Subsidieregeling kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap ZeelandGedeputeerde staten van Zeeland gelezen het voorstel van de afdeling W&N nummer 09034770; Gelet op artikel 145 van de Provinciewet en artikel 11, derde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied; Gelet de delegatiebesluiten van Provinciale Staten voor regelgevende bevoegdheid van 9 november 2007 (Pb 2007 nrs. 41 en 42); besluiten vast te stellen de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 (begripsbepalingen) In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: ambitiekaart: kaart als bedoeld in artikel 7; beheerplan: beheerplan als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet natuurbescherming; beheertype: natuurbeheertype of landschapsbeheertype; functieverandering: omzetting van landbouwgrond naar natuurterrein door het wijzigen van het gebruik van de grond van landbouw naar natuur en het vestigen van een kwalitatieve verplichting; grote onderneming: onderneming waar minstens 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen EUR of het jaarlijkse balans totaal 43 miljoen EUR overschrijdt, zoals bepaald in artikel 2, bijlage I van Verordening (EU) nr. 702/2014; habitattype: type, zoals genoemd in bijlage I bij de Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna; landbouwactiviteit: activiteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel f, van Verordening (EU) nr.1305/2013; landbouwer: natuurlijke persoon of rechtspersoon die, dan wel een samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat, een landbouwactiviteit uitoefent; landbouwgrond: landbouwareaal als bedoeld en omschreven in artikel 2, onder f, van Verordening (EU) nr.1305/2013, niet zijnde natuurterreinen of gronden als bedoeld in bedoeld in artikel 2.10, tweedelid, van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB; landbouwsteunkader: Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw-en bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020 (PB EU 2014/C 204/01); landschapsbeheertype: in bijlage 1 van de Subsidieverordening natuur en landschapsbeheer Zeeland 2016 opgenomen landschapsbeheertype; marktwaarde: waarde van het terrein vastgesteld in overeenstemming met de Mededeling van de Commissie betreffende het begrip “staatssteun” in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (2016/C 262/01); minister: minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 1.3 van de Subsidieverordening natuur en landschapsbeheerZeeland 2016; natuurbeheertype: in bijlage 2 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland 2016 opgenomen soort natuur; natuurkwaliteit: op de ambitiekaart van het natuurbeheerplan aangegeven gewenst kwaliteitsniveau van het beheertype, gebaseerd op de omschrijvingen zoals opgenomen in de bijlagen 1 en 2 van de Subsidieverordening natuur en landschapsbeheer Zeeland 2016 (de Index Natuur en Landschap); natuurterrein: binnen de provincie gelegen grond met als hoofdfunctie natuur, die in het natuurbeheerplan is aangeduid, alsmede gronden waarvoor een subsidie functieverandering als bedoeld in artikel 15 van de onderhavige regeling is verstrekt; plattelandsontwikkelingsprogramma: Nederlands plattelands-ontwikkelingsprogramma 2014-2020 als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 Artikel 2 (subsidieplafond en openstelling) Gedeputeerde Staten kunnen een subsidieplafond vaststellen voor de investeringssubsidies, bedoeld in artikel 8, alsmede een subsidieplafond voor de subsidie functieverandering, bedoeld in artikel 15. Gedeputeerde Staten kunnen daarbij uitsluiten: bepaalde gebieden; bepaalde categorieën van aanvragers; bepaalde investeringssubsidies, al dan niet voor bepaalde beheertypen; het verstrekken van een subsidie functieverandering voor voor zover deze voorafgaat aan de realisatie van een op grond van onderdeel c uitgeslotenbeheertype. Gedeputeerde Staten kunnen een openstellingsperiode vaststellen voor het indienen van een aanvraag investeringssubsidie of een subsidie functieverandering. Een dergelijk besluit wordt voor aanvang van de openstellingsperiode bekend gemaakt in het Provinciaal Blad. Artikel 3 (rangschikking: volgorde van ontvangst) Aanvragen worden afgehandeld in volgorde van ontvangst. Indien een aanvraag naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onvolledig is en de aanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, wordt de aanvraag voor toepassing van het eerste lid geacht te zijn ontvangen op de dag waarop de eerste indiening heeft plaatsgevonden, plus het aantal dagen tussen de dag dat de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb op de hoogte is gesteld van de onvolledigheid van de aanvraag, en de dag waarop de aangevulde aanvraag door de Gedeputeerde Staten is ontvangen. Als Gedeputeerde Staten een subsidieplafond hebben vastgesteld, rangschikken zij per subsidieplafond volledige aanvragen met dezelfde ontvangstdatum door loting voor zover op die datum het subsidieplafond dreigt te worden overschreden; de hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst voor subsidie in aanmerking. Indien Gedeputeerde Staten een openstellingsperiode hebben vastgesteld, zijn het eerste tot en met derde lid van overeenkomstige toepassing voor de afhandeling van aanvragen die in dezelfde openstellingsperiode zijn ontvangen. Artikel 4 (indiening aanvraag) Als een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend door een gemachtigde gaat de aanvraag vergezeld van een bewijs van machtiging. Artikel 4a (beslistermijn) Gedeputeerde Staten beslissen binnen dertien weken op een aanvraag. De beslissing kan éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verdaagd. In afwijking van het eerste lid beslissen Gedeputeerde Staten binnen zesentwintig weken op een aanvraag als bedoeld in artikel 8, vierde lid. De beslissing kan éénmaal met ten hoogste zesentwintig weken worden verdaagd. Artikel 5 (uitsluitingen begunstigden) Een investeringssubsidie en een subsidie functieverandering wordt niet verstrekt aan: publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van Staatsbosbeheer; rechtspersonen die de waterwinning als doelstelling hebben; privaatrechtelijke rechtspersonen die kennelijk zijn opgericht ten behoeve van het beheer van grond of water, waarvan de eigendom geheel of gedeeltelijk berust bij de rechtspersonen, bedoeld in de onderdelen a en b. een subsidieaanvrager jegens wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard (Deggendorf-clausule); een onderneming die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in het landbouwsteunkader. Artikel 6 (anti-cumulatie) Als voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd reeds eerder subsidie is verstrekt door Gedeputeerde Staten op grond van een andere regeling of door andere overheden, wordt de subsidie op grond van deze regeling zoveel lager vastgesteld als noodzakelijk is om te voorkomen dat het totaal aan subsidie voor de betreffende activiteit meer bedraagt dan: de werkelijke kosten die de activiteiten met zich meebrengen; de maximale vergoeding die op grond van Europese voorschriften mag worden gegeven; of de maximale vergoeding die op grond van het plattelandsontwikkelingsprogramma mag worden gegeven. De aanvrager verklaart op het door of namens Gedeputeerde Staten vast te stellen aanvraagformulier óf en zo ja welke andere subsidies als bedoeld in het eerste lid hij voor de betreffende activiteit ontvangt en door wie die subsidies worden verstrekt. Artikel 6a (EU richtsnoeren voor staatssteun) Aanvragen voor subsidies kunnen niet worden ingediend na 1 oktober 2027. Indien de aanvrager een grote onderneming is, dient de subsidieaanvraag vergezeld te gaan van een uitgebreide beschrijving van het contrafeitelijke scenario waarin de begunstigde van geen enkele overheidsinstantie steun toegekend krijgt. Artikel 6b (bewaren subsidiedocumenten) Een ontvanger van een subsidie bewaart alle documenten inzake een aan hem op grond van deze regeling verstrekte subsidie gedurende een periode van ten minste vijf jaar nadat de betreffende subsidie geheel is vastgesteld. Artikel 6c (Transparantie) Ten aanzien van subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend maken Gedeputeerde Staten binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend: de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder a en b van het landbouwsteunkader; en de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder c van het landbouwsteunkader, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan: € 60.000 voor begunstigden die actief zijn in de primaire landbouwproductie; of € 500.000 voor begunstigden in de sectoren van de verwerking van landbouwproducten, de afzet van landbouwproducten, de bosbouwsector of activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen. Hoofdstuk 2 Ambitiekaart Artikel 7 (ambitiekaart) Als onderdeel van het natuurbeheerplan stellen Gedeputeerde Staten ten behoeve van de uitvoering van deze regeling een elektronische ambitiekaart met een topografische ondergrond vast, waarop: de begrenzing is vastgelegd van alle bestaande en nog te realiseren natuur waarvoor Gedeputeerde Staten een subsidie als bedoeld in artikel 8 of artikel 15 willen verstrekken; binnen deze begrenzing de natuurkwaliteit van alle bestaande en nog te realiseren natuur is getypeerd conform de omschrijvingen van de beheertypen zoals opgenomen in de bijlagen 1 en 2 van de Subsidieverordening natuur en landschapsbeheer Zeeland 2016 (de Index Natuur en Landschap). Hoofdstuk 3 Investeringssubsidie natuur en landschap Artikel 8 (grondslag subsidie) Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor éénmalige investeringen in een natuurterrein die, door middel van éénmalige inrichtingsmaatregelen, rechtstreeks de fysieke condities of kenmerken van het desbetreffende natuurterrein wijzigen met als doel: de realisatie van een natuurbeheertype op grond die een functieverandering heeft ondergaan; de realisatie en bescherming van een landschapsbeheertype op grond die een functieverandering heeft ondergaan; de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande natuurbeheertype; de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande landschapsbeheertype; de omzetting van een natuurterrein met een bestaand natuurbeheertype in een natuurterrein met een overeenkomstig de ambitiekaart gewenst natuurbeheertype te realiseren; of de realisatie of verhoging van de natuurkwaliteit van een habitattype. Vervallen. Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor éénmalige investeringen met als doel: de realisatie en bescherming van een binnen een natuurterrein gelegen landschapsbeheertype waarbij geen functieverandering hoeft plaats te vinden, of de realisatie en bescherming van een buiten een natuurterrein gelegen landschapsbeheertype. Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor een programma dat is gericht op investeringen in natuurterreinen die één of meerdere van de in het eerste lid, onderdeel a tot en met f, of het derde lid, onderdeel a, bedoelde doelen hebben. Artikel 9 (begunstigden) Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid en derde lid, onderdeel a, kan worden verstrekt aan: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap heeft over het natuurterrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd, krachtens: eigendom; erfpacht; recht van beklemming; artikel 45 van de Wet inrichting landelijk gebied, of een plan van tijdelijk gebruik als bedoeld in artikel 189 van de Landinrichtingswet zoals die wet tot 1 januari 2007 gold; rechtspersoonlijkheid bezittende samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in onderdeel a. Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b, kan worden verstrekt aan landbouwers die de landbouwgrond waarvoor subsidie wordt aangevraagd beheren krachtens een zakelijk of persoonlijk recht. Indien een in het eerste lid, onderdeel a, onder i. tot en met v., van het onderhavige artikel bedoelde titel, onderscheidenlijk een in het tweede lid van het onderhavige artikel bedoeld zakelijk of persoonlijk recht, is belast met of afgeleid van een ander recht, kan slechts een investeringssubsidie worden verstrekt voor zover dat andere recht geen afbreuk doet aan de mogelijkheid de inrichtingsmaatregelen uit te voeren. Artikel 9a (uitsluitingen) Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen c en e, wordt niet verstrekt voor zover op het natuurterrein nog verplichtingen rusten op grond van: hoofdstuk 3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland; of hoofdstuk 2 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland 2016, tenzij de inrichtingsmaatregelen niet van dien aard zijn dat de instandhouding van het bestaande natuurbeheertype door die maatregelen naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onmogelijk wordt. Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d, wordt niet verstrekt voor zover op het landschapbeheertype nog verplichtingen rusten op grond van: afdeling 5.1.2 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland; of hoofdstuk 2 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland 2016, tenzij de inrichtingsmaatregelen niet van dien aard zijn dat de instandhouding van het bestaande landschapsbeheertype door die maatregelen naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onmogelijk wordt. Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b, wordt niet verstrekt voor zover op de landbouwgrond nog verplichtingen rusten op grond van: de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden; de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland; afdeling 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland; of hoofdstuk 3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland 2016. Artikel 9b (prétoets) Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat een aanvraag voor een investeringssubsidie pas kan worden ingediend indien die aanvraag vergezeld gaat van een positieve prétoets omtrent de wenselijkheid, alsmede de efficiëntie en effectiviteit van de voorgestelde investering. Een aanvraag voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, of het vierde lid van dat artikel ten behoeve van landbouwgrond die op de ambitiekaart is opgenomen onder de aanduiding N00 of N00.01 kan pas worden ingediend indien: de begunstigde schriftelijk bij Gedeputeerde Staten aangeeft welk natuurbeheertype hij voornemens is op het betreffende natuurterrein te realiseren. De grenzen van het betreffende natuurterrein worden op een bijgevoegde kaart aangegeven; Gedeputeerde Staten hebben ingestemd met de realisatie van dat natuurbeheertype op het betreffende natuurterrein; én de ambitiekaart door Gedeputeerde Staten is aangepast zodat de realisatie van het natuurbeheertype op dat natuurterrein in overeenstemming is met het natuurbeheerplan. De onderdelen a tot en met c van het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een aanvraag voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel e, of het vierde lid van dat artikel wordt ingediend ten behoeve van een natuurterrein dat op de ambitiekaart is opgenomen onder de aanduiding N00 of N00.01. Artikel 10 (aanvraag subsidie) Een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid gaat vergezeld van een investeringsplan bestaande uit: een beschrijving van de uitgangssituatie een vermelding welk van de in artikel 8 bedoelde investeringsdoelen het betreft een omschrijving van de te treffen inrichtingsmaatregelen de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd. de motivering voor het treffen van de maatregelen de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij minimaal het beoogde beheertype en de oppervlakte daarvan wordt aangegeven een beschrijving van de in stand te houden, te verbeteren, aan te leggen, of te verwijderen wegen en paden een tijdplanning waarbinnen de inrichtingsmaatregelen worden gerealiseerd een gespecificeerde begroting; en één of meerdere topografische kaarten met een schaal van ten hoogste 1:10.000 waarop de grenzen van het natuurterrein of het landschapsbeheertype waarvoor de subsidie wordt aangevraagd is aangegeven. Indien dit nodig is voor de beoordeling van de aanvraag kunnen Gedeputeerde Staten de aanvrager om aanvullende informatie vragen. Indien de aanvraag voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8 niet wordt ingediend door de eigenaar, gaat de aanvraag vergezeld van een verklaring van geen bezwaar van de eigenaar en van de eventuele erfpachter. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringssubsidie door een begunstigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder v., of een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, waar een hiervoor bedoelde begunstigde deel van uitmaakt, dient voor het betreffende natuurterrein tevens vergezeld te gaan van een overeenkomst met de Landinrichtingscommissie. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, vierde lid gaat vergezeld van: een lijst van de natuurterreinen of landschapsbeheertypen ten behoeve waarvan de bedoelde investeringen worden verricht; een vermelding van de natuurbeheertypes of landschapsbeheertypen waarop de investeringen betrekking hebben, bij voorkeur per natuurterrein of landschapsbeheertype; een vermelding welk van de in artikel 8, eerste lid, bedoelde investeringsdoelen het betreft, bij voorkeur per natuurterrein of landschapsbeheertype; een vermelding van de natuurterreinen waarop een investering als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a, betrekking heeft; een vermelding per natuurterrein of landschapsbeheertype van de oppervlakte waarop de investeringen betrekking hebben; een vermelding per natuurterrein of landschapsbeheertype van de hoogte van de investering; een vermelding van de looptijd van het totale programma en per natuurterrein of landschapsbeheertype de spreiding van de verschillende investeringen binnen die looptijd; en één of meerdere elektronische kaarten met daarop de buitengrenzen van het natuurterrein of het landschapsbeheertype waarvoor de investeringssubsidie wordt aangevraagd. Gedeputeerde Staten kunnen nadere technische specificaties vaststellen waaraan de in de eerste volzin bedoelde kaarten moeten voldoen. In afwijking van het vijfde lid kan een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, vierde lid, vergezeld gaan van een opgave van de natuurterreinen, landschapselementen of natuurbeheertypes ten behoeve waarvan de gecertificeerde begunstigde binnen zijn areaal binnen het programma investeringen wil uitvoeren, alsmede de looptijd van het programma. Indien de subsidieaanvrager een grote onderneming is zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel d, verstrekt de subsidieaanvrager gegevens en bescheiden bij de aanvraag die het stimulerend effect van de subsidie aantonen. Artikel 11 (subsidievoorwaarden) Een investeringssubsidie kan worden verleend indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: de betreffende maatregelen in het investeringsplan, onderscheidenlijk het programma, dragen naar het oordeel van Gedeputeerde Staten bij aan de realisatie van het op basis van artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 10, vijfde lid, onderdeel c, omschreven en in artikel 8 bedoelde investeringsdoel; het op basis van artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 10, vijfde lid, onderdeel c, omschreven investeringsdoel is in overeenstemming met het natuurbeheerplan of beheerplan zoals dat op de datum van aanvraag van de betreffende subsidie gold; de maatregelen die het investeringsplan, onderscheidenlijk het programma, beschrijft realiseren deze omzetting, verhoging van de kwaliteit, realisatie of aanleg als vermeld in onderdeel a efficiënt en effectief; er is geen aanvang gemaakt met de uitvoering van de inrichtingsmaatregelen vóórdat: de taxatie, bedoeld in artikel 20, derde lid, is uitgevoerd, indien de aanvraag voor een investeringssubsidie vergezeld gaat van een aanvraag voor een subsidie functieverandering als bedoeld in artikel 15, dan wel de ontvangst van de aanvraag voor investeringssubsidie door of namens Gedeputeerde Staten is bevestigd, voor zover het andere gevallen dan onder i. betreft; de inrichtingsmaatregelen als bedoeld in artikel 8 leiden tot een beheertype zoals opgenomen in bijlagen 1 en 2 van de Subsidieverordening Natuur en Landschapsbeheer Zeeland 2016 (de Index Natuur en Landschap). Indien de subsidieaanvrager een grote onderneming is zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel g, heeft de subsidieaanvrager het stimulerend effect van de subsidie aangetoond. Onverminderd het eerste lid kan een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8 slechts worden verleend indien de aanvrager schriftelijk verklaart ten minste zes jaar na afronding van de inrichtingsmaatregelen, bedoeld in het eerste lid, beheer gericht op de instandhouding van het natuurbeheertype of het landschapsbeheertype, te blijven voeren. Deze verplichting vervalt voor zover hij voor die instandhouding onderscheidenlijk uitvoering een corresponderende subsidie op grond van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland 2016 heeft aangevraagd en ontvangt. De subsidieaanvraag op basis van de voornoemde verordening wordt ingediend in de eerstvolgende openstellingsperiode na het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 14c. Indien een subsidieontvanger subsidie ontvangt op grond van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, en de beschikking tot subsidieverlening wordt ingetrokken omdat de subsidieontvanger toerekenbaar niet voldaan heeft aan de subsidieverplichtingen, dan is voor de resterende periode de in het tweede lid, eerste volzin, bedoelde instandhoudings- respectievelijk uitvoeringsplicht weer van toepassing tot de termijn van zes jaar na afronding van de inrichtingsmaatregelen is verstreken. Artikel 12 (subsidieverplichtingen) De begunstigde van een investeringssubsidie: realiseert de investering conform het goedgekeurde investeringsplan onderscheidenlijk het goedgekeurde programma van éénmalige investeringen, bedoeld in artikel 8, vierde lid; brengt jaarlijks een schriftelijk verslag uit aan Gedeputeerde Staten over de inhoudelijke en financiële voortgang van de activiteiten, tenzij alle inrichtingsmaatregelen binnen één jaar na subsidieverlening zijn afgerond; De Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, vierde lid, wordt verleend onder de voorwaarde dat binnen drie maanden na de datum van bekendmaking van de subsidieverlening de bij de subsidieverlening behorende uitvoeringsovereenkomst, zoals bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht en die onderdeel uitmaakt van deze beschikking, wordt gesloten Indien een aanvraag is gedaan conform artikel 10, zesde lid, maken Gedeputeerde Staten en de subsidieontvanger in de overeenkomst als bedoeld in het tweede lid afspraken over de wijze waarop gedurende de looptijd van het programma een invulling wordt gegeven aan een specificatie van de onderdelen genoemd in artikel 10, vijfde lid. Artikel 13 (subsidiabele en niet subsidiabele kosten) De volgende kosten komen inclusief BTW voor zover verrekening niet mogelijk is, in aanmerking voor subsidie: kosten voor het door derden laten opstellen van het investeringsplan; maatregelen voor herstel of aanleg van landschappelijke elementen maatregelen gericht op de wijziging van de waterhuishouding grondverzet het plaatsen van een raster afvoer van grond de verwijdering van opstallen de verwijdering van begroeiing en beplanting maatregelen tot wijziging van de feitelijke bereikbaarheid van een natuurterrein, waaronder in ieder geval is begrepen de aanleg of het herstel van wegen en paden aanloopbeheer overige maatregelen voorzover noodzakelijk in verband met de desbetreffende investering; De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie: kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval; kosten voor de bouw van opstallen,; kosten voor de aanschaf van machines; kosten voor de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen; kosten voor de aanleg van parkeergelegenheid; kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud; kosten voor de aanschaf van materialen, anders dan ten behoeve van het treffen van maatregelen als bedoeld in het eerste lid kosten verband houdend met de uitvoering van wettelijke verplichtingen of een bestaand(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.