Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld tot vaststelling van de Beleidsregels verhaal Pw en Bbz gemeente BarneveldHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld; gelet op bepalingen in: de Algemene wet bestuursrecht (i.h.b. artikel 4:81); het Burgerlijk Wetboek (specifiek); paragraaf 6.5 van de Participatiewet; artikel 55 van de Participatiewet; het rapport van de expertgroep Alimentatienormen ten aanzien van de vaststelling van de alimentatiebedragen, alsmede de financiële bijlagen bij dit rapport; besluit: vast te stellen de Beleidsregels verhaal Pw en Bbz gemeente Barneveld HOOFDSTUK1ALGEMEEN Artikel1.Begripsbepalingen 1.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: Awb: Algemene wet bestuursrecht; Pw: Participatiewet; BW: Burgerlijk Wetboek; bijstandsnorm: de van toepassing zijnde norm als bedoeld in artikel 5 onder c PW die, voor zover de algemene bijstand wordt verstrekt op grond van het Bbz 2004, wordt vermeerderd met de premie Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV); het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld; inlichtingenplicht: verplichting genoemd in artikel 17 lid 1 PW, artikel 60 Pw in samenhang met de schakelbepaling van artikel 62i Pw artikel 30c, lid 2 en lid 3 Wet structuur uitvoeringsorganisatie; jong meerderjarig kind: het kind in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar; LBIO: het Landelijke Bureau Inning Onderhoudsbijdragen; onderhoudsplichtige: de persoon die een financiële bijdrage in de kosten van levensonderhoud aan de bijstandsgerechtigde en/of diens kind(eren) dient te voldoen op grond van boek 1 van het BW; verhaalsbijdragen: de aan de hand van de trema-normen vastgestelde onderhoudsbijdrage die door het college wordt verhaald op de onderhoudsplichtige; trema-normen: de normen zoals opgenomen in het rapport Alimentatienormen van de expertgroep Alimentatie en gepubliceerd op de website van De Rechtspraak; INA: de rekenmodule die aan de hand van de trema-normen de onderhoudsbijdrage berekent. 2.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Awb en de PW. HOOFDSTUK2VERPLICHTING BIJSTANDSGERECHTIGDE Artikel2.Verplichtingen van de bijstandsgerechtigde tot het (op)eisen van alimentatie 1.Als de bijstandsgerechtigde een wettelijke aanspraak heeft op een onderhoudsbijdrage, dan is de bijstandsgerechtigde verplicht om deze onderhoudsbijdrage vast te (laten) stellen door de rechter en om de onderhoudsbijdrage te verkrijgen. 2.Als gewijzigde omstandigheden leiden tot een wijziging van € 25,- of meer moet de onderhoudsbijdrage opnieuw worden vastgesteld. 3.De verplichtingen zoals bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval de eis: dat de onderhoudsbijdrage wordt vastgesteld op basis van recente draagkrachtberekening aan de hand van de geldende trema-normen; dat het verzoek tot het verkrijgen van de onderhoudsbijdrage niet eerder aan de rechter wordt voorgelegd dan nadat dit is goedgekeurd door het college. 4.Als de bijstandsgerechtigde niet heeft voldaan aan de verplichting zoals bedoeld in het eerste lid of dit in redelijkheid niet van hem kan worden verlangd, kan het college overgaan tot het zelfstandig verhalen van de onderhoudsbijdrage. HOOFDSTUK3VERHAAL Artikel3.Bevoegdheid tot verhaal 1.Het college verhaalt de kosten van bijstand voor zover de onderhoudsplichtige zijn onderhoudsplicht niet of niet volledig nakomt en daardoor aan de bijstandsgerechtigde meer bijstand verstrekt moet worden. 2.Het college verhaalt de kosten van bijstand op de onderhoudsplichtige aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voor zover bij het besluit op de aanvraag om bijstand met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden als de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van verlening van bijstand niet heeft kunnen voorzien. 3.Het college verhaalt de kosten van bijstand op de nalatenschap van de persoon als: aan de overleden persoon ten onrechte bijstand was verleend en voor het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden; bijstand is verleend in de vorm van een geldlening of als gevolg van borgtocht. Artikel4.Afzien van het nemen van een besluit tot verhaal 1.In afwijking van artikel 3 ziet het college af van (aanvullend) verhaal als: het op te leggen verhaalsbedrag lager is dan € 25,- per maand, tenzij er sprake is van een rechtelijke uitspraak zoals bedoeld in artikel 62b van de wet; de onderhoudsplichtige in een minnelijke of wettelijke schuldsaneringstraject zit; de onderhoudsplichtige in het buitenland woont en geen inkomen ontvangt van een in Nederland gevestigde organisatie; de onderhoudsplichtige als niet-ingezetene is geregistreerd in de Basisregistratie personen en geen inkomen ontvangen van een in Nederland gevestigde organisatie; naar het oordeel van het college gelet op alle omstandigheden van de onderhoudsplichtige of de bijstandsgerechtigde daartoe dringende redenen aanwezig zijn. 2.In afwijking van het eerste lid verhaalt het college de kosten van bijstand alsnog als: de onderhoudsplichtige zich niet houdt aan niet houdt aan de voorwaarden van de schuldregeling waardoor deze niet slaagt; er onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste en/of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. Artikel5.Ingangsdatum verhaalsbijdrage De verhaalbijdrage wordt opgelegd met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop het besluit tot verhaal van de kosten van bijstand is verzonden. Artikel6.Berekening verhaalsbijdrage 1.De verhaalsbijdrage wordt berekend middels het berekeningsprogramma INA. 2.De berekening wordt gebaseerd op de draagkracht en de behoefte ten tijde van het aanvragen van de uitkering en niet het moment van verlating. Artikel7.limitering hoogte van verhaalsbijdrage 1.De hoogte van de verhaalsbijdrage wordt in beginsel vastgesteld aan de hand van de maatstaven zoals bedoeld in artikel 397 van boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. 2.Als de onderhoudsplichtige niet of onvoldoende voldoet aan de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 60, eerste lid van de wet, wordt de hoogte van de verhaalsbijdrage maximaal vastgesteld op de bruto verleende of te verlenen bijstand. Artikel8.Indexering verhaalsbijdrage rechtelijke uitspraak In overeenstemming met artikel 402a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek worden enkel de door de rechter, dan wel door partijen bij overeenkomst, vastgestelde verhaalsbijdragen jaarlijks geïndexeerd. Artikel9.Invordering van verhaalsbijdrage 1.Wanneer er geen uitvoerbare rechterlijke uitspraak is, in de zin van artikel 62b van de PW, en de onderhoudsplichtige op wie wordt verhaald, de vastgestelde verhaalsbijdrage niet of niet tijdig betaalt, verhaalt het college in rechte. 2.Als de onderhoudsplichtige zijn betalingsverplichting volgend uit lid 1 niet nakomt, vordert het college de vordering bij dwangbevel in. 3.De kosten van aanmaning, wettelijke rente en van het dwangbevel worden bij dwangbevel ingevorderd. 4.Het dwangbevel bevat een bevel tot betaling binnen 7 dagen na het uitvaardigen van het dwangbevel. Artikel10.(Her)onderzoek verhaalsbijdrage 1.Eén keer per 24 maanden verricht het college onderzoek naar de draagkracht voor het voldoen van een verhaalsbijdrage. 2.Onverminderd het eerste lid onderzoekt het college op verzoek van de onderhoudsplichtige, dan wel ambtshalve als gevolg van gewijzigde omstandigheden van de onderhoudsplichtige, of de eerder opgelegde verhaalsbijdrage geheel of ten dele moet worden herzien. 3.Als uit onderzoekt blijkt dat er sprake is van een wijziging van € 25,- of minder per maand wordt de verhaalsbijdrage niet aangepast. HOOFDSTUK4SLOTBEPALINGEN Artikel12.Afwijkingsbevoegdheid Het college handelt in overeenstemming met deze regeling, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen heeft die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze regeling te dienen doelen. Artikel13.Intrekking oude beleidsregels 1.De Beleidsregels terugvordering en verhaal PW, IOAW/IOAZ en Bbz gemeente Barneveld, zoals vastgesteld bij besluit van 29 november 2019, worden ten aanzien van het onderdeel verhaal hoofdstuk 5, artikel 35 tot en met 39, ingetrokken per datum inwerkingtreding. 2.De titel van de Beleidsregels terugvordering en verhaal PW, IOAW/IOAZ en Bbz gemeente Barneveld, zoals vastgesteld bij besluit van 29 november 2019, wijzigt per datum inwerkingtreding in ‘Beleidsregels terugvordering Pw, IOAW/IOAZ en Bbz gemeente Barneveld’. Artikel14.Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Artikel15.Overgangsbepaling Op besluiten, de daaruit voortvloeiende (betalings)afspraken en eventuele invorderingsmaatregelen die dateren van voor de inwerkingtreding van deze beleidsregels, blijven de Beleidsregels terugvordering en verhaal PW, IOAW/IOAZ en Bbz gemeente Barneveld onverkort van kracht. Artikel16.Citeertitel Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als ‘Beleidsregels verhaal Pw en Bbz gemeente Barneveld’. Aldus vastgesteld op 28 april 2020 Burgemeester en wethouders voornoemd,H.F.B. vanStedenSecretarisdr. J.W.A. vanDijk,BurgemeesterTOELICHTING Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.