Vaststelling Bedrijvenregeling Dutch TechZone 2020 en intrekking Reglement Beoordelingscommissie Bedrijvenregeling Dutch TechZoneBesluit van Gedeputeerde Staten van Drenthe van 26 mei 2020, kenmerk 22/5.6/2020001132, team Economie, tot bekendmaking van hun besluit tot vaststelling van Bedrijvenregeling Dutch TechZone 2020 en intrekking van het Reglement Beoordelingscommissie Bedrijvenregeling Dutch TechZone Gedeputeerde Staten van Drenthe; gelet op artikel 1.3 van de Algemene subsidieverordening Drenthe 2017, de Algemene wet bestuursrecht, artikel 145 van de Provinciewet en de Algemene Groepsvrijstellingsverordening; gelet op het Economisch Programma 2017-2021 ‘Voor een sterke en innovatieve regio Vierkant voor Werk’ van de Commissie Vollebregt – Alberda van Ekenstein (1 juli 2016) en de daaruit voortvloeiende samenwerkingsovereenkomst Vierkant voor Werk (juli 2016) tussen Ministerie van Economische Zaken en Milieu, provincie Drenthe, gemeenten Coevorden, Emmen, Hoogeveen en Hardenberg, waarin afspraken zijn gemaakt over de gezamenlijke ontwikkeling en financiering van een bedrijvenregeling; gelet op de artikelen 13, 14, 17 en 25 van Verordening nr. 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV)); gelet op Verordening (EU) 2017/1084 van de Europese Commissie van 14 juni 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 wat betreft steun voor haven- en luchthaveninfrastructuur, aanmeldingsdrempels voor steun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed en voor steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur en regelingen inzake regionale exploitatiesteun voor ultraperifere gebieden, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 702/2014 wat betreft de berekening van de in aanmerking komende kosten; gelet op de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (de De-minimisverordening); gelet op de Steunmaatregel SA.39108 (2014/N) van de Europese Commissie van 16 september 2014 betreffende de Regionale steunkaart 2014-2020 voor Nederland (de Steunkaart); BESLUITEN: de Bedrijvenregeling Dutch TechZone 2020 vast te stellen; het Reglement Beoordelingscommissie Bedrijvenregeling Dutch TechZone, zoals vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van 17 juli 2018, kenmerk 4.8/2018001815, Provinciaal Blad 5467 van 2018, in te trekken; de Bedrijvenregeling Dutch TechZone, zoals vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van 29 mei 2018, kenmerk 5.4/2018001372, Provinciaal Blad 4113 van 2018, in te trekken. Dit besluit treedt in werking op 20 juli 2020 en vervalt van rechtswege op 1 januari 2021. Gedeputeerde Staten voornoemd, mevrouw drs. J. Klijnsma, voorzitter W.F. Brenkman MSc, secretaris Uitgegeven: 28 mei 2020 Bedrijvenregeling Dutch TechZone 2020 Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: aanvang van de werkzaamheden: aanvang van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 2, onder 23, van de AGVV; AGVV: de Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard (Pb EU 2014, L 187/1), ook wel aangeduid als de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, alsmede Verordening (EU) 2017/1084 van de Europese Commissie van 14 juni 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014; arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst of arbeidscontract is een afspraak tussen werkgever en werknemer, waarbij de werknemer zich verplicht werk te verrichten gedurende een aantal uren per week in dienst van de werkgever; arbeidsplaats: een op jaarbasis structurele functie van 32 uren per werkweek die wordt vervuld door een persoon op basis van een arbeidsovereenkomst; Asv: de Algemene subsidieverordening Drenthe 2017 (citeertitel); Awb: de Algemene wet bestuursrecht; capaciteit: het door de duurzame bedrijfsuitrusting bepaalde, technisch maximale vermogen tot produceren per tijdseenheid; concern: een economische eenheid waarin organisatorisch zijn verbonden: een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon die direct of indirect: meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan, of volledig aansprakelijk vennoot is van, of overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen; de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen; de-minimisverordening: de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013; dezelfde of vergelijkbare activiteit: activiteiten als bedoeld in artikel 2, onder 50, van de AGVV; dit zijn activiteiten die behoren tot dezelfde klasse (viercijferige code) van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2, zoals vastgesteld in de Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden (PB L 393 van 30-12-2006, blz. 1); diversificatieproject: een project inhoudende de diversificatie van de activiteit van een vestiging van een onderneming, waarbij de nieuwe activiteit niet “dezelfde of vergelijkbare activiteit” is als de activiteit die voordien in die vestiging werd uitgeoefend; duurzame bedrijfsuitrusting: een investering die wordt geactiveerd op de balans van de onderneming en die niet binnen twee jaar wordt afgeschreven, tenzij de bedrijfsuitrusting willekeurig kan worden afgeschreven op grond van fiscale regelgeving; fte: full time equivalent, met als basis 32 uur per week; fundamenteel wijzigingsproject: een project inhoudende een fundamentele wijziging van het volledige productieproces van een kleine of middelgrote onderneming; grote onderneming: een onderneming die niet voldoet aan het gestelde in bijlage 1 van de AGVV; hoofdkantoor: een kantoor van een concern waarin de centrale leiding of een zelfstandig onderdeel van de centrale leiding is gehuisvest; immateriële activa: immateriële activa zoals bedoeld in artikel 2, onder 30, van de AGVV; initiële investering: een investering in materiële en immateriële activa, dan wel een investering in overname van activa, als bedoeld in artikel 2, onder 49, onderdeel a en onderdeel b, van de AGVV; initiële investering ten behoeve van nieuwe economische activiteiten: een investering in materiële en immateriële activa, dan wel de overname van activa, als bedoeld in artikel 2, onder 51, onderdeel a en onderdeel b, van de AGVV; innovatieproject: een project gericht op bedrijfsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling voor het ontwikkelen van producten, diensten of procedés die in technologisch opzicht nieuw zijn of een wezenlijke verbetering inhouden ten opzichte van de huidige stand van de techniek in de desbetreffende sector, en die een risico op technologische of industriële mislukking inhouden; kleine onderneming: een onderneming waar minder dan 50 fte’s werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal 10 miljoen EUR niet overschrijdt; als bedoeld in bijlage 1 van de AGVV; laboratorium: een niet zelfstandig onderdeel van een onderneming of een concern, op het gebied van technisch of fysisch onderzoek dat een belangrijke functie vervult voor de ontwikkeling van nieuwe producten voor de onderneming of het concern; loonsom: het totaal van lonen en sociale premies ten laste van de werkgever. Bestaat uit het periodieke, direct aan werknemers betaalde loon (incl. gratificatie, overwerkgeld, fooien, provisie, loon in natura, vakantiegeld, reiskostenvergoeding) plus de sociale premies ten laste van werkgever. looptijd: periode voor indiening van aanvragen i.c. 20 juli 2020 tot 1 januari 2021; materiële activa: materiële activa zoals bedoeld in artikel 2, onder 29, van de AGVV; middelgrote onderneming: een onderneming vanaf 50 fte’s tot 250 fte’s en waarvan de omzet in de bandbreedte zit vanaf € 10 miljoen tot en met € 50 miljoen en/of het balanstotaal in de bandbreedte zit vanaf € 10 miljoen tot en met € 43 miljoen. MKB: kleine of middelgrote onderneming, als bedoeld in bijlage 1 van de AGVV; een onderneming waar minder dan 250 fte’s werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet € 50 miljoen en/of het jaarlijkse balanstotaal € 43 miljoen niet overschrijdt; partners: het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, provincie Drenthe, gemeente Coevorden, gemeente Emmen en gemeente Hoogeveen; prioritaire sectoren: de topsectoren High Tech Systemen & Materialen (HTSM), chemie, logistiek en energie; project: een technisch, functioneel en in de tijd samenhangend geheel van investeringen, waarbij de activiteiten waarvoor de investeringen worden gedaan een samenhangend geheel moeten vormen. De investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting moeten in redelijke verhouding staan tot het totale investeringsbedrag; regio: het werkingsgebied; SBI-bedrijfsgroep: een bedrijfsgroep op viercijferniveau als bedoeld in de Standaardbedrijfsindeling 2008 van het Centraal Bureau voor de Statistiek; stimulerend effect: stimulerend effect als bedoeld in artikel 6 van de AGVV; steungebied: dat deel van het werkingsgebied dat op grond van de artikelen 13 en 14 van de AGVV is aangewezen als steungebied (zie bijlage 3). Voor Nederland is de aanwijzing van steungebieden vastgelegd in de Regionale Steunkaart Nederland 2014-2020 (Steunmaatregel SA.39108 (2014/N); uitbreidingsproject: een project inhoudende de uitbreiding van de capaciteit van een kleine of middelgrote onderneming, hoofdkantoor van een kleine of middelgrote onderneming of laboratorium van een stuwende kleine of middelgrote onderneming in dezelfde gemeente als waarin reeds een bedrijf van de ondernemer of een bedrijf van een tot hetzelfde concern behorende ondernemer is gevestigd; vestigingsproject: een project, niet zijnde een uitbreidingsproject, inhoudende het stichten van een onderneming, een hoofdkantoor of een laboratorium; het nieuw vestigen van een locatie van een in onderdeel a genoemd bedrijf; werkingsgebied: het grondgebied van de gemeenten Coevorden, Emmen en Hoogeveen. Artikel1.2Toepassing ASV Met uitzondering van artikel 1.3, vierde lid, is de ASV op het verstrekken van subsidies op grond van deze regeling van toepassing. Paragraaf2Deelregeling Regionale Investeringssteun Drenthe (RID) Artikel2.1Doel en reikwijdte Deze deelregeling heeft tot doel regionale investeringssteun te verlenen aan ondernemingen die projecten uitvoeren in het werkingsgebied. In het steungebied komen projecten van ondernemingen, zowel MKB als grote ondernemingen, voor een subsidie in aanmerking. In het overige deel van het werkingsgebied komen alleen projecten van MKB-ondernemingen in aanmerking voor subsidie. Voor het MKB komen de navolgende projecten in aanmerking: een vestigings-, fundamenteel wijzigings-, uitbreidings-, en diversificatieproject van een kleine onderneming waarvan de subsidiabele kosten € 350.000,- of meer bedragen; een vestigings-, fundamenteel wijzigings-, uitbreidings-, en diversificatie project van een middelgrote onderneming waarvan de subsidiabele kosten € 500.000,- of meer bedragen Voor grote ondernemingen komen de navolgende projecten in aanmerking: een vestigingsproject waarvan de subsidiabele kosten € 1.000.000,- of meer bedragen; een diversificatieproject waarvan de subsidiabele kosten € 1.000.000,- of meer bedragen; Bij een fundamenteel wijzigingsproject zijn de subsidiabele kosten hoger dan de in de drie voorgaande belastingjaren doorgevoerde afschrijving voor de, met de te moderniseren activiteit verband houdende, activa. Bij een diversificatieproject zijn de subsidiabele kosten ten minste 200% hoger dan de boekwaarde van de activa die opnieuw worden gebruikt, zoals die in het belastingjaar voorafgaand aan de aanvang van de werkzaamheden is geboekt. Artikel2.2Beperking van doel en reikwijdte Niet subsidiabel zijn activiteiten tot het vestigen van een elektriciteitsproductie-installatie met een vermogen van meer dan 100 MW (input thermisch). Niet subsidiabel zijn activiteiten tot het plaatsen van niet-thermische installaties voor energieproductie. Geen subsidie wordt verstrekt aan: ondernemingen die behoren tot een of meer van de sectoren die staan genoemd in artikel 1, lid 3, van de AGVV; ondernemingen in moeilijkheden, zoals gedefinieerd in artikel 2, onder 18, van de AGVV; ondernemingen die dezelfde of een vergelijkbare productieactiviteit in de Europese Economische Ruimte (EER) hebben gesloten in een periode van twee jaar vóór hun aanvraag voor regionale investeringssteun of die, op het tijdstip van de steunaanvraag, concrete plannen hebben om dit soort activiteit te sluiten in een periode van twee jaar nadat de initiële investering waarvoor steun wordt gevraagd, is voltooid (zoals genoemd in artikel 13, onder d, van de AGVV); activiteiten in: de ijzer- en staalindustrie de kolenindustrie de scheepsbouw de synthetische vezelindustrie de vervoerssector en de daarmee verband houdende infrastructuur de energieproductie, -distributie en –infrastructuur ondernemingen die voor hetzelfde project subsidie hebben aangevraagd in het kader van de bedrijvenregeling Dutch TechZone 2020, deelregeling MKB Arbeidsplaatsenregeling (APR). In aanvulling op lid 1 tot en met lid 3 wordt geen subsidie verstrekt indien het project een verplaatsing van bedrijfsactiviteiten inhoudt van: een gemeente in de provincie Drenthe of de gemeente Hardenberg naar een gemeente in het werkingsgebied of een gemeente in het werkingsgebied naar een andere gemeente in het werkingsgebied. Gedeputeerde Staten kunnen gemotiveerd afwijken van de in lid 4 genoemde beperking. Artikel2.3Omvang van het subsidiebedrag De subsidie voor een MKB-onderneming bedraagt een percentage van de subsidiabele kosten, zoals die wordt bepaald op grond van de artikelen 2.4 en 2.5. Het maximale steunpercentage is: voor ondernemingen die een project uitvoeren in het steungebied: voor kleine ondernemingen: 30% voor middelgrote ondernemingen: 20% voor ondernemingen die een project uitvoeren in het overige deel van het werkingsgebied: voor kleine ondernemingen: 20% voor middelgrote ondernemingen: 10% De maximale subsidie voor een project bedraagt: voor ondernemingen die een project uitvoeren in het steungebied: voor kleine ondernemingen: € 500.000,- voor middelgrote ondernemingen: € 500.000,- voor ondernemingen die een project uitvoeren in het overige deel van het werkingsgebied: voor kleine ondernemingen € 500.000,- voor middelgrote ondernemingen: € 500.000,- De subsidie voor grote ondernemingen die een project uitvoeren in het werkingsgebied bedraagt een percentage van de subsidiabele kosten, zoals die worden bepaald op grond van de artikelen 2.4 en 2.5. Het steunpercentage is afhankelijk van de hoogte van de subsidiabele kosten, waarbij de subsidiabele kosten op grond van artikel 2.1 minimaal € 1.000.000,- moeten bedragen. De subsidie en het subsidiepercentage worden als volgt berekend: Voor de eerste € 1.000.000,- aan subsidiabele kosten wordt 10% subsidie verleend, de tweede € 1.000.000,- aan subsidiabele kosten wordt 7,5% subsidie verleend, de volgende € 2.000.000,- aan subsidiabele kosten wordt 5% verleend. Voor het bedrag aan subsidiabele kosten boven € 4.000.000,- wordt nog 2,5% subsidie verleend. De maximale subsidie bedraagt € 400.000,-. Indien de subsidiabele kosten van een project meer bedragen dan € 100.000.000,-, bedraagt de subsidie niet meer dan het bijgestelde steunbedrag dat op grond van de formule in artikel 2, onder 20, van de AGVV wordt berekend. Cumuleren van subsidie onder deze deelregeling met andere steun is toegestaan, mits wordt voldaan aan de bepalingen van artikel 8 van de AGVV. Artikel2.4Subsidiabele kosten bij uitgaven aan investeringen Voor subsidie komen in aanmerking 50% van de gemaakte en betaalde kosten voor initiële investeringen in bedrijfsgebouwen. Voor subsidie komen in aanmerking gemaakte en betaalde kosten voor investeringen in duurzame bedrijfsuitrusting. Voor subsidie komen de volgende kosten in aanmerking, voor zover zij geactiveerd zijn op de fiscale balans, de taxatiewaarde niet te boven gaan en, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting betreft die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen, niet binnen twee jaar worden afgeschreven: wat betreft bedrijfsgebouwen en de daartoe te rekenen centrale voorzieningen: de koopsom en de overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde bouwkosten, exclusief de financieringskosten en de overdrachtsbelasting; in geval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde dan wel, indien deze niet kan worden bepaald, de contante waarde van de in totaal verschuldigde leasetermijnen inclusief kosten, verdisconteerd op jaarbasis tegen het door de Europese Commissie vastgestelde percentage dat geldt op het moment van subsidieverlening; wat betreft duurzame bedrijfsuitrusting: de koopsom; in geval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde dan wel, indien deze niet kan worden bepaald, de contante waarde van de in totaal verschuldigde leasetermijnen inclusief kosten, verdisconteerd op jaarbasis tegen het door de Europese Commissie vastgestelde percentage dat geldt op het moment van subsidieverlening. Voor subsidie komen in aanmerking kosten van verkrijging van gebruikte bedrijfsgebouwen en gebruikte duurzame bedrijfsuitrusting, mits: de subsidie wordt verleend aan een MKB-onderneming, of de subsidie wordt verleend voor de overname van een bedrijfsvestiging die langer dan één jaar vóór de ontvangst van de subsidieaanvraag is gesloten. De subsidiabele kosten van projecten in het steungebied worden berekend in overeenstemming met de bepalingen van artikel 14 van de AGVV. De subsidiabele kosten van projecten in het werkingsgebied, doch buiten het steungebied, worden berekend in overeenstemming met de bepalingen van artikel 17 van de AGVV. Artikel2.5Vermindering van subsidiabele kosten De in artikel 2.4 bedoelde subsidiabele kosten worden verminderd indien bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting worden afgestoten of buiten gebruik worden gesteld, binnen een periode van één jaar voorafgaand aan ontvangst van de aanvraag tot en met de datum waarop het project is uitgevoerd. De vermindering geldt voor bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting: die toebehoren aan de subsidieontvanger of aan het concern waartoe de subsidieontvanger behoort, en die zich bevinden in Nederland, en waarin of waarmee activiteiten werden verricht welke behoren tot dezelfde S.B.I.-bedrijfsgroep als de activiteiten welke in of met de tot het project behorende bedrijfsgebouwen en duurzame bedrijfsuitrusting worden verricht. De in het eerste bedoelde vermindering bedraagt: het gedeelte van de kosten van verkrijging van bedrijfsgebouwen, dat overeenkomt met het gedeelte dat de inhoud (m³) die wordt afgestoten of buiten gebruik gesteld uitmaakt van de totale inhoud van de door het project verworven of tot stand gebrachte bedrijfsgebouwen; en/of het gedeelte van de kosten van verkrijging van duurzame bedrijfsuitrusting, dat overeenkomt met het gedeelte dat de capaciteit die wordt afgestoten of buiten gebruik gesteld uitmaakt van de totale capaciteit van de door het project verworven of tot stand gebrachte duurzame bedrijfsuitrusting. Indien de capaciteit vanwege het onderscheid tussen de producten niet vergelijkbaar is, wordt de vermindering berekend aan de hand van de verhouding tussen de kosten van verkrijging van duurzame bedrijfsuitrusting en de ten hoogste twee jaar voor de aanvraag om subsidie bepaalde taxatiewaarde welke ten grondslag ligt aan de verzekerde waarde van de op het tijdstip van het indienen van de aanvraag bij het bedrijf of het hoofdkantoor in gebruik zijnde duurzame bedrijfsuitrusting. De in het eerste lid bedoelde vermindering geldt niet voor afstoot of buitengebruikstelling als onderdeel van een fundamenteel wijzigingsproject. Geen subsidie wordt verstrekt indien een pand reeds in bezit is van of gehuurd wordt door de aanvrager of het concern waartoe de aanvrager behoort. Artikel2.6Subsidieplafond Het subsidieplafond wordt als volgt vastgesteld: Voor het midden- en kleinbedrijf (MKB) zoals bedoeld in artikel 2.1, lid 3: € 4.678.505,--. Voor een grote onderneming zoals bedoeld in artikel 2.1, lid 4 : € 800.000,--. Artikel2.7Subsidieverdeling De beschikbare middelen worden verdeeld op basis van volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag. Voor zover door verlening van de subsidie voor aanvragen als bedoeld in het vorige lid, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting. Artikel2.8Subsidieaanvraag Een aanvraag kan worden ingediend bij het SNN via een daarvoor ontwikkeld web portal dat bereikbaar is via www.snn.nl. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een volledig ingevuld projectplan, volgens een door SNN verstrekt format, vergezeld van de van toepassing zijnde bijlagen. Een aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de scorelijst in bijlage I. Aanvragen kunnen gedurende de looptijd van de regeling worden ingediend. Artikel2.9Beslistermijn Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Indien ter zake van een aanvraag advies van derden wordt gevraagd, beslissen Gedeputeerde Staten binnen 22 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Artikel2.10Afwijzingsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 2.7 van de ASV beslissen Gedeputeerde Staten in ieder geval afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien: als gevolg van het project het aantal arbeidsplaatsen bij de aanvrager afneemt; de aanvang van de werkzaamheden in het project heeft plaatsgevonden vóór de ontvangst van de aanvraag; reeds eerder subsidie ten behoeve van het project is verstrekt vanuit de Bedrijvenregeling Vierkant voor Werk of de Bedrijvenregeling Dutch TechZone 2018 of de Bedrijvenregeling Dutch TechZone 2020; niet wordt voldaan aan de voorwaarden van deze deelregeling; de aanvrager niet heeft aangetoond dat de gevraagde subsidie een stimulerend effect heeft; de aanvrager niet aannemelijk heeft gemaakt dat na realisatie van het project de verwachte omzet voor minimaal 50% afkomstig is van afnemers van buiten het werkingsgebied; de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen, gezien de rentabiliteit en de aard van het bedrijf, naar verwachting niet aanvaardbaar zal zijn nadat na uitvoering van het project de bedrijfsactiviteiten een aanvang hebben genomen; de structuur van de betrokken sector van het bedrijfsleven zich tegen het project verzet; de onderneming geen financiële bijdrage levert van ten minste 25% van de in aanmerking komende kosten, hetzij uit eigen middelen, hetzij via externe financiering, in een vorm die vrij is van enige steun van de overheid; bij een aanvrager een uitstaand bevel tot terugvordering bestaat, volgend op een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard; tegen het project, dan wel de uitvoering hiervan, overwegende bezwaren bestaan; het project niet de volgende minimale score behaalt: bij een kleine onderneming 55 punten; bij een middelgrote ondernemingen 60 punten; bij een grote onderneming 60 punten. Artikel2.11Verplichtingen voor de subsidieontvanger De aanvrager bevestigt dat hij in de twee jaar voor de subsidieaanvraag geen verplaatsing heeft uitgevoerd naar de vestiging waar de subsidieaanvraag wordt aangevraagd. De kosten van de uitvoering van het project worden op een eenduidige wijze in de administratie van de subsidieontvanger weergegeven. De subsidieontvanger voltooit de uitvoering van het project en de ingebruikneming van de gerealiseerde capaciteit binnen 36 maanden na de verzending van het besluit tot subsidieverlening. In afwijking van lid 3 kan een langere termijn worden vastgesteld voor de uitvoering van het project en de ingebruikneming van de gerealiseerde capaciteit. De subsidieontvanger rapporteert één keer per periode van 12 maanden over de voortgang van het project via een daarvoor ontwikkeld web portal dat bereikbaar is via www.snn.nl. De financiering van het gehele project dient, behoudens de subsidie vanuit deze regeling, aantoonbaar te zijn uiterlijk binnen 3 maanden na afgifte van de verleningsbeschikking. Wijzigingen in het project dienen terstond voorgelegd te worden. Artikel2.12Bevoorschotting Een aanvraag tot bevoorschotting van de subsidie wordt ingediend via het SNN door middel van een daarvoor ontwikkeld web portal dat bereikbaar is via www.snn.nl. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd voorschotten te verstrekken op de verleende subsidie tot maximaal 80% van het verleende subsidiebedrag. Gedeputeerde Staten verstrekken bij subsidieverlening een werkvoorschot van 20% van het verleende subsidiebedrag, maar niet eerder dan nadat is voldaan aan de voorwaarde genoemd onder artikel 2.11, lid 6. Gedeputeerde Staten kunnen gemotiveerd afwijken van de in lid 3 genoemde verstrekking van het werkvoorschot. Bij ontvangst van een rapportage zoals bedoeld in artikel 2.11, lid 5, kunnen Gedeputeerde Staten een voorschot verstrekken ter hoogte van het verleende subsidiepercentage vermenigvuldigd met de in de rapportage verantwoorde gemaakte en betaalde subsidiabele kosten, tot het maximum uit het tweede lid. De subsidieontvanger voegt bij de aanvraag tot bevoorschotting volgend op het verstrekte werkvoorschot toe: of een controleverklaring van een accountant. Deze hanteert het ter beschikking gestelde Controleprotocol RID, tezamen met een door de accountant gewaarmerkt overzicht van de facturen, of digitale kopieën van de gedeclareerde facturen, digitale kopieën van de betaalbewijzen én uitdraaien van het grootboek of een jaarrekening, waaruit blijkt dat de investeringen zijn geactiveerd. Artikel2.13Subsidievaststelling Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend via het SNN door middel van een daarvoor ontwikkeld web portal dat bereikbaar is via www.snn.nl. Indien de subsidie € 125.000,- of meer bedraagt, voegt de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling een controleverklaring van een accountant. Deze hanteert het ter beschikking gestelde Controleprotocol RID. Het subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis van de subsidiabele kosten die door de subsidieontvanger zijn gemaakt en betaald ten behoeve van het project, indien en voor zover de subsidie minder bedraagt dan € 125.000,- in afwijking van het bepaalde in de artikelen 3.5 en 3.6 van de ASV. De subsidieontvanger dient ten minste vijf jaar nadat de vaststelling van de subsidie onherroepelijk is geworden, zijn administratie ten aanzien van de kosten van de uitvoering van het project te bewaren en toegankelijk te houden. Artikel2.14Instandhoudingsverplichting De subsidieontvanger houdt de met het project gerealiseerde investeringen in bedrijf in het werkingsgebied of, indien binnen deze deelregeling op grond van artikel 14 van de AGVV subsidie is verleend, in het steungebied. Voor MKB-ondernemingen geldt een termijn van drie jaar na datum subsidievaststelling, voor grote ondernemingen een termijn van vijf jaar na datum subsidievaststelling. De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijke melding aan Gedeputeerde Staten van elk voornemen om van het project deel uitmakende bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting af te stoten of buiten gebruik te stellen, binnen de termijn gesteld in lid 1. Artikel 2.5 van deze regeling blijft hiertoe gedurende de instandhoudingstermijn van kracht. Bij niet voldoen aan het bepaalde in de eerste twee leden kan de subsidievaststelling worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger worden gewijzigd overeenkomstig artikel 4:49 van de Awb. Paragraaf3Deelregeling MKB Arbeidsplaatsenregeling (APR) Artikel3.1Doel en reikwijdte Deze deelregeling heeft tot doel om steun te verlenen in de vorm van een subsidie voor nieuwe arbeidsplaatsen aan ondernemingen die projecten uitvoeren in het werkingsgebied. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan MKB-ondernemingen. Voor MKB-ondernemingen komen nieuwe arbeidsplaatsen voor subsidie in aanmerking voor zover deze direct onderdeel of gevolg zijn van een investering in één van de navolgende projecten: een vestigingsproject; een fundamenteel wijzigingsproject; een uitbreidingsproject; een diversicatieproject; een innovatieproject. Artikel3.2Beperking van doel en reikwijdte Geen subsidie wordt verstrekt aan: ondernemingen die behoren tot een of meer van de sectoren die staan genoemd in artikel 1, onder 1, van de De-minimisverordening; activiteiten die betrekking hebben op verschuiving van personeel in concernverband in het werkingsgebied; ondernemingen die subsidie voor hetzelfde project hebben aangevraagd in het kader van de bedrijvenregeling de bedrijvenregeling Dutch TechZone 2020, deelregeling Regionale Investeringssteun Drenthe. In aanvulling op lid 1 wordt geen subsidie verstrekt indien het project een verplaatsing van bedrijfsactiviteiten inhoudt van: een gemeente in de provincie Drenthe of gemeente Hardenberg naar een gemeente in het werkingsgebied of een gemeente in het werkingsgebied naar een andere gemeente in het werkingsgebied. Gedeputeerde Staten kunnen gemotiveerd afwijken van de in lid 2 genoemde beperking. Artikel3.3Omvang van het subsidiebedrag De hoogte van de subsidie bedraagt € 5.000,- per nieuwe arbeidsplaats. De maximale subsidie bedraagt € 100.000,- per project waarmee de nieuwe arbeidsplaatsen verband houdt. Steun onder deze deelregeling valt onder de De-minimissteun. Cumuleren van subsidie onder deze deelregeling met andere steun is toegestaan, mits wordt voldaan aan staatssteunvoorschriften. Artikel3.4Subsidiabele kosten Voor subsidie komen in aanmerking de nieuwe arbeidsplaatsen als direct onderdeel of gevolg van investeringen in projecten zoals benoemd in artikel 3.1, lid 3, indien: het project leidt tot een netto toename van het aantal werknemers, in de betrokken vestiging, in vergelijking met het gemiddelde van de voorbije 12 maanden, dat wil zeggen dat alle verloren gegane arbeidsplaatsen in mindering worden gebracht op het tijdens deze periode aantal bruto geschapen arbeidsplaatsen; de nieuwe arbeidsplaats wordt ingevuld na de in de aanvraag aangegeven startdatum en binnen 36 maanden daarna. Deze startdatum mag maximaal 6 weken vóór de ontvangstdatum van de aanvraag liggen, maar is uiterlijk de datum van de ontvangst van de aanvraag; een nieuwe arbeidsplaats voldoet aan de volgende voorwaarden: een nieuwe arbeidsplaats betreft een arbeidsovereenkomst tussen de onderneming en werknemer van minimaal 32 uur per week; een nieuwe arbeidsplaats wordt voor minimaal 12 maanden gerealiseerd binnen de in onderdeel b. genoemde termijn en na deze 12 maanden wordt het dienstverband op basis van een arbeidsovereenkomst voortgezet voor minstens 12 maanden of onbepaalde tijd. Artikel3.5Subsidieplafond Het subsidieplafond wordt vastgesteld op € 0,- Artikel3.6Subsidieverdeling De beschikbare middelen worden verdeeld op basis van volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag. Voor zover door verlening van de subsidie voor aanvragen als bedoeld in het vorige lid, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting. Artikel3.7Subsidieaanvraag Een aanvraag kan worden ingediend bij het SNN via een daarvoor ontwikkeld web portal dat bereikbaar is via www.snn.nl. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van een volledig ingevuld projectplan, volgens een door SNN verstrekt format, vergezeld van de van toepassing zijnde bijlagen. Een aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de scorelijst in bijlage II. Aanvragen kunnen gedurende de looptijd van de regeling worden ingediend. Artikel3.8Beslistermijn Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Indien ter zake van een aanvraag advies van derden vraagt, beslissen Gedeputeerde Staten binnen 22 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Artikel3.9Afwijzingsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 2.7 van de ASV beslissen Gedeputeerde Staten in ieder geval afwijzend op een aanvraag tot subsidieverlening indien: reeds eerder subsidie ten behoeve van het project is verstrekt vanuit de Bedrijvenregeling Vierkant voor Werk of de Bedrijvenregeling Dutch TechZone 2018 of de Bedrijvenregeling Dutch TechZone 2020; niet wordt voldaan aan de voorwaarden van deze deelregeling; de aanvrager niet aannemelijk heeft gemaakt dat na realisatie van het project de verwachte omzet voor minimaal 50% afkomstig is van afnemers van buiten het werkingsgebied; de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen, gezien de rentabiliteit en de aard van het bedrijf, naar verwachting niet aanvaardbaar zal zijn nadat na uitvoering van het project de bedrijfsactiviteiten een aanvang hebben genomen; de structuur van de betrokken sector van het bedrijfsleven zich tegen het project verzet; tegen het project, dan wel de uitvoering hiervan, overwegende bezwaren bestaan; niet de volgende minimale score behaalt: bij een kleine onderneming 55 punten; bij een middelgrote onderneming 60 punten. Artikel3.10Verplichtingen voor de subsidieontvanger De kosten van het investeringsproject als gevolg waarvan de arbeidsplaatsen tot stand zijn gekomen, worden op een eenduidige wijze in de administratie van de subsidieontvanger weergegeven. De subsidieontvanger rapporteert één keer per periode van 12 maanden over de voortgang van het project via een daarvoor ontwikkeld web portal dat bereikbaar is via www.snn.nl. Wijzigingen in het project dienen terstond voorgelegd te worden. Artikel3.11Bevoorschotting Gedeputeerde Staten kunnen na subsidieverlening een voorschot van 80% verstrekken van het verleende subsidiebedrag, maar alleen nadat is aangetoond dat minimaal 20% van het aantal nieuwe arbeidsplaatsen waarvoor subsidie is aangevraagd is ingevuld. Gedeputeerde Staten kunnen gemotiveerd afwijken van de in lid 2 genoemde verstrekking van het werkvoorschot. Artikel3.12Subsidievaststelling Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt ingediend bij het SNN via een daarvoor ontwikkeld web portal dat bereikbaar is via www.snn.nl. Het subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis van het aantal gecreëerde nieuwe arbeidsplaatsen zoals bedoeld in artikel 3.4. Indien de subsidie lager wordt vastgesteld dan het totaal aan verstrekte voorschotten, vorderen Gedeputeerde Staten het te veel verstrekte bedrag terug. De subsidieontvanger dient ten minste 5 jaar nadat de vaststelling van de subsidie onherroepelijk is geworden, zijn administratie ten aanzien van de kosten van de uitvoering van het project te bewaren en toegankelijk te houden. Paragraaf4Slotbepalingen Artikel4.1Hardheidsclausule Gedeputeerde Staten kunnen de bepalingen bij of krachtens deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger, naar hun oordeel tot onbillijkheden of bijzondere hardheden zou leiden. Het toepassen van deze clausule mag niet in strijd zijn met Europese en nationale regelgeving. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit. Artikel4.2Inwerkingtreding en horizonbepaling Het Reglement Beoordelingscommissie Bedrijvenregeling Dutch TechZone, zoals vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van 17 juli 2018, kenmerk 4.8/2018001815, Provinciaal Blad 5467 van 2018, wordt ingetrokken. De Bedrijvenregeling Dutch TechZone, zoals vastgesteld bij besluit van Gedeputeerde Staten van 29 mei 2018, kenmerk 5.4/2018001372, Provinciaal Blad 4113 van 2018, wordt ingetrokken. Deze regeling wordt gepubliceerd in het Provinciaal Blad en treedt in werking op 20 juli 2020. Deze regeling vervalt van rechtswege op 1 januari 2021. Toelichting op de Bedrijvenregeling Dutch TechZone Algemeen Doel en aanleiding De provincie Drenthe stelt deze subsidieregeling in om mede uitvoering te geven aan de doelstellingen van het Economisch Programma 2017-2021 ‘Voor een sterke en innovatieve regio Vierkant voor Werk’ (1 juli 2016). Dit programma richt zich op de zogenaamde Dutch TechZone, voorheen Vierkant voor Werk-regio, bestaande uit gemeente Coevorden, gemeente Emmen, gemeente Hardenberg en gemeente Hoogeveen. De regeling geeft invulling aan de ambitie in het provinciaal bestuursakkoord en de Economische Koers Drenthe 2016-2019 waarin de oprichting van een investeringsregeling voor Zuidoost-Drenthe als doelstelling is genoemd. Het Economisch Programma 2017-2021 ‘Voor een sterke en innovatieve regio Vierkant voor Werk’ is opgesteld door de Commissie Vollebregt – Alberda van Ekenstein op verzoek van gebiedspartners en het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Ter uitvoering van het programma is door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, provincie Drenthe, gemeente Coevorden, gemeente Emmen, gemeente Hardenberg en gemeente Hoogeveen een samenwerkingsovereenkomst Vierkant voor Werk gesloten (juli 2016), waarin zij afspraken hebben gemaakt over hun bijdragen. Onderdeel van deze samenwerkingsovereenkomst is de realisatie van de Bedrijvenregeling Vierkant voor Werk c.q. Bedrijvenregeling Dutch TechZone, waartoe de Commissie Vollebregt – Alberda van Ekenstein oproept. Binnen de samenwerkingsovereenkomst hebben het ministerie, provincie Drenthe, gemeente Coevorden, gemeente Emmen en gemeente Hoogeveen financiële middelen toegezegd voor deze bedrijvenregeling. De bedrijvenregeling beperkt zich om die reden tot het Drentse deel van de Vierkant voor Werk-regio. De bedrijvenregeling richt zich op economische structuurversterking in de Dutch TechZone-regio door een bijdrage te leveren aan projecten van ondernemingen gericht op uitbreiding, vestiging, diversificatie of wijziging van bedrijfsactiviteiten in het gebied. Deze projecten moeten bijdragen aan werkgelegenheid, verbetering van de economische structuur en innovatie. Deze regeling is niet beperkt tot specifieke sectoren, ook omdat dit op grond van de AGVV niet is toegestaan. De verwachting is wel dat de meeste aanvragen zullen worden ingediend door ondernemingen uit die sectoren waarin voor de komende jaren forse investeringen worden verwacht, namelijk HTSM (Hightech Systems and Materials), chemie, logistiek en energie. Instrumentarium waarmee Drenthe economisch beleid wil uitvoeren, moet voldoen aan de steuncriteria die de Europese Commissie hanteert om de verenigbaarheid van regionale steunmaatregelen van de staten met de interne markt te toetsen aan artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Voor de periode 2014-2020 heeft de Europese Commissie de Richtsnoeren inzake regionale steunmaatregelen 2014–2020 (PbEU 2013/C 209/01) (hierna: de richtsnoeren) vastgesteld. De lidstaat Nederland heeft vervolgens de Regionale Steunkaart vastgesteld (Kamerbrief DGNR-RRE / 14098315 d.d. 25 juni 2014). Met gebruikmaking van de artikelen 13 en 14 van de AGVV en de daarbij behorende geografische kaders van de Regionale Steunkaart 2014-2020, artikel 14, 17 en 25 van de AGVV (alsmede Verordening (EU) 2017/1084 van de Europese Commissie van 14 juni 2017 tot wijziging van de AGVV) en de De-minimisverordening heeft de provincie Drenthe de onderhavige regeling vormgegeven. Zoals toegelicht, wordt de regeling gezamenlijk mogelijk gemaakt door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, provincie Drenthe, gemeente Coevorden, gemeente Emmen en gemeente Hoogeveen. Tussen deze partners is afgesproken dat de provincie Drenthe optreedt als verantwoordelijk bestuursorgaan en – mede namens de partners – de subsidieregeling vaststelt en uitvoert. Artikelsgewijze toelichting Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1, algemeen Met de definities wordt aangesloten bij hogere regelgeving, zoals de ASV en Europese regelgeving. Artikel1, onder c Belangrijke aspecten in de overeenkomst zijn de betaling en hoogte van het loon, de omschrijving van de functie en de gezagsverhouding. Deze aspecten zijn verplicht om in een arbeidscontract op te nemen. Tot een arbeidsovereenkomst behoren niet stageovereenkomsten en overeenkomsten met uitzendbureaus, detacheringsbureaus, payrolling etc. voor de inhuur van (tijdelijk) personeel. Artikel1, onder d Wanneer de functie in meer dan 32 uren per werkweek wordt vervuld, dan wordt voor de bepaling van de punten voor werkgelegenheid de omvang van de arbeidsplaats naar rato uitgedrukt. Artikel1, onder k De NACE-code is de viercijferige code van de Europese Unie voor bedrijfsactiviteiten. De SBI-code is gebaseerd op de NACE-code. De eerste vier cijfers van de SBI-code zijn (vrijwel in alle gevallen) gelijk aan de Europese NACE. Met de definities wordt aangesloten bij hogere regelgeving, zoals de ASV en Europese regelgeving. Artikel1, onder p Bij de uitleg van het begrip ‘fundamenteel wijzigingsproject’ is het volgende van belang. In de praktijk zal een fundamentele wijziging doorgaans de vorm hebben van een zogenoemde ‘scrap & build’-investering, waarbij de bestaande productiemiddelen worden ontmanteld om plaats te maken voor nieuwe duurzame bedrijfsuitrusting die voldoet aan de laatste stand der techniek of die productie conform de laatste producteisen mogelijk maakt. Artikel1, onder r Waar – in de definitie van hoofdkantoor – gesproken wordt over een zelfstandig onderdeel van een concern wordt daaronder mede verstaan de nationale leiding van een internationaal concern. Artikel1, onder jj en mm Het werkingsgebied omvat de gemeenten Coevorden, Emmen en Hoogeveen. De gemeenten Coevorden, Hoogeveen en een deel van Emmen behoren tot de zogenaamde steungebieden (zie bijlage 3). Steun aan ondernemingen die projecten uitvoeren in deze steungebieden dient in overeenstemming te zijn met de artikelen 13 en 14 van de AGVV. De steun aan ondernemingen die projecten uitvoeren in het overige deel van het werkingsgebied, zijnde het deel van het werkingsgebied dat niet is aangewezen als steungebied (zie bijlage 3), dient in overeenstemming te zijn met artikel 17 van de AGVV. Artikelkk Investeringen in gebouwen en duurzame bedrijfsuitrusting, die enkel leiden tot een efficiëntere bezetting van bestaande machines komen niet voor subsidie in aanmerking. Het project moet leiden tot technische toename van de capaciteit. Paragraaf2Deelregeling Regionale Investeringssteun Drenthe (RID) Artikelen 2.1 en 2.2 Deze artikelen bevatten, tezamen met de afwijzingsgronden van artikel 2.10, de criteria op grond waarvan het recht op subsidie wordt bepaald. Aan deze criteria wordt getoetst bij de beslissing omtrent een toezegging én bij de beslissing omtrent de vaststelling van het definitieve subsidiebedrag. Centraal in de criteria staat het tot stand brengen van investeringsprojecten in het werkingsgebied. Steun kan niet worden verleend aan sectoren, waarvoor de Europese Commissie dit niet toestaat. Artikel2.2, lid 1 Investeringsprojecten in grote elektriciteitscentrales zijn uitgesloten van subsidiëring. Bij deze investeringen speelt de omvang van het subsidiebedrag voor het bereiken van een ‘level playing field’ bij concurrentie met het buitenland een ondergeschikte rol. Bovendien staat de omvang van het investeringsbedrag bij dergelijke projecten niet in redelijke verhouding tot het beschikbare subsidieplafond. Artikel2.2, leden 4 en 5 Gedeputeerde Staten stimuleren met de regeling projecten die de economische structuur versterken van de Dutch TechZone-regio en de provincie Drenthe als geheel. Een mogelijk ongewenst concurrerend effect van de regeling willen zij uitsluiten. Om die reden zijn projecten uitgesloten die betrekking hebben op verplaatsing van bedrijfsactiviteiten naar de gemeenten Coevorden, Emmen en Hoogeveen vanuit de rest van de provincie Drenthe of de gemeente Hardenberg. Ditzelfde geldt voor verplaatsing van bedrijfsactiviteiten van de ene naar een andere gemeente binnen het werkingsgebied van de regeling. Uitgangspunt is dat de toegevoegde waarde van een project op de beoogde nieuwe locatie geheel of in belangrijke mate te niet wordt gedaan door het verlies aan economische activiteit op de oorspronkelijke locatie. Met lid 5 wordt ruimte geboden voor uitzonderlijke situaties waarin de toegevoegde waarde van een project op de beoogde nieuwe locatie, naar beoordeling van Gedeputeerde Staten, aantoonbaar veel groter is dan het verlies aan activiteit op de oorspronkelijke locatie. Artikel2.3, leden 1, 2 en 3 Het subsidiepercentage wordt bepaald binnen de maxima van het staatssteunkader, zoals vastgesteld in de AGVV. De maximale subsidiebedragen per soort onderneming zijn vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Artikel2.3, lid 3 De subsidie voor grote ondernemingen wordt als volgt berekend: Subsidiabele kosten Subsidie- percentage Maximale Subsidie Vanaf € 0,- tot en met € 1.000.000,- 10% € 100.000,- Meer dan € 1.000.000,- tot en met € 2.000.000,- 7,5% € 175.000,- Meer dan € 2.000.000,- tot en met € 4.000.000,- 5% € 275.000,- Meer dan € 4.000.000,- 2,5% € 400.000,- Voorbeeld subsidie berekening voor een grote onderneming. Stel een grote ondernemer heeft een project van € 10.000.000,- Dan krijgt hij: 10% van € 1.000.000,- = € 100.000,- 7,5% van (€ 2.000.000,- -/- € 1.000.000,-) = € 75.000,- 5% van (€ 4.000.000,- -/- € 2.000.000,-) = € 100.000,- 2,5% van (€ 10.000.000,- -/- € 4.000.000,-) = € 150.000,- Totaal berekende subsidie: € 425.000,- Verleende subsidie maximaal € 400.000,- Artikel2.3, lid 5 Overige subsidies en publieke bijdragen mogen met deze deelregeling cumuleren tot ten hoogste het bedrag dat ingevolge het steunpercentage volgens het desbetreffende artikel uit de AGVV kan worden verstrekt. Onder subsidies worden ook garanties en kredieten verstaan, indien deze uit publieke middelen worden verstrekt en beschouwd worden als staatssteun. Subsidies die niet specifiek voor een bepaald project worden verstrekt, vallen niet onder deze cumulatie. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het verstrekken van subsidie aan een financier voor het met ondernemers sluiten van kredietovereenkomsten. Een dergelijke subsidie richt zich op de financiering van de onderneming in algemene zin en is niet gekoppeld aan het project waarvoor subsidie onder deze deelregeling wordt gevraagd. Als voorbeelden daarvan kunnen worden genoemd borgstelling en garantstelling. Garanties en borgstellingen die niet zijn gekoppeld aan de algemene liquiditeit van de subsidieontvanger, maar aan het project waarvoor subsidie onder deze deelregeling wordt gevraagd, vallen wel onder deze cumulatie. Fiscale faciliteiten als willekeurige afschrijvingen op milieubedrijfsmiddelen, energie-investeringsaftrek en milieu-investeringsaftrek worden niet aangemerkt als subsidies en vallen dus niet onder cumulatie. Dit neemt niet weg, dat het staatssteunrecht van toepassing is op steun in welke vorm dan ook en dus ook op fiscale maatregelen op het gebied van directe belastingen op ondernemingen. Artikelen 2.4 algemeen In dit artikel is een limitatieve omschrijving van de projectkosten opgenomen, die in aanmerking worden genomen bij de toepassing van artikel 2.3. Daarnaast is deze omschrijving van belang voor de toepassing van artikel 2.10, negende lid (eigenmiddelenvereiste). Grondkosten zijn geen onderdeel van de subsidiabele kosten en komen niet in aanmerking voor subsidie. Indien grond onderdeel is van kosten die voor het project worden gemaakt – bijvoorbeeld in geval van aankoop of inbreng van een bestaand gebouw of bestaande bedrijfsruimte – dient de waarde van de grond op basis van een onafhankelijke taxatie te worden bepaald en buiten de subsidiabele kosten te worden gehouden. Bij financial lease (artikel 2.4, derde lid, onder b, onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.