VTH Beleidsplan 2020-2023Burgemeester en wethouders van Landerd hebben op 28 april 2020 integraal beleidsplan voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) vastgesteld voor de gemeentelijke VTH taken voor de fysieke leefomgeving. De gemeentelijke VTH taken hebben betrekking op de aspecten bouwen, milieu, brandveiligheid, evenementen, en gebruik van de openbare ruimte. Het VTH beleidsplan beschrijft in hoofdlijnen de uitgangspunten, doelen en wijze van uitvoering van de gemeentelijke VTH taken. Het plan beschrijft onder andere op welke wijze en met welke middelen de gemeente optreedt wanneer bedrijven of burgers wetten en andere regels (verordeningen, bestemmingsplannen) niet of niet voldoende naleven. Prioriteiten Omdat niet alle VTH taken volledig uitgevoerd kunnen worden is in het beleidsplan aangegeven aan welke taken hoge, gemiddelde of lagere prioriteit wordt toegekend. Enkele voorbeelden van taken/zaaktypen met een hoge prioriteit bij vergunningverlening zijn: Evenementen Aanzegging woningontruiming Horecavergunning (drank en horeca) Aanvragen met een reguliere procedure Aanvragen met een uitgebreide procedure Omgevingsvergunningen waar beroep tegen is ingesteld Enkele voorbeelden van taken met een hogere prioriteit bij toezicht en handhaving zijn: toezicht op werkzaamheden, bouwactiviteiten en sloop/verwijdering asbest, naleving milieuvoorschriften en openbare ruimte (bv. parkeren, jeugdoverlast en afval) handhaving van gebruiksvoorschriften (o.a. illegaal wonen en illegale bedrijvigheid) brandveiligheid gebouwen (met name bij zorginstellingen) signalering ondermijnende criminaliteit Voor een volledig overzicht van de taken en hoe deze zijn geprioriteerd verwijzen wij u door naar het beleidsplan. VTH Uitvoeringsprogramma Het beleidsplan wordt jaarlijks nader uitgewerkt in een VTH uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma wordt aangegeven hoe de bij de gemeente beschikbare capaciteit, met inachtneming van de prioriteiten, zo optimaal mogelijk kan worden ingezet. In het uitvoeringsprogramma kunnen ook taken worden opgenomen waaraan gedurende een jaar bijzondere aandacht zal worden geschonken (speerpunten/projecten). Het “VTH Beleidsplan 2020-2023” kan worden ingezien bij de afdeling Ruime van het gemeentehuis en is ook te vinden op de website van de gemeente Landerd: www.landerd.nl. VTH Beleidsplan 2020-2023 1.Inleiding 1.1Aanleiding en doel Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn taken van de gemeente. Het zijn taken en onderwerpen waar in Nederland veel aandacht voor bestaat. Mede door de grote impact en gevolgen die deze taken hebben op de fysieke leefomgeving. De gemeente heeft de taak om op de naleving van de wetten en regels toe te zien. Dit doet de gemeente bij vergunningverlening door het toetsen van de aanvragen en bij handhaven en toezicht door fysiek toezicht en daar waar nodig het inzetten van bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke middelen om naleving van wet- regelgeving te verzekeren. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), vraagt om een integrale aanpak en stelt, via het Besluit omgevingsrecht (Bor) kwaliteitseisen aan de VTH taken van de gemeente. Hiermee dient een professioneel niveau gewaarborgd te worden. Voor een adequate uitvoering van de VTH taken is een structurele en integrale aanpak noodzakelijk. Hierover gaat het VTH beleidsplan. Voor toezicht en handhaving heeft Landerd in 2011 is een handhavingsbeleidsplan vastgesteld. Dit beleidsplan is in 2014 herzien en op 04 november 2014 is het plan “Handhavingsbeleid, fysieke leefomgeving gemeente Landerd 2015-2018” vastgesteld. Voorliggend beleidsplan bevat een herziening van het handhavingsbeleid en is uitgebreid met het onderdeel vergunningverlening. Voorliggend VTH-beleidsplan treedt, met terugwerkende kracht, inwerking op 01 januari 2020 en is vastgesteld voor een periode van 4 jaar. Dit betekent dat de looptijd van het beleidsplan per 31-12-2023 eindigt. Echter valt een herziening van het plan eerder te verwachten, door bijvoorbeeld de te verwachte herindeling van de gemeenten Landerd en Uden of andere ontwikkelingen die worden verwacht (zie paragraaf 2.2). 1.2Afbakening Het beleidsplan omvat de gemeentelijke toezicht- en handhavingstaken die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Hieronder vallen in elk geval de taken en wettelijke kaders die de Wabo stelt maar daarnaast geven ook andere wetten en regelingen taken en kaders. Het accent ligt op de volgende taakvelden: ruimtelijke ordening bouwen en slopen brandveiligheid milieu evenementen horeca openbare ruimte (algemene plaatselijke verordening (Apv) Het beleidsplan gaat niet in op onderwerpen zoals: inning van belastingen; toezicht op basis van de sociale wetgeving (bijstandswetgeving, Leerplichtwet, kinderopvang e.d.); privaatrechtelijke aangelegenheden/eigendomsrecht; toezicht op de naleving van (onder voorwaarden) verstrekte subsidies. Deze afbakening betekent niet dat samenwerking tussen de verschillende vakdisciplines is uitgesloten. Over de volledige breedte van de organisatie mag van medewerkers worden verwacht dat zij ogen en oren goed openhouden en voor elkaar een signaalfunctie hebben. Integraal werken tussen vakdisciplines is een vanzelfsprekendheid en in Landerd daarom ook dagelijkse praktijk. 1.3Leeswijzer Het inhoudelijk deel van dit beleidsplan start met een omgevingsanalyse (hoofdstuk 2). Hier zoomen we in op de omgeving van het VTH team. Hiervoor kijken we naar de organisatie, wet- en regelgeving en ontwikkelingen op lokaal, regionaal en bovenregionaal niveau. Het eerste hoofdstuk eindigt met de formulering van de doelstellingen. In de hoofstukken 3 en 4 gaan we in op de handhavingsstrategieën en de beschikbare middelen voor de uitvoering van de VTH taken. In hoofdstuk 5 staat beschreven op welke wijze de risicoanalyse en prioriteiten worden vastgesteld om op een planmatige en juridisch verantwoordelijke manier de VTH taken uit te voeren. Dit hoofdstuk vormt de basis/uitgangspunt voor het uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks opnieuw gemaakt en vastgesteld. Zoals in deze inleiding al kort benoemd is gelden er kwaliteitseisen voor de uitvoering van de VTH taken op basis van het Bor. De kwaliteit wordt in hoofdstuk 6 van het beleidsplan behandeld. 2.Omgevingsanalyse In de eerste paragraaf van de omgevingsanalyse wordt kort een beeld geschetst van de organisatie zodat de positie van het VTH team duidelijk in beeld wordt gebracht. Om het speelveld van VTH scherp te krijgen is het ook noodzakelijk om naar de figuurlijke omgeving van het team te kijken. In de tweede en derde paragraaf worden daarom de ontwikkelingen (lokaal, regionaal en landelijk) en het wettelijk kader weergegeven. 2.1Organisatie, partners en partijen 2.1.1Organisatie structuur De gemeente is als volgt opgebouwd. Het bestuur heeft een coalitieprogramma 2018-2022. Dit programma geeft richting aan de bestuursperiode 2018-2022 van deze coalitie (Maashorst Vooruit, Progressief Landerd, RPP Landerd en VVD Landerd). Het programma geeft de belangrijkste thema’s weer die we als gemeente zijnde in deze periode willen oppakken/uitvoeren. Uit dit programma volgen meerdere bestuurlijke doelstellingen die voor het team VTH van invloed (kunnen) zijn op de uitvoering van de werkzaamheden. De doelstellingen worden in paragraaf 2.4 besproken. 2.1.2Afdeling Ruimte en team VTH De afdeling ruimte bestaat uit verschillende teams. Te weten het team vergunningen, toezicht, handhaving en veiligheid en het team beleid en projecten. In tegenstelling tot 2018 en de eerste helft van 2019 heeft het team VTH weer een volledige bezetting. Het team bestaat uit vergunningverleners Wabo & Apv, toezichthouders, handhavers, frontoffice, administratieve ondersteuning, VTH bedrijfskundig medewerker- en procesvoering en teamleider. Een aantal teamleden verricht werkzaamheden voor zowel team VTH als team beleid. In totaal is er, in 2020, voor de VTH taken 12,4 fte beschikbaar. Jaarlijks wordt er een uitvoeringsprogramma op- en vastgesteld waarin onder andere de capaciteit nader wordt uitgewerkt. 2.1.3Partners en externe partijen Voor de uitvoering van onze taken werken wij samen met verschillende partners en externe partijen. Zo is de Omgevingsdienst Brabant-Noord (ODBN) een samenwerkingspartner waar wij veel en nauw mee samenwerken. Ook de veiligheidsregio is een voorbeeld van een belangrijke samenwerkingspartner. Het gaat hier om partijen waar wij samen mee optrekken om de VTH taken uit te voeren, of partijen die namens ons een volledige VTH taak uitvoeren. Externe partijen zetten wij vooral in bij vergunningverlening. Zo besteden wij de technische toetsing uit aan marktpartijen. Bij de externe partijen wordt een klein onderdeel van een VTH taak uitgezet. De samenwerking met partners en externe (markt) partijen wordt in het uitvoeringsprogramma nader uitgewerkt. 2.2Ontwikkelingen Wij als VTH’ers hebben te maken met verschillende ontwikkelingen van buitenaf die invloed hebben op ons takenpakket en werkwijze. Hierbij maken wij onderscheid ontwikkelingen die zich in de regio of op landelijk niveau zich voordoen en ontwikkelingen die binnen onze gemeente spelen. Het beleidsplan is voor vier jaar vastgesteld. In deze periode zullen zich ongetwijfeld nieuwe ontwikkelingen voordoen. Nieuwe ontwikkelingen zullen jaarlijks in het uitvoeringsprogramma worden opgenomen. 2.2.1Gemeente overstijgende ontwikkelingen Nieuwe wetgevingOnze voornaamste VTH taken zijn vastgelegd in wet- en regelgeving. Verandering van deze wet- en regelgeving is van invloed op ons werk. Met de komst van de Omgevingswet betekent dat de grondslag van onze werkzaamheden zal veranderen. De nieuwe wet vraagt om een andere houding van de overheid en wij zullen daarom onze werkwijze en werkhouding hierop moeten aanpassen. Het rijk ontwikkelt een nieuw digitaal stelsel om uitvoering aan de omgevingswet te geven. Dit wordt het DSO genoemd. Een nieuw zaaksysteem is nodig om aan te kunnen sluiten op het DSO. Onze reguliere VTH taken zullen niet zo zeer wijzigen onder de omgevingswet maar de wijze waarop wij onze taken uitvoeren zal door de tijd heen wel veranderen. Parallel aan het traject voor de invoering van de Omgevingswet loopt het traject voor de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Ook deze wet zal om de nodige aanpassing in werkwijze en werkhouding vragen. De wet zal tevens een verschuiving van taken met zich meebrengen. Een voorbeeld: momenteel moet men voordat een omgevingsvergunning wordt afgegeven aantonen dat het bouwwerk aan het Bouwbesluit of bouwtechnische eisen wordt voldaan. In de toekomst zal dit pas bij de oplevering van het bouwwerk aangetoond moeten worden. De kwaliteitsborging van een bouwwerk verschuift dus naar een latere fase. Dit betekent dat de toezichthouder bij oplevering van bouwwerken zijn controle/toetsing anders en uitgebreider moeten uitvoeren. Extra taken die deze nieuwe wetten met zich meebrengen zijn de werkzaamheden die nodig zijn om volgens de nieuwe wetgeving onze werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Naast het inrichten van werkprocessen moeten we ook invulling gaan geven aan de nieuwe instrumenten die de wetten ons geven. Hierbij kan gedacht worden aan een visie of omgevingsplan zoals onder de omgevingswet wordt bedoeld. AsbestDe eerste Kamer heeft begin juni 2019 tegen het voorstel gestemd om per 1 januari 2025 asbestdaken te verbieden. Hierdoor is er geen concrete datum dat asbestdaken moeten zijn gesaneerd. Echter wanneer er alsnog een dergelijk verbod wordt ingesteld zal dit de zorgen voor een grotere werkdruk door/extra taken. BodemkwaliteitSchadelijke chemische stoffen in de bodem onder de naam Pfas kunnen tot extra handhavingsinspanningen leiden. Dit zal dan zijn in de vorm van extra toezicht op de grondstromen. Grond die is vervuild mag niet worden verplaatst. Het “Tijdelijk handelingskader voor Pfas houdende grond en baggerspecie” zal in 2020 via een wijziging van de Regeling bodemkwaliteit juridisch worden verankerd. De voortgang hiervan zullen wij in de gaten houden. Ondermijnde criminaliteitBinnen de gemeente komt er steeds meer aandacht voor dit onderwerp. Hierdoor is het een ontwikkeling die van invloed is op onze werkzaamheden. Er is een werkgroep opgericht die zich met dit onderwerp bezighoud. De uitkomst kan leiden tot extra werkzaamheden voor onze toezichthouders en handhavers. Energie transitieDe energietransitie brengt extra aandachtspunten, en daarmee werkzaamheden, voor ons met zich mee. Zo zal bijvoorbeeld de toezichthouder aandacht moeten geven aan het nakomen van de verplichte maatregelen m.b.t. energiebesparing bij bedrijven. Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB)Vrijkomende agrarische bebouwing is een onderwerp dat al een tijd speelt en wat naar verwachting de komende jaren nog wel zal doorzetten. Eigenaren/initiatiefnemers zijn, vaak al voordat ze het eigenbedrijf beëindigen, opzoek naar mogelijkheden voor de vrijkomende bebouwing. Dit leidt tot een toename in het aantal aanvragen. De gemeente wil beleid opstellen om op een goede geschikte wijze om te gaan met vrijkomende bebouwing. Het is hierbij van belang om dit beleid goed af te stemmen met het VTH team. Wij zullen immers in een later stadium uitvoering geven aan het beleid. 2.2.2Lokale ontwikkelingen Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaarbestuur (Bibob)Per 2020 hebben wij een eigen Bibob beleid. Aan de hand van dit beleid kunnen wij vaker, beter en op juiste wijze een Bibob-toets toepassen. Het beleid geeft aan bij welke aanvragen wij dit toepassen. Een deel van deze toets wordt in samenwerking met gemeente Uden opgepakt. Het nieuwe beleid is van invloed op de werkwijze van de vergunningverlener. Ook zal dit beleid van invloed zijn op het aantal informatie aanvragen bij bijvoorbeeld de politie en veiligheidsregio. HerindelingGemeente Uden en gemeente Landerd zullen, naar verwachting per 01 januari 2022, fuseren tot één nieuwe gemeente. Het samengaan van twee gemeenten vraagt om een geheel nieuwe indeling van de organisatie, functies, werkprocessen, huisvesting en niet te vergeten afstemming van beleid/inhoudelijke documenten die onze kaders vormen voor de uitvoering van ons werk. Hier starten wij in 2020 al mee maar de meeste werkzaamheden omtrent de herindeling zullen voor ons in 2021 en 2022 plaats vinden. Huisvesting arbeidsmigrantenMomenteel speelt het thema van huisvesting van arbeidsmigranten in de gemeente. Geconstateerd is dat op meerdere locaties arbeidsmigranten worden gehuisvest zonder omgevingsvergunning hiervoor. Daarnaast ligt het huisvesten van een groep arbeidsmigranten gevoelig in de omgeving. Het huisvestingsbeleid is verouderd en wordt daarom herzien. Het beleid zal naar verwachting halverwege 2020 worden vastgesteld. Vitale en toekomstbestendige recreatieparken LanderdDit project wordt opgepakt in samenwerking met de eigenaren van de recreatieparken. Op dit moment zijn we de problematieken aan het inventariseren. Daarna gaan wij kijken welke oplossingen hiervoor zijn. Dit kan ook gevolgen hebben voor het beleid. Het college is positief en de raad steunen dit project. Binnen dit project gaan wij in samenwerking met de provincie een pilotproject starten. Momenteel zijn wij aan het onderzoeken hoe we invulling kunnen geven aan deze pilot. Dit project valt buiten de reguliere taken en vraagt dus om extra capaciteit. Huisvesting veehouderijenDe huisvesting van veehouderijen moeten gaan voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting. In het besluit is rekening gehouden met een overgangsperiode van ongeveer 5 jaar. De deadline voor het indienen van een vergunning voor een aangepast stalsysteem verschuift in het voorstel van 1 april 2020 naar 1 januari 2021. Het besluit tot uitstel is medio februari 2020 genomen door Gedeputeerde Staten. Dit betekent voor 2020 extra aanvragen en in 2021 extra controle zaken die kunnen leiden tot extra inzet van handhavingsmiddelen/instrumenten. Dit toezicht wordt in samenwerking met het ODBN gedaan. 2.3Wettelijk kader Wij zijn bij de uitvoering van onze taken gebonden aan de wetgeving en daaronder hangende besluiten en regelingen. De belangrijkste wetten worden hier kort benoemd. Algemene wet bestuursrecht (Awb) reguleert het verkeer tussen een bestuursorgaan en (individuele) burgers of partijen/publiekrechtelijke rechtspersonen. Het geeft dus algemene regels over wat wij al bestuursorgaan moeten en wat we mogen doen t.o.v. inwoners. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geeft regels die gaan over de omgevingsvergunning. Een dergelijke vergunning heb je vaak nodig voor het uitvoeren van een project in de fysieke leefomgeving. Hier staan onder ander (algemene) regels over de omgevingsvergunning, procedures, en handhaving. Onder deze wet hangen het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de regeling omgevingsrecht (Mor) waar nadere regels van de algemene regels zijn opgenomen. Wet vergunningverlening toezicht en handhaving bevat regels die zien op een juiste uitvoering van de VTH taken. Het is een waarborg voor de kwaliteit van de uitvoering. Andere voorbeelden waarin taken en bevoegdheden voor VTH zijn opgenomen zijn de Gemeentewet, Drank en horecawet en Wet natuurbescherming. 2.4Doelstellingen De gemeente kan vergunningverlening en handhaving als instrument inzetten om de doelen die het zelf heeft gesteld of die voortvloeien uit wet- en regelgeving te bereiken. Immers, de regels hebben tot doel het publiek belang te dienen. Deze regels zijn er om er voor te zorgen dat de leefomgeving van burgers in de gemeente zo optimaal mogelijk wordt vormgegeven en behouden blijft. Burgers en bedrijven hebben daarbij de verantwoordelijkheid om de regels in acht te nemen, terwijl de gemeente op haar beurt de verantwoordelijkheid heeft om erop toe zien dat de regels daadwerkelijk worden nageleefd. Bestuurlijke doelen zijn belangrijk omdat zij de koers bepalen voor de bestuursperiode 2018-2022. Een algemeen doel voor de gemeente is om op een goede en fijne manier één nieuwe gemeente te vormen samen met gemeente Uden. De bestuurlijke doelstellingen volgen uit het coalitieprogramma 2018-2022. Er zijn zes thema’s door het bestuur geformuleerd. Krachtige kernen Zorg voor elkaar Economisch sterk Toeristisch aantrekkelijk Samen in de regio Financieel gezond Deze thema’s geven al een eerste blik op de onderwerpen waar het bestuur zich dagelijks hard voor maakt. Aan deze thema’s zijn speerpunten verbonden. Wanneer we naar de speerpunten kijken kunnen we hier een aantal doestellingen aan koppelen die van belang of van invloed zijn op ons werk. De doelstellingen worden in het coalitieprogramma behandeld. Enkele belangrijke punten behandelen we hieronder. In Bijlage 1 is een meer volledig overzicht van de bestuurlijke doelstellingen opgenomen. Landerd wil als gemeente een prettige, aantrekkelijke en gezonde leef-, woon- en verblijfsomgeving bieden waarin onder alle betrokkenen een gevoel van veiligheid heerst. Daarom worden de volgende ambities nagestreefd. Het behoud en verbeteren van veiligheid, gezondheid en ruimtelijke kwaliteitBij veiligheid kan gedacht worden aan constructieve veiligheid, bouw- en brandveiligheid. Onder gezondheid valt de drank- en horecawet, asbest en luchtemissies. Bij ruimtelijke kwaliteit kan gedacht worden aan inrichting van het landschap, verstening buitengebied, reclameborden, illegale afvalstort etc. Het behouden en verbeteren van het naleefgedragHet voorkomen van ongewenst gedrag is belangrijk. ‘Voorkomen is beter dan genezen’, is letterlijk van toepassing op handhaving in Nederland en dit wordt dan ook door de Rijksoverheid uitgedragen. Door preventief te handhaven moet het aantal overtredingen afnemen en het naleefgedrag verbeteren. Doeltreffend en efficiënt handhavenDoor het vaststellen van prioriteiten en blijvende aandacht voor ontwikkelen en verbeteren van de (handhavings)organisatie wil Landerd doeltreffend en efficiënt handhaven en de kwaliteit van de handhaving verbeteren. 2.5Uitgangspunten Om de leefbaarheid te waarborgen voor zowel bewoners als bedrijven is het noodzakelijk dat regels worden nageleefd. Afspraken en vergunningen moeten worden gehandhaafd, anders vervagen zij en bieden zij geen houvast meer. Ook de geloofwaardigheid van het bestuur komt dan in het geding. Een vergunning geeft iemand een bevoegdheid om op een bepaalde plek iets te mogen doen of laten. Door deze bevoegdheid in een vergunning te waarborgen wordt duidelijk wat iemand wel of niet mag. Het geeft handvatten om handhavend in te grijpen wanneer de verkregen bevoegdheid anders wordt ingezet dan volgens de vergunning is toegestaan. Handhaving is daarbij niet alleen een zaak van toezicht, controle en sancties. Neveneffecten van de uitvoering van de VTH taken zijn: er ontstaat duidelijkheid bij alle betrokkenen (wat mag wel of juist niet en wat zijn de gevolgen als je je niet houd aan de regels); het versterkt de geloofwaardigheid van het bevoegd gezag door eenduidig te handelen en te handhaven volgens protocol; en vergroot het gevoel van veiligheid van de burger en de leefbaarheid van de gemeente. Handhaving van afspraken en regels geeft duidelijkheid over waar de grens ligt. Zolang er sprake is van een doorzichtig, consequent en solide werkwijze laten burgers en bedrijven zich ook aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid. De gemeente Landerd hanteert de volgende uitgangspunten voor het VTH beleidsplan: Initiatiefnemer is verantwoordelijk voor een volledige en eenduidige aanvraagDit uitgangspunt is overgenomen vanuit het gedachtegoed van de Wabo. Om een goede aanvraag te ontvangen geven wij bij informatieverzoeken verzoeken om principebesluit zo volledig mogelijk en op eenduidige wijze of en op welke manier wij medewerking kunnen verlenen. Aanvragen om omgevingsvergunning worden volgens wet- en regelgeving behandeldWanneer een formele aanvraag wordt ingediend bepaalt de wet welke procedure van toepassing is. Wanneer een initiatief met een reguliere procedure behandeld kan worden zal deze procedure toegepast moeten worden. Verantwoordelijkheid voor zowel de overheid als de burger/ondernemerDe gemeente Landerd vindt dat zij als gemeente zelf een duidelijke verantwoordelijkheid heeft in haar handhavingstaak, maar de gemeente vindt ook dat burgers en ondernemers er in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor zijn dat zij zich aan de regels houden. Integraal en programmatisch handhavenDe gemeente Landerd wil zoveel mogelijk integraal en programmatisch handhaven en voldoet daarmee aan de wettelijke eisen die vanuit de Wabo (en de toekomstige Omgevingswet) worden gesteld. Programmatisch Handhaven is een structurele en integrale aanpak van de handhaving, gebaseerd op een integraal handhavingsprogramma. Toezicht op basis van risico’sBij het vaststellen van de prioriteit van het toezicht is primair het risico bepalend. De beschikbare personele capaciteit wordt daarbij ingezet op situaties met de grootste risico’s. Duidelijkheid voor de burgers, bedrijven en bestuurDuidelijkheid kan worden verkregen door een uniforme, consequente aanpak van overtredingen, heldere prioriteitenstelling met bijbehorende handhavingsdoelen die jaarlijks worden geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Nieuw beleid en gemeentelijke regelgeving wordt op handhaafbaarheid getoetst zodat toezichthouders in de praktijk met uitvoerbare en handhaafbare regels kunnen werken. Naast bestuurlijk doelstellingen hebben we ook team doelstellingen. Deze worden jaarlijks in het uitvoeringsprogramma opgenomen. Een belangrijke doelstelling is dat wij in ons nieuw te ontwikkelen werkproces integrale werkwijze willen integreren die niet alleen voor het team geldt maar gemeente breed. Bij complexe zaken zullen dus meerder afdelingen betrokken moeten worden bij beoordeling van aanvragen. 3.Kwaliteitscriteria Op landelijk niveau zijn er -in navolging van het project rond professionalisering van milieuhandhaving- kwaliteitseisen ontwikkeld voor een doelmatige uitvoering van de handhavingstaken door de gemeenten. Deze zijn via het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) verbonden aan de Wabo. Deze eisen vormen de wettelijke basis voor de vaststelling van het handhavingsbeleid, de risicoanalyse, de prioritering, het uitvoeringsprogramma, strategieën, monitoring en verslaglegging. Daarnaast bevat hoofstuk 7 van het Bor eisen voor wat betreft de inrichting van de organisatie (voldoende formatie, vastleggen taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden) en de borging van de financiële middelen. In hoofdlijnen is de essentie van de kwaliteitseisen: een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk – strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde normen in wet- en regelgeving welke gerelateerd zijn aan de Wabo; een passende reactie op geconstateerde strijdigheden; een stringentere reactie bij voortduring van de overtreding; een regeling voor optreden tegen strijdigheden welke zijn begaan door de eigen organisatie en/of andere overheden; transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen van (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties daarvoor; de mogelijkheid om schriftelijk gemotiveerd af te wijken van de strategie. Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving landelijke kwaliteitscriteria vastgesteld. In 2017 is gestart aan een update van de kwaliteitscriteria. De VTH kwaliteitscirteria 2.2 zijn vastgesteld en op 01 juli 2019 inwerkinggetreden. De kwaliteitscriteria hebben onder meer betrekking op de kritieke massa. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de deskundigheidsgebieden met elk eigen ‘subcategoriën’: generiek (7 sub categoriën); juridisch (10 sub categoriën); specialistisch accent milieu (7 sub categoriën); specialistisch accent ruimte (4 sub categoriën); Aan elke subcategorie wordt een takenpaket gekoppeld waarbij wordt aangegeven wat het minimale kennis/opleidings- en ervaringsniveau is voor uitvoering van de taken in eenvoudige situaties en voor uitvoering van de taken in complexesituaties. Deze eisen vormen de basis van de functieprofielen wanneer wij vacatures en inhuur opdrachten uitzetten. Het functiefprofiel van de kandidaten worden tegen het licht van deze meetlat gehouden. Daarnaast beiden deze eisen een richtlijn voor het personeel dat zich wilt doorontwikkelen naar een ander niveau of zelfs een andere functie. Het kan helpen bij de keuze in cursussen en/of opleidingen. Via de Invoeringswet Omgevingswet wordt de huidige regelgeving over VTH uit de Wabo, opgenomen in de nieuwe Omgevingswet. De set VTH kwaliteitscriteria 2.2 blijft op deze manier van kracht. Omdat de omgevinsgwet vraagt om een andere manier van werken en een andere andere houding zullen ook de ‘functieprofielen’ zoals deze nu bestaan worden aangepast. Wij zullen daarom de nodige cursussen en opleidingen moeten volgen om een goede invulling te geven aan de nieuwe manier van werken. Te verwachten valt dat de kwaliteitscriteria die uit de wet VTH volgen zullen worden aangepast. 4.Strategieën Voor de uitvoering van onze handhavende taak zijn er verschillende strategieën die hierop toegepast kunnen worden. Dit hoofdstuk gaat over deze strategieën. Handhaven wordt omschreven als ‘het doen naleven van rechtsregels’. Dat kan goedschiks of kwaadschiks, met respectievelijk preventieve of repressieve maatregelen. Voorbeelden van preventieve maatregelen zijn voorlichting of overleg. Repressieve maatregelen bestaan uit bestuursrechtelijke of strafrechtelijke sancties. In spreektaal wordt met de term handhaven vaak gedoeld op handhaven in enge zin: het opleggen van sancties. Toezicht gaat vooraf aan het opleggen van sancties en wordt omschreven als: het verzamelen van informatie bij vermoeden van overtreden van regels of bij uitvoering van structureel, regulier toezicht; het vervolgens beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van een overtreding; waar mogelijk handelend optreden op basis van dat oordeel (hierbij gaat het niet per se om handhavend optreden; het optreden kan bijvoorbeeld ook leiden tot legalisering achteraf). Om handhaving te effectueren beschikt het bevoegd gezag over verschillende juridische instrumenten. Bekende instrumenten zijn: bestuurlijke strafbeschikking, dwangsom, bestuursdwang, intrekken van de vergunning of het stopzetten/stilleggen van werkzaamheden. De instrumenten zelf, de procedures en de mogelijkheden voor bezwaar en beroep zijn in wetten en verordeningen verankerd. In hoofdstuk 5 wordt hierop teruggekomen. 4.1Handhavingsstrategie Een handhavingsstrategie bestaat uit drie onderdelen: toezicht, sancties en gedogen. Een gezamenlijk gedragen en vastgestelde strategie is nodig om consequent en transparant handhaven mogelijk te maken. Een handhavingsorganisatie dient op grond van de landelijke kwaliteitscriteria te beschikken over de volgende strategieën: De handhavingsorganisatie handelt op grond van een nalevingstrategie, waarin is vastgelegd met welke instrumenten zij naleving wil bereiken en welke rol handhaving daarbinnen speelt. Een apart spoor vormt de preventie (= het voorkomen van handhavingsactiviteiten). De handhavingsorganisatie handelt op grond van een toezichtstrategie, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. De handhavingsorganisatie handelt op grond van een sanctiestrategie, waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd. De handhavingsorganisatie handelt op grond van een gedoogstrategie, waarin is vastgelegd in welke situaties en onder welke condities inzet van sancties tegenover overtreders tijdelijk achterwege kan blijven. 4.2Stappenplan handhaving Hieronder is het stappenplan handhaving opgenomen. Dit stappenplan is een korte beschrijving van hoe het handhavingsproces idealiter dient te verlopen. Handhaven is echter maatwerk. Afhankelijk van de regelgeving, de aard van de overtreding, de voorgeschiedenis etc. kunnen stappen overgeslagen (b.v. bij spoedeisende zaken het overslaan van de signaleringsbrief) of juist uitgebreid worden (b.v. extra signaleringsbrief met extra begunstigingstermijn). Sinds 04 juni 2014 is er een Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Het Interprovinciaal overleg (IPO) en het Openbaar Ministerie (OM) hebben destijds hiertoe het initiatiefgenomen. De LHS vormt een verbeterslag op de organisatie en uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De LHS dient door alle handhavingsinstanties (in het bijzonder provincies, waterschappen en gemeenten), vastgesteld te worden. Gemeente Landerd heeft daarom de LHS vastgesteld op 10 mei 2016 vastgesteld en deze is bijgevoegd als bijlage. Het stappenplan voor handhaving kan als volgt worden weergegeven: De volgende categorieën overtredingen worden onderscheiden: Overtredingen met acuut gevaar (ook wel: categorie 0-overtredingen): overtredingen waarop onmiddellijk maatregelen genomen moet worden om de schade voor de leefomgeving (milieu, landschappelijke of cultuurhistorische waarden en ruimtelijke kwaliteit) te stoppen en/of zoveel mogelijk te beperken Categorie 1-overtredingen, dit zijn: Overtredingen met een dreigende en/of onomkeerbare schade voor de leefomgeving van enige betekenis. Overtredingen met (dreigende ) risico’s voor de volksgezondheid. Overtredingen die duiden op een calculerende en/of malafide instelling van de overtreder en commune delicten met relevantie voor de leefomgeving. Het herhaaldelijk voorkomen van overtredingen (=recidive: er is sprake van recidive als er minder dan vijf jaar geleden dezelfde overtreding plaats heeft gevonden). Categorie 2-overtredingen: dit zijn alle overige overtredingen 4.3Toezichtstrategie Toezicht wordt in dit verband gezien als het controleren in hoeverre regels worden nageleefd. Door het toezicht kan het niet-naleven van regels aan het licht komen. Daarmee zit toezicht op de scheidslijn van preventief en repressief handhaven. In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen beschreven langs welke weg de gemeente Landerd door toezicht naleving van regelgeving wil bereiken. Daarbij gaat het onder meer om de verschillende methodes voor toezicht en hoe wordt omgegaan met gedoogsituaties. In het volgende hoofdstuk worden de sanctiemogelijkheden beschreven. Er kunnen drie vormen van toezicht worden onderscheiden: Regulier- of planmatig toezicht Regulier toezicht is toezicht dat voortvloeit uit de wettelijke handhavingstaken die de gemeente Landerd heeft. Feitelijk omvat dit het toezicht dat direct samenhangt met bijvoorbeeld vergunningverlening. Incidenteel toezicht Onder incidenteel toezicht wordt het toezicht verstaan dat naast het reguliere toezicht plaatsvindt. Dit kan bijvoorbeeld zijn naar aanleiding van klachten en/of meldingen van burgers, externe partijen en/of interne afdelingen. Incidenteel toezicht hangt dus niet noodzakelijkerwijs samen met de verlening van vergunningen en/of toestemmingen. Projectmatig toezicht Onder projectmatig toezicht worden de speciale gebieds- of themagerichte handhavingsacties verstaan. Deze acties kunnen ook worden geïnitieerd vanuit de omgevingsdienst, provincie of rijksoverheid. Behalve de drie vormen van het toezicht kunnen ook verschillende niveaus van toetsing worden onderscheiden (intensiteit). Door het hanteren van verschillende toets niveaus kan de beschikbare handhavingscapaciteit binnen de gestelde prioriteiten zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Deze niveaus worden gevormd door 3 onderdelen: Frequentie: Hoe vaak en op welk moment wordt gecontroleerd? Breedte: Worden alle aspecten gecontroleerd of slechts een aantal aspecten? Diepte: Wordt ieder aspect tot in detail gecontroleerd of via een scan op hoofdlijnen? De te onderscheiden toetsingsniveaus zijn: Niveau A = laag: SneltoetsGeen of alleen snelle controle van de betrokken regel. Bijvoorbeeld alleen controle op de aanwezigheid van tekeningen en berekeningen. Niveau B = gemiddeld: VisueelDe betrokken regel wordt bij dit toetsingsniveau beperkt in de breedte en beperkt in de diepte getoetst. Voorbeeld toets niveau: steekproefsgewijs gebouwen controleren op aanwezigheid van brandblusser en steekproefsgewijs controleren van certificaat. Niveau C = hoog: RepresentatiefDe betrokken regel wordt in de volle breedte en beperkt in de diepte gecontroleerd. Voorbeeld toets niveau: alle gebouwen controleren op aanwezigheid van brandblusser en steekproefsgewijs controleren op certificaat. Niveau D = hoog: IntegraalDe betrokken regel wordt in de volle breedte en diepte getoetst. Voorbeeld toets niveau: alle gebouwen controleren op aanwezigheid van brandblusser en op certificaat. Toepassing van toetsingsniveaus in de praktijkHoofdregel is dat bij handhavingstaken met een hoge of hogere prioriteit (prioriteit 1 en 2) een hoog toetsingsniveau wordt gehanteerd (C. of D.)Bij handhavingstaken met een gemiddelde prioriteit (prioriteit 3) wordt een gemiddeld toetsingsniveau (B) en bij een lage prioriteit (prioriteit 4) wordt een laag toetsingsniveau (A) gehanteerd. Door (in het jaarlijkse handhavingsprogramma) de koppeling te leggen tussen de mate van prioriteit en het toetsingsniveau wordt zoveel mogelijk recht gedaan aan de prioriteitstelling binnen de beschikbare capaciteit. Sommige handhavingstaken omvatten een grote hoeveelheid en diversiteit aan regels en normstellingen. Het kan daarom nodig zijn dat binnen één handhavingstaak verschillende toetsingsniveaus worden gehanteerd. 4.4Gedoogstrategie Wanneer wet- en regelgeving worden overtreden is het bevoegde gezag in beginsel verplicht om handhavend op te treden ter bescherming van het algemeen belang en ter voorkoming van precedentwerking. Gedogen betekent dat het bestuur dat bevoegd (en in beginsel ook verplicht) is tot handhaving, daar gemotiveerd van af ziet. Er is, mede op basis van gevormde jurisprudentie, een landelijk model voor een gedoogbeleid ontwikkeld waaraan Landerd zich conformeert. De kern van dit gedoogbeleid is dat niet wordt gedoogd, tenzij sprake is van specifieke uitzonderingsgevallen en onder voorwaarde dat de situatie beperkt is in omvang en/of tijd. Wanneer de gemeente gedoogt, wordt dit in een gedoogbeschikking vastgelegd. Aan een gedoogbeschikking worden voorwaarden verbonden om de strijdige situatie zo kort mogelijk te laten duren en om de afwijking van de regels tot een minimum te beperken. Van een uitzonderingsgeval kan sprake zijn wanneer er op korte termijn alsnog legalisatie mogelijk is. Ook kan handhavend optreden in een bepaald geval onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Ook in dat geval kan van handhavend optreden worden afgezien. Samengevat kan in de volgende situaties gedogen gerechtvaardigd of soms geboden zijn: Handhaving zou leiden tot onmiskenbare onbillijkheden. Hierbij moet worden gedacht aan overmachtsituaties of sommige overgangssituaties. Het achterliggende belang is aantoonbaar beter gediend met gedogen. Er is concreet zicht op toekomstige legalisatie door wetwijziging, nieuw bestemmingsplan ed. Aan elk gedoogbesluit gaat een zorgvuldige belangenafweging vooraf. Het gedoogbesluit moet uiteraard ook voldoen aan o.a. de eisen die de Algemene wet bestuursrecht stelt, in het bijzonder de motiveringseisen. Alleen dan weten alle betrokkenen waar zij aan toe zijn en kunnen eventuele derde-belanghebbenden in staat worden gesteld om hun rechtsmiddelen aan te wenden. Een gedoogbeschikking is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waartegen derde-belanghebbenden bezwaar kunnen maken. 4.5Sanctiestrategie In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de repressieve handhaving: de wijze waarop de bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten worden gebruikt tegen geconstateerde illegale situaties en overtredingen. De inzet van deze handhavingsinstrumenten is primair gericht op de beëindiging van de overtreding. Uitgangspunt is een zo kort mogelijke duur van overtredingen door een voortvarend optreden. De bevoegdheid tot toepassing van de instrumenten ligt in de meeste gevallen bij het college van burgemeester en wethouders en in sommige situaties bij de burgemeester. De bevoegdheid is vastgelegd in de gemeentewet (artikel 125). Wijze van sanctionerenHet bestuursorgaan dat tot handhaven bevoegd is heeft een aantal bestuursrechtelijke sanctiemiddelen tot haar beschikking: Last onder bestuursdwang; Last onder dwangsom; Geheel of gedeeltelijk intrekken van een beschikking; De bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking. Deze handhavingsinstrumenten zijn nader uitgewerkt in de Algemene wet bestuursrecht (Awb, hoofdstuk 5) en de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo, hoofdstuk 5). In het volgende hoofdstuk van dit beleidsplan worden de sanctiemiddelen in het kort nader beschreven. Uit het hiervoor onder 4.2 beschreven stappenplan blijkt dat bij het toepassen van sancties onderscheid wordt gemaakt in overtredingen die om onmiddellijk optreden vragen (acuut gevaar), overtreding van categorie 1 (overtreding van essentiële normen) en categorie 2 overtredingen (andere overtredingen). Uitgangspunt is dat bij acuut gevaar er in principe geen dwangsom kan worden opgelegd, maar spoedeisende bestuursdwang wordt toegepast. Als toezicht, controle en al dan niet schriftelijke waarschuwingen niet het gewenste effect hebben, zal een bestuursrechtelijke handhavingsbeschikking worden vastgesteld. In de regel wordt daarin een zogenaamde begunstigingstermijn opgenomen waarbinnen de overtreding door de overtreder ongedaan gemaakt kan worden ter voorkoming van effectuering van de sancties. Per geval wordt bekeken welke sanctiemiddel, welke termijn, welke dwangsom etc. passend wordt geacht om het doel te bereiken, rekening houdend met de normen en beginselen welke daarvoor gelden. Er vindt verzwaring en versnelling van sancties plaats als er sprake is van opzet, controle-belemmering, recidive of wanneer legalisatie niet mogelijk is. De ernst van de overtreding is daarbij vaak bepalend voor de snelheid van het bestuursrechtelijk traject. De sanctiestrategie gaat niet in op zaken als bevoegdhedenverdeling, mandatering, informatieverstrekking en processen en werkwijzen. Deze zaken worden of zijn vastgelegd in afzonderlijke door het college vast te stellen protocollen. 4.6Bestaande illegale situaties Handhaving bij langer bestaande illegale situaties is vaak complexer dan bij nieuwe gevallen. Uitgangspunt voor de gemeente Landerd is dat er in principe ook handhavend wordt opgetreden tegen al langer bestaande overtredingen. Indien de gemeente echter lange tijd niet op een overtreding reageert, kunnen er bij de overtreder verwachtingen zijn ontstaan die door de gemeente in de belangenafweging moeten worden meegenomen. Dit betekent dat van geval tot geval een zorgvuldige afweging wordt gemaakt voordat besloten wordt tot handhaving. De bestuursrechter stelt in ieder geval zwaardere motiveringseisen aan een handhavingsbesluit naar mate een illegale situatie langer bestaat. Daardoor wordt het voor de gemeente steeds moeilijker om aan te tonen dat het algemeen, maatschappelijke belang opweegt tegen het belang van overtreder bij voortzetting/instandhouding van de illegale situatie. Dit kan ertoe leiden dat de gemeente haar rechten om tot handhaving over te gaan heeft verspeeld en in alle redelijkheid niet meer tot handhaving kan besluiten. Per geval kan ook worden overwogen om een expliciete, al dan niet persoonsgebonden of tijdgebonden gedoogbeschikking met voorwaarden vast te stellen. Er is wel een kentering in de jurisprudentie: de laatste jaren gunnen rechters gemeenten een grotere vrijheid om alsnog tegen oudere overtredingen op te treden, vanuit de beginselplicht van de gemeente om handhavend op te treden, maar ongetwijfeld ook op basis van de maatschappelijke discussies rond handhaving in Nederland. 4.7Strafrechtelijk optreden Voor zover een overtreding van een regel als een strafbaar feit is aangemerkt, is het eveneens mogelijk om strafrechtelijk te handhaven. Deze bevoegdheid komt toe aan het Openbaar Ministerie (OM). Het OM heeft daarin een volledig eigen verantwoordelijkheid. Een beslissing van de gemeente om bijvoorbeeld niet te handhaven, ontneemt het Openbaar Ministerie niet het recht om tot strafvervolging over te gaan. Beide vormen van handhaving zijn naast elkaar en ook ten aanzien van dezelfde overtreding mogelijk (flankerend beleid). Bestuursrechtelijke handhaving is primair gericht op herstel van de situatie. Strafrechtelijke handhaving kent een punitief karakter: dit is gericht op het toevoegen van leed (boete, gevangenisstraf). Landelijk zijn thema’s vastgesteld waarop de inzet van de politie bij overtreding van bestuursrechtelijke voorschriften rond het omgevingsrecht prioriteit heeft. Het gaat daarbij in elk geval om (zware) milieucriminaliteit. De thema’s hebben onder meer betrekking op Bodembescherming/grondstromen, afval/afvalstromen, BRZO-bedrijven (Besluit Risico Zware Ongevallen), asbest, vuurwerk, dierenwelzijn, toepassing gewasbeschermingsmiddelen, luchtwassers. 4.8Handhavend optreden tegen de eigen organisatie en tegen andere overheden Ook de eigen organisatie of onderdelen daarvan hebben te maken met wet- en regelgeving. In dat kader heeft de eigen organisatie ook te maken met de naleving van wettelijke voorschriften. In het geval dat (een) overtreding(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.