Nadere subsidieregels Bibliotheek, Maatschappij en Laaggeletterdheid 2020-2024Gedeputeerde Staten van Limburg maken ter voldoening aan het bepaalde in de Provinciewet en de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v. bekend dat zij in hun vergadering van 12 mei 2020 hebben vastgesteld: NADERE SUBSIDIEREGELS BIBLIOTHEEK, MAATSCHAPPIJ EN LAAGGELETTERDHEID 2020-2024 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen 1.Bibliotheekvernieuwing: het aanbod van een bibliotheek/bibliotheken sluit meer aan op (lokale) maatschappelijke behoeften, richt zich meer op specifieke doelgroepen en heeft een aantoonbaar duurzamer maatschappelijk rendement. 2.Geletterdheid: het gebruiken van gedrukte en geschreven informatie om volwaardig te kunnen functioneren in de maatschappij, om de eigen doelen te bereiken en om de eigen kennis en mogelijkheden te ontwikkelen. 3.Laaggeletterdheid: term voor mensen die grote moeite hebben met het gebruiken van gedrukte en geschreven informatie om volwaardig te kunnen functioneren in de maatschappij, om de eigen doelen te bereiken en om de eigen kennis en mogelijkheden te ontwikkelen. 4.Leesbevordering: het stimuleren van het lezen bij kinderen en volwassenen, met als doel dat zij lezen niet als verplichting ervaren, maar beschouwen als een leuke en zinvolle tijdsbesteding, waardoor via leesplezier en leesmotivatie de leesvaardigheid wordt vergroot. 5.Project: een in tijd afgebakend samenhangend geheel van activiteiten. 6.Standaardnederlands: de variant van het Nederlands die vroeger Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) werd genoemd. Nederlandse dialecten vallen derhalve niet onder de definitie. 7.Wsob: Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen. Artikel2Doelstelling/doel van de regeling Het doel van deze regeling is het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid en taalachterstanden in de Nederlandse provincie Limburg door het stimuleren van (activiteiten in het kader van) verbetering van taalvaardigheid en de aanpak van leesbevordering in preventieve en curatieve zin, waardoor ook wordt bijgedragen aan het vergroten van maatschappelijke participatie van specifieke doelgroepen in de samenleving. Binnen het proces van bibliotheekvernieuwing is een bibliotheek uitvoerend projectpartner of betrokken bij het schrijven van de aanvraag om voor subsidie in aanmerking te komen binnen deze regeling, tenzij de aanvrager een Nederlands Limburgse gemeente betreft. Artikel3Aanvrager Voor subsidie kunnen in aanmerking komen: Nederlands Limburgse bibliotheken conform de Wsob; Nederlands Limburgse gemeenten; Overige rechtspersonen die in de Nederlandse provincie Limburg zijn gevestigd; Overige rechtspersonen die weliswaar in Nederland maar buiten de Nederlandse provincie Limburg zijn gevestigd, maar waar een officiële Nederlands Limburgse afdeling (blijkend uit de statuten of anderszins ter beoordeling van Gedeputeerde Staten) onderdeel van uitmaakt. Hoofdstuk2Criteria Artikel4Subsidiecriteria Om voor een subsidie in aanmerking te komen: dient het project in de Nederlandse provincie Limburg plaats te vinden; dient het project gericht te zijn op het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid en taalachterstanden in de Nederlandse provincie Limburg door het stimuleren van (activiteiten in het kader van) verbetering van taalvaardigheid en de aanpak van leesbevordering in preventieve en curatieve zin; dient het project in het Standaardnederlands te worden uitgevoerd om de geletterdheid in het Standaardnederlands te bevorderen; dient een Nederlands Limburgse bibliotheek conform de Wsob (één van) de uitvoerende projectpartner(s) te zijn en/of betrokken te zijn bij het schrijven van de aanvraag om voor subsidie in aanmerking te komen binnen deze regeling, hetgeen dient te blijken uit de onderschrijving van de subsidieaanvraag, tenzij de aanvrager een Nederlands Limburgse gemeente betreft; en dient gebruik te worden gemaakt van ondersteuningsmiddelen afgestemd op de behoefte van de betreffende doelgroep. Artikel5Verplichtingen subsidieontvanger De subsidieontvanger dient: ervoor te zorgen dat de activiteiten ook na de ‘projectfase’ uitvoerbaar zijn en worden gewaarborgd (financieel en inhoudelijk), met uitzondering van projecten die een experimenteel karakter hebben of van tijdelijke aard zijn. Van deze experimentele projecten moet het leereffect breed gedeeld worden met (andere) partners in het veld; en met het project te starten binnen een half jaar nadat de subsidie is verstrekt. Artikel6Afwijzingsgronden In aanvulling op artikel 15 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Limburg 2017 e.v., wordt de subsidieaanvraag afgewezen, indien: het project niet aansluit bij de doelstelling van deze nadere subsidieregels zoals gesteld in artikel 2; de subsidieaanvraag niet is ingediend door een aanvrager zoals gesteld in artikel 3; niet wordt voldaan aan (één van) de criteria in artikel 4; de subsidie wordt aangewend voor activiteiten binnen het reguliere onderwijsaanbod; de Provincie Limburg dezelfde activiteiten al op een andere wijze subsidieert en/of financiert; het te verstrekken subsidiebedrag minder dan € 1.000,00 bedraagt; de subsidieaanvraag betrekking heeft op activiteiten die gericht zijn op de continuïteit van een onderneming/instelling; de subsidieaanvraag is ontvangen buiten de periode zoals vermeld in artikel 11; en/of het activiteiten betreft die een winstoogmerk hebben. Hoofdstuk3Financiële aspecten Artikel7Subsidieplafond 1.Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond van deze Nadere subsidieregels jaarlijks vast. 2.De wijze van verdeling van de subsidieplafonds kunt u raadplegen op www.limburg.nl/subsidies > subsidieplafonds. Artikel8Subsidiebedrag 1.Het subsidiebedrag bedraagt niet meer dan 75% van de totale subsidiabele projectkosten. 2.Het subsidiebedrag bedraagt maximaal € 60.000,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.