Beleidsregels kamerbewoning en woningsplitsing Eindhoven 2020Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven, gelet op artikel 2 lid 1 onder c jo. artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, gelet op artikel 16 tot en met 24 van de Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2020 heeft op 12 mei 2020 besloten vast te stellen de Beleidsregels kamerbewoning en woningsplitsing Eindhoven 2020 Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven is bevoegd op grond van artikel 2 lid 1 onder c jo. artikel 2.12 lid 1 onder a sub 2 en sub 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik te beoordelen. Het wijzigen van een woning naar kamerbewoning en/of woningsplitsing is in strijd met alle Eindhovense bestemmingsplannen. Onder bepaalde voorwaarden is het college van burgemeester en wethouders bereid om dergelijke initiatieven mogelijk te maken. De kaders hiervoor kunnen worden neergelegd in beleidsregels. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven besluit, gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, de volgende beleidsregels vast te stellen. Inleiding en werkingsgebied Huisvesting in de vorm van kamerbewoning (bewoning van onzelfstandige woonruimten) en woningsplitsing (wijziging van een woning naar meerdere woningen) voorziet in een behoefte en daarmee ook in een belangrijke maatschappelijke functie. Kamerbewoning en woningsplitsing leidt echter ook tot woonverdichting, meer druk op de omgeving en mogelijk tot aantasting van de woonkwaliteit van de omgeving. Door regulering van nieuwe initiatieven van kamerbewoning en woningsplitsing via beleidsregels kunnen deze gevolgen evenrediger verdeeld worden over de stad en voor een deel worden voorkomen. Op 27 juli 2018 is het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing’ in werking getreden. Daarmee is voor initiatieven van kamerbewoning en woningsplitsing op uniforme wijze een vergunningplicht ingesteld. Voor de beoordeling van aanvragen voor een dergelijke vergunning bestond al beleid (artikel 4.9 van de Beleidsregels ruimtelijk omgevingsrecht 2018). Vanuit de stad en de politiek is de wens uitgesproken om duidelijkere spelregels en is er behoefte om overmatige concentraties van kamerbewoning en woningsplitsing te voorkomen. Deze beleidsregels gelden voor het grondgebied van heel Eindhoven. Beleidsregels In de gemeente Eindhoven is wijziging van een woning naar kamerbewoning en woningsplitsing op grond van het (paraplu)bestemmingsplan in beginsel niet toegestaan. Maar in afwijking van het bestemmingsplan kan kamerbewoning en woningsplitsing mogelijk worden gemaakt als dat past in de omgeving (op basis van een belangenafweging via een omgevingsvergunning). Wanneer sprake is van strijd met het bestemmingsplan, kan een initiatiefnemer bij de gemeente een aanvraag doen voor een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik. Hoewel zowel kamerbewoning als woningsplitsing inmiddels is geregeld via het (paraplu)bestemmingsplan, kan het in zeer uitzonderlijke gevallen voorkomen dat nog een omzettingsvergunning of woningvormingsvergunning op grond van de huisvestingsverordening is vereist. Deze ’Beleidsregels kamerbewoning en woningsplitsing Eindhoven 2020’ zijn ook van toepassing op deze situaties. Daarmee dekken de beleidsregels in principe alle aanvragen waarbij een woning wordt gewijzigd naar kamerbewoning of naar meerdere woningen/appartementen. Ook de situatie waarbij een kamersgewijs bewoond pand wordt gewijzigd naar meerdere woningen/appartementen, wordt beoordeeld aan de hand van deze beleidsregels. Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op nieuwbouw/verbouw van appartementencomplexen en kamersgewijs bewoonde complexen of transformaties van bijvoorbeeld kantoren naar kamerbewoning of naar woningen/appartementen. Dit betekent dat een dergelijke aanvraag niet wordt beoordeeld aan de hand van deze beleidsregels en dat in die situaties dus ook geen cirkels/contouren worden getrokken. Van een complex of transformatie is in ieder geval sprake als een pand groot genoeg is om daarin 8 of meer woningen/appartementen te maken met voldoende woonkwaliteit. Dit beleidskader biedt toetsingscriteria om aanvragen te beoordelen en moet evenwicht bieden aan meerdere belangen. De gemeente Eindhoven heeft een ambitie om qua inwonersaantal te groeien en wil ook voorzien in een grotere behoefte aan goede en voldoende huisvesting voor kleine en eenpersoons huishoudens. Daarnaast is er het belang van bescherming van het woon- en leefklimaat (leefbaarheidscriterium) in de stad. Met deze beleidsregels meent het college evenwichtige beoordelingscriteria te hebben geformuleerd die recht doen aan de ambitie tot groei van de stad met nadrukkelijke aandacht voor de leefbaarheid in de stad. Naast deze beleidsregels worden aanvragen voor kamerbewoning en woningsplitsing ook altijd getoetst aan de geldende parkeernormen. Uitgangspunten beleid • Kamerbewoning en woningsplitsing mogelijk maken Eindhoven is een zeer levendige stad met een variëteit aan inwoners, woonwensen en een groeiambitie. Door het aanbod van onderwijs in Eindhoven is er grote behoefte aan studentenhuisvesting. Doordat ouderen langer thuis blijven wonen, door toename van het aantal echtscheidingen, door arbeidsmigranten, statushouders en cliënten uit zorginstellingen en dergelijke bestaat er steeds meer behoefte aan woningen die door meerdere mensen gedeeld kunnen worden en/of kleine woningen. Eindhoven wil aan deze behoefte kunnen blijven voldoen. • Sturen op leefbaarheid Op-slot-gebieden Net als onder de voorgaande beleidsregels houden we vast aan gebieden die ‘op slot staan’. Aan de bestaande gebieden voegen we er nog twee toe. Een vergunningaanvraag voor het wijzigen van een woning naar kamerbewoning of woningsplitsing wordt geweigerd als de woning ligt in een van de volgende wijken/buurten: - Woensel West; - Limbeek Noord en Limbeek Zuid; - Bennekel Oost; - Doornakkers Oost en Doornakkers West; - Hemelrijken; - Gildebuurt. De reden daarvoor is dat het onwenselijk is dat de druk op deze gebieden verder toeneemt. Ligt een woning niet in een van bovenstaande gebieden, dan is wijziging naar kamerbewoning of woningsplitsing in beginsel mogelijk via een vergunning. Dit kan buiten het centrumgebied echter alleen indien er sprake is van een bepaalde minimale afstand gemeten vanaf het zwaartepunt van een kamersgewijs bewoond pand of gesplitste woning tot het pand waar de aanvraag betrekking op heeft. Dat principe wordt hierna uitgelegd bij de ‘30 meter-regel’. Centrumgebied en Restgebied Kamerbewoning en woningsplitsing brengt levendigheid, maar kan ook leiden tot leefbaarheidsproblemen. Denk aan geluidsoverlast, parkeerdruk en frictie door verschillende leefstijlen in een straat of buurt. Door vooraf goede afwegingen te maken menen wij dat dit beter kan worden beheerst. In het stadscentrum en de wijken daaromheen past het woonkarakter en de dynamiek die kamerbewoning en woningsplitsing met zich meebrengen vaak beter. In andere woonwijken behoort kamerbewoning en woningsplitsing ook tot de mogelijkheden, maar is er meer spreiding gewenst. In deze beleidsregels zijn het stadscentrum en de wijken daaromheen benoemd als “Centrumgebied”. 30 meter-regel Met deze beleidsregels voeren we voor het restgebied een objectieve regeling in. Deze regeling geldt dus niet in het centrumgebied. De 30 meter-regel is een helder en concreet criterium. Als in het restgebied niet wordt voldaan aan deze regel, wordt in principe geen vergunning verleend. De 30 meter-regel houdt in dat het pand waarvoor vergunning wordt aangevraagd niet geheel of gedeeltelijk valt binnen, of wordt geraakt door, een straal van 30 meter gemeten vanuit het zwaartepunt van een bestaand kamersgewijs bewoond pand en/of bestaand gesplitste woning. Hierbij worden ook panden betrokken waarvoor al eerder een aanvraag is ingediend die nog in behandeling is. Op deze manier moet het gebied binnen een straal van 30 meter rond een bestaand kamersgewijs bewoond pand of een bestaande gesplitste woning, beschermd worden tegen nieuwe initiatieven van kamerbewoning en/of woningsplitsing. Tijdens de overgangsperiode van 1 jaar na vaststelling van de beleidsregels, worden cirkels met een straal van 30 meter rond zowel de legale als de illegale bestaande panden meegenomen. Na de overgangsperiode van 1 jaar worden alleen cirkels met een straal van 30 meter rond de legale bestaande situaties meegenomen. Het is immers de bedoeling dat na het overgangsjaar meer duidelijkheid bestaat over de bestaande situaties en dat tegen de illegale situaties wordt opgetreden. Leefbaarheidstoets Wordt er wel voldaan aan de 30 meter-regel, dan volgt daarna nog altijd maatwerk via een nadere leefbaarheidsbeoordeling. Deze is vollediger doordat we over steeds meer data en informatie over de wijken/buurten beschikken en het eindadvies van het leefbaarheidsonderzoek voortaan gecheckt wordt door een leefbaarheidscommissie die uit meerdere personen bestaat. Deze leefbaarheidscommissie is een adviesorgaan dat onder andere de uniformiteit, volledigheid en kwaliteit van het leefbaarheidsadvies bewaakt waardoor het eindadvies is gebaseerd op een evenwichtige belangenafweging en een breder draagvlak heeft. Leidt het leefbaarheidsonderzoek tot een positief advies, dan moet voor een vergunning vervolgens nog worden voldaan aan woonkwaliteitseisen. Extern adviesorgaan Er zijn voorbereidingen om een adviesorgaan te vormen, waarbij een vaste groep van bewoners uit Eindhoven, verhuurders (pandeigenaren) en huurders samen nadenken over het onderwerp kamerbewoning en woningsplitsing in de breedste zin van het woord. De intentie is om dit extern adviesorgaan (het ‘platform kamerbewoning en woningsplitsing’) mee te laten denken over de wijze waarop deze woonvormen in Eindhoven een plaats krijgen/houden. • Sturen op woonkwaliteit Om een bepaalde minimale woonkwaliteit te garanderen voor de bewoners van een kamersgewijs bewoond pand of gesplitste woning zijn regels opgesteld. Deze regels houden ook rekening met mogelijke effecten op het gebied van privacy en geluid bij aangrenzende woningen en woonpercelen. • Verantwoordelijkheid bij de pandeigenaar Om de leefbaarheid vanuit en rondom het pand zoveel mogelijk te waarborgen, worden bij het verlenen van de vergunning voorschriften en leefregels opgenomen. Daarmee wordt een appèl gedaan op de verantwoordelijkheid van de eigenaar/verhuurder voor de bewoners en het pand. Bij klachten en overtreding van de voorschriften en/of leefregels kan de eigenaar/verhuurder daardoor ter verantwoording worden geroepen om de nodige maatregelen te nemen. Het ‘platform kamerbewoning en woningsplitsing’ in oprichting heeft in de samenspraak bijgedragen aan deze opgestelde leefregels en zal hier in de toekomst ook bij betrokken blijven. Eenduidig en transparant Met de hiervoor genoemde uitgangspunten, waaronder de 30 meter-regel in het restgebied, is het voor vergunningaanvragers en omwonenden duidelijk waaraan een aanvraag wordt getoetst. Hierdoor wordt de rechtszekerheid beter gewaarborgd. Ook draagt de voornoemde leefbaarheidscommissie en extern platform bij aan de uniformiteit, kwaliteit en transparantie van de aanvraagprocedure. Kaart en zonering • Centrumgebied: Hier worden initiatieven van kamerbewoning en/of woningsplitsing beoordeeld aan de hand van een leefbaarheidstoets en woonkwaliteitseisen (en dus niet aan de hand van de 30 meter-regel). Het centrumgebied wordt begrensd door het 18 Septemberplein, de Vestdijk, Geldropseweg, Bilderdijklaan, Stadhuisplein, Wal, Keizersgracht en Emmasingel zoals hieronder in fig. 1 aangegeven. Fig. 1: Centrumgebied • Restgebied: Het gebied van de gemeente Eindhoven dat niet behoort tot het centrumgebied is het restgebied. Hier worden initiatieven beoordeeld aan de hand van de ‘op-slot-gebieden’, de 30 meter-regel, de leefbaarheidstoets en woonkwaliteitseisen. Handhaving Bij verzoeken om handhaving tegen illegale kamerbewoning en/of woningsplitsing of aanhoudende klachten over overlastgevende legale panden kan worden opgetreden als een overtreding wordt geconstateerd. Optreden kan bijvoorbeeld door een last onder dwangsom op te leggen. Bij herhaalde aanhoudende overlastsituaties bestaat zelfs de mogelijkheid om een vergunning in te trekken (op basis van artikel 5.19 Wabo). Om deze intrekking mogelijk te maken is in artikel 3 van deze beleidsregels opgenomen dat een vergunning wordt verleend onder bepaalde voorschriften. Op basis van vaste jurisprudentie wordt een overtreder in een handhavingstraject in de gelegenheid gesteld om de situatie te legaliseren door het aanvragen van een vergunning achteraf. Als de vergunning uiteindelijk alsnog wordt verleend, helpt het opnemen van het intrekkingsvoorschrift om te voorkomen dat een dergelijk gelegaliseerd pand over de schreef gaat qua leefbaarheid. Het beleid is uitgewerkt in de hieronder staande beleidsregels. Artikel1Begripsbepalingen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a.bestaand gesplitste woning: (voormalige) woning die op 15 mei 2020 - al dan niet legaal - was opgesplitst in meerdere woningen b.bestaand kamersgewijs bewoond pand: (voormalige) woning die op 15 mei 2020 - al dan niet legaal - in gebruik was voor kamerbewoning c.binnen de ring: het gedeelte van Eindhoven gelegen aan de binnenzijde van de Onze Lieve Vrouwestraat, Insulindelaan, Jeroen Boschlaan, Hugo van der Goeslaan, Piuslaan, Leostraat, Boutenslaan, Keizer Karel V Singel, Limburglaan, Botenlaan, Beukenlaan, Marconilaan, Kronehoefstraat en Pastoriestraat d.oppervlakte kamer: de netto vloeroppervlakte van de niet gezamenlijke verblijfsruimten, binnenmaats gemeten op een hoogte van tenminste 1,50 meter. e.oppervlakte zelfstandige woonruimte: de netto vloeroppervlakte binnenmaats gemeten op een hoogte van tenminste 1,50 meter. f.kamer: onzelfstandige wooneenheid die bestaat uit één of meer verblijfsruimten niet zijnde gemeenschappelijke ruimten. g.legaal gesplitste woning: •een pand dat zowel beschikt over een omgevingsvergunning voor het bouwen (of voorheen bouwvergunning) als voor planologisch strijdig gebruik (of een soortgelijke vergunning die verleend is onder voorgaande wetgeving zoals de Wet op de ruimtelijke ordening; WRO of Wro). of •een pand dat beschikt over een omgevingsvergunning voor het bouwen (of voorheen bouwvergunning) en waarbij de woningsplitsing in overeenstemming is met het bestemmingsplan (met inbegrip van de overgangsbepalingen). h.legaal kamersgewijs bewoond pand: •een pand dat beschikt over een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik (of een soortgelijke vergunning die verleend is onder voorgaande wetgeving zoals de Wet op de ruimtelijke ordening; WRO of Wro). of •een pand waarbij kamerbewoning in overeenstemming is met het bestemmingsplan (met inbegrip van de overgangsbepalingen) en waarvoor een vergunning op grond van de Huisvestingsverordening is verleend dan wel waarbij de kamerbewoning reeds bestond voor 12 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.