Nadere regels maatschappelijke ondersteuning & jeugdhulp gemeente Montfoort 2020Het college van burgemeester en wethouders van Montfoort; gelet op het bepaalde in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet; gelet op artikel 12.2 van de Verordening Sociaal Domein gemeente Montfoort 2020; B E S L U I T vast te stellen de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning & jeugdhulp gemeente Montfoort 2020 Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: 1. Verordening: verordening sociaal domein gemeente Montfoort 2020. 2. Alle begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Algemene wet bestuursrecht en de verordening. Artikel 2. Algemene voorzieningen jeugdhulp Naast de in de verordening genoemde, zijn de volgende algemene voorzieningen specifiek voor jeugdhulp beschikbaar: 1. Preventie: a. opvoedcursussen voor ouders; b. training kind in echtscheidingssituatie; c. training communicatieve en sociale vaardigheden kinderen; d. consultatiebureau. 2. Dagbesteding: a. activiteiten via de buurtsportcoach; b. kinderopvang; c. DoeMeeHuis. 3. Voorschoolse en vroegschoolse educatie. Artikel 3. Tariefdifferentiatie pgb 1. Om in aanmerking te komen voor het pgb tarief voor een zelfstandige zonder personeel gelden de volgende voorwaarden: a. de zelfstandige zonder personeel is ingeschreven in het Handelsregister als onderneming zoals bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d, of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of voor het grootste deel bestaan uit het verlenen van jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning; b. de zelfstandige zonder personeel beschikt over een relevant diploma van een erkende Nederlandse instelling voor beroepsonderwijs. 2. Om in aanmerking te komen voor een pgb tarief tot maximaal het inkooptarief voor diensten, gelden de volgende voorwaarden: a. de dienst wordt verleend door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een aanbieder; b. de aanbieder is ingeschreven in het Handelsregister als onderneming zoals bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d, of e van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving van het Handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of voor het grootste deel bestaan uit het verlenen van een dienst zoals bedoeld in de Wmo 2015 of jeugdhulp zoals bedoeld in de Jeugdwet; c. de aanbieder kan aantonen dat de dienstverlener een arbeidsovereenkomst heeft waaruit blijkt dat een voor de betreffende sector relevante cao wordt toegepast. Het dient daarbij te gaan om een voor de betreffende sector relevante cao die aangemeld is bij de directie UAW van het Ministerie van SZW. 3. Het tarief voor een pgb wordt vastgesteld volgens de tarieventabel in bijlage 1. Artikel 4. Bekwaamheidseisen budgethouder 1. Het college beoordeelt of de inwoner of zijn vertegenwoordiger kan voldoen aan de voorwaarden en taken die zijn verbonden aan een pgb. 2. De inwoner of zijn vertegenwoordiger moet: a. handelingsbekwaam zijn en voldoende inzicht in zijn situatie/situatie van de inwoner hebben; b. in staat zijn een werkgevers- of opdrachtgeversfunctie te vervullen. 3. Het pgb wordt geweigerd als de inwoner eerder misbruik heeft gemaakt van of fraude heeft gepleegd met een pgb. 4. Als een andere situatie zich voordoet, waarin het verstrekken van een pgb niet gewenst is, kan het college het pgb gemotiveerd weigeren. Artikel 5. Budgetperiode hulpmiddelen 1. Het pgb wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn voor de aanschaf van een hulpmiddel met een normale afschrijvingstermijn. Daaronder worden ook de instandhoudingskosten gerekend. 2. Na het verstrijken van de toepasselijke afschrijvingstermijn ontstaat niet automatisch recht op een nieuw hulpmiddel. In zulke situaties zal altijd beoordeeld worden of het oude hulpmiddel nog gebruikt kan worden. Belangrijk hierbij is of het oude hulpmiddel nog in voldoende mate een passende bijdrage kan leveren aan de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner. Artikel 6. Pgb en kwaliteit 1. Bij de verstrekking van een pgb voor een hulpmiddel, een woningaanpassing en diensten gelden de door het college gestelde voorwaarden voor de kwaliteit als bedoeld in de Wmo en Jeugdwet. Daaronder wordt in ieder geval verstaan dat de voorziening: als veilig, doeltreffend en cliëntgericht kan worden aangemerkt; wordt afgestemd op de individuele situatie van de inwoner; wordt verstrekt in overeenstemming met de professionele standaard; wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de inwoner. Artikel 7. Pgb woningaanpassing Het primaat van verhuizen is van toepassing als de kosten van de woningaanpassing hoger zijn dan de vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten. Voorwaarde voor het toepassen van primaat van verhuizen is dat in het onderzoek de volgende aspecten worden afgewogen: a. op welke termijn kan het woonprobleem worden opgelost; b. sociale factoren zoals aanwezigheid van mantelzorg, sociale binding en belangrijke voorzieningen in de leefomgeving; c. woonlasten en financiële draagkracht; d. vergelijking aanpassingskosten huidige versus nieuwe woning; e. mogelijke gebruiksduur van de aanpassing. Bij de verlening van een pgb voor het realiseren van een woningaanpassing dient binnen 6 maanden na het besluit met de werkzaamheden te worden aangevangen. Voor de verstrekking van een pgb voor een woningaanpassing gelden de volgende voorwaarden: met de werkzaamheden voor realisatie van de woningaanpassing, mag geen aanvang worden gemaakt voordat het college positief heeft beslist op de aanvraag; het college heeft desgevraagd op één of meer door het college te bepalen tijdstippen toegang tot de woning of het gedeelte van de woning waar de aanpassing wordt aangebracht; de inwoner verstrekt desgevraagd inzage in de bescheiden en tekeningen die betrekking hebben op de woningaanpassing; aan het college wordt desgevraagd de gelegenheid geboden tot het controleren van de gerealiseerde woningaanpassing. Onmiddellijk na de voltooiing van de aanpassingswerkzaamheden verklaart de inwoner schriftelijk aan het college dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid. De gereedmelding, bedoeld in het vorige lid, is voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat bij het realiseren van de woningaanpassing is voldaan aan de voorwaarden waaronder het pgb is toegekend. De inwoner aan wie het pgb is verstrekt voor het realiseren van een woningaanpassing aan de eigen woning is verplicht te zorgen voor een opstalverzekering die in voldoende mate de te verzekeren waarde van de woning dan wel de gerealiseerde woningaanpassing dekt voor het risico van schade. Het pgb voor verhuiskosten bedraagt maximaal: a. € 1.000,- voor de kosten van verhuizing; b. afhankelijk van de gezinsgrootte voor de kosten van stoffering en verven/behangen van de nieuwe woning: - eenpersoonshuishouden € 934,- - meerpersoonshuishouden € 1.500,- Het pgb wordt uitbetaald nadat het college heeft vastgesteld dat de inwoner aan wie het pgb is toegekend is verhuisd naar de voor hem meest geschikte beschikbare woning. Om in aanmerking te komen voor een pgb voor het bezoekbaar maken van een woning dient de persoon te verblijven in een Wlz instelling en komt hij regelmatig op bezoek bij de inwoner, die zelfstandig woont in de gemeente. Het bezoekbaar maken van een woning houdt in dat de persoon toegang heeft tot de woning, het toilet en één verblijfsruimte. Artikel 8. Pgb hulpmiddel en vervoersvoorziening Bij de verstrekking van een pgb voor een hulpmiddel kunnen, voor zover van toepassing in de individuele situatie, de volgende voorwaarden worden opgelegd: de inwoner dient een hulpmiddel van goede kwaliteit aan te schaffen volgens de door het college daaraan gestelde eisen; de inwoner dient een onderhoudscontract af te sluiten met een leverancier, waarin tenminste zijn opgenomen kosten van reparaties (inclusief onderdelen, voorrijdkosten en arbeidsloon), 24-uurs service, recht op gebruik van leenvoorziening, jaarlijks onderhoud en keuring. Bij de verstrekking van een pgb voor een vervoersvoorziening dient de inwoner een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. De inwoner dient het college desgevraagd in de gelegenheid te stellen de met het pgb aangeschafte vervoersvoorziening te bezichtigen en te laten beoordelen. 4. Het pgb voor aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel bedraagt maximaal € 3.000,- voor een periode van 3 jaar. Als de sportrolstoel na 3 jaar nog bruikbaar is, kan een vergoeding worden toegekend van maximaal € 557,- voor het onderhoud voor de duur van 3 jaar. 5. Om in aanmerking te komen voor een pgb voor een sportrolstoel moet de inwoner aantonen dat er sprake is van een actieve en regelmatige sportbeoefening, waarvoor de sportrolstoel noodzakelijk is. 6. De hoogte van het pg b voor een sportrolstoel, hulpmiddel of vervoersvoorziening wordt vastgesteld op basis van een door het college goedgekeurde offerte. 7. Uitbetaling van het pgb voor een sportrolstoel, hulpmiddel of vervoersvoorziening vindt plaats na indiening van de aanschafnota. Artikel 9. Controle op besteding persoonsgebonden budget 1. Het college kan van de inwoner die een pgb ontvangt: tussentijds een rapportage over de besteding eisen; steekproefsgewijs informatie van de besteding van het pgb opvragen; de besteding van het pgb inhoudelijk laten beoordelen door een medewerker van het sociaal team of met een door het college in te schakelen derde. De inwoner hoort volledige medewerking te verlenen aan verzoeken van het college genoemd in het eerste lid. Bij weigering van medewerking kan het college op grond van artikel 8.4.1 en 8.4.2 van de verordening overgaan tot herziening of intrekking van het besluit en terugvordering van het ten onrechte ontvangen pgb. Artikel 10. Bijdrage voor mensen met chronische ziekte of beperking . Het college verstrekt, op aanvraag, aan inwoners, die voldoen aan de in de verordening gestelde voorwaarden, een bijdrage in de kosten van het wettelijk verplichte eigen bijdrage Zvw. 2. De hoogte van de bijdrage is € 260,- per jaar als de verplichte eigen bijdrage Zvw volledig in rekening is gebracht 3. De inwoner moet kunnen aantonen hoe hoog het bedrag is dat aan verplicht eigen risico Zvw is opgelegd door de zorgverzekeraar. 4. Het college toetst het inkomen van de inwoner. 5. Het college beschikt op de aanvraag en zorgt voor uitbetaling van de bijdrage. Artikel 11. Gebruikelijke hulp 1. Gebruikelijke hulp wordt verleend door de echtgenoot/partner, ouders, inwonende kinderen en/of andere huisgenoten, die tot de leefeenheid van de inwoner behoren. 2. Gebruikelijke hulp vloeit rechtstreeks voort uit de sociale relatie, waarin het voeren van een gemeenschappelijk huishouden, het zo lang mogelijk kunnen blijven wonen in de eigen leefomgeving en het behoud van maatschappelijke participatie een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van de leefeenheid met zich brengt. 3. Gebruikelijke hulp heeft een afdwingbaar karakter. Zowel van volwassen huisgenoten als van jonge huisgenoten kan een bijdrage worden verlangd. 4. Bij het beoordelen of de huisgenoot gebruikelijke hulp kan leveren wordt rekening gehouden met: a. de aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte van de inwoner; b. de aard van de relatie van de persoon binnen de leefeenheid met de inwoner; c. de leeftijd en de ontwikkelingsfase van inwonende kinderen; d. de leerbaarheid van de inwoner en/of de personen van wie gebruikelijke hulp kan worden gevergd. 5. Onder gebruikelijke hulp valt onder meer: a. het geven van begeleiding op het terrein van de maatschappelijke participatie; b. het geven van begeleiding binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals onder meer familiebezoek, huisartsenbezoek, brengen en halen van kinderen naar school, sport en dergelijke ; c. het bieden van hulp of het overnemen van taken, die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie; d. het leren omgaan van derden (o.a. familie, vrienden, leerkracht) met de inwoner; e. het bieden van een beschermende woonomgeving van ouders aan kinderen. Dit is ten minste tot een leeftijd tot en met 17 jaar zowel in kortdurende als in langdurige situaties gebruikelijk. 6. In bijlage 2 staan specifieke regels over gebruikelijke hulp door ouders aan jeugdigen. Artikel 12. Kortdurend verblijf 1. Kortdurend verblijf is een vorm van respijtzorg en wordt ingezet voor het ontlasten van de mantelzorger. Dit met als resultaat dat de inwoner zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen. Om in aanmerking te komen voor kortdurend verblijf moet de inwoner van de mantelzorger als gevolg van het (tijdelijk/deels) wegvallen van de mantelzorg zijn aangewezen op ondersteuning welke gepaard gaat met permanent toezicht. Kortdurend verblijf kan voor maximaal 3 etmalen per week worden verleend. Bij meer dan 3 etmalen per week verblijf in een instelling is er sprake van een opname en is de Wlz van toepassing. Kortdurend verblijf wordt geboden in een instelling, niet zijnde een ziekenhuis, of in een accommodatie van een door het college gecontracteerde aanbieder. De inwoner is zelf verantwoordelijk voor het vervoer van en naar de instelling. Artikel 13. Intrekken nadere regels Met de inwerkingtreding van deze nadere regels worden de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Montfoort 2018 en de Nadere regels jeugdhulp gemeente Montfoort 2018ingetrokken met dien verstande dat besluiten die zijn genomen op grond van die nadere regels met de daarbij behorende rechten en plichten in stand blijven. Artikel 14. Overgangsrecht Aanvragen die bij het college zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze nadere regels en waarop nog niet is beslist bij het inwerking treden hiervan worden afgehandeld krachtens deze nadere regels. Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze nadere regels treden in werking een dag na bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2020. 2. Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels maatschappelijke ondersteuning & jeugdhulp gemeente Montfoort 2020. Aldus besloten in de openbare vergadering van het college, gehouden op 28 januari 2020 De secretaris, De heer M.H. van der Veer De burgemeester, mr. P.J. van Hartskamp- de Jong Bijlage 1 PGB tarieven PGB tarieven per individuele voorziening jeugdhulp Voorziening Eenheid Maximaal tarief bij aanbieder zonder contract Maximaal tarief vrijgevest. en/of ZZP Tarief niet-professionele hulpverlener/sociaal netwerk Verklaring inkooptarief Persoonlijke verzorging Uur € 42,54 € 35,31 Minimaal wettelijk minimum uurloon, maximaal € 20,- Tarief inkoop Utrecht West Begeleiding individueel Licht Midden Zwaar Uur € 46,80 € 63,56 € 80,31 € 38,84 € 52,75 € 66,66 Minimaal wettelijk minimum uurloon, maximaal€ 20,- Tarief inkoop Utrecht West Behandeling jeugd ambulant Licht Midden Zwaar Uur € 57,28 € 82,27 € 91,64 € 47,54 € 68,28 € 76,06 n.v.t. Tarief inkoop Utrecht West Begeleiding groep Licht Midden Zwaar Dagdeel € 40,51 € 51,97 € 65,71 € 33,62 € 43,13 € 54,54 n.v.t. Tarief inkoop Utrecht West Logeren/ Kortdurend verblijf Etmaal € 98,93 € 82,11 Maximaal € 30,- Tarief inkoop Utrecht West Specialistische GGZ Diagnostiek Behandeling Minuut € 1,92 € 1,83 € 1,72 € 1,63 n.v.t. Tarief inkoop Utrecht West PGB tarieven maatwerkvoorziening begeleiding, vervoer en huishoudelijke ondersteuning Wmo Voorziening Eenheid Maximaal tarief bij aanbieder zonder contract Maximaal tarief vrijgevest. en/of ZZP Tarief niet-professionele hulpverlener/sociaal netwerk Verklaring inkooptarief Begeleiding individueel Licht Midden Zwaar Uur € 42,03 € 57,41 € 72,79 € 34,89 € 47,65 € 60,42 Minimaal wettelijk minimum uurloon, maximaal€ 20,- Tarief inkoop Utrecht West Begeleiding groep Licht Midden Zwaar Dagdeel € 29,73 € 39,98 € 52,29 € 24,68 € 33,19 € 43,40 n.v.t. Tarief inkoop Utrecht West Logeren/ Kortdurend verblijf Etmaal € 111,17 € 92,28 Maximaal € 30,- Tarief inkoop Utrecht West Vervoer naar dagopvang Stuks € 11,43 n.v.t Tarief inkoop Utrecht West Individueel rolstoelvervoer Stuks € 21,11 n.v.t. Tarief inkoop Utrecht West Huishoudelijke ondersteuning[1] HH1 HH2 Uur € 27,10 € 28,45 € 22,49 € 23,61 Minimaal wettelijk minimum uurloon, maximaal € 15,- Inkooptarief gecontracteerde aanbieders BIJLAGE 2 GEBRUIKELIJKE HULP BIJ JEUGDIGEN In de verordening is vastgelegd dat geen jeugdhulp wordt toegekend als de ouders of de jeugdige op eigen kracht of met hulp van het eigen sociale netwerk de hulpvraag kunnen oplossen. Gebruikelijke hulp is een invulling van deze voorwaarde. De vraag of en zo ja, welk onderdeel van de hulpvraag tot gebruikelijke hulp behoort, beoordeelt het college op grond van deze nadere regels gebruikelijke hulp bij jeugdigen. 1. Gebruikelijke hulpGebruikelijke hulp in het kader van de Jeugdwet is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Onder ‘andere verzorgers of opvoeders’ kunnen ook pleegouders vallen. Ouders of andere verzorgers of opvoeders behoren de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht aan hen te bieden, ook als het kind een ziekte, aandoening of beperking heeft. 1.1 Onderscheid kortdurende en langdurige zorgsituatie Bij gebruikelijke hulp wordt een onderscheid gemaakt in kortdurende en langdurige zorgsituaties[2]. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over het algemeen over een periode van maximaal 3 maanden. Langdurig: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de zorg langer dan 3 maanden nodig zal zijn. In kortdurende zorgsituaties kan van ouders of andere verzorgers/opvoeders worden verwacht dat ze alle persoonlijke verzorging en begeleiding zelf bieden. Dit betreft gebruikelijke hulp. Alleen in langdurige zorgsituaties kan derhalve sprake zijn van bovengebruikelijke hulp waarvoor het college jeugdhulp moet inzetten. Dat sprake is van een langdurige zorgsituatie kan al vanaf het begin duidelijk zijn. Er hoeft dan dus niet eerst 3 maanden te worden ‘gewacht’ alvorens het college jeugdhulp in kan zetten. 1.2 Beschermende woonomgeving Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouders aan jeugdigen is tot een leeftijd van 17 jaar gebruikelijke hulp. Van ouders of verzorgers/opvoeders kan (tot een leeftijd van 17 jaar) worden verwacht dat ze een woonomgeving bieden waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en waarin een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Ook als sprake is van een jeugdige met een ziekte, aandoening of beperking. Jeugdigen vanaf 17 jaar die vanwege hun aandoening, stoornissen en beperkingen nog niet in staat zijn zelfstandig te wonen, maar dat wel kunnen leren, kunnen onder omstandigheden wel in aanmerking komen voor verblijf in een beschermende woonomgeving op grond van de Jeugdwet. Met als doel om zich verder te ontwikkelen naar zelfstandig wonen. Kan een jeugdige niet bij (een van) de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.