← Nederland

Provinciale subsidieregeling Natuurbeheer Zeeland (Zeeland)

Gedeputeerde Staten van Zeeland Gelet op het delegatiebesluit van Provinciale Staten van 29 september 2006 Gelet op de Verordening nr. 1698/2005 van 21 oktober 2005 van de Raad van de Europese Gemeens

Artikel 20Beheerssubsidie wordt verstrekt voor een tijdvak.

Artikel 21 Per terrein kan voor één of meerdere basis- of pluspakketten opgenomen in de bijlagen 12 tot en met 41 beheerssubsidie worden verleend, met dien verstande dat in het terrein niet meerdere basis- of pluspakketten op dezelfde oppervlakte kunnen worden in stand gehouden. Onverminderd het eerste lid, kunnen de landschapspakketten opgenomen in de bijlagen 43, 46, 48 tot en met 50 en 56 op dezelfde oppervlakte worden in stand gehouden als de basis- of pluspakketten opgenomen in de bijlagen 12 tot en met

  1. Artikel 22 Beheerssubsidie ten behoeve van een terrein wordt verstrekt met het oog op de instandhouding van een of meerdere basis- of pluspakketten die op het tijdstip van indiening van de aanvraag voor beheerssubsidie op het terrein zijn ontwikkeld. Artikel 23 Beheerssubsidie wordt niet verstrekt: voor de instandhouding van een basis- of pluspakket op een beheerseenheid waarvan de oppervlakte niet ten minste overeenkomt met het aantal hectares dat is opgenomen als minimumoppervlakte in de bijlage waarin het desbetreffende basis- of pluspakket is vermeld; aan Staatsbosbeheer; ten behoeve van terreinen waarop verplichtingen van toepassing zijn op grond van: de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer van de minister de Provinciale Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer Zeeland de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 van de minister de Beschikking beheersovereenkomsten 1983; de Regeling beheersovereenkomsten 1988; de Regeling beheersovereenkomsten 1993; de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling; de regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden; de Regeling functiebeloning bos en natuurterreinen, de Beschikking ter zake het uit productie nemen van bouwland, of de Beschikking bijdragen probleemgebieden. Artikel 24 In afwijking van artikel 23, onderdeel a, kan beheerssubsidie worden verstrekt voor de instandhouding van een basis- of pluspakket op een beheerseenheid waarvan de oppervlakte kleiner is dan het aantal hectares dat is opgenomen als minimumoppervlakte in de bijlage waarin het desbetreffende basis- of pluspakket is vermeld, ingeval sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel
  2. Artikel 25 Beheerssubsidie wordt niet verstrekt indien voor de desbetreffende beheerseenheid voor de instandhouding van een basis- of pluspakket bijdragen worden genoten door tussenkomst van een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel
  3. Artikel 26 Indien op het terrein een basis- of pluspakket in stand wordt gehouden, bedraagt de beheerssubsidie per tijdvak het bedrag dat wordt gevormd door de vermenigvuldiging van de beheersbijdrage opgenomen in de bijlage van het desbetreffende basis- of pluspakket met het getal zes en het aantal hectares waarvoor beheerssubsidie wordt verleend. Indien op het terrein meerdere basis- of pluspakketten in stand worden gehouden, bedraagt de beheerssubsidie de som van de beheersbijdragen die worden gevormd door de vermenigvuldiging van de beheersbijdragen opgenomen in de bijlagen van elk van de onderscheiden basis- of pluspakketten met het getal zes en het aantal hectares per basis- of pluspakket waarvoor beheerssubsidie wordt verleend. Paragraaf
  4. De subsidieverlening Artikel 27 Indien beheerssubsidie wordt verleend voor de instandhouding van een of meerdere basis-of pluspakketten op een terrein, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval: de ligging en grootte van het terrein; het doel, onderscheidenlijk de doelen, van de beheerssubsidie, bestaande uit het gedurende het tijdvak in stand houden van het natuurresultaat beschreven in onderdeel 1 van het desbetreffende basis- of pluspakket, onderscheidenlijk de desbetreffende basis-of pluspakketten; de mate waarin het terrein dient te worden opengesteld voor publiek; de datum waarop het tijdvak waarover beheerssubsidie wordt verleend, aanvangt, en de beheersbijdrage, onderscheidenlijk de beheersbijdragen, en de berekening op basis waarvan het bedrag van de beheerssubsidie zal worden vastgesteld. Artikel 28 De datum, bedoeld in artikel 27, onderdeel d, waarop het tijdvak waarover beheerssubsidie wordt verleend aanvangt, kan uitsluitend de eerste dag van de onderscheiden maanden zijn. Paragraaf
  5. Voorwaarden en verplichtingen Artikel 29 De subsidieontvanger is verplicht: het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doel onderscheidenlijk doelen, bedoeld in artikel 27, onderdeel b, te realiseren; de in het betreffende basis- of pluspakket, onderscheidenlijk betreffende basis- of pluspakketten, opgenomen beheersvoorschriften te treffen of na te leven die zijn vermeld in de bijlage waarin dat basis- of pluspakket is, onderscheidenlijk die basis- of pluspakketten zijn opgenomen; het terrein ten minste 358 dagen per jaar kosteloos van zonsopgang tot zonsondergang open te stellen, toegankelijk te houden en de openstelling kenbaar te maken door middel van borden; het terrein niet te bemesten tenzij voor het beheer als bedoeld in de bijlagen 15, 19, 28 of 29 toepassing van ruige mest of kalk noodzakelijk is; de bestaande waterhuishouding van het terrein te handhaven; het reliëf van het terrein te handhaven; geen chemische onkruidbestrijding toe te passen, tenzij voor het beheer een pleksgewijze stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia noodzakelijk is; in geval van beweiding of begrazing geen hogere veebezetting toe te passen dan 1,5 GVE op enig moment per hectare; in het terrein aanwezige paden, wegen, vaarwegen en waterlopen niet te verwijderen of te wijzigen en deze voldoende toegankelijk te houden; van omstandigheden als gevolg waarvan het redelijkerwijs niet mogelijk is te voldoen aan de verplichting, bedoeld in de onderdelen a of b binnen twee weken nadat de subsidieontvanger daarvan redelijkerwijs op de hoogte kan zijn aan de directeur van de Dienst Regelingen schriftelijk melding te doen; uiterlijk drie maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit schriftelijk te melden aan de directeur van de Dienst Regelingen, en ingeval aan hem subsidie is verstrekt naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 17 zich te houden aan het protocol, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c van dat artikel. De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen d tot en met i, gelden voor de periode waarover beheerssubsidie is verleend, met dien verstande dat zij niet gelden voorzover dit in de beschikking tot verlening van beheerssubsidie, dan wel in het basis- of pluspakket anders is bepaald. Paragraaf 4.Voorschotten Artikel 30 Gedeputeerde Staten verstrekken binnen acht weken na afloop van het eerste jaar van het tijdvak een voorschot en vervolgens telkens ten minste een jaar later. De hoogte van het voorschot komt overeen met de jaarlijkse beheersbijdrage van elk van de basis- of pluspakketten waarvoor ten behoeve van het desbetreffende terrein voor dat tijdvak subsidie wordt verleend. In afwijking van het eerste lid wordt in een jaar het voorschot verminderd met 100% als de beheerder in de twee jaar voorafgaande aan de verstrekking van het voorschot op enig moment niet heeft voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 29, onderdelen b tot en met l, of enig ander voorschrift in de beschikking tot subsidieverlening niet heeft nageleefd, tenzij de aard en de ernst van het niet-nakomen van de genoemde verplichtingen aanleiding geven tot vermindering met een lager percentage. Per terrein kunnen per tijdvak ten hoogste vijf voorschotten worden verstrekt. Paragraaf
  6. Subsidievaststelling Artikel 31 Telkens binnen 8 weken na afloop van een tijdvak dient de ontvanger van beheerssubsidie voor het desbetreffende terrein een aanvraag tot subsidievaststelling over dat tijdvak in bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen. Een subsidieontvanger aan wie subsidie is verleend op grond van een aanvraag als bedoeld in artikel 17, verstrekt bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, een verklaring, overeenkomstig een door de directeur van de Dienst Regelingen te verstrekken model, van een accountant-administratieconsulent of registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt ten behoeve van welke beheerder of beheerders de subsidie is ontvangen. De ontvanger van beheerssubsidie geeft in de aanvraag aan in hoeverre het doel, bedoeld in artikel 27, onderdeel b, is gerealiseerd. Artikel 32 Gedeputeerde Staten stellen na ontvangst van de in artikel 31 bedoelde aanvraag de beheerssubsidie telkens vast binnen 13 weken. Deze beslissing kan eenmaal met ten hoogste 13 weken worden verdaagd. De beheerssubsidie wordt vastgesteld overeenkomstig het bedrag dat bij de beschikking tot subsidieverlening is bepaald Artikel 33 De subsidie per basis- of pluspakket wordt vastgesteld op het bedrag dat uit de subsidieverlening voor het desbetreffende terrein voortvloeit, verminderd met: 100%, indien niet is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdelen a of b, tenzij de aard en de ernst van de het niet-nakomen van de genoemde verplichting aanleiding geven tot vermindering met een lager percentage; 100% indien, voorzover van toepassing, niet is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdelen c tot en met i en l, tenzij de aard en de ernst van het niet-nakomen van de genoemde verplichtingen aanleiding geven tot vermindering met een lager percentage, en 5%, indien niet is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel j, onderscheidenlijk onderdeel k. In afwijking van het eerste lid wordt de subsidie vastgesteld op: de beheersbijdrage, verminderd met 15% indien niet is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel a, maar wel is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel b, ingeval voor een terrein bij aanvang van een tijdvak subsidie is verleend voor een basispakket; de beheersbijdrage van het corresponderende basispakket, verminderd met 10%, indien niet is voldaan aan de voorwaarden van het desbetreffende pluspakket, maar wel is voldaan aan de voorwaarden van het corresponderende basispakket, ingeval voor een terrein bij aanvang van een tijdvak subsidie is verleend voor een pluspakket; of de beheersbijdrage van het in bijlage 34 opgenomen pluspakket soortenrijk weidevogelgrasland, verminderd met 10%, indien niet is voldaan aan de voorwaarden van het in bijlage 35 opgenomen pluspakket zeer soortenrijk weidevogelgrasland, maar wel is voldaan aan de voorwaarden van het in bijlage 34 opgenomen pluspakket soortenrijk weidevogelgrasland, ingeval bij aanvang van een tijdvak subsidie is verleend voor het pluspakket, opgenomen in bijlage
  7. De verminderingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en tweede lid, onderdelen a tot en met c, worden niet toegepast voorzover niet is voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdelen a en b, ten gevolge van overmacht. De verminderingen bedoeld in het eerste en tweede lid, worden voorts niet toegepast ten aanzien van dat deel van die verminderingen dat het bedrag van de beheerssubsidie te boven gaat. Indien niet wordt voldaan aan de verplichting, opgenomen in artikel 31, eerste lid, wordt behoudens overmacht, de subsidie per basis- of pluspakket 15% lager vastgesteld, tenzij de aard en ernst van het niet-nakomen van de genoemde verplichting aanleiding geven tot vermindering met een lager percentage. Artikel 34 Indien de subsidieontvanger overeenkomstig deze regeling verplicht is fysieke en administratieve controles door aangewezen toezichthouders of bevoegde controleurs toe te laten en door toedoen van de subsidieontvanger of zijn vertegenwoordiger kunnen een of meer controles niet plaatsvinden, wordt, behoudens overmacht, de subsidieverlening of -vaststelling ingetrokken. HOOFDSTUK
  8. Subsidie functieverandering Artikel 35 Subsidie functieverandering wordt verstrekt ten behoeve van de omvorming van landbouwgronden in bos en natuurterrein. Subsidie functieverandering wordt niet verstrekt ten behoeve van het beheer van terreinen in eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon, tenzij die publiekrechtelijke rechtspersoon het terrein in gebruik heeft gegeven aan een ander, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon, op basis van een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar. Artikel 36 Subsidie functieverandering wordt verstrekt ten behoeve van terreinen die zijn gelegen in natuurgebieden voor de ontwikkeling van één of meerdere basis- of pluspakketten die zijn opgenomen in een natuurgebiedsplan waarin het desbetreffende natuurgebied is opgenomen. Subsidie functieverandering wordt verstrekt ten behoeve van terreinen die niet zijn gelegen in natuurgebieden ten behoeve van de ontwikkeling van een basis- of pluspakket opgenomen in de bijlagen 20 en
  9. Artikel 37 Subsidie functieverandering wordt niet verstrekt: aan beheerders aan wie ten behoeve van de verwerving van het desbetreffende terrein subsidie is verstrekt, of voor terreinen waarvoor reeds eerder subsidie voor functieverandering werd verstrekt, of aan instellingen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties, voorzover de aanvraag betrekking heeft op een subsidie als bedoeld in artikel 36, eerste lid, Artikel 38 De subsidie voor functieverandering wordt bepaald aan de hand van het bedrag waarmee het desbetreffende terrein in waarde daalt als gevolg van de omvorming van landbouwgrond in bos of natuurterrein. Gedeputeerde Staten bepalen het bedrag, bedoeld in het eerste lid, aan de hand van een door de Dienst landelijk gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit uitgevoerde taxatie. Artikel 39 Indien subsidie functieverandering wordt verstrekt, vermeldt de beschikking tot subsidieverstrekking in ieder geval: de ligging en de grootte van het terrein; het doel van de subsidie, bestaande uit de verplichting, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel i; de datum waarop het tijdvak waarover subsidie functieverandering wordt verstrekt, aanvangt, en het bedrag, bedoeld in artikel 38, eerste lid, en de berekening op basis waarvan de subsidie functieverandering wordt vastgesteld. Artikel 40 Subsidie functieverandering ten behoeve van de ontwikkeling van één of meerdere natuurdoelpakketten op landbouwgrond wordt verstrekt onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na de datum van verzending of uitreiking van de beschikking tot subsidieverstrekking: een overeenkomst tussen degene aan wie de grond toebehoort en de provincie, tot stand komt waarin is opgenomen: de verplichting van degene aan wie de grond toebehoort de desbetreffende landbouwgrond niet te gebruiken of te doen gebruiken met het oog op de uitoefening van de landbouw, en overigens datgene na te laten wat de ontwikkeling of instandhouding van het betrokken basis- of pluspakket op de desbetreffende grond in gevaar brengt of verstoort; dat die verplichting zal overgaan op degenen die de grond onder bijzondere titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn degene die van de rechthebbende een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen, en dat de overeenkomst zal worden ingeschreven in de openbare registers, en een overeenkomst tot voorfinanciering tussen degene aan wie de grond toebehoort en het Nationaal Groenfonds tot stand komt waarin is opgenomen: de verplichting van degene aan wie de grond toebehoort het bedrag, bedoeld in artikel 38, eerste lid, in zijn geheel te laten voorfinancieren door het Nationaal Groenfonds, en de verplichting van het Nationaal Groenfonds het bedrag, bedoeld in artikel 38, eerste lid, in zijn geheel te betalen binnen 8 weken nadat zowel de desbetreffende overeenkomst is ondertekend als de overeenkomst, bedoeld in onderdeel a, is ingeschreven in de openbare registers. De kosten voor de inschrijving in de openbare registers van de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, alsmede de kosten die voortvloeien uit de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, komen voor rekening van de provincie. Gedeputeerde Staten kunnen een model voor een overeenkomst als bedoeld in het eerste of tweede lid vaststellen HOOFDSTUK
  10. Inrichtingssubsidie Paragraaf 1.

Artikel 41Inrichtingssubsidie wordt verstrekt voor de duur van ten hoogste een tijdvak.

Artikel 42 Inrichtingssubsidie wordt verstrekt ten behoeve van terreinen gelegen in natuurgebieden voor zover: deze betrekking heeft op het, door middel van eenmalige maatregelen, rechtstreeks wijzigen van de fysieke condities of kenmerken van het desbetreffende terrein, gericht op behoud, omvorming of ontwikkeling van een of meerdere basis- of pluspakketten of landschapspakketten ten behoeve van behoud of realisering van een basis- of pluspakket of een landschapspakket voor zover dat in overeenstemming is met het desbetreffende natuurgebiedsplan of deze betrekking heeft op beheersmaatregelen die gericht zijn op de omvorming of ontwikkeling van een of meerdere basis- of pluspakketten of landschapspakketten ten behoeve van het realiseren van een basis- of pluspakket of een landschapspakket voor zover dat in overeenstemming is met het desbetreffende natuurgebiedsplan. Inrichtingssubsidie wordt verstrekt met het oog op de ontwikkeling van een basis- of pluspakket opgenomen in de bijlagen 20 en 38 ten behoeve van terreinen die niet zijn gelegen in natuurgebieden. Artikel 43 Inrichtingssubsidie wordt niet verstrekt ten behoeve van een terrein dat is gelegen in een natuurgebied aan andere beheerders dan instellingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties voorzover dit in het desbetreffende natuurgebiedsplan op grond van artikel 13, tweede lid, is aangegeven. In de periode tussen de vaststelling van een landinrichtingsplan en de vaststelling van een plan van toedeling wordt aan instellingen, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties met betrekking tot een terrein dat is gelegen binnen een blok, zoals dat in het landinrichtingsplan is begrensd, geen inrichtingssubsidie verstrekt. Artikel 44 Inrichtingssubsidie wordt niet verstrekt voor de ontwikkeling of omvorming: van een basis- of pluspakket op een terrein waarvan de oppervlakte niet ten minste overeenkomt met het aantal hectares dat is opgenomen als minimumoppervlakte in de bijlage waarin het desbetreffende basis- of pluspakket is vermeld, tenzij het terrein grenst aan een ander terrein waar hetzelfde basis- of pluspakket in stand wordt gehouden en beide terreinen tezamen voldoen aan de eisen ten aanzien van de minimumoppervlakte, of van een landschapspakket voor een landschapselement waarvan de oppervlakte, de lengte of het aantal niet voldoet aan de eisen die met betrekking tot de oppervlakte, de lengte of het aantal zijn gesteld in de bijlage waarin het desbetreffende landschapspakket is vermeld. Artikel 45 Onverminderd artikel 41 wordt inrichtingssubsidie verstrekt overeenkomstig een inrichtingsplan waarin in ieder geval zijn opgenomen: de te treffen inrichtingsmaatregelen; een beschrijving van de uitgangssituatie; de oppervlakte waarop die maatregelen zullen worden uitgevoerd; de motivering voor het treffen van de maatregelen; de met die maatregelen beoogde situatie van het terrein; een gedetailleerde beschrijving van de in stand te houden, te verbeteren, aan te leggen, of te verwijderen wegen en paden; voorzover van toepassing, een tijdplanning voor het tijdvak waarvoor subsidie wordt verleend; de benodigde beheersmaatregelen; een gespecificeerde begroting; een opgave van de financieringswijze van de kosten, inclusief de financiële planning van de uitvoering, en een topografische kaart met een schaal van 1 : 10.000 waarop zo nodig is aangegeven waar de onderscheiden maatregelen zullen worden getroffen. Artikel 46 Tot de subsidiabele kosten behoren de kosten, inclusief BTW, voorzover verrekening niet mogelijk is, verband houdende met: het opstellen door derden van een inrichtingsplan; bebossing van een terrein, voorzover dit betrekking heeft op de ontwikkeling en daaropvolgende instandhouding van een basis- of pluspakket dat is vermeld in een van de bijlagen 20 en 38; maatregelen, gericht op wijziging van de waterhuishouding; grondverzet; maatregelen tot wijziging van de feitelijke bereikbaarheid van een terrein, waaronder in ieder geval is begrepen de aanleg of het herstel van wegen en paden; de verwijdering van opstallen; de verwijdering van begroeiing en beplanting, of overige maatregelen voorzover noodzakelijk in verband met de desbetreffende inrichting. Artikel 47 Tot de subsidiabele beheersmaatregelen behoren in ieder geval: waterhuishoudkundig beheer; begrazingsbeheer; maaien, of kappen of verwijderen van gewas of begroeiing. Artikel 48 Niet tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval de kosten, verband houdende met: de verwijdering van bodemverontreiniging of afval; de bouw van opstallen; de aanschaf van machines; de aanschaf van materialen, anders dan ten behoeve van het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 46; de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen; de aanleg van parkeergelegenheid, of achterstallig onderhoud, tenzij subsidie functieverandering is verleend. Artikel 49 Geen inrichtingssubsidie wordt verstrekt: voor kosten die zijn gemaakt, alvorens een beslissing op de aanvraag voor inrichtingssubsidie is genomen, behoudens de kosten, bedoeld in artikel 46, onderdeel a, of ten behoeve van maatregelen waarmee een aanvang is gemaakt, onderscheidenlijk die reeds zijn uitgevoerd, alvorens een beslissing op de aanvraag voor inrichtingssubsidie is genomen. Ten behoeve van de inrichting van een terrein in eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon anders dan een gemeente wordt geen inrichtingssubsidie verstrekt met geldmiddelen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, tenzij die publiekrechtelijke rechtspersoon het terrein in gebruik heeft gegeven aan een ander, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon, op basis van een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar. Artikel 50 Inrichtingssubsidie bedraagt 95% van de werkelijk gemaakte noodzakelijke subsidiabele kosten, met dien verstande dat geen vergoeding wordt verstrekt voor zover deze kosten meer bedragen dan een door Gedeputeerde Staten bij de subsidieverlening te bepalen maximumbedrag. Artikel 51 Gedeputeerde Staten kunnen beleidsregels vaststellen met het oog op de toepassing van artikelen 45, 46, 47 en 50. Paragraaf 2. Subsidieverlening Artikel 52 De subsidieverlening vermeldt: in hoeverre het inrichtingsplan in uitvoering kan worden genomen; het bedrag waarop de inrichtingssubsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, en de datum waarop de periode waarover inrichtingssubsidie wordt verleend aanvangt en eindigt. Paragraaf 3. Verplichtingen Artikel 53 De subsidieontvanger is verplicht de maatregelen overeenkomstig het inrichtingsplan als bepaald bij de subsidieverlening uit te voeren en overeenkomstig de tijdsplanning, bedoeld in artikel 45, onderdeel g. Paragraaf 4. Voorschotten Artikel 54 Op de inrichtingssubsidie kunnen Gedeputeerde Staten ten hoogste viermaal per jaar op aanvraag tot ten hoogste 95% voorschotten verlenen, met een minimum van EUR 2.500,-. De aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de werkelijk gemaakte kosten. De aanvraag tot voorschotverlening wordt ingediend bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen. Het voorschot wordt binnen acht weken na de voorschotverlening betaald. Paragraaf 5. Subsidievaststelling Artikel 55 De ontvanger van inrichtingssubsidie dient binnen 8 weken na afloop van het tijdvak voor het desbetreffende terrein een aanvraag tot subsidievaststelling over dat tijdvak in bij de directeur van de Dienst Regelingen met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de directeur van de Dienst Regelingen. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van: een verklaring dat de maatregelen en, voorzover van toepassing, het beheer overeenkomstig de subsidieverlening zijn uitgevoerd, en een financiële verantwoording met betrekking tot de getroffen maatregelen, bestaande uit een rekening alsmede, indien de subsidieverlening een bedrag van EUR 25.000,- te boven gaat, een verklaring, overeenkomstig een door de directeur van de Dienst Regelingen te verstrekken model, van een accountant-administratieconsulent of registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt dat de maatregelen zijn uitgevoerd overeenkomstig de beschikking tot verlening van inrichtingssubsidie. Artikel 56 Gedeputeerde Staten stellen na ontvangst van de in artikel 55 bedoelde bescheiden de inrichtingssubsidie binnen 26 weken vast op grond van de werkelijk gemaakte kosten, zoals bepaald bij de subsidieverlening. Deze beslissing kan eenmaal met ten hoogste 13 weken worden verdaagd. HOOFDSTUK 7. Recreatiesubsidie Paragraaf 1.

Artikel 57

Recreatiesubsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de instandhouding van een recreatiepakket ten aanzien van terreinen waarvoor tevens beheerssubsidie wordt verstrekt. Artikel 58 Recreatiesubsidie wordt niet verstrekt ten behoeve van het beheer van terreinen in eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon, tenzij die publiekrechtelijke rechtspersoon het terrein in gebruik heeft gegeven aan een ander, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon, op basis van een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar. Artikel 59 Recreatiesubsidie bedraagt per hectare per tijdvak het bedrag dat wordt gevormd door de vermenigvuldiging van de recreatiebijdrage opgenomen in de bijlage van het desbetreffende recreatiepakket met het getal zes. Artikel 60 Recreatiesubsidie wordt verstrekt voor een tijdvak dat begint op hetzelfde tijdstip als het tijdvak waarvoor beheerssubsidie wordt verstrekt. Paragraaf

  1. De subsidieverlening Artikel 61 De beschikking tot verlening van recreatiesubsidie vermeldt in ieder geval: de ligging en grootte van het terrein; het doel van de recreatiesubsidie, bestaande uit het gedurende het tijdvak op het terrein in stand houden van een recreatiepakket; de recreatiebijdrage op basis waarvan de recreatiesubsidie zal worden vastgesteld, en de datum waarop het tijdvak waarover recreatiesubsidie wordt verleend, aanvangt. Paragraaf
  2. Verplichtingen Artikel 62 De subsidieontvanger is verplicht: het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doel, bedoeld in artikel 61, onderdeel b, te realiseren, en van omstandigheden als gevolg waarvan het redelijkerwijs niet mogelijk is te voldoen aan de verplichting, bedoeld in onderdeel a, binnen twee weken nadat de subsidieontvanger daarvan redelijkerwijs op de hoogte kan zijn aan de directeur van de Dienst Regelingen schriftelijk melding te doen. Artikel 63 De artikelen 21, 25, 28 tot en met 32 zijn van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK
  3. Landschapssubsidie Artikel 64 Landschapssubsidie wordt verstrekt ten behoeve van terreinen gelegen in natuurgebieden voor de instandhouding van een landschapspakket dat is opgenomen in een natuurgebiedsplan waarin het desbetreffende natuurgebied is opgenomen. Onverminderd het eerste lid, wordt landschapssubsidie verstrekt ten behoeve van terreinen gelegen in bestaande bossen en natuurterreinen. Landschapssubsidie wordt niet verstrekt ten behoeve van het beheer van terreinen in eigendom van een publiekrechtelijke rechtspersoon, tenzij die publiekrechtelijke rechtspersoon het terrein in gebruik heeft gegeven aan een ander, niet zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon, op basis van een erfpachtovereenkomst met een duur van ten minste 25 jaar. Artikel 65 Landschapssubsidie wordt verstrekt voor een tijdvak. Artikel 66 Indien op het terrein een landschapspakket in stand wordt gehouden, bedraagt de landschapssubsidie het bedrag per tijdvak dat wordt gevormd door de vermenigvuldiging van het getal zes met de beheersbijdrage opgenomen in de bijlagen van het desbetreffende landschapspakket en het aantal hectares, onderscheidelijk meters, onderscheidelijk stuks waarvoor landschapssubsidie wordt verleend. Indien op het terrein meerdere landschapspakketten in stand worden gehouden bedraagt de landschapssubsidie de som van de beheersbijdragen die worden gevormd door de vermenigvuldiging van het getal zes met de beheersbijdragen opgenomen in de bijlagen van de desbetreffende landschapspakketten en het aantal hectares, onderscheidelijk meters, onderscheidelijk stuks per landschapspakket waarvoor landschapssubsidie wordt verleend. Artikel 67 Indien landschapssubsidie wordt verstrekt voor de instandhouding van een of meerdere landschapspakketten binnen een terrein, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval: de ligging en grootte van het terrein; het doel van de landschapssubsidie, bestaande uit het gedurende het tijdvak op het terrein ontwikkelen of in stand houden van een of meerdere landschapspakketten; het bedrag, onderscheidenlijk de bedragen, op basis waarvan de landschapssubsidie zal worden vastgesteld, en de datum waarop het tijdvak waarover landschapssubsidie wordt verleend, aanvangt. Artikel 68 De subsidieontvanger is verplicht: het in de beschikking tot subsidieverlening vermelde doel, bedoeld in artikel 67, onderdeel b, te realiseren; van omstandigheden als gevolg waarvan het redelijkerwijs niet mogelijk is te voldoen aan de verplichting, bedoeld in onderdeel a, binnen twee weken nadat de subsidieontvanger daarvan redelijkerwijs op de hoogte kan zijn aan de directeur van de Dienst Regelingen schriftelijk melding te doen, en uiterlijk drie maanden nadat gehele of gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid tot gebruik en beheer van het betrokken terrein plaatsvindt, dit schriftelijk te melden aan de directeur van de Dienst Regelingen. Artikel 69 De artikelen 21, eerste lid, 23, 25, 28, 30, 31, eerste lid, 32, 33, eerste en vijfde lid, en 34 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 24 is van overeenkomstige toepassing voor zover subsidie wordt verstrekt voor een landschapspakket opgenomen in de bijlagen 42, 43, 46, 47, 48, 51, 54 en
  4. HOOFDSTUK
  5. Wijziging en intrekking Artikel 70 Een verzoek tot wijziging van de beschikking tot subsidieverlening kan worden gedaan met het oog op het vergroten van het areaal waarvoor subsidie is verleend. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, kan slechts eenmaal per jaar worden gedaan te rekenen vanaf het jaar waarvoor de subsidie is verleend. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts in behandeling genomen indien: op de toe te voegen terreinen hetzelfde basis-, plus- of landschapspakket wordt ontwikkeld, omgevormd of instandgehouden als dat waarvoor reeds subsidie is verleend of de terreinen waarvoor subsidie wordt verzocht, voldoen aan de voorwaarden die voor de verlening van subsidies als bedoeld in deze regeling gelden. In het geval, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, zijn bepalingen omtrent minimumoppervlakte of minimumlengten, opgenomen in de basis-, plus-of landschapspakketten, niet van toepassing, voorzover de vergroting van het areaal een beheerseenheid vormt met de beheerseenheid waarvoor subsidie wordt verleend. De artikelen 1 tot en met 10, eerste lid, 12 en 15 tot en met 19 zijn ten aanzien van het verzoek, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing. De subsidie met betrekking tot het vergroten van het areaal, bedoeld in het eerste lid, wordt naar evenredigheid verleend en vastgesteld voor het resterende gedeelte van het tijdvak, bedoeld in artikel 20, waarvoor reeds subsidie was verleend. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt afgewezen indien de subsidie door toewijzing van dat verzoek met minder dan EUR 50,- per jaar zou toenemen. Artikel 71 Een verzoek tot wijziging van de beschikking tot subsidieverlening kan worden gedaan met het oog op het verkleinen van het areaal waarvoor subsidie is verleend. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, kan slechts eenmaal per jaar worden gedaan te rekenen vanaf het jaar waarvoor de subsidie is verleend. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts in behandeling genomen indien het verkleinen van het areaal een gevolg is van de uitvoering van een werk ten algemene nutte. Bepalingen omtrent minimumoppervlakte of minimumlengten opgenomen in de beheerspakketten of landschapspakketten blijven van toepassing. De subsidie met betrekking tot het verkleinen van het areaal, bedoeld in het eerste lid, wordt naar evenredigheid verleend en vastgesteld voor het resterende gedeelte van het tijdvak, bedoeld in artikel 20, waarvoor reeds subsidie was verleend. Artikel 72 In geval subsidie is verleend met betrekking tot een terrein waarvan de oppervlakte waarop de subsidieverlening betrekking heeft groter is dan de daadwerkelijke oppervlakte wordt de subsidieverlening als volgt gewijzigd: de subsidieverlening wordt gebaseerd op de daadwerkelijke oppervlakte als de afwijking ten hoogste 3% is; de subsidieverlening wordt gebaseerd op de daadwerkelijke oppervlakte, verminderd met tweemaal het vastgestelde verschil tussen de oppervlakte waarop de subsidieverlening betrekking heeft en de daadwerkelijke oppervlakte wanneer dit verschil groter is dan 3% of 2 hectare maar niet groter dan 20%; de subsidieverlening wordt ingetrokken, wanneer het verschil tussen de oppervlakte waarop de subsidieverlening betrekking heeft en de daadwerkelijke oppervlakte groter is dan 20%. Artikel 73 In geval subsidie is verleend ten behoeve van een terrein, waarvan het recht tot gebruik en beheer berust bij de subsidieontvanger, en dat recht gaat over op een derde gedurende de periode waarover de desbetreffende subsidie is verleend, kan de desbetreffende subsidieverlening worden gewijzigd in een subsidieverlening aan die derde indien deze, uiterlijk drie maanden na de datum waarop het recht tot gebruik en beheer is overgegaan, bij wege van een aan de directeur van de Dienst Regelingen gericht schriftelijk stuk, verklaart te treden in de aan de subsidieverlening verbonden rechten en plichten, vanaf de datum met ingang waarvan de wijziging uit hoofde van dit lid van kracht zal zijn. Artikel 74 In geval subsidie is verleend op grond van hoofdstuk 4, 6, 7 of 8 met betrekking tot een terrein waarvan het gebruiksrecht berust bij een natuurlijk persoon die overlijdt tijdens de periode waarover subsidie is verleend, wordt de desbetreffende subsidieverlening voor dat terrein ingetrokken met ingang van de dag, volgend op de dag van overlijden, op voorwaarde dat de erfgenamen uiterlijk drie maanden na het overlijden om deze intrekking verzoeken bij wege van een aan de directeur van de Dienst Regelingen gericht schriftelijk verzoek. In geval van intrekking uit hoofde van het eerste lid, wordt de subsidie over het tijdvak waarin het overlijden plaatsvond ambtshalve vastgesteld op het bedrag naar evenredigheid ten opzichte van de subsidie zoals die op grond van de subsidieverlening ten hoogste zou kunnen worden vastgesteld. Artikel 75 Een aanvraag als bedoeld in artikel 17 die wordt ingediend tezamen met een verzoek van een beheerder of een ander dan een beheerder als bedoeld in artikel 5 tot intrekking van een aan hem verleende subsidie voor het terrein waarop die aanvraag betrekking heeft, wordt niet gehonoreerd indien die aanvraag ertoe zou leiden dat minder dan vijf jaren subsidie voor het desbetreffende terrein kan worden verleend. Artikel 74, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 76 In geval subsidie is verleend op grond van de onderhavige regeling met betrekking tot een terrein dat deel uitmaakt van een gebied waar landinrichting uit kracht van de Landinrichtingswet, zoals die gold tot 1 januari 2007, of uit kracht van de Wet inrichting landelijk gebied geschiedt en het voldoen aan de aan desbetreffende subsidieverlening verbonden verplichtingen na vaststelling van het landinrichtingsplan niet meer mogelijk is, wordt de desbetreffende subsidieverlening ingetrokken met ingang van de dag, waarop in zodanig gebied de kavelovergang plaatsvindt ingevolge de in het plan van toedeling opgenomen bepalingen omtrent de inbezitneming, bedoeld in artikel 196, tweede lid, onderdeel e, van de Landinrichtingswet, zoals die gold tot 1 januari 2007, of als bedoeld in artikel 51 eerste lid onderdeel f van de Wet inrichting landelijk gebied. Artikel 74, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 77 Indien subsidie is verleend met betrekking tot een terrein dat is verworven door Staatsbosbeheer, het bureau beheer landbouwgronden, een instelling als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties of de provincie en het de subsidieontvanger als gevolg van de overdracht aan een van de bedoelde organisaties onderscheidelijk bestuursorgaan niet meer mogelijk is te voldoen aan de verplichtingen verbonden aan de subsidieverlening, wordt de subsidieverlening ingetrokken met ingang van de dag, waarop de overdracht van het terrein heeft plaatsgevonden. In geval van intrekking op grond van het eerste lid, wordt de subsidie over het tijdvak waarin de verwerving plaatsvond ambtshalve vastgesteld op een bedrag evenredig met het deel van het tijdvak dat voor de overdracht is verstreken. Artikel 78 In geval subsidie is verleend op grond van de onderhavige regeling met betrekking tot grond die wordt onteigend tijdens de periode waarover subsidie is verleend, wordt de desbetreffende subsidieverlening ingetrokken met ingang van de dag waarop het besluit tot onteigening van de betrokken grond onherroepelijk vaststaat. Artikel 74, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. Artikel 79 Onverschuldigd betaalde subsidies en voorschotten worden teruggevorderd, vermeerderd met de wettelijke rente. De wettelijke rente wordt berekend over de periode die verstrijkt tussen de kennisgeving van de terugbetalingsverplichting en het moment van terugbetaling of verrekening. Hoofdstuk
  6. Slotbepalingen Artikel 80 Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze regeling bepaalde zijn belast de ambtenaren van de Dienst landelijk gebied en de Algemene inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Artikel 81 Natuurgebiedsplannen die zijn vastgesteld in het kader van de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 van de minister blijven van kracht tot zij zijn ingetrokken of vervangen door een natuurgebiedsplan als bedoeld in artikel 13 van deze regeling. Artikel 82 Subsidies of voorschotten daarop worden verleend onder het voorbehoud van goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen. De beslissing tot verlening van een subsidie of een voorschot daarop kan worden ingetrokken of gewijzigd ter verkrijging van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor deze regeling, of wegens het uitblijven daarvan. Artikel 83 Deze regeling treedt in werking op de dag van publicatie in het provincieblad en met terugwerkende kracht vanaf 15 november
  7. Artikel 84 Deze regeling wordt aangehaald als: Provinciale Subsidieregeling Natuurbeheer Zeeland. Toelichting bij de Provinciale Subsidieregeling Natuurbeheer Zeeland en de Provinciale Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer Zeeland
  8. Algemeen Met de totstandkoming van de Wet inrichting landelijk gebied (hierna: WILG) wordt de verantwoordelijkheid voor de realisatie van het gebiedsgerichte beleid in belangrijke mate overgedragen aan de provincies. De daarvoor benodigde financiële middelen worden ter beschikking gesteld in de vorm van het Investeringsbudget landelijk gebied (hierna: ILG). De toekenning van deze middelen geschiedt voor een programmeringsperiode van zeven jaar. De eerste periode loopt van 2007 tot en met
  9. Ter realisatie van het gebiedsgerichte beleid kunnen de provincies ten laste van het ILG onder meer subsidies verlenen, maar ook bijvoorbeeld gronden verwerven en inrichten. Tezamen met de bevoegdheden die de provincies al hadden op het vlak van ruimtelijke ordening en de bevoegdheden die de WILG verschaft ten aanzien van landinrichting, beschikken de provincies aldus over adequate instrumenten voor de realisatie van de met het Rijk afgesproken doelstellingen op onder meer het vlak van natuur en landschap. In het ILG zijn middelen opgenomen ten behoeve van de voortzetting van het Programma Beheer. Het Programma Beheer is de verzameling van een groot aantal verschillende subsidiemaatregelen gericht op het stimuleren en ondersteunen van natuurbeheer door agrarische en niet-agrarische natuurbeheerders. Het programma bevat verschillende, nauwkeurig beschreven beheerspakketten waarvoor subsidie wordt verleend. Het Programma Beheer bestond tot op heden uit twee subsidieregelingen van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: minister): de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 en de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer. De Subsidieregeling natuurbeheer 2000 richt zich op gebieden waar de instandhouding, omvorming of ontwikkeling van natuurwaarden, bos en landschap de primaire functie vormt. Ook gronden die oorspronkelijk landbouwgrond waren en de functie natuur hebben gekregen vallen daaronder. De Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer ziet op stimulering van de ontwikkeling of het beheer van natuur en bos in gebieden waar uitoefening van landbouwactiviteiten blijvend voorop staat, alsmede op de ontwikkeling van landschappelijke elementen in dergelijke gebieden. Het Programma Beheer is tot nu toe grotendeels generiek van karakter: beheerspakketten worden in het gehele land op dezelfde wijze ingezet. In gebiedplannen kunnen provincies wel nader aangeven welke pakketten waar mogen worden ingezet. Tussen Rijk en provincies is overeengekomen dat de provincies het Programma Beheer in 2007 en 2008 in de huidige vorm voortzetten, en dat in die jaren de uitvoering ten behoeve van de provincies zal blijven geschieden door de Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Aanpassingen vinden alleen plaats voor zover noodzakelijk in verband met de Europese regelgeving. Daarmee wordt de continuïteit van het beheer verzekerd en wordt tegelijk ruimte geschapen voor een zorgvuldige overgang naar een door de provincies in samenspraak met het Rijk en de terreinbeheerders vorm te geven nieuw Programma Beheer. Bij de vormgeving van het nieuwe Programma Beheer wordt rekening gehouden met de resultaten van de evaluatie van het huidige Programma Beheer en het actieprogramma "Een rijk weidevogellandschap" van 15 juni 2006 van het weidevogelverbond. De evaluatie heeft zowel betrekking op de ecologische effecten van de beheerspakketten als op de doelmatigheid van de uitvoering en de administratieve lasten van de eindbegunstigden. Aansluiting wordt gezocht met de door de provincies samen met het Rijk ontwikkelde vergoedingssystematiek van de Catalogus groene en blauwe diensten. Het nieuwe Programma Beheer moet aldus een eenvoudiger en transparanter systeem bieden, dat beter inspeelt op de gebiedseigen omstandigheden in de onderscheiden provincies. Het zal per 1 januari 2009 operationeel zijn. De Provinciale Subsidieregeling Natuurbeheer Zeeland en de Provinciale Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer Zeeland verschaffen het subsidiekader voor het Programma Beheer zoals dat in 2007 en 2008 door de provincie wordt opengesteld. Waar wordt aangesloten bij de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 en de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister, blijven de toelichtingen bij die regelingen en bij de wijzigingen daarvan en de jurisprudentie die betrekking heeft op die regelingen onverkort hun waarde behouden voor de uitleg van de provinciale verordeningen en de daarin gehanteerde begrippen en voorwaarden. Kortheidshalve wordt volstaan met daarnaar te verwijzen. In de verordening is zoveel mogelijk de volgorde van de artikelen van de ministeriële regelingen aangehouden. Verwezen zij verder naar de bijgevoegde concordantietabellen.
  10. Wijzigingen De Provinciale Subsidieregeling Natuurbeheer Zeeland en de Provinciale Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer Zeeland wijken op een aantal punten af van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 en de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister. De doorgevoerde wijzigingen hebben deels te maken met het enkele feit van de overgang van een rijksregeling naar een provinciale regeling. Daarnaast zijn enkele wijzigingen doorgevoerd in verband met de eisen van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (PbEG L 277) (hierna: Kaderverordening). Tot slot zijn enkele wijzigingen doorgevoerd die onmiddellijk samenhangen met het kader van het ILG. In het navolgende worden de verschillende wijzigingen besproken. De wijzigingen gelden voor zowel de Provinciale Subsidieregeling Natuurbeheer Zeeland als voor de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer Zeeland, tenzij anders is aangegeven. Achter de wijzigingen is aangegeven waar de wijziging in de regeling te vinden is; hierbij wordt de Provinciale Subsidieregeling Natuurbeheer Zeeland aangehaald als PSN en de Provinciale Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer Zeeland als PSAN. Algemene wijzigingen In de rijksregeling wordt op meerdere plaatsen de minister genoemd als bevoegd gezag. In de provinciale verordeningen is "de minister" vervangen door gedeputeerde staten. Artikelen die de relatie tussen minister en de provincie regelen zijn niet overgenomen. Deze verhouding wordt geregeld in de WILG en de bestuursovereenkomsten inzake het ILG. Verwijzingen naar de Landinrichtingswet zijn aangepast in verband met vervanging van die wet door de WILG. Verwijzingen naar de regeling Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2005 zijn vervangen door verwijzingen naar de regeling Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
  11. Er zijn bepalingen toegevoegd om de continuïteit ten opzichte van "oude" regelgeving als de Landinrichtingswet te waarborgen, bijvoorbeeld bij verwijzingen naar landinrichtingsplannen. Soortgelijke bepalingen uit de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 en de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer zijn niet overgenomen, indien die geen betekenis meer hebben. De verhouding tot de Algemene Subsidieverordening Zeeland wordt geregeld: ingeval bepalingen in de PSAN resp. PSN afwijken van de bepalingen in de Algemene Subsidieverordening Zeeland, gelden de bepalingen uit de PSAN resp. PSN (artikel 2, tweede lid, PSN, artikel 2, tweede lid, PSAN). Gebiedsplannen die zijn vastgesteld in het kader van de rijksregelingen blijven van kracht tot dat de provincie nieuwe gebiedsplannen heeft vastgesteld (artikel 81 PSN, artikel 91 PSAN). Bij het vaststellen van de nieuwe gebiedsplannen moeten de oude gebiedsplannen worden ingetrokken om te voorkomen dat er meerdere plannen van kracht zijn. Geen overgangsrechtelijke voorziening is getroffen voor de afhandeling van nog onder het oude Programma Beheer bij het rijk ingediende subsidieaanvragen. Artikel 93 van de WILG en het daarop gebaseerde ministeriële besluit voorzien daarin. Uitgangspunt bij die voorziening is eerbiediging van het recht zoals dat op grond van het oude Programma Beheer gold, met dien verstande dat de bevoegdheden van de minister overgaan naar de provincie. Een aantal artikelen is opnieuw geredigeerd om de leesbaarheid te vergroten. Wijzigingen ten aanzien van de aanvraag Subsidieaanvragen worden net als in het verleden ingediend bij de directeur van de Dienst Regelingen. De aanvragen zijn anders dan in het verleden evenwel gebonden aan provinciegrenzen. Hierdoor zal een beheerder met grond in verschillende provincies voor de onderscheiden provincies afzonderlijke aanvragen moeten indienen (artikel 1, eerste lid, onderdeel b, PSN, artikel 1, eerste lid, onderdeel c, PSAN). Een uitzondering is de verzamelaanvraag (zie artikel 17 PSN). Daarop blijft het oorspronkelijke regime van toepassing. In verband met de Kaderverordening ILG is het niet meer mogelijk een subsidie te verstrekken aan verenigingen. Betaling van subsidie kan alleen plaatsvinden aan beheerders (artikel 2, eerste lid, PSN, artikel 2, eerste lid, PSAN); De probleemgebiedenvergoeding wordt jaarlijks aangevraagd. Voorheen gebeurde dit zesjaarlijks. De eerste aanvraag moet worden ingediend binnen vier weken na dagtekening van de beschikking waarbij een beheerssubsidie is verleend. De volgende aanvragen moeten worden gedaan door middel van een aanvraag die tevens betrekking heeft op de toelagen op grond van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (artikel 18 PSAN); in de Europese regelgeving (zie artikel 1, eerste lid, onderdeel s, PSAN) wordt deze aanvraag aangeduid als 'verzamelaanvraag', maar deze moet wordt onderscheiden van de verzamelaanvraag, bedoeld in artikel 17 PSN die een uitsluitend nationaal karakter heeft en niet ziet op verschillende aanspraken van één belanghebbende, maar op aanspraken van verschillende belanghebbenden. De probleemgebiedenvergoeding wordt per kalenderjaar toegekend Wijzigingen ten aanzien van de beheerspakketten De collectieve weidevogelpakketten en het pakket Nestbescherming zijn niet meer in de subsidieregeling opgenomen. Als overwegingen gelden daarbij: strijdigheid met de Kaderverordening, aangezien deels sprake is van maatregelen die al voortvloeien uit generieke Europeesrechtelijke en nationaalrechtelijke verplichtingen inzake de bescherming van vogels, te weten Richtlijn (EEG) nr. 79/409 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103) en de Flora- en faunawet. De Kaderverordening laat niet toe dat subsidies worden verstrekt voor maatregelen die wettelijk zijn verplicht; zorg over de effectiviteit van de pakketten. Er wordt in overleg met de minister en de terreinbeheerders gezocht naar alternatieven waaraan genoemde bezwaren niet kleven. Er zijn bepalingen toegevoegd met betrekking tot de mogelijkheid om subsidies voor bepaalde pakketten te cumuleren: de subsidie voor Landschapspakketten mag cumuleren met subsidie voor de in artikel 21, tweede lid, PSN bedoelde beheerspakketten; de subsidie voor het pakket Grasland Ganzen mag cumuleren met subsidie voor het pakket Landschappelijk waardevol grasland en voor de weidevogelpakketten inclusief de collectieve pakketten uit de ministeriële regeling met uitzondering van de pakketten Weideranden en Plasdras (artikel 27, derde lid, PSAN); de subsidie voor het landschapspakket Bomenrij mag cumuleren met subsidie voor de in artikel 27, vierde lid, PSAN bedoelde beheerspakketten. Geen beheerssubsidies worden verstrekt voor terreinen waarvoor nog verplichtingen van toepassing zijn op basis van de subsidieregelingen van de minister (artikel 23 PSN, artikel 33 PSAN). Een uitzondering hierop is dat de subsidies voor de pakketten Natuurbraak en Ganzen als genoemd in de provinciale verordening mogen cumuleren met de subsidie voor het pakket Nestbescherming van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister. Het is niet mogelijk om lopende subsidieaanspraken die worden ontleend aan de rijksregeling uit te breiden tot nieuwe pakketten, nu deze aanspraken zijn gebaseerd op de oude Kaderverordening en de inmiddels ingetrokken rijksregeling. Gelet op de voorwaarden van de Kaderverordening, is het niet mogelijk voor degenen aan wie een inrichtingssubsidie is verleend op grond van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister om - zonder gevolgen - binnen het tijdvak als voorzien in die regeling te stoppen om vervolgens, na een functiewijziging, voor het resterende deel van het tijdvak inrichtingssubsidie te vragen op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer. Als nieuw pakket wordt opgenomen het pakket Natuurbraak. De pakketten Natuurbraak en Snelgroeiend bos kunnen nu ook buiten de beheersgebieden worden gesubsidieerd (artikel 33, eerste lid, onderdeel b, PSAN). Bij het pakket Snelgroeiend Bos kan worden gekozen uit drie tijdvakken in plaats van twee. Het tijdvak van 18 jaar is verkort tot 15 jaar (artikel 30 PSAN). De eisen van de goede landbouwpraktijk zijn vervangen door de veel uitgebreidere dwingende eisen op het vlak van onder meer milieu, gezondheid en dierenwelzijn en de minimumeisen inzake het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 51 van de Kaderverordening. Het gaat dan onder meer om de normen gesteld bij of krachtens de in artikel 43, eerste lid, onderdeel h, PSAN genoemde wetten, waaraan de agrariër die subsidie ontvangt op elk moment moet voldoen. Een nauwkeuriger en vollediger beschrijving van deze eisen is opgenomen in de artikelen 3 en volgende en bijlage 1 van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 (Stcrt. 2005, 235), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij regeling van de minister van 11 mei 2006 (Stcrt. 2006, 93). Wijzigingen ten aanzien van de hoogte van de subsidies De grondslagen voor het vaststellen van de beheersbijdragen zijn naar aanleiding van de Kaderverordening enigszins aangepast. De grondslag "productiederving uitgedrukt in kilogram voedereenheden melk" is vervangen door: productiederving. Tevens is de grondslag 'transactiekosten' toegevoegd (artikel 8 PSAN). Het bedrag van de beheerssubsidie wordt bij de beschikking tot subsidieverlening bepaald voor het gehele tijdvak. Dit in tegenstelling tot het oude systeem waarin het bedrag aan het einde van het tijdvak werd gecorrigeerd in verband met de loon- en prijsontwikkeling (artikel 32, tweede lid, PSN, artikel 46, tweede lid, PSAN). Wijzigingen van bestuursrechtelijke aard Op het vaststellen van gebiedsplannen is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (artikel 14, tweede lid, PSN, artikel 15, tweede lid, PSAN). De beslistermijnen zijn realistischer gemaakt, mede in verband met boeteregeling die door veel provincies wordt gehanteerd. Deze houdt in dat bij het niet voldoen aan de beslistermijn de provincie een boete betaalt aan de aanvrager. Wijzigingen op het punt van handhaving Indien een aanvrager in een jaar opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening heeft ingediend, wordt er het daarop volgende jaar geen subsidie verleend. Als subsidieaanvraag geldt zowel een subsidieaanvraag op grond van de PSN als een aanvraag op grond van de Subsidieregeling natuurbeheer
  12. (artikel 11 PSN, artikel 13 PSAN). Toegevoegd is de sanctie van het 15 % lager vaststellen van de subsidie per basis- of pluspakket, indien niet wordt voldaan aan de verplichting tot het indienen van een vaststellingsverzoek, behoudens het geval van overmacht (artikel 33, vijfde lid, PSN). Tevens is toegevoegd een sanctie ingeval de subsidieontvanger een controleur niet toelaat controles uit te voeren. De subsidieontvanger is verplicht fysieke en administratieve controles door aangewezen toezichthouders toe te laten (artikel 34 PSN).
  13. Overige aspecte Openstelling en subsidieplafondProvinciale Staten stellen een subsidieplafond vast voor de te verstrekken subsidies. Het is hierbij mogelijk om voor de verschillende beheers- en landschapspakketten, voor verschillende categorieën subsidieaanvragers en voor verschillende beheersgebieden verschillende subsidieplafonds vast te stellen (artikel 6, eerste lid, PSAN). De bekendmaking van de vastgestelde subsidieplafond en van de openstelling van subsidiemaatregelen geschiedt op grond van de Provinciewet in provinciale publicatiebladen. Subsidieverlening geschiedt onder voorbehoud van goedkeuring door de Europese Commissie (artikel 82 PSN, artikel 92 PSAN). RechtsbeschermingVoor de behandeling van bezwaarschriften zijn er twee mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is dat de provincie ervoor kiest om de bevoegdheid om het beslissen op bezwaarschriften volledig te mandateren aan de Dienst Regelingen. In dat geval handelt deze dienst volledig af en beslist namens de provincie. De tweede optie is de bevoegdheid niet aan de Dienst Regelingen te mandateren, maar de voorbereiding de beslissing op het bezwaar volledig of gedeeltelijk door Dienst Regelingen te laten verrichten (artikel 2, derde lid, PSN, artikel 2, derde lid, PSAN). Zeeland heeft gekozen voor de 2e optie. ToezichtDe Dienst Landelijk Gebied en de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zijn belast met het toezicht op de naleving van de onderhavige subsidieverordeningen (artikel 80 PSN, artikel 89 PSAN). De Algemene Inspectiedienst heeft daarbij primair een functie bij de controle op voldoening aan de in het voorgaande bij de beheerspakketten besproken Europese randvoorwaarden, als bedoeld in artikel 51 van de Kaderverordening. Gegeven te Middelburg, 2007 Gedeputeerde Staten voornoemd, drs. K.M.H. PEIJS, voorzitter. mr. drs. L.J.M. VERDULT, secretaris. Uitgegeven, 13 februari 2007 De secretaris, mr. drs. L.J.M. VERDULT Provinciale Subsidieregeling Natuurbeheer Zeeland - bijlagen 3 Provinciale_Subsidieregeling_Natuurbeheer_Zeeland_-_bijlagen-3.pdf

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.