keer weinig te snoeien is de kans op vermindering van de vitaliteit klein. Tijdens snoeiwerkzaamheden ook probleemtakken zoals dubbele toppen, plakoksels, kankergezwellen en schurende takken verwijderd worden. Afhankelijk van het ontwerpuitgangspunt moeten aanvullende snoeiwerkzaamheden worden verricht. Bij bomen met een gezamenlijke kroonontwikkeling (groep, aaneengesloten rij en dak)

het binnenste van de gezamenlijke kroon de door lichtgebrek afgestorven takken verwijderen. Uit veiligheidsoverwegingen afgebroken takken en dood hout tijdig verwijderd worden. Dit geldt

het bijzonder voor de volwassen en oude bomen en voor de bomen met een matige of slechte vitaliteit. Om de boom geschikt te maken voor zijn standplaats de opkroonhoogtes van tabel 8.1. nastreven. Tabel 8.1. Opkroonhoogte

de volwassen situatie Type weg of pad Opkroonhoogte Verkeersvrije hoogte Doorgaande verkeersweg of wijkontsluitingsweg 6 – 7 meter 4,25 meter Woonstraat of parkeerterrein 3- 5 meter 3 meter Voet-, fiets- of ruiterpad 3-4 meter 2,5 meter Geen verkeersvoorziening Niet of afhankelijk van de situatie 2 tot 3 meter geen vereiste Bron: CROW,2014, Aanbevelingen verkeersvoorzieningen

de bebouwde kom (ASVV 2012), Ede, CROW publicatie 723 Het onderhoud van boomspiegels

verharding Op een aantal plaatsen bestaat plaatselijk het aan de stam grenzende grondvlak uit zwarte grond (boomspiegels). Over het algemeen is de kruidenontwikkeling

de boomspiegel niet aantrekkelijk. Voor een verzorgd straatbeeld is dit

het algemeen niet gewenst.

principe is het toegestaan dat aanwonenden een boomspiegel vullen met vaste planten of lage begroeiing en het onderhoud voor hun rekening nemen. Deze beplanting wordt niet verwijderd. Bestrijden van ziekten en plagen Naast de aantastingen die het gevolg zijn van natuurlijke of mechanische beschadigingen zijn er een aantal ziekten en plagen die de groei van de boom belemmeren of tot de dood van de boom leiden. Sommige ziekten en plagen zoals rupsenaantastingen en rottingsverschijnselen komen algemeen voor. Andere zijn gebonden aan bepaalde boomsoorten. Binnen een boomsoort zijn er uiteraard variëteiten en cultivars die minder gevoelig of soms geheel immuun zijn. Hoe beter de groeiomstandigheden zijn, hoe groter is de weerstand tegen ziekten en plagen. Kwijnende bomen zijn veel gevoeliger voor aantastingen. Daarom is het ook belangrijk om soorten toe te passen die op de plek thuishoren, zie hiervoor Hoofdstuk 5. Voorkeursassortiment. Een toelichting op de vier groepen ziekteverschijnselen staat

het kader hieronder. De belangrijkste ziekten en plagen zijn onder te verdelen

de volgende vier groepen: I.

sectenaantastingen De meeste aantastingen door

secten zijn hinderlijk omdat het blad opgevreten, leeggezogen, opgerold of

gesponnen wordt door rupsen, luizen, spint, bladrollers en spinsel motten. Deze aantastingen geven een tijdelijke groeistagnatie. De groeistagnatie lijdt echter zelden tot de dood van de boom. Wel gevaarlijk is de iepenspintkever omdat deze de schimmel verspreidt waardoor iepziekte optreedt. De rups van de bastaard satijnvlinder kan bij een massaal optreden schadelijk zijn voor de volksgezondheid, ook de processierups kan hinder veroorzaken. II. Bacterieziekten Bacterieziekten zoals watermerkziekte en bacterievuur kunnen zeer agressief optreden en zijn de oorzaak van de dood van veel Wilgen, Lijsterbessen en Meidoorns. Knotwilgen hebben hier geen last van doordat door het knotten de takken telkens verjongd worden. De Kastanje bloedingsziekte is ook te wijten aan een bacterie-

fectie. Onderzoek naar mogelijk bestrijding is

ontwikkeling. III. Schimmelziekten Van de schimmelziekten is

ieder geval de Iepziekte dodelijk voor de Iep. De sporen van de door de iepenspintkever verspreide schimmel (Ophiostoma ulmi) verstoppen de vaten waardoor het voedseltransport moet plaats vinden. De verschillende soorten schimmels veroorzaken rotting. De oorzaak van Essentaksterfte is ook een schimmel (Chalara fraxinea). De schimmel groeit en verstopt de houtvaten , waardoor takken en bladeren verdrogen en afsterven . De aangetaste bomen kleuren bruin. Verspreiding vindt plaats door de wind. De Massaria ziekte (Splanchnonema platani) bij platanen veroorzaakt een snel optredende houtrot

de takken en bevindt zich altijd aan de bovenzijde van takken. Hierdoor is waarnemen vanaf de grond bijna onmogelijk. IV. Ziekten van fysiologische aard Uitgestelde onverenigbaarheid treedt voornamelijk op bij zwaardere bomen. Het is niet altijd te voorspellen bij welke bomen op welke onderstam dit verschijnsel voorkomt. Onverenigbaarheid leidt op latere leeftijd tot de dood van de boom. Het gevaar voor omwaaien door het afbreken van de ent van de onderstam en de ontwikkeling van rotte plekken is aanwezig. Richtlijnen Actieve bestrijding van ziekten en plagen zoals

de land- en tuinbouw wordt uitgevoerd, past de gemeente vanwege milieu overwegingen en ethische en praktische redenen niet toe bij bomen die

het openbaar gebied staan. Bij bomen is de bestrijding meer gericht op het nemen van preventieve maatregelen, zoals het

jecteren van iepen tegen iepziekte of het verwijderen van aangetaste exemplaren. Dit geldt

het bijzonder voor ziekten en plagen die zeer besmettelijk zijn en waaraan de boom onherroepelijk dood gaat (iepziekte, watermerkziekte en bacterievuur). Het verwijderen en vernietigen van aangetaste exemplaren moet zo snel mogelijk gebeuren om verspreiding van de ziekte tegen te gaan.

een aantal situaties zal vanwege cultuurhistorische waarde of landschappelijke betekenis toch gekozen worden voor het planten van boomsoorten met een verhoogd risico op ziekten en plagen. De uiteindelijke soortkeuze is dan het resultaat van een zorgvuldige afweging van de kwaliteit van beeld, betekenis, beleving, cultuurhistorie, ecologie, functie en beheerbaarheid. Het aanplanten van minder vatbare of immune variëteiten of cultivars is een belangrijke bijdrage tegen de aantasting van verschillende soortgebonden ziekten en plagen. Extreem luisgevoelige soorten zoals sommige Linde soorten moeten bij voorkeur niet bij of op parkeerplaatsen worden geplant. Een belangrijke bijdrage

de strijd tegen ziekten en plagen is de zorg voor optimale groeiomstandigheden. Boombeschermende maatregelen

de openbare ruimte zijn veel activiteiten die een negatieve

vloed hebben op de groei van bomen. Bomen die

parkeerplaatsen staan ondervinden bedreiging door aanrijschade, verdichting van de bodem en olielekkages. Bomen die langs verkeerswegen en parkeerplaatsen staan hebben naast verdichting van de bodem ook overlast van de toepassing van strooizout. Ter voorkoming van aanrijschade worden 'aanrijpalen' bij de boom geplaatst. Een nog betere methode om de auto's op veilige afstand van de bomen te houden is het aanbrengen van (verhoogde) banden. Bij bomen

gazons worden zogenoemde anti-maaischadepalen geplaatst om schade door maaiwerkzaamheden te voorkomen. Daarbij is ook een voldoende grote boomspiegel van belang. Renovaties Renovaties bestaan uit de omvormingen en vervangingen van de bomen bij verminderde vitaliteit en het niet passen

het streefbeeld van de boombeplanting. Over het algemeen volgt de planning van de boomrenovaties die van de herinrichting van de openbare ruimte voor herstratingen, riolerings-, en verkeerskundige maatregelen. Een deel van de renovatie kan bekostigd worden uit projectgelden, de overige renovaties komen ten laste van het gangbare beheerbudget.

spectie: methode en principes Tijdens de uitvoering van het algemene groenonderhoud en de rondes van de toezichthouders is er een continue globale controle van de bomen. Hierbij constateren de toezichthouders en de groensspecialisten onveilige zaken als afgebroken en te laag hangende takken en takken die op wegen en paden liggen. De gemeente verhelpt deze gebreken op korte termijn. Daarnaast wordt

de gemeente Langedijk d.m.v. de VTA

spectie het bomenbestand gecontroleerd. Elk jaar

specteert de gemeente de risicobomen. Dit wordt uitgevoerd door een gekwalificeerde

specteur voor Visual Tree Assessment (VTA). Alle bomen

de gemeente Langedijk worden gecontroleerd, ca. de helft is

spectieplichtig. De bomen worden vooral beoordeeld op veiligheidsaspecten en het bevorderen van een duurzame

standhouding. Er wordt onder andere gekeken naar de volgende aspecten: Conditie Takvrije doorgang Schade en schadelocatie Maatregelen De uitvoering van de

spectie valt onder verantwoordelijkheid van de afdeling Openbare Werken. De beheerder legt de resultaten vast

het groenbeheersysteem. De frequentie van controle hangt af van o.a. de standplaats, gebruiksdruk, grootte en conditie van de boom. Binnen de gemeente Langedijk worden drie categorieën gehanteerd op basis van de frequentie van VTA

spectie. Deze zijn beschreven

tabel 8.2. Een overzicht van te

specteren criteria is staat

bijlage 5. Tabel 8.2 Procedure

spectie bomen

gemeente Langedijk Type VTA-

spectie frequentie A Bomen langs hoofdwegen Bomen ouder dan 35 jaar Populieren en wilgen jonger dan 35 jaar langs wegen (i.v.m. grote kans op takbreuk) Bomen op drukke plaatsen, bijv. speelplaatsen, winkelcentra ook jonger dan 35 jaar Monumentale en bijzondere houtopstanden Risicobomen met schade geconstateerd bij eerdere

spectie 1x per jaar B Bomen jonger dan 35 jaar die niet op locaties staan zoals genoemd bij de categorieën 1x per jaar 1x per 3 jaar C Bomen jonger dan 15 jaar (controle tijdens begeleidingssnoei) 1x per 5 jaar 8.3Aandachtspunten bomenbeheer

de gemeente Langedijk spelen een aantal concrete beheervraagstukken die

dit bomenbeleidsplan apart aandacht verdienen. De vraagstukken zijn ontleend aan de praktijk van het boomonderhoud, de plek die bomen

de gemeente hebben en de vragen van bewoners over bomen. Per aspect is kort de problematiek beschreven en is er verwezen naar de delen van dit bomenbeleidsplan die hier nader op

gaan. Groeiomstandigheden Aan plantgat voorbereiding en het

richten van een goede ondergrondse groeiplaats van bomen is

het verleden te weinig aandacht besteed.

het buitengebied, groengebieden en de brede bermen en groenstroken groeien de bomen goed, maar bij bomen

verharding laten de omstandigheden te wensen over.

een aantal gevallen is groeiplaatsverbetering nodig, dit betreft meestal bomen die

de verharding staan. Bomen die onderdeel uitmaken van de hoofdboomstructuur hebben prioriteit bij groeiplaatsverbetering. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de bomen

de Dorpsstraat en langs de Voorburggracht.

enkele buurten met nauwe profielen en dichte bebouwing is extra aandacht voor groeiplaatsen nodig. Bij opnieuw bestraten van parkeerplaatsen is groeiplaatsverbetering gewenst. Wortelopdruk en te kleine boomspiegels Door een te krappe groeiplek of te kleine boomspiegel kan een boom voor opdrukken van de verharding zorgen. Hierdoor kan een onveilige situatie ontstaan. De gemeente kan hiervoor regelmatig de bestrating herstellen en eventueel de verharding ophogen. Waar de ruimte het toelaat kan de boomspiegel vergroot worden. Uitgangspunten bij overlast door bomen Sommige bewoners klagen over schaduwwerking van bomen en vragen of de bomen verwijderd of gedund kunnen worden. Ook voor het plaatsen van zonnepanelen kunnen bomen schaduwwerking geven.

§ 2.4 en § 6.3 staat hoe de gemeente met deze klachten omgaat.

Alleen als een boom te dicht op een gevel met ramen staat (zie Programma van Eisen voor bestaande bomen

§ 7

.2) of als de bestrating op het privé terrein meer dan 4 centimeter opgedrukt wordt kan de gemeente tot kap overgaan. Wel is het mogelijk dat bij toekomstige vervanging van een boom of bomenstructuur rekening gehouden wordt met de beschikbare ruimte. Voor bomen

de hoofdstructuur geldt dan het streefbeeld zoals het is beschreven

bijlage 4 van dit plan als uitgangspunt. Probleemlocaties Momenteel zijn er

de gemeente een aantal locaties bekend waar bomen voor problemen en overlast zorgen. Problemen zijn bijvoorbeeld: Te groot voor het straatprofiel waardoor ze voor overlast zorgen Te dicht op de gevel waardoor o.a. schaduwwerking ontstaat Geen goede groei door slechte bodemomstandigheden Te dicht op elkaar waardoor lichtgebrek ontstaat en afstervende takken.

het Uitvoeringsprogramma staat een overzicht van deze locaties en worden de gewenste maatregelen beschreven. 9Communicatie over bomen 9.1Principes voor communicatie De gemeente hecht groot belang aan zorgvuldige communicatie met bewoners over het bomenbeleid, wijzigingen

de

richting en het beheer van bomen. De gemeente wil voor haar bewoners gemakkelijk aanspreekbaar zijn en op een duidelijke manier communiceren. De gemeente doet dit onder andere via de gemeentelijke website. Onder het motto “De wijk maak je met z’n allen’ heeft de gemeente het dorpsgericht samenwerken

gevoerd. Hierbij zijn dorpsplatforms opgericht, waarvan de vertegenwoordigers meepraten over de leefbaarheid van de wijken. Iedereen kan als toehoorder deelnemen aan de openbare vergaderingen van de dorpsplatforms.

formatie is te vinden op de website van de dorpsplatforms Langedijk (www.dorpsplatformslangedijk.nl). De gemeente organiseert

samenwerking met de dorpsplatforms wijkschouwen waar bewoners suggesties kunnen doen over de leefbaarheid, de

richting en het beheer

de wijk. De gemeente

formeert de dorpsplatforms op een actieve manier over plannen, voorstellen en maatregelen en vraagt deze om reactie.

dividuele bewoners kunnen voor klachten en meldingen melden door een melding openbare ruimte dit kan via de volgende link: www.gemeentelangedijk.nl/E_formulieren/Melding_openbare_ruimte. 9.2Communicatiemiddelen Een goed bomenbeleid is gebaat bij een goede communicatie met bewoners. Hoe deze communicatie is georganiseerd staat

tabel 9.

  1. Tabel 9.
  2. Communicatie over bomen Aspect Doelgroep Communicatiemiddel of wijze Beleids-vorming Bewoners en betrokken groeperingen Bij actualisatie van het bomenbeleid bewoners

formeren. Communicatie naar bewoners vindt plaats via artikelen

Langedijk

formeert. Het bomenbeleidsplan ter

zage leggen

de gemeentelijke voorlichtingsruimte. Algemene

formatie over bomen

woners van Langedijk Een samenvatting van het bomenbeleidsplan staat op de gemeentelijke website met daarbij een link naar het volledige plan. Meldingen en verzoeken Degene die de melding verricht heeft Degene die de melding verricht heeft, krijgt mondeling, via e-mail of post

formatie over hoe de melding is afgehandeld. Briefschrijvers krijgen bericht van ontvangst en tegelijkertijd een

dicatie van de afhandel termijn. Omgevings-vergunning-en Aanvragers Vergunningen m.b.t. fysieke leefomgeving Aanvragers van omgevingsvergunningen

formeren over het beleid van de gemeente voor bomen en hen met name wijzen op de beschermings- en schaderegeling. Alle bewoners Langedijk Bij publicaties over omgevingsvergunningen (bijvoorbeeld voor bouw en aanleg) de gevolgen voor boombeplantingen duidelijk kenbaar maken

de publicatie “Langedijk

formeert”. Verkrijgers van een vergunning voor bouw of aanleg Als er sprake is van bouw- of aanleg een poster overhandigen over de manier waarop de gemeente bomen bij bouw beschermt. De vergunninghouder

formeren over de afspraak om posters op bouwhekken en

overblijfruimtes

bouwketen te hangen. Omgevings-vergunning voor kappen van bomen De algemene

formatie over kapvergunningen op de website van de gemeente plaatsen. De APV is beschikbaar en het gemeentelijke beleid voor kapvergunningen is te vinden

het bomenbeleidsplan Hoofdstuk 6 en op de gemeentelijke website. De Groene Kaart met het bijbehorend register van beschermde houtopstand op de gemeentelijke website plaatsen. Alle aanvragen voor kap en alle besluiten (vergunningen en weigeringen) worden gemeld

“Langedijk

formeert”. De gemeente is dit verplicht op grond van de Kapverordening en de WABO. De gemeente

formeert via de gemeentelijke website over het kapvergunningenbeleid. Aanpas- singen

de openbare ruimte m.b.t. bomen Aanwonenden Omwonenden worden geïnformeerd via artikelen

“Langedijk

formeert” en/of bewonersbrieven. Los daarvan worden aanvragen voor kapvergunningen en de verlening en weigering van kapvergunningen gepubliceerd

“Langedijk

formeert”. Monumentale en bijzondere houtopstand-en Particuliere eigenaren en/of bezitters van monumentale en bijzondere houtopstanden Voordat nieuwe bomen

het register van beschermde houtopstand worden opgenomen worden de eigenaren en bezitters van deze bomen schriftelijk op de hoogte gesteld.

deze brief staat dat de gemeente het voornemen heeft om de boom

het register op te nemen en is vermeld dat er een mogelijkheid is om een zienswijze

te dienen. Voor het beleid van de gemeente over deze bomen, verwijst de brief naar het bomenbeleidsplan en de website van de gemeente. De particuliere eigenaren worden gewezen op de

spectieplicht die de gemeente voor hen uitvoert. Alle belangstellenden De lijst van monumentale en bijzondere houtopstanden en het beleid hiervoor wordt op de website van de gemeente gepubliceerd. Hinder of overlast van bomen Aan alle

woners van Langedijk Geven van voorlichting aan bewoners op momenten dat last van bomen zich voor kan gaan doen, afhankelijk van seizoen en situatie

“Langedijk

formeert”. Hiervoor een eenvoudige jaarkalender opstellen, bijvoorbeeld over hooikoorts

april, luis

bomen

de zomer en bladval

september.

formatie over hoe de gemeente met schade van bomen omgaat (zie Bomenbeleidsplan § 6.3 Uitgangspunten bij overlast) op de gemeentelijke website plaatsen. Een of twee keer per jaar via artikelen

“Langedijk

formeert” bewoners

formeren over de manier waarop de gemeente schade door bomen probeert te voorkomen. O.a. door regelmatige VTA-

specties.

dieners klachten over hinder of overlast De

diener van de klacht wordt mondeling, telefonisch en/of via e-mail op de hoogte gesteld over de wijze van afhandelen. DEEL IV PROGRAMMA 10Uitvoeringsprogramma bomenbeleid Langedijk 10.1Programma als sturingsinstrument Het bomenbeleidsplan vormt het kader voor de

richting en beheer van het bomenbestand van de gemeente Langedijk. Uit het plan komen beleidskeuzen, maatregelen en projectvoorstellen voort, die samen het programma voor de uitvoering van het bomenbeleid vormen. Omdat de visie opgesteld is voor een termijn van 10-15 jaar en de uitvoering moet aansluiten bij andere maatregelen en projecten

de openbare ruimte, is het niet mogelijk en wenselijk om een gedetailleerde uitvoeringsplanning voor de hele periode vast te leggen. De lijst van activiteiten moet daarom gezien worden als een sturingsinstrument voor de gemeente om richting te geven aan de ontwikkeling, het ontwerp, de

richting en het beheer van de bomen. 10.2Beleidsvoorstellen Hieronder staat een overzicht van de beleidsvoorstellen die voortkomen uit het bomenbeleidsplan. Bij elk beleidspunt is aangegeven met welk hoofdstuk of paragraaf deze relatie heeft. Ruimtelijke ontwikkelingen Hanteren van een strategie per gebied voor behoud en ontwikkeling van de boombeplantingen

de gemeente Langedijk die gericht is op het versterken van de karakteristiek (hoofdstuk 3. Beleidsvisie bomen en bijlage 4). Zorgen voor de juiste boom op de juiste plaats door

alle fasen van de planvorming (van

itiatief tot en met nazorg) het programma van eisen voor bomen te hanteren (hoofdstuk

  1. Programma van eisen). Ontwikkelen van het vastgestelde streefbeeld voor de bomenstructuur (hoofdstuk
  2. Beleidsvisie bomen, bijlage 4 en de Groene Kaart). Voor het realiseren van dit streefbeeld zijn activiteiten gepland. Natuur en biodiversiteit

natuurgebieden en de ecologische verbindingszones door aanplant van streekeigen soorten de ecologische kwaliteit bevorderen (§ 3.1 en hoofdstuk 5. Voorkeursassortiment). Milieu en kwaliteit van de leefomgeving Behouden en verder ontwikkelen van de windsingels en groene randen langs de kernen en

frastructuur om de milieukwaliteit te bevorderen (§ 3.1, bijlage 4 en de Groene Kaart).

de leefomgeving (woonwijken, het lint, bedrijventerreinen, gebieden rond voorzieningen) bomen beschermen en waar mogelijk bomen toepassen om de belevingskwaliteit en de milieukwaliteit te bevorderen (§ 3.1, bijlage 4 en de Groene Kaart). Zoveel mogelijk sparen van volwassen bomen bij bouw en aanleg. Hanteren van een vaste procedure voor de bescherming van bomen via kapvergunningenbeleid, een programma van eisen voor bomen en een schaderegeling (hoofdstuk

  1. Juridische bescherming houtopstand en herplant, hoofdstuk
  2. Programma van Eisen). Cultuurhistorie Bieden van extra bescherming van de monumentale en bijzondere houtopstandenin de gemeente, ook de bomen die particulier eigendom zijn, door het vaststellen van een register met deze bomen en het implementeren van een beschermingsbeleid (hoofdstuk 4, bijlage 6 en de Groene Kaart). Versterken van het cultuurhistorische karakter en de identiteit van gebieden en lijnen zowel

als buiten de bebouwde kom door toepassing van soorten die karakteristiek zijn voor die gebieden (hoofdstuk 3, bijlage 4 en De Groene Kaart). Bevorderen van het planten en duurzaam

stand houden van herdenkingsbomen en daarbij aandacht besteden aan de herkenbaarheid van deze bomen (hoofdstuk 4) 5 Duurzaam beheer 5.1 5.2 5.3 Hanteren van het bomenbeleid en het programma van eisen voor bestaande bomen bij het beoordelen van aanvragen voor kapvergunningen (hoofdstuk

  1. Juridische bescherming houtopstand en herplant, Hoofdstuk
  2. Programma van Eisen, Groene Kaart en bijlage 4). Behouden en ontwikkelen van de bomenstructuur met bijbehorende streefbeelden voor lijnen en gebieden (§ 3.2, § 3.3, de Groene Kaart en bijlage 4). Vaststellen en hanteren van een voorkeurslijst bij de soortenkeuze van bomen bij ontwerp en herinrichting (hoofdstuk
  3. Voorkeurssortiment). 5.4 Aanwijzen en ontwikkelen van enkele locaties met “Wereldbomen”

de gemeente (§ 3.1 Beleidsvisie voor bomen). 5.5 Hanteren van een herplantbeleid voor alle gemeentelijke bomen (§ 6.4 Herplantbeleid). 5.6 Uitvoeren van de zorgplicht voor bomen ten behoeve van veiligheid en vitaliteit onder andere door het uitvoeren van een VTA-

spectie van risicovolle bomen volgens een vaste systematiek en het realiseren van de daar uit voortkomende maatregelen (hoofdstuk

  1. Bomen en beheer). 5.7 Hanteren van duidelijke principes over hoe de gemeente omgaat met lasten en lusten van bomen die bewoners ondervinden (§ 6.3 Uitgangspunten bij overlast en 7.2 Programma van eisen bestaande bomen). 6 Communicatie en participatie 6.1 Systematisch betrekken van lokale belangengroepen en bewoners bij de ontwikkeling en implementatie van het bomenbeleid en ruimtelijke ontwikkelingen (hoofdstuk
  2. Communicatie over bomen). 6.2 Geven van voorlichting aan bewoners op momenten dat last van bomen zich voor kan gaan doen, afhankelijk van seizoen en situatie, onder andere door folders van de bomenstichting te verspreiden. Geven van voorlichting over het kapvergunningenbeleid (hoofdstuk
  3. Communicatie over bomen). 6.3 Met regelmaat ontvangt de gemeente de vraag van bewoners om zelf een boom te mogen snoeien door de kop uit de boom te halen of de takken flink

te korten. Werkzaamheden uitgevoerd door bewoners kunnen ten kosten gaan van de vorm van de boom en verstoort de ontwikkeling. De veiligheid van het areaal bomen komt hiermee

het geding. De gemeente, als eigenaar en beheerder van het bomenbestand, is verantwoordelijk voor de zorgplicht van bomen. Zorgplicht houdt

dat de bomen dusdanig worden onderhouden en gecontroleerd dat kans op schade aan derden door bomen tot een minimum wordt beperkt. Een gezond bomenbestand is de verantwoordelijkheid van de overheid en het onderhoud wordt om deze reden niet aan de bewoners over gelaten. 10.3Activiteiten voor uitvoering van het beleidsprogramma De activiteiten

het programma

de losse bijlage zijn onderverdeeld

maatregelen en projecten: De maatregelen zijn onderverdeeld

maatregelen voor de realisering van het streefbeeld van de boomstructuur en het oplossen van een aantal probleemlocaties voor bomen. De maatregelen voor de realisering van het streefbeeld zijn ontleend aan de overzichten per lijn of gebied uit bijlage 4. De probleemlocaties voor bomen zijn samengesteld door de beheerder op basis van de controle van het bomenbestand en meldingen van bewoners. Projecten:

dien de herinrichting of het vervangen van bomen bestaat uit een complexe

greep, is het

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.