Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk houdende regels omtrent redelijke sommatie bedrijventerrein LorentzOp basis van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 hebben wij bepaald dat, op de geluidsbelasting vanwege het bedrijventerrein Lorentz een aftrek van 1 dB(A) wordt toegepast, voordat wordt getoetst aan de in de Wet geluidhinder gestelde normen. Inleiding Het bedrijventerrein Lorentz (I, II en III) is een gezoneerd industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder. Dit betekent dat rondom dit industrieterrein een zone is vastgesteld. Buiten deze zone mag de geluidbelasting van alle bedrijven op het industrieterrein tezamen niet meer bedragen dan 50 dB(A). In de Wet geluidhinder is geregeld wie de geluidszone beheert. De gemeente is verantwoordelijk voor de vaststelling en beheer van de geluidzone rondom industrieterreinen die binnen hun gemeentegrenzen liggen (art. 163, lid 1, Wet geluidhinder). Bij een aanvraag van een milieuvergunning wordt met behulp van het zonebewakingsmodel beoordeeld of de geluidbelasting van deze aanvraag tezamen met de geluidbelasting van de overige bedrijven niet groter is dan 50 dB(A) op de zonegrens. Figuur 1 Bedrijventerrein Lorentz met daaromheen de geluidzone Aanleiding Medio 2009 is geconstateerd dat de geluidzone vol dreigt te raken. Om deze ontwikkeling een halt toe te roepen is in 2011 is het bestemmingsplan Toedeling geluidruimte bedrijventerrein Lorentz vastgesteld. Dit bestemmingsplan regelt een doelmatige toedeling van de beschikbare geluidruimte binnen de geluidzone van het bedrijventerrein Lorentz, zonder dat daardoor een onevenredige geluidbelasting op voor geluid gevoelige bestemmingen ontstaat. Bij de behandeling in de gemeenteraad van het bestemmingsplan hebben verschillende fracties gevraagd om bij bedrijven te onderzoeken of er de mogelijkheid bestaat het beslag op de beschikbare geluidruimte te verminderen. Hierdoor zou geluidruimte beschikbaar kunnen komen voor nieuwe ontwikkelingen. Bestuurlijk is toegezegd dit onderzoek te laten uitvoeren. In januari 2014 heeft Arcadis een notitie opgesteld waarin onder meer is vastgesteld dat door het toepassen van redelijke sommatie, een extra geluidruimte van 1 dB(A) is te realiseren. Redelijke sommatie Niet alle bedrijven zijn voortdurend en tegelijkertijd in bedrijf volgens de representatieve bedrijfssituatie die de basis vormt van een milieuvergunning of een melding activiteitenbesluit. Op het geluidniveau van het industrieterrein als geheel kan daarom een aftrek worden toegepast. In het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 zijn de voorwaarden opgenomen (zie bijlage 1) waaraan moet zijn voldaan om deze aftrek, “redelijke sommatie” genoemd, toe te passen. Afhankelijk van de aard van de bedrijven op het industrieterrein zal dit ‘redelijk sommeren’ een geluidbelasting kunnen opleveren die enkele decibellen lager ligt. De aftrek geldt voor de gehele zone en voor de geluidbelasting op woningen. Afweging hoogte redelijke sommatie In het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 zijn de voorwaarden opgenomen (zie bijlage 1) waaraan moet zijn voldaan om de redelijke sommatie toe te passen. Het uitgangspunt voor de toepassing van redelijke sommatie is dat niet alle bedrijven op een gezoneerd industrieterrein tegelijkertijd op het niveau van de vergunde maatgevende bedrijfssituatie in werking zijn. Relevant hierbij is het onderscheid tussen bedrijven met een jaargemiddeld continue geluidsuitstraling en bedrijven met een jaargemiddeld niet continue geluidsuitstraling. Criterium 1 Het Reken en meetvoorschrift geluid onderscheidt ten aanzien van het aspect geluiduitstraling 3 situaties: De geluidbelasting op de zonegrens en woningen binnen de zone wordt enkel bepaald door bedrijven met een jaargemiddeld niet continue geluiduitstraling; De geluidbelasting op de zonegrens en woningen binnen de zone wordt bepaald door zowel bedrijven met een jaargemiddeld continue geluiduitstraling als met een jaargemiddeld niet continue geluiduitstraling; De geluidbelasting op de zonegrens en woningen binnen de zone wordt enkel bepaald door bedrijven met een jaargemiddeld continue geluiduitstraling. Om vast te stellen welke situatie van toepassing is, moeten alle verleende vergunningen en ingediende meldingen worden beoordeeld. Voor het bedrijventerrein Lorentz is het niet nodig om hier onderzoek naar te doen. Op basis van lokale kennis van het bedrijvenbestand staat vast dat zowel van situatie 1 als situatie 3 geen sprake is. Het bedrijventerrein Lorentz is niet gevuld met uitsluitend bedrijven met een jaargemiddeld niet continue geluiduitstraling en niet uitsluitend met bedrijven met een jaargemiddeld continue geluiduitstraling. Op het bedrijven terrein Lorentz komen beide situaties voor. Voor het bedrijventerrein Lorentz is dus met zekerheid sprake van situatie 2: de geluidbelasting wordt bepaald door zowel bedrijven met een jaargemiddeld continue als met een jaargemiddeld niet continue geluiduitstraling. Criterium 2 Het tweede criterium betreft het aantal bedrijven dat de geluidbelasting op de zonegrens of op woningen binnen de zone bepaalt. In het geval 1 bedrijf de geluidbelasting bepaalt mag geen aftrek worden toegepast. Indien meer dan 10 bedrijven de geluidbelasting bepalen mag er een aftrek van 2 dB(A) plaatsvinden. In het geval het aantal bedrijven tussen 2 en 10 ligt mag 1 dB(A) worden afgetrokken. Op Lorentz is dit het geval. Hoogte aftrek redelijke sommatie bedrijventerrein Lorentz Met de toepassing van de redelijke sommatie kan voor bedrijventerrein Lorentz de berekende geluidbelasting op de zonegrens en op de woningen met een hogere grenswaarde, met 1 dB(A) worden verlaagd. Hierdoor ontstaat dus 1 dB(A) ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Gevoeligheidsanalyse Indien redelijke sommatie wordt toegepast bestaat het risico dat in de toekomst zich een situatie voordoet waarbij op één beoordelingspunt slechts 1 bedrijf met een jaargemiddeld continue geluidsuitstraling maatgevend is. In dat geval kan er geen aftrek meer plaatsvinden. Uit een gevoeligheidsanalyse blijkt dat op alle beoordelingspunten meerdere bedrijven bepalend zijn voor de geluidbelasting, waardoor het wegvallen van 1 geluidrelevant bedrijf of het iets vergroten van de bijdrage van 1 bedrijf er niet toe kan leiden dat 1 bedrijf bepalend wordt. De reden hiervoor is dat nu op alle rekenpunten de bijdrage van één bedrijf minimaal 3 dB(A) kleiner is dan de cumulatieve geluidbelasting van alle bedrijven tezamen op dat rekenpunt. De mogelijkheid dat de emissie van een (nieuw) bedrijf dermate toeneemt dat de cumulatieve geluidimmissie ergens op de zone 3 dB of meer toeneemt kan niet, omdat de zone als gevolg van die bijdrage dan overschreden zal worden. In dat geval zal voor de bijbehorende activiteit geen vergunning kunnen worden verleend. De kavelmaatsystematiek uit het bestemmingsplan Geluidruimteverdeling Lorentz maakt het overigens ook onmogelijk dat er onverwacht grote lawaaimakers bijkomen. Akoestische- en ruimtelijke indeling Om de redelijke sommatie te mogen toepassen moet uitvoering worden gegeven aan wat is bepaald in artikel 2.3 lid 2 van Reken- en meetvoorschrift geluid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.