Verordening op de heffing en invordering van woonwagenrechten 2010Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: woonwagenstandplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Woningwet (Stb. 1991, 439). woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Woningwet. huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van een woonwagenstandplaats c.a. waar in de huurbepalingen voor de woonwagenstandplaats zijn geregeld. maand: een kalendermaand. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam "woonwagenrecht" wordt een recht geheven voor het innemen van een woonwagenstandplaats voor een woonwagen in de gemeente Velsen, daaronder begrepen de diensten die met de woonwagenstandplaats verband houden. Artikel 3 Belastingplicht Het recht wordt geheven van degene die de woonwagenstandplaats heeft. Als degene die de woonwagenstandplaats heeft, wordt aangemerkt de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 4 Belastingtarieven en maatstaf Het recht bedraagt voor een woonwagenstandplaats per maand € 0,67 per m2 van de woonwagenstandplaats. Artikel 5 Heffingstijdvak Het recht wordt per maand geheven. Artikel 6 Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang Het recht is verschuldigd bij aanvang van het heffingstijdvak of, zo dit later is bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht aanvangt na de 15e van de maand, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 9 na dat tijdstip vervalt, wordt het recht die maand niet geheven. Indien de belastingplicht eindigt voor de 15e van de maand, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 9 van toepassing wordt, wordt het recht voor die maand niet geheven, dan wel bestaat aanspraak op ontheffing voor de volle maand. Artikel 8 Termijnen en wijze van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 9 Vrijstelling Het recht wordt niet geheven indien voor de woonwagenstandplaats een huurovereenkomst geldt. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van het woonwagenrecht wordt géén kwijtschelding verleend. Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van woonwagenrechten. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel De “Verordening Woonwagenrechten 2009” vastgesteld bij raadsbesluit van 11 juni 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 juli 2010. Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening Woonwagenrechten 2010".
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.