Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe houdende regels omtrent fruitstallen en fruitautomatenInleiding De gemeente Neder-Betuwe hanteert als beleid dat verkoop van eigen producten door agrarische bedrijven mogelijk is op het agrarisch bouwperceel. Hiertoe is in de betreffende bestemmingsplannen voor het buitengebied door de gemeenteraad ook een regeling opgenomen. In de praktijk wordt echter ook (sinds jaar en dag) incidenteel fruit verkocht vanuit de boomgaard / het productiegebied via de inrichting van fruitstalletjes tijdens het seizoen. Ook worden steeds vaker fruitautomaten geplaatst. Fruitautomaten worden gezien als een permanente en ondergeschikte nevenactiviteit van het productiebedrijf. De verkoop vanuit fruitstalletjes en fruitautomaten, wordt gezien als “gebieds-eigen” en de gemeente wenst hiermee in eerste instantie de fruitsector maar ook de recreatief-toeristische sector te ondersteunen. Om dit op uniforme wijze te kunnen reguleren zijn onderstaande beleidsregels opgesteld. De bevoegdheid van het college om beleidsregels vast te stellen vindt grondslag in art. 4.81 Awb. De beleidsregels hebben naast de bestaande locaties ook betrekking op eventuele nieuwe locaties. Mits verkoop vanuit fruitstalletjes en/of -automaten op een goede en ordentelijke manier plaatsvindt, is dit onder concrete criteria/voorwaarden mogelijk. Criteria/voorwaarden: Verkoop 1.Verkoop vanuit een fruitstalletje of fruitautomaat vindt plaats als ondergeschikte nevenactiviteit binnen de hoofdbedrijfsvoering. Verkoop vanuit een fruitstalletje en/of fruitautomaat is daarom uitsluitend toegestaan op een agrarisch bouwperceel en/of een perceel dat is aangemeld bij Rijksdienst voor Ondernemers (RVO) voor de gecombineerde opgave. 2.Het fruitstalletje mag worden geplaatst in/bij de boomgaard, op het perceel van waaruit het fruit geoogst wordt en dus niet op de openbare weg. Een fruitautomaat mag alleen worden geplaatst op het bedrijfsperceel van het bedrijf ter plaatse waar het fruit opgeslagen en gesorteerd wordt. 3.In fruitstalletjes en fruitautomaten mag alleen het streekgebonden fruit en daarvan afgeleide producten (zoals vruchtensappen, -jams en dergelijke) worden verkocht. Streekgebonden betekent dat fruit, behorende bij de Betuwe en geproduceerd op een regionaal gebonden bedrijf (Betuwe), aangeboden mag worden. De verkoop van producten zoals alcohol, ijs, snoep, koffie, thee e.d., is derhalve niet toegestaan. 4.De verkoop van fruit vanuit fruitstalletjes mag uitsluitend plaatsvinden tijdens het oogstseizoen van de betreffende teelt, zijnde van 1 mei tot 1 oktober. De verkoop vanuit een fruitautomaat is gedurende het gehele jaar toegestaan. 5.Horeca, zijnde de verkoop en het ter plaatse nuttigen van verkochte versnaperingen (of aanverwante activiteiten, waaronder terrasvorming) is niet toegestaan. Voorzieningen 6.Ten behoeve van de verkoop van fruit mag een tijdelijke of permanente voorziening worden geplaatst. Permanente voorzieningen zijn altijd vergunningplichtig. 7.Fruitautomaten hebben een permanent karakter. Een vergunde fruitstal met een permanent karakter mag, gezien de vereiste locatie (zie onder punt 2), niet worden vervangen door een fruitautomaat. Fruitstalletjes hebben een tijdelijke dan wel permanent karakter. Deze keuze voor de vormgeving betreft een eigen afweging van de fruitstalhouder. Permanent: vergunningplicht In het geval de fruitstal een permanent karakter heeft, dient een (wabo)-vergunning bij de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) te worden aangevraagd. De aanvraag wordt getoetst aan het bestemmingsplan en de eisen van welstand. Tijdelijk: meldingsplicht Voor de plaatsing van een (nieuwe) tijdelijke voorziening (denk aan een marktkraam, tafel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.