Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland houdende regels omtrent VTH beleidsplan 2019 t/m 2022De het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Smallingerland heeft in zijn vergadering van 2 juli 2019, het VTH beleid 2019 t/m 2020 vastgesteld. Het VTH beleid 2019 t/m 2020 is te raadplegen via de website www.overheid.nl. SAMENVATTING De gemeente Smallingerland heeft een belangrijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor een veilige fysieke leefomgeving voor haar inwoners. Ze heeft taken op allerlei beleidsterreinen die daaraan bijdragen zoals bouwen, milieu, ruimtelijke ordening en in de openbare ruimte. In dit VTH beleid 2019 t/m 2022 beschrijven wij op hoofdlijnen de taken op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). We gaan terug naar de bedoeling van ons werk: streven naar een schone, veilige en duurzame leefomgeving. De komende jaren willen we steeds meer gaan evalueren en rapporteren op basis van 'outcome' en minder op basis van 'output'. Niet het aantal controles (productie/output) staat centraal maar de kwaliteit van de leefomgeving. We gaan meer omgevingsgericht werken en daarmee flexibel inspelen op actuele omgevingsvraagstukken zonder onze expertise, oordeel en aandacht op de meest risicovolle activiteiten te verliezen. Om dit te bereiken hebben wij doelen geformuleerd. De doelen zijn afgeleid uit het Collegeprogramma, diverse visies, de uitkomsten van de omgevingsanalyse Fryslân en de risicoanalyse. De doelen zijn: Veilige bouwwerken en veilig gebruik van bouwwerken: bouwwerken en gebouwen zijn constructief veilig gebouwd. gebouwen voldoen aan de brandveiligheidsvoorschriften en gebruikers zijn zich bewust van de gevaren. Gezonde leefomgeving: bedrijven en activiteiten (met een hoog risico) voldoen aan de gestelde wettelijke milieueisen. Leefbaarheid van kernen en buitengebied: strijdig gebruik bestemmingsplannen is beëindigd of gelegaliseerd. herstel van het singellandschap. Dienstverlening VTH: 80% van de klanten geeft het proces van vergunningverlening minimaal een
- het bedrijf of persoon heeft het naleefgedrag verbeterd. het proces is optimaal afgestemd op de wens van de klant. Duurzaamheid: nieuwe gebouwen zijn duurzaam en energiezuinig gebouwd. bedrijven voldoen aan de erkende maatregelenlijst en meldingsplicht. Bij het vaststellen van de doelen is gekeken naar de risico’s, naar waar inwoners, bedrijven en instellingen last van hebben en naar de gemiddelde beschikbare capaciteit. De doelen worden in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma verder uitgewerkt in concrete acties die zijn gekoppeld aan de voor dat jaar beschikbare capaciteit. 1.INLEIDING 1.1Aanleiding Een belangrijke taak van onze gemeente is het waarborgen van de veiligheid en gezondheid in de gemeente Smallingerland. Wij zien toe op een juiste toepassing van wetten en regels in de gemeente. Het gaat hierbij om de bouw, milieu en omgevingswetten, om de APV en bijzondere wetten en een groot aantal wetten en regelingen die daarmee samenhangen. Wij zijn wettelijk verplicht om een goede kwaliteit van de uitvoering van de taken van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) in beleid te borgen. Dit betreft de activiteiten die zijn vastgelegd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De Wabo is van toepassing op de fysieke leefomgeving, zoals ruimtelijke ordening, bouwen en milieu. Ons huidige VTH beleid was vastgesteld voor de periode 2012 –
- Dit beleidsplan is voor de periode 2019 t/m
- Het betreft een strategisch document, waarin de hoofdlijnen van het VTH beleid zijn beschreven. De detaillering wordt uitgewerkt in de uitvoeringsprogramma's en waar nodig in apart beleid. Een uitvoeringsprogramma en het jaarverslag worden jaarlijks opgesteld. Het college is hiervoor bevoegd op grond van artikel 7.2 en 7.3 van het Besluit omgevingsrecht. De uitvoering is neergelegd bij de eenheid vergunningen en handhaving van de afdeling Publiek. Vanaf medio 2019 is de nieuwe naam: team Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Daarom spreken we verder over 'team VTH'. 1.2Doel VTH beleid Het VTH beleidsplan 2019-2022 richt zich op de hoofdlijnen van het VTH beleid. Wij stellen prioriteiten op basis van een probleem- en risico analyse en geven de belangrijkste richtlijnen voor ‘de uitvoering’ (dat is de vergunningverlening en het afhandelen van meldingen) en het toezicht en de handhaving. We benoemen de belangrijkste accenten voor onze gemeente, de ontwikkel- en verbeterpunten en we stellen doelen bij de uitvoering van de VTH taken. Het strategisch VTH beleid is gestoeld op: de wettelijke eisen. Wij moeten dit beleid opstellen en daarbij rekening houden met de eisen die de wet daarbij stelt; de lokale situatie in onze gemeente; het Fryslân brede streven om het VTH kwaliteitsbeleid in samenwerking vorm te geven, samen te leren, samen te werken en te vergelijken om ieders lokale uitvoering te versterken. In dit beleidsplan beschrijven we de keuzes die onze gemeente maakt voor vergunningverlening, toezicht, handhaving en de afhandeling van klachten. Welke onderwerpen verdienen meer of juist minder aandacht? Op welke manieren houden we toezicht en welke handhavingsinstrumenten zetten we op welke momenten in? Niet het aantal controles (productie/output) staat centraal maar de kwaliteit van de leefomgeving. De komende jaren willen we steeds meer gaan evalueren en rapporteren op basis van 'outcome' en minder op basis van 'output'. We gaan meer omgevingsgericht werken en daarmee flexibel inspelen op actuele omgevingsvraagstukken, zonder onze expertise, oordeel en aandacht op de meest risicovolle activiteiten te verliezen. Met outcome doelstellingen kunnen we meer zeggen over het effect van het VTH-beleid: wat is het maatschappelijk resultaat, is het vooraf gestelde doel bereikt?. 1.3Afbakening Dit beleidsplan heeft betrekking op de vergunningverlening, het toezicht op de naleving en de handhaving van de wet- en regelgeving die is opgenomen in de Wabo. Daaronder vallen ook de meldingen en de ambtshalve besluiten op grond die wet- en regelgeving. Er zijn directe raakvlakken met regelgeving die is opgenomen in de APV, zoals parkeren, evenementen en de Drank- en Horecawet. Het toezicht en de handhaving van deze regelgeving is ook ondergebracht bij ons team. In combinatie met de voorbereiding op de Omgevingswet integreren wij deze taakvelden de komende jaren in ons VTH beleid. In het Besluit VTH zijn kwaliteitscriteria opgenomen. Het gaat om procescriteria en massacriteria. Procescriteria: stellen eisen aan beleid, borging, uitvoering en evaluatie; Massacriteria: stellen eisen aan opleidingsniveau, werkaanbod en het personeelsvolume. Dit VTH beleid betreft de procescriteria. 1.4De dubbele regelkring 'Big-8' figuur 1.1 Dubbele regelkring Het opstellen van een beleidsplan voor vergunningverlening, toezicht en handhaving is een vierjaarlijks proces, dat plaats vindt in de bovenste helft van de 'Big-8', de zogenaamde strategische cyclus. Jaarlijks wordt op basis daarvan een concreet uitvoeringsplan opgesteld. Dat is het operationeel beleidskader. Kwaliteitseis Bor Processtap 'Big-8' Hoofdstuk Beleidsplan Handhavingsbeleid (art. 7.2): Er is een handhavingsbeleid voor alle beleidsvelden, die in de Wabo worden geïntegreerd. Het handhavingsbeleid is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving. Het beleid geeft inzicht in prioriteiten, de gebruikte methodiek, objectieve criteria voor het beoordelen en afhandelen van vergunningen en meldingen. Het beleid is afgestemd met andere betrokken bestuursorganen en strafrechtelijke partners en wordt regelmatig geëvalueerd. strategie 1 en 2 3, 4, 5 en 6 1, 2 en 3 Uitvoeringsprogramma (art. 7.3): De organisatie stelt jaarlijks een uitvoeringsprogramma vast en maakt dit bekend. Dit uitvoeringsprogramma is afgestemd met andere betrokken bestuursorganen en strafrechtelijke partners. prioriteiten en doelen 3 en 4 Uitvoeringsprogramma Uitvoeringsorganisatie (art. 7.4): De inrichting van de organisatie waarborgt een adequate uitvoering van het beleid. In ieder geval ligt de personeelsformatie vast. De organisatie is ook buiten kantooruren bereikbaar en beschikbaar. Werkprocessen zijn vastgesteld. Voor zover er sprake is van toezicht op inrichtingen zijn vergunningverlening en handhaving gescheiden en is er een roulatieschema. werkwijze uitvoering 2 3 Borging van de middelen (art. 7.5): Financiële en personele middelen zijn in de begroting gewaarborgd. prioriteiten en doelen Begroting (bijlage 3) Monitoring (art. 7.6): De organisatie bewaakt en registreert resultaten en voortgang van de uitvoering van het programma. monitoring 2 Rapportage (art. 7.7): De organisatie rapporteert over de uitvoering van het programma en over het bereiken van de gestelde doelen in het jaarverslag. Het jaarverslag wordt ter informatie voorgelegd aan de gemeenteraad. evaluatie 2 Basistaken Omgevingsdienst (art. 7.1) In dit artikel is voorgeschreven welke basistaken in elk geval door een regionale omgevingsdienst moeten worden uitgevoerd. Voor het uitvoeringsgebied van de dienst moet een uniform handhavings- en uitvoeringsbeleid en uitvoeringsprogramma worden vastgesteld (art 7.3) uitvoering programma en organisatie 2 Uitvoeringsprogramma Tabel 1.1 1.5Tot stand komen van dit beleid Vrijwel alle Friese gemeenten hebben in de Fryske werkgroep ‘procescriteria’ samengewerkt, om gezamenlijk de basis/format voor dit VTH beleid vast te stellen. Het gaat om de volgende gemeenten: Leeuwarden, Opsterland, Ooststellingwerf, Weststellingwerf, De Fryske Marren, Súdwest Fryslân, Heerenveen, Dantumadeel, en de in de gemeente Noardeast-Fryslân opgegane gemeenten (Dongeradeel, Kollumerland, Ferwerderadeel), Tytsjerksteradiel, Achtkarspelen en onze eigen gemeente Smallingerland. Daarnaast zijn het Openbaar Ministerie en de Veiligheidsregio aangeschoven. Incidenteel heeft de provincie kennis genomen van de voortgang. Ook de FUMO is geïnformeerd. Dit draagt bij aan het creëren van een ‘gelijk speelveld’ voor alle inwoners en ondernemers in Fryslân. Voor de basistaken wordt een provincie brede risicoanalyse en prioritering (beleidskader) opgesteld, met als doel dat de FUMO een éénduidig VTH beleid heeft. 1.6Leeswijzer Dit beleidsplan bestaat uit 8 hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk is de aanleiding en het doel van dit beleidsplan beschreven, vindt de afbakening plaats en is de dubbele regelkring 'Big-8' toegelicht. De algemene kaders staan in hoofdstuk
- In hoofdstuk 3 bespreken we de probleem- en risicoanalyse. De doelen zijn uitgewerkt in hoofdstuk
- In hoofdstuk 5 staan de uitvoeringskaders voor vergunning verlening. Vervolgens gaan wij in hoofdstuk 6 in op toezicht en handhaving en in hoofdstuk 7 op de samenwerking en afstemming met de verschillende partijen. Tot slot besteden wij in hoofdstuk 8 aandacht aan de verdere ontwikkelingen in het omgevingsrecht. In bijlage 1 is een begrippenlijst toegevoegd. 2KADERS 2.1Collegeprogramma In het collegeprogramma 2018-2022 'Durf te doen' heeft ons college uitgangspunten geformuleerd. Het optimaliseren van de dienstverlening en omgevingsgericht werken zijn een absolute prioriteit. Andere thema's zijn: een goede leefomgeving voor onze inwoners, het opstellen van een Omgevingsvisie en inzet op duurzaamheid en energietransitie. Uitgangspunt is dat we geschillen oplossen door in gesprek te gaan. Komen we er niet uit, dan leggen we de zaak voor aan een onafhankelijke bezwaren- of klachtencommissie. Beiden zijn vanaf medio 2019 aan het werk. 2.2Structuurvisie en Integrale Visie De gemeenteraad heeft in 2011 de Integrale Visie Smallingerland vastgesteld. Deze visie geeft een verkenning van de ontwikkeling van de gemeente Smallingerland voor een wat langere periode. De Integrale visie vormt het overkoepelende kader, de structuurvisie is daarvan de ruimtelijke vertaling op hoofdlijnen. De Structuurvisie Smallingerland geeft inzicht waarom bepaalde ontwikkelingen, die afwijken van bestemmingplannen, wel of niet wenselijk zijn. De structuurvisie staat in die zin boven het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan blijft het wettelijke toetsinstrument. De visie maakt het voor iedereen duidelijk hoe de gemeente de ontwikkeling binnen de rode contouren ziet en op welke wijze zij deze gewenste ontwikkeling mogelijk denkt te maken Daarnaast helpt de (ruimtelijke) structuurvisie gemeentelijke prioriteiten te stellen. Het is nu eenmaal niet mogelijk om op alle fronten in de gemeente bezig te zijn. De visie bepaalt waarvoor geld, tijd en mankracht wordt ingezet. 2.3Omgevingsvisie De gemeente is bezig met het opstellen van een Omgevingsvisie voor de gemeente Smallingerland. Dit willen wij graag doen sámen met inwoners, ondernemers en bezoekers van de gemeente. Om te weten waar de gemeente in de toekomst naartoe wil, is het belangrijk om te weten hoe inwoners en bezoekers nú denken over Smallingerland. Om dit in beeld te krijgen is er een onderzoek uitgevoerd onder inwoners, bezoekers en werknemers van Smallingerland. De resultaten uit dit onderzoek worden gebruikt bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie, die straks een toekomstbeeld van de gemeente geeft. Uit de eerste verkenning blijkt dat de nabijheid van groen, landschap, water, samengevat onder de noemer ‘natuur’ belangrijk wordt gevonden. Daarnaast worden rust en ruimte als de meest kenmerkende eigenschappen van het wonen in de gemeente genoemd. 2.4Provinciale omgevingsanalyse Fryslân Onder regie van de provincie is er een provinciale omgevingsanalyse uitgevoerd. De omgevingsanalyse brengt factoren in kaart die niet beïnvloedbaar zijn, maar waar rekening mee moet worden gehouden. De omgevingsanalyse biedt informatie en handvatten voor het maken van keuzes rond de VTH-opgaven waar de partners in Fryslân individueel en gezamenlijk voor staan. De basis voor de omgevingsanalyse wordt gevormd door het Omgevingslab. In het Omgevingslab is op strategisch niveau onderzocht voor welke belangrijkste opgaven de partijen in Fryslân de komende jaren komen te staan. Het basismodel voor de omgevingsanalyse is toegespitst op de vijf kernthema’s uit het Omgevingslab. De vijf kernthema’s zijn: Klimaatopgave Energietransitie Leefbare en vitale kernen Biodiversiteit Toekomstbestendige landbouw Per kernthema is in de omgevingsanalyse uitgewerkt welke koppeling er ligt met de VTH agenda en hoe en in welke mate wij kunnen bijdragen aan een gezond, schoon, veilig en duurzaam Fryslân. Donkergroen = Bijdrage VTH substantieel. Lichtgroen = Bijdrage VTH beperkt. Geelgroen = Bijdrage VTH zeer beperkt. 2.5Wettelijke kaders De wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) is op 14 april 2016 in werking getreden. Deze wet is een aanpassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en regelt de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit van de VTH-taken te komen. De wet legt de basis voor de alle omgevingsdiensten, waaronder de FUMO. Een onderdeel van deze transitie is een wijziging van het Besluit omgevingsrecht (Bor) in de vorm van de AMvB VTH. Deze AMvB is op 1 juli 2017 in werking getreden. De wet VTH verplicht gemeenten een verordening vast te stellen waarin het kwaliteitsniveau voor VTH-taken wordt vastgelegd. De kwaliteitscriteria gaan over proces, inhoud en kritieke massa. Het voldoen aan de criteria zorgt ervoor dat het bevoegd gezag in staat is om de gewenste kwaliteit en continuïteit te leveren. Voor de bij de gemeente achterblijvende taken, de zogenaamde ‘thuistaken’ die dus niet bij een uitvoeringsdienst worden ondergebracht, is een zorgplicht in de wet opgenomen. Gemeenten moeten voor deze ‘thuistaken’ een kwaliteitsniveau vastleggen. In Fries verband is, uitgaande van de (landelijke) set Kwaliteitscriteria 2.1, een Friese (Model)Verordening Kwaliteit ontwikkeld, het zogenaamde Frysk Peil. Daarin is het kwaliteitsniveau voor zowel de FUMO als voor de Friese gemeenten vastgelegd. In 2016 heeft de raad de Verordening Frysk Peil vastgesteld voor Smallingerland. Procescriteria Procescriteria richten zich zowel op de cyclus van beleid en evaluatie als op het gebruik van standaard werkprocessen en protocollen en systemen. De basis gedachte van de wetgever achter de regels is gebaseerd op het programmatisch werken, waarbij activiteiten doordacht, gepland, uitgevoerd, gevolgd en geëvalueerd worden ('Big 8', zie hoofdstuk 1). Massacriteria, opleiding en ervaring Er zijn meerdere opties om aan de kwaliteitscriteria Frysk Peil te voldoen. Wij voeren de werkzaamheden zelf uit, wij gaan samenwerken met andere partijen of wij zetten de werkzaamheden buiten de deur bij de omgevingsdienst. In het VTH verbeterplan is omschreven hoe wij met de huidige middelen, collega's en werkwijze op de eenvoudigste manier kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria Frysk peil. Wij kunnen, zoals organisatie nu is ingericht, voor het overgrote deel voldoen aan de eisen die er worden gesteld aan 'VTH kwaliteit'. De deskundigheidsgebieden en verbeterpunten grijpen wel als een puzzel in elkaar. Waar wij niet aan de kwaliteitscriteria voldoen of waar de gemeentelijk werkwijze afwijkt van de kwaliteitscriteria, is in de 'explain' onderbouwd waarom wij niet aan een deskundigheidsgebied voldoen. Gemeente breed is er voldoende kennis aanwezig om een 'explain' te rechtvaardigen. In de uitvoeringsprogramma's en – jaarverslagen doen we verslag van de voortgang. 2.6Algemene uitvoeringskaders Algemene beginselen van behoorlijk bestuur Bij de uitvoering van de VTH taken gaat het primair om het toepassen van de wet- en regelgeving gericht op het fysieke domein. We nemen daarbij de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht. De toepassing van wet- en regelgeving is niet altijd eenvoudig. Soms zijn regels (bv.) niet naleefbaar, of hebben niet het effect dat er mee wordt beoogd. In de praktijk doen zich geregeld situaties voor die aanleiding zijn om de regels zelf of de toepassing van VTH instrumenten aan te passen. Onze gemeente spant zich in om regels en de toepassing ervan, steeds zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de doelen die met de wet- en regelgeving beoogd worden. In schema: Functiescheiding en roulatie Het is ongewenst dat vergunningverlening en toezicht en handhaving op dossierniveau door dezelfde persoon worden uitgevoerd. Dit geldt ook voor langjarig toezicht op hetzelfde bedrijf door dezelfde persoon. Daarom hebben we de uitvoering van VTH taken zo georganiseerd, dat de taken en activiteiten van medewerkers functioneel en op persoonsniveau zijn gescheiden tussen vergunningverlening enerzijds en toezicht en handhaving anderzijds. Er is ook altijd een functionele scheiding tussen de VTH taken van een gemeente en de betrokkenheid als bouwer/opdrachtgever/initiator/ondersteuner van activiteiten. Functiescheiding verhindert niet dat accenten en kritische punten uit het vergunningen traject, extra aandacht bij toezicht en handhaving krijgen. Ook omgekeerd worden ervaringen bij toezicht en handhaving (veel voorkomende gebreken bv.) aandachtspunten bij de vergunningverlening. Dezelfde regels voor de gemeente Onze gemeente wil een betrouwbare partner zijn in het maatschappelijk verkeer. Daar hoort bij dat wij zelf ook de regels volgen en naleven die wij aan anderen stellen. Standaard processen, borging De veel voorkomende processen worden gestructureerd en gedocumenteerd. De uitvoering in overeenstemming met dit standaard proces wordt geborgd door de veel voorkomende processen te laten ondersteunen door een daarop ingericht ICT systeem. Onze gemeente wil hierbij met de partners in Fryslân samenwerken, zodat de werkprocessen en informatie-uitwisseling worden gestandaardiseerd en gestructureerd. ICT ondersteuning, registratie persoonsgegevens Wij maken gebruik van een applicatie die ingericht is op de processen van onze gemeente. In 2019 wordt hiervoor een nieuwe applicatie (Squit 20/20) aangeschaft en ingericht. Ook bereiden wij ons voor op het digitaal stelsel omgevingswet (DSO) als onderdeel van het project Invoering Omgevingswet. De nieuwe Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) vervangt sinds eind mei 2018 de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De processen en registraties die we gebruiken bij de VTH taken, zijn aan de AVG getoetst en aangepast als dat nodig is. Dienstverlening Ten aanzien van de dienstverlening werken wij op basis van de volgende uitgangspunten: Mensgericht: Gastvrij en persoonlijk Mensen staan voorop, niet de regels Denken vanuit mogelijkheden en samenwerken Duidelijk De klant kiest het informatiekanaal Werkt efficiënt: Digitaal waar het kan Slim en effectief Eén duidelijk aanspreekpunt Als samenwerkingspartner: Oplossingsgericht Omgevingsgericht Werkt op basis van vertrouwen Stelt de vraag of de opgave centraal Werkt vanuit de bedoeling Dienstverlening strekt zich ook uit tot een goede omgang met belanghebbenden waarbij oog is voor de belangen van verschillende betrokkenen. We maken een zorgvuldige afweging tussen deze belangen en communiceren daar helder over. Daarom zijn we in onze gemeente een paar jaar geleden gestart met het project 'Helder communiceren'. Er zijn inmiddels veel standaardteksten van o.a. vergunningen en brieven herschreven in begrijpelijke taal. Goede dienstverlening bestaat uit het meedenken met de inwoner of de ondernemer, het helpen mogelijk maken en duidelijk uitleggen waarom iets wel of niet mogelijk is. Middelen die leiden tot tevreden klanten zijn service, betrokkenheid snelheid, de nabijheid en de kwaliteit van de geleverde diensten. Onze gemeente publiceert alle lokale regelgeving in de Breed-uit en via www.overheid.nl. Op maat gegeven informatie wordt, als dat gevraagd wordt, ook schriftelijk/digitaal bevestigd. De klanttevredenheid wordt steekproefsgewijs onderzocht door mondelinge vragen en klanttevredenheidsonderzoeken die door of in opdracht van de gemeente worden uitgevoerd. Ambitie voor de toekomst is om te onderzoeken of dit digitaal kan worden opgezet, zodat de antwoorden kunnen worden gebruikt voor verdere verbetering van het proces. Bereikbaarheid en beschikbaarheid buiten kantooruren (piket) Onze gemeente moet ook buiten kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn om te kunnen inspelen op acute klachten. In de praktijk wordt deze bereikbaarheid en beschikbaarheid vorm gegeven in samenwerking met de partner organisaties. Acute klachten op het vlak van milieu kunnen 24 uur per dag worden gemeld bij het milieu-alarmnummer (waarin gemeenten, GS, FUMO, RWS en het Wetterskip samenwerken). Daarnaast is het 112 alarmnummer beschikbaar, vanuit de meldkamer Noord-Nederland kan contact gezocht of gelegd worden met verantwoordelijke diensten. Voor meldingen en calamiteiten in de openbare ruimte is er een gemeentelijk calamiteiten telefoonnummer beschikbaar buiten kantooruren. Dit betreft buitendienst medewerkers die niet bij ons team werken. Onze gemeente heeft een organisatie voor crisis en rampenbestrijding. Hierin zitten de officieren van dienst voor bevolkingszorg (OVD-BZ). Die zijn bij toerbeurt bereikbaar met een zogenaamde 'hard piket 24/7 dienst'. Daarnaast zijn de bouwkundig en milieumedewerkers en de medewerkers openbare orde en veiligheid eventueel ook buiten kantooruren beschikbaar voor calamiteiten, maar hiervoor is geen piket dienst. We bekijken nog of we wel hard piketdiensten voor medewerkers van bv. communicatie gaan invoeren. Interne samenwerking Er zijn belangrijke en intensieve relaties binnen onze gemeente met het team Klantcontact (vml. Servicecentrum) waarmee we samenwerken in de front office. Daarnaast werken we samen met de teams 'Omgeving' en 'Ondernemen en ontwikkelen' (vml. afdeling Ontwikkeling) in het kader van adviezen op ruimtelijke beleidsthema’s en de uitvoering van VTH taken. Ook is er een nauwe samenwerking met de collega’s van het team Concern (vml. afdeling Bestuursondersteuning) o.a. op het gebied van openbare orde en veiligheid. Ook werken we samen met het team Omgevingsbeheer (vml. afdeling Openbare werken). 3PROBLEEM- EN RISICOANALYSE De risicoanalyse geeft een beeld van de objecten en activiteiten met de grootste risico’s. Van de meest gangbare processen met de grootste risico’s is bepaald of en hoe het instrument vergunningen, toezicht en handhaving aan de beperking van de risico’s kan bijdragen. 3.1Probleem- en risicoanalyse De basis van het VTH beleidsplan 2019-2022 bestaat uit een probleem- en risicoanalyse. De probleemanalyse heeft vijf onderdelen: Evaluatie van het oude beleid; Risicoanalyse, prioritering; Taken, capaciteit en geld; Bestuurlijke en maatschappelijke aandachtspunten; Monitoring, weging en conclusies. 3.1.1Evaluatie Toezicht- en Handhavingsbeleid Wabo 2012-2018 Algemeen In 2012 hebben wij voor onze Wabo-taken een integraal toezicht- en handhavingsbeleid vastgesteld. Doelstelling van dit plan was "het waarborgen van een schone, veilige, plezierige en duurzame leefomgeving" voor de inwoners van onze gemeente. Het beleid was opgesteld voor de periode 2012 –
- Dit beleid heeft voldaan aan de verwachtingen. Om die reden hebben wij in 2015 de looptijd verlengd met een periode van twee jaar. Een belangrijk motief daarvoor was de ontwikkeling van de Omgevingswet. In eerste instantie was de Omgevingswet aangekondigd voor
- Doelstelling was om het nieuwe beleid te baseren op deze wet. De invoering van de Omgevingswet is in elk geval uitgesteld tot
- Het is niet wenselijk ons huidige beleid tot 2021 te verlengen. Om die reden is de keuze gemaakt voor een actualisatie op basis van bestaande wetgeving. Evaluatie uitgangspunten bouw- en gebruiksfase In het beleid 2012 - 2018 is een onderverdeling gemaakt in de bouwfase en de gebruiksfase. In de gebruiksfase zijn brandveilig gebruik/brandveiligheid en milieuaspecten samengevoegd. De bouwfase is een proces dat eindigt na realisatie van de bouw/sloop. De gebruiksfase is cyclisch. Risicoanalyse In het beleid was een risicobeoordeling voor de bouw-, sloop en gebruiksfase opgenomen. De score was bepalend voor de diepgang en frequentie van het toezicht. Voor de frequentie was het naleefgedrag niet bepalend. Monitoring was lastig door het gebruik van verschillende systemen. Vanaf 2018 zijn we daarom gestart met een thematische en projectmatige aanpak. Belangrijkste resultaten In de afgelopen programmaperiode hebben wij veel aandacht besteed aan brandveiligheid. Naast toezicht en handhaving is gebruik gemaakt van voorlichting in de vorm van brochures, een pop-up store, aandacht in Breeduit en bedrijfsbezoeken. Deze aanpak heeft goede resultaten opgeleverd. Het aantal geconstateerde overtredingen bij brandveilig gebruik is in de loop van de jaren verminderd. Knelpunten Het beleid 2012-2018 is toegespitst op de Wabo taken voor toezicht en handhaving. In de tussenliggende periode is de wetgeving aangepast en is ook de verplichting opgenomen om voor vergunningverlening een risicoanalyse op te stellen. In het beleid 2012-2018 is opgenomen dat wij naar aanleiding van klachten in actie komen. Het blijkt dat het aantal klachten toeneemt en dat deze een behoorlijk aanslag op de beschikbare capaciteit kunnen geven. De inzet van de gemeente is niet in alle gevallen nodig. Inwoners hebben eigen verantwoordelijkheid en moeten/kunnen elkaar ook aanspreken op overlastsituaties. Om die reden hebben we behoefte aan klachtenbeleid waarin we o.a. aangeven welke klachten prioriteit hebben. In de uitvoeringsprogramma's zijn jaarlijks de consequenties van nieuwe wetgeving uitgewerkt. Het is goed dat in het nieuwe beleidsplan te benoemen. Een voorbeeld is het van kracht worden van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Vanwege nieuwe inzichten, ontwikkelingen en veranderde wetgeving is een actualisatie van de risicoanalyse en de toezichts- en handhavingsstrategieën nodig. Ook is het belangrijk de sanctiestrategie te actualiseren. Ontwikkelingen Een belangrijke ontwikkeling is dat interne samenwerking en afstemming in de gemeentelijke taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving steeds meer aandacht krijgt. De toezichthouders op het publiek domein zijn sinds 2014 onderdeel van het team VTH. Ook is er steeds meer nadruk op de samenwerking bij de organisatie van evenementen en de drank- en horecawetgeving. In 2014 is een deel van onze uitvoeringstaken op het gebied van milieu ondergebracht bij de regionale uitvoeringsorganisatie FUMO. Dat betreft vooral de meest risicovolle milieuactiviteiten. De nadruk in de eigen organisatie is daarmee meer verschoven naar toezicht op brandveilig gebruik. Het toezicht wordt steeds meer thematisch-projectmatig georganiseerd. De resultaten zijn positief. Interbestuurlijk toezicht (IBT) De provincie Fryslân heeft de wettelijke verplichting de uitvoering van de Wabo-taken door de gemeenten te controleren en daarover jaarlijks te rapporteren. 3.1.2Risicoanalyse, prioritering Risicogestuurd Het toezicht en toetsing van vergunningaanvragen (en meldingen) is risicogestuurd. Risicosturing houdt in dat bepaalde onderdelen van een aanvraag of melding intensiever en andere onderdelen juist minder uitgebreid worden gecontroleerd. Hieraan zijn beperkingen verbonden (verschillend per wetgevingskader). Voor dit VTH beleidsplan 2019-2022 hebben wij een integrale risicoanalyse uitgevoerd op de belangrijkste taken en relevante activiteiten. Deze analyse is uitgevoerd met intensieve betrokkenheid van onze bestuurders en medewerkers. Door deze werkwijze hebben wij een goede afstemming tussen de bestuurlijke aandachtspunten en de prioriteiten en het inzicht van de vakmensen. De toepassing van de risicoanalyse (zie bijlage 2) is veel breder dan de integrale risicoanalyse voor het strategisch VTH beleid. Er worden ook gedetailleerder risicoanalyses uitgevoerd per deelgebied van taken of deskundigheidsgebied. Dit gebeurt om binnen deze gebieden de inzet van de medewerkers nader te kunnen sturen (capaciteit zo goed mogelijk inzetten, accenten leggen bij de uitvoering). Zo is er voor evenementen een specifieke risicoanalyse. Voor het toetsen en het toezicht houden op de Bouwbesluitvoorschriften hebben wij de risicomatrix verder uitgewerkt. In bijlage 4 hebben we de toets- en toezichtmatrix vergunningen opgenomen. Prioritering In de risicoanalyse hebben we alle VTH-activiteiten verdeeld in prioriteit hoog, middel en laag. In het uitvoeringsprogramma bepalen wij de prioriteiten voor het betreffende jaar. Voor de meest risicovolle activiteiten, prioriteit hoog, zetten wij in de gebruiksfase structureel en planmatig toezicht in. Deze bedrijven en activiteiten controleren wij in de basis 1 keer per 2 jaar. Als blijkt dat een organisatie zich niet houdt aan de voorschriften en er grote risico's zijn voor mens en milieu gaan wij de controle intensiveren. Indien een bedrijf voldoet aan de voorschriften kan er een controle worden overgeslagen. Voor activiteiten met de prioriteit middel en laag werken wij omgevingsgericht. Wij spelen flexibel in op de actuele landelijke en lokale omgevingsvraagstukken. Door middel van het uitvoeren van steekproeven kan worden bepaald of een omgevingsvraagstuk bij ons ook daadwerkelijk speelt. De uitkomsten kunnen worden meegenomen in een gerichte aanpak. De thema's in de gebruiksfase worden jaarlijks vertaald in projectplannen en projectmatig opgepakt. Bij een lagere prioriteit neemt de frequentie en diepgang of omvang van de toetsing of toezicht af ten opzichte van activiteiten met een hogere prioriteit. Binnen marges zetten wij de beschikbare capaciteit zo risicogestuurd en gericht mogelijk in. 3.1.3Taken, capaciteit en geld De beschikbare capaciteit (en geld) moet toereikend zijn om de taken goed te kunnen uitvoeren. In de begroting moet dat worden geborgd. In het jaarlijks op te stellen VTH Uitvoeringsprogramma wordt steeds bepaald of en hoe de beschikbare capaciteit en geld toereikend zijn voor de VTH opgaven (input) waarvoor wij in dat jaar aan de lat staan. Hierbij is rekening gehouden met de prioriteiten uit de risicoanalyse en de bijbehorende toetsniveaus. De basisformatie van het team VTH is opgenomen in bijlage
- De VTH opgaven waarvoor wij staan worden deels door de FUMO uitgevoerd. De FUMO stemt met de deelnemers af welke capaciteit en geld nodig is voor een goede uitvoering van de VTH taken - die zij voor ons uitvoeren - in het volgende begrotingsjaar. 3.1.4Bestuurlijke en maatschappelijke aandachtspunten Nalevingsbevordering Beheersing van risico’s in de fysieke leefomgeving is een samenspel tussen veel betrokkenen. Het team VTH heeft veel - vooral van wetten en regels afgeleide - instrumenten ter beschikking om gedrag te beïnvloeden en naleving af te dwingen. Hoe essentieel die instrumenten ook zijn, verantwoordelijk gedrag en spontane naleving, rekening houden met elkaar en met omstandigheden, zijn voor veel inwoners en ondernemers de natuurlijke manier van handelen. Wij gaan er vanuit dat het overgrote deel van inwoners en ondernemers uit zichzelf bereid is om de normen die gelden na te leven en de eigen verantwoordelijkheid kan dragen. We maken gebruik van voorlichting en gaan in gesprek, bevestigen gewenst gedrag en nemen obstakels weg die ‘leven en werken volgens de norm’ belemmeren. Ondermijning Sommige gedragingen en activiteiten zijn uit oogpunt van fysieke veiligheid niet heel schadelijk, maar vormen onderdeel van patronen die de rechtstaat op een ander vlak schade doen. De aanpak van ondermijnende criminaliteit is niet langer alleen een taak van de politie en het Openbaar Ministerie. Een effectieve aanpak van de ondermijnende criminaliteit vraagt om een georganiseerde overheid die alle middelen en instrumenten inzet die ze tot haar beschikking heeft. Elke ketenpartner (gemeenten, Openbaar Ministerie, politie, belastingdienst, etc.) kan een bijdrage leveren aan de aanpak. Waar mogelijk willen wij barrières opwerpen, waarmee kan worden voorkomen dat criminele organisaties of personen misbruik maken van legale structuren of zich weten te vestigen. Dit zal zich onder meer uiten in het versterken van de informatiepositie, actualiseren, regionaal afstemmen en consequent uitvoeren van beleid, kritische procedures bij vergunningverlening, subsidies en aanbestedingen, het uitoefenen van toezichts- en handhavingstaken en de strikte toepassing van sancties. Duurzaamheid Wij willen een structureel duurzame samenleving. Kansen die zich bij de uitvoering van de VTH taken aandienen, benutten we zoveel mogelijk. Enerzijds gaat het hier om het inzetten van de wettelijke mogelijkheden om duurzaamheidsmaatregelen af te dwingen of om aan duurzaamheidseisen te voldoen. Anderzijds om het voorlichten en stimuleren om duurzaam handelen te bevorderen. Veiligheid Veel VTH taken zien toe op de zogenaamde fysieke veiligheid. Onze gemeente geeft daarnaast ook aandacht aan de sociale veiligheid. Sociale veiligheid gaat over thema’s als criminaliteit, (uitgaans)geweld, verloedering van de omgeving en het gevoel dat deze thema’s bij de burger oproepen. Wet- en regelgeving bij deze thema’s is vooral terug te vinden in de Algemene plaatselijke verordening en bijzondere wetten, zoals de Drank- en Horecawet, Winkeltijdenwet en dergelijke. Tussen beide typen veiligheid zit in de praktijk overlap. We werken in onze gemeente aan het opstellen van integraal veiligheidsbeleid. De bedoeling is om dit in 2019 vast te stellen. Klachten en meldingen Het oordeel over de uitvoering van VTH taken (en zelfs van de gemeente) wordt in grote mate bepaald door de manier waarop we met klachten en meldingen omgaan. Bij overtreding van een wettelijk voorschrift geldt dat het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Dit wordt ook wel de beginselplicht tot handhaving genoemd. Bij bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan besluiten niet handhavend op te treden. Dit kan bijvoorbeeld wanneer er een concreet zicht op legalisatie bestaat. Daarnaast kan handhavend optreden onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, zodat van optreden in die concrete situatie moet worden afgezien. In de praktijk wordt vaak een beroep gedaan op de 'onevenredigheid van de handhaving'. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de wijze waarop wij klachten en meldingen behandelen. Leefomgeving in samenwerking met wijken en dorpen VTH taken kunnen (en soms: moeten) een belangrijke rol spelen bij de leefomgevingskwaliteit in wijken en dorpen. Onze gemeente werkt samen met betrokken bewoner(sgroepen) om signalen op te vangen en overlast te voorkomen. De gemeente ondersteunt de betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid van bewoners, instellingen en bedrijven waar nodig, door VTH instrumenten in te zetten. 3.1.5Monitoring, weging en conclusies Monitoring Strategische doelen zijn minder specifiek van aard. In de uitvoeringsprogramma’s worden ze met concrete acties specifieker gemaakt, over de uitvoering ervan en de resultaten wordt in het jaarverslag gerapporteerd. De evaluatie in het jaarverslag kan aanleiding zijn om het beleidsplan tussentijds aan te passen/bij te stellen. Weging De gemeente probeert de risico’s voor de leefomgeving beheersbaar te houden door er op toe te zien dat alle gebruikers van de leefomgeving zich aan de regels voor die leefomgeving houden. Beheersing van risico’s richt zich op de twee belangrijkste aspecten: het naleefgedrag van de gebruikers van de leefomgeving en de negatieve effecten in het geval van niet naleving. We bevorderen goede naleving en controleren en handhaven met extra tijd en aandacht de grootste risico’s. Bij de kleinere risico’s kiezen we weloverwogen een passend (lager tot veel lager) controle, toezicht of handhavingsniveau. Conclusies Uit de probleemanalyse wordt duidelijk dat de activiteiten die hoog scoren in de risicomatrix extra aandacht behoeven. Daarnaast voeren we de primaire VTH taken uit en maken we een omslag van output gestuurde resultaatafspraken naar outcome gestuurde resultaatafspraken. De VTH beleidscyclus, de toepassing van de 'Big-8' vraagt nog de nodige extra inspanning om goed te werken. Het is een omvangrijke opgave voor het team VTH om passende, haalbare prioriteiten te stellen en daar naar te handelen. Hierin zal stap-voor-stap geleerd moeten worden. Over een breed geheel van taken (uitvoering, opleiding, doelen, evaluatie) is verbetering mogelijk. Dit beleidsstuk is daarin een belangrijke stap. De samenwerking met partner organisaties (afstemming en uitwisseling van informatie, gezamenlijke leeromgeving) kan hieraan een verdere bijdrage leveren. 4DOELEN Het doel van het VTH beleid is het onderhouden en verbeteren van een veilige, gezonde en leefbare en duurzame omgeving. Om dit algemene doel te bereiken hebben wij voor de komende periode een aantal doelen geformuleerd. De doelen zijn afgeleid uit de doelstellingen uit het Collegeprogramma, diverse visies, de uitkomsten van de omgevingsanalyse Fryslân en de risicoanalyse. Bij het vaststellen van de doelen is ook gekeken naar de risico’s, naar waar inwoners, bedrijven en instellingen last van hebben. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma werken wij de doelen daar waar nodig verder uit naar meetbare doelen en prestatie-indicatoren en concrete acties die zijn gekoppeld aan de beschikbare capaciteit. De doelen zijn: Doel 1: veilige bouwwerken en veilig gebruik van bouwwerken Constructieve veiligheid bij bouw en verbouw Wat willen wij bereiken: constructief veilige gebouwen en bouwwerken. In de aanvraagfase zijn alle bouwwerken getoetst aan het Bouwbesluit conform de toetsmatrix. In de bouwfase zijn de bouwwerken conform de toezichtmatrix aan het Bouwbesluit getoetst. Gemiddeld controleren wij een bouwproject drie keer. Toelichting: Fouten in de constructie van een bouwwerk kunnen ernstige gevolgen hebben voor de veiligheid. Als een constructie eenmaal gereed is, is het veel moeilijker om de deugdelijkheid van die constructie te controleren. Daarom vinden controles op constructieve veiligheid met name plaats tijdens de bouw. Brandveilige omgeving Wat willen wij bereiken: gebouwen voldoen aan de brandveiligheidsvoorschriften en gebruikers zijn zich bewust van de gevaren. Na afronden van het project voldoet 100 % van de bezochte bedrijven/instellingen in de branche aan de voorschriften die zijn gecontroleerd. Het naleefgedrag na de eerste hercontrole is minimaal 70%. Toelichting: Brand heeft vaak ingrijpende gevolgen en is daarom een belangrijk aandachtspunt. Als er mensen of dieren gewond raken is de impact nog groter. Wij gaan projectmatig risicogestuurd toezichthouden en vergroten bewustwording door voorlichting. Het zwaartepunt ligt daarom bij het voorkomen van slachtoffers bij mens en dier. Doel 2: gezonde leefomgeving Bedrijven en activiteiten met een hoog risico structureel en planmatig controleren Wat willen wij bereiken: bedrijven en activiteiten met een hoog risico voldoen aan de gestelde milieueisen. Bedrijven of activiteiten met de prioriteit 'hoog' zijn in de basis structureel, planmatig en branchegericht 1 keer per 2 jaar gecontroleerd op de milieu- en gebruiksaspecten. Na de toezicht- en handhavingsfase voldoet 100% van de bezochte bedrijven en activiteiten aan de gecontroleerde voorschriften. Toelichting: het gaat hier om bedrijven of activiteiten met een hoog risico. Als er hier iets gebeurt heeft dit grote gevolgen voor de fysieke veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, leefbaarheid of heeft financiële gevolgen. Om de middelen efficiënt in te kunnen zetten en de lasten van bedrijven te verminderen is er een beloningsfactor toegevoegd. Goed naleef gedrag wordt, beloond door het overslaan van een controle. Bij slecht naleefgedrag is de controlefrequentie geïntensiveerd. In het projectplan werken wij uit wat goed en slecht naleefgedrag is. Toezicht op milieuovertredingen Wat willen wij bereiken: bedrijven en activiteiten voldoen aan de gestelde milieueisen. Projectmatig risicogericht toezichthouden volgens de risicomatrix. Na de toezicht- en handhavingsfase voldoet 100% van de bezochte bedrijven en activiteiten aan de gecontroleerde voorschriften. Toelichting: Overtredingen van de milieuwetgeving zijn schadelijk voor de gezondheid van mensen en dieren. Wij vinden het belangrijk dat wij er – samen met de FUMO – voor zorgen dat bedrijven de milieuvoorschriften naleven. Daarmee willen we risico's voor de volksgezondheid en risico's van directe milieuschade zoals bodem, lucht en water vervuiling voorkomen. Afhankelijk van landelijke thema's, ervaringen of risico's gaan wij projectmatige controles uitvoeren. Doel 3: leefbaarheid van kernen en buitengebied Aanpak strijdig gebruik bestemmingsplan Wat willen wij bereiken: strijdig gebruik bestemmingsplannen is beëindigd of gelegaliseerd. Projecten werken wij uit in projectplannen met meetbare doelstellingen. Toelichting: Illegale bedrijvigheid, bewoning en gebruik van gronden kan een negatief effect hebben op het woon-, werk en leefklimaat. Denk hierbij aan verkeersaantrekkende werking, (geluids)overlast, concurrentievervalsing of verloedering van bedrijfsterreinen. Afhankelijk van politieke thema's, ervaringen, klachten gaan wij gaan projectmatig gericht toezichthouden. Instandhouden singellandschap Wat willen wij bereiken: herstel van het singellandschap. Bij nieuwe constateringen van illegale rooi/kap van houtsingels is in alle gevallen een herstelverplichting op gelegd. Alle perceeleigenaren waar in het verleden het verdwijnen van houtopstand is geconstateerd zijn bezocht Van de op de luchtfoto 1998 zichtbare verdwenen houtsingels zijn zoveel mogelijk teruggeplaatst voor zover dit volgens de wet natuurbescherming mogelijk is. Toelichting: Singellandschap is kenmerkend voor een deel van de gemeente en is daarom in onze bestemmingsplannen beschermd. Het singellandschap is aan het verdwijnen. We willen het singellandschap in onze gemeente graag behouden en waar mogelijk verder ontwikkelen en versterken. Dit doen we onder andere door samen met externe partijen zoals de FUMO controles uit te voeren, eventueel herstelmaatregelen op te leggen en door voorlichting te geven aan ondernemers over landschapsversterkende maatregelen. Doel 4: dienstverlening VTH Vergunningverlening Wat willen wij bereiken: 80% van de klanten geeft het proces van vergunningverlening minimaal een
- Toelichting: wij vinden overleg met de initiatiefnemer 'aan de voorkant van het proces' belangrijk. Wij kunnen de aanvrager adviseren over het proces en de aanvrager loopt tijdens de officiële aanvraag niet meer tegen onverwachte obstakels aan. Het antwoord op een (aan)vraag is in eerste aanleg: ‘ja, mits’. De proceduretijd is zo kort mogelijk en de vergunning en voorschriften zijn duidelijk. Transparant en oplossingsgericht toezichthouden Wat willen wij bereiken: het bedrijf of persoon heeft het naleefgedrag verbeterd. In 70 % van de gevallen is de overtreding bij een 1e hercontrole opgelost. Toelichting: het is van groot belang dat toezicht en handhaving transparant is. Onze inwoners en bedrijven moeten immers kunnen begrijpen waarom er sprake is van een overtreding. Door voorlichting en begrip ontstaat ook meer bereidheid tot het beëindigen van de overtreding. Meedenken in oplossingen is belangrijk omdat handhavend optreden pas aan de orde is als legalisatie niet mogelijk is. Minder regels, meer duidelijkheid Wat willen wij bereiken: het proces is optimaal afgestemd op de wens van de klant. Voor elk VTH proces is een LEAN traject doorlopen. Toelichting: Lean gaat vooral over waarnemen en denken in aansluiting met de werkelijkheid. Dit betekent dat er aandacht moet zijn voor een aantal basiszaken: waarde (wat wenst de klant), waarde stroom (hoe ziet het proces eruit), Pull (vraag gestuurd) en streven naar perfectie (permante onderhoud). Doel 5: duurzaamheid Duurzaam en energiezuinig bouwen Wat willen wij bereiken: nieuwe gebouwen zijn duurzaam en energiezuinig gebouwd. Alle vergunning aanvragen 'bouw' zijn conform de toetsmatrix getoetst aan de energiemaatregelen uit het Bouwbesluit. De controles zijn uitgevoerd conform de toezichtmatrix. Toelichting: veel maatregelen die bijdragen aan het energieneutraal maken van woningen en andere bouwwerken moeten al in de bouw- verbouwfase worden doorgevoerd. Wij controleren of de eisen die het Bouwbesluit stelt aan het duurzaam en energiezuinig bouwen worden nageleefd. Energiebesparing door bedrijven Wat willen wij bereiken: bedrijven voldoen aan de erkende maatregelenlijst en meldingsplicht 80% van de bedrijven die zich naar onze inschatting hadden moeten melden maar zich niet hebben gemeld zijn gecontroleerd en/of aangeschreven. Bij 10% van de meldingen is toezicht gehouden. Toelichting: ook in de gebruiksfase kan in bedrijfsgebouwen zoals supermarkten, zorginstellingen en kantoorgebouwen vaak nog veel energie bespaard worden. Het Activiteitenbesluit stelt eisen aan het energieverbruik van bedrijven. Per 1 juli 2019 zijn niet milieuvergunningplichtige bedrijven verplicht om zich te melden. 5VERGUNNINGEN STRATEGIE In dit hoofdstuk omschrijven wij de uitgangspunten voor de behandeling en afhandeling van vooroverlegplannen, aanvragen om vergunningen, ontheffingen en meldingen. Het gaat daarbij niet alleen om omgevingsvergunningen op grond van de Wabo. Daarnaast beschrijven wij op welke wijze wij vergunningaanvragen, ontheffingen en meldingen toetsen en welke prioriteit wij geven aan een aanvraag of ontheffing. 5.1Uitgangspunten Wij stellen ons pro actief op en proberen vanuit een klantgerichte houding de aangevraagde activiteit mogelijk te maken. Hierbij proberen wij de uitgangspunten van de toekomstige Omgevingswet nu al zoveel mogelijk in praktijk brengen. Bij de beoordeling van de vraag wordt ook beoordeeld wat het effect van de activiteit is op de omgeving en hoe dit zich verhoudt tot de belangen van omwonenden. Van de initiatiefnemer verwachten wij dat er voor het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning overleg is gevoerd met belanghebbenden (participatie). Deze werkwijze moet leiden tot een transparante afweging, met name m.b.t. de belangen die de overheid beschermt, de belangen van de aanvrager en die van derde belanghebbenden. Wij proberen de doorlooptijd van een procedure zo kort mogelijk te houden. Als de aanvraag niet volledig is geven wij duidelijk aan welke informatie wij nog nodig hebben. Dit voorkomt dat de aanvrager meerdere keren stukken moet indienen. Indien nodig verbinden wij voorschriften aan een beschikking om de impact (gevaar, hinder, verontreiniging e.d.) die een activiteit mogelijk veroorzaakt te verkleinen. Als wettelijk kan worden volstaan met algemene voorschriften en dus maatwerk niet nodig is, kan een meldingen systeem het vergunningensysteem vervangen. Wij zetten de benodigde capaciteit en beschikbare middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in. Procedureel en inhoudelijk betekent dit: Op alle ontvankelijke aanvragen om vergunning wordt op tijd beschikt; Op alle ontvankelijke aanvragen om vergunning waarvoor de reguliere Wabo procedure op van toepassing is, wordt binnen de wettelijke termijn* beschikt; Op alle ontvankelijke aanvragen voor een vergunning waarvoor de uitgebreide procedure van toepassing is, wordt binnen 26 weken* beschikt; De beschikking is duidelijk en begrijpelijk; De beschikking is van een goede (juridische) kwaliteit; De vergunning is handhaafbaar Om dit na te kunnen gaan monitoren wij de volgende aspecten: Aantal aanvragen die bij eerste binnenkomst niet ontvankelijk zijn; Aantal ontvankelijke aanvragen om vergunning waarop tijdig en niet tijdig is beschikt; Aantal ontvankelijke aanvragen om vergunning waar de reguliere Wabo procedure op van toepassing is, maar waarop niet tijdig is beschikt; Aantal malen dat een beslistermijn op een vergunning is verlengd; Aantal en aard van de handhavingsprocedures;** Aantal gegronde en ongegronde bezwaarschriften tegen verleende vergunningen, gespecificeerd naar soort vergunning en vergunde activiteit. ** Wanneer er in de praktijk veel op eenzelfde voorschrift moet worden gehandhaafd, gaan we na of we het voorschrift anders moeten formuleren *Indien mogelijk wordt er eerder een besluit genomen. 5.2Toetsingskaders vergunningaanvragen Wij hanteren zoveel mogelijk objectieve criteria bij het beoordelen van vooroverlegplannen, aanvragen en meldingen. Dit doen wij door een uniforme manier van toetsen en een kwaliteitsniveau vast te leggen. Ongeacht de behandelende medewerker vindt hierdoor een eenduidige toetsing plaats. Het gebruik van toetsprotocollen, een tijdige onderlinge afstemming en collegiaal toetsen, het 'vier ogen principe', bevordert dit. Wij werken volgens de ‘case management’ methode. Hierbij heeft de aanvrager één aanspreekpunt (de casemanager/Wabo-coördinator) die de regie voert op (het afhandelen van) de aanvraag. De casemanager bewaakt het proces, zorgt dat de juiste adviezen worden gevraagd en geleverd (intern en extern), stemt zo nodig af tussen adviseurs (onderling) en aanvrager, lost problemen op en stelt de beschikking op. We streven er naar om volledig digitaal te werken. De processtappen van de standaardwerkwijzen hebben wij vastgelegd in het (nieuwe) automatiseringssysteem Squit (20/20). Het gaat hier op hoofdlijnen om de volgende processtappen en deelactiviteiten: Inhoudelijke beoordeling en adviezen over meldingen, vergunning aanvragen en vooroverleg; Procedurestappen in vergunning processen; Standaard brieven; Resultaten van uitgevoerde toetsen; Besluiten. Van een aanvraag of verzoek wordt een zaak aangemaakt in het zaaksysteem. Alle documenten die betrekking hebben op de zaak worden hierin opgeslagen. Na besluitvorming worden de stukken gearchiveerd in het systeem. Wet Bibob De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een bedrijf of persoon te laten onderzoeken. Als er ernstig gevaar dreigt dat de vergunning of subsidie wordt misbruikt kunnen wij de vergunning weigeren of de afgegeven vergunning of subsidie intrekken. Wij hebben Bibob beleid vastgesteld. Vooroverleg Inwoners en bedrijven kunnen voor al hun vragen over bouwen, milieu, bestemmingsplannen, etc tijdens de dag-openingstijden bij ons terecht in het gemeentehuis. Zeker daar waar sprake is van bouw, milieu bestemmingsplan activiteiten leert de ervaring dat voor goede en duidelijke informatie, persoonlijk contact met de klant de beste optie is. Wij proberen de meeste vragen direct te beantwoorden. Als wij de vraag niet direct kunnen beantwoorden, nemen wij de vraag in en koppelen deze later terug naar de aanvrager. Als een aanvrager een meer uitgewerkt plan heeft, kan hij ook een schetsplan indienen om een indicatie van de haalbaarheid te krijgen op het gebied van de welstand en het bestemmingsplan. De aanvrager kan zijn initiatief zo nodig aanpassen en verder uitwerken. De aanvrager loopt zodoende tijdens de officiële aanvraag niet meer tegen onverwachte obstakels aan. Ook kunnen wij in het voortraject adviseren over de wijze van vergunningaanvraag (gefaseerd, deelactiviteiten). De ervaring leert dat de meerderheid van de vooroverleggen leidt tot een formele aanvraag. De tijd die (kosteloos) wordt gestoken in de behandeling van een vooroverleg, wordt in het formele stadium dus vaak teruggewonnen. Als een schetsplan wordt goedgekeurd en het uitgewerkte plan is conform dit schetsplan, dan wordt de vergunning verleend. Bij ingrijpende of bestuursgevoelige plannen vindt in elk geval overleg met de portefeuillehouder plaats. Met deze manier van werken lopen wij ook vooruit op de Omgevingswet waarin overleg met de initiatiefnemer 'aan de voorkant van het proces' belangrijk is en de proceduretermijnen korter zijn. Procedures vergunningen en meldingen Als een aanvrager voor één of meerdere van de uit te voeren activiteiten een omgevingsvergunning aanvraagt of een melding doet, dan zijn op de behandeling van de aanvraag de procedureregels van toepassing. Op hoofdlijnen zijn de volgende procedures te onderscheiden: Procedure Omschrijving Meldingen De melding kan door het bevoegd gezag niet geweigerd worden. Daarnaast is de beslissing tot acceptatie van de melding geen besluit als bedoeld in art. 1:3 Awb. Reguliere procedure Procedureel wordt afdeling 3.4, 3.6, 3.7 en titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd. De procedure bedraagt 8 weken en mag eenmalig worden verlengd met 6 weken (paragraaf 3.2 Wabo). Bij gefaseerde aanvragen (art. 2.5 Wabo) zijn verschillende termijncombinaties mogelijk. Uitgebreide procedure Procedureel wordt afdeling 3.4, 3.6, 3.7 en titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd. De procedure bedraagt 26 weken en mag eenmalig worden verlengd met 6 weken (paragraaf 3.3 Wabo). Bij gefaseerde aanvragen (art. 2.5 Wabo) zijn verschillende termijncombinaties mogelijk. Maatwerkvoorschriften of nadere voorwaarden Procedureel wordt afdeling 3.2, 3.6, 3.7 en 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht gevolgd. Mer beoordelingsbesluit en een mer-procedure Artikel 7.2 Wm stelt dat er activiteiten zijn waarvoor een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen De landelijke wet- en regelgeving en de lokale regelgeving, zoals Wabo, het Bor, de Mor, ruimtelijke ordening (bestemmingsplan), Bouwbesluit en -verordening, welstandscriteria en de Algemene plaatselijke verordening - plus daarop gebaseerd beleid - wordt altijd, voor zover van toepassing, geheel getoetst. In hoofdstuk 3 zijn we al ingegaan op het risico gestuurd toetsen. Tijdens de aanvraagprocedure toetsen wij de aanvragen op verschillende aspecten. In bijlage 5 hebben wij voor de meest voorkomende procedures inzichtelijk gemaakt welke stappen worden doorlopen bij de toetsing van de aanvragen, te weten: bouwen; afwijken bestemmingsplan; milieu; monumenten; slopen; aanleggen; brandveilig gebruik; het vellen van houtopstanden (oftewel, het kappen van bomen); aanleg inrit; natuurbescherming. 5.3Actualisatiestrategie vergunningen Door diverse oorzaken verliezen afgegeven vergunningen hun actualiteit. Voorbeelden zijn jurisprudentie en wijzigingen in wet- en regelgeving, wijzigingen in de best beschikbare technieken die een bedrijf kan toepassen op basis van Europese wijzigingen in Nederlandse BBT-informatiedocumenten en standaard voorschriftenpakket (via Landelijke redactie standaardteksten omgevingsvergunning, LRSO). Het periodiek actualiseren van de vergunningen en maatwerkvoorschriften, voor bedrijven die vallen onder het Activiteitenbesluit en het Bouwbesluit (brandveilig gebruik), is daarom een belangrijk aandachtspunt. Voor milieuvergunningen hebben wij, noch de FUMO, een aparte actualisatiestrategie. Bij (het vooroverleg voor) aanvragen om een veranderingsvergunning wordt de wenselijkheid en/of noodzaak van actualiseren wel meegenomen. Ook bij wijzigingen van wettelijke eisen wordt door de FUMO beoordeeld of actualisatie van omgevingsvergunningen nodig is. Calamiteiten (binnen de gemeente of elders) kunnen aanleiding zijn om bestaande vergunningen, inrichtingen of gebouwen te controleren op de onderdelen die kwetsbaar zijn gebleken, denk hierbij aan de breedplaatvloeren in 2018 en het gebruik van roestvaststaal in zwembaden in
- Zo nodig maken wij tijd vrij om een actualisatie toets te kunnen doen. Eventuele adviezen in circulaires of brieven van de Rijksoverheid worden opgevolgd. Omgevingsvergunningen die verleend zijn en waar niks mee gedaan wordt, worden ingetrokken (bijlage 5). Op die manier blijven de omgevingsvergunningen actueel. 6TOEZICHT EN HANDHAVING In dit hoofdstuk geven we een uitwerking van en een aanvulling op de algemene kaders voor het strategisch VTH beleid voor toezicht en handhaving. Het gaat o.a. om een uitwerking van de risicosturing en het integraal werken, de nadruk op preventie boven repressief handhaven, gedogen en de afstemming met het strafrecht. Het doel van toezicht en handhaving is het bewerkstelligen van goed nalevingsgedrag van wet- en regelgeving. Onze gemeente zoekt een goede mix tussen preventief en repressief handhaven. In 2019 is ook de FUMO gestart met een project voor (meer) risicogestuurd handhaven. Daarvoor is voor 2019 een deel van de capaciteit van de FUMO voor toezicht en handhaving gereserveerd. 6.1Nalevingsstrategie Preventie, communicatie, repressie Toezicht en handhaving zijn nooit een doel op zich, maar altijd gericht op het bereiken van de doelen die achter de regels liggen: gewenst gedrag, ongestoord maatschappelijk verkeer en voorkomen van schade, hinder of overlast. Naleving van (de om deze redenen gestelde) regels heeft o.a. met draagvlak, bekendheid en naleefbaarheid te maken. De strategie voor toezicht en handhaving richt zich op: Passende regulering; Voorlichting en communicatie over regels en doelen daarvan; Toezicht houden; Handhaven van de regels. 6.2Preventiestrategie Communicatie richt zich op bekendheid van regels en ondersteunt de naleving. Dit werkt dus ook preventief, evenals zichtbaar toezicht en de dreiging met handhaving. Toezicht richt zich dan zowel op het op de hoogte blijven van de maatschappelijke ontwikkelingen en effecten als op het ‘aanspreken op de regels’. Handhaving is vervolgens gericht op het sanctionerend of herstellend optreden. 6.3Toezichtstrategie Een toezichtstrategie geeft aan welke activiteiten worden ondernomen om vast te stellen of wet- en regelgeving worden nageleefd en hoe deze worden georganiseerd. Om na te gaan of voorschriften ook gedurende langere tijd en in alle situaties worden nageleefd, is het noodzakelijk om projectmatig of operationeel toezicht te blijven uitvoeren. Daarnaast is het nodig om capaciteit te reserveren voor onaangekondigde en steekproefsgewijze controles en surveillance. Elke dag zijn er handhavers bij de weg. Als wij in het veld overtredingen constateren of er komen meldingen van derden, dan gaan wij handhaven. Eventueel wordt er op basis van de LHS ook strafrechtelijk opgetreden. Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma onderscheiden we drie fasen: de bouwfase, gebruiksfase en sloopfase. Toezicht wordt op de volgende manieren ingezet: objectgericht: toezicht op een bepaalde activiteit, zoals een vergunning of algemene regels; gebiedsgericht: aanpakken van gebiedsspecifieke problematiek, bijvoorbeeld in een straat of wijk; branche/themagericht: toezicht op basis van een bepaald thema, bijvoorbeeld constructieve veiligheid, brandveiligheid of veiligheid bij evenementen. Alle toezicht- en controlebezoeken zijn momentopnames. Bedrijven en inwoners blijven verantwoordelijkheid voor een goede naleving van de gestelde voorschriften en van wet- en regelgeving. Toezichtprotocollen Voor een uniforme en effectieve uitvoering van het toezicht wordt (als de aard en de frequentie van het toezicht zich daarvoor leent) gebruik gemaakt van toezichtprotocollen en projectplannen. Met het gebruik van toezichtprotocollen en projectplannen streven wij erna om uitwisselbaarheid, samenwerking en het gelijk behandelen van gelijke gevallen tussen gemeenten en andere betrokken organisaties te bevorderen. De toezichthouders bouwfase maken gebruik van een toezichtprotocol. Dit is een hulpmiddel om te komen tot en het uitvoeren van integraal, kwalitatief en efficiënt toezicht op naleving van de Wabo. In de gebruiksfase controleren wij per branche. De projectleider/ toezichthouder stelt voor aanvang een projectplan op met behulp van een standaard projectformulier. In het plan van aanpak is o.a. opgenomen waar wij de prioriteit op leggen, wat er wordt gecontroleerd, informatievoorziening, planning en uren raming. Hierdoor controleren wij bedrijven binnen een branche op dezelfde manier. Risico sturing en programmatisch werken De uitkomst van de risico- en probleemanalyse benutten we voor de prioritering bij het toezicht en de handhaving. Wij pakken het toezicht en de handhaving zoveel mogelijk thematisch en/of branchegericht op. Dit heeft efficiency voordelen (zie hoofdstuk 3). Hierbij wordt het probleem nader geanalyseerd, wordt een passende aanpak bedacht, uitgewerkt en uitgevoerd. De keuze voor de inzet van instrumenten wordt zo bewuster gemaakt en doelen worden scherper gesteld. Evenementen Wij hebben een rol in het toezicht op evenementen die in onze gemeente worden georganiseerd. Voor de middelgrote en grote evenementen spelen veiligheidsaspecten een steeds grotere rol. Dit is een taakverzwaring voor zowel de organisatoren van het evenement, als de gemeente. Aanvragen om evenementen vergunningen toetsen wij aan het beleid. Bij grote evenementen (zoals het Veenhoop festival) voeren onze toezichthouders de controle op de evenementenvergunning ('de schouw') uit samen met politie, GGD, brandweer en de gemeente. Dit gaat over het hele veiligheidsaspect. Eventueel worden geluidsmetingen uitgevoerd door de FUMO. Opiumwet Artikel 13b van deze wet is het juridisch instrument om op te treden tegen illegale verkooppunten en/of productie van verdovende middelen. In samenwerking met de politie sluiten en verzegelen wij een pand voor een bepaalde periode. Tijdens deze periode controleren wij de verzegeling. Na afloop van de sluitingsperiode wordt het pand weer geopend door onze toezichthouders. Uitbesteden handhavingstaken Wij voeren als regel de handhavingstaken waarvoor wij 'aan de lat staan' zelf uit. In een aantal gevallen zijn of kunnen handhavingstaken aan andere organisaties worden uitbesteed, bijvoorbeeld aan het Wetterskip of It Fryske Gea. Bij uitbesteding of inhuur stellen wij minimaal dezelfde kwaliteitseisen als aan de eigen uitvoering. Integraal werken, samenwerking tussen toezichthouders Toezichthouders binnen en buiten de gemeente signaleren volgens afspraak voor elkaar. Om signalen beter te herkennen, wordt het toezicht incidenteel samen uitgevoerd. 6.4Sanctiestrategie Een belangrijk uitgangspunt van handhaving is dat de gemeente in beginsel over moet gaan tot handhaving bij overtreding van wet- en regelgeving waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. Dit wordt de beginselplicht tot handhaving genoemd. Deze term wil zoveel zeggen, dat niet zonder goede reden van handhaving mag worden afgezien. Soms is er geen ‘rechtvaardigingsgrond’ voor een sanctie. Uit de rechtspraak volgt ook dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoord te worden afgezien. Niet-handhaven omdat de prioriteit elders gelegd wordt en de capaciteit niet beschikbaar is, is vanuit de beginselplicht tot handhaving bezien, uitgesteld handhaven. Onze gemeente geeft sommige onderwerpen een lagere prioriteit, maar dat betekent niet dat van handhaving wordt afgezien. Uitgesteld handhaven onderscheidt zich van gedogen (zie verderop). Sanctiestrategie Als toezicht niet leidt tot naleving van de regels dan kunnen verschillende sanctie-instrumenten worden ingezet: last onder bestuursdwang: ongedaan maken van de overtreding door feitelijk handelen door de overheid al dan niet op kosten van de overtreder; last onder dwangsom: een bedrag dat de overtreder moet betalen als hij de overtreding(en) niet ongedaan maakt; bouwstop in combinatie met last onder dwangsom: het stilleggen van de bouw als zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning wordt gebouwd; in ernstige gevallen: het (tijdelijk) sluiten van een bedrijf of intrekken van de vergunning als sanctie; strafrechtelijke instrumenten (door Boa’s, of in samenwerking met politie en OM). De sanctiestrategie heeft betrekking op de toepassing van bestuurlijke maatregelen en bestaat uit drie stappen: Stap 1: Bij constatering van de overtreding informeren we de betrokkene schriftelijk en krijgt de betrokkene een termijn om de overtreding te herstellen. Er wordt gewaarschuwd voor verdere maatregelen; Stap 2: Als bij hercontrole blijkt dat de overtreding niet (of niet geheel) ongedaan is gemaakt, volgt een brief waarin we het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel aankondigen. Betrokkene krijgt de gelegenheid hierop (binnen een te stellen termijn) een zienswijze in te dienen; Stap 3: Als na beoordeling van de zienswijze niet wordt afgezien van handhaving en de overtreding voortduurt, wordt het besluit genomen tot het opleggen van een bestuursrechtelijke maatregel (meestal een last onder dwangsom). Uitgangspunt is dat verbeurde dwangsommen ook worden ingevorderd. Wanneer sprake is van acuut gevaar of dreigende onherstelbare schade kan sneller optreden noodzakelijk zijn. Stap 1 of de eerste twee stappen kunnen dan worden overgeslagen. Ook bij herhaald overtreden kan sneller tot het treffen van bestuursrechtelijke maatregelen worden overgegaan. Hoogte dwangsom en begunstigingstermijnen De hoogte van de dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van de overtreding ('de geschonden belangen'). Ook willen wij dat de dwangsom de juiste werking heeft. De dwangsom per tijdseenheid of per overtreding moet dus in redelijke verhouding staan tot de ernst van de overtreding. De op te leggen sanctie wordt per situatie bepaald. Dit geldt ook voor het bedrag dat aan de sanctie wordt gekoppeld en voor de begunstigingstermijn. Als uitgangspunt hanteren we de meest recente versie van de 'Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen', opgesteld door Infomil. Deze leidraad is afgestemd op de uitgangspunten van de Landelijke handhavingsstructuur (zie verderop in deze paragraaf). In bijlage 6 hebben we de Leidraad met toelichting opgenomen (versie 2018-10), aangevuld met een aantal categorieën die ontbreken in de Infomil lijst, maar waaraan wij wel behoefte hebben. Het gaat daarbij o.a. om brandveiligheid, slopen, kap, aanleg en bestemmingsplan. 6.5Gedoogstrategie Gedogen is 'het niet optreden tegen een overtreding van rechtsregels door een orgaan dat tot handhavend optreden juridisch bevoegd en feitelijk in staat is'. Gedogen kan stilzwijgend / passief door het achterwege laten van handhavend optreden. Dit is niet gewenst omdat de illegale situatie in dat geval aan geen enkele regel of voorschrift is gebonden. Voor uitdrukkelijk gedogen, door het afgeven van een gedoogbeschikking, kan in uitzonderingen plaats zijn: situaties waar handhaving onrechtvaardig is; situaties waar het algemeen belang duidelijk beter is gediend met gedogen; situaties waar een zwaarder belang het gedogen rechtvaardigt. Uitgangspunt is het handhaven van overtredingen. Daar waar ruimte is voor een afweging, volgt onze gemeente het landelijke gedoogkader, zoals weergegeven in de nota “Grenzen aan gedogen”. (TK 1996-1997, 25 085, nr. 2). Tot gedogen wordt alleen overgegaan in de volgende gevallen: de hiervoor genoemde uitzonderingsgevallen; overmacht situaties; situaties waarin een concreet zicht op legalisatie bestaat. Dit is het geval als de overtreding in strijd is met wet- of regelgeving, maar er besluitvorming wordt voorbereid waardoor de strijdigheid zal worden opgeheven. Denk hierbij aan wetgeving die op korte termijn verandert of een situatie waarin via het verlenen van een vergunning legalisatie mogelijk is. Handhaving is dan niet gepast. Gedogen is bij voorkeur uitdrukkelijk / actief. De motivatie en het gedogen worden dan vastgelegd in een gedoogbeschikking. In deze beschikking worden tijdsduur, omvang en voorwaarden voor het gedogen opgenomen. Ook staat in de beschikking een duidelijke belangenafweging. Een gedoogbeschikking met een dergelijke belangenafweging leidt vrijwel nooit tot precedentwerking. Uit jurisprudentie blijkt dat lang gedogen geen reden is om af te zien van handhaving, dat blijft in veel gevallen mogelijk. Tijdelijke wooneenheid op bouwlocatie In aanvulling op bovenstaande situaties is in juli 2018 de beleidsnotitie 'Gedogen tijdelijke wooneenheid op een bouwlocatie' vastgesteld. In deze notitie gaat het om het tijdelijk gedogen van een wooneenheid in afwijking van het bestemmingsplan. Particulieren willen soms tijdens de (ver)bouw van de woning op het bouwperceel gaan wonen. Met het vooraf tijdelijk gedogen kan zowel voor de burger als ambtelijk snel en adequaat op een verzoek gereageerd worden. 6.6Landelijke Handhavingsstrategie De Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) is onderdeel van de nationale inspanning om de organisatie en uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving te verbeteren. Hierbij is uitgegaan van sterke, onafhankelijke handhavingsinstanties, die passend interveniëren bij iedere bevinding. In dit verband wil dat zeggen, afhankelijk van de situatie weloverwogen kiezen voor alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- én strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden. Ook om in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes te maken. De LHS is een onderdeel van de VTH kwaliteitscriteria en is verplicht vanwege de ketensamenwerking bij de handhaving. Het is een instrument dat de keuzes ondersteunt om van een bevinding naar interventie te komen. De LHS biedt rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Hoewel de LHS is ontwikkeld voor het omgevingsrecht, is deze strategie voldoende algemeen om voor het gehele gebied van toezicht en handhaving te gebruiken. In de LHS wordt gewerkt met een interventiematrix (bijlage 7). Hierbij wordt gekeken naar de overtreding en naar de ernst van de bewuste overtreding. Een bewust gemaakte overtreding met een ernstig gevolg wordt zwaarder aangepakt, bijvoorbeeld met een mix van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke middelen. Hierbij is nauwe samenwerking met de politie en het Openbaar Ministerie vereist. De LHS laat de lokale afwegingsruimte over aanpak en te stellen prioriteiten bij de uitvoering van VTH taken in takt. Het bevordert wel tijdige afstemming en eventuele overdracht van dossiers over en weer. In de afstemming met het OM (het Functioneel Parket in het bijzonder) is afgesproken dat: De Friese gemeenten zich actief conformeren aan de LHS; Een goede toepassing wordt bevorderd door daarop gericht overleg en uitwisseling van ervaring; Bij relevante handhavingsdossiers stemmen wij dit tijdig af met het OM om een goede afweging te bevorderen over mogelijke bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke interventies. Wij conformeren ons bij het toezicht en de handhaving aan de Landelijke Handhavingsstrategie. De matrix is opgenomen als bijlage
- 6.7Klachten en meldingen Klachten en meldingen zijn geen aanvragen in de zin van de Awb. Er bestaat daarom geen verplichting om binnen een bepaalde termijn te reageren op klachten en meldingen. Omdat de gemeente dienstverlening heel belangrijk vindt, streven wij ernaar om klachten binnen twee werkdagen te beoordelen en de klager op de hoogte te stellen van het vervolg. Alle klachten worden geregistreerd in ons zaaksysteem, ongeacht de manier waarop ze bij ons binnenkomen. Via het systeem ontvangt de melder/klager automatisch binnen één werkdag een ontvangstbevestiging met het zaaknummer waaronder de klacht/melding is geregistreerd. Na de beoordeling wordt de klacht uitgezet bij een behandelaar. Als vooraf duidelijk is dat wij niets met de klacht kunnen (omdat de klacht bijvoorbeeld niet bij de gemeente thuishoort) dan zal deze gelijk worden afgedaan door de melder hiervan op de hoogte te stellen. Zo nodig wordt de klacht doorgestuurd naar de instantie waar de klacht wel thuishoort. Na de verdeling van de klachten, stelt de behandelaar de klager/melder binnen twee werkdagen (dus uiterlijk na vier werkdagen) op de hoogte van en informeren over het vervolg van de afhandeling van de klacht. Hierbij heeft de toezichthouder zich verdiept in de klacht en is zo nodig bij de klager en de eventuele overtreder langs geweest. Het verdere proces van de behandeling is afhankelijk van de klacht. De afhandeling van klachten en meldingen van overlast of (mogelijke) overtredingen legt een fors beslag op de beschikbare tijd. Aard, omvang en tijdsbeslag laat zich moeilijk voorspellen en plannen. Gemiddeld komen er tussen de 200 en 300 klachten en meldingen binnen op jaarbasis bij de gemeente die behandeld worden door het team VTH (muv Publiek Domein). In het vorige beleid zijn wij uitgegaan van 50 klachten en meldingen op jaarbasis. Doordat de klachten nu beter worden geregistreerd is er meer inzicht in de hoeveelheid klachten, maar ook waar de klachten betrekking op hebben. Op die manier kan toezicht en handhaving gerichter ingezet worden. De binnengekomen klachten kunnen onderverdeeld worden in 2/3e klachten over gebruik/ milieu en 1/3e klachten over bouw. De afhandeling van een klacht neemt gemiddeld 8 uur in beslag in de bouwfase en voor de gebruiksfase gemiddeld 16 uur. Met de huidige capaciteit is het onmogelijk om alle klachten op te pakken en af te handelen. Het is daarom noodzakelijk om een prioritering te geven aan welke klachten gelijk opgepakt worden en welke klachten later of niet worden afgehandeld. Door een beter inzicht in de soort klachten, kunnen wij aan de hand van deze gegevens een prioritering geven aan de binnenkomende klachten. De risicoanalyse en prioriteringsschema is in bijlage 9 bijgevoegd. 7SAMENWERKING EN AFSTEMMING Bij de uitvoering van de VTH-taken zijn veel externe (overheids)organisaties betrokken. In de Wet VTH is opgenomen dat deze partijen de activiteiten af moeten stemmen. In deze paragraaf geven we aan hoe dit is uitgewerkt en op welke gebieden we o.a. samenwerken. Fryske Utfieringstjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) In de Wet VTH is de verplichting opgenomen dat gemeenten en provincie een deel van de milieu gerelateerde taken onderbrengen bij een regionaal georganiseerde uitvoeringsorganisatie. In onze provincie is daarvoor in 2014 de FUMO opgericht. Dit betreft een gemeenschappelijke regeling. In de FUMO wordt samengewerkt tussen alle Friese gemeenten, de provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân. Onze raad heeft de keuze gemaakt om alleen die taken over te dragen die in de Wet VTH zijn opgenomen. De FUMO kent aanloopproblemen. De productie is lager dan verwacht. Om die reden is in 2017 gestart met een verbeterproces FUMO 2.
- Over de voortgang van dit proces rapporteren wij in onze uitvoeringsprogramma's en jaarverslagen. De deelnemers van de FUMO hebben de wettelijke verplichting om het uitvoeringsbeleid voor de taken die door de FUMO worden uitgevoerd af te stemmen. Ook dit proces is onderdeel van het verbeterproces FUMO 2.
- De afstemming wordt gecoördineerd door de provincie en is ondergebracht in het eerder genoemde Fries VTH-overleg. Veiligheidsregio Fryslân (VRF) Voor alle gemeenten voert de VRF de reguliere risicobeheersingstaken uit. Hiermee worden risicovolle situaties voorkomen en worden maatregelen genomen om de veiligheid te verbeteren. Daarmee is de VRF vooral een ketenpartner. De taken zijn ondergebracht in de productgroepen evenementen, omgevingsveiligheid, repressief advies, structureel terugdringen van ongewenste en onechte meldingen en brandveilig leven. Onze gemeente heeft geen 'dienstverleningsovereenkomst' (DVO) afgesloten met de VRF. Wettelijke taken worden wel door de VRF gedaan. De toetsing van de vergunningaanvragen op brandveiligheid en de toetsing van het brandveilig gebruik, gebeurt door onze eigen brandpreventist. Bij de toetsing wordt wel samengewerkt met de VRF. Daarnaast is er contact met de VRF t.b.v. het borgen van de brandveiligheid bij evenementen. De overige taken worden zoveel mogelijk door onszelf gedaan. Om te voldoen aan de kwaliteitscriteria willen we een samenwerking met VRF. Daarom zijn we bezig om samenwerkingsafspraken te maken. Onze brandpreventist neemt deel aan provinciale werkgroepen met de VRF, bv. op het gebied van brandveiligheid gebouwen en bluswatervoorzieningen. Politie en OM Belangrijke ketenpartners zijn de politie en het OM. In de samenwerking staat het thema Veiligheid voorop (zie ook het ‘regionaal beleidsplan Veiligheid 2015-2018 Noord-Nederland’ en het Integraal Veiligheidsplan van onze gemeente dat in 2019 wordt vastgesteld). De regie op de samenwerking en afstemming wordt gevoerd in het lokaal Driehoeksoverleg tussen burgemeester, politie en Officier van Justitie. De Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) geeft een belangrijk kader voor de afstemming tussen straf- en bestuursrecht in het VTH domein. De LHS regelt een heldere rolverdeling en goede afstemming tussen gemeenten en het OM. Ook op het gebied van ondermijnende criminaliteit werken we nauw samen met deze ketenpartners. Boa structuur Naast de belangrijke rol van Boa’s in de toepassing van de LHS dienen bestuursorganen (gemeenten en provincie) en de FUMO te voldoen aan de kwaliteitscriteria voor de uitvoering van de VTH-taken. In het Bestuurlijk VTH-overleg in 2018 ingestemd met het uitwerken van een provincie dekkende Boa-structuur. De basis voor een dekkende Boa-structuur is een samenwerkingsovereenkomst. Wij hebben momenteel de Boa-Domein II als 'plustaak' ingebracht bij de FUMO. Met dit 0-uren contract voldoen wij niet aantoonbaar aan de kwaliteitscriteria. In de dienstverlening overeenkomsten voor 2020 en verder moeten een x-aantal uren worden gelabeld voor BOA inzet. Wij conformeren ons aan zowel de uitwerking van de Fryslân dekkende Boa-structuur als aan de samenwerkingsovereenkomst. Wij willen dan ook de optie openhouden voor een eigen Boa-domein II, die meedraait in het Fryslân dekkend Boa-structuur. Wetterskip Fryslân We werken veel samen met het Wetterskip op het gebied van waterkwantiteit, het beschermen van primaire en secundaire waterkeringen en de waterkwaliteit. Wij hebben medewerkers van het Wetterskip aangewezen als toezichthouder van onze gemeente. In voorkomende gevallen kunnen zij namens onze gemeente waarnemen/optreden. Deze samenwerking is uitstekend. Een voorbeeld van een project is erfafspoeling bij agrarische bedrijven. De toezichthouders van het Wetterskip werken samen met die van de gemeente en de FUMO. Naast de reguliere contacten met de medewerkers van het Wetterskip is er regelmatig overleg over actuele zaken en kennisuitwisseling. Het Wetterskip verleent vergunningen op basis van de Waterwet en de eigen verordening, de keur. Aandachtspunt is dat het gewenst is om op tijd overleg te hebben over de vergunningen die het Wetterskip verleent. Dan kunnen wij zien of er nog samenloop is met door ons af te geven vergunningen en of dit past binnen onze bestemmingsplannen. Provincie Fryslân De provincie Fryslân houdt toezicht op gemeenten. Het gaat daarbij om de kerntaken in het ruimtelijk-fysieke domein: milieu, bouwen, constructieve veiligheid, ruimtelijke ordening en monumenten. Het provinciale toezicht richt zich op de uitvoering van wettelijke taken door gemeenten. Het toezicht is geen instrument om de VTH kwaliteit te verbeteren, dat is een verantwoordelijkheid van ons zelf. De provincie kan zich bij taakverwaarlozing ‘in de plaats stellen’ of besluiten schorsen of vernietigen. Ministerie van Economische Zaken (EZ) In onze gemeente zijn meerdere gasvelden aanwezig waaruit gas wordt gewonnen. Ook zijn er activiteiten met betrekking tot geothermie. Voor deze activiteiten is het ministerie van EZ bevoegd gezag. Wij zijn kritisch op de vergunningen van het ministerie. Indien nodig maken wij gebruik van de mogelijkheid om te adviseren en/of een zienswijze in te dienen. Onze gemeente verleent geen medewerking aan de exploitatie van nieuwe gasvelden. Wij stemmen regelmatig met het ministerie af. Natuur(beschermings)organisaties Natuur en landschap spelen een belangrijke rol in onze gemeente. Dit krijgt aandacht op diverse beleidsterreinen, bij de ruimtelijke ordening, economie en toerisme en in allerlei wetten en regels die vervuiling tegengaan. Wij hebben zelf weinig of geen capaciteit in het VTH domein gericht op natuur en landschap. Deze beheertaak ligt bij ons vooral bij de, Fryslân breed werkende, natuurbeheer organisaties zoals ’t Fryske Gea en landelijke organisaties als Staatsbosbeheer en natuurmonumenten. Deze organisaties zijn in het voortraject bij het opstellen van dit beleid betrokken. Fries VTH overleg Dit is een wettelijk voorgeschreven overleg. De provincie heeft de verplichting dit te coördineren. In dit overleg zijn alle partijen die een rol hebben in de handhaving in het fysiek domein betrokken. Er is een ambtelijk en een bestuurlijk overleg. Door het overleg wordt de kennis in het netwerk ontwikkeld en kunnen afspraken tussen de partners gemaakt worden over samenwerking en gezamenlijke handhavingsprogramma’s. De samenwerking in het Fries VTH overleg is gebaseerd op gelijkwaardigheid van de partijen en de bevoegdheden en taken van de deelnemers. Keten samenwerking De gemeente heeft verschillende ketenpartners. Ketenpartners sluiten voor wat betreft taken en verantwoordelijkheden op elkaar aan en zijn daarop aanspreekbaar. Ketensamenwerking betreft onder andere grondstromen en asbestsanering. Deze taken worden uitgevoerd door de FUMO (overeenkomstig het Besluit VTH). Onze gemeente staat open voor verdere samenwerking in netwerk verbanden. 8Ontwikkelingen in het omgevingsrecht In het VTH domein wordt gewerkt vanuit ‘instrumenten’ (de vergunning, het toezicht, de handhaving) maar ook vanuit inhoud: milieu, brand, bouw, openbare orde, etc. In dit hoofdstuk komt juist die laatste benadering aan bod. Strategische kaders zijn moeilijk ‘smart’ te maken, activiteiten makkelijker. Soms zijn ontwikkelingen gewenst van uit een breed perspectief (bijvoorbeeld dienstverlening), soms juist gericht op een specifiek onderwerp. Waar integraliteit in het algemeen de leidraad is (dit staat in dit verband ook voor compleet), moeten we soms juist op heel specifieke onderdelen actie ondernemen. Dat geeft ook ruimte om specifieke, meer probleemgerichte onderwerpen aandacht te geven. En het heeft ook het voordeel dat acties makkelijker te verbinden zijn met prestatie doelen, met resultaat. We beschrijven de uitvoeringskaders en de aandachts- en ontwikkelpunten. Uiteraard besteden we daarbij ook aandacht aan de relatie met nieuwe wetgeving. De volgende ontwikkelingen die in de wetgeving spelen, waarmee wij in ons vakgebied te maken hebben, zijn: 8.1Omgevingswet Het Rijk is druk bezig met de bundeling van een groot aantal wetten en regels op het gebied van de fysieke leefomgeving in één nieuwe Omgevingswet en vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's). De Omgevingswet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, water, gezondheid en cultureel erfgoed. Doelstelling is om alle wet- en regelgeving voor het fysieke leefmilieu, ook uit de APV, in de Omgevingswet te combineren. Met de Omgevingswet wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. Een ander doel is verbeteren en versnellen van besluitvorming bij initiatieven door middel van participatie. Dit zorgt voor een groter maatschappelijk draagvlak. Daarnaast geeft de Omgevingswet meer ruimte voor lokale en regionale verschillen (grotere bestuurlijke afwegingsruimte). Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) wordt parallel ontwikkeld en beoogt (o.a.) de onderzoekslasten voor initiatiefnemers te verminderen. Het DSO moet regels en (omgevings)plannen beter ontsluiten en een betere ondersteuning geven bij vergunningaanvragen in het digitaal loket. De Omgevingswet is op 22 maart 2016 aangenomen door de Eerste Kamer. Nu de Omgevingswet is aangenomen en gepubliceerd werkt het Rijk hard aan de uitvoeringsregelgeving, aanvullingswetten en de invoeringsregelgeving. De bedoeling is dat de wet op 1 januari 2021 in werking treedt. De wet vraagt om een heel andere werk- en denkwijze van overheden, inwoners en bedrijven. Open, samenhangend, flexibel, uitnodigend en innovatief zijn daarbij de kernwoorden. Het doel van de wet is minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk en het geven en vragen van vertrouwen. Daarbij staat het doel van een initiatief in de fysieke leefomgeving centraal in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’ Dit betekent een omslag in de denk- en werkwijze binnen de gemeentelijke organisatie. De houding is: "ja, mits" in plaats van "nee, tenzij". Omdat de Omgevingswet nog verder moet worden uitgewerkt is dit beleidsplan nog gebaseerd op bestaande wet- en regelgeving. Waar dat mogelijk is anticiperen wij op de uitgangspunten van de nieuwe wetgeving. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet bekijken we of het nodig is om ons VTH beleid eerder dan in 2022 aan te passen. Omzetten van ons inrichtingenbestand naar activiteiten De grote lijnen van de wet zijn bekend. Duidelijk is in elk geval dat het begrip inrichting (voor een bedrijf) verdwijnt en wordt vervangen door het begrip (milieubelastende) activiteit. Ook gelden de regels dan voor iedereen die zo'n activiteit uitvoert, ook als die activiteit niet gelijk te stellen is aan 'bedrijfsmatig'. Het omzetten van ons inrichtingenbestand naar activiteiten zal de komende jaren een forse inspanning vragen. Ook is de verwachting dat de rol van toezicht en handhaving alleen maar groter wordt. Wij zijn in 2016 gestart met het project 'Invoering Omgevingswet in Smallingerland'. De Omgevingswet brengt grote veranderingen met zich mee voor Raad, college, ambtelijke organisatie en niet in de laatste plaats ook voor inwoners en ondernemers. Op diverse momenten in de komende jaren worden van raad en college besluiten gevraagd in het invoeringstraject. Vanuit het VTH perspectief zal de komende jaren met name veel aandacht besteed worden aan de volgende zaken: Deregulering, vermindering lasten en regeldruk In wet- en regelgeving is bepaald voor welke activiteiten inwoners en bedrijven een vergunning moeten aanvragen om activiteiten te mogen uitvoeren of ondernemen. Deze regelgeving ontwikkelt zich in die zin, dat de verantwoordelijkheid voor het naleven van wettelijke eisen bij het uitvoeren van activiteiten nadrukkelijker bij de uitvoerder (vaak de aanvrager van de vergunning/initiatiefnemer) komt te liggen. Dit gebeurt door het vervangen van een vergunningplicht door een meldingsplicht of het geheel afschaffen van een vergunningplicht. Dat houdt vaak een verschuiving in van het ‘toestemmen vooraf’ naar het ‘controleren achteraf’ en daarmee een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. In het project Invoering Omgevingswet bekijken we welke consequenties dit heeft voor de vergunningverlening. Voor een deel regelt de rijksoverheid dit niet meer, maar komen de kaders voor vergunning- en meldingsplicht in het Omgevingsplan, aangepast aan de lokale wensen in onze gemeente. (Bijna) alle wetten en regels in het fysieke domein worden onder het stelsel van de Omgevingswet gebracht. Tegelijkertijd worden veel Rijksregels afgeschaft, en ligt de keuze voor hoe, en in welke mate, ons gemeentebestuur lokaal wil herreguleren. De Omgevingswet brengt met zich mee dat we de lokale regels kritisch bekijken. We willen aan de ene kant de ruimte voor deregulering benutten, maar ook voldoende waarborgen voor een goede kwaliteit van de leefomgeving vastleggen. Delen van de huidige APV gaan onderdeel uitmaken van het omgevingsplan. Dit maakt het nodig om te bekijken welke onderdelen we nog in de APV moeten regelen. Wij willen in ieder geval alle lokale regels over de fysieke leefomgeving (ook die in de APV) in één regeling onder brengen. Participatie en samenwerken Participatie speelt een steeds belangrijker rol bij ruimtelijke processen. De Omgevingswet zet daarin verdere stappen. Initiatiefnemers moeten de participatie bij hun voornemens gaan organiseren, de Raad kaders stellen bij dit proces, de gemeente toezien op het verloop. Het zal een leerproces worden om in de diverse situaties belangen en eisen van wet en regels in goede besluiten te krijgen. ICT Een praktisch en essentieel onderdeel van de invoering van de omgevingswet is het digitaal stelsel omgevingswet 'DSO', hét ICT fundament. Digitale informatie (zoals nu al de bestemmingsplannen), digitaal communiceren tussen gemeenten en initiatiefnemers (het doorontwikkelde omgevingsloket) en digitaal communiceren tussen overheidspartijen, betekenen veranderingen in de automatisering en in werkwijzen. Ook de participatie zal meer van ICT instrumenten gebruik gaan maken. Uitbreiding van het afwegingskader Met de invoering van de Omgevingswet worden er meer aspecten betrokken bij besluitvorming in het fysieke domein, aspecten die nu niet of beperkt mee worden genomen. Het gaat (bv.) om gezondheid en economie. Niet alleen gaan publiek en privaatrecht elkaar zo ‘ontmoeten’, ook zullen VTH’ers met meer domeinen van het maatschappelijk leven rekening moeten houden. 8.2Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Bouwregelgeving heeft zich de afgelopen jaren sterk ontwikkeld. Er is fors gedereguleerd, tegelijkertijd zijn er hoge eisen aan constructie, brandwering en energieprestatie. Vergunningvrij bouwen is uitgebreid, de wettelijke eisen aan veel vergunningvrije bouwwerken zijn daarbij niet lager dan van vergunningplichtige bouwwerken. Het voornemen van het kabinet om de bouwtoets te privatiseren is in 2017 aangehouden. Eind juni 2018 heeft de minister de Eerste Kamer verzocht om het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) verder te behandelen. Dit gebeurt in
- De bedoeling is dat het tegelijk met de Omgevingswet in werking treedt. Als het voornemen alsnog wet wordt, heeft dit een aanzienlijke invloed op werkwijzen en inzet van medewerkers (minder toetsen vooraf, verschuiving naar toezicht, verschuiving naar private toetsers) en mogelijk ook op de kosten van uitvoering van deze taak. 8.3Cultuurhistorische waarden en archeologie Bescherming van het archeologisch erfgoed valt (evenals die van monumenten) onder de Erfgoedwet. Deze wet gaat in 2021 ook op in de Omgevingswet. Bescherming van archeologische waarden is onderdeel van de ruimtelijke planvorming (structuurvisie, bestemmingsplannen). Ook wordt bij ruimtelijke projecten (bouw, aanleg) getoetst of archeologische waarden in het geding zijn. De veroorzaker (de initiatiefnemer) draagt de kosten van onderzoek en maatregelen ter bescherming van de archeologische waarden. Een belangrijke bron voor het archeologisch erfgoed is de Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE). In 2018 is een Landschapsbiografie voor onze gemeente opgesteld 'Het verhaal van Smallingerland', waarin integraal aandacht is voor de cultuurhistorische waarden, monumentenzorg en archeologie. Behoud van de cultuurhistorische waarden in onze gemeente en van individuele monumenten vraagt om maatwerk bij de vergunningverlening, waarbij tussen dit behoud en actuele wensen (bewoonbaarheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid, etc.) keuzes moeten worden gemaakt. Bijlage1Begrippen en afkortingen APV Algemene plaatselijke verordening Awb Algemene wet bestuursrecht Basistaken Taken voortkomend uit de milieutaken waarvan de gemeente het bevoegd gezag is, maar waarvan de uitvoering ogv de Wabo verplicht is ondergebracht bij een Regionale Uitvoeringsdienst, in Fryslân de FUMO. Beginselplicht tot handhaven Uitgangspunt is dat het bevoegd gezag verplicht is op te treden bij een geconstateerde overtreding. De term ‘beginselplicht’ impliceert dat er omstandigheden kunnen zijn om van handhaven en/of het opleggen van een sanctie af te zien. Dit is in het recht geregeld via artikel 5:5 Awb (het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond) en artikelen 39 en verder van het Wetboek van Strafrecht (strafuitsluitingsgronden). Uit de rechtspraak volgt voorts dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Bestuurlijke boete Onder bestuurlijke boete wordt op grond van artikel 5:40 van de Awb verstaan: de bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom. Het bevoegd bestuursorgaan kan een bestuurlijke boete opleggen voor een overtreding als in wetgeving, verordening is vastgelegd welke bestuurlijke boete kan worden opgelegd voor die betreffende overtreding. Boa Buitengewoon Opsporingsambtenaar BSBm Bestuurlijke Straf Beschikking milieu BW Bijzondere Wetten, bestaande uit de Drank- en Horecawet, Wet op de kansspelen en de Winkeltijdenwet DVO Dienstverleningsovereenkomst. Een contract tussen uitbesteder en inbesteder waarin de prestaties (de te leveren diensten), de vergoeding en overige afspraken omtrent de samenwerking tussen partijen worden vastgelegd. Externe veiligheid Externe veiligheid is een begrip uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en beschrijft de kans dat personen in de omgeving van een activiteit waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, slachtoffer worden van een ongeval met die stoffen. Fryske norm Kengetallen (van bedrijven) op basis waarvan in Fryslân de programmering en capaciteitsberekening plaatsvindt (plaatsvond) voor vergunningverlening en handhaving bij milieu-inrichtingen. FUMO Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing. De FUMO is een omgevingsdienst. GHOR Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. Een geneeskundige hulporganisatie in de regio. De GHOR is onderdeel van de VRF Gedoog strategie Een bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd in welke situaties en onder welke condities inzet van sancties tegenover overtreders tijdelijk achterwege kan blijven. Handhaving Activiteiten waarmee (vaak in aansluiting op toezicht) beoogd wordt feiten of gedragingen in strijd met wet of wettelijk voorschrift te beëindigen of ongedaan te maken. Handhavings programma Op onderkende risico’s en vastgestelde prioriteiten gericht handhavingsactiviteitenprogramma, inclusief financiering en capaciteit. KCC Klant Contact Centrum Nalevings- strategie Beleid waarmee beschreven wordt hoe goede naleving van wetten en regels bevorderd wordt. Het bestaat uit een toezichtstrategie, sanctiestrategie en gedoogstrategie. OM Openbaar Ministerie Omgevings- diensten Diensten van provincies en gemeenten voor de uitvoering van de VTH-taken. De Omgevingsdiensten werden ook wel aangeduid als Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s). Rechtsgelijkheid Rechtsbeginsel dat bepaalt dat gelijke gevallen gelijk dienen te worden behandeld en ongelijke verschillend naar de mate van het verschil. RWS Rijkswaterstaat Sanctie Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overtreden Sanctiestrategie Beleid waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd Thuistaken In engere zin: de taken uit de Wet milieubeheer waarvoor de bestuursorganen van de gemeente bevoegd gezag zijn en waarvoor het niet verplicht is om de uitvoering onder te brengen bij een Omgevingsdienst. In bredere zin: de taken waarvoor de bestuursorganen van de gemeente het bevoegd gezag zijn en die in eigen huis worden verricht. Toezicht Activiteiten waarmee gecontroleerd wordt of op juiste wijze uitvoering gegeven wordt aan vergunningen of wettelijke bepalingen Toezicht strategie Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. Uitvoering Het uitvoeren van de taken en bevoegdheden in het algemeen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving zowel operationeel als beleidsmatig. Vergunning verlening Het geheel aan activiteiten ter afdoening van aanvragen om een vergunning of beoordelen en reageren op een melding. VRF Veiligheidsregio Fryslân. In de VRF werken de Brandweer Friesland en de GGD Friesland samen. Ook de provinciale crisisbeheersingsorganisatie is onderdeel van de VRF. VTH-taken De vergunningverlening- en toezicht en handhavingstaken waarvoor de gemeente Smallingerland het bevoegd gezag is. Het gaat om de taken ex art. 5.1 van de Wabo, de APV, de bijzondere wetten en de parkeercontrole. VTH kwaliteitscriteria Kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de uitvoering of de invulling van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH taken). Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wabo-taken Alle taken die de gemeente (eventueel in samenwerking met de partners) op grond van de Wabo moet uitvoeren. Bor Besluit omgevingsrecht Mor (Ministeriële) Regeling omgevingsrecht Zorgvuldigheids beginsel In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel, dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen: correcte handeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming. Bijlage2Integrale Risicoanalyse en toelichting prioriteit hoog (H): De grootste risico’s lopen wij als wij de activiteiten met de hoogste scores niet meer zouden uitvoeren. Daarom moeten we die activiteiten altijd uitvoeren. Deze activiteiten krijgt daarom een hoge prioriteit; prioriteit middel (M): Als we deze activiteiten niet meer zouden uitvoeren is er een kleinere kans op negatieve gevolgen. Of de negatieve gevolgen die kunnen ontstaan zijn kleiner; prioriteit laag (L): Als we de activiteiten met een lage score niet meer zouden uitvoeren, of met minimale inzet, lopen wij weinig risico. De kans dat dit forse negatieve gevolgen heeft is heel klein. Deze activiteiten geven we daarom een lage prioriteit. Toelichting bij Integrale Risicoanalyse (risicomatrix) op veiligheidscategorieën en wegingsfactoren Fase Fase toelichting 1 Bouw 2 gebruiksfase 3 sloopfase Om overlap tussen de criteria te voorkomen wordt de volgende scheiding aangebracht: Gezondheid: schade aan de gezondheid van de mens; Fysieke veiligheid: fysiek letsel (gewonden/doden) dat direct ontstaat; Leefbaarheid: gevoel van onveiligheid/beleving van bewoners; Duurzaamheid: schade aan het milieu, los van schade aan de mens. Gezondheid en veiligheid hebben dus betrekking op de inwoners van de gemeente/het gebied. Het gaat hier om meetbare/fysieke effecten. Leefbaarheid heeft betrekking op de beleving/sociale veiligheid. Duurzaamheid betreft de milieuschade. Fysieke Veiligheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot letsel? De te verwachten schade in de vorm van lichamelijk letsel als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Het gaat hier om direct lichamelijk letsel. Voorbeelden zijn: lichamelijk letsel (gewond raken), ademhalingsmoeilijkheden, vergiftiging, asbestbeschadiging, straling, rug/wervelbeschadigingen e.d. De schaalverdeling/definitie van de scores ziet er als volgt uit: score toelichting 1 De verstoring/calamiteit leidt niet tot enig persoonlijk letsel; 2 Pijn of gering letsel bij één of meerdere personen. Denk hierbij aan één of meerdere lichtgewonden; 3 Zwaar letsel bij één of meerdere personen. Denk hierbij aan één of meerdere zwaargewonden; 4 Één of meerdere dodelijke slachtoffers. Zodra de inschatting is dat de verstoring/calamiteit dodelijke slachtoffers tot gevolg kan hebben moet minimaal een 4 worden aangehouden; 5 Zwaar letsel bij meerdere personen en meerdere dodelijke slachtoffers over een groot gebied. Denk hierbij aan meerdere doden verspreid over een wijk of stad. Gezondheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot een afname van de gezondheid van de mens. De te verwachten schade aan de gezondheid als gevolg van bijvoorbeeld een afname van de luchtkwaliteit, waterkwaliteit, etc. Voorbeelden zijn toename fijnstof of andere luchtvervuiling, afname waterkwaliteit, etc. die de gezondheid van mensen nadelig beïnvloedt. De schaalverdeling/definitie van de scores ziet er als volgt uit: score toelichting 1 De verstoring/calamiteit leidt niet tot mogelijke gezondheidsproblemen; 2 Gezondheidsproblemen bij één of enkele personen (niet blijvend). Denk hierbij lokale vervuiling/overlast waardoor stank ontstaat of die stress oplevert; 3 Algehele (niet blijvende) gezondheidsproblemen. Denk hierbij aan ernstige lucht, water of andere vervuiling waardoor long of oogirritaties ontstaan; 4 Blijvende gezondheidsproblemen voor meerdere personen, bijvoorbeeld permanente aantasting van luchtwegen, blindheid, langdurige psychische problemen; 5 Zware gezondheidsproblemen met de dood als gevolg, bijvoorbeeld langdurige blootstelling aan radioactieve straling of asbest. Duurzaamheid In hoeverre tast een mogelijke calamiteit het milieu aan. De te verwachten optredende afbreuk en schade aan de kwaliteit van het leefmilieu (milieuvervuiling) als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Voorbeelden zijn: vervuiling van bodem, lucht of water, stank, etc. (zintuiglijke overlast). De schaalverdeling/definitie van de scores ziet er als volgt uit: score toelichting 1 De verstoring/calamiteit leidt niet tot achteruitgang van het milieu/de leefomgeving; 2 De te verwachten afbreuk is gering. Hierbij valt te denken aan beperkte milieuschade als gevolg van (geringe) illegale stort, lozing of emissie van stoffen die slechts tijdelijk schade veroorzaken. Veelal betreft het kleine milieuovertredingen door particulieren of kleine bedrijven; 3 Er is sprake van een duidelijke aantasting van het milieu, maar deze is omkeerbaar en heeft geen effecten op de lange termijn; 4 De te verwachten milieuaantasting is evident en heeft permanente gevolgen. Hierbij valt te denken aan illegale lozing, stort of emissie van sterk vervuilende/giftige stoffen in een kwetsbare omgeving. Leefbaarheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot afbreuk van het sociale leefmilieu (verloedering, gevoel van onveiligheid, etc.). De te verwachten afbreuk en schade aan de beleving van de leefomgeving door de burger als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak door de overheid. Voorbeelden: toename gevoel van onveiligheid, geen gehoor vinden bij klachten, etc. De schaalverdeling/definitie van de scores ziet er als volgt uit: score toelichting 1 Er is geen sprake van een negatief effect op het maatschappelijk welbevinden of het effect is verwaarloosbaar klein; 2 De te verwachten afbreuk is minimaal/verwaarloosbaar. Hierbij valt te denken aan beperkte overlast in de vorm van stank, geluid of trillingen (zintuiglijke waarneming). De (beleving van) de veiligheid in de directe woonomgeving is niet in het geding; 3 De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zullen zijn. Hierbij valt te denken aan een geringe afname van (het gevoel van) veiligheid of een tijdelijke ernstige overlast of een permanente overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven erg sterk beïnvloeden; 4 De te verwachten afbreuk heeft ernstige gevolgen die echter niet permanent zijn. Hierbij valt te denken aan een afname van (het gevoel van) veiligheid of een tijdelijke ernstige overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven erg sterk beïnvloeden; 5 De te verwachten afbreuk is evident en heeft permanente grote gevolgen. Hierbij valt te denken aan een sterke afname van (het gevoel van) veiligheid in de directe omgeving en/of ernstige overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven erg sterk beïnvloeden, blijvende gezondheidsklachten veroorzaken, etc. Financieel Wat is de financieel-economische schade voor de gemeente als gevolg van de calamiteit. Het gaat hier om schade die door de gemeente moet worden vergoed dan wel die ten laste komt van de gemeentelijke economie. Voorbeelden zijn: eventuele niet verzekerde kosten die door de gemeente worden gedragen (tijdelijke opvang, vergoedingen), verlies aan werkgelegenheid, economische achteruitgang, etc. De schaalverdeling/definitie van de scores ziet er als volgt uit: score toelichting 1 Er is geen sprake van enige financieel - economische schade; 2 De directe financieel - economische schade is gering en blijft beperkt tot geringe directe kosten (maximaal € 10.000,-); 3 De financieel - economische schade is aanzienlijk. Denk hierbij aan directe kosten tot maximaal € 100.000 en/of een geringe terugloop van economische bedrijvigheid; 4 De financieel - economische schade is hoog. Denk hierbij aan directe kosten tot 1 miljoen en/of terugloop van economische bedrijvigheid; 5 De financieel - economische schade is zeer hoog. Denk hierbij aan directe kosten van meer dan 1 miljoen en/of sterke terugloop van economische bedrijvigheid. Bestuurlijk en imago Wat is de imagoschade van een eventuele calamiteit of het in stand houden van een illegale situatie. De te verwachten afbreuk en/of schade aan het imago, beeld, geloofwaardigheid en vertrouwen van de burger in het bestuurlijk apparaat en haar besluitvorming als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Voorbeelden: (al dan niet georganiseerde) protesten, mediacampagnes, open brieven e.d., met als gevolg gezichtsverlies, gevoel van zaakjes niet op orde, etc. De schaalverdeling/definitie van de scores ziet er als volgt uit: score toelichting 1 Er is geen sprake van afbreuk aan het bestuurlijk imago; 2 De te verwachten afbreuk is minimaal. Denk hierbij aan enkele brieven aan het bestuur, ingezonden brieven in de krant en/of een enkele klacht. Het algemene vertrouwen in het bestuur wordt niet geschaad. Het idee dat het bestuur haar zaken niet op orde heeft, is niet aan de orde; 3 De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zijn. Denk hierbij aan een tijdelijke stroom klachten, georganiseerde buurtprotesten, enkele juridische procedures en een brede negatieve aandacht in de media. Algemeen ontstaat het beeld dat het bestuur niet alles op orde heeft; 4 De te verwachten afbreuk is evident en heeft grote permanente gevolgen. Denk hierbij aan voortdurende klachten over het onderwerp, brede maatschappelijke protesten en onrust, georganiseerde mediacampagnes, zware juridische procedures (nalatigheid, etc.) en algeheel gezichtsverlies van het bestuur. De positie van bestuurders is in het geding (moties van wantrouwen) en het bestuur wordt door de burgers als incompetent beschouwd; 5 De afbreuk van het bestuurlijk imago is dermate groot dat de positie van het bestuur als geheel per direct onhoudbaar is. Score Kansen op overtreding de kans is erg laag de kans is laag de kans is gemiddeld de kans is hoog de kans is zeer hoog Bijlage3Formatie plan en gegevens begroting Formatie VTH (Gegevens 2019) FTE's Teamleider 1 Wabo-coordinator /bouwplantoetser 5,91 Toezicht bouwfase 3 Toezicht gebruiksfase 4 'Vergunningverlening' milieu 1,5 Juridisch medewerker 2 VTH-beleidsmedewerker / uitvoeringsregisseur FUMO 1 Specialist brandveiligheid 1 Specialist bodem en duurzaamheid 1 Ondersteuning 2,31 Handhaving Publiek Domein (Boa's domein 1) 9,7 Totaal 32,42 fte Jaarlijks wordt circa 5% van de formatie flexibel ingezet, afhankelijk van de opgaaf. Daarnaast is er jaarlijks op basis van projecten extra formatie inzetbaar. Begroting (gegevens 2019) Kostenplaats Budget (€) Loonkosten 1.595.130 Div. diensten 185.980 Bijdrage FUMO (structureel) 280.190 Wagenpark 12.240 Bijlage4Toets- en toezichtmatrix Toetsing en toezicht op bouwen Volgens artikel 2.1 lid 1 a van de Wabo is het verboden zonder vergunning een project uit te voeren voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk. Naast deze vergunningplicht moet een bouwwerk gebouwd worden volgens de voorschriften uit het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit is een verzameling bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken in Nederland minimaal moeten voldoen. Daarnaast zijn in het Besluit omgevingsrecht en de bouwverordening voorschriften opgenomen die betrekking hebben op plichten tijdens de bouw, zoals het afscheiden van bouwterreinen, melden van werkzaamheden, en relevante gegevens die op een bouwplaats aanwezig moeten zijn. Hieronder is de diepgang van de toetsing bij vergunningverlening en uitvoering van het toezicht op de activiteit bouwen beschreven. De toetsing- en toezichtmatrix heeft dus uitsluitend betrekking op de voorschriften van het Bouwbesluit. Bouwbesluit Het is niet mogelijk om álle regels van het Bouwbesluit voor 100% te toetsen en te controleren. Hiervoor ontbreken de financiële middelen en capaciteit. Bovendien vraagt niet elk bouwwerk om dezelfde soort toetsing en controle. Niet alle voorschriften zijn van toepassing op ieder bouwwerk. Wij kunnen ons, gemotiveerd, beperken tot het toetsen en controleren van die aspecten, die wij het risicovolst achten en dus prioriteit willen geven. Dit kan, omdat de verantwoordelijkheid voor de naleving van de regelgeving sinds 2007 in de Woningwet expliciet bij de marktpartijen is neergelegd (zorgplicht Woningwet). Burgers en bedrijven worden geacht op de hoogte te zijn van de wet- en regelgeving en hebben de primaire verantwoordelijkheid zich hieraan te houden. De aanvrager van een vergunning is verantwoordelijk voor het indienen van een correcte aanvraag en uitvoering. Het bevoegd gezag moet beoordelen of de bij de aanvraag om een omgevingsvergunning overgelegde gegevens aannemelijk maken, dat de bouwactiviteit voldoet aan de voorschriften van het Bouwbesluit (conform artikel 2.10 lid 1 Wabo, voorheen artikel 44 Woningwet en artikel 2 Woningwet). Door dit aannemelijkheidscriterium te hanteren, kan de diepgang van de toetsing en controle van een bouwplan variëren en wordt de verantwoordelijkheid voor het bouwplan expliciet bij de aanvrager neergelegd. Deze eigen verantwoordelijkheid van de marktpartijen legitimeert ons om ons te beperken tot het toetsen en controleren van die onderdelen van het Bouwbesluit, die wij belangrijkste achten. Toelichting toets- en toezichtmatrix Bouwwerkclusters Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan betrekking hebben op veel verschillende soorten bouwwerken. Om de toetsing en het toezicht op alle bouwwerken programmatisch uit te kunnen voeren zijn deze op basis van hun overeenkomstige (fysieke) kenmerken geclusterd in een aantal bouwwerkclusters. Omdat het risico en het naleefgedrag of tekort bij de uitvoering van bouwwerken verschilt, is de clustering ook gebaseerd op de aspecten: aard en omvang van het gebruik van het betreffende bouwwerk/gebouw, het soort gebruiker, aanvrager en/of eigenaar. In de matrix zijn de volgende bouwwerkclusters en hun kenmerken weergegeven: Bouwwerkcluster Kenmerken Uitbouw, aanbouw, bijgebouw, dakkapel, gevelwijziging Kleine bouwwerken al dan niet bij of aan een bestaand gebouw. Vaak initiatieven van particulieren of bedrijven waarbij de eigenaar/gebruiker vaak leek is op het gebied van regelgeving . Deze doelgroep heeft slechts een enkele keer te maken het aanvragen van een vergunning. De uitvoering gebeurt in de regel door zelfbouw of aannemers waarvan de kwaliteit zeer wisselend is. Woningen Enkelvoudige nieuwbouw of projectmatige nieuwbouw. Bij enkelvoudige nieuwbouw is de eigenaar/opdrachtgever vaak in beperkte mate op de hoogte van de relevante (bouw)regelgeving. Deze doelgroep heeft zelden te maken met het aanvragen van een vergunning en wordt al dan niet begeleid en ondersteund door een architecten/of aannemer. Bij projectmatige, meestal grootschaligere, nieuwbouw zijn vaak verschillende soorten aannemers betrokken. De kwaliteit hiervan is wisselend. Vaak worden verschillende onderdelen van de bouw uitgevoerd dooronderaannemers Woonfunctie woon gebouwen Gebouwen met meerdere bouwlagen en mogelijk met meerdere gebruiksfuncties. Bouw vindt meestal plaats door grotere aannemers die veelal gebruik maken van onderaannemers. Vaak is de hoofduitvoerder verantwoordelijk voor de uitvoering. Daarnaast zal de opdrachtgever vaak een vorm van toezicht houden. Logiesgebouwen, gezondheidszorg (kinderopvang, bed gebied) Meestal is er een beheersorganisatie verantwoordelijk voor de kwaliteit en gebruik. De eigenaar/opdrachtgever/gebruiker kent over het algemeen de relevante regels en begrijpt de noodzaak hiervan. Bij grote verbouwingen wordt meestal professionele begeleiding ingeschakeld. Gebruikers wisselen en hebben meer moeite hebben om het gebouw te verlaten. In het gebouw wordt geslapen of de mensen zijn minder zelfredzaam. Nieuwbouw vindt veelal plaats door grotere aannemers waarbij er op de bouw projectleiding aanwezig is. Onderwijs, gezondheidszorg Meestal is er een beheersorganisatie verantwoordelijk voor de kwaliteit en gebruik. De eigenaar/opdrachtgever/ gebruiker kent over het algemeen de relevante regels en begrijpt de noodzaak hiervan. Bij grote verbouwingen wordt meestal professionele begeleiding ingeschakeld. Gebruikers van deze gebouwen ageren sneller richting de eigenaar als er zaken niet op orde zijn. Nieuwbouw vindt veelal plaats door grotere aannemers waarbij er op de bouw projectleiding aanwezig is. Industriefunctie licht, agrarisch Gebouwen waar het verblijven van mensen van ondergeschikt belang is. De eigenaar/opdrachtgever is vaak in mindere mate op de hoogte van de regelgeving. Ook kunnen zij bepaalde regels als belemmerend ervaren. Deze doelgroep heeft doorgaans niet op regelmatige basis te maken met het aanvragen van een vergunning. Voor de bouw zijn vaak verschillende soorten aannemers betrokken. Hiervan is de kwaliteit sterk wisselend. Industrie De gebruikers zijn bekend met het gebouw en mobiel. De eigenaar/opdrachtgever is vaak in mindere mate op de hoogte van de regelgeving. Ook kunnen zij bepaalde regels als belemmerend ervaren. Deze doelgroep heeft doorgaans niet op regelmatige basis te maken met het aanvragen van een vergunning. Nieuwbouw vindt veelal plaats door grotere aannemers of verschillende soorten aannemers. Hiervan is de kwaliteit sterk wisselend. Sport, winkel Gebouwen van verschillende groottes en mogelijk met meerdere gebruiksfuncties. De gebruikers zijn vaak bezoekers, mobiel en tijdelijk in het pand aanwezig De eigenaar/opdrachtgever is vaak in mindere mate op de hoogte van de regelgeving. Ook kunnen zij bepaalde regels als belemmerend ervaren. Deze doelgroep heeft doorgaans niet op regelmatige basis te maken met het aanvragen van een vergunning. Nieuwbouw vindt veelal plaats door grotere aannemers of verschillende soorten aannemers. Hiervan is de kwaliteit sterk wisselend. Overige gebruiksfunctie Kleine bouwwerken zoals carports, erfafscheidingen, reclame-uitingen. Vaak initiatieven van particulieren of bedrijven waarbij de eigenaar/opdrachtgever een leek is op het gebied van regelgeving. Deze doelgroep heeft slechts enkele keer in zijn leven te maken met aanvragen van een vergunning. Overige maatwerk Bouwwerken die specifieke aandacht vereisen. Vaak in publieke gebieden waar veel mensen gebruik van maken. Zoals stations, parkeergarages, civieltechnische kunstwerken. De eigenaar/opdrachtgever/ gebruiker kent over het algemeen de relevante regels en begrijpt de noodzaak hiervan. Bij grote verbouwingen wordt meestal professionele begeleiding ingeschakeld. Nieuwbouw vindt veelal plaats door grotere aannemers waarbij er op de bouw projectleiding aanwezig is. Toezichtmatrix In de risicomatrix is per onderdeel, het risico, het naleeftekort en de prioriteit bepaald. Deze factoren zijn voor het Bouwbesluitdeel opgenomen in de 'toezichtmatrix'. Deze matrix is gebaseerd op de matrix van het landelijke Toezichtprotocol. Hiermee is de landelijke toezichtmatrix aangepast aan onze situatie. In de toezichtmatrix is per bouwcluster aangegeven wat de diepgang van het toezicht voor de verschillende bouwfasen in beginsel moet zijn. De inspectiediepgang is verdeeld in vijf categorieën, aangegeven in onderstaande tabel. Per bouwwerkcluster is de inspectiediepgang bepaald. De inspectiediepgang heeft daarnaast een directe relatie met de toetsingsdiepgang. Inspectie diepgang omschrijving voorbeelden 0 Er vindt geen inspectie plaats 1 Marginaal Visuele controle, een snelle beoordeling op basis van kennis en ervaring zonder specifieke tekeningen en/of hulpmiddelen te gebruiken. Er wordt alleen gecontroleerd of er wapening in de kist aanwezig is. 2 Beperkt Beoordeling op hoofdlijnen, op het oog en met eenvoudige hulpmiddelen worden elementaire controles uitgevoerd. Er worden algemene tekeningen geraadpleegd. Bij twijfel raadpleging van detailtekeningen. Op algemeen constructie inzicht wordt de aangebrachte wapening gecontroleerd. Aan de hand van vragen worden eventueel verdere tekeningen geraadpleegd. Bij twijfel gecontroleerd. 3 Representatief Beoordeling op hoofdlijnen en kenmerkende details, op het oog en met eenvoudige hulpmiddelen worden elementaire controles uitgevoerd. Daarnaast worden enkele kritische details beoordeeld. bijbehorende herkenningen worden en geraadpleegd. Naast een controle op niveau 2 wordt een detailcontrole uitgevoerd op enkele kritische constructiedelen. Bijv. wapening van een belangrijk detail, hierbij worden de wapeningstekening van het betreffende onderdeel gebruikt en zonodig meet materiaal. 4 Integraal Beoordeling van alle onderdelen op detailniveau. Op het oog en met de benodigde hulpmiddelen worden controles tot detailniveau uitgevoerd. Alle projecttekeningen, berekeningen rapporten en certificaten worden geraadpleegd. Elk constructieonderdeel wordt gedetailleerd gecontroleerd op de aangebrachte wapening met behulp van gedetailleerde wapeningstekening Omdat er binnen een bepaald bouwwerkcluster verschillen (kunnen) zijn in de omvang van de bouwprojecten (oppervlakte, aantal bouwlagen, etc.), is de mate van toezicht in de praktijk niet altijd hetzelfde. Het aantal controles is daarom niet specifiek per bouwfase vastgelegd. Gemiddeld zullen wij een bouwproject drie keer controleren. In de praktijk zal er vaak op basis van het principe van 'opbouwen van vertrouwen' worden gewerkt. Dit betekent dat tijdens de uitvoering, afhankelijk van d