Gedeputeerde staten van Zeeland gelezen het voorstel van de afdeling W&N nummer 09034770; Gelet op artikel 145 van de Provinciewet en artikel 11, derde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied; Gelet de delegatiebesluiten van Provinciale Staten voor regelgevende bevoegdheid van 9 november 2007 (Pb 2007 nrs. 41 en 42); besluiten vast te stellen de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 (begripsbepalingen) In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: agrarisch beheerpakket: in bijlage 3, onderdeel B, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland beschreven pakket, bestaande uit instapeisen, beheereisen en, voor zover in het betreffende agrarische beheerpakket opgenomen, administratieve of aanvullende verplichtingen; ambitiekaart: kaart als bedoeld in artikel 7; beheerpakket landschap: in bijlage 6, onderdeel B, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland beschreven pakket, bestaande uit instap- en beheereisen; beheertype: een agrarisch beheerpakket, een beheerpakket landschap, een landschapselement of een natuurbeheertype; DLG: de Dienst Landelijk Gebied van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; functieverandering: het omzetten van landbouwgrond in natuurterrein; gecertificeerde begunstigde: begunstigde als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel k, van de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Zeeland, met dien verstande dat voor de toepassing van de in artikel 5, onderdeel a, van de onderhavige regeling opgenomen uitzondering onder gecertificeerde begunstigde mede wordt verstaan Staatsbosbeheer, mits zij beschikt over een geldig certificaat natuurbeheer, afgegeven door Gedeputeerde Staten; investeringsplan: plan als bedoeld in artikel 10, eerste lid; investeringssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 8; landbouwactiviteit: activiteit als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van de Europese Unie van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1782/2003 (PbEU L 30); landbouwer: natuurlijke persoon of rechtspersoon die, dan wel een samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen dat, een landbouwactiviteit uitoefent; landbouwgrond: binnen de provincie gelegen stuk grond waarop een landbouwactiviteit wordt uitgevoerd, niet zijnde gronden als bedoeld in onderdeel r of andere gronden met als hoofdfunctie natuur; landschapselement: in bijlage 6, onderdelen A.1 of A.2, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland opgenomen onderdeel van het landschap; minister: de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; natuurbeheerplan: plan als bedoeld in artikel 2.1 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland; natuurbeheertype: in bijlage 1, tweede kolom, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland opgenomen soort natuur zoals nader beschreven in de Index Natuur en Landschap; natuurkwaliteit: op de ambitiekaart van het natuurbeheerplan aangegeven gewenst kwaliteitsniveau van het beheertype, gebaseerd op de Index Natuur en Landschap; natuurterrein: binnen de provincie gelegen grond met als hoofdfunctie natuur, die ingevolge artikel 2.1, tweede lid, onderdeel a, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland is begrensd, alsmede gronden waarvoor een subsidie functieverandering als bedoeld in artikel 15 van de onderhavige regeling is verstrekt; plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013: Nederlands plattelandsontwikkelingsprogramma als bedoeld in artikel 15 van Verordening (EG) nr. 1698/2005; realisatieplan: plan als bedoeld in artikel 17, vierde lid; subsidie functieverandering: subsidie als bedoeld in artikel 15;” Artikel 2 (subsidieplafond en openstelling) Gedeputeerde Staten kunnen een subsidieplafond vaststellen voor de investeringssubsidies, bedoeld in artikel 8, alsmede een subsidieplafond voor de subsidie functieverandering, bedoeld in artikel 15. Gedeputeerde Staten kunnen daarbij uitsluiten: bepaalde gebieden; bepaalde categorieën van aanvragers; bepaalde investeringssubsidies, al dan niet voor bepaalde beheertypen; het verstrekken van een subsidie functieverandering voor zover die subsidie vooraf gaat aan: de realisatie van een op grond van onderdeel c uitgesloten natuurbeheertype, ongeacht of die realisatie plaats zou hebben gevonden naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, of een realisatieplan als bedoeld in artikel 17, vierde lid; de realisatie en bescherming van een op grond van onderdeel c uitgesloten landschapselement, ongeacht of die realisatie plaats zou hebben gevonden naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, of een realisatieplan als bedoeld in artikel 17, vierde lid. Gedeputeerde Staten kunnen een openstellingsperiode vaststellen voor het indienen van een aanvraag investeringssubsidie of een subsidie functieverandering. Een dergelijk besluit wordt uiterlijk zes weken voor aanvang van de openstellingsperiode bekend gemaakt in het Provinciaal Blad. Als op grond van het tweede lid besloten is een openstellingsperiode te hanteren en op grond van het eerste lid tevens een subsidieplafond wordt vastgesteld, wordt het besluit waarin het subsidieplafond wordt vastgesteld uiterlijk zes weken voor aanvang van de openstellingsperiode bekend gemaakt in het Provinciaal Blad. Artikel 3 (rangschikking: volgorde van ontvangst) Aanvragen worden afgehandeld in volgorde van ontvangst. Als Gedeputeerde Staten een subsidieplafond hebben vastgesteld rangschikken zij per subsidieplafond aanvragen tot subsidieverlening met dezelfde ontvangstdatum door loting voor zover op die datum het subsidieplafond wordt overschreden. Volgens de rangschikking, bedoeld in het tweede lid, komt de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst voor subsidie in aanmerking. Als een aanvraag naar het oordeel van Gedeputeerde Staten onvolledig is, wordt de aanvraag voor de toepassing van het eerste lid geacht te zijn ontvangen op de datum waarop eerste indiening heeft plaatsgehad plus het aantal dagen tussen de dag dat de aanvrager op grond van artikel 4:5 Awb op de hoogte is gesteld van de onvolledigheid van de aanvraag en de dag waarop gedeputeerde staten de ontbrekende gegevens en bescheiden hebben ontvangen. Indien Gedeputeerde Staten een openstellingsperiode hebben vastgesteld, zijn het eerste tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing voor de afhandeling van aanvragen die in dezelfde openstellingsperiode zijn ontvangen. Gedeputeerde Staten kunnen met gecertificeerde begunstigden afspraken maken over meerjarige subsidieplafonds voor elke gecertificeerde begunstigde. Dergelijke afspraken worden vastgelegd in een door Gedeputeerde Staten en de gecertificeerde begunstigde te ondertekenen overeenkomst. Aanvragen binnen meerjarenovereenkomsten worden behandeld voor zover de aanvragen binnen de in de meerjarenovereenkomst gestelde kaders passen. Het tweede en derde lid zijn op deze aanvragen niet van toepassing. Artikel 4 (indiening aanvraag) Als een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend door een gemachtigde gaat de aanvraag vergezeld van een bewijs van machtiging. Artikel 4a (beslistermijn) Gedeputeerde Staten beslissen binnen dertien weken op een aanvraag. De beslissing kan éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verdaagd. In afwijking van het eerste lid beslissen Gedeputeerde Staten binnen zesentwintig weken op een aanvraag als bedoeld in artikel 8, vierde lid. De beslissing kan éénmaal met ten hoogste zesentwintig weken worden verdaagd. Artikel 5 (uitsluitingen begunstigden) Een investeringssubsidie en een subsidie functieverandering wordt niet verstrekt aan: publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van investeringssubsidies voor Staatsbosbeheer; rechtspersonen die de waterwinning als doelstelling hebben; privaatrechtelijke rechtspersonen die kennelijk zijn opgericht ten behoeve van het beheer van grond of water, waarvan de eigendom geheel of gedeeltelijk berust bij de rechtspersonen, bedoeld in de onderdelen a en b. Artikel 6 (anti-cumulatie) Als voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd subsidie is verstrekt door Gedeputeerde Staten op grond van een andere regeling of door andere overheden, waardoor het totaal aan subsidie voor de betreffende activiteit meer bedraagt dan: de werkelijke kosten die de activiteiten met zich meebrengen; de maximale vergoeding die op grond van Europese voorschriften mag worden gegeven, of de maximale vergoeding die op grond van het plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013 mag worden gegeven, wordt de subsidie op grond van deze regeling zoveel lager vastgesteld als noodzakelijk is om betaling boven de werkelijke kosten dan wel de hiervoor bedoelde maxima te voorkomen. De aanvrager verklaart op het door of namens Gedeputeerde Staten vast te stellen aanvraagformulier óf en zo ja welke andere subsidies als bedoeld in het eerste lid hij voor de betreffende activiteit ontvangt en door wie die subsidies worden verstrekt.” Artikel 6a (communautaire richtsnoeren voor staatssteun) Subsidies als bedoeld in de artikelen 8 en 15 worden slechts verstrekt voor zover die verstrekking geschiedt in overeenstemming met punt 16, vierde alinea, van de Communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector 2007-2013 (Pb 2006/C 319/01). Aanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 8, tweede lid, en het derde lid, onderdeel b, kunnen niet worden ingediend na 31 oktober 2013 indien de investering gericht is op een agrarisch beheerpakket, opgenomen in bijlage 3, onderdeel A.2, onderscheidenlijk een beheerpakket landschap, opgenomen in bijlage 6, onderdeel B.2, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland. Aanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 8, eerste lid, het derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, alsmede artikel 15 kunnen niet worden ingediend na 31 oktober 2017. Artikel 6b (bewaren subsidiedocumenten) Een ontvanger van een subsidie bewaart alle documenten inzake een aan hem op grond van deze regeling verstrekte subsidie gedurende een periode van ten minste vijf jaar nadat de betreffende subsidie geheel is vastgesteld. Hoofdstuk 2 Ambitiekaart Artikel 7 (ambitiekaart) Gedeputeerde Staten stellen ten behoeve van de uitvoering van deze regeling een ambitiekaart met een topografische ondergrond van ten hoogste 1:10.000 vast als onderdeel van het natuurbeheerplan, waarop: de begrenzing is vastgelegd van alle bestaande en nog te realiseren natuur waarvoor Gedeputeerde Staten een subsidie als bedoeld in artikel 8 of artikel 15 willen verstrekken; binnen deze begrenzing de natuurkwaliteit van alle bestaande en nog te realiseren natuur is getypeerd conform de Index Natuur en Landschap. Hoofdstuk 3 Investeringssubsidie natuur en landschap Artikel 8 (grondslag subsidie) Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor éénmalige investeringen in een natuurterrein die, door middel van éénmalige inrichtingsmaatregelen, rechtstreeks de fysieke condities of kenmerken van het desbetreffende natuurterrein wijzigen met als doel: de realisatie van een natuurbeheertype op grond die een functieverandering heeft ondergaan; de realisatie en bescherming van een landschapselement op grond die een functieverandering heeft ondergaan; de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande natuurbeheertype; de verhoging van de natuurkwaliteit van het bestaande landschapselement, of de omzetting van een natuurterrein met een bestaand natuurbeheertype in een natuurterrein met een overeenkomstig de ambitiekaart gewenst natuurbeheertype te realiseren. Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor éénmalige investeringen in landbouwgrond die, door middel van éénmalige inrichtingsmaatregelen, rechtstreeks de fysieke condities of kenmerken van de desbetreffende landbouwgrond wijzigen met als doel de realisatie van een agrarisch beheerpakket. Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor éénmalige investeringen met als doel: de realisatie en bescherming van een binnen een natuurterrein gelegen landschapselement waarbij geen functieverandering hoeft plaats te vinden, of de realisatie en bescherming van een buiten een natuurterrein gelegen beheerpakket landschap. Gedeputeerde Staten kunnen op aanvraag een investeringssubsidie verstrekken voor een programma van éénmalige investeringen dat is gericht op investeringen in natuurterreinen die één of meerdere van de in het eerste lid of het derde lid, onderdeel a, bedoelde doelen hebben. Artikel 9 (begunstigden) Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, kan worden verstrekt aan: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zeggenschap heeft over het natuurterrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd, krachtens: eigendom; erfpacht; recht van beklemming; artikel 45 van de Wet inrichting landelijk gebied, of een plan van tijdelijk gebruik als bedoeld in artikel 189 van de Landinrichtingswet zoals die wet tot 1 januari 2007 gold; rechtspersoonlijkheid bezittende samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in onderdeel a. Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, tweede lid, kan worden verstrekt aan een landbouwer die de landbouwgrond waarvoor subsidie wordt aangevraagd beheert krachtens een zakelijk recht of een persoonlijk recht. Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a, kan worden verstrekt aan de in het eerste lid van het onderhavige artikel bedoelde personen en samenwerkingsverbanden. Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b, kan worden verstrekt aan de in het tweede lid van het onderhavige artikel bedoelde landbouwers. Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, vierde lid, kan worden verstrekt aan een gecertificeerde begunstigde welke in zijn kwaliteitshandboek het onderdeel projecten heeft opgenomen en daarvoor mede is gecertificeerd door Gedeputeerde Staten. Indien een in het eerste lid, onderdeel a, onder i. tot en met v., van het onderhavige artikel bedoelde titel, onderscheidenlijk een in het tweede lid van het onderhavige artikel bedoeld zakelijk of persoonlijk recht, is belast met of afgeleid van een ander recht, kan slechts een investeringssubsidie worden verstrekt voor zover dat andere recht geen afbreuk doet aan de mogelijkheid de inrichtingsmaatregelen uit te voeren. Artikel 9a (uitsluitingen) Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen c en e, wordt niet verstrekt voor zover op het natuurterrein nog verplichtingen rusten op grond van: hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling natuurbeheer Zeeland; hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister, of hoofdstuk 3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland, tenzij de inrichtingsmaatregelen niet van dien aard zijn dat de instandhouding van het bestaande natuurbeheertype door die maatregelen onmogelijk wordt. Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d, wordt niet verstrekt voor zover op het landschapselement nog verplichtingen rusten op grond van: hoofdstuk 8 van de Subsidieregeling natuurbeheer Zeeland; hoofdstuk 8 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister, of afdeling 5.1.2 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland, tenzij de inrichtingsmaatregelen niet van dien aard zijn dat de instandhouding van het bestaande landschapselement door die maatregelen onmogelijk wordt. Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, tweede lid, wordt niet verstrekt voor zover op de landbouwgrond nog verplichtingen rusten op grond van: hoofdstuk 5 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Zeeland, of hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister. Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a, wordt niet verstrekt voor zover op het natuurterrein nog verplichtingen rusten op grond van: hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling natuurbeheer Zeeland, of hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 van de minister. Een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b, wordt niet verstrekt voor zover op het beheerpakket landschap nog verplichtingen rusten op grond van: hoofdstuk 5 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer Zeeland; hoofdstuk 4 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de minister; de Regeling stimulering bosuitbreiding op landbouwgronden, of de Beschikking ter zake van het uit productie nemen van bouwland. Artikel 9b (prétoets) Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat een aanvraag voor een investeringssubsidie pas kan worden ingediend indien die aanvraag vergezeld gaat van een positief préadvies van de DLG omtrent de wenselijkheid, alsmede de efficiëntie en effectiviteit van de voorgestelde investering. Een aanvraag voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, of het vierde lid van dat artikel ten behoeve van landbouwgrond die op de ambitiekaart is opgenomen onder de aanduiding N00 of N00.01 kan pas worden ingediend indien: de begunstigde schriftelijk bij Gedeputeerde Staten aangeeft welk natuurbeheertype hij voornemens is op het betreffende natuurterrein te realiseren. De grenzen van het betreffende natuurterrein worden op een bijgevoegde kaart aangegeven; Gedeputeerde Staten hebben ingestemd met de realisatie van dat natuurbeheertype op het betreffende natuurterrein, én de ambitiekaart door Gedeputeerde Staten is aangepast zodat de realisatie van het natuurbeheertype op dat natuurterrein in overeenstemming is met het natuurbeheerplan. De onderdelen a tot en met c van het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een aanvraag voor een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel e, of het vierde lid van dat artikel wordt ingediend ten behoeve van een natuurterrein dat op de ambitiekaart is opgenomen onder de aanduiding N00 of N00.01. Artikel 10 (aanvraag subsidie) Een aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een investeringsplan bestaande uit: een beschrijving van de uitgangssituatie een vermelding welk van de in artikel 8 bedoelde investeringsdoelen het betreft een omschrijving van de te treffen inrichtingsmaatregelen de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd. de motivering voor het treffen van de maatregelen de met de maatregelen beoogde eindsituatie van het terrein, waarbij minimaal het beoogde beheertype en de oppervlakte daarvan wordt aangegeven een beschrijving van de in stand te houden, te verbeteren, aan te leggen, of te verwijderen wegen en paden een tijdplanning waarbinnen de inrichtingsmaatregelen worden gerealiseerd een gespecificeerde begroting één of meerdere topografische kaarten met een schaal van ten hoogste 1:10.000 waarop de grenzen van het natuurterrein, de landbouwgrond, het landschapselement of het beheerpakket landschap waarvoor de subsidie wordt aangevraagd is aangegeven; Indien dit nodig is voor de beoordeling van de aanvraag kunnen Gedeputeerde Staten de aanvrager om aanvullende informatie vragen. Onverminderd artikel 9, zesde lid, gaat een aanvraag tot verlening van een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8 vergezeld van een verklaring van geen bezwaar van: de eigenaar van het betreffende natuurterrein, de landbouwgrond, het landschapselement of het beheerpakket landschap, én, in voorkomend geval, de erfpachter van het betreffende natuurterrein, de landbouwgrond, het landschapselement of het beheerpakket landschap, indien de aanvrager een ander is dan de eigenaar. Onderdeel b is niet van toepassing indien de aanvraag wordt ingediend door de erfpachter, bedoeld in dat onderdeel. Een aanvraag tot subsidieverlening voor een investeringssubsidie door een begunstigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, onder v., of een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, waar een hiervoor bedoelde begunstigde deel van uitmaakt, dient voor het betreffende natuurterrein tevens vergezeld te gaan van een overeenkomst met de Landinrichtingscommissie. In afwijking van het eerste lid gaat een aanvraag tot verlening van een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8, vierde lid, vergezeld van: een lijst van de natuurterreinen of landschapselementen ten behoeve waarvan de bedoelde investeringen worden verricht; een vermelding per natuurterrein of landschapselement op welke natuurbeheertype of landschapselement de investeringen betrekking hebben; een vermelding per natuurterrein welk van de in artikel 8, eerste lid, bedoelde investeringsdoelen het betreft; een vermelding van de natuurterreinen waarop een investering als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel a, betrekking heeft; een vermelding per natuurterrein of landschapselement van de oppervlakte waarop de investeringen betrekking hebben; een vermelding per natuurterrein of landschapselement van de hoogte van de investering; een vermelding van de looptijd van het totale programma van éénmalige investeringen en per natuurterrein of landschapselement de spreiding van de verschillende investeringen binnen die looptijd; één of meerdere elektronische kaarten met daarop de buitengrenzen van het natuurterrein of het landschapsbeheertype waarvoor de investeringssubsidie wordt aangevraagd. Gedeputeerde Staten kunnen nadere technische specificaties vaststellen waaraan de in de eerste volzin bedoelde kaarten moeten voldoen. Artikel 11 (subsidievoorwaarden) Een investeringssubsidie kan worden verleend indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: de betreffende maatregelen in het investeringsplan, onderscheidenlijk het programma van éénmalige investeringen, dragen naar het oordeel van Gedeputeerde Staten bij aan de realisatie van het op basis van artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 10, vijfde lid, onderdeel c, omschreven en in artikel 8 bedoelde investeringsdoel; het op basis van artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk artikel 10, vijfde lid, onderdeel c, omschreven investeringsdoel is in overeenstemming met het natuurbeheerplan zoals dat uiterlijk zes weken vóór de datum van aanvraag van de betreffende subsidie gold; de maatregelen die het investeringsplan, onderscheidenlijk het programma van éénmalige investeringen, beschrijft realiseren deze omzetting, verhoging van de kwaliteit, realisatie of aanleg als vermeld in onderdeel a efficiënt en effectief; de inrichtingsmaatregelen zijn niet uitgevoerd vóórdat een beslissing op de aanvraag voor investeringssubsidie is genomen; de inrichtingsmaatregelen leiden tot: een natuurbeheertype dat voldoet aan de betreffende eisen zoals opgenomen in de Index Natuur en Landschap; een agrarisch beheerpakket, beheerpakket landschap of landschapselement dat voldoet aan de betreffende instapeisen zoals opgenomen in de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland. Onverminderd het eerste lid kan een investeringssubsidie als bedoeld in artikel 8 slechts worden verleend indien de aanvrager schriftelijk verklaart ten minste zes jaar na afronding van de inrichtingsmaatregelen, bedoeld in het eerste lid, beheer gericht op de instandhouding van het natuurbeheertype of het landschapselement, dan wel de uitvoering van een agrarisch beheerpakket of beheerpakket landschap, te blijven voeren. Deze verplichting vervalt voor zover hij voor die instandhouding onderscheidenlijk uitvoering een corresponderende subsidie op grond van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Zeeland heeft aangevraagd en ontvangt. De subsidieaanvraag op basis van de voornoemde verordening wordt ingediend in de eerstvolgende openstellingsperiode na het indienen van de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 14c. Indien een subsidieontvanger subsidie ontvangt op grond van een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, en de beschikking tot subsidieverlening wordt ingetrokken omdat de subsidieontvanger toerekenbaar niet voldaan heeft aan de subsidieverplichtingen, dan is voor de resterende periode de in het tweede lid, eerste volzin, bedoelde instandhoudings- respectievelijk uitvoeringsplicht weer van toepassing tot de termijn van zes jaar na afronding van de inrichtingsmaatregelen is verstreken. Artikel 12 (subsidieverplichtingen) De ontvanger van een investeringssubsidie: realiseert de investering conform het goedgekeurde investeringsplan onderscheidenlijk het goedgekeurde programma van éénmalige investeringen, bedoeld in artikel 8, vierde lid; brengt jaarlijks een schriftelijk verslag uit aan Gedeputeerde Staten over de inhoudelijke en financiële voortgang van de activiteiten, tenzij alle inrichtingsmaatregelen binnen één jaar zijn afgerond; Artikel 13 (subsidiabele en niet subsidiabele kosten) De volgende kosten komen inclusief BTW voor zover verrekening niet mogelijk is, in aanmerking voor subsidie: kosten voor het door derden laten opstellen van het investeringsplan; maatregelen voor herstel of aanleg van landschappelijke elementen maatregelen gericht op de wijziging van de waterhuishouding grondverzet het plaatsen van een raster afvoer van grond de verwijdering van opstallen de verwijdering van begroeiing en beplanting maatregelen tot wijziging van de feitelijke bereikbaarheid van een natuurterrein, waaronder in ieder geval is begrepen de aanleg of het herstel van wegen en paden overige maatregelen voorzover noodzakelijk in verband met de desbetreffende investering; De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie: kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval; kosten voor de bouw van opstallen,; kosten voor de aanschaf van machines; kosten voor de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen; kosten voor de aanleg van parkeergelegenheid; kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud; kosten voor de aanschaf van materialen, anders dan ten behoeve van het treffen van maatregelen als bedoeld in het eerste lid kosten verband houdend met de uitvoering van wettelijke verplichtingen of een bestaand(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.