Financiële verordening Bedrijfsvoeringsorganisatie H2O 2018Het bestuur van de BVO H2O; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; gelet op artikel 35 (lid 6) van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluit: vast te stellen de Financiële verordening bedrijfsvoeringsorganisatie H2O. Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de BVO H2O en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. Hoofdstuk2.Begroting en verantwoording Artikel2.Indeling begroting en jaarstukken Het bestuur stelt de programma- en (sub)productindeling vast. Het bestuur stelt de taakvelden vast. Het bestuur stelt vast over welke onderwerpen zij in extra (niet verplichte) paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Artikel3.Inrichting begroting en jaarstukken De begroting en de jaarstukken zijn opgesteld en ingericht conform de geldende BBV-voorschriften. De begroting en de jaarstukken bevatten een overzicht van de lasten en baten per taakveld, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet en de daarbij behorende kapitaallasten weergegeven. Artikel4.Kaders en planning begroting en jaarstukken Voor de kaders en de planning omtrent de begroting en jaarstukken wordt verwezen naar de artikelen 16 en 17 van de regeling bedrijfsvoeringsorganisatie H2O. Artikel5.Autorisatie begroting en investeringskredieten Het bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. Het bestuur autoriseert nieuwe investeringen met het vaststellen van de begroting. Bij de begrotingsbehandeling kan het algemeen bestuur aangeven van welke nieuwe investeringen zij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. Het bestuur informeert de deelnemende gemeenten als ze verwacht, dat de lasten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma of een prioriteit de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. Hierbij doet het bestuur een voorstel voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten of investerings-kredieten, en eventueel het bijstellen van het beleid. Artikel6.Tussentijdse rapportages Het bestuur biedt de deelnemende gemeenten eenmaal per jaar voor 15 september een tussentijdse rapportage aan met de prognose voor het lopende begrotingsjaar. De tussenrapportage bevat een korte uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: De baten en de lasten per product; Een totaaloverzicht van de voorgestelde (budget en/of investering)mutaties en het nieuwe begrotingsresultaat; In de tussenrapportages worden in ieder geval afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten (> € 10.000,-), en investeringskredieten (> € 25.000,-) toegelicht. Hoofdstuk3.Financieel beleid Artikel7.Waardering en afschrijving vaste activa Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden lineair in 5 jaar afgeschreven. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Voor het afschrijven van de materiële vaste activa met economisch nut worden de methodieken en termijnen gehanteerd zoals vermeld in de bijlage “Afschrijvingstabel” die onderdeel uitmaakt van deze verordening. Eenmaal per jaar, bij de jaarrekening, wordt er gekeken of lopende investeringen kunnen worden afgesloten. Dit overzicht wordt opgenomen bij de jaarrekening. Investeringen ouder dan 2 jaren worden in principe afgesloten tenzij er zwaarwegende argumenten zijn om dit niet te doen. Het algemeen bestuur bepaalt in dit geval. Alle investeringen worden lineair afgeschreven. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan € 5.000,- worden niet geactiveerd; deze kosten worden rechtstreeks in de exploitatie opgenomen. Artikel8.Reserves en voorzieningen Voor reserves en voorzieningen wordt verwezen naar artikel 18 van de regeling bedrijfsvoeringsorganisatie H2O. Artikel9.Kostprijsberekening Alle activiteiten die de bedrijfsvoeringsorganisatie uitvoert worden gerekend tot de overheadkosten. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen (staat van opgenomen en langlopende geldleningen) op te tellen bij de begroting vooraf vastgestelde gecalculeerde rente van de financieringsbehoefte (geïnvesteerde / te investeren bedragen minus het eigen en vreemd vermogen) en dit vervolgens te delen door 1% van de totale (geraamde) investeringen. Artikel10.Prijzen economische activiteiten Voor de levering van goederen of diensten door de BVO H2O aan overheidsbedrijven en derden, worden in ieder geval de geraamde kosten in rekening gebracht. Voor personele inzet geldt bovenop het uurtarief een opslag van 35% voor de overheadkosten. Artikel11.Financieringsfunctie Het bestuur neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de richtlijnen en kaders in acht zoals opgenomen in de Wet fido en in het door het algemeen bestuur vastgestelde Treasurystatuut. Het dagelijks bestuur biedt in ieder geval eens in de 4 jaar een geactualiseerd Treasurystatuut ter vaststelling aan de raden van de deelnemende gemeenten aan. Hoofdstuk4.Paragrafen Artikel12.Paragrafen en onderdelen Het bestuur neemt in de begroting en de jaarstukken de paragrafen weerstandsvermogen en risicobeheersing, financiering en bedrijfsvoering en, indien van toepassing, verbonden partijen op. De paragrafen bevatten de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Hoofdstuk5.Financiële organisatie en financieel beheer Artikel13.Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: het sturen en het beheersen van activiteiten en processen; het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden en contracten; het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde beleid in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde beleid in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Het verschaffen van informatie aan de deelnemende gemeenten en aan derden zoals Provincie, Rijk, CBS, Belastingdienst en de accountant. Artikel14.Financiële organisatie Het bestuur draagt zorgt voor: een eenduidige indeling van de BVO H2O en een eenduidige toewijzing van de taken aan de organisatieonderdelen; een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; de te maken afspraken over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen; de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de programma’s/producten/taakvelden; het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten. Deze regels zijn door het algemeen bestuur vastgelegd in de nota ‘inkoop en aanbestedingsbeleid’; het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. Artikel15.Interne controle Het bestuur zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het bestuur maatregelen tot herstel. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de interne controlefunctie zijn vastgelegd in het interne controle statuut. Hoofdstuk6.Slotbepaling Artikel16.Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.