lege van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Urk, voor zover gezamenlijk of afzonderlijk bevoegd, gelet op alle geldende wet- en regelgeving: Algemene Plaatselijke Verordening Urk 2018 Algemene
Artikel2.1 Artikel 2.2.
BOR Brandveilig gebruiken van een bouwwerk
- Als categorieën gevallen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de wet worden aangewezen: a. het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk waarin bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft aan meer dan 10 personen, dan wel het in afwijking daarvan bij de bouwverordening, bedoeld in artikel 8 van de Woningwet, bepaalde aantal personen; b. het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk waarin dagverblijf zal worden verschaft aan: 1°. meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar, of 2°. meer dan 10 lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen.
- Bij de toepassing van het eerste lid wordt onder bouwwerk mede verstaan delen van een bouwwerk die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt. http://wetten.overheid.nl/BWBR0027464/2016-07-01#Hoofdstuk2_Paragraaf2.
Artikel2
.2 §1.5, hoofdstuk 6 en 7 Bouwbesluit http://wetten.overheid.nl/BWBR0030461/2015-11-24#Hoofdstuk1 8/
- Bedrijf en registratieplicht Convenant
- Dronkenschap Ook: Jeugdwet, inzake regels over de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Waarbij het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt.
- Toegang Toezichthouder Artikel 5.13 Wabo De ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving of de opsporing van strafbaar gestelde feiten ter zake van het bepaalde bij of krachtens: a. deze wet met betrekking tot activiteiten als bedoeld in: 1°.artikel 2.1, eerste lid, onder a, b, c, d, e, voorzover deze betrekking hebben op gevaarlijke afvalstoffen, f, g en h, 2°.artikel 2.1, eerste lid, onder i, voor zover dat bij de betrokken algemene maatregel van bestuur is bepaald, en 3°.artikel 2.2, voor zover dat bij de betrokken verordening is bepaald, b. de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor inwerkingtreding van de Erfgoedwet, c. de Wet milieubeheer, ten aanzien van gevaarlijke afvalstoffen, d. de Wet ruimtelijke ordening en e. de hoofdstukken I tot en met III van de Woningwet, zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner. http://wetten.overheid.nl/BWBR0024779/2016-07-01#Hoofdstuk5_Paragraaf5.3_Artikel5.13 Artikel 42 DHW De in artikel 41 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner, waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank aan particulieren wordt verstrekt of waar naar hun redelijk vermoeden zodanige verstrekking plaatsvindt. http://wetten.overheid.nl/BWBR0002458/2015-01-01#Paragraaf7_Artikel42 Artikel 6.3 APV Urk 2018 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner. http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Urk/ 88568/88568_7.html Artikel 5:15 Awb
- Een toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, elke plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner.
- Zo nodig verschaft hij zich toegang met behulp van de sterke arm.
- Hij is bevoegd zich te doen vergezellen door personen die daartoe door hem zijn aangewezen. http://wetten.overheid.nl/BWBR0005537/2016-11-03#Hoofdstuk5_Titeldeel5.2_Artikel5:15
- Jeugdhonken Artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening
- De gemeenteraad stelt voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vast, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Deze regels betreffen in elk geval regels omtrent het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Deze regels kunnen tevens strekken ten behoeve van de uitvoerbaarheid van in het plan opgenomen bestemmingen, met dien verstande dat deze regels ten aanzien van woningbouwcategorieën uitsluitend betrekking hebben op percentages gerelateerd aan het plangebied.
- De bestemming van gronden, met inbegrip van de met het oog daarop gestelde regels, wordt binnen een periode van tien jaar, gerekend vanaf de datum van vaststelling van het bestemmingsplan, telkens opnieuw vastgesteld.
- Telkens indien de gemeenteraad van oordeel is dat de in het bestemmingsplan aangewezen bestemmingen en de met het oog daarop gegeven regels in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening, kan hij, in afwijking van het tweede lid, besluiten tot verlenging van de periode van tien jaar, genoemd in dat lid, met tien jaar. In aanvulling op artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht plaatsen burgemeester en wethouders de kennisgeving van het besluit tot verlenging tevens in de Staatscourant en voorts geschiedt deze langs elektronische weg.
- Indien niet voor het verstrijken van de periode van tien jaar, genoemd in het tweede of het derde lid, de raad onderscheidenlijk opnieuw een bestemmingsplan heeft vastgesteld dan wel een verlengingsbesluit heeft genomen, vervalt de bevoegdheid tot het invorderen van rechten terzake van na dat tijdstip door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten die verband houden met het bestemmingsplan.
- Van overschrijding van de in het tweede lid bedoelde periode doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling. Zij leggen deze mededeling bij het bestemmingsplan waarin de bestemming van de grond laatstelijk is aangewezen, ter gemeentesecretarie voor een ieder ter inzage. Artikel 3:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. Van de terinzagelegging wordt tevens mededeling gedaan in de Staatscourant en voorts langs elektronische weg. http://wetten.overheid.nl/BWBR0020449/2016-04-14#Hoofdstuk3_Afdeling3.
Artikel3.1 Artikel 2.1, lid 1 onder c jo.
2.12 Wabo
- Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en: a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening: 1°.met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking, 2°.in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of 3°.in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat; b. indien de activiteit in strijd is met het exploitatieplan: met toepassing van de daarin opgenomen regels inzake afwijking; c. indien de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening: voor zover de betrokken regels afwijking daarvan toestaan; d. indien de activiteit in strijd is met een voorbereidingsbesluit: met toepassing van de in het voorbereidingsbesluit opgenomen regels inzake afwijking.
- Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de inhoud van de ruimtelijke onderbouwing, bedoeld in het eerste lid, onder a, onder 3°. http://wetten.overheid.nl/BWBR0024779/2016-07-01#Hoofdstuk2_Paragraaf2.3_Artikel2.12 Bijlage2.Sanctiebeleid / Handhavingsmatrix Als er sprake is van een ernstige schending van openbare orde en veiligheid kan afgeweken worden van het sanctiebeleid en wordt het jeugdhonk per direct gesloten. Als bijvoorbeeld drugshandel/fabricage/teelt wordt geconstateerd door de toezichthouders dan vindt per direct sluiting plaats van het jeugdhonk volgens de handhavingsmatrix van het Damoclesbeleid. Lik op stukbeleid Jeugdhonken Urk Overtreding Consequentie 1e overtreding van één of meerdere criteria Schriftelijke waarschuwing en gesprek wethouder 2e overtreding binnen 1 jaar Verzegeling/sluiting voor periode van 1 maand en gesprek wethouder 3e overtreding binnen 2 jaar Definitieve sluiting