Bomenverordening gemeente Hof van Twente 2006De raad van de gemeente Hof van Twente; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders; besluit: 1. in te trekken de Bomenverordening die is vastgesteld op 11 september 2001; 2. vast te stellen de Bomenverordening gemeente Hof van Twente 2006. Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: boom: een houtachtig, overblijvend gewas, zowel vitaal als afgestorven, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een heg, met de onder sub a genoemde minimale dwarsdoorsnede; monumentale boom: bijzondere beschermwaardige houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving; hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw uit de stronk (20 – 60 cm boven maaiveld) uitlopen; periodiek (bij hakhout): Bij ‘natte houtsoorten’ (Els, Wilg Es, e.d.) een cyclus van 10 – 15 jaar en bij ‘droge houtsoorten’ (Eik, Berk, e.d.) een cyclus van 15 – 20 jaar;f. knotten/kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen; landbouwgrond: gronden in gebruik voor de landbouw als bedoeld in artikel 1 van de Landbouwwet; vellen: kappen, rooien, verplanten, snoeien van meer dan 20 % kroonvolume of het wortelgestel, alsmede ophoging van het maaiveld binnen de kroonprojectie van de houtopstand, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand; kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand; bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting. Artikel2Kapverbod 1.Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders houtopstand te vellen of te doen vellen. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als bedoeld in artikel 15 van de Boswet. 3.Er is in ieder geval een kapvergunning vereist voor het vellen van houtopstand dat in het kader van de herplantplicht is aangeplant, ook als er sprake is van een kleiner diameter zoals genoemd in sub a van artikel 1 in deze verordening. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor: Berk (Betula), Wilg (Salix), Els (Alnus), Es (Fraxinus), Esdoorn (Acer), Populier (Populus), Lijsterbes (Sorbus), Meidoorn (Crataegus), Ceder, Den, Larix, Spar, Cypres,Conifeer, Sierkers, Sierappel, Sierpeer, Sierpruim, Fruitbomen (Appel, Peer, Pruim en Kers), Acacia (Robinia), Trompetboom (Catalpa), Valse Christusdoorn (Gleditsia), Boomhazelaar (Corylus Colurna), Walnoot (Juglans), Gouden Regen (Laburnum), Amberboom (Liquidambar), Tulpenboom (Liriodendron), Valse Tulpenboom (Magnolia) en Plataan (Platanus), tot een dwarsdoorsnede van de stam tot maximaal 40 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld, gelegen binnen de bebouwde kom of in tuinen binnen kleine kernen, waar een woonbestemming op rust ingevolge het vigerende bestemmingsplan, en voorzover deze geen onderdeel uitmaken van een groeps-, rij- en/of singelbeplanting; houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in artikelen 10, 11 en 15 van deze verordening; het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; houtopstand, die bij wijze van dunning geveld moet worden uitsluitend als verzorgingsmaatregel ten bate van het voortbestaan van de overblijvende houtopstand zodat binnen drie jaren weer sprake kan zijn van een aaneengesloten kronendak. coniferenhagen. Artikel3Aanvraag en vergunning 1.De vergunning moet schriftelijk gemotiveerd onder bijvoeging van een situatieschets, worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. 2.Wanneer door of namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan burgemeester en wethouders een afschrift is toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwen burgemeester en wethouders dit afschrift mede als een vergunningaanvraag. Artikel4Criteria 1.Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning om te vellen weigeren dan wel onder voorschriften verlenen 2. Een vergunning wordt geweigerd indien het belang van verlening niet opweegt tegen één of meer van de volgende waarden van behoud van de houtopstand: natuur- en milieuwaarden van de houtopstand; landschappelijke waarden van de houtopstand; cultuurhistorische waarden van de houtopstand; waarden van stads- en dorpsschoon van de houtopstand; waarden voor recreatie en leefbaarheid. 3.In beginsel wordt geen vergunning verleend voor houtopstanden voorkomend op de vastgestelde lijst van monumentale bomen, als bedoeld in artikel 6. 4.In beginsel wordt geen vergunning verleend indien velling in strijd is met het vigerende bestemmingsplan, de Flora- en Faunawet, de Habitatrichtlijn, of andere regelgeving inzake natuurbescherming. 5.Burgemeester en wethouders verwijzen ter motivering van het besluit op grond van dit artikel naar de hieraan ten grondslag liggende beleidsregels, het Groenstructuurplan, het Landschapsontwikkelingsplan, vigerende bestemmingsplannen of andere beleidsdocumenten. 6.De Burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen, indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang. Artikel5Aanhouding 1.De beslissing op een aanvraag om kapvergunning tot vellen kan worden aangehouden als de aanvraag is ingediend in samenhang met de realisatie van een ander vergunningplichtig werk, zolang op die andere vergunningsaanvraag niet is beslist. 2.Indien de vergunning voor een ander werk als onder lid 1 bedoeld geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, kan de kapvergunning alsnog geheel of gedeeltelijk worden geweigerd. 3.Een vergunning tot vellen kan worden aangehouden of geweigerd, nadat een bouw- of aanlegvergunning is verleend, indien de rechthebbende aanvrager van de vergunning tot vellen niet, of niet tijdig, of niet volledig de aanwezigheid van een beeldbepalende of anderszins waardevolle houtopstand heeft aangemeld aan burgemeester en wethouders. Artikel6Monumentale bomen en bijzondere houtopstand 1.De gemeente bezit een lijst met monumentale bomen en bijzondere houtopstand, waarvoor in beginsel geen kapvergunning wordt afgegeven, tenzij sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, noodtoestand of andere uitzonderlijke situaties. 2.De in het eerste lid genoemde lijst bevat in ieder geval de bomen voorkomende in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de landelijke Bomenstichting, eventueel aangevuld met lokale en toekomstige monumentale bomen en andere bijzondere houtopstand. 3.De regelmatig bijgewerkte lijst met monumentale bomen omvat in ieder geval een voor ieder goed herkenbare omschrijving, de standplaats, het kadastrale perceelsnummer, de eigenaar en/of zakelijk gerechtigde en de reden van registratie van iedere houtopstand. 4.De eigenaar van een houtopstand die vermeld staat op de lijst van monumentale bomen is verplicht Burgemeester en Wethouders onmiddellijk mededeling te doen van: eigendomsoverdracht van de houtopstand; het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand; de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan. 5.De gemeente stelt een regeling vast voor het subsidiëren van kosten die noodzakelijk zijn voor het duurzaam instandhouden van de monumentale bomen en bijzondere houtopstand. 6.De bepalingen van dit artikel kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 genoemde minimum maat. Artikel7Beslissingstermijn Burgemeester en wethouders beslissen binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is ingekomen. Zij kunnen hun beslissing met ten hoogste acht weken verdagen. Artikel8Standaardvoorwaarde van niet-gebruik Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde van feitelijk niet-gebruik tot het moment van onherroepelijk worden van de vergunning, zijnde het moment dat: de bezwaar- of beroepstermijn is verstreken zonder dat er bezwaar of beroep is ingediend; beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening; beslist is op een beroep of bezwaar. Artikel9Vervaltermijn vergunning 1.De vergunning tot vellen als bedoeld in deze verordening vervalt indien daarvan niet binnen maximaal één jaar na het onherroepelijk zijn van de vergunning gebruik is gemaakt. 2.In het geval het een vergunning voor het vellen van meer dan één boom betreft, is de vergunning voor alle bomen slechts één jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één boom of enkele bomen al geveld zijn. 3.In de vergunning kan een afwijkende vervaltermijn worden opgenomen, voor zover dit noodzakelijk is en de waarde van de houtopstand dit toelaat. Artikel10Bijzondere vergunningvoorschriften 1.Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door burgemeester en wethouders te geven aanwijzingen moet worden herplant. 2.Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan tot de aan een vergunning tot vellen te verbinden voorschriften behoren het voorschrift dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijk herplantfonds. 3.De verplichtingen en voorschriften van dit artikel kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 genoemde minimum maat, die in het kader van de herplantplicht geplant zijn. 4.In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. 5.Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn of de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is. 6.Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften behoren aanwijzingen ter bescherming van nabijgelegen houtopstand en voorschriften ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna. 7.Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren tot het opstellen en overleggen van een bomen effect analyse in geval van bouw of aanleg van werken nabij te behouden bomen. 8.Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. Artikel11Zelfstandige herplant/instandhoudingsplicht 1.Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder vergunning van Burgemeester en Wethouders is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kunnen Burgemeester en Wethouders aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn. 2.De verplichtingen en voorschriften van dit artikel kunnen gelden voor bomen kleiner dan de in artikel 1 genoemde minimum maat, met name die in het kader van de herplantplicht geplant zijn. 3.Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen. 4.Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is in het voortbestaan ernstig worden bedreigd, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om: overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen; een bomen effect analyse op te stellen en aan te bieden. Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit 5.Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. Artikel12Schadevergoeding Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek om schadevergoeding bij weigering van een vergunning tot vellen op grond van artikel 17, juncto artikel 13 vierde lid, van de Boswet. Artikel13Afstand van de erfgrenslijn De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en nihil voor heggen en heesters. Artikel14Bestrijding van iepziekte 1.Dit artikel verstaat onder: iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus. 2.Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren van verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn: indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; de iepen te ontbasten en de bast te vernietigen; de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. 3.Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren; het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter; burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het onder a. van dit lid gestelde verbod. 4.Het niet voldoen aan de in het tweede lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht. Artikel15Bescherming publieke houtopstand 1.Het is verboden om houtopstanden, die publiek eigendom zijn: te beschadigen, te bekladden of te beplakken; daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente Hof van Twente opgedragen boomverzorgende taken. 2.Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een publieke houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens vergunning van burgemeester en wethouders. Artikel16Uitzicht belemmerende beplanting De rechthebbende op een boom, heg, struik of andere beplanting welke aan het wegverkeer het vrije uitzicht kan belemmeren of daarvoor op andere wijze hinder of gevaar kan opleveren, is verplicht deze beplanting te snoeien, of op te binden, of te verwijderen na aanschrijving van burgemeester en wethouders, binnen een door hen te stellen termijn en overeenkomstig hun aanwijzingen. Artikel17Strafbepaling 1.Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 4, vijfde en zesde lid, artikel 5 vierde lid, artikel 7, artikel 8 eerste en tweede lid, artikel 9 eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste lid, artikel 10 eerste, tweede, derde en vijfde lid, artikel 13 tweede, derde en vierde lid en artikel 14 eerste en tweede lid is gegeven, onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in artikel 10 derde lid is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen. 2.Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, dan wel een voorschrift onderscheidelijk een verplichting als bedoeld in het vorige lid niet nakomt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een rechtelijke veroordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde. Artikel18Opsporing Met de opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen personen. Artikel19Overgangsbepaling De kapvergunningsaanvragen, die zijn ingediend voor de in artikel 19 genoemde datum van inwerkingtreding, vallen onder de verordening die van kracht was voorafgaande aan deze verordening. Artikel20Slotbepaling 1.Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Bomenverordening gemeente Hof van Twente 2006’ 2.Zij treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Op datzelfde tijdstip vervalt de voorgaande bomenverordening ’Bomenverordening gemeente Hof van Twente’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof van Twente d.d. 9 mei 2006.De raad van de gemeente Hof van Twente,de griffier, de voorzitter,A.W. Averink, Drs. A.Th.B. Bijleveld-SchoutenArtikelsgewijze toelichting op de Bomenverordening gemeente Hof van Twente 2006 m.b.t. de wijzigingen t.a.v. de vervallen Bomenverordening 2001 Artikel 1: Begripsomschrijvingen Boom. Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van de ondergrens van de bescherming. De minimale diktemaat is de meest gangbare en meest heldere vorm van afbakening. Er is hier geen onderscheid gemaakt tussen ‘private’ en ‘publieke’ bomen in de zin van onderscheid in diameters. Dit is wel het geval in de modelverordening 2004. De gemeente Hof van Twente echter wil bij beoordeling van alle houtopstanden in principe gelijke criteria en uitgangspunten hanteren. Voor bomen is in de begripsomschrijving gekozen voor de maat van minimaal 20 cm om invulling te geven aan de wens de hoeveelheid regels en bureaucratie te verminderen en de verantwoordelijkheid en zeggenschap van burgers en samenleving te versterken. Houtopstand. Het kernbegrip van deze verordening, waarop het kapverbod en de vergunningplicht van toepassing zijn. Door dit begrip consequent centraal te stellen wordt duidelijk dat de bescherming betrekking heeft op meer dan bomen alleen. Hoofdbomenstructuur. Vastgestelde opbouw en onderlinge samenhang van houtopstand in een bepaald gebied, in relatie tot het desbetreffende gebied; vastgelegd in het Groenstructuurplan, Landschapsontwikkelingsplan, bestemmingsplan of ander beleidsdocument. Boomvormer. Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: kruidachtige - struik - struikachtige boom - (meerstammige) boom. Hakhout. Eén of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. Houtwal. Lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit inheemse heesters, struiken en boomvormers. (lint) begroeiing. Vanwege de grote ecologische waarde van dergelijke begroeiingen (bijv. een meidoorn of mispelhaag) is bescherming hiervan een noodzaak. Er staat "begroeiing" in plaats van beplanting om ook spontaan opgeslagen groen bescherming te bieden. Bosplantsoen. Aanplant van jong bos, bestaande uit hoofdzakelijk kleine struik-/kruidachtigen, struiken en boomvormers. Struweel. Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten kleine struik- en kruidachtigen en struiken. Heg. Een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al dan niet in een vorm gesnoeid, met een minimale lengte van 3 meter. Dode bomen. Met ‘zowel vitaal als afgestorven’ is bedoeld ook het vellen van dode of bijna dode bomen vergunningplichtig te maken. Hiermee kan voorkomen worden dat een kwaadwillende boomeigenaar er voor zorgt dat een gezonde boom dood gaat of `bij vergissing´ een gezonde boom kapt. Het kan tevens wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologisch waardevolle functies of omdat er wettelijk beschermde diersoorten in nestelen. Monetaire boomwaarde. De richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB, Postbus 683, 7300 AK Apeldoorn, tel. 055-5999449) voor de monetaire boomwaarde worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van bomen en worden in de rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor zich dat bomen ook vele andere waarden dan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen. Vellen. Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of volledig, zoals bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het snoeien van meer dan 20 procent van het kroonvolume of het wortelgestel, vallen onder vellen. Dit om het ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het instandhouden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet vergunningplichtig. De eerste keer kandelaberen of knotten is wel vergunningplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het begrip vellen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige ingrepen in houtopstand eveneens vergunningplichtig. Rooien spreekt voor zich. Kappen spreekt voor zich. Bomen effect analyse. Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de bomen, waardoor ze niet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De bomen effect analyse (BEA) is de landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een deskundig boomverzorger of boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg. Artikel 2: Kapverbod 1. Dit verbod is in verschillende opzichten ruimer dan het lijkt. Vellen is meer dan alleen omzagen en houtopstand is meer dan alleen een boom (zie artikel 1). 2. De bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot vellen bij gemeentelijke verordening wordt in artikel 15 van de Boswet beperkt. Deze beperking heeft inhoudelijk betrekking op de in artikel 15 lid 2 Boswet genoemde houtopstand: a. populieren of wilgen als wegbeplantingen of éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot; b. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; c. fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; d. kweekgoed; e. houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: - ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; - ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen. De zinsnede “die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd” bedoelt de alle hiervoor genoemde uitzonderingen conform de Memorie van Toelichting op de Boswet te beperken tot bomen met een aantoonbare economisch doel en te onderscheiden van sierbomen. Bij vrucht of fruitbomen, zijn sierbomen die vruchten dragen dus wel kapvergunningplichtig. Onder het kapverbod valt het houden en de economische exploitatie van (vrucht)bomen niet. 3. Er is in ieder geval een kapvergunning vereist voor het vellen van houtopstand dat in het kader van de herplantplicht is aangeplant, ook als er sprake is van een kleiner diameter zoals genoemd in sub a van artikel 1 in deze verordening. Dit artikel is opgenomen om duidelijk aan te geven, dat houtopstand die gehandhaafd moet blijven maar te jong is om onder de definitie ‘boom’ te vallen, ook onder het kapverbod valt. 4. Dit deel van artikel 2. is het meest drastisch gewijzigd. a. Het aantal soorten dat vergunningvrij gekapt mag worden is vergroot en de diameter op 1,3 meter hoogte, is verruimd naar 40 cm. Daarnaast wordt wel duidelijk gesteld dat dit bomen betreft binnen de bebouwde kom of die in tuinen binnen kleine kernen staan, waar conform het vigerende bestemmingsplan een woonbestemming op rust. Dit om aan te geven dat het hier niet om bomen gaat in ‘landelijk gebied’; daar kan de waarde bepaling breder getrokken worden en is vrije kap van de in dit artikel genoemde houtopstand niet wenselijk zijn. c. Het verbod om te kappen geldt niet voor houtopstand die als hakhout geveld wordt. Dit moet dan wel een beheermaatregel (periodiek onderhoud) zijn die al minimaal al één keer eerder heeft plaatsgevonden. Hier geldt dus dat de eerste keer dat deze onderhoudsmaatregel wordt uitgevoerd, niet onder deze uitzonderingsmaatregel valt en dus kapvergunningplichtig is. d. Het verbod om te kappen geldt niet voor houtopstand die geknot, gekandelaberd of als leibomen (drastisch) worden gesnoeid. Dit moet dan wel een beheermaatregel (periodiek onderhoud) zijn die al minimaal al één keer eerder heeft plaatsgevonden.Hier geldt ook dat de eerste keer dat deze onderhoudsmaatregel wordt uitgevoerd, ongeacht de leeftijd van de houtopstand, niet onder deze uitzonderingsmaatregel valt en dus kapvergunningplichtig is. f. Het verbod geldt ook niet meer voor coniferenhagen. Hiervoor is in de Hof van Twente nog nooit een kapvergunning voor geweigerd of was er sprake van een waardevolle coniferenhaag. Ook de gemeentelijke betrokkenheid in burentwist vervalt hiermee. Het betreft overigens alleen coniferenhagen omdat beukenhagen, meidoornhagen en dergelijke mogelijk wél een waarde kunnen hebben die zwaarder weegt, bijvoorbeeld een cultuurhistorische of landschappelijke waarde. Vaak bestaat er onduidelijkheid over de termen ‘regulier of periodiek onderhoud’ en ‘hakhout’. Daarom hier de uitleg die bedoeld wordt in deze Bomenverordening. Regulier: de beheermaatregel die past bij houtopstand die geknot, gekandelaberd of geleid moet worden. Afhankelijk van de groei, soort houtopstand en conditie en vitaliteit e.d. zal dit om de ca. drie tot vijf jaar plaats vinden. Periodiek: wanneer dit betrekking heeft op ‘natte houtsoorten’ (Els, Wilg, Es, e.d.) wordt hiermee een periode bedoelt van 10-15 jaar. Wanneer dit betrekking heeft op ‘droge houtsoorten’ (Eik, en Berk) een periode van 15-20 jaar. In de meeste gevallen wordt de term periodiek gebruikt wanneer hakhout wordt afgezet. Zo zijn er bijvoorbeeld hakhoutwallen of –singels. Hakhout: houtopstand dat tenminste twee uitlopers heeft op de afgezette stobbe. Onder stobbe wordt hier verstaan een afgezaagde stam op 20-60 cm boven het maaiveld. Van belang bij hakhout is met name het ‘regeneratievermogen’, hiermee wordt niet alleen het herstellend vermogen van de houtopstand op de afgezette stobbe bedoelt, maar ook de concurrentiekracht tegen hardnekkige (en ongewenste) soorten zoals vogelkers en ratelpopulier. Deze beconcurrerende soorten dienen bestreden te worden; desnoods handmatig, om het eigenlijke hakhout maar genoeg herstellend vermogen te bieden. Doorgeschoten hakhout: hakhout waarbij het periodiek afzetten tenminste 1 keer niet heeft plaatsgevonden. Dus dan is de periode van ‘Periodiek’ overschreden. Deze houtopstand valt daardoor dus weer onder het kapverbod. Artikel 3: Aanvraag vergunning 1. Schriftelijke aanvraag voor de uitgebreide procedure is vanzelfsprekend noodzakelijk. Een situatieschets, op te stellen door de aanvrager, blijkt in de praktijk nodig aangezien men anders een tweede maal de kapvergunning voor een andere houtopstand zou kunnen gebruiken. Daarnaast zal de ambtenaar, die belast met de beoordeling van de aanvraag, meer duidelijkheid hebben in het veld op welke houtopstand de aanvraag betrekking heeft. Artikel 4: Criteria Dit artikel bevat de criteria, die in ieder besluit inzake een aanvraag tot vellen genoemd moeten worden. Stilzwijgend wordt ervan uitgegaan dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.