Regeling verplaatsingskosten 2009Gedeputeerde Staten van Zeeland, Gelet op het advies van de commissie voor Georganiseerd Overleg besluiten: Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: belanghebbende: de ambtenaar alsmede de arbeidscontractant in de zin van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP); woonplaats: de gemeente, waar de belanghebbende woonachtig is; plaats van tewerkstelling: de voor de belanghebbende gebruikelijke ingang van het gebouw, het gebouwencomplex, het terrein of vaartuig, waar hij gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht; gezinsleden: de echtgenoot of levenspartner van de belanghebbende en de kinderen, stief- en pleegkinderen van hemzelf en/of van zijn echtgenoot of levenspartner, voor zover zij met hem samenwonen; eigen huishouding voeren: het zelfstandig bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering een en ander ter beoordeling van Gedeputeerde Staten; verplaatsing: verandering van de plaats van tewerkstelling van de belanghebbende; Hoofdstuk II Verhuiskosten Artikel 2 Gedeputeerde staten kunnen de belanghebbende, die (uitzicht op) een dienstverband heeft voor langer dan 2 jaar en die in verband met een indiensttreding of met een verplaatsing, zonder opdracht daartoe, is verhuisd en een woning heeft betrokken, op zijn verzoek een tegemoetkoming in de verhuiskosten verlenen zoals in deze regeling is bepaald, indien hij zich binnen een afstand van 10 kilometer van de standplaats heeft gevestigd of indien hij zich elders binnen de provinciegrenzen heeft gevestigd en de enkele reisafstand tussen woon- en standplaats met tenminste 10 kilometer wordt verminderd en de totale enkele reisafstand tussen woon- en standplaats met meer dan de helft korter wordt. De eventueel verschuldigde loonheffing komt voor rekening van betrokkene. Gedeputeerde staten verlenen de belanghebbende, die in verband met een indiensttreding of met een verplaatsing in hun opdracht is verhuisd en een woning heeft betrokken een tegemoetkoming in de verhuiskosten zoals in deze regeling is bepaald, waarbij de eventueel verschuldigde loonheffing voor rekening van de provincie komt. De belanghebbende, die in verband met een indiensttreding is verhuisd en aan wie binnen twee jaren na de verhuizing ontslag op verzoek wordt verleend of die tengevolge van aan hem te wijten feiten of omstandigheden binnen twee jaren na de verhuizing wordt ontslagen, dient de hem toegekende tegemoetkoming in de verhuiskosten terug te betalen. De tegemoetkoming wordt de belanghebbende, die in verband met een indiensttreding is verhuisd, slechts verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetaling hem bekend is. Artikel 3 Er wordt geen tegemoetkoming ingevolge artikel 2 verleend, indien de verhuizing niet heeft plaatsgevonden binnen twee jaren na de datum van indiensttreding dan wel nadat de verplichting tot verplaatsing is opgelegd. Hoofdstuk III Hoogte tegemoetkoming verhuiskosten Artikel 4 De tegemoetkoming bestaat uit: een bedrag voor de kosten van transport van de inboedel van de belanghebbende en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken van breekbare zaken; een bedrag voor dubbele woonkosten; een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten. Terstond na de verhuizing dient de belanghebbende aan Gedeputeerde Staten voor te leggen: een aanvraag voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten; een gespecificeerde rekening van de verhuizer. Gedeputeerde Staten beoordelen de rekeningen naar de gebruikelijke tarieven en keuren deze tot een daarmee overeenstemmend bedrag goed. De betaling van de rekening geschiedt rechtstreeks aan de verhuizer. Artikel 5 De tegemoetkoming in dubbele woonkosten is gelijk aan de noodzakelijk te maken kosten, met dien verstande, dat de tegemoetkoming maximaal € 272,27 per maand bedraagt en over een termijn van maximaal 4 maanden wordt verleend. Indien de belanghebbende op de dag van de verhuizing een eigen huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in artikel 4, lid 1 onder c., voor zover niet anders is bepaald, gesteld op € 7.750,--. Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de echtgenoten of levenspartners beiden belanghebbenden zijn in de zin van deze regeling en afzonderlijk de opdracht hebben om te verhuizen of zijn verplaatst, wordt de tegemoetkoming slechts aan één belanghebbende verleend. Indien de belanghebbende geen eigen huishouding voert, wordt geen tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4, lid 1 onder c. verleend. Hoofdstuk IV Tijdelijk woon- werkverkeer en tijdelijk verblijf buiten de woonplaats Artikel 6 De belanghebbende, die voldoet aan de criteria, genoemd in artikel 2, lid 1 of 2 en er, ondanks alle pogingen daartoe, niet in slaagt, passende huisvesting in of nabij de plaats van tewerkstelling te verkrijgen, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, zolang hij bij de verhuizing in aanmerking zou kunnen komen voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten. Een belanghebbende als bedoeld in het vorige lid, die naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet dagelijks heen en weer kan reizen, heeft, tenzij van de zijde van de provincie al dan niet tegen betaling in huisvesting wordt voorzien, aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van tijdelijk verblijf buiten zijn woonplaats en in of nabij de plaats van tewerkstelling. Daarnaast heeft hij aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten voor ten hoogste eenmaal per week naar de woonplaats. Een belanghebbende, die anders dan bij wijze van proef voor een periode van twee jaar of korter is benoemd of elders is geplaatst, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten als bedoeld in het eerste lid, dan wel op een tegemoetkoming overeenkomstig het tweede lid, indien de belanghebbende naar het oordeel van Gedeputeerde Staten niet dagelijks heen en weer kan reizen. Hoofdstuk V Hoogte tegemoetkoming reiskosten en kosten tijdelijk verblijf buiten de woonplaats Artikel 7 De tegemoetkoming in de reiskosten, als bedoeld in artikel 6, lid 1 is gelijk aan de tegemoetkoming volgens de Forensenregeling Zeeland
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.