Regeling werktijdverkorting seniorenGedeputeerde Staten van Zeeland gelet op de artikelen 27a van het Ambtenarenreglement Zeeland 1965 en 28a van het Arbeidsovereenkomstenbesluit Zeeland 1965; gelet op de uitkomsten van het overleg met de commissie voor georganiseerd overleg; besluiten: vast te stellen de navolgende uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van de regeling van werktijdverkorting voor oudere werknemers. Algemene bepalingen Artikel 1 Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: regeling: de Regeling werktijdverkorting senioren; ambtenaar: de ambtenaar als bedoeld in artikel A1 onder a. en de werknemer als bedoeld in artikel H1, eerste lid, onder a. van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies; seniorenverlof: de dagen dan wel uren die de ambtenaar in het kader van deelname aan de regeling minder gaat werken; bezoldiging: de som van het salaris en de toelagen, waarop de ambtenaar ingevolge Hoofdstuk C van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies aanspraak heeft. Artikel 2 Deelname aan de regeling is alleen mogelijk voor de ambtenaar die direct voorafgaande aan de beoogde deelname aan deze regeling minimaal vijf jaar ononderbroken in dienst van de provincie Zeeland is geweest. Met de ambtenaar bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt gelijkgesteld de ambtenaar, die niet aan de eis van vijf jaar voldoet, maar die bij overdracht van taken van het rijk naar de provincie als functievolger in dienst is gekomen bij de provincie Zeeland en die, als de diensttijd bij die voormalige werkgever wel zou meetellen, aan de eis van vijf jaren zou voldoen. Deelname Artikel 3 De ambtenaar kan aan de regeling deelnemen, indien en voor zover het dienstbelang zich daartegen niet verzet. Artikel 4 De ambtenaar die aan de regeling wenst deel te nemen dient hiertoe een verzoek in bij het hoofd van zijn organisatie-eenheid. De aanvraag dient tenminste twee maanden voor de beoogde datum van ingang van deelname aan de regeling te worden ingediend. Deelname is mogelijk op zijn vroegst met ingang van de eerste van een kalendermaand, volgend op het bereiken van de in artikel 6, eerste lid, respectievelijk tweede lid aangegeven leeftijdsgrens. Artikel 5 Bij deelname aan de regeling wordt het deeltijdpercentage van de ambtenaar die in deeltijd werkt en die geen recht heeft op de bij de inwerkingtreding van deze regeling bestaande algemene arbeidstijdverkorting, aangepast als ware die algemene arbeidstijdverkorting wel op hem van toepassing. Verkorting van de werktijd Artikel 6 De ambtenaar die in voltijd werkt heeft onder de in deze regeling geldende voorwaarden vanaf de leeftijd van: 55 jaar de mogelijkheid zijn werktijd terug te brengen tot gemiddeld 32 uur per week; 60 jaar de mogelijkheid zijn werktijd terug te brengen tot gemiddeld 24 uur per week. De ambtenaar die in deeltijd werkt heeft onder de in deze regeling geldende voorwaarden vanaf de leeftijd van: 55 jaar de mogelijkheid zijn werktijd naar evenredigheid terug te brengen tot gemiddeld 32 uur per week; 60 jaar de mogelijkheid zijn werktijd naar evenredigheid terug te brengen tot gemiddeld 24 uur per week. De verkorting van de werktijd op basis van voorgaande leden is na inwilliging van de aanvraag tot deelname aan de regeling onomkeerbaar, tenzij naar het oordeel van Gedeputeerde Staten sprake is van een bijzondere situatie. Bezoldiging en verlof Artikel 7 Verkorting van de werktijd als bedoeld in artikel 6, eerste lid onder a of tweede lid onder a, heeft een korting van 5% op de bezoldiging van de betrokken ambtenaar tot gevolg. Verkorting van de werktijd als bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b of tweede lid onder b, heeft een korting van 10% op de bezoldiging van de ambtenaar tot gevolg. Met bezoldiging wordt hier bedoeld de bezoldiging die de ambtenaar zou hebben ontvangen indien hij geen gebruik gemaakt zou hebben van de regeling. Artikel 8 Verkorting van de werktijd als bedoeld in artikel 6 heeft een korting naar evenredigheid op overige toelagen en vergoedingen, niet behorend tot de bezoldiging, tot gevolg. Artikel 9 De ambtenaar heeft aanspraak op algemeen verlof als bedoeld in artikel D5 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies naar evenredigheid van de feitelijke werktijd. De ambtenaar heeft eveneens naar evenredigheid van de feitelijke werktijd aanspraak op buitengewoon verlof als bedoeld in artikel D15 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies. De ambtenaar, die deelneemt aan deze regeling heeft voor de periode, gedurende welke hij eraan deelneemt recht op een extra werktijdvermindering van 68,8 uur per jaar, indien de feitelijke werktijd is teruggebracht naar 32 uur per week. Is de feitelijke werktijd teruggebracht naar 24 uur per week, dan heeft hij recht op een extra werktijdvermindering van 108,8 uur per jaar. De ambtenaar kan geen aanvraag indienen tot het verkopen van algemeen verlof als bedoeld in artikel D12 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies. De ambtenaar heeft geen aanspraak op compensatieverlof bij het samenvallen van seniorenverlof met ziekte, met feestdagen als bedoeld in artikel D1, derde lid, en met door Gedeputeerde Staten aangewezen collectieve roostervrije dagen als bedoeld in artikel D3 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies. De ambtenaar hoeft de door Gedeputeerde Staten aangewezen collectieve roostervrije dagen niet te compenseren. Vakantie-uitkering, pensioenbijdrage en premie IZR Artikel 10 De ambtenaar behoudt het recht op een vakantie-uitkering ten bedrage van 8% van de bezoldiging, die hij zou hebben genoten, indien hij niet aan de regeling zou hebben deelgenomen. Hoofdstuk IV van het Bezoldigingsbesluit Zeeland 1984 is onverkort van toepassing. Artikel 11 De pensioenopbouw van de ambtenaar ondergaat geen wijziging als gevolg van deelname aan de regeling. De pensioenbijdrage en het pensioenbijdragenverhaal blijven gebaseerd op de bezoldiging van de ambtenaar, die hij zou hebben genoten indien hij geen gebruik zou hebben gemaakt van de regeling. Artikel 12 De bijdrage in de ziektekostenverzekering ingevolge de Interprovinciale Ziektekostenregeling blijft gebaseerd op de bezoldiging van de ambtenaar, die hij zou hebben genoten indien hij geen gebruik zou hebben gemaakt van de regeling. Overige rechten en plichten Artikel 13 Onverminderd het bepaalde in artikel F1 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies is de ambtenaar verplicht van het tegen vergoeding verrichten dan wel ter hand nemen van enige arbeid of bedrijf terstond mededeling te doen aan Gedeputeerde Staten. Inkomsten voortvloeiend uit de door de ambtenaar verrichte activiteiten als bedoeld in het eerste lid worden in mindering gebracht op de bezoldiging. De korting kan nooit meer bedragen dan het verschil tussen de bezoldiging na de inhouding ingevolge de Regeling werktijdverkorting senioren en de bezoldiging die een ambtenaar werkzaam in deeltijd voor een gelijk aantal werkuren per week geniet. Artikel 14 Aan de ambtenaar kan buitengewoon verlof worden toegekend voor het volgen van lessen, welke naar het oordeel van Gedeputeerde Staten in het belang zijn van de organisatie-eenheid, waarbij hij werkzaam is. Dit verlof zal hem naar evenredigheid van zijn werktijd worden verleend overeenkomstig het bepaalde met betrekking tot het reglementair verlof als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.