Bronckhorster beleidskader voor windenergie (Bronckhorst)
Bronckhorster beleidskader voor windenergieDe raad van de gemeente Bronckhorst; gelezen het voorstel van het college van b en w van 20 mei 2021; besproken in de commissievergadering van 16 juni 2021; gelet op de 'Routekaart Energieneutraal Bronckhorst 2030'; Besluit: Het Bronckhorster beleidskader voor windenergie vast te stellen. Hiermee wordt invulling gegeven aan punt drie van het aangenomen amendement, waarbij het bestaande uitstel van medewerking aan initiatieven voor windmolens tot 2022 van kracht blijft. Alleen het gebied Eldrik aan te wijzen als eventueel, toekomstig potentiegebied voor windenergie. Alle andere gebieden in Bronckhorst uit sluiten en voor deze gebieden de voorwaarden van 25 meter hoogte, zoals vastgelegd in het bestemmingsplan landelijk gebied, te hanteren. Toe te voegen aan hoofdstuk 2, eerste alinea, van het bij het besluit behorende “Beleidskader Windenergie”: De gemeente stelt alles in het werk om zo snel mogelijk 100% van de geschikte daken in Bronckhorst van zonnepanelen te voorzien. Toe te voegen aan hoofdstuk 2 van het voorstel “Beleidskader Windenergie”: Dat de gemeente alles in het werk stelt om de capaciteit van het elektrisch netwerk op de vereiste omvang te krijgen, zodat ook alle huizen en bedrijven hun eigen energie kunnen opwekken. Hiertoe in overleg gaan met Agem, de regio Achterhoek, provinciale en landelijke overheid, Liander, zon-op-dag-aanbieders en andere experts. Tot een plan te komen om de aanpassing van het netwerk zo snel mogelijk te realiseren. Tot een plan/voorstel te komen om zo snel mogelijk 100% van de geschikte daken in Bronckhorst van zonnepanelen te voorzien. Dit als onderdeel van de besluitvorming. Deze plannen z.s.m., bij de behandeling van de RES een eerste aanzet te doen toekomen en bij de begrotingsbehandeling een uitgebreider voorstel te doen toekomen. Bij een voorstel voor grootschalige energieopwekking te onderbouwen of er voldoende uitvoering is gegeven aan dit amendement/beleid. Medewerking aan initiatieven van windmolens minimaal op te schorten naar 1 januari 2024 en daarna jaarlijks een meetpunt in te bouwen om te bepalen in hoeverre energietransitie is gevorderd en vanaf wanneer aanvullende initiatieven van windenergie in behandeling worden genomen. Beleidskader voor windenergie 1.Inleiding Op 31 oktober 2019 is de Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2030 door de gemeenteraad aangenomen. Het is het beleidsplan om in onze gemeente aan de slag te gaan met de energietransitie, voor het klimaat en een gezonde leefomgeving. De Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2030 geeft invulling aan de eigen ambitie van Bronckhorst om in 2030 energieneutraal te zijn. Van beleid naar actie staat centraal, waarbij samenwerking met inwoners, lokale ondernemers en maatschappelijke organisaties cruciaal is. Bij de behandeling van de routekaart is besloten om de beleidsregels en -kaders voor windmolens (vanaf 25 meter as-hoogte) op te schorten tot
- De kaders voor windenergie zijn nog niet vastgesteld. Op 29 oktober 2020 heeft de raad ingestemd met een stappenplan om duidelijke en lokale voorwaarden voor windmolens op te stellen. In opdracht van de raad zijn we op drie manieren in gesprek gegaan. Eind 2020 hebben we alle huishoudens van Bronckhorst een uitnodiging gestuurd voor het meedoen aan een enquête. In een vragenlijst stelden we vragen over het betrekken van inwoners bij de energietransitie, gezondheid en een goede inpassing in ons landschap. Het onafhankelijke onderzoeksbureau het PON&Telos voerde daarnaast verdiepende gesprekken met verschillende Bronckhorster organisaties. Tijdens online bijeenkomsten gaven experts en (ervarings)deskundigen een stand van zaken op de thema’s participatie, gezondheid en landschap. Naast dit onderzoek, heeft ingenieursbureau Witteveen+Bos een windpotentiestudie uitgevoerd op basis van de geldende wettelijke kaders. Het Bronckhorster beleidskader voor windenergie is de uitkomst van dit uitgebreide proces. De nieuwe inzichten, lokale aandachtspunten en geuite zorgen hebben we verwerkt in het beleidskader. Het is een beleidsvisie dat lokale voorwaarden vastlegt voor de eventuele komst van windmolens in de toekomst. Het is een toetsingskader dat mogelijke initiatiefnemers op hun verantwoordelijkheden wijst. Het beleidskader stelt eisen aan lokaal eigenaarschap en participatie, voorwaarden voor geluid en gezondheid, en maakt afspraken over landschappelijk maatwerk. Heldere kaders De resultaten van het onderzoek geven een belangrijk signaal. Zie bijlage
- Een meerderheid van de respondenten staat (zeer) positief tegenover de energietransitie, en vindt het noodzakelijk dat de gemeente met de energietransitie aan de slag gaat. Gelijktijdig is men kritisch over de komst van windmolens. Tweederde geeft aan hier geen voorstander te zijn. Inwoners hebben vooral zorgen over de mogelijke negatieve gezondheidseffecten. Veel respondenten hebben aangegeven dat ze zelf actief willen meedenken over de inpassing van eventuele windmolens in het landschap. Uit het lange participatieproces en uitgebreide onderzoek werd duidelijk dat een eigen helder kader onzekerheid en bezorgdheid juist ook kan wegnemen. Met een gewogen besluit doen we zoveel mogelijk recht aan de zorgen in de samenleving en bieden we duidelijkheid. Dat doen we door zorgvuldig de lokale voorwaarden rond participatie, gezondheid en landschap te bepalen. Naar aanleiding van de geuite zorgen in de enquête stellen we een maximale tiphoogte van 150 meter voor en een buffer rondom dorpskernen van minimaal tien keer de as-hoogte van zo’n middelgrote windmolen. We kiezen er voor om terughoudend te zijn en maar één windpark in de toekomst te overwegen. Alle andere gebieden in Bronckhorst zijn niet of minder geschikt voor grote windmolens. Daarmee sluiten we 95% van ons grondgebied uit voor windenergie. 2.Bronckhorst energieneutraal De gemeente Bronckhorst heeft de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn. Dit betekent dat we net zoveel duurzame energie zelf opwekken als dat we in totaal aan energie verbruiken. Bronckhorst staat daarmee voor een eigen energie-opgave. De Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2030 is onze basis voor lokale projecten. We zetten maximaal in op het besparen van energie (45% energiereductie). De energie die we niet nodig hebben, hoeven we immers ook niet op te wekken. We willen alle geschikte daken maximaal gebruiken voor de opwek van zonne-energie. In de Bronckhorster ruimtelijke afweging stellen we ruimtelijke en landschappelijke voorwaarden voor duurzame opwek. Zo staan we vanwege het unieke landschap alleen zonnevelden van maximaal 2 MW toe (een aansluitwaarde van 2 MVA). Aanvullende energiebronnen uit de Bronckhorster energiemix (bodem, water, biomassa) zijn al onderdeel van onze lokale inzet. De doelstelling houdt in dat we alle benodigde energie in Bronckhorst opwekken uit duurzame bronnen. Vastgesteld uitgangspunt is dat we niet meer gaan opwekken dan de eigen energievraag. Focus van de gemeente Bronckhorst We werken aan de uitvoering in de volle breedte van de routekaart, met oog voor draagkracht en draagvlak, zodat iedereen mee kan doen. De gemeente legt in de uitvoering van het beleid de focus op acties die bijdragen aan het besparen van energie - bij zowel huishoudens als in het bedrijfsleven - en het volop benutten van daken voor zonne-energie. We geven zelf het goede voorbeeld We informeren en inspireren We faciliteren en stimuleren, concreet en gericht op ontzorging In Bronckhorst zijn al veel mooie initiatieven. Met Op Morgen delen we deze verhalen om elkaar te inspireren en samen in actie te komen voor de toekomst. Op Morgen is een platform van en voor iedereen in de gemeente Bronckhorst. Hier bundelen we onze krachten voor een beter klimaat! Op Morgen is voor iedereen die groen, duurzaam en toekomstbestendig denkt en vooral ook doet. Kijk ook de website: www.op-morgen.nl Windmolens De kaders voor windenergie zijn met de routekaart niet vastgesteld. Bij het ontbreken van gemeentelijke kaders blijven alleen wettelijke kaders over. Om zelf regie te houden over grootschalige energie-opwek is besluitvorming nodig voor het opstellen van eigen beleidskaders voor windenergie. Met maximale energiebesparing, inzet op alle duurzame bronnen en een 100 procent benutting van het potentiële dakoppervlak met zonnepanelen zijn we er in 2030 nog niet. Naast 200 hectare aan kleine zonneparken is en blijft windenergie een noodzakelijk onderdeel van de toekomstige energiemix. Ook in de routekaart hebben we al geconstateerd dat grootschalige, duurzame energie-opwek noodzakelijk is om onze ambitie om energieneutraal te zijn in 2030 te behalen. Daarnaast is het van belang dat er uiteindelijk een gebalanceerde energiemix komt, een goede verdeling van duurzame elektriciteit over het jaar en over de dag. Wind- en zonne-energie vullen elkaar aan. Met een betere verhouding tussen de technieken zon (op land en op dak) en wind zetten we het elektriciteitsnet optimaler in, tegen lagere kosten (Planbureau voor de Leefomgeving, 2021). De opwek van zonnestroom en de energievraag lopen niet gelijk. Er is opslag nodig om de zonnestroom overdag op te slaan voor gebruik ’s avonds en ‘s nachts, maar vooral ook seizoensopslag. Bij opslag, waarvoor kostbare apparatuur moet worden geïnstalleerd, gaat een aanzienlijk deel van de energie verloren. Alleen zon vraagt om meer investeringen in het energiesysteem. Kleinschalige en verspreid liggende zonneparken zijn qua kosten en netwerkaansluiting minder voordeliger. Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving vraagt veel duurzame warmte en duurzame stroom. Zonnestroom levert relatief weinig op in de winter als er juist veel warmtevraag is. Disbalans op het netwerk leidt tot hogere kosten en mogelijk tot instabiliteit. 3.Wet- en regelgeving als basis Het plaatsen van windmolens heeft invloed op de omgeving. Windmolens moeten veilig zijn, zo weinig mogelijk overlast veroorzaken voor omwonenden en zo min mogelijk schade toebrengen aan dieren en planten. Hier zijn regels en normen aan gesteld, op grond van landelijke wet- en regelgeving. Zo gelden er wettelijke normen voor de maximale hoeveelheid geluid op de gevel van woningen (met extra weging voor de avond en nacht) en de slagschaduw die toegestaan is. Deze normen zijn op dit moment opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer en na inwerkingtreding van de Omgevingswet in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 2021). Wettelijke basis We houden ons aan de ruimtelijke ordeningswetgeving, milieuwetgeving en wetgeving voor de bescherming van natuurgebieden en soorten. Witteveen+Bos heeft deze wettelijke kaders gehanteerd in de windpotentiescan. Beoordelingscriteria zijn onder andere: Natuurgebieden en -richtlijnen; Hoogtebeperkingen omwille van luchtvaart, defensie en radar; Geluidsnormen: een jaargemiddeld geluidniveau Lden van niet meer dan 47 dB en een aparte norm Lnight van 41 dB voor de nacht. De Nederlandse normen voor windmolengeluid beslaan het hele geluidsspectrum, ook het laagfrequente deel van het geluid (RVO, 2021); Slagschaduwbelasting op de omgeving. De slagschaduw van een windmolen mag niet meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag optreden. Dit wordt vaak vertaald in: maximaal 6 uur per jaar (RVO, 2021); Externe veiligheid, zoals buisleidingen en hoogspanningsinfrastructuur. 4.Duidelijkheid over het mogelijke gebied Witteveen+Bos heeft het technisch-ruimtelijke potentieel van windenergie voor de gemeente Bronckhorst in kaart gebracht. Zie bijlage
- In de analyse is elke relevante, ruimtelijke belemmering gekoppeld aan een van de drie onderstaande categorieën. Dit is gedaan voor twee verschillende referentietypes van windturbines (middelgroot en groot). De categorieën zijn: Nee, geen potentie. Er zijn ruimtelijke belemmeringen geïdentificeerd die de potentie van windenergie op die locatie zeer beperken. De locatie heeft geen potentie voor windenergie; Ruimte, mits voldoet aan wetgeving. Er zijn enkele ruimtelijke belemmeringen geïdentificeerd die invloed kunnen hebben op de potentie van het project of die mitigerende maatregelen vereisen. De locatie heeft onder voorwaarden potentie maar is niet wenselijk; Ruimte, zonder belemmeringen. Er zijn geen ruimtelijke belemmeringen geïdentificeerd. De locatie heeft potentie. Het blijkt dat de plaatsing van windmolens in veel gebieden vanwege wettelijke kaders niet mogelijk is. De potentiegebieden zijn gebieden waar weinig tot geen belemmeringen voor windenergie aanwezig zijn. Tevens zijn dit gebieden waar veel ruimte beschikbaar is voor windenergie, waardoor een lijnopstelling mogelijk is. Voor twee gebieden (en drie optionele gebieden) heeft Witteveen+Bos een verdiepingsslag uitgevoerd. Er is gekeken naar: Geluidhinder boven de norm, onder de norm en de WHO-norm Invloedgebied van slagschaduw Indicatieve zones voor visuele hinder Beschikbare ruimte rondom natuurgebieden Buffers rondom dorpskernen In de analyse is het bestaande beleid voor beschermde stads- en dorpsgezichten meegenomen. In het bestemmingsplan Landelijk gebied Bronckhorst (NL.IMRO.1876.BP01048-VG02) zijn specifieke gebieden aangeduid waarvoor beperkingen gelden voor windmolens. Eldrik als eventueel toekomstig gebied voor windenergie Het gebied Eldrik komt in de windpotentiestudie naar voren als eventueel toekomstig potentiegebied voor windenergie. Uit onderzoek blijkt dat het gebied de beste optie is voor windenergie. In Eldrik zijn geen wettelijke belemmeringen en is ruimte voor windenergie. In Eldrik zijn zo min mogelijk omwonenden. Ook biedt het gebied mogelijkheden om met buurgemeenten samen te werken in duurzame energie-opwek. Met het Bronckhorster beleidskader voor windenergie: Wijzen we het gebied Eldrik als eventueel, toekomstig potentiegebied voor windenergie aan. Sluiten we bij voorbaat de overige gebieden uit, ook het gebied met nummer 1 (tussen Toldijk en Hummelo, en ten noordwesten van Wittebrink) en de drie optionele gebieden (A, B en C). Voor een eventueel windpark in de toekomst wordt een ruimtelijke en een vergunningenprocedure doorlopen. De gemeenteraad neemt voorafgaand aan de realisatie van een mogelijk initiatief voor windmolens een besluit. 5.Extra zorgvuldigheid We gaan verder dan de landelijke normen, provinciale beperkingen of ruimtelijke restricties. Als gemeente eisen we de best beschikbare techniek (BBT) om overlast te voorkomen en/of zo veel mogelijk te beperken. We wijzen initiatiefnemers op hun zorgplicht om de hinder van windmolens te minimaliseren. Reductie van geluidsniveaus Voor de geluidbelasting op woningen of andere gevoelige objecten zijn wettelijke normen vastgelegd. We verplichten initiatiefnemers zich in te spannen voor: Het toepassen van innovaties in het ontwerp die het geproduceerde geluid verminderen. Zoals het veranderen van de vorm van de wieken, het aanbrengen van structuren op de rotorbladen of het wijzigen van de bladhoek. Het online delen van draaigegevens en daarmee de geluidsproductiegegevens van windmolens. Beperking van slagschaduw en lichtschittering Bij wet is geregeld wanneer een windmolen van een automatische stilstandvoorziening voorzien moet zijn. Een automatische stilstandvoorziening moet ervoor zorgen dat de duur van de hinder binnen de norm blijft. Daarnaast verplichten we initiatiefnemers zich in te spannen voor: Het zo veel mogelijk toepassen van niet-reflecterende materialen of coatinglagen. Indien hier behoefte aan is, het ter beschikking stellen van een stopknop (bijvoorbeeld via internet) aan omwonenden om in bijzondere situaties windmolens stil te zetten. Niet meer obstakelverlichting dan noodzakelijk Een herziene richtlijn maakt het mogelijk om de lichtintensiteit van de verlichting op windmolens aan te passen aan de weersomstandigheden, zoals het dimmen van de verlichting bij helder zicht. Toegestaan is al vast brandende obstakelverlichting in plaats van knipperend. Zodra het technisch en juridisch mogelijk is, verplichten we initiatiefnemers zich in te spannen voor: Het uitsluitend inschakelen van de nachtelijke rode verlichting als een luchtvaartuig zich in de nabijheid bevindt. Bij toepassing van radardetectie. Sinds 2020 is dit wettelijk mogelijk (Inspectie Leefomgeving en Transport, 2020). Voorstellen voor het in- en uitschakelen van obstakellichten op basis van naderingsdetectie van luchtvaartuigen worden ter instemming voorgelegd aan de inspectie. Minimalisatie van de natuurimpact Natura 2000-gebieden zijn beschermd tegen ontwikkelingen die de instandhoudings- doelstellingen kunnen aantasten. Daarbovenop sluit de gemeente Bronckhorst expliciet de gebieden die onder het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone vallen, uit. Ook de indicatieve zone van de beschermde Wespendief (Altenburg & Wymenga en Sovon, 2021) wordt gerespecteerd en valt af als potentieel gebied voor windenergie. Een windpark kan te maken krijgen met aanvullende locatieafhankelijke maatregelen die worden gebaseerd op ecologisch onderzoek. Daarnaast verplichten we initiatiefnemers zich in te spannen voor (Het Rijk en anderen, 2020): Het toepassen van een stilstandvoorziening voor trekkende vogels van maximaal 100 uur per jaar per windmolen of het equivalent hiervan in energieverlies. En van een standaard toepassing van stilstand voor vleermuizen onder bepaalde omstandigheden. Het ten minste drie jaar monitoren van de effecten op de natuur. Milieueffectrapportage Het Activiteitenbesluit milieubeheer is van toepassing op de ‘exploitatie’ van windmolens. Voor de activiteit ‘bouwen’ moet een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Daarbovenop is bij de herziening van het bestemmingsplan een integrale milieueffectrapportage (m.e.r.) vereist. De Commissie voor de milieueffectrapportage adviseert over de inhoud van milieueffectrapporten. Gezien de complexiteit van een windplan of -project en de benodigde expertise kiezen we voor het doorlopen van de uitgebreide procedure. We laten de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (de NRD, om de reikwijdte en het detailniveau te bepalen) voorleggen aan de Commissie m.e.r. Dit is wettelijk niet verplicht, maar als gemeente Bronckhorst hechten wij waarde aan een deskundige advisering van een onafhankelijke instantie. Ook toetst en beoordeelt de commissie of het uiteindelijke milieueffectrapport de benodigde en juiste informatie bevat. De gemeente kan de (milieu)gevolgen zo bij haar afwegingen betrekken. Een milieueffectrapportage (Commissie m.e.r., 2021): Brengt de milieugevolgen in beeld voordat er een besluit over is genomen. Beoordeelt ook op basis van gezondheid (geluidhinder, slagschaduw, veiligheid, nachtverlichting), landschap en natuur. Kijkt naar geldende regelgeving, cumulatieve effecten en de consequenties voor flora en fauna. Neemt de gemeentelijke beleidskaders en wensen vanuit de raad mee, indien deze zijn vastgesteld. Onderzoekt verschillende inrichtingsvarianten. Onderbouwt en vergelijkt deze. Geeft inzicht in alternatieve oplossingen en maatregelen voor het beperken van de effecten op de leefomgeving. Is openbaar. Het helpt bij het voeren van de discussie en bij de mogelijkheden voor participatie, waarbij inwoners kunnen meepraten over het besluit. 6.Aandacht voor gezondheid De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft in oktober 2018 de richtlijnen omgevingsgeluid uitgebracht. Deze WHO-richtlijnen zijn een gezondheidskundig advies en zijn bedoeld om de nadelige gezondheidseffecten door geluid, zoals een verstoorde slaap en hinder, te verminderen (WHO, 2018). Hoofdboodschap van verder onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is dat het Nederlandse geluidbeleid versterkt kan worden door het aan te passen aan de nieuwe inzichten van de WHO (RIVM, 2020). De Rijksoverheid heeft nog geen beleidsmatige conclusies verbonden aan het WHO-advies en de analyse van het RIVM. Zolang beleid voor omgevingsgeluid en windmolengeluid nog niet op nationaal niveau verder is uitgewerkt, ondervangt de gemeente dit zelf. We maken gezondheid een belangrijk onderdeel van de lokale beslissing rond windenergie. Door: Een afstandsnorm ten opzichte van de Bronckhorster dorpskernen te stellen van minstens tien maal de as-hoogte (de hoogte van de mast) van een windmolen. Dit is een strengere norm, voor een grote en belangrijke groep inwoners. Een eventuele aanpassing van de normering en/of de eventuele introductie van aanvullende normering (door) te vertalen in het gemeentelijke Omgevingsplan. Het Activiteitenbesluit milieubeheer biedt in beperkte mate ruimte voor het stellen van maatwerkvoorschriften. Slechts in twee specifieke situaties is daar op dit moment de mogelijkheid voor. Namelijk alleen bij cumulatie van geluid met andere windparken of bij wettelijk aangewezen stiltegebieden (RVO, 2021). Gerichte maatregelen Gerichte maatregelen kunnen ervoor zorgen dat de beperkte groep aan inwoners die niet onder de afstandsbuffer vallen, minder last heef van windmolens. Communicatie met omwonenden en voorlichting is hierbij cruciaal (RIVM, 2013). Op basis van de rapporten van de WHO en het RIVM verplichten we initiatiefnemers zich in te spannen voor: Het met omwonenden overleggen welk(e) gebied(en) of groep(en) betrokken zou kunnen of moeten worden in het beperken van gezondheidsrisico’s. Bijvoorbeeld ook gebieden met een geluidsbelasting onder de wettelijke voorkeurswaarde of gebieden buiten het huidige wettelijke aandachtsgebied mee te nemen. Het met passende maatregelen optimaal beschermen van de gezondheid door het geluidsniveau te verlagen tot de aangegeven advieswaarden. Te streven naar het voldoen aan de WHO-waarden voor geluid (tot onder 45 dB Lden). Het ook in te zetten op niet-akoestische factoren. Mensen objectief te informeren over de mogelijke, negatieve effecten van windmolens. Te zorgen voor een duidelijk aanspreekpunt. En het opzetten van een transparant systeem voor het behandelen van vragen en klachten. Wanneer omwonenden kunnen participeren bij de plaatsing van windmolens, versterkt dit de betrokkenheid bij mogelijke oplossingen, als: Een individueel technisch en financieel maatwerkplan per woning, uitgewerkt als een omgevingsregeling. Een samenwerkingsplan op het gebied van woningisolatie, beschikbaar gesteld vanuit het omgevingsfonds. Afspraken tussen omwonenden en de exploitant over het terugregelen van windmolens. Het toepassen van een automatisch werkende regeling die het toerental vermindert of de wiekstand tijdelijk aanpast. De duur van slagschaduw kan tot een minimum worden terug geregeld, maar dat is niet verplicht, zoals ook blijkt uit de uitspraken van rechtbanken. 7.Landschappelijk maatwerk In de gemeente Bronckhorst is er weinig beschikbare ruimte voor windenergie. Vooral de potentie voor grote windmolens is beperkt volgens de analyse Witteveen+Bos. Het windscenario “middelgroot” met kleinere windturbines heeft minder effecten op geluid, slagschaduw en visuele hinder. Het aantal gehinderden ligt significant veel lager. Ook vanuit het landschap hebben we een voorkeur voor middelgrote windmolens. We stellen een tiphoogte van 150 meter als maximum. Hogere windmolens sluiten we in de gemeente Bronckhorst uit. Een opstelling met windmolens bestaat uit ten minste 4 windmolens in lijn. Een opstelling dient als eenheid te lezen zijn. De windmolens hebben eenzelfde kleurstelling en verschijningsvorm, ze zijn uitgevoerd in hetzelfde windturbinetype met gelijke maten voor (as)hoogte en rotordiameter. Ontwerp op maat Ieder project vraagt om een ontwerp op maat, passend bij de gebiedseigen karakteristieken van het landschap. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed biedt uitgangspunten om keuzes te maken en ontwerpstrategieën hoe het cultuurlandschap ingezet kan worden bij windenergie (RCE, 2021). Opstellingen met windmolens dienen zoveel mogelijk aan te sluiten bij landschappelijke structuren. Een landschapsarchitect houdt rekening met: De ruimtelijke kenmerken van het landschap De maat, schaal en inrichting van het landschap De cultuurhistorische achtergrond van het landschap De beleving van de windmolens in het landschap Bestaande of nieuwe landschapselementen (zoals houtwallen, beplantingsstroken en/of bossen) worden gebruikt om de beleving op een positieve manier te beïnvloeden. In het ontwerp, waaronder in de detaillering van de trappen en eventueel hekwerk, wordt rekening houden met de (gebruiks)functies van de omgeving. Onderzocht wordt hoe het windpark een bijdrage kan leveren aan de lokale natuurwaarde, bijvoorbeeld door natuurinclusief ontwerp. Initiatiefnemers verkennen en werken meekoppelkansen en meervoudig landgebruik uit. 3D-visualisaties Het is belangrijk om te weten vanaf welke openbare gebieden de windmolens het meest zal worden ervaren. Het mogelijke windpark moet ontworpen worden vanuit het perspectief van de waarnemer. Een 3D-impressie van de te plaatsen windmolens maakt onderdeel uit van het participatieproces en de onderbouwing van een bepaalde keuze. Dit maakt de impact op zichtlijnen, de openheid en schaal van het landschap visueel. Gebiedsgerichte aanpak Een goede plaatsing van windmolens in het landschap is een lastige ontwerpopgave. Windmolens vormen een nieuwe laag in het landschap en transformeren de leefomgeving. Ze kunnen daarbij ook de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten behouden en/of versterken (RCE, 2018). Indien een windinitiatief zich aandient, kiezen we voor een gebiedsgerichte en integrale aanpak vanuit de RCE-uitgangspunten. Het plan wordt in een open planproces, op basis van de Bronckhorster participatiehandreiking, verder uitgewerkt. Opruimplicht De eigenaren en/of exploitanten van een windpark zijn primair verantwoordelijk voor de exploitatie en het onderhoud, en ook voor een toekomstige ontmanteling. Zij ruimen de windmolens uiteindelijk op. We verplichten hen daarbij zo veel mogelijk materialen en grondstoffen her te gebruiken of te recyclen. 8.Participatie en lokaal eigenaarschap Bij energie-initiatieven stelt de gemeente Bronckhorst hoge eisen aan participatie en lokaal eigenaarschap. Het participatiedoel is ‘het samen doen’. Inwoners, lokale ondernemers en organisaties denken mee en profiteren mee. Ze worden vroegtijdig en met respect bij initiatieven geïnformeerd en betrokken, hebben daadwerkelijk iets te zeggen en kunnen zelf meedoen. Zie bijlage
- Bronckhorster participatiehandreiking In de handreiking “Participatie als de basis voor de omslag naar een energieneutraal Bronckhorst in 2030” hebben we procesparticipatie, financiële participatie en zeggenschap verder uitgewerkt, en communicatie en informatievoorziening in het algemeen. De initiatiefnemer doorloopt een proces om voor het specifieke project en in samenspraak met de lokale omgeving te komen tot een wenselijke en haalbare vormgeving van participatie. De gemeente Bronckhorst toetst aan de Bronckhorster ambitie (energieneutraal in 2030) en aan de onderstaande randvoorwaarden rondom participatie met de samenleving: De initiatiefnemers stellen een participatieplan op (als onderdeel van hun projectplan) dat als participatiedoel heeft: inwoners laten meedoen in het project. Bij de vergunningaanvraag wordt hiervan een verslag toegevoegd, zodat de gemeenteraad de uitvoering van het participatieplan kan toetsen. De initiatiefnemers committeren zich aan de verantwoordelijkheden rondom proces-, project- en financiële participatie en verwerken deze in hun aanpak. Ze maken kenbaar hoe de lokale omgeving gaat profiteren van het project. De initiatiefnemers beschrijven hoe ze de algemene uitgangspunten in de participatie-handreiking vertalen in hun plannen. De initiatiefnemers onderbouwen hoe ze ten minste 50 procent in lokaal eigendom in het voorgestelde project gaan realiseren. Ze motiveren hoe ze zich gaan inzetten voor meer dan 50 procent in lokaal eigendom. De factsheet (Participatiecoalitie, 2020) geeft meer informatie over 50% lokaal eigendom zoals opgenomen in het Klimaatakkoord. De initiatiefnemers stellen een bovenwettelijk bedrag beschikbaar voor een fonds voor sociale of duurzame projecten in de omgeving of voor landschapsversterking. Voor de besteding van dit omgevingsfonds wordt mede uitgegaan van de uitkomsten van een dialoog met de omgeving. Voor de hoogte van de financiële bijdrage wordt de Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (de Nederlandse WindEnergie Associatie en anderen, 2020) aangehouden. Omwonendenregelingen Tijdens de dialoog met de omgeving gaat het zowel om het inventariseren van (mogelijke) wensen, als het benutten van kennis en het bespreekbaar maken van vragen. Ook andere gevolgen voor omwonenden kunnen dan besproken en geïnventariseerd worden. Een lokale regeling richt zich op direct omwonenden in een bepaalde straal van de windmolen. Het kan gaan om het aanbieden van groene stroom met korting, korting op de energierekening of een andere individuele, financiële vergoeding. Planschade Planschade is een tegemoetkoming in de waardedaling van een woning door de gewijzigde plannen van de gemeente. Hiervoor gelden regelingen uit de Wet ruimtelijke ordening en vanaf 1 januari 2022 de Omgevingswet. Een omgevingsfonds, omwonendenregeling en/of individueel maatwerkplan bieden aanvullende compensatie. Gesocialiseerde grondcontracten Voor de plaatsing van een windmolen wordt een grondvergoeding betaald voor het ‘recht van opstal’. We vinden het belangrijk dat de grondopbrengsten van windenergie eerlijk verdeeld worden en kiezen voor socialisering van grondvergoedingen. De grondvergoeding wordt volgens een sleutel ook gedeeld met andere grondeigenaren nabij de windmolens. Een goed uitgangspunt voor het bepalen van de vergoeding kan zijn: het verlies van grond (fundament, wegen, kabels en leidingen), het verlies van bestemming (cirkel rond de molen) en overlast (omwonenden die tot een bepaalde afstand van het project wonen). Van de beschikbare grondvergoeding zou bijvoorbeeld 60% toegekend kunnen worden aan degenen die een windmolen op hun grond krijgen, 20% aan hen die land hebben binnen een cirkel van 400 meter, en 20% voor de woonhuizen op maximaal 800 meter (Energie Samen, 2020). 9.Bronnen Altenburg & Wymenga en Sovon.
- s)van]. Om een zo divers mogelijk samengestelde responsgroep te krijgen, is gevraagd de vragenlijst in te laten vullen door de eerst jarige in het huishouden van 18 jaar of ouder. • Thema’s vragenlijstDe gemeente heeft voorafgaand aan het onderzoek aangegeven dat inwoners zich zorgen maken over een drietal onderwerpen rondom windenergie: participatie (in het proces en financieel) gezondheid inpassing in het landschap Deze onderwerpen zijn als uitgangspunt gebruikt bij het opstellen van de vragenlijst. De vragen gingen over wat inwoners van de gemeente Bronckhorst belangrijk vinden als het gaat om grootschalige opwek van windenergie binnen de gemeente. Om de meningen te peilen over duurzame energie en de energietransitie in het algemeen, zijn in het begin van de vragenlijst enkele algemene vragen over dit onderwerp opgenomen. De gehele vragenlijst vindt u in bijlage A. • Respons(periode)Het online onderzoek onder inwoners vond plaats van 2 december 2020 tot en met 6 januari 2021. In totaal zijn er 16.256 uitnodigingsbrieven verzonden. 3.471 inwoners hebben de vragenlijst ingevuld. Het responspercentage ligt daarmee op 21%. In de volgende tabel is de respons naar type vragenlijst weergegeven. De achtergrondkenmerken van de respondenten zijn opgenomen in bijlage B. Tabel 1 Respons naar type vragenlijstn % Schriftelijke vragenlijst 60 2 Online vragenlijst 3.411 98 Totale respons 3.471 100 • BetrouwbaarheidDe antwoorden die de respondenten hebben gegeven en die in dit rapport zijn opgenomen, gebruiken we om uitspraken te doen over de totale populatie (18 jaar of ouder) van gemeente Bronckhorst. Binnen steekproefonderzoek worden minimale responsaantallen gehanteerd om betrouwbare uitspraken te kunnen doen over een totale populatie. Het is gebruikelijk om binnen steekproefonderzoek een zogenaamde betrouwbaarheidsinterval van 95% te hanteren. Dit wat wil zeggen dat een onderzoeksuitkomst in 19 van de 20 gevallen (95%) conform de realiteit is. Verder is het gebruikelijk om uit te gaan van een foutenmarge van maximaal 5%. De maximale foutenmarge bij dit onderzoek ligt daar ruim onder: bij een respons van 3.471 is de maximale foutenmarge 1,5%. Een foutenmarge van 1,5% betekent dat een in dit onderzoek gevonden percentage van 50% (bijvoorbeeld 50% van de respondenten is het eens met een bepaalde stelling) in werkelijkheid tussen de 48,5% en 51,5% ligt (48,5% tot 51,5% van de inwoners is het eens met deze stelling). • Weging naar leeftijd, geslacht en gebiedDe responsgroep bij steekproefonderzoek is meestal geen juiste afspiegeling van de verdeling naar achtergrondkenmerken, zoals leeftijd en geslacht, van de gehele populatie. Tegelijkertijd verschillen de antwoorden vaak wel naar achtergrondkenmerken, zoals leeftijd. Bij dit onderzoek is ervoor gekozen om de resultaten te wegen naar de achtergrondvariabelen leeftijd, geslacht en gebied om over- of ondervertegenwoordiging van bepaalde leeftijdsgroepen, geslacht en bepaalde gebieden te corrigeren. We hebben daarvoor populatiecijfers van de gemeente gebruikt. • Kanttekeningen bij het onderzoek onder inwonersGedurende de veldwerkperiode zijn door verschillende actiegroepen tegen windenergie oproepen gedaan aan hun achterban om de vragenlijst in te vullen. Het gevolg daarvan kan zijn dat de achterban van deze actiegroepen in de responsgroep oververtegenwoordigd is. Omdat we niet weten wat de omvang van deze achterban is ten opzichte van de totale populatie, is het niet mogelijk om harde uitspraken te doen over een eventuele oververtegenwoordiging van deze groep. Wel is het zo dat actieve werving onder specifieke (actie)groepen oververtegenwoordiging van deze groep in het onderzoek in de hand werkt. 1.2.2 Onderzoek onder belanghebbendenHet kwantitatieve online onderzoek onder inwoners is aangevuld met kwalitatief onderzoek onder belanghebbenden. Het PON & Telos heeft hiervoor 9 groepsinterviews gehouden met verschillende lokale en regionale belanghebbenden. • Werkwijze interviewsDe belanghebbenden met wie Het PON & Telos gesproken heeft (zie hieronder) zijn via een e-mail geïnformeerd over het onderzoek en uitgenodigd om een afgevaardigde mee te laten doen aan het gesprek. Vervolgens heeft Het PON & Telos contact opgenomen met deze belanghebbenden voor het inplannen van een groepsgesprek. Het PON & Telos heeft de gespreksleiding en verslaglegging voor haar rekening genomen, de gemeente was vanwege de vertrouwelijkheid van de gesprekken niet aanwezig bij deze gesprekken. De interviews vonden, vanwege de coronavoorschriften, online plaats, via MS Teams. De interviews zijn gehouden in de periode februari – maart 2021. • Doelgroep interviewsHet PON & Telos heeft groepsgesprekken gevoerd met de volgende belanghebbenden1Er zijn specifiek jongeren geworven voor een groepsgesprek. Zij kwamen uiteindelijk niet naar het online gesprek.: Landbouworganisaties Ondernemersverenigingen Toeristische platforms Dorpsbelangenorganisaties Energiecoöperaties Actiegroepen Landschap, natuur- en milieuorganisaties Uitvoeringsorganisaties Een overzicht van de geïnterviewde belanghebbenden is opgenomen in bijlage E. 1.3 LeeswijzerIn hoofdstuk 2 zijn de resultaten beschreven van het online onderzoek onder inwoners van gemeente Bronckhorst. In hoofdstuk 3 leest u de resultaten van de interviews die zijn gehouden met de betrokken belanghebbenden. In bijlage A is de gehanteerde vragenlijst voor inwoners opgenomen. In bijlage B zijn de ongewogen achtergrondkenmerken opgenomen van de respondenten op het online onderzoek. In bijlage C zijn de resultaten naar gebieden in de gemeente opgenomen. In bijlage D is een overzicht opgenomen van belanghebbenden met wie interviews zijn afgenomen. Toelichting bij de tabellen en figuren: Door afrondingsverschillen komt het totaal in de tabellen soms uit op 101% of 99% in plaats van op 100%. N betekent het aantal mensen dat een vraag beantwoord heeft. De antwoorden op de open vragen in de vragenlijst zijn niet gewogen: ze zijn dus niet gecorrigeerd naar over- of ondervertegenwoordiging van bepaalde leeftijdsgroepen, geslacht of gebieden. Daar waar bij de samenvatting van de antwoorden op de open vragen aantallen respondenten genoemd worden, zijn dit dus ongewogen aantallen. Alle percentages die genoemd worden in de tabellen en figuren zijn gewogen cijfers. De resultaten zijn gewogen naar de achtergrondkenmerken leeftijd, geslacht en gebied waar respondenten wonen. De N (aantallen) is ongewogen. 2 Resultaten online onderzoek onder inwonersIn dit hoofdstuk zijn de resultaten van het online vragenlijstonderzoek onder inwoners van gemeente Bronckhorst beschreven. Allereerst is gevraagd naar de algemene houding van inwoners ten opzichte van de energietransitie. Vervolgens komen de thema’s participatie (in het proces en financieel), gezondheid en inpassing in het landschap aan bod. 2.1 Algemene houdingIn de vragenlijst is een korte toelichting opgenomen over duurzame energie, zie hieronder. Toelichting uit de vragenlijst: Duurzame energie De energietransitie gaat over de overgang van brandstoffen als olie, kolen en aardgas, naar duurzame energie zoals windenergie en zonne-energie. De gemeente Bronckhorst vindt daarbij een aantal zaken belangrijk: Duurzame maatregelen moeten voor iedereen haalbaar en betaalbaar zijn. De gemeente Bronckhorst stelt hoge eisen aan lokaal eigenaarschap en participatie. De gemeente zet maximaal in op energiebesparing. Voor de resterende energievraag zet de gemeente alle mogelijke duurzame bronnen in: uit de bodem, het water, biomassa, wind en de zon. De gemeente Bronckhorst kiest er niet voor om meer energie op te wekken dan dat we zelf gebruiken. Dit is het uitgangspunt uit de Routekaart Bronckhorst Energieneutraal 2030. Algemene houding tegenover de energietransitie in NederlandAllereerst is gevraagd naar de algemene houding van respondenten tegenover de energietransitie. 55% staat (zeer) positief tegenover de energietransitie, 14% staat hier (zeer) negatief tegenover. 27% staat hier neutraal tegenover (niet positief, niet negatief). Tabel 2 Vraag 6: Hoe staat u in het algemeen tegenover de energietransitie in Nederland? (n=3.470)% Zeer positief 21 Positief 34 Niet positief / niet negatief 27 Negatief 9 Zeer negatief 5 N.v.t. / weet niet 3 Uitgesplitst naar leeftijdDe resultaten zijn ook uitgesplitst naar leeftijd om te kijken of er zich verschillen tussen leeftijdsgroepen voordoen. De tabellen met resultaten naar leeftijdsgroepen vindt u in bijlage D. Respondenten tussen de 18 en 39 jaar geven vaker dan andere leeftijdsgroepen aan (zeer) negatief tegenover de energietransitie in Nederland te staan (18% tegenover 14% gemiddeld). Respondenten van 65 jaar en ouder staan juist vaker (zeer) positief tegenover de energietransitie (62% tegenover 55% gemiddeld). Noodzaak dat de gemeente aan de slag gaat met de energietransitieVervolgens is gevraagd naar hoe noodzakelijk mensen het vinden dat de gemeente met de energietransitie aan de slag gaat. 51% vindt dit (zeer) noodzakelijk, 25% vindt dit (helemaal) niet noodzakelijk. 24% antwoordt neutraal. Tabel 3 Vraag 7: Hoe noodzakelijk vindt u het dat de gemeente Bronckhorst zelf aan de slag gaat met de energietransitie? (n=3.470)% Zeer noodzakelijk 24 Noodzakelijk 27 Neutraal 24 Niet noodzakelijk 14 Helemaal niet noodzakelijk 11 N.v.t. / weet niet 2 Uitgesplitst naar leeftijdDe resultaten zijn ook uitgesplitst naar leeftijd om te kijken of er zich verschillen tussen leeftijdsgroepen voordoen: Respondenten tussen de 18 en 39 jaar geven vaker dan andere leeftijdsgroepen aan het (helemaal) niet noodzakelijk te vinden dat de gemeente Bronckhorst zelf aan de slag gaat met de energietransitie (29% tegenover 25% gemiddeld). Respondenten van 65 jaar en ouder geven juist vaker aan dat zij het (zeer) noodzakelijk vinden dat de gemeente zelf aan de slag gaat met de energietransitie (58% tegenover 51% gemiddeld). Houding tegenover het opwekken van energie met behulp van windmolens in gemeente BronckhorstOok is gevraagd naar hoe mensen staan tegenover het opwekken van energie met behulp van windmolens in de gemeente Bronckhorst. 20% staat hier (zeer) positief tegenover, 64% staat hier (zeer) negatief tegenover. 14% antwoordt neutraal (niet positief, niet negatief). Tabel 4 Vraag 8: Hoe staat u tegenover het opwekken van energie met behulp van windmolens in de gemeente Bronckhorst? (n=3.471)% Zeer positief 9 Positief 11 Niet positief / niet negatief 14 Negatief 17 Zeer negatief 47 N.v.t. / weet niet 1 Uitgesplitst naar leeftijdRespondenten tussen de 40 en 64 jaar zijn vaker dan andere leeftijdsgroepen (zeer) negatief over het opwekken van energie met behulp van windmolens in de gemeente Bronckhorst (68% tegenover 64% gemiddeld). Respondenten van 65 jaar en ouder zijn juist minder vaak (zeer) negatief over het opwekken van energie met behulp van windmolens in de gemeente (59% tegenover 64% gemiddeld) en vaker (zeer) positief (24% tegenover 20% gemiddeld). 2.2 Participatie / betrokkenheid van inwoners2.2.1 Betrokkenheid bij windinitiatievenIn de vragenlijst zijn aan respondenten diverse aspecten over participatie in windinitiatieven voorgelegd en is gevraagd in welke mate zij deze aspecten belangrijk vinden of niet. Ruim twee derde (68%) vindt het belangrijk om mee te kunnen denken en advies te kunnen geven over mogelijke windinitiatieven in de gemeente. Over het mede-eigenaarschap zijn de meningen meer verdeeld: 21% vindt het belangrijk mede-eigenaar te kunnen worden, 46% vindt dat niet belangrijk. Ook over het betrokken zijn via investeringen in windinitiatieven in de gemeente zijn de meningen verdeeld: 20% vindt dit wel belangrijk, 46% vindt dat niet belangrijk. Figuur 1 Vraag 9: In welke mate vindt u de volgende aspecten wel of niet belangrijk? - % (n=3.430) 2.2.2 Onderwerpen waar mensen bij betrokken willen wordenVervolgens is gevraagd waar inwoners bij betrokken willen worden, stel dat er windmolens zouden komen. Hieronder zijn de categorieën opgesomd waarvan meer dan de helft van de inwoners heeft aangegeven zelf betrokken te willen worden: 73% wil betrokken worden bij het bepalen van de locatie(
- s)van eventuele windmolens. 60% wil betrokken worden bij de inpassing van eventuele windmolens in het landschap. 57% wil betrokken worden bij het bepalen van het aantal windmolens. 52% wil betrokken worden bij de hoogte van eventuele windmolens. 15% heeft ‘anders, namelijk’ ingevuld. We vatten de vaker genoemde antwoorden hieronder samen: Tegenstanders van windmolens: de meeste mensen hebben hierbij ingevuld sowieso geen windmolens in de gemeente Bronckhorst te willen. Ze vinden dat de gemeente er niet geschikt voor is, het ten koste gaat van het landschap in de gemeente en windmolens ook niet thuishoren in een bebouwde en dichtbevolkte omgeving. Vraagstelling suggestief: sommigen geven aan dat de vraagstelling impliceert dat er al een besluit ligt dat er windmolens in de gemeente gaan komen en dat de gemeente eerst moet vragen of inwoners überhaupt wel windmolens willen. Betrokken worden bij / meedenken over gezondheidsrisico’s / schadelijke effecten van windmolens: ook wijzen sommigen op de mogelijke gevaren en gezondheidsrisico’s van windmolens en geven aan daarbij betrokken te willen worden. Meedenken over alternatieven voor windenergie: Verder geven respondenten aan betrokken te willen worden door mee te denken over alternatieven voor windenergie in de gemeente, zoals (meer) zonnepanelen op daken van agrarische bedrijven, bedrijfspanden en huizen leggen, energie opwekken door middel van water, thoriumcentrales of windmolens op een andere locatie bijvoorbeeld op zee. Tabel 5 Vraag 10: Stel dat er windmolens komen, waar zou u zelf bij betrokken willen worden? Meerdere antwoorden mogelijk. (n=3.415 - gesorteerd van groot naar klein)% Over waar de eventuele windmolens komen te staan 73 Over de inpassing van de eventuele windmolens in het landschap 60 Over de vraag hoeveel windmolens er eventueel komen te staan 57 Over de hoogte van de eventuele windmolens 52 Over het besluitvormingsproces bij concrete windinitiatieven 39 Over hoe de opbrengsten ten goede komen aan de omgeving 34 Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van windenergie 18 Anders 15 Ik wil hier niet bij betrokken worden 10 Dat weet ik niet/geen mening 3 Eén op de tien respondenten geeft aan niet betrokken te willen worden. We hebben hen via een open vraag gevraagd waarom zij niet betrokken willen worden mochten er windmolens in de gemeente Bronckhorst komen. Het merendeel van deze 10% die niet betrokken wil worden, geeft aan tegen windmolens in de gemeente te zijn. Ook geeft een grote groep aan dat ze niet betrokken willen worden omdat ze vinden dat er betere alternatieven zijn voor windmolens, die verder onderzocht moeten worden. Zo worden onder andere genoemd: zonne-energie op daken, in ramen of op gevels, windmolens op zee, waterstof en kernenergie. 2.2.3 Wijze van participerenAan de mensen die aangegeven hebben ergens bij betrokken te willen worden, is gevraagd naar de manier waarop zij betrokken willen worden. Manieren waarop een derde of meer van de respondenten betrokken of geïnformeerd zouden willen worden, zijn hieronder opgesomd: 63% wil graag via een e-mail of brief over het mogelijke windinitiatief geïnformeerd of betrokken worden door de initiatiefnemers van het windinitiatief. 55% wil betrokken of geïnformeerd worden via informatieavond(
- en)voor omwonenden. 39% wil via een transparant systeem voor het behandelen van vragen en klachten betrokken en/of geïnformeerd worden. 33% wil via een duidelijk aanspreekpunt bij het windinitiatief betrokken en/of geïnformeerd worden. Het was mogelijk om bij deze vraag ook ‘anders, namelijk’ in te vullen. Van de 10% die hier een antwoord invulde, gaf de helft aan geen windmolens in de gemeente te willen. Ongeveer 130 respondenten gaven een ander inhoudelijk antwoord op de vraag. Een antwoord dat vaker genoemd werd, is dat respondenten door de gemeente geïnformeerd of betrokken willen worden en niet door een commerciële partij die volgens deze respondenten helemaal geen rekening houdt met belangen van inwoners. Informatie zou gedeeld kunnen worden via online bijeenkomsten of een online discussieforum, of via het huis-aan-huisblad. Sommige respondenten willen via een referendum over windmolens betrokken worden. Ook is vaker genoemd dat respondenten vinden dat direct omwonenden betrokken zouden moeten worden. Tabel 6 Vraag 12: Op welke manier wilt u door initiatiefnemers van windinitiatieven geïnformeerd of betrokken worden? Meerdere antwoorden mogelijk. (n=3.091 - gesorteerd van groot naar klein)% Via een e-mail of brief met een toelichting op het mogelijke windinitiatief 63 Via informatieavond(
- en)voor omwonenden 55 Via een transparant systeem voor het behandelen van vragen en klachten 39 Via een duidelijk aanspreekpunt bij het windinitiatief 33 Via een klankbord- of adviesgroep uit de lokale omgeving 32 Via ontwerpateliers, ook om de impact op het landschap te visualiseren 26 Via raadplegende / persoonlijke gesprekken 19 Anders 9 Dat weet ik niet/geen mening 4 2.2.4 Verdeling opbrengstenVervolgens is aan de respondenten gevraagd hoe zij vinden dat de opbrengsten van een windmolen verdeeld zouden moeten worden. Respondenten konden meerdere antwoorden aankruisen. Hieronder leest u de drie opties die door de meeste respondenten aangekruist zijn: 44% van de respondenten is van mening dat omwonenden korting zouden moeten krijgen op de stroomprijs, afhankelijk van de afstand tot de windmolens. 39% vindt dat een deel van de opbrengsten ten goede moet komen aan alle inwoners van de gemeente door bijvoorbeeld te investeren in gezamenlijke acties voor het besparen en/of zelf opwekken van energie. 36% vindt dat een deel van de opbrengsten in een fonds voor direct omwonenden gestort moet worden, dat aangewend kan worden voor bijvoorbeeld de verduurzaming van hun huis. Bij deze vraag heeft 18% van de respondenten het open invulveld bij ‘Anders, namelijk’ ingevuld. Hierbij hebben zo’n 280 respondenten aangegeven geen windmolens in de gemeente te willen en deze vraag daarom niet te kunnen beantwoorden. Meerdere respondenten geven bovendien aan deze vraag niet relevant te vinden omdat deze discussie helemaal niet speelt als er geen windmolens komen. Tabel 7 Vraag 13: Hoe vindt u dat de opbrengsten van een windmolen verdeeld zouden moeten worden? Meerdere antwoorden mogelijk. (n=3.374 - gesorteerd van groot naar klein)% Omwonenden krijgen korting op de stroomprijs afhankelijk van de afstand tot de windmolens 44 Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan alle inwoners van de gemeente door bijvoor- beeld te investeren in gezamenlijke acties voor het besparen en/of zelf opwekken van energie 39 Een deel van de opbrengsten gaat in een fonds voor direct omwonenden, bijvoorbeeld voor de verduurzaming van hun huis 36 Een deel van de opbrengsten gaat in een fonds om de leefbaarheid in de lokale omgeving te verbeteren (denk aan een buurtvereniging of sportclub) 23 Anders 18 De grondeigenaren ontvangen de opbrengsten 14 Dat weet ik niet/geen mening 12 2.3 Inpassing in het landschapIn de vragenlijst zijn twee open vragen gesteld over de inpassing van windmolens in het landschap. Voorafgaand aan deze vragen is een korte toelichting opgenomen: Toelichting uit de vragenlijst: Inpassing in het landschap Bij het plaatsen van windmolens wordt altijd gekeken naar hoe ze het beste in het landschap ingepast kunnen worden. Er kunnen bijvoorbeeld houtwallen omheen gebouwd worden of andere elementen die karakteristiek zijn voor het landschap waar de windmolens in komen te staan. De volgende vragen gaan over uw ideeën omtrent de inpassing van windmolens in het landschap. Vraag 14: Wat is volgens u een plek in de gemeente Bronckhorst waar geen windmolens mogen komen?In een open vraag is gevraagd wat volgens mensen een plek is waar geen windmolens moeten komen. We vatten de vaker genoemde antwoorden hieronder samen: Nergens in de gemeente: bijna 1.200 keer is geantwoord dat er nergens in de gemeente plek is voor windmolens. Niet dichtbij woningen of een dorp(s)kern: zo’n 900 respondenten hebben aangegeven dat er dichtbij woningen geen windmolens mogen komen. Sommigen noemen niet binnen een straal van 3 of 5 kilometer van bebouwing, anderen geven aan niet binnen een straal van een x aantal kilometers keer de tiphoogte van de windmolen. Niet in natuur- of recreatiegebied: Ook geven bijna 700 respondenten aan dat windmolens zeker niet in een natuur- of recreatiegebied geplaatst mogen worden. Herhaaldelijk wordt het bijzondere coulisselandschap van de gemeente Bronckhorst benoemd en geven respondenten aan dat windmolens dit bijzondere landschap zullen aantasten. Niet langs de IJssel: tot slot hebben zo’n 100 respondenten aangegeven dat windmolens niet langs de IJssel geplaatst mogen worden. Vraag 15: Wat is volgens u een plek in de gemeente Bronckhorst waar wel windmolens mogen komen?We hebben ook gevraagd wat voor mensen wel een acceptabele plek is voor windmolens in de gemeente Bronckhorst. Net als bij de voorgaande open vragen wordt hier ook door een groep van bijna 1.100 respondenten aangegeven dat er nergens een plek is voor windmolens in de gemeente. Sommigen geven aan dat beter gezocht kan worden naar een plek op zee waar windmolens geplaatst kunnen worden en waar alle inwoners in kunnen participeren. Locaties binnen de gemeente die vaker genoemd worden als plek waar wel windmolens zouden mogen komen, zijn: Op industrieterreinen: dit antwoord is door zo’n 300 respondenten gegeven. Langs de IJssel: zo’n 300 respondenten geven aan dat de windmolens wel langs de IJssel zouden mogen staan. Op grote open plekken of vlakten, met zo min mogelijk bebouwing: ruim 200 respondenten vinden windmolens op grote open plekken waar weinig mensen wonen een geschikte locatie. Langs snelwegen of spoorlijnen: zo’n 75 respondenten vinden dat windmolens langs snelwegen of spoorlijnen zouden mogen komen. 2.3.1 Hoogte en aantal windmolensBij het plaatsen van windmolens zijn er verschillende opties. Ook bij deze vraag is in de vragenlijst een korte toelichting opgenomen. Toelichting uit de vragenlijst: Een hoge windmolen levert meer duurzame energie op dan een lage windmolen. Van hoge windmolens heb je er dus minder nodig om dezelfde hoeveelheid energie op te wekken. Hoge windmolens vallen meer op in het landschap dan lage windmolens. Gevraagd is waar de voorkeur van respondenten naar uit gaat. 44% geeft aan dat geen van beide opties de voorkeur heeft. 22% geeft de voorkeur aan ‘minder windmolens, maar dan wel hoge windmolens’, 11% heeft de voorkeur voor ‘meer windmolens, maar dan wel lage windmolens’, 18% heeft hierover geen mening, 5% geeft aan ander antwoord. Tabel 8 Vraag 16: Waar gaat uw voorkeur naar uit als het gaat om windmolens? (n=3.355)% Minder windmolens, maar dan wel hoge windmolens 22 Meer windmolens, maar dan wel lage windmolens 11 Geen van beide heeft mijn voorkeur 44 Anders, namelijk... 18 Dat weet ik niet/geen mening 5 Bij de antwoordmogelijkheid ‘Anders, namelijk ...’ is, zoals ook bij andere open vragen, meerdere malen genoemd dat mensen sowieso geen windmolens willen. Verder geeft een aantal respondenten aan dat er eerst naar alternatieven gezocht moet worden. Ook geven mensen aan geen keuze te kunnen maken omdat dit afhankelijk is van factoren die nog niet bekend zijn zoals locatie, precieze aantallen en precieze hoogte van de windmolens. Aangezien die gegevens niet bekend zijn, vinden sommige respondenten het lastig de vraag te beantwoorden. 2.3.2 Clustering of spreiding van windmolensWe hebben mensen ook een vraag voorgelegd over clustering van mogelijke windmolens. Gaat de voorkeur uit naar één locatie met meer windmolens bij elkaar of meerdere locaties? De grootste groep, 33%, heeft hierover geen mening of weet het niet, 27% geeft de voorkeur aan alle windmolens bij elkaar op één locatie, 15% geeft de voorkeur aan een aantal windmolens verspreid over drie locaties en 9% geeft de voorkeur aan een aantal windmolens verspreid over twee locaties. 15% geeft aan een andere voorkeur te hebben dan hier wordt genoemd. Tabel 9 Vraag 17: Windmolens moeten altijd in een cluster worden neergezet. De provincie Gelderland sluit alleenstaande windmolens uit. Stel dat er windmolens komen, wat heeft dan uw voorkeur? (n=3.345)% Alle windmolens bij elkaar op één locatie 27 Een aantal windmolens verspreid over twee locaties 9 Een aantal windmolens verspreid over drie locaties 15 Anders, namelijk ... 33 Dat weet ik niet/geen mening 15 We lezen dat ook bij de reacties bij ‘Anders, namelijk...’ (33% heeft hier iets ingevuld) terug: veel respondenten geven aan de vraag niet te kunnen beantwoorden omdat het afhankelijk is van het aantal per locatie, de hoogte, de gekozen locatie et cetera. Factoren die niet bekend zijn, waarover informatie op dit moment ontbreekt en waardoor het voor sommige respondenten onmogelijk was om deze vraag te beantwoorden. Zoals ook bij eerdere vragen heeft de grootste groep bij deze vraag aangegeven helemaal geen windmolens in de gemeente Bronckhorst te willen. 2.4 GezondheidVervolgens zijn enkele mogelijk schadelijke neveneffecten van windmolens genoemd en is gevraagd in hoeverre mensen zich hierover zorgen maken. In de figuur hieronder zijn de resultaten weergegeven. De meeste mensen maken zich zorgen over de schadelijkheid van het (laagfrequente) geluid van windmolens: 56% maakt zich hierover veel zorgen, 18% een beetje zorgen. 53% maakt zich veel zorgen over de mogelijkheid dat draaiende windmolens hen ’s nachts uit hun slaap houden. 17% maakt zich hierover een beetje zorgen. De helft maakt zich veel zorgen over de mogelijkheid dat dieren geraakt kunnen worden door de wieken van windmolens, 20% maakt zich hierover enige zorgen. We hebben ook nog een analyse gemaakt van het aandeel respondenten dat zich over alle 5 items ‘veel zorgen’ maakt (zij die overal ‘veel zorgen’ aangekruist hebben). In totaal maakt 26% van de respondenten zich veel zorgen over alle genoemde items. Figuur 2 Vraag 18: In hoeverre maakt u zich wel of geen zorgen over onderstaande zaken? - % (n=3.344 / gesorteerd op % veel zorgen) Andere aandachtspunten windenergie en gezondheidVervolgens is in een open vraag nog gevraagd of mensen andere aandachtspunten voor wat betreft windenergie en gezondheid hebben. Op deze vraag hebben 1.471 respondenten een antwoord gegeven. Hieronder zijn de vaker genoemde aandachtspunten samengevat: Zorg dat omwonenden en bewoners bijtijds betrokken en geïnformeerd worden, luister naar hen, wees transparant en eerlijk, en zorg dat de belangen van hen écht worden meegenomen. Er wordt benoemd dat het nu lijkt dat de inwoners geen keuze meer hebben, en dat het plaatsen van de windmolens sowieso al besloten is. Houd bij de keuze van de plek voor plaatsing aandacht voor de impact op het landschap (horizonvervuiling), de natuur, het woon-leefklimaat van bewoners en de leefbaarheid in de gemeente. Meerderen benoemen dat ze zich zorgen maken om het verminderde woongenot en de waardedaling van hun woning. Blijf aandacht houden voor de afstand tussen de windmolens en de woningen, mede in relatie tot de hoeveelheid en de hoogte van de windmolens. Houd aandacht voor het welbevinden van de bewoners, windmolens kunnen invloed op de psychische gezondheid van mensen hebben, zoals stress, hoofdpijn, onrust, overlast of depressiviteit, mede als gevolg van natuuraantasting. Respondenten benoemen dat ze al stress krijgen van het idee dat er überhaupt plannen voor windenergie in de regio zijn (en door het versturen van deze vragenlijst). Er wordt benoemd dat de gemeente, of meer overkoepelend de overheid, meer zou moeten kijken naar wat er in andere landen gebeurt op het gebied van de ontwikkeling van duurzame energie. Duitsland wordt meermaals als reflectiekader benoemd, hoe het wel moet (kernenergie), maar ook hoe het niet moet (windmolens te dicht bij woningen). De productie van de onderdelen van materialen van de windmolens, alsmede het hergebruik hiervan, wordt in twijfel getrokken. Hoe schadelijk is dit voor het milieu? Verder benoemen nog vele respondenten dat ze überhaupt tegen windmolens in de gemeente Bronckhorst of in de Achterhoek in zijn geheel zijn. Velen benoemen dat ze hier wonen vanwege de rust en de natuur. Er zou daarnaast veel meer gekeken moeten worden naar (duurzame) alternatieven en naar (wetenschappelijk) onderzoek van de (negatieve) (gezondheids)gevolgen van windmolens. Er is nog veel onduidelijkheid bij bewoners over de kosten versus de baten van windmolens. Men benoemt dat windmolens veelal te dicht op woonhuizen geplaatst worden, waarbij er geen aandacht is voor het menselijke aspect (enkel het economische). 2.5 Belangrijke aspectenTot slot is aan respondenten een aantal aspecten rondom windmolens / windinitiatieven voorgelegd en gevraagd in welke mate zij deze belangrijk of niet belangrijk vinden. De resultaten van de gemeente totaal zijn weergegeven in onderstaande figuur. De resultaten uitgesplitst naar antwoordcategorieën en kernen vindt u op de volgende pagina. Hieronder zijn de vier aspecten opgesomd die door meer dan drie kwart van de respondenten (heel) belangrijk gevonden worden, mochten er windmolens komen in de gemeente: 83% vindt het (heel) belangrijk dat dat er aandacht is voor natuur (onderzoek naar effecten op dieren, zwartgelakt rotorblad, kleur van windmolen etc.). 82% vindt het (heel) belangrijk dat het goed in het landschap past. 79% vindt het (heel) belangrijk dat windmolens ver van de bebouwing af geplaatst worden. 77% vindt het (heel) belangrijk dat de gemeente de mogelijkheden onderzoekt voor samenwerking met buurgemeentes. Figuur 3 Vraag 21: In welke mate vindt u onderstaande aspecten wel of niet belangrijk? – gemeente totaal – % (heel) belangrijk (n=3.320) Aan respondenten is in een open vraag gevraagd of ze ook nog andere voorwaarden voor windmolens binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Bronckhorst hebben. Andere voorwaarden die vaker genoemd worden zijn: Alternatieven voor wind onderzoeken: eerst moet gekeken worden naar alternatieven voor windenergie via windmolens. Bijvoorbeeld naar (meer) zonnepanelen op daken of kernenergie. Inwoners betrekken bij en informeren over het proces: veel opmerkingen gaan over het belang van het betrekken en informeren van omwonenden en andere betrokkenen bij het proces. Zowel bij de besluitvorming over eventuele windmolens als bij de uitwerking van de kosten en baten ervan. Veel respondenten vinden het belangrijk dat er goed onderzoek gedaan wordt naar de kosten en baten. Gedegen onderzoek naar gezondheidsrisico’s: veel respondenten vinden het belangrijk dat er goed onderzoek wordt gedaan naar de eventuele gezondheidsrisico’s van windturbines en dat de uitkomsten van zo’n onderzoek meewegen in de besluitvorming. Compensatie voor de omwonenden: als er windmolens zouden komen, dan vinden veel respondenten dat er een compensatie beschikbaar moet worden gesteld voor bijvoorbeeld waardedaling van huizen. Ook wordt een opkoopregeling genoemd. 3 In gesprek met belanghebbenden3.1 InleidingIn de periode februari en maart 2021 hebben we groepsgesprekken gevoerd met belanghebbenden in de gemeente Bronckhorst. Dit waren ondernemersverenigingen en een toeristisch platform, energiecoöperaties, dorpsraden en -belangenorganisaties, actiegroepen, grondeigenaren, natuur-, milieu- en landschapsorganisaties en uitvoeringsorganisaties als het waterschap en een woningcoöperatie. In bijlage E is een overzicht opgenomen van de belanghebbenden die aan een groepsgesprek hebben deelgenomen. De gesprekken hebben we gevoerd om de resultaten van het online onderzoek onder de inwoners van gemeente Bronckhorst te verdiepen. Gedurende de gesprekken hebben we enkele van deze resultaten gedeeld. De focus van de gesprekken lag vooral op het zoeken naar randvoorwaarden voor het eventueel plaatsen van windmolens die voor de verschillende belanghebbenden relevant en van belang zijn. Deze kwalitatieve verdieping levert een indicatie op van welke voorwaarden belanghebbenden stellen aan eventuele windmolens, maar geeft ook (nogmaals) de zorgen van de belanghebbenden weer. Analyse van de groepsgesprekkenIn de analyse zijn de suggesties van de diverse belanghebbenden geordend naar voor- en tegenstanders van windmolens in de gemeente Bronckhorst, en naar randvoorwaarden voor mogelijke plaatsing en randvoorwaarden voor het proces. In de afbeelding op de volgende pagina is ter illustratie een analyse-overzicht weergegeven. In dit hoofdstuk beschrijven we de diversiteit aan suggesties voor randvoorwaarden voor eventuele windmolens in de gemeente Bronckhorst. We gaan eerst in op de weerstand tegen het te voeren gesprek, die bij diverse belanghebbenden leeft. Vervolgens schetsen we de randvoorwaarden die in de gesprekken genoemd zijn. Figuur 4 Illustratie van het analyseschema van de groepsgesprekken met een voorbeeld uitsnede van enkele Post-its 3.2 Weerstand om te participerenBij het organiseren van de gesprekken blijkt, net als gedurende de uitvraag van de bewonersenquête, dat er weerstand is tegen het onderzoek; veel organisaties willen het gesprek niet met ons voeren. Sommige vanuit de gedachte dat hun visie al bij de gemeente bekend is, andere omdat ze het vanwege verdeeldheid in hun achterban onmogelijk vinden om als vertegenwoordiger op te treden. Vooral bovenlokale organisaties geven aan niet mee te willen doen vanwege andere prioriteiten. Ook bij degenen die wel met ons als onderzoekers in gesprek gaan, gaat dit niet altijd van harte: vooral tegenstanders van windmolens in de gemeente Bronckhorst willen eigenlijk ook niet over de kaders hiervoor praten. Met name vanuit de bewonersbelangengroepen en actiegroepen is er veel wantrouwen richting de gemeente. Men heeft het gevoel te laat betrokken te worden, niet of onjuist geïnformeerd te worden en vertrouwt er niet op dat de gemeenteraad voor hun belangen opkomt. Informatieavonden worden wel gewaardeerd door verschillende belanghebbenden. 3.3 RandvoorwaardenDe zorg om impact van windmolens op de gezondheid van mensen en dieren leidt ertoe dat zowel voor- als tegenstanders randvoorwaarden willen stellen aan de mogelijke plaatsing van windmolens in de gemeente Bronckhorst. Voorstanders van windmolensVerschillende organisaties onderschrijven het belang van de energietransitie en gaan er vanuit dat voor de opwek van duurzame energie windturbines noodzakelijk zijn. Zij vinden wel dat ontwikkelaars en overheden zich aan wettelijke kaders moeten houden. Denk hierbij aan normen voor gezondheid, maar ook voor het behoud van natuur en landschap. Zij pleiten voor clusters van windturbines op locaties langs infrastructuur en industrie. Daarnaast geven ze aan dat dit bovenlokaal afgewogen moet worden, op niveau van de energieregio (RES Achterhoek), op provinciaal of op landelijk niveau. In het licht van de natuur- en landschapswaarde van de gemeente Bronckhorst zien zij eigenlijk geen geschikte locatie binnen de gemeente voor windturbines. Anderen zijn voor een fijnmazig netwerk van kleine windmolens, met een hoogte van maximaal 25 meter. Zij zouden graag zien dat bedrijven op eigen terrein, net als boeren, kleine windmolens mogen plaatsen. Deze zouden dan vooral energie moeten opwekken voor het eigen bedrijf. Tegenstanders van windmolensBelanghebbenden die geen windmolens in de gemeente Bronckhorst willen, hebben diverse randvoorwaarden genoemd voor als ze er tóch zouden moeten komen. Zij stellen enerzijds randvoorwaarden aan het proces van besluitvorming en anderzijds aan de plaatsing in de gemeente. Randvoorwaarden aan het procesZo vinden sommige stakeholders dat het besluit over kaders voor wind, dat in Bronckhorst de komende maanden in de gemeenteraad besproken wordt, pas genomen kan worden als er een twee derde meerderheid voor is. Zij bepleiten ook bewonersbetrokkenheid in het gehele traject van besluitvorming over mogelijke plaatsing van windmolens in 2022. Diverse belanghebbenden vinden dat bewoners goed geïnformeerd en betrokken moeten worden in dat besluitvormingsproces. De gemeente zou moeten opkomen voor de belangen van burgers en deze moeten verdedigen in RES-verband en naar de provincie. Een onafhankelijke kwartiermaker zou de samenwerking tussen bewoners en gemeente hierin kunnen begeleiden en verbeteren. Een visualisatie op schaal zou in het besluitvormingsproces een rol moeten spelen volgens sommige belanghebbenden. De gemeente zou ook een goede relatie met de andere gemeenten die vallen binnen dezelfde energieregio moeten onderhouden en contact moeten houden met andere energieregio’s. Diverse stakeholders vinden dat de gemeente eerst alternatieven voor het opwekken van energie, zoals zonne-energie op daken, verticale molens of biogas, nader moeten verkennen, voordat tot plaatsing van windmolens besloten wordt. Daarnaast wordt gewezen op het importeren van groene energie om plaatsing van windmolens in Bronckhorst te voorkomen. Ook investeren in windmolens op zee in een afkoopregeling of kernenergie worden genoemd als strategieën om opwek van energie via windmolens in Bronckhorst onnodig te maken. Tenslotte wijzen diverse stakeholders op de ambities zoals verwoord in het toeristisch beleid; bij de besluitvorming over kaders voor windenergie moet rekening gehouden worden met andere vastgestelde beleidskaders. Randvoorwaarden voor plaatsingAls het gaat om randvoorwaarden voor de plaatsing van eventuele windmolens in de gemeente Bronckhorst, wordt de gewenste afstand van turbines tot woningen, natuur en landschap door verschillende stakeholders genoemd: tienmaal de tiphoogte van de molen ofwel 2,5 à 3 kilometer. Dan zou er geen directe schade voor omwonenden zijn. Daarnaast zijn natuur- en landschapswaarden dan geborgd, hoewel de impact voor sommige dieren, zoals trekvogels, groot blijft. Een gezondheidseffectrapportage zou voorafgaand aan de plaatsing moeten worden opgesteld, aldus enkele bewonersorganisaties. Zij maken zich zorgen om de impact van geluid en slagschaduwen op de gezondheid van bewoners. Maar ook om de impact van windmolens op dieren. Men vindt dat de gemeente zich aan het voorzorgsbeginsel voor gezondheid moet houden. Europese normen hiervoor zouden de leidraad voor randvoorwaarden op gezondheidsimpact moeten zijn. Verschillende belanghebbenden geven aan dat ze lokale participatie en eigenaarschap van windmolens belangrijk vinden. Sommigen willen 20% van de opbrengst maatschappelijk aanwenden voor het gebied, anderen noemen 50% hiervoor. Voorwaarde hierbij voor sommigen is dat iedereen financieel zou moeten kunnen participeren, dus ook mensen met een smalle beurs. De gemeente zou hieraan moeten meefinancieren. Naast participatie wordt fondsvorming om de schade en negatieve impact te vergoeden voor direct omwonenden, door bijna alle belanghebbenden genoemd. Men is bezorgd over de waardedaling van woningen, impact op toerisme en ondernemers in deze branche en natuur en landschap. Financiële transparantie wordt ook genoemd als een randvoorwaarde voor plaatsing: helderheid en openheid over eigenaarschap van de windturbines en over de verdeling van de opbrengsten en de kosten ervan is wenselijk. Buitenlandse investeerders die in de gemeente Bronckhorst een windmolen neerzetten of doorverkoop van opgewekte energie aan datacentra zien verschillende stakeholders als ongewenst. Een enkele belangenbehartiger geeft aan dat er vooraf bepaald moet worden wat het minimale rendement moet zijn. Verschillende stakeholders bepleiten clustering van enkele hoge windmolens om zo de doelstelling voor opwek te realiseren. Anderen vinden een fijnmazig netwerk van kleinere windmolens beter passen in het landschap. Zij vinden dat de netbeheerder het elektriciteitsnet het netwerk moet aanpassen zodat deze fijnmazigheid mogelijk wordt. Zij vinden ook dat de gemeente zich niet moet aanpassen aan de wensen hieromtrent van de netwerkbeheerder. 4 Tot slotIn dit hoofdstuk blikken we terug op de resultaten van het online onderzoek onder inwoners en de groepsgesprekken met belanghebbenden. Kaders voor wind vanuit inwonersOnduidelijkheid over het procesUit de opmerkingen die in de vragenlijst door veel respondenten zijn gemaakt, concluderen we dat er bij veel inwoners onduidelijkheid heerst over het proces rondom windenergie in de gemeente. Een deel van de inwoners geeft aan dat dit onderzoek en de vraagstelling ervan impliceert dat er al een besluit ligt dat er windmolens in de gemeente gaan komen. Dit terwijl er, aldus inwoners, pas na 2022 over windmolens een besluit genomen gaat worden. Ook vragen veel respondenten zich af waarom niet eerst de vraag aan inwoners is voorgelegd of ze überhaupt wel windmolens in de gemeente willen. Ondanks de toelichting in de uitnodigingsbrief is het kennelijk voor veel inwoners onvoldoende duidelijk waarom de gemeente op dit moment werkt aan kaders voor windenergie. We adviseren dan ook dat de gemeente aandacht blijft besteden aan het informeren van inwoners over het proces en duidelijk(
- er)maakt welke plaats dit proces om te komen tot kaders voor wind heeft in relatie tot het proces van de RES Achterhoek. Positief over energietransitie maar niet over windmolens in BronckhorstWe zien dat het merendeel van de inwoners positief staan tegenover de energietransitie echter, over het opwekken van energie met behulp van windmolens is men minder positief: 64% staat hier (zeer) negatief tegenover. Participatie: Inwoners willen graag mee denken en adviseren rondom windinitiatievenRuim twee derde van de inwoners vindt het belangrijk om mee te kunnen denken en advies te kunnen geven over mogelijke windinitiatieven in de gemeente. Met name willen ze meedenken over het bepalen van de locatie(
- s)van eventuele windmolens, de inpassing van windmolens in het landschap, het bepalen van het aantal windmolens en het bepalen van de hoogte van windmolens. Inpassing in het landschap: geen aantasting van de natuur en niet dichtbij woningenVeel respondenten geven aan nergens in de gemeente windmolens te willen. Als ze er komen dan willen inwoners deze niet dichtbij woningen of een dorp(s)kern en ook niet in natuur- of recreatiegebieden. Herhaaldelijk noemen respondenten het bijzondere coulisselandschap van de gemeente Bronckhorst en geven ze aan dat windmolens dit bijzondere landschap zullen aantasten. Vaker genoemde plaatsen waar wel windmolens geplaatst zouden kunnen worden zijn industrieterreinen, langs de IJssel of op grote open plekken of vlakten, met zo min mogelijk bebouwing. Gezondheid: Zorgen over gezondheid zijn groot, meeste zorgen over mogelijke schadelijkheid van geluidVeel respondenten maken zich veel zorgen over mogelijke negatieve gezondheidseffecten van windmolens. 26% van de respondenten maakt zich over alle genoemde mogelijke effecten veel zorgen. De grootste groep maakt zich zorgen over de mogelijke gezondheidsschade door het (laagfrequente) geluid van windmolens. Andere punten van zorg zijn de mogelijkheid dat ze ’s nachts door draaiende windmolens uit hun slaap worden gehouden en de mogelijkheid dat dieren geraakt kunnen worden door de wieken van de windmolens. Ook vinden de respondenten dat de gemeente rekening moet houden met de angst van inwoners dat de waarde van hun huis zal dalen door de komst van windmolens en dat ook het woonplezier in de gemeente lager wordt. Het verminderde woonplezier levert volgens hen een negatieve invloed op de psychische gezondheid van bewoners: ze krijgen er stress van. Beter zou het volgens de inwoners zijn als de gemeente goed kijkt naar wat er in andere landen gebeurt op het gebied van de ontwikkeling van duurzame energie. Daarbij zou er ook oog moeten zijn voor de productie van windmolens die in hun ogen niet duurzaam en schadelijk voor het milieu is. Houd rekening met de natuur en inpassing in het landschap en plaats geen windmolens dichtbij huizenBij het opstellen van kaders voor wind adviseren we om rekening te houden met de aspecten die door een groot deel van de respondenten (zeer) belangrijk zijn: effecten van windmolens op de natuur (onderzoek naar effecten op dieren, zwartgelakt rotorblad, kleur van windmolen et cetera.), de inpassing ervan in het landschap en dat windmolens ver van de bebouwing af geplaatst worden. Daarnaast vinden veel respondenten het belangrijk dat de gemeenten mogelijkheden onderzoek naar (meer) samenwerking met buurgemeentes. In de opmerkingen wordt vaker genoemd dat inwoners anders bang zijn dat buurgemeenten windmolens op gemeentegrenzen zetten. Onderlinge samenwerking tussen buurgemeenten zou tot beter (of andere) locaties kunnen leiden. Kaders voor wind vanuit belanghebbendenGezien de inbreng van belanghebbenden in de groepsgesprekken, kunnen we constateren dat er veel randvoorwaarden gesteld worden aan mogelijke plaatsing van windmolens in de gemeente Bronckhorst. Het bepalen van kaders voor wind in de gemeente Bronckhorst vergt nog verschillende stappen als het gaat om de inhoud, maar vooral als het gaat om de relatie tussen de gemeente en haar bewoners en andere belanghebbenden. Momenteel kenmerkt wantrouwen bij sommige stakeholders deze relatie. Het proces om tot besluiten te komen zou daar prioriteit aan moeten geven. We adviseren de gemeenteraad om in het verbeteren van de relatie met de verschillende stakeholders te investeren. Ga door met het samen verrijken van de kennis over de randvoorwaarden voor windmolens, stel ze vast in de gemeenteraad en verwoordt deze in het RES-verband. Blijkbaar worden inspanningen op het gebied van kennisdeling over de energietransitie onvoldoende gezien en is hier extra investering op nodig. Informatieavonden worden gewaardeerd. Blijf transparant over voor wie welke opwek noodzakelijk is. Ook de rollen en verantwoordelijkheden in dit proces zijn momenteel nog niet duidelijk voor iedereen. TenslotteZowel in het online onderzoek onder inwoners als in de gesprekken met belanghebbenden komt naar voren dat een deel van de respondenten niet altijd goed geïnformeerd lijkt te zijn. Ze baseren hun kritiek of mogelijke oplossingen op onjuiste bronnen. Het samen optrekken op zoek naar relevante feiten en kennis verdient aanbeveling. Al met al zien we dat respondenten en belanghebbenden op alle vlakken (participatie, inpassing in het landschap en gezondheid) veel voorwaarden stellen aan windenergie. Bijlage A Vragenlijst online onderzoek inwoners Bijlage B Online onderzoek inwoners – Achtergrondkenmerken ongewogenIn onderstaande tabellen zijn de achtergrondkenmerken van de respondenten weergegeven. De resultaten zijn ongewogen weergegeven. Tabel 10 Respons naar geslachtn % Vrouw 996 29 Man 2.440 70 Anders 35 1 Totaal 3.471 100 Tabel 11 Respons naar leeftijdn % 18 tot en met 29 jaar 125 4 30 tot en met 39 jaar 273 8 40 tot en met 54 jaar 847 24 55 tot en met 64 jaar 964 28 65 tot en met 74 jaar 931 27 75 jaar en ouder 330 10 Niet ingevuld 1 0 Totaal 3.471 100 Tabel 12 Respons naar woonplaatsn % Hengelo 592 17 Keijenborg 124 4 Veldhoek 27 1 Zelhem 596 17 Halle 242 7 Velswijk 122 4 Vorden 597 17 Kranenburg 33 1 Wichmond 90 3 Steenderen 217 6 Bronkhorst 17 0 Baak 114 3 Olburgen 32 1 Rha 18 1 Toldijk 70 2 Hummelo 166 5 Hoog-Keppel 84 2 Laag-Keppel 109 3 Drempt 132 4 Achterdrempt 39 1 Niet ingevuld 50 1 Totaal 3.471 100 Tabel 13 Respons naar type woningn % Koopwoning / koopappartement 2.998 86 Huurwoning (via een woningcorporatie) 241 7 Huurwoning via een particulier 145 4 Anders, namelijk 85 2 Niet ingevuld 2 0 Totaal 3.471 100 Tabel 14 Respons naar hoogst afgeronde opleiding met een diploman % Lagere school / basisonderwijs / geen onderwijs 37 1 Vmbo / mavo 279 8 Havo / vwo 180 5 Middelbaar beroepsonderwijs (mbo) 1.000 29 Hoger beroepsonderwijs (hbo) 1.284 37 Wetenschappelijk onderwijs (universiteit) 547 16 Wil ik niet zeggen / weet ik niet 144 4 Totaal 3.471 100 Bijlage C Online onderzoek inwoners – Resultaten naar gebiedenIn deze bijlage zijn de resultaten gepresenteerd naar gebieden in de gemeente. In de tabellen zijn alleen gebieden opgenomen waarvan de respons groot genoeg is om betrouwbare uitspraken te doen. We hanteren hierbij de richtlijnen van VNG Realisatie bij de burgerpeilingen. Gegevens op lager niveau dan gemeenten (bijvoorbeeld buurten of wijken) worden vermeld bij een betrouwbaarheidsniveau van 82% en een foutenmarge van 5%. De cijfers in de tabellen betreffen gewogen resultaten. Tabel 15 Vraag 6: Hoe staat u in het algemeen tegenover de energietransitie in Nederland? (%)n Zeer positief Positief Niet positief, niet negatief Negatief Zeer negatief N.v.t. / weet niet Hengelo 571 19 36 26 12 3 4 Zelhem 574 20 30 30 8 7 5 Halle 238 14 29 31 15 9 3 Vorden 585 27 33 25 8 5 2 Steenderen 212 26 40 24 8 1 2 Hummelo 162 17 40 28 5 7 3 Gemeente totaal 3.371 21 34 27 9 5 3 Tabel 16 Vraag 7: Hoe noodzakelijk vindt u het dat de gemeente Bronckhorst zelf aan de slag gaat met de energietransitie?n Zeer noodzakelijk Noodzakelijk Neutraal Niet noodzakelijk Helemaal niet noodzakelijk N.v.t. / weet niet Hengelo 585 21 27 24 14 12 2 Zelhem 590 21 28 25 13 11 1 Halle 239 17 20 24 19 17 2 Vorden 592 34 26 21 11 7 1 Steenderen 215 28 32 23 9 7 1 Hummelo 165 21 20 32 12 12 2 Gemeente totaal 3.432 24 27 24 14 11 1 Tabel 17 Vraag 8: Hoe staat u tegenover het opwekken van energie met behulp van windmolens in de gemeente Bronckhorst?n Zeer positief Positief Niet positief, niet negatief Negatief Zeer negatief N.v.t. / weet niet Hengelo 586 10 8 11 13 57 1 Zelhem 585 7 13 13 19 47 2 Halle 242 7 10 14 14 55 0 Vorden 592 14 14 19 19 33 1 Steenderen 214 11 17 25 20 27 1 Hummelo 165 8 6 12 20 54 1 Gemeente totaal 3.432 9 11 14 17 47 1 Tabel 18 Vraag 9a: Dat ik kan meedenken en advies kan geven bij mogelijke windinitiatieven in mijn gemeente - %n Heel belangrijk Belangrijk Niet belangrijk/ niet onbelangrijk Onbelangrijk Heel onbelangrijk Weet niet/ geen mening Hengelo 585 35 32 16 5 7 6 Zelhem 593 34 33 14 9 5 5 Halle 238 33 37 14 5 6 6 Vorden 589 34 33 16 6 4 7 Steenderen 208 25 38 27 6 2 3 Hummelo 166 38 36 9 6 8 2 Gemeente totaal 3.430 35 33 16 6 5 5 Tabel 19 Vraag 9b: Dat ik kan investeren in mogelijke windinitiatieven in mijn gemeente en er zo geld aan kan verdienen - %n Heel belangrijk Belangrijk Niet belangrijk/ niet onbelangrijk Onbelangrijk Heel onbelangrijk Weet niet/ geen mening Hengelo 585 5 13 27 17 29 9 Zelhem 592 5 15 25 23 26 7 Halle 238 7 11 23 20 29 10 Vorden 589 5 16 29 16 24 10 Steenderen 207 4 18 31 18 19 9 Hummelo 165 6 15 17 23 33 7 Gemeente totaal 3.427 5 15 25 19 27 9 Tabel 20 Vraag 9c: Dat ik mede-eigenaar kan worden van mogelijke wind-initiatieven in mijn gemeente bijvoorbeeld via een lokale energiecoöperatie - %n Heel belangrijk Belangrijk Niet belangrijk/ niet onbelangrijk Onbelangrijk Heel onbelangrijk Weet niet/ geen mening Hengelo 585 7 10 24 19 29 11 Zelhem 592 6 14 25 20 27 8 Halle 238 7 11 21 18 34 9 Vorden 589 6 20 28 16 21 9 Steenderen 207 6 21 26 18 19 10 Hummelo 165 5 22 18 18 32 6 Gemeente totaal 3.427 6 15 24 19 27 9 Tabel 21 Vraag 10: Stel dat er windmolens komen, waar zou u zelf bij betrokken willen worden? Meerdere antwoorden mogelijk. (% - gesorteerd van groot naar klein)Gemeente totaal Hengelo Zelhem Halle Vorden Steenderen Hummelo n 3.415 581 591 238 585 207 166 Over waar de eventuele windmolens komen te staan 73 70 70 75 70 80 70 Over de inpassing van de eventuele windmolens in het landschap 60 56 59 70 59 60 65 Over de vraag hoeveel windmolens er eventueel komen te staan 57 58 53 62 55 59 59 Over de hoogte van de eventuele windmolens 52 54 49 60 41 46 56 Over het besluitvormingsproces bij concrete windinitiatieven 39 40 34 40 38 35 46 Over hoe de opbrengsten ten goede komen aan de omgeving 34 29 35 39 32 38 34 Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van windenergie 18 15 19 16 16 24 20 Anders 15 16 12 15 13 13 19 Ik wil hier niet bij betrokken worden 10 13 13 8 11 5 12 Dat weet ik niet/geen mening 3 3 4 2 3 3 0 Tabel 22 Vraag 12: Op welke manier wilt u door initiatiefnemers van windinitiatieven geïnformeerd of betrokken worden? Meerdere antwoorden mogelijk. (% - gesorteerd van groot naar klein)Gemeente totaal Hengelo Zelhem Halle Vorden Steenderen Hummelo n 3.091 514 517 219 522 194 151 Via een e-mail of brief met een toelichting op het mogelijke windinitiatief 63 61 66 69 61 62 67 Via informatieavond(
- en)voor omwonenden 55 56 52 62 49 56 61 Via een transparant systeem voor het behandelen van vragen en klachten 39 39 40 37 37 34 51 Via een duidelijk aanspreekpunt bij het windinitiatief 33 35 29 37 32 30 39 Via een klankbord- of adviesgroep uit de lokale omgeving 32 30 30 31 29 32 32 Via ontwerpateliers, ook om de impact op het landschap te visualiseren 26 22 25 27 27 29 32 Via raadplegende / persoonlijke gesprekken 19 19 17 23 18 16 16 Anders 9 13 6 9 7 7 13 Dat weet ik niet/geen mening 4 3 6 1 4 3 4 Tabel 23 Vraag 13: Hoe vindt u dat de opbrengsten van een windmolen verdeeld zouden moeten worden? Meerdere antwoorden mogelijk. (% - gesorteerd van groot naar klein)Gemeente totaal Hengelo Zelhem Halle Vorden Steenderen Hummelo n 3.374 577 583 235 581 204 161 Omwonenden krijgen korting op de stroomprijs afhankelijk van de afstand tot de windmolens 44 46 44 51 40 45 40 Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan alle inwoners van de gemeente door bijvoorbeeld te investeren in gezamenlijke acties voor het besparen en/of zelf opwekken van energie 39 38 43 32 45 42 38 Een deel van de opbrengsten gaat in een fonds voor direct omwonenden, bijvoorbeeld voor de verduurzaming van hun huis 36 33 37 39 35 49 33 Een deel van de opbrengsten gaat in een fonds om de leefbaarheid in de lokale omgeving te verbeteren (denk aan een buurtvereniging of sportclub) 23 20 22 24 21 31 31 Anders 18 20 15 20 16 10 28 De grondeigenaren ontvangen de opbrengsten 14 20 12 20 12 16 11 Dat weet ik niet/geen mening 12 12 13 12 14 8 10 Tabel 24 Vraag 16: Waar gaat uw voorkeur naar uit als het gaat om windmolens? - % n Minder windmolens, maar dan wel hoge windmolens Meer windmolens, maar dan wel lage windmolens Geen van beide heeft mijn voorkeur Anders Dat weet ik niet/geen mening Hengelo 571 19 11 46 19 5 Zelhem 580 22 10 48 13 6 Halle 235 21 7 47 21 4 Vorden 576 29 11 36 18 5 Steenderen 203 27 23 33 8 9 Hummelo 160 17 9 38 32 4 Gemeente totaal 3.355 22 11 44 18 5 Tabel 25 Vraag 17: Windmolens moeten altijd in een cluster worden neergezet. De provincie Gelderland sluit alleenstaande windmolens uit. Stel dat er windmolens komen, wat heeft dan uw voorkeur?n Alle windmolens bij elkaar op één locatie Een aantal windmolens verspreid over twee locaties Een aantal windmolens verspreid over drie locaties Anders Dat weet ik niet/geen mening Hengelo 568 28 5 11 40 16 Zelhem 577 31 11 15 29 14 Halle 235 29 5 14 35 18 Vorden 574 30 10 17 28 15 Steenderen 202 20 10 33 24 12 Hummelo 161 23 12 12 36 17 Gemeente totaal 3.345 27 9 15 33 15 Tabel 26 Vraag 18: In hoeverre maakt u zich wel of geen zorgen over onderstaande zaken?Dat het (laagfrequente) geluid van windmolens schadelijk is n Veel zorgen Beetje zorgen Neutraal Weinig zorgen Geen zorgen Weet niet/ geen mening Hengelo 570 60 16 8 6 7 3 Zelhem 575 55 18 11 7 5 4 Halle 235 66 14 6 4 8 2 Vorden 575 48 18 10 10 9 5 Steenderen 201 47 23 14 7 6 4 Hummelo 161 53 27 8 4 6 2 Gemeente totaal 3.345 56 18 9 6 7 3 Tabel 27 Vraag 18: In hoeverre maakt u zich wel of geen zorgen over onderstaande zaken?Dat draaiende windmolens mij ’s nachts uit mijn slaap houden n Veel zorgen Beetje zorgen Neutraal Weinig zorgen Geen zorgen Weet niet/ geen mening Hengelo 570 58 14 9 7 9 2 Zelhem 575 54 15 13 8 8 3 Halle 235 60 20 4 2 13 0 Vorden 575 45 18 8 13 12 4 Steenderen 201 40 23 12 9 11 4 Hummelo 161 51 13 18 8 7 3 Gemeente totaal 3.345 53 17 10 8 9 2 Tabel 28 Vraag 18: In hoeverre maakt u zich wel of geen zorgen over onderstaande zaken?Dat dieren (zoals vogels, vleermuizen) geraakt kunnen worden door de wieken n Veel zorgen Beetje zorgen Neutraal Weinig zorgen Geen zorgen Weet niet/ geen mening Hengelo 570 53 15 13 6 10 2 Zelhem 575 45 21 13 8 10 3 Halle 235 55 19 9 6 9 0 Vorden 575 43 24 11 9 10 3 Steenderen 201 41 29 11 6 12 1 Hummelo 161 57 16 10 10 6 1 Gemeente totaal 3.345 50 20 11 8 9 2 Tabel 29 Vraag 18: In hoeverre maakt u zich wel of geen zorgen over onderstaande zaken?Dat de slagschaduw van de wieken schadelijk is n Veel zorgen Beetje zorgen Neutraal Weinig zorgen Geen zorgen Weet niet/ geen mening Hengelo 570 55 13 12 6 8 6 Zelhem 575 47 18 12 7 12 4 Halle 235 61 12 8 5 12 3 Vorden 575 38 19 12 13 13 7 Steenderen 201 32 17 18 14 14 5 Hummelo 161 50 25 11 6 4 4 Gemeente totaal 3.343 49 17 12 8 10 5 Tabel 30 Vraag 18: In hoeverre maakt u zich wel of geen zorgen over onderstaande zaken?Dat de rode knipperende lampjes in de top van de windmolen ’s nachts voor hinder zorgen n Veel zorgen Beetje zorgen Neutraal Weinig zorgen Geen zorgen Weet niet/ geen mening Hengelo 570 37 12 17 11 18 4 Zelhem 575 31 13 14 17 23 3 Halle 235 36 23 14 10 16 1 Vorden 575 31 16 13 11 26 3 Steenderen 201 24 12 13 17 30 3 Hummelo 161 40 12 17 18 11 1 Gemeente totaal 3.344 34 15 15 13 20 3 Tabel 31 Vraag 18: In hoeverre maakt u zich wel of geen zorgen over onderstaande zaken? – % inwoners dat op alle stellingen ‘veel zorgen’ heeft aangekruist% Hengelo 31 Zelhem 25 Halle 29 Vorden 22 Steenderen 15 Hummelo 31 Gemeente totaal 26 Tabel 32 Vraag 20: Dat er aandacht is voor natuur (onderzoek naar effecten op dieren, zwartgelakt rotorblad, kleur van windmolen etc.) (%)n Heel belangrijk Belangrijk Niet belangrijk/ niet onbelangrijk Onbelangrijk Heel onbelangrijk Weet niet/ geen mening Hengelo 566 63 18 7 2 1 9 Zelhem 571 55 26 9 2 2 7 Halle 235 66 18 6 1 2 6 Vorden 572 60 25 7 3 2 4 Steenderen 200 56 33 5 2 1 3 Hummelo 159 64 17 8 2 4 5 Gemeente totaal 3.318 60 23 7 2 2 6 Tabel 33 Vraag 20: Dat het goed in het landschap past (%)n Heel belangrijk Belangrijk Niet belangrijk/ niet onbelangrijk Onbelangrijk Heel onbelangrijk Weet niet/ geen mening Hengelo 566 61 19 5 3 2 10 Zelhem 572 59 21 6 2 3 8 Halle 235 64 15 10 2 2 7 Vorden 572 60 25 8 1 1 5 Steenderen 200 53 28 10 3 1 4 Hummelo 159 73 12 3 3 2 6 Gemeente totaal 3.320 62 20 6 2 2 7 Tabel 34 Vraag 20: Dat de windmolens ver van de bebouwing af geplaatst worden (%)n Heel belangrijk Belangrijk Niet belangrijk/ niet onbelangrijk Onbelangrijk Heel onbelangrijk Weet niet/ geen mening Hengelo 567 60 15 8 3 4 11 Zelhem 572 64 20 5 2 3 7 Halle 235 58 11 14 5 5 7 Vorden 572 54 20 12 2 4 8 Steenderen 199 56 26 8 1 2 7 Hummelo 159 62 21 6 1 2 8 Gemeente totaal 3.319 61 18 8 2 3 8 Tabel 35 Vraag 20: Dat de gemeente de mogelijkheden onderzoekt voor samenwerking met buurgemeentes (%)n Heel belangrijk Belangrijk Niet belangrijk/ niet onbelangrijk Onbelangrijk Heel onbelangrijk Weet niet/ geen mening Hengelo 566 52 19 9 5 3 12 Zelhem 571 47 32 8 2 3 8 Halle 235 48 28 6 1 5 11 Vorden 572 44 33 10 3 3 7 Steenderen 200 38 44 9 1 2 7 Hummelo 159 63 18 5 3 2 8 Gemeente totaal 3.319 49 29 8 3 3 9 Tabel 36 Vraag 20: Dat de windmolens in bepaalde gevallen stil gezet worden (%)n Heel belangrijk Belangrijk Niet belangrijk/ niet onbelangrijk Onbelangrijk Heel onbelangrijk Weet niet/ geen mening Hengelo 566 41 22 16 2 3 15 Zelhem 571 39 24 15 5 3 15 Halle 234 48 18 17 3 5 8 Vorden 572 33 29 15 6 3 14 Steenderen 200 37 24 21 3 2 11 Hummelo 158 38 30 10 4 5 14 Gemeente totaal 3.315 40 24 15 5 3 13 Tabel 37 Vraag 20: Dat het een kleinschalig windpark wordt (%)n Heel belangrijk Belangrijk Niet belangrijk/ niet onbelangrijk Onbelangrijk Heel onbelangrijk Weet niet/ geen mening Hengelo 566 44 19 12 5 3 16 Zelhem 572 41 21 14 7 4 13 Halle 234 43 16 16 3 6 16 Vorden 571 36 22 21 5 3 13 Steenderen 200 34 30 16 4 3 13 Hummelo 159 52 20 4 5 4 14 Gemeente totaal 3.317 41 21 15 6 4 14 Tabel 38 Vraag 20: Dat uitgezocht wordt hoe de knipperende rode lampen ’s nachts de minste overlast bezorgen (%)n Heel belangrijk Belangrijk Niet belangrijk/ niet onbelangrijk Onbelangrijk Heel onbelangrijk Weet niet/ geen mening Hengelo 566 40 22 16 6 5 10 Zelhem 571 34 21 19 10 8 8 Halle 235 38 19 19 10 6 8 Vorden 572 36 24 17 9 7 7 Steenderen 199 26 28 25 10 6 5 Hummelo 159 43 21 15 10 5 6 Gemeente totaal 3.316 38 22 17 8 6 8 Tabel 39 Vraag 20: Dat de windmolens niet te hoog mogen zijn (%)n Heel belangrijk Belangrijk Niet belangrijk/ niet onbelangrijk Onbelangrijk Heel onbelangrijk Weet niet/ geen mening Hengelo 567 46 14 14 6 5 15 Zelhem 572 40 18 19 7 6 9 Halle 234 48 12 15 9 5 11 Vorden 570 36 16 20 12 6 11 Steenderen 198 29 24 25 11 5 7 Hummelo 159 54 15 9 5 4 12 Gemeente totaal 3.315 42 16 17 8 5 11 Tabel 40 Vraag 20: Dat een lokale energiecoöperatie eigenaar is van het windpark (%)n Heel belangrijk Belangrijk Niet belangrijk/ niet onbelangrijk Onbelangrijk Heel onbelangrijk Weet niet/ geen mening Hengelo 566 25 24 17 6 6 22 Zelhem 569 30 23 18 6 7 15 Halle 235 26 25 17 7 9 16 Vorden 570 23 25 23 9 5 15 Steenderen 200 23 34 20 5 6 12 Hummelo 158 27 24 18 7 8 16 Gemeente totaal 3.314 26 25 19 7 6 17 Bijlage D Online onderzoek inwoners – Resultaten vraag 6 t/m 8 naar leeftijdIn deze bijlage zijn de resultaten van enkele vragen uitgesplitst naar leeftijd weergegeven. De cijfers in de tabellen betreffen gewogen resultaten. In vet zijn significante verschillen ten opzichte van de andere leeftijdsgroepen gemarkeerd. Tabel 41 Vraag 6: Hoe staat u in het algemeen tegenover de energietransitie in Nederland? (%)*18-39 jaar 40-64 jaar 65 jaar en ouder (zeer ) positief 53 55 62 niet positief / niet negatief 29 30 25 (zeer) negatief 18 14 13 * Bij de uitsplitsing naar leeftijd is de antwoordcategorie ‘weet niet / geen mening’ niet meegenomen. Tabel 42 Vraag 7: Hoe noodzakelijk vindt u het dat de gemeente Bronckhorst zelf aan de slag gaat met de energietransitie? (%)*18-39 jaar 40-64 jaar 65 jaar en ouder (zeer) noodzakelijk 46 50 58 neutraal 25 26 21 (helemaal) niet noodzakelijk 29 24 21 Tabel 43 Vraag 8: Hoe staat u tegenover het opwekken van energie met behulp van windmolens in de gemeente Bronckhorst? (%)18-39 jaar 40-64 jaar 65 jaar en ouder (zeer) positief 21 18 24 niet positief / niet negatief 12 14 17 (zeer) negatief 67 68 59 Bijlage E Geïnterviewde belanghebbendenGroepsgesprek 1: ondernemersverenigingenBKB Steenderen (2 personen) Steenderse ondernemersvereniging Groepsgesprek 2: Dorpsbelangen 1Dorpsraad Hummelo (2 personen) Dorpsraad Drempt Dorpsraad Keppel Eldrik Groepsgesprek 3: Dorpsbelangen 2Dorpsraad Halles belang Dorpsraad Vordens belang Dorpsraad Toldieks belang Dorpsraad Halle-Heide Groepsgesprek 4: Landschap, natuur en milieuGeldersch Landschap en Kasteelen Het Steenders Landschap Natuurmonumenten Gelderland (spraken ook namens IVN midden Achterhoek) Groepsgesprek 5: UitvoeringspartijenWaterschap Rijn & IJsel Pro Wonen Groepsgesprek 6: EnergiecoöperatiesBoeN Agem De Groene Draad Groepsgesprek 7: ActiegroepenNatuurlijk Landschap Heidenhoek Tegenwind Oude IJssel (3 personen) Bronckhorst windturbine vrij Windmolens Drempt NLse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW) Stichting Tegenwind Keppel en Eldrik Op en Um ’t Hengelse Zand Groepsgesprek 8: LandbouworganisatiesLTO West-Achterhoek (2 personen) Groepsgesprek 9: Toeristische platformsTPHK (telefonisch) Bijlage2:Witteveen+Bos. Windpotentiescan gemeente Bronckhorst 1 INLEIDING1.1 ProjectachtergrondIn het Klimaatakkoord heeft Nederland zich tot doel gesteld 35 terawattuur (TWh) aan hernieuwbare stroom op te wekken in 2030. Om deze landelijke opgave te realiseren, hebben de 30 regio’s de taak om elk een Regionale Energiestrategie (RES) op te stellen. Bronckhorst is een gemeente in de RES-regio Achterhoek in de Nederlandse provincie Gelderland. Ook de regio Achterhoek is verplicht haar eigen keuzes voor grootschalig zon en wind in een RES te beschrijven. De Achterhoek streeft naar de opwek van 1,35 TWh, waarvan 0,35 TWh grootschalig zon-op-dak. De gemeente Bronckhorst heeft de ambitie om energieneutraal te zijn in 2030. In de Routekaart Energieneutraal Bronckhorst 2030 is een actieplan te vinden om samen met inwoners, ondernemers en organisaties aan de slag te gaan met de energie-opgave. De routekaart geeft de kaders aan waaraan initiatieven voor zonneparken moeten voldoen, op welke manier de samenleving wordt betrokken bij plannen en wat de ruimtelijke randvoorwaarden en procedures zijn. Naast zonneparken zijn windmolens noodzakelijk om energieneutraal te zijn in 2030. De kaders voor de inzet van windenergie zijn nog niet afgesproken. Om de lokale en regionale ambities waar te kunnen maken en tegelijkertijd de situatie en wensen optimaal in te zetten in de gemeente Bronckhorst, is het belangrijk tijdig de kaders voor windenergie vast te stellen. Alleen op die manier kan de gemeente zelf regie houden en lokale voorwaarden stellen voor participatie, gezondheid en landschap. Om deze kaders vast te stellen is eerst duidelijkheid nodig over de potentie voor windenergie in de gemeente Bronckhorst. In deze rapportage heeft Witteveen+Bos de windpotentie voor de gemeente Bronckhorst in kaart gebracht. Het in kaart brengen van de potentie voor windenergie in de gemeente is gedaan aan de hand van een Windtool. De resultaten van de windpotentiescan zijn in deze rapportage beschreven. Bovendien heeft Witteveen+Bos een verdiepingsslag uitgevoerd voor een aantal windpotentiegebieden. In deze verdiepingsslag is onder andere gekeken naar de impact van geluid en slagschaduw en naar mogelijke beperkingen ten aanzien van natuur en stads- en dorpskernen. 1.2 LeeswijzerIn hoofdstuk 2 zijn de gehanteerde beoordelingscriteria kort toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de methodiek van de windpotentiescan. In hoofdstuk 4 is de analyse toegelicht van de windpotentiescan. In hoofdstuk 5 is een verdiepingsslag uitgewerkt van een aantal windpotentiegebieden. In hoofdstuk 6 zijn de kernpunten uit de analyses samengevat in een conclusie. 2 BEOORDELINGSCRITERIA WINDTURBINES2.1 InleidingDit hoofdstuk beschrijft de beoordelingscriteria die als kader dienen bij de planfase van windturbines. Deze beoordelingscriteria zijn gebaseerd op wettelijke kaders en is de basis van het gebruikte windmodel. 2.2 Natuurgebieden en -richtlijnenWindturbines kunnen een negatieve impact hebben op het lokale vogel- en vleermuisbestand. In de praktijk maakt men onderscheid in de effecten op gebieden (versnippering, verlies aan natuurgebied, en dergelijke) en soorten (zoals hinder door geluid, barrièrewerking en aanvaringen). Bij effecten op natuurgebieden wordt voornamelijk gekeken naar de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en rustgebieden voor ganzen- en weidevogels. Deze natuurgebieden en soorten zijn beschermd via de Wet natuurbescherming. Daarnaast staan in de provinciale omgevingsverordening aanvullende regels. Zo staat in de Gelderse Omgevingsverordening aangegeven dat het realiseren van windenergie in natuurgebieden in principe is uitgesloten. Wel zijn er enkele uitzonderingen mogelijk. Dat zijn ontwikkelingen van groot openbaar belang én waarvoor - overtuigend gemotiveerd - geen alternatieven bestaan. Realisatie van windenergie in natuurgebieden wordt dan ook niet geadviseerd. Om windturbines te realiseren nabij natuurgebied, dient de mogelijke impact op flora en fauna onderzocht te worden met onder andere de voortoets en/of een passende beoordeling. Uit deze onderzoeken kunnen ook mitigerende maatregelen volgen zoals het stilzetten van de windturbine op vastgelegde momenten of beperkingen rond de turbinekeuze. 2.3 Hoogtebeperkingen omwille van luchtvaart en defensieWindturbines kunnen een impact hebben op de werking van radars nabij luchthavens en militaire gebieden. Om deze reden zijn er over een groot gedeelte van Nederland hoogtebeperkingen van kracht. Bij overschrijding van deze hoogtelimieten zal er tijdens het vergunningsproces advies worden gevraagd aan TNO. Daarnaast gelden er ook hoogtebeperkingen nabij luchthavens, in verband met de aan en uitvliegroutes. Afhankelijk van de ashoogte van de windturbine, kunnen deze hoogtelimieten dus een sterk beperkende factor zijn bij de realisatie van windenergie. In de gemeente gelden de hoogtebeperkingen voor de radarstations Volkel en Soesterberg. Hier gelden bouwhoogtebeperkingen van 114 m (Volkel) en 90 m (Soesterberg). Wanneer de bouwhoogtebeperking wordt overschreden dient radarhinderonderzoek te worden uitgevoerd. TNO voert dit onderzoek uit. Het ministerie van Defensie beoordeelt of de in opdracht van de ontwikkelaar door TNO berekende verstoring van het radarbeeld voor projecten binnen het toetsingsgebied aanvaardbaar is en verleent een verklaring van geen bezwaar als dat het geval is (RVO, n.d.). 2.4 GeluidsbelastingWindturbines hebben een specifiek brongeluid, eigen aan de toegepaste technologie. Dit brongeluid kan afhankelijk van de afmetingen van de turbine, de turbinelocatie en de invulling van het gebied rondom de turbinelocatie worden waargenomen. Bij de realisatie van een grote windturbine, dient men te voldoen aan de geluidsnormen die van toepassing zijn volgens het Activiteitenbesluit, op basis van de invulling van het gebied volgens het bestemmingsplan. Er zijn hiervoor specifieke geluidsnormen vastgelegd. In Nederland is dit gesteld op 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Lden staat voor ‘level day-evening-night’. De geluidbelasting mag op de gevel van geluidsgevoelige objecten en de grens van gevoelige terreinen niet overschreden worden. 2.5 SlagschaduwhinderBij de realisatie van grote windturbines dient men rekening te houden met slagschaduwbelasting op de omgeving. De limieten voor slagschaduw zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. Voor slagschaduwgevoelige objecten (zoals woningen) is de maximale slagschaduwbelasting op jaarbasis niet meer dan gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag. In de praktijk komt dit neer op 5 uur en 40 minuten per jaar. Wanneer deze norm overschreden wordt moet een stilstandsvoorziening geïmplementeerd worden om de slagschaduwhinder voor deze objecten verder te beperken. De slagschaduwimpact van een windturbine op haar directe omgeving wordt bepaald door de volgende aspecten: dimensies van de windturbine (ashoogte en rotordiameter); afstand van de objecten tot de windturbine; oriëntatie van de objecten tot de windturbine. 2.6 Externe veiligheidDe volgende veiligheidsrisico’s zijn verbonden aan de exploitatie van windturbines: directe risico’s: falen van een turbineblad, mastbreuk enzovoort; indirecte risico’s: indirecte gevolgen na het falen van een windturbine, bijvoorbeeld een explosie ten gevolgd van een weggeslingerd turbineblad. Vooral woongebieden (kwetsbare objecten) en risicovolle-inrichtingen (zoals LPG-stations) zijn belangrijke objecten binnen een veiligheidsanalyse. In het handboek risicozonering windturbines zijn richtlijnen gegeven ten aanzien van de veiligheidsrisico’s van windturbines. Bevinden er kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten en/of activiteiten zich nabij een windturbine, dan moet een risicoanalyse uitgevoerd worden. Uit deze analyse moet blijken of aan de gestelde normen wordt voldaan binnen het Activiteitenbesluit. Alle activiteiten en objecten die in het beïnvloedgebied bevinden moeten hiervoor geïnventariseerd worden. Het gaat hier om de volgende categorieën: (beperkt) kwetsbare objecten; wegen; waterwegen; spoorwegen; risicovolle inrichtingen; buisleidingen; hoogspanningsinfrastructuur; waterkeringen. 2.7 Afstand tussen windturbines onderlingEnergetische interferentie tussen windturbines kan resulteren in een lagere elektriciteitsproductie. Er wordt daarom geadviseerd om een minimale afstand van minstens viermaal de rotordiameter te respecteren tussen twee windturbines. 3 METHODIEK WINDPOTENTIEKAARTEN3.1 InleidingEén van de doelstellingen binnen de potentieelstudie is het bepalen van het ruimtelijk potentieel van windenergie in de gemeente Bronckhorst op snelle en eenvoudige wijze. Dit gebeurt op basis van belemmeringenkaarten. Deze kaarten moeten het mogelijk maken om een eerste indicatie te geven over het ruimtelijk potentieel van de gemeente voor verschillende types van windturbines. Als basis voor deze kaarten is een GIS-model voor de gemeente opgesteld. In dit hoofdstuk zijn de gehanteerde uitgangspunten geschetst op basis waarvan het GIS-model is opgesteld. Daarna is de methodologie beschreven achter de opbouw van het model, met een detailoverzicht van alle beschouwde datalagen en de daaraan gerelateerde verwerkingsprocedure om het ruimtelijk potentieel te bepalen. 3.2 Basis uitgangspunten windpotentiestudieWindturbineparametersEr bestaan verschillende types van windturbines met verschillende dimensies. De effecten van een windturbine op haar omgeving, zoals bijvoorbeeld slagschaduw, zijn direct en indirect gerelateerd aan de afmetingen van de windturbine, die gekarakteriseerd kunnen worden op basis van drie parameters (zie afbeelding 2.1): ashoogte; rotordiameter; tiphoogte (is gelijk aan de som van de ashoogte en de halve rotordiameter). Afbeelding 3.1 Parameters windturbine Het GIS-model is opgebouwd als functie van de drie turbine parameters (ashoogte, rotordiameter en tiphoogte) aangevuld met twee algemene parameters, namelijk: afstand tot bestaande windturbines; afstanden ten opzichte van woongebied met betrekking tot geluid. Deze afstanden kunnen eveneens per turbinetype worden gewijzigd. Door het GIS-model volledig op te stellen in functie van de invoerparameters, is het mogelijk potentiekaarten op te stellen voor verschillende types van windturbines. Ruimtelijke belemmeringen en categorisatieOm de potentie te koppelen aan een locatie, is voor de hele gemeente een evaluatie gemaakt van relevante ruimtelijke belemmeringen. Hierbij worden de volgende ruimtelijke belemmeringen beschouwd: kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten: woningen, woonschepen, woonwagens, bedrijfswoningen, bedrijfsgebouwen, ziekenhuizen, scholen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen, kantoorgebouwen, hotels, winkels, kampeerterreinen , recreatiegebieden; geluidsgevoelige objecten; rijkswegen; waterwegen; spoorwegen; industrieterreinen; buisleidingen; hoogspanning; waterkeringen; natuurgebieden: Natura-2000, Gelders Netwerk Nederland (NNN), ganzenrustgebieden, stiltegebieden, indicatieve contour Wespendief2Deze indicatieve zone is gebaseerd op recent onderzoek naar de Wespendief. Uit onderzoek van de vereniging Sovon is gebleken dat de vogels tot 8 km buiten de Veluwe actief zijn. Er is daarom een 8 km zone aangehouden rondom de Veluwe.; archeologische monumenten; geluid; radar; laagvliegroutes; luchthaven gebieden. WindscenarioVoor de windpotentiestudie zijn er twee verschillende referentietypes van windturbines geanalyseerd, waarbij er een directe relatie is met de beschikbare markttypes. Voor een goede vergelijking van realistische windscenario’s zijn de, op dit moment technisch beschikbare windturbinetypen geïnventariseerd. Op basis van deze inventarisatie zijn de referentietypes bepaald. In tabel 3.1. zijn de gehanteerde referentietypes weergegeven. Hierbij wordt opgemerkt dat door marktontwikkelingen de windturbines in de toekomst groter kunnen zijn dan in tabel 3.1 genoemd. Tabel 3.1 Beschouwde referentietypes met bijbehorende afmetingenCategorie Vermogensklasse (MW) Ashoogte (
- m)Rotordiameter (
- m)Tiphoogte (
- m)middelgroot 2 - 3 100 100 150 groot 4 - 5 150 150 220 Marktontwikkeling in windenergie De afgelopen jaren zijn de afmetingen van windturbines alleen maar groter geworden (tiphoogte >200 m.). Dit is het directe resultaat van de nodige kostenreductie en productietoename in deze sector. Grotere windturbines leveren namelijk meer elektriciteit op en zijn daarmee business-case technisch gezien aantrekkelijker. Hierdoor zijn middelgrote windturbines (tiphoogte circa 150
- m)nu niet meer de standaard. Het gevolg hiervan is dat windturbinefabrikanten de kleine en middelgrote windturbines uitfaseren. Echter verwachten wij de komende jaren ontwikkelingen in gebieden waarbij restricties gelden voor bouwhoogtes (bijvoorbeeld nabij vliegvelden) in de Nederlandse en Europese markt. Inmiddels is de ruimte voor grote windparken in Nederland opgevuld. Met de komst van de RES en de ambitie voor energieneutrale gemeentes zal de vraag naar windenergie toenemen. Gezien de steeds beperktere ruimte voor windenergie, zal de vraag naar middelgrote windturbines aanwakkeren. Middelgrote windturbines nemen namelijk minder ruimte in beslag. De verwachting is dat de komende jaren een aantal fabrikanten weer middelgrote turbines in productie gaan nemen. 3.3 Methodologie GIS-modelGebruikte data en verwerking in GIS-modelAan elke ruimtelijke belemmering zijn specifieke GIS-datalagen en een specifieke rekenwijze gekoppeld. Op deze wijze kan een categorisatie worden toegekend. De koppeling tussen ruimtelijke restrictie, datalagen en berekeningswijze voor de categorisatie is weergegeven in tabel 3.2. Tabel 3.2 Detailoverzicht van de datalagen en hun verwerking in het GIS-modelRuimtelijke belemmering Objecten Bronbestand Toetscriterium Bron toetscriterium Categorie niet bebouwbare gebieden niet bebouwbare objecten zoals: waterlichamen kazerne, legerplaats, militair oefengebied, schietterrein tankbaan, vliegveld/luchthaven, windturbinepark, zenderpark, zweefvliegveldterrein, productie-installaties, begraafplaats - TOP10NL; - basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) - niet bebouwbaar expert judgement nee, geen potentie externe veiligheid beperkt kwetsbare objecten - Risicokaart.nl - locatie op <PR 10-5 contour <halve rotordiameter van beperkt kwetsbare objecten vastgesteld conform eisen Activiteitenbesluit Artikel 3.15a en Handreiking Risicozonering Windturbines nee, geen potentie kwetsbare objecten - Risicokaart.nl - locatie op <PR 10-6 contour ashoogte+1/2rotordiameter (=tiphoogte) windturbine van kwetsbare objecten vastgesteld conform eisen Activiteitenbesluit Artikel 3.15a en Handreiking Risicozonering Windturbines nee, geen potentie risicovolle Inrichtingen - Risicokaart.nl - locatie op <PR 10-6 contour windturbine van risicovolle inrichtingen; - locatie op <maximale werpafstand bij overtoeren windturbine van Bevi-inrichtingen vastgesteld conform Handreiking Risicozonering Windturbines ruimte, mits voldoet aan wetgeving ruimte, mits voldoet aan wetgeving buisleidingen gevaarlijke inhoud - Risicokaart.nl - locatie op <PR 10-6 contour windturbine van ondergrondse buisleidingen - locatie op <maximale werpafstand bij overtoeren windturbine van bovengrondse buisleidingen vastgesteld conform Handreiking Risicozonering Windturbines nee, geen potentie ruimte, mits voldoet aan wetgeving hoogspanningsinfrastructuur - interne database - locatie op <PR 10-6 (ashoogte+1/2rotordiameter) contour windturbine van hoogspanningsinfrastructuur vastgesteld conform eisen TenneT en Handreiking Risicozonering Windturbines nee, geen potentie natuurrichtlijnen natura 2000 - Nationaal Georegister - indien een passende beoordeling aantoont dat een potentie bestaat is het realiseren van windenergie in Natura 2000 gebieden mogelijk. Is dit niet het geval, dan is windenergie uitgesloten vastgesteld conform eisen Beleidslijn Windturbines Provincie Gelderland ruimte, mits voldoet aan wetgeving rustgebieden voor ganzen - open Data Gelderland - uitgesloten volgens beleidslijn windenergie en Omgevingsverordening Provincie Gelderland vastgesteld conform eisen Beleidslijn Windturbines Provincie Gelderland nee, geen potentie Gelders Natuur Netwerk - open Data Gelderland - in de basis is dit gebied uitgesloten. Wel zijn ontwikkelingen van groot openbaar belang én waarvoor - overtuigend gemotiveerd - geen alternatieven bestaan, toegestaan vastgesteld conform eisen Beleidslijn Windturbines Provincie Gelderland ruimte, mits voldoet aan wetgeving stiltegebieden - open Data Gelderland - in de basis is dit gebied uitgesloten. Wel geldt hier een ruimte, mits principe conform Gemeente Bronckhorst ruimte, mits voldoet aan wetgeving groene Ontwikkelingszone - open Data Gelderland - in de basis is dit gebied uitgesloten. Wel zijn ontwikkelingen van groot openbaar belang én waarvoor - overtuigend gemotiveerd - geen alternatieven bestaan, toegestaan vastgesteld conform eisen Omgevingsverordening Provincie Gelderland ruimte, mits voldoet aan wetgeving infrastructuur snelwegen - Nationaal Georegister, TOP10NL, BGT - locatie bevindt zich op <PR 10-5 contour <halve rotordiameter van een snelweg vastgesteld conform Handreiking Risicozonering Windturbines ruimte, mits voldoet aan wetgeving spoorwegen - Nationaal Georegister, TOP10NL, BGT - locatie bevindt zich op <7,85 m + halve rotordiameter van een spoorweg vastgesteld conform Handreiking Risicozonering Windturbines nee, geen potentie kanalen en bevaarbare waterwegen - Nationaal bestand vaarwegen en wegvlakken - locatie bevindt zich op <50 m of halve rotordiameter uit de rand van de vaarweg vastgesteld conform Handreiking Risicozonering Windturbines ruimte, mits voldoet aan wetgeving waterkeringen - Nationaal Georegister - locatie bevindt zich op <halve rotordiameter uit de rand van de vaarweg vastgesteld conform Handreiking Risicozonering Windturbines ruimte, mits voldoet aan wetgeving geluid geluidsgevoelige objecten - basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) - locatie bevindt zich op <47 dB lden contour van een verblijfsobject expert judgement ruimte, mits voldoet aan wetgeving hoogtebeperkingen luchthavens, defensie en radars gebieden nabij luchthavens, radars en militaire instellingen, laagvliegroutes - Nationaal Georegister - maximale bouwhoogtes rondom luchthavens, radars, militaire instellingen en laagvliegroutes. expert judgement ruimte, mits voldoet aan wetgeving laagvliegroute 10A - Nationaal Georegister - maximale bouwhoogtes onder de laagvliegroute 10A3Deze laagvliegroute wordt opgeheven, zoals vermeld in de Kamerbrief met betrekking tot ‘Besluit Linkroute-10A (laagvliegroute voor jachtvliegtuigen’, ingediend door B. Visser, staatssecretaris van Defensie op 29 mei 2020. Echter is de datum van opheffing nog niet bekend. Tot die tijd geldt de restrictie nog. besluit algemene regels ruimtelijke ordening artikel 2.6.10 ruimte, mits voldoet aan wetgeving archeologie archeologische monumenten - open Data Gelderland - indien mogelijk deze gebieden vermijden expert judgement ruimte, mits voldoet aan wetgeving Categorisatie ruimtelijk potentieelEr zijn drie categorieën gehanteerd om het potentieel van windenergie weer te geven op basis van ruimtelijke criteria en restricties: nee, geen potentie. Er zijn ruimtelijke belemmeringen geïdentificeerd die de potentie van windenergie op die locatie zeer beperken. De locatie heeft geen potentie voor windenergie; ruimte, mits voldoet aan wetgeving. Er zijn enkele ruimtelijke belemmeringen geïdentificeerd die invloed kunnen hebben op de potentie van het project of die mitigerende maatregelen vereisen. De locatie heeft onder voorwaarden potentie maar is niet wenselijk; ruimte, zonder belemmeringen. Er zijn geen ruimtelijke belemmeringen geïdentificeerd. De locatie heeft potentie. In de analyse is elke ruimtelijke belemmering gekoppeld aan de drie bovengenoemde categorieën. Dit is gedaan voor beide windscenario’s. In het GIS-model is er vervolgens een kleurcode gekoppeld aan elke categorie. Deze kleurcodes zijn weergeven in tabel 3.3. Op deze manier kan voor een locatie het eindoordeel voor de ruimtelijke potentie op visuele wijze geconsulteerd worden. Tabel 3.3 Kleurcodes categorieënCategorie Kleur nee, geen potentie transparant ruimte, mits voldoet aan wetgeving lichtblauw ruimte zonder belemmeringen donkerblauw 3.4 Methode verdiepingsslagIn de verdiepingsslag zijn een aantal potentiegebieden voor windenergie nader onderzocht. Hieronder is kort toegelicht hoe dit is uitgewerkt. Bepaling potentiegebiedenNa onze analyse blijven een aantal potentiegebieden over die nader onderzocht zijn. Op basis van de belemmeringenkaarten zijn vijf gebieden nader onderzocht. Hierbij is onderscheid gemaakt in ‘potentiegebieden’ en ‘optionele’ gebieden. De potentiegebieden zijn gebieden voor windenergie waar weinig tot geen belemmeringen aanwezig zijn. Tevens zijn dit gebieden waar veel ruimte beschikbaar is voor windenergie. Dit zijn gebieden waar een lijnopstelling mogelijk is van minstens drie windturbines. De optionele gebieden zijn gebieden voor windenergie waar wel ruimte beschikbaar is, maar er meer belemmeringen zijn voor de realisatie van windenergie. Het gaat hier gebieden rondom natuurgebieden, woonkernen en vlak bij de gemeentelijke grenzen. Voor deze gebieden zal het lastiger zijn