Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiderdorp houdende regels omtrent voorschoolse voorzieningen (Subsidieregel voorschoolse voorzieningen gemeente Leiderdorp 2020)Artikel1.Begripsbepaling Kwaliteitskader voorschoolse voorzieningen in Leiderdorp : De wettelijke en door gemeente Leiderdorp beschreven bovenwettelijke gemeentelijke eisen voor peuteropvang en voorschoolse educatie. Voorschoolse educatie : Maatregelen en programma’s gericht op het spelenderwijs stimuleren van de brede (taal-) ontwikkeling van jonge kinderen (2 tot 4 jaar) met als doel de startcondities van kinderen te verbeteren bij hun entree op de basisschool. Voorschoolse educatie wordt ofwel aangeboden in een groep met enkel kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar ofwel in een groep met 0 tot 4 jarigen met horizontale momenten voor kinderen van 2 tot 4 jaar. VVE programma : Een door het NJI erkend programma waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd van kinderen in de leeftijd van 2 tot 6 jaar op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit programma wordt uitgevoerd volgens de kwaliteitseisen zoals vastgelegd in: de Wet IKK – Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang; de Wet OKE- Ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie; het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de bovenwettelijke gemeentelijke eisen voorschoolse educatie, opgenomen in het Kwaliteitskader voorschoolse voorzieningen gemeente Leiderdorp. VVE geïndiceerde kinderen : Kinderen die door het consultatiebureau/CJG geïndiceerd zijn voor VVE (VVE geïndiceerde peuter/doelgroep peuter). Reguliere kinderen VVE geregistreerd kindercentrum : Kinderen vanaf 2 jaar zonder een VVE-indicatie. Een kindercentrum dat is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang en ook geregisterd staat als VVE locatie en daarmee minimaal aan de geldende wettelijke VVE eisen voldoet. Rijksnormtarief : Het normtarief dat het rijk hanteert voor de toekenning van de toeslag kinderopvang. Kwaliteitsontwikkeling : De verdere ontwikkeling (ten behoeve) van een instelling die al voldoet aan de wettelijke VVE-eisen en geregistreerd is als VVE locatie, om te voldoen aan de Leiderdorpse kwaliteitsnormen, zoals omschreven in het uitvoeringsbeleid Onderwijskansen 2020 Leiderdorp. Ouderbijdrage : De eigen inkomensafhankelijke bijdrage die ouders/verzorgers aan de voorschoolse instellingen betalen. Deze bijdrage is gebaseerd op het aantal uren voorschoolse educatie dat wordt afgenomen en wordt berekend aan de hand van de rijksnorm en de kinderopvangtoeslagtabel die door het rijk is vastgesteld voor het betreffende jaar. Kinderopvangtoeslagtabel : Jaarlijks door het rijk vastgestelde tabel op basis waarvan aan de hand van het (gezamenlijk) toetsingsinkomen wordt berekend welk percentage van de kosten voor opvang vergoed wordt. Uitgaande van een maximum rijksnormtarief per uur. KOT-kind : Kind van ouders die een beroep kunnen doen op de kinderopvangtoeslagregeling conform de Wet Kinderopvang (WKO); Niet-KOT-kind : Kind van ouders die geen beroep kunnen doen op de kinderopvangtoeslagregeling conform de WKO. Artikel2.Subsidiabele activiteiten 1.Het college kan aan de houder van een VVE geregistreerd kindercentrum kindgebonden subsidie verlenen voor de uitvoering van peuteropvang en voorschoolse educatie inclusief kwaliteitsontwikkeling. 2.Het college kan aan de houder van een niet-VVE geregistreerd kindcentrum kindgebonden subsidie verlenen voor peuteropvang aan niet-KOT-kinderen. Artikel3.Bijzondere bepalingen en verplichtingen 1.In aanvulling op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Leiderdorp 2014 moet de aanvraag om subsidieverlening voor voorschoolse educatie zijn voorzien van: een opgave van het aantal kinderen en VVE geïndiceerde kinderen voor wie de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd, inclusief een opgave van de verdeling van KOT- en niet-KOT-kinderen; een beschrijving en invulling van het voorschoolse educatie programma. 2.De ontvanger van een subsidie voor voorschoolse educatie: Voldoet aan de wettelijke VVE eisen; Geeft uitvoering aan voorschoolse educatie conform het uitvoeringsbeleid Onderwijskansen 2020 van de Leiderdorp en hanteert: een verhouding van 50% doelgroeppeuters versus 50% reguliere peuters; een kindvolgsysteem; een NJI erkend vve-programma; een doorgaande lijn met het basisonderwijs; een warme overdracht naar het basisonderwijs voor minimaal de doelgroeppeuters; opbrengstgericht werken. 3.Peuteropvang wordt uitgevoerd: gedurende maximaal 8 uur per week; verspreid over minimaal 2 dagdelen per week; gedurende 40 weken per jaar. 4.Voorschoolse educatie wordt uitgevoerd ten behoeve van VVE geïndiceerde kinderen: gedurende maximaal 16 uur per week; verspreid over minimaal 3 dagdelen per week; gedurende minimaal 40 weken per jaar. 5.De instelling levert inhoudelijke en cijfermatige gegevens voor de monitoring door de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs en organisaties die in opdracht van de gemeente Leiderdorp opereren. De gemeente Leiderdorp is gemachtigd deze data steekproefsgewijs te controleren. Artikel4.Aanvraag subsidie 1.De ouders van peuters woonachtig in de gemeente Leiderdorp komen in aanmerking voor subsidie; 2.De subsidie voor de ouders wordt aangevraagd door het bestuur of de directie waaronder de gecertificeerde voorschoolse peutervoorziening valt, waarmee de ouder een overeenkomst is aangegaan; 3.Een aanvraag kan alleen worden gedaan door een houder die gevestigd is in de gemeente Leiderdorp; 4.Voor de aanvraag dient gebruik te worden gemaakt van een aanvraagformulier indien dat daartoe beschikbaar is gesteld; 5.Subsidieaanvragen moeten uiterlijk voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd zijn ontvangen door de gemeente. Deze aanvragen worden gelijktijdig beoordeeld; 6.De aanvraag moet worden gedaan op basis van een reële inschatting van het aantal dagdelen peuteropvang en te factureren ouderbijdragen; 7.Uiterlijk 13 weken na ontvangt van de volledige aanvraag ontvangt de aanvrager een subsidiebeschikking betreffende de bevoorschotting van het budget voor het komende kalenderjaar. Artikel5.Rapportage verplichtingen 1.In aanvulling op artikel 15 t/m 17 van de Algemene subsidieverordening Leiderdorp 2014 legt de subsidieontvanger verantwoording af over: het aantal (doelgroep) kinderen, onderscheiden naar de groepen Niet-KOT/Regulier, Niet-KOT/VVE, KOT/Regulier, KOT/VVE; het aantal bezette dagdelen en/of uren per kind; de wijze waarop invulling is gegeven aan de verplichtingen in artikel 3; het navolgen van de eisen in het Kwaliteitskader. 2.Tevens overlegt de instelling na afloop van ieder jaar een evaluatie van de uitgevoerde voorschoolse activiteiten. Artikel6.Weigeringsgronden 1.Naast de weigeringsgronden in de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Leiderdorp 2014 kan het college de subsidieverstrekking weigeren indien: de houder de gegevens als bedoeld in artikel 3 en 4 niet of niet tijdig aanlevert. De instelling geen geregistreerde VVE locatie heeft. Er niet gewerkt wordt met horizontale peutergroepen of horizontale momenten. 2.Het college kan subsidie weigeren indien er niet binnen de overeengekomen termijn wordt voldaan aan het Kwaliteitskader voorschoolse voorzieningen. Artikel7.Subsidiemaximum en verdelingsregels 1.Voor voorschoolse educatie is de maximale subsidie gelijk aan de daarvoor in de gemeentebegroting opgenomen bedragen. 2.Als het totaal van de subsidieaanvragen hoger is dan de hiervoor in de gemeentebegroting opgenomen bedragen, dan is de verdeelwijze als volgt: op tijd ingediende vervolgaanvragen hebben voorrang boven andere aanvragen; als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze over nadien ontvangen subsidieaanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen. 3.Als na toekenning van de subsidies voor voorschoolse educatie nog middelen resteren, worden de subsidieaanvragen voor kwaliteitsontwikkeling in behandeling genomen. 4.Als het totaal van de subsidieaanvragen voor kwaliteitsontwikkeling hoger is dan de in de gemeentebegroting opgenomen bedragen, dan is de verdeelwijze als volgt: nieuwe aanvragen hebben voorrang boven vervolgaanvragen; als na bovenstaande verdeelwijze nog middelen resteren dan worden deze over vervolgaanvragen verdeeld op basis van de volgorde waarop ze bij het college zijn binnengekomen. Artikel8.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze subsidieregel treedt na zijn bekendmaking in werking op 01-01-
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.