De Staten der provincie Zeeland gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van Zeeland van 10 november 1998, nr. 98/3893/19; gelet op de artikelen 220 tot en met 221, artikelen 227 tot en met 232h van de Provinciewet en artikel 48 van de Grondwaterwet; besluiten vast te stellen de “Verordening op de heffing en invordering van de Grondwaterheffing provincie Zeeland 1999”. Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: "de wet": de Grondwaterwet; "inrichting": een inrichting of werk, bestemd voor het onttrekken van grondwater; "onttrekken van grondwater": het onttrekken van grondwater door middel van een inrichting; "infiltreren van water": het brengen van water in de bodem ter aanvulling van het grondwater met het oog op het onttrekken van grondwater; "register": het register als bedoeld in artikel 13 van de wet; "retourbemaling": het in de bodem brengen van het door middel van een inrichting onttrokken grondwater, ter compensatie/vermindering van de gevolgen van deze onttrekking; Inrichtingen tot het onttrekken van grondwater die een samenhangend geheel vormen, worden als één inrichting aangemerkt. Artikel 2 Aard van de heffing Onder de naam "grondwaterheffing" wordt een directe provinciale belasting geheven, als bedoeld in artikel 48 van de wet, wegens het onttrekken van grondwater ter bestrijding van de ten laste van de provincie komende kosten, als bedoeld in artikel 48, lid 1, van de wet. Artikel 3 Heffingsplicht Heffingsplichtig is de houder van een inrichting, die gedurende het heffingsjaar of een bepaalde periode daarvan, is ingeschreven in het register. Artikel 4 Heffingsjaar Het heffingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 5 Maatstaf van heffing De heffing wordt geheven naar de onttrokken hoeveelheid grondwater gemeten in kubieke meters per heffingsjaar. Indien water wordt geïnfiltreerd ter aanvulling van het grondwater met het oog op het onttrekken ervan, wordt de geïnfiltreerde hoeveelheid water, gemeten in kubieke meters per heffingsjaar, voor de helft in mindering gebracht op de onttrokken hoeveelheid grondwater als bedoeld in het eerste lid. Indien op grond van vergunningvoorschriften retourbemaling dient plaats te vinden, wordt de door retourbemaling in de bodem gebrachte hoeveelheid grondwater, gemeten in kubieke meters per heffingsjaar, voor de helft in mindering gebracht op de onttrokken hoeveelheid grondwater, als bedoeld in het eerste lid. Artikel 6 Tarief Het tarief per kubieke meter onttrokken grondwater bedraagt € 0,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.