Beheerplan Natuurgebied De Scheeken 2021 – 2030 (Best)
Beheerplan Natuurgebied De Scheeken 2021 – 2030Bestuurlijke samenvatting Voor u ligt het beheerplan van het Natuurgebied De Scheeken. Natuurgebied De Scheeken is na twee jaar van voorbereiding en uitvoering in juni 2020 opgeleverd. Het Beheerplan Natuurgebied De Scheeken is een uitvoeringsplan voor het terreinbeheer van dit nieuwe natuurgebied. Doel en uitgangspuntenHet Beheerplan Natuurgebied De Scheeken vertaalt de beleidsdoelen van de Structuurvisie Buitengebied voor het landschap De Scheeken naar het uit te voeren terreinbeheer van het natuurgebied De Scheeken. Het beheerplan beschrijft het beheer voor de periode 2021 –
- Het gaat daarbij uit van de volgende drie thema’s: Landschap & natuur Cultuurhistorie Recreatie, kunst & maatschappij Een beheervisie en beheerdoelen zijn uit deze drie thema’s geformuleerd en uitgewerkt. Het natuurgebied kent een bepaalde mate van zonering in de inrichting, in het beheer en in het gebruik om deze drie thema’s in balans te houden. Verschillende percelen zijn ingericht met bloemrijke hooigraslanden, struweelsingels en poelen om de natuur een positieve impuls te geven in De Scheeken. De nieuwe populierenweide is een eerbetoon aan de cultuurhistorie van deze regio. Een natuurspeeltuin en een aantal kunstobjecten vergroten de beleving van het gebied. De recreatie is vooral gericht op wandelen en fietsers die er kunnen uitrusten, maar wel op dusdanige wijze dat de kwetsbare natuur de nodige rustige plekken in het gebied heeft. Hoewel Natuurgebied De Scheeken lang is qua vorm, is het daarnaast ook smal. Het beheerplan zet daarom in op realisme: het streeft naar duurzame populaties van kleine doelsoorten. Het gaat hierbij om streekeigen flora van de vochtige leemgronden, graslandvlinders, wilde bijen en amfibieën. Areaal en toekomstHet gebied is in eigendom en beheer van de gemeente Best en is ongeveer 15,5 hectare groot. Het vormt een belangrijke schakel tussen de Groene Poort bij Best Zoo in het buurtschap De Vleut en het Groene Woud. Het beheerplan concentreert zich vooralsnog op het huidige gerealiseerde areaal. Maar de gemeente Best wil graag in de toekomst meer grond verwerven in deze omgeving om aan de hand van grotere gebieden meerdere doelen in het buitengebied te realiseren. Deze doelen betreffen klimaatadaptatie, natuurontwikkeling, stimuleren van extensieve recreatie en behoud van de cultuurhistorie. In het kader van de klimaatadaptatie heeft de gemeente Best inmiddels intensiever contact met Waterschap De Dommel en Brabants Landschap om de verdroging in De Scheeken samen aan te pakken. BeheerprogrammaDe diverse type landschapselementen die het Natuurgebied De Scheeken rijk is, vragen elk hun eigen vorm van beheer. Het beheerprogramma geeft ruimte aan maatwerk en het faseren van beheermaatregelen. Frequentie en intensiteit verschillen per landschapselement. Niettemin geeft de beheerplanning richtlijnen in welke jaren en maanden in welk landschapselement beheer nodig is. Periodiek vindt monitoring van insecten in het gebied plaats door ecologen om een vinger aan de pols te houden of het gevoerde beheer leidt tot de gewenste natuurontwikkeling. Participatie en communicatieHet beheerplan is voorgelegd aan en getoetst door de verschillende deelnemende organisaties die zitting hebben in de Klankbordgroep Groen. Ook intern betrokkenen en een hydroloog hebben waardevolle aanvullingen gegeven in de totstandkoming van het beheerplan. Het beheerplan beschrijft de verschillende vormen van participatie die in Natuurgebied De Scheeken mogelijk zijn en ook al volop worden benut. Het gebied leent zich goed voor (natuur)fotografie en educatie. Verschillende vrijwilligers ontdoen het gebied met enige regelmaat van zwerfafval. Vaak zijn deze vrijwilligers bewoners vanuit buurtschap De Vleut en vanuit het dorp. ‘Last but not least’ zijn ook kundige natuurvrijwilligers in het gebied actief om de verschillende soortgroepen in het gebied te inventariseren en te monitoren. De vrijwilligers voelen zich verbonden met het wel en wee van het gebied. Ze zijn daarmee voor gemeente Best de ‘ogen en oren’ in het gebied. Figuur
- Lokale media gaven aandacht aan de feestelijke opening van het Natuurgebied De Scheeken op 26 juni
- Bron: https://www.groeiendbest.nl/reader/64682/1477597/opening-de-scheeken-mooie-toegang-tot-het-groene-woud 1Inleiding Aan de rand van het stedelijk gebied Eindhoven en net buiten de bebouwde kom van Best is in 2020 een nieuw natuurgebied gerealiseerd. Natuurgebied De Scheeken is op 26 juni 2020 officieel opgeleverd en feestelijk geopend (zie figuur 1). De opening vond in relatief kleine kring plaats als gevolg van de landelijke restricties in de 1e corona-golf. De opening was er echter niet minder feestelijk om. Bij het project betrokken partijen en bewoners keken samen terug op een energiek inrichtingsproces dat tot een goed resultaat heeft geleid. 1.1Aanleiding Gemeente Best heeft in de periode 2e helft 2018 – 1e helft 2020 het nieuwe natuurgebied ingericht aan de Kanterseveldenweg. Het gebied is één van de vele deelprojecten geweest van het provinciale project Landschappen van Allure. De herinrichting van dit gebied heeft ook een aantal projecten van de Structuurvisie Buitengebied van gemeente Best verwezenlijkt. Het project is financieel gerealiseerd met subsidie van provincie Noord-Brabant en het projectbudget van gemeente Best. De herinrichting is gereed. Het is nodig om een uitgekiend beheer voor het natuurgebied vast te stellen om de waarden tot uiting te laten komen die de inrichting voor met name natuur en recreatie voor ogen heeft. Gemeente Best is eigenaar en beheerder van Natuurgebied De Scheeken. 1.2Doel en thema’s Het Beheerplan Natuurgebied De Scheeken stelt zich primair tot doel om recht te doen aan de doelen zoals voor het landschapsgebied De Scheeken is geformuleerd in de Structuurvisie Buitengebied. Het beheerplan vertaalt het beleid naar het uit te voeren terreinbeheer voor de periode 2021 –
- Het beheerplan gaat daarbij uit van de volgende drie thema’s: Landschap & natuur Cultuurhistorie Recreatie, kunst & maatschappij De beheerdoelen van deze drie thema’s zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk
- 1.3Totstandkoming Het Beheerplan Natuurgebied De Scheeken is tot stand gekomen aan de hand van de volgende uitgangspunten: Het beleid voor De Scheeken zoals opgenomen in de Structuurvisie Buitengebied Best. De in 2018 – 2020 gerealiseerde inrichting en samenstelling van de verschillende elementen in het gebied en de opgedane ervaringen van het daaruit volgende pilot-natuurbeheer in
- Draagvlak vergroting intern en extern door adviezen in te winnen bij interne adviseurs van gemeente Best, Waterschap De Dommel, het Brabants Landschap en de Klankbordgroep Groen. 1.4Leeswijzer Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding, het doel en de thema’s van het Beheerplan Natuurgebied De Scheeken. Hoofdstuk 2 beschrijft het gebied waarin Natuurgebied de Scheeken ligt en behandelt de geschiedenis en de huidige inrichting van het nieuwe natuurgebied. De belangrijkste beleidsgronden voor het te voeren terreinbeheer in Natuurgebied De Scheeken zijn beschreven in hoofdstuk
- Hoofdstuk 4 gaat dieper in op de visie en de beheerdoelen van de thema’s. Hoofdstuk 5 beschrijft het beheer voor elk type landschapselement dat in het natuurgebied voorkomt. Hoofdstuk 6 schetst welke vrijwilligers en organisaties op welke wijze participeren in het gebied. Hoofdstuk 7 behandelt beknopt de planning en de begroting voor het te voeren beheer. Vervolgens volgt een overzicht van de (natuur)fotografen die hun foto’s van De Scheeken beschikbaar hebben gesteld voor dit beheerplan. Foto’s en overzichtskaartjes zijn in het beheerplan gepresenteerd op de even pagina’s van het beheerplan, terwijl de teksten van het beheerplan op de oneven pagina’s staan afgebeeld. De afsluitende bronnenlijst somt op welke digitale bronnen zijn geraadpleegd voor het opstellen van dit beheerplan. In de bijlagen staan verschillende rapporten en tabellen die dit beheerplan inhoudelijk aanvullen en ondersteunen. Figuur
- Topografische ligging van Natuurgebied De Scheeken in Het Groene Woud tussen Best en Boxtel, langs de snelweg de A
- Bron: https://topokaartnederland.nl/ 2Gebiedsbeschrijving Een beschrijving van de ontstaansgeschiedenis en de herinrichting van het gebied helpt voor een beter begrip van het uit te voeren natuurbeheer. 2.1Naamgeving: De Scheeken en... De Scheeken Aanvankelijk droeg het nieuwe natuurgebied de naam Vleutse Broek. Erfgoedvereniging Dye van Best vond dit geen passende naam. Zij vindt natuurgebied “De Scheeken” cultuurhistorisch gezien een veel passender naam, aangezien het nieuwe natuurgebied in het landschap De Scheeken ligt. Bovendien vindt de gemeente Best dat de naam beter aansluit op de recreatieve ‘branding’ van het gebied die de gemeente voor ogen heeft. Nadeel is dat enige verwarring kan ontstaan met het reeds bestaande en grotere natuurgebied De Scheeken. De verschillen tussen de twee natuurgebieden is dat het kleine (en nieuwe) natuurgebied in eigendom is van gemeente Best en géén onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het grote natuurgebied is in eigendom en beheer van Brabants Landschap en ligt wél in het NNN. Beide natuurgebieden liggen in het landschap De Scheeken en dragen daarom dezelfde naam. 2.2Ligging en oppervlakte Het nieuwe natuurgebied beslaat ca. 15,5 ha en ligt grotendeels tussen de snelweg A2 (Eindhoven - ’s-Hertogenbosch) in het westen en de Kanterseveldenweg in het oosten (zie figuur 2). De hoogspanningsmasten liggend tussen de A2, Steenovenseweg en Koppelstraat, vormen de zuidgrens. In de zuidoosthoek ligt een oud bosrelict, dat tot de invoering van de Wet natuurbescherming (januari 2017) de wettelijke status van Natuurmonument had. Dit bosrelict staat bekend als De Kavelen en herbergt bijzondere en zeldzame bosflora1bron: http://edepot.wur.nl/
- De Kavelen is overgenomen van Staatsbosbeheer en ook opgenomen in het nieuwe natuurgebied. De noordgrens van het nieuwe natuurgebied is de Achterste Broekweg en direct ten noorden daarvan ligt het bestaande natuurgebied De Scheeken. Het hart van het nieuwe natuurgebied wordt gevormd door een ‘blauwe ader’, de Beerendonkloop. Deze recht getrokken watergang is in eigendom en beheer van Waterschap De Dommel. 2.3Abiotische factoren De Scheeken heeft tussen Best en Liempde een slecht waterdoorlatende leemlaag vlak onder het maaiveld liggen. Deze leemlaag ligt gemiddeld 1 meter onder maaiveld. Het is daardoor een vochtig tot nat gebied met kalkhoudende, matig voedselrijke bodem en verspreid liggende zandige, meer schrale dekzandruggen2bron: https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2016/01/01/boxtel-best-en-sint-oedenrode-de-scheeken-een-toonbeeld-van-wederopbouw. De bodem in Natuurgebied De Scheeken bestaat grotendeels uit beekeerdgronden met lemig fijn zand (pZg23). Alleen in het meest noordelijk gelegen perceel ligt een ander bodemtype, namelijk vlakvaaggronden. Deze bevat qua korrelstructuur echter ook lemig fijn zand (Zn23). Geomorfologisch valt het gebied te duiden als een “vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss” en ligt tussen de wat hoger gelegen dekzandruggen en dekzandwelvingen van respectievelijk Liempde en Best. De vlakte zelf loopt qua hoogte boven NAP van hoog naar laag iets af vanuit het zuiden naar het noord(oost)en (zie figuur 3). Het hoogteverschil tussen het meest zuidelijk en het meest noordelijk gelegen heringerichte perceel bedraagt ongeveer 1,5 meter3bronnen: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten ; https://www.pdok.nl/viewer/ en https://www.ahn.nl/ahn-viewer. Het brongebied van de Beerendonkloop ligt deels in buurtschap De Vleut, dat net iets ten zuiden van het nieuwe natuurgebied ligt. Een ander deel van het brongebied ligt meer westelijk, nabij en aan de westzijde van de A
- De Beerendonkloop stroomt naar de Berkenloop. Deze mondt op haar beurt weer uit in de Grote Waterloop, die ten slotte weer uitmondt in De Dommel net even ten oosten van het dorpje Liempde. Al deze waterlopen hebben een van zuid naar noord georiënteerde ligging. Figuur
- Hoogtekaart van Natuurgebied De Scheeken en directe omgeving. De terreindelen kleuren van hoger naar lager van respectievelijk rood, via groen naar blauw. De contouren van de snelweg de A2 en onder andere de Broekwegen zijn duidelijk zichtbaar hoger liggend in het landschap. Bron: https://www.ahn.nl/ahn-viewer 2.4Natuur De Scheeken is van oorsprong een gebied met elzenbroekbossen en vochtige loofbossen. Na de broekontginningen ontstonden ook plekken met natte heide4bron: https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2016/01/01/boxtel-best-en-sint-oedenrode-de-scheeken-een-toonbeeld-van-wederopbouw. De Scheeken herbergt een aantal kenmerkende flora en fauna voor dit type bossen. Bij de flora zijn dat soorten als fladderiep, zwarte populier, zwarte els, wilde mispel, wegedoorn, zwarte bes, welriekende agrimonie, slanke sleutelbloem, bosanemoon, speenkruid, eenbes en gewone dotterbloem. Bij de fauna zijn dat soorten als steenmarter, groene specht, houtsnip, nachtegaal, wielewaal, spotvogel, kamsalamander, oranjetipje en kleine ijsvogelvlinder. 2.5Cultuurhistorie Het gebied ten noorden van buurtschap De Vleut en rondom de Beerendonkloop kende tot de jaren ’50 van de 20e eeuw een zeer fijnmazige verkaveling, waarin kavels werden gescheiden door houtsingels, bosjes en bomenrijen. Het gebied was agrarisch minder interessant door de vrijwel permanent vochtige tot ronduit natte ondergrond als gevolg van de aanwezige ondiep liggende leemlaag. Het werd aan de randen vooral in gebruik genomen als weidegrond en hooiland. In het centrale deel van De Scheeken stonden elzenbroekbossen. De populierenweiden en -lanen deden in de 18e, 19e en 20e eeuw ook haar intrede in De Scheeken. Het populierenhout werd voor de klompen- en later de luciferindustrie gebruikt. In de Wederopbouwperiode vlak na de Tweede Wereldoorlog begon de grote ruilverkaveling in Nederland. Ook in het gebied ten noorden van De Vleut was daar sprake van. Alleen dan in minder grootschalige omvang met minder strakke lijnen, want voor dit gebied was veel aandacht voor de cultuurhistorie en het bestaande landschap. Voor de gehele De Scheeken is destijds een landschapsplan gemaakt om de cultuurhistorische landschapswaarden enerzijds en de uitvoeringsaspecten van de ruilverkaveling anderzijds in goede banen te leiden. Geestelijk vader van dit plan was de heer R.J. Benthem van Staatsbosbeheer5bron: https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2016/01/01/boxtel-best-en-sint-oedenrode-de-scheeken-een-toonbeeld-van-wederopbouw. Dit plan had ook aandacht voor de floristische waarden en het populierenlandschap (zie figuur 4) in dit gebied. Hierdoor heeft het gebied haar kleinschalig cultuurlandschap redelijk goed weten te behouden. Sinds de jaren ’90 is het gebied vlak ten noorden van De Vleut vooral gebruikt als flink bemeste gras- en weiland, hier en daar onderbroken door maïsakkers. 2.6Infrastructuur Natuurgebied De Scheeken is vanuit Liempde in het noorden te bereiken via de Vleutstraat en Kanterseveldenweg. Het gebied is vanaf de A2 en Best bereikbaar via de Ringweg en Koppelstraat, vanuit Boskant is het gebied te bereiken via de Sint-Oedenrodeseweg, Ringweg en Koppelstraat. Er liggen drie nieuwe wandelroutes door het nieuwe natuurgebied, die alle drie starten op de parkeerplaats bij de Groene Poort De Vleut. Auto’s kunnen en mogen alleen parkeren op de parkeerplaats van de Groene Poort De Vleut, gelegen in de hoek van Koppelstraat – Ringweg. Vanaf daar kan men het gebied wandelend bezoeken. Op de t-splitsing Kanterseveldenweg – Koppelstraat staat een fietsenstalling. Fietsers kunnen vanaf daar en vanaf de parkeerplaats bij de Groene Poort De Vleut het gebied wandelend bezoeken. Een aantal zandwegen doorsnijden van oost naar west het natuurgebied. De zandwegen liggen op enigszins in het landschap verhoogde dijklichamen (zie figuur 3). 2.7Inrichting Het Natuurgebied De Scheeken van gemeente Best is in het voorjaar 2018 ontworpen. De werkvoorbereiding van de heririchting startte in de zomer. De uitvoering van de inrichtingswerkzaamheden startte in december
- Het project werd in juni 2020 opgeleverd. Projectpartners van gemeente Best waren Brabants Landschap, Waterschap De Dommel en Bosgroep-Zuid. Werkvoorbereiding was in handen van Bosgroep-Zuid en Staro Natuur en Buitengebied. Van Stipdonk Landschapsinrichting BV heeft het grond- en plantwerk uitgevoerd. Terrastab heeft het rolstoelpad gerealiseerd. Een belangrijk aspect in de realisatie van De Scheeken is dat al het vrijgekomen hout en de vrijgekomen grond is verwerkt in het nieuwe natuurgebied zelf. Zo zijn de gekapte populieren (o.a. van een gedeelte langs Achterste Broekweg) en essen (van landschapselement L15) in het gebied verwerkt tot takkenrillen en stobbenwallen. Vrijgekomen plagsels van de gerealiseerde bloemrijke graslanden zijn in de struweelsingels verwerkt. Vrijgekomen grond van de poelen, plasdrasplekken en grensgreppels zijn verwerkt op de vleermuiskelder, in de bijenwanden en in het speeleiland. Op deze wijze is het principe van ‘de gesloten kringloop’ toegepast. Gebiedseigen materiaal is dus toegepast in de verschillende landschapselementen van het nieuwe natuurgebied. Bijkomend voordeel is dat deze methode de kosten van het project binnen het budget heeft gehouden. Ook vermeldenswaard is dat een deel van het productiehout van de in 2018 gekapte populieren langs de A2, is verwerkt in de vlonderbrug, de speeluitkijktoren en de (boom)banken. Figuur
- De kenmerkende populierenlaan in het landschap van De Scheeken. Foto SH. Dit geeft een extra en tastbare dimensie aan de heropleving van het populierenlandschap De Scheeken als productielandschap. Een ontwikkeling die recent door diverse lokale en regionale partijen actief wordt gestimuleerd. De Brabantse Populierenvereniging speelt hierin een belangrijke rol. Natuurgebied De Scheeken van gemeente Best kenmerkt zich door haar kleinschalig cultuurlandschap met een relatief middelgroot groen raamwerk van hoog opgaande populierenlanen. Daarin liggen kleinere, groene raamwerken (de zogenaamde ‘kamers’) bestaande uit bosjes, struweel- en houtsingels die gezamenlijk de perceelrandbegroeiing vormen. De kleinschaligheid van dit gebied van vóór de ruilverkaveling van de jaren ’50 van de 20e eeuw is hiermee deels hersteld. De Kanterseveldenweg en Koppelstraat zijn geasfalteerd, maar de Achterste-, Middelste- en Voorste Broekweg, alsmede de Molenkampseweg en de Steenovenseweg zijn nog steeds zandwegen, wat het rustieke, landelijke karakter van het gebied versterkt. Concreet bevat het nieuwe natuurgebied de volgende elementen: Houtsingels; 2 stuks; totaal ca. 0,5 ha Mantel- en zoomvegetaties; 2 stuks; totaal ca. 0,8 ha Struweelsingels; 12 stuks; totaal ca. 1,3 ha Ruigtestroken; 2 stuks; totaal ca. 0,3 ha Bloemrijke graslanden; 7 stuks; ca. 3,5 ha Vochtige hooigraslanden; 4 stuks; ca. 3,6 ha Poelen; 7 stuks (totaal ca. 0,6 ha), waarvan 3 tot 70 cm en 4 tot 100 cm beneden maaiveld; talud varieert van 1:3 aan zuidzijde tot 1:10 aan noordzijde van elke poel. Plasdrasplekken; 2 stuks; totaal 0,7 ha Takkenrillen; 4 stuks; totaal 410 m1 Een populierenweide; 1,75 ha (binnen de afrastering ca. 1,4 ha) Een vleermuiskelder; 550 m2 Twee bijenwanden. Totaal ca. 0,1 ha. De meest zuidelijke bijenwand: 10 m lang; 1,25 m hoog; bovenbreedte 1 m, onderbreedte 3,75 m. De meest noordelijke bijenwand: 60 m lang; 1,25 m hoog; bovenbreedte enkele meters geleidelijk naar de noordzijde aflopend. Een natuurspeeleiland; 0,3 ha Een vlonderpad; 96 m1 Een rolstoelpad; 1211 m1 Het oude bosrelict De Kavelen; 1,7 ha Het bestaande gemeentelijke landschapselement L15; 0,4 ha De nummers van deze 17 elementen corresponderen met de nummers op de Landschapselementenkaart van bijlage
- Het sortiment aan bomen en heesters die zijn aangeplant in de landschapselementen houtsingels, mantel- en zoomvegetaties en struweelsingels zijn ook opgenomen in bijlage
- Figuur
- Uitsnede NNB van de provinciale kaartbank. Oranje arcering = NNB – Rijksdeel. Groene arcering = NNB Provinciaal deel. Bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan 3Beleid Een aantal geldende beleidsstukken van verschillende overheden geeft randvoorwaarden of richtlijnen voor het natuurbeheer in De Scheeken. 3.1Landschappen van Allure De provincie Noord-Brabant heeft voor diverse projecten in een drietal Brabantse landschappen / natuurgebieden de subsidie Landschappen van Allure toegekend om deze natuurgebieden te vergroten, waarbij ook een combinatie wordt gemaakt met recreatie. Het Groene Woud behoort tot één van deze drie natuurgebieden en is gelegen tussen ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Eindhoven. In Het Groene Woud zijn in dit kader vier projecten opgestart om de doelen van de provincie te verwezenlijken. Eén van deze vier projecten betreft het “Kloppend Hart van Het Groene Woud”. Het uitvoeringsprogramma van dit project liep van 2013 tot en met
- “Kloppend Hart van Het Groene Woud” bestaat zelf weer uit 14 verschillende deelprojecten. Deelproject 8 betreft de realisatie van de Groene Poort en belevingscentrum De Vleut. Voor deelproject 8 zijn gemeente Best, Brabants Landschap en Best Zoo samen de stakeholders. Best Zoo realiseert de Groene Poort en belevingscentrum De Vleut aan de Broekdijk in Best. Brabants Landschap bouwt een uitkijktoren aan de zuidrand van het voor edelherten afgerasterde deel van natuurgebied De Scheeken, namelijk aan de Achterste Broekweg – Ginnekendijk in Best. Gemeente Best ten slotte realiseert de infrastructuur rond De Vleut en richt een natuurgebied in tussen De Vleut en de uitkijktoren6bron: https://www.hetgroenewoud.com/download/2676/documenten/2017_Nieuwsbrief_Landschappen_van_Allure__afdr__003___2_.pdf. 3.2Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een robuust Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het doel van de NNN is om natuurgebieden beter te verbinden met elkaar en met het omringende agrarische landschap. De NNN is een onderdeel van het natuurbeleid van de Rijksoverheid, maar de uitvoering hiervan op het land is sinds 2014 een taak van de provincie7bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/natuurnetwerk-nederland. De provincies hebben met aanvullend, provinciaal natuurbeleid nog een aantal gebieden aan het natuurnetwerk toegevoegd. Zodoende is er bijvoorbeeld in Noord-Brabant sprake van Natuurnetwerk Brabant (NNB), bestaande uit een “NNB Rijksdeel” en een “NNB Provinciaal deel”. Het bestaande, oude bosrelict De Kavelen dat ingeklemd ligt tussen Kanterseveldenweg – Koppelstraat en ook onderdeel is van het gemeentelijke Natuurgebied De Scheeken, is in de NNB opgenomen. Bosrelict De Kavelen is onderdeel van de NNB Provinciaal deel. De provinciale natuurdoeltype voor bosrelict De Kavelen is “N14.03 Haagbeuken- en essenbos”. De oude bosrelict bestaat nu echter uit vrijwel uitsluitend zomereiken als dominante soort in de boomlaag en hazelaar, vlier en braam in de struiklaag. In de randen groeien nog wat wilgen en staat er een oude, grote, typisch streekeigen mispel. De nieuw ingerichte natuurpercelen van het gemeentelijke Natuurgebied De Scheeken maken geen deel uit van de NNB. Wel vallen bijna alle nieuw ingerichte percelen binnen de Attentiezone waterhuishouding in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). De provincie heeft de IOV in 2019 vastgesteld. De nieuw ingerichte percelen verbinden “NNB Provinciaal deel - Bosrelict De Kavelen” met “NNB Rijksdeel – De Scheeken” (zie figuur 5). Daarnaast liggen de nieuwe ingerichte percelen allemaal volledig in de Groenblauwe mantel. Deze provinciale beleidsregel streeft naar een zone rondom NNB-gebieden, om deze beter te kunnen beschermen. Een Groenblauwe mantel zet in op het behoud en ontwikkeling van natuur en water om de waarden in aangrenzend NNB-gebied te beschermen. De inrichting van het nieuwe Natuurgebied De Scheeken geeft daar dus concreet invulling aan. 3.3Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 Het provinciaal Milieu- en Waterplan (PMWP) bevat het strategische waterbeleid van de provincie. Het PMWP omschrijft de uitgangspunten voor het waterbeleid van waterschappen en gemeenten. De gemeente Best heeft in 2005 de uitgangspunten uit het toenmalige provinciaal Waterplan vertaald in een gemeentelijk plan, Waterplan Best. Hierin wordt vooruit gekeken met een visiebeschrijving over het functioneren van de watersystemen in
- Verder worden ambities en doelstellingen omschreven ter verbetering/bevordering van waterkwaliteit, verdrogingsbestrijding, waterbeleving en het tegengaan van wateroverlast. Momenteel ondergaat het gemeentelijk Waterplan een actualisatie. Klimaatadaptatie wordt in de actualisatie het belangrijkste thema. Dat is ook in De Scheeken een urgent onderwerp. Weersextremen zoals de natte zomer van 2016 en de droge, warme jaren 2018 tot en met 2020 maken een aanpassing in het waterbeleid nodig. Figuur
- Wilde bijen krijgen in de Structuurvisie Buitengebied speciale aandacht. Wilde bijen zoals hierboven in 2020 waargenomen in Natuurgebied De Scheeken. In chronologische volgorde op bovenstaande foto’s van boven naar beneden zijn dat: roodscheenzandbij en driedoornige metselbij. Onder andere deze wilde bijen zijn dan ook doelsoorten in Natuurgebied De Scheeken. Foto’s TF. 3.4Structuurvisie Buitengebied 2016 – 2030 De Structuurvisie Buitengebied Best (SV) beschrijft voor landschap De Scheeken het beleid om de natuur en landschapselementen in dit landschap te behouden en te versterken. Daarbij vestigt de SV ook de aandacht op het belang van biodiversiteit met speciale aandacht voor de soortgroep wilde bijen (zie figuur 6). Het beleid van de SV wil invulling geven aan de Rijksvisie Erfgoed en Ruimte (VER). De Scheeken is namelijk een ruilverkavelingsgebied uit de periode 1940 – 1965 met als thema ‘Wederopbouw’. De VER heeft tot doel om cultuurhistorisch nationale belangen te koppelen aan gebiedsontwikkelingen. Landschap, natuur en cultuurhistorie vormen in de SV daarom de belangrijkste functies in De Scheeken. De SV wil in dit gebied ook invulling geven aan (extensieve) recreatie en kunst, waarbij deze twee functies geen afbreuk mogen doen aan landschap, natuur en cultuurhistorie. 3.5Omgevingswet
(2022)& Omgevingsvisie Best 2040 (in voorbereiding) De Omgevingswet treedt in 2022 in werking. Het is een nieuw stelsel van regels over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De Omgevingswet bundelt tientallen wetten en regelingen die over de fysieke leefomgeving gaan. Daarnaast biedt het lokale overheden meer afwegingsruimte in regels en beleid. Het schept kansen om in goed overleg met de omgeving tot plannen en maatregelen te komen zonder dat lange wettelijke procedures doorlopen moeten worden. De Omgevingsvisie Best 2040 vormt de gemeentelijke invulling van het beleid dat voortvloeit uit de Omgevingswet. De Omgevingsvisie is een bredere visie op de leefomgeving dan de huidige structuurvisie die ze vervangt, omdat het over veel verschillende beleidsdomeinen en sectoren gaat. Niettemin worden veel ambities en doelen vanuit de Structuurvisie Buitengebied (SV) in de gemeentelijke Omgevingsvisie overgenomen, omdat het actuele thema’s betreffen zoals klimaatverandering en biodiversiteit. Bovendien is de SV mede tot stand gekomen door uitgebreide dialogen met de omgeving, hetgeen de Omgevingswet & Omgevingsvisie ook beogen. Voor het Beheerplan Natuurgebied De Scheeken is dat in die zin van belang dat het beheerplan, het beleid van de SV voor het landschapsgebied De Scheeken vertaalt naar het uit te voeren terreinbeheer in het nieuwe natuurgebied. Het beheerplan is in dat opzicht indirect gekoppeld aan de gemeentelijke Omgevingsvisie, maar zal hierin verder verankerd moeten worden zodra vanuit de gemeentelijke Omgevingsvisie ook een concreet Omgevingsplan wordt opgesteld. Zover is het echter nog niet. De Omgevingsvisie Best 2040 is (anno 2021) nog volop in voorbereiding. Belangrijk is dat de Omgevingsvisie zich drie kernopgaven stelt, waarvan de kernopgave “versterken van de groene leefomgeving” van toepassing is op het voorliggend beheerplan. Deze kernopgave ambieert onder andere de versterking van biodiversiteit en klimaat adaptieve maatregelen. Vooruitlopend committeert Gemeente Best zich al aan klimaat adaptieve maatregelen door deze toe te passen in De Scheeken in de vorm van anti-verdrogingsmaatregelen (zie paragraaf 6.6). 3.6Visie voor duurzame energieopwekking buitengebied
(2020)Nederland heeft net als veel andere landen het Klimaatakkoord van Parijs
(2015)ondertekend met als doel om de opwarming van de aarde te beperken. Hiervoor dient de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2, fors af te nemen. Nederland heeft daarvoor in 2018 de Klimaatwet vastgesteld. Deze wet is door provincie Noord-Brabant vertaald in de Brabantse Omgevingsvisie, waarin het een tweesporenbeleid hanteert om de CO2-uitstoot in de provincie te verminderen. Eén van de te volgen sporen is het actief stimuleren van duurzame energieopwekking. Tot nu toe vertaalt zich dat in het buitengebied van de verschillende gemeentes in de aanleg van windmolenparken op land en zonnepaneelvelden. Dit heeft een grote impact op het landschap. De Visie duurzame energieopwekking buitengebied van de gemeente Best probeert hier zorgvuldig invulling aan te geven door enerzijds mogelijkheden te verkennen waar in het buitengebied vormen van duurzame energieopwekking mogelijk is en waar niet om andere thema’s zoals cultuurhistorische waardevolle landschappen, natuurontwikkeling en de leefbaarheid te beschermen. De visie heeft als doel om kansen, mogelijkheden en voorwaarden voor duurzame energieopwekking in het buitengebied van Best inzichtelijk te maken. De visie hanteert daartoe onder andere een zonering in het buitengebied waar wel, beperkte of géén mogelijkheden voor duurzame energieopwekking zijn. Het Natuurgebied De Scheeken ligt in een zone waarvan de visie aangeeft dat er “geen mogelijkheden voor duurzame energie” mogelijk is vanwege de natuur- en recreatieontwikkeling in dit gebied. Figuur 7. Uitsnede Bestemmingsplan Buitengebied Best 2019. De groengrijs gekleurde percelen met ‘N’ en ‘N-WWG’ betreffen de percelen die respectievelijk bestemming ‘Natuur’ en bestemming ‘Natuur – Waterwingebied’ hebben gekregen. 3.7Bestemmingsplan Buitengebied Best 2019 Gemeente Best heeft het Bestemmingsplan Buitengebied geactualiseerd, omdat het vorige bestemmingsplan van 2006 juridisch-planologisch was verouderd. De regelgeving is sinds het vorige bestemmingsplan veranderd en tal van grote ontwikkelingen hebben in het landelijk gebied en in de maatschappij plaats gevonden. Bovendien beoogt het nieuwe Bestemmingsplan Buitengebied aan te sluiten op de Structuurvisie buitengebied 2016 – 2030, zodat gemeente Best zowel een geactualiseerd beleids- als toetsingskader heeft om te sturen op ontwikkelingen in het buitengebied. Relevant voor het nieuwe Natuurgebied De Scheeken is dat het gebied in Bestemmingsplan Buitengebied Best 2019 de bestemming ‘Natuur’ heeft gekregen (zie figuur 7). Daarnaast hebben de zandwegen Kavelen, Lage Vleutweg, Molenkampseweg, Kanterseveldenweg (zandweggedeelte), Steenovensesteeg, Achterste-, Middelste- en Voorste Broekweg de bestemming ‘Bos’ gekregen. Deze zandwegen dienen als zodanig behouden te blijven. Bosrelict De Kavelen behoudt de bestemming ‘Bos’ in het vernieuwde bestemmingsplan. 3.8Beheerplan Bos en Natuur 2016 – 2026 Het Beheerplan Bos en Natuur beschrijft de beheervisie en beheerrichtlijnen van de gemeentelijke bossen en natuurterreinen Nieuwe Heide (324
- ha)en enkele kleine bospercelen (12
- ha)aan de zuidrand van de gemeente Best. Het beheerplan hanteert de Structuurvisie Buitengebied van Best als uitgangspunt en zet verder in op de ingeslagen weg van multifunctioneel bosbeheer, waarbij de functies natuur, recreatie en houtproductie zo optimaal mogelijk samen dienen te gaan. De houtoogst van de gemeentelijke bossen zijn FSC gecertificeerd. De gemeente ontvangt daarnaast voor het natuurbeheer jaarlijks een subsidie van de provincie vanuit het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL), omdat de Nieuwe Heide en de kleine bospercelen binnen de NNB liggen. Het Natuurgebied De Scheeken (15,5
- ha)valt volledig buiten het Beheerplan Bos en Natuur 2016 – 2026, omdat het immers een nieuw natuurgebied is wat nog niet was gerealiseerd toen het huidige Beheerplan Bos en Natuur in 2016 werd vastgesteld. De gemeente kiest ervoor om het nieuwe natuurgebied te beheren via een apart beheerplan, omdat De Scheeken en Nieuwe Heide twee wezenlijk verschillende landschappen betreffen met elk haar eigen dynamiek en natuurwaarden. 3.9Beheerplan Landschapselementen 2017 De gemeente Best heeft ongeveer 50 kleine landschapselementen in eigendom die verspreid en versnipperd in het buitengebied van de gemeente liggen. Landschapselementen zijn onder andere bomenlanen, houtsingels, poelen en grotere en kleinere bosjes. Deze landschapselementen waren niet opgenomen in het Beheerplan Bos en Natuur 2016 – 2026. De gemeente heeft daarom in 2017 het Beheerplan Landschapselementen vastgesteld om ook het beheer van deze kleine, maar voor de natuur en de cultuurhistorie o zo waardevolle groene stapstenen in het landschap te borgen. Elk landschapselement heeft in dit beheerplan haar eigen nummer gekregen. Voor Natuurgebied De Scheeken zijn de landschapselementen 15 (L15) en 49 (L49) vermeldenswaard, omdat ze tegen of dichtbij het nieuwe natuurgebied liggen. L15 is ongeveer 0,4 ha groot en ligt aan de oostzijde van het stukje geasfalteerde Voorste Broekweg langs de A2. L15 betreft een rechthoekig essenhakhoutbosje met een poel aan de zuidzijde, dat daarna overgaat in een smal driehoekig bramenstruweel dat in de uiterste zuidpunt grenst tegen het meest zuidelijk ingerichte perceel van Natuurgebied De Scheeken. De inrichting van Natuurgebied De Scheeken pakte ook het achterstallig onderhoud van het essenhakhout en de poel aan, door de essen tot knie- en enkelhoog terug te zetten, de poel op te schonen en de houtopslag van de oevers te verwijderen. Het beheer van L15 wordt voortaan in het Beheerplan Natuurgebied De Scheeken opgenomen, omdat deze door haar samenstelling en ligging een duidelijke relatie heeft met het nieuwe natuurgebied. Bij de eerst volgende actualisatie van het Beheerplan Landschapselementen wordt L15 daarom achterwege gelaten. L49 is een berken-eikenbosje met verspreid staande populieren en ook een poel aan de zuidzijde. Het is ongeveer 1 ha groot en ligt aan de oostzijde van het stukje geasfalteerde Achterste Broekweg langs de A2. L49 ligt op ongeveer 280 meter vanaf het dichtstbij gelegen perceel van Natuurgebied De Scheeken en staat hiermee in verbinding met een 2,5 meter brede gemeentelijke sloot (kadastraal bekend als G 508). Het landschapselement ligt aan de zuidzijde van NNB De Scheeken, maar maakt daar zelf geen deel vanuit. Hoewel het eigendom van gemeente Best is, heeft het Brabants Landschap op dit landschapselement het recht van erfpacht. Dat betekent dat Brabants Landschap verantwoordelijk is voor het beheer van L49. De poel wordt onderhouden door IVN Best. Het beheer van L49 wordt daarom niet opgenomen in het Beheerplan Natuurgebied De Scheeken. Dit landschapselement blijft wel vermeld bij de eerst volgende actualisatie van het Beheerplan Landschapselementen, aangezien L49 eigendom van de gemeente is en om een vinger aan de pols te houden op het gevoerde beheer door derden. Figuur 8. Foto’s boven: Enkele floristische doelsoorten die reeds in Natuurgebied De Scheeken voorkomen. In chronologische volgorde van links naar rechts zijn dat: bosanemoon, slanke sleutelbloem en pinksterbloem (foto’s WB). Foto’s midden en onder: Enkele fauna als doelsoorten voor Natuurgebied De Scheeken. In chronologische volgorde van links naar rechts zijn dat: oranjetipje (foto WH), oranje zandoogje (foto AV), kamsalamander en boomkikker (foto’s MS). 4Visie en beheerdoelen De gemeentelijke beheervisie voor Natuurgebied De Scheeken is het duurzaam behoud en beheer van de ecologische en maatschappelijke waarden in het nieuwe natuurgebied. Daarbij vormt het gebied een schakel tussen het rustigere natuurgebied NNB De Scheeken enerzijds, en de recreatief drukkere Groene Poort De Vleut anderzijds. Het accent in het noorden ligt duidelijk op natuur, het accent in het zuiden ligt duidelijk op recreatie. Het gemeentelijke Natuurgebied De Scheeken maakt als tussenliggende schakel deel uit van de geleidelijke zonering in het hele gebied. Het gemeentelijke natuurgebied is geografisch lang gerekt en is dusdanig ingericht dat het in zichzelf ook een zonering kent. De meer noordelijk en westelijk gelegen percelen zijn bestemd voor natuur en extensieve recreatie (wandelen). De meer zuidelijk en oostelijk gelegen percelen zijn behalve voor natuur en wandelen, ook bestemd voor spelen en beleven. Dat laatste uit zich in de aanwezige kunstobjecten en het zichtbaar maken van de cultuurhistorie van het gebied. Hieronder volgen de beheerdoelen voor de drie thema’s die in Natuurgebied De Scheeken van toepassing zijn, te weten: ‘Landschap & natuur’, ‘Cultuurhistorie’ en ‘Recreatie, kunst & maatschappij’. 4.1Landschap & natuur Gemeente Best streeft in Natuurgebied De Scheeken naar een hoge biodiversiteit met streekeigen soorten die passen bij het huidige kleinschalige cultuurlandschap op de vochtige leemgronden. De nieuwe inrichting van het natuurgebied is nog kleinschaliger en verfijnder qua samenstelling van landschapselementen dan het huidige landschap in De Scheeken is (zie de beheerkaart in bijlage 2). Het bestaat uit enkele houtsingels, mantel- en zoomvegetaties, een oud bosje, een hakhoutopstand en veel struweelsingels die op de randen of langs de vochtige, kruidenrijke hooigraslanden liggen. Amfibieënpoelen liggen verspreid in het gebied op een aantal van deze hooigraslandpercelen. Ook zijn een aantal ruigtestroken gerealiseerd. Direct langs de Beerendonkloop zijn door ondiepe afgravingen, plasdrasplekken ontstaan. Bij één van deze plekken zorgt een stuwtje voor stagnerend water rondom het natuurspeeleiland, waardoor deze gedurende een groot deel van het jaar een moerasachtig karakter krijgt. Vrijgekomen takhout en boomstobben zijn in enkele takkenrillen opgeworpen. Dit bonte pallet aan landschapselementen heeft het in zich om de biodiversiteit in het gebied een stevige stimulans te geven. 4.1.1Algemene beheerdoelen Landschap & natuur De algemene beheerdoelen voor het thema Landschap & natuur in het gebied zijn als volgt: De huidige landschapselementen in areaal behouden. Dit doel sluit aan bij één van de beheerdoelen van het thema Cultuurhistorie (zie paragraaf 4.2). Het oude bosrelict De Kavelen zoveel mogelijk met rust laten: ‘niets doen beheer’. Slechts in de randen sporadisch ingrijpen waar nodig of gewenst. Hakhoutbeheer uitvoeren in het essenhakhoutbosje van landschapselement L15. Het braamstruweel van L15 ligt onder de hoogspanningsmasten, daarom behoudt dit struweel zijn huidige vorm. Houtsingels dunnen met een selectie op een zo groot mogelijk diversiteit aan boom- en struiksoorten. Ruimte creëren voor een aantal geplante boomvormers. De mantel- en zoomvegetaties zodanig beheren dat een geleidelijk in hoogte oplopende vegetatiestructuur ontstaat. De laagste houtachtige vegetatie komt daarbij in de zuidwestelijke helft van het perceel te liggen. Dit is de helft dat grotendeels onder de hoogspanningsmasten ligt. Bomen mogen hier niet tot volle wasdom komen. De vegetatie in de noordoostelijke helft van het perceel grenst tegen de oude bosrelict De Kavelen. Hier mogen in de rand uiteindelijk verspreid wel bomen blijven staan. Een hoge diversiteit aan struweel minnende diersoorten nastreven in de struweelsingels. Bomen en dominante struiksoorten periodiek kappen om alle groeiruimte te geven aan een grote diversiteit aan struiksoorten. De takkenrillen in stand houden ter bevordering van schuilgelegenheid en overwinteringsplaatsen voor bepaalde fauna, zoals kleine marterachtigen en amfibieën. Nieuwe houtachtige aanplant niet meer in het natuurgebied inbrengen. Spontane vestiging van streekeigen bomen en struiken toestaan in de bestemde vijf type houtopstanden met het daarbij horende houtopstandbeheer (zie paragraaf 5.1). Exoten direct bestrijden en zorgvuldig verwijderen als deze zich in het gebied vestigen. Voorbeelden van invasieve exoten zijn: de Japanse/Sachalinse/Boheemse duizendknopen, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw, ambrosia en Amerikaanse vogelkers. Figuur 9. Hoewel de gewone pad een algemene soort in Nederland is, nemen de aantallen flink af. Het aantal gewone padden is landelijk gehalveerd. De gewone pad kan een steuntje in de rug gebruiken en is daarom als enige algemene amfibieënsoort opgenomen in de lijst van doelsoorten in Beheerplan Natuurgebied De Scheeken. Gelukkig heeft de gewone pad de nieuwe poelen in het nieuwe natuurgebied snel gevonden en plant hij zich inmiddels in twee opgeschoonde en zes nieuwe poelen succesvol voort. Bron van grafiek:https://www.ravon.nl/Portals/2/Bestanden/Publicaties/Nieuwsbrieven/SchubbenEnSlijm/RAVONBalans2020.pdf. Foto WB. De poelen, plasdrasplekken en hun oevers ecologisch beheren. Schaduwwerking en bladval zoveel mogelijk voorkomen op en in de poelen en de plasdrasplekken, om voldoende zonlicht en zuurstof in deze oppervlaktewateren te krijgen. Dit is nodig voor een goede ontwikkeling van bepaalde aquatische soortgroepen, zoals amfibieën en libellen. De grondlichamen van de vleermuiskelder en de twee bijenwanden extensief, maar voldoende frequent per jaar kort maaien. Het streven is een lage, ijle vegetatie ter behoud van deze grondlichamen. Kale plekken op de lemige steilkanten van de twee bijenwanden in stand houden. Hierdoor blijft voldoende nestgelegenheid over voor grond nestelende insecten, zoals bepaalde soorten wilde bijen en solitaire wespen. De vochtige hooigraslanden zo divers mogelijk ecologisch beheren. De ecologische beheervormen variëren in frequenties van vlak dekkend maaien tot en met het principe van sinusbeheer maaien. Waar mogelijkheden zich aandienen voor het herstel van de hydrologie in of dichtbij het natuurgebied om verdroging tegen te gaan en de natuurkwaliteit te verhogen, worden deze aangegrepen. Te denken valt onder andere aan: Dempen van sloten, verondiepen van sloten, meanderen van sloten en/of slootkanten onder een zeer flauwe hellingprofiel aanbrengen. Het schone deel van het hemelwater van de A2 het gebied in laten stromen in het stroomgebied van de Beerendonkloop. Belangrijke samenwerkingspartners daarin zijn Waterschap De Dommel, Brabants Landschap, Rijkswaterstaat en aangelande particulieren. 4.1.2Doelsoorten Natuurgebied De Scheeken Het terreinbeheer richt zich vooral op het verbeteren van het leefgebied van een aantal soortgroepen die van oudsher in dit kleinschalig cultuurlandschap voorkomen. Echter, gelet op het relatief bescheiden areaal en de lang gerektheid van het nieuwe gebied te midden van een intensiever agrarisch gebied met een bepaalde recreatiedruk, is realisme belangrijk in welke soortgroepen daadwerkelijk kansen hebben in het gebied. Het betreffen vooral de gebiedseigen flora en de kleinere fauna die tot de doelsoortgroepen (zie figuur 8 en figuur 9) worden gerekend van Natuurgebied De Scheeken. Concreet streeft de gemeente Best naar de vestiging en het behoud van de volgende doelsoort(groep)en in het gebied, waarbij het beheer zich richt op het duurzaam in stand houden van (deel)populaties van deze soorten: Doelsoorten Landschap & Natuur Streekeigen flora, vooral: pinksterbloem, bosanemoon, slanke sleutelbloem, welriekende agrimonie, knolsteenbreek, gulden boterbloem, echte koekoeksbloem, borstelbies, bosbies, liggend hertshooi, klein bronkruid, heelblaadjes, watermunt, kattenstaart, wolfspoot en diverse klaversoorten. Graslandvlinders, vooral: oranjetipje en oranje zandoogje. Wilde bijen, vooral: bruine slobkousbij, driedoornige metselbij, groepjesgroefbij, andoornbij, zwartgespoorde houtmetselbij, klaverdikpootbij, roodscheenzandbij, sporkehoutzandbij en distelbehangersbij. Amfibieën, vooral: kamsalamander, boomkikker en gewone pad. De doelsoorten bij graslandvlinders en wilde bijen zijn voor Natuurgebied De Scheeken bepaald op advies van de entomologen van respectievelijk De Vlinderstichting (zie bijlage 3) en Ecologica (zie bijlage 4). Honingbijen kunnen wilde bijen weg concurreren8Bron: https://www.hymenoptera-nev.nl/pdf/ThemaNummerBijenInStadEnDorp/ThemanrHVp096WildeBijenBevorderenInDeStadSamenMetHoningbijenKanDat.pdf. Daarom worden bijenkasten en bijenkorven in Natuurgebied De Scheeken niet toegestaan, aangezien wilde bijen een belangrijke doelsoortgroep is. De doelsoorten bij amfibieën zijn bepaald door de auteur van dit beheerplan, die tevens een ervaren herpetofauna-vrijwilliger is. Verder profiteren naar verwachting van de te behouden terreininrichting en het te voeren terreinbeheer: Struweelvogels, zoals grasmus, roodborsttapuit, fitis en spotvogel. Dagvlinders van struwelen en bosranden, zoals de kleine ijsvogelvlinder. Figuur 10. Op deze luchtfoto van een detail van Natuurgebied De Scheeken zijn de oude kavelsloten van voor de ruilverkaveling duidelijk in het landschap zichtbaar. De langwerpige, lijnvormige en parallel aan elkaar liggende donkere vegetatiestroken ‘verraden’ de historische zeer fijnmazige kavelstructuren van De Scheeken (zie gele cirkel). Sommige kavelsloten lagen haaks op elkaar, wat ook zichtbaar is op deze luchtfoto (zie blauwe cirkel). 4.2Cultuurhistorie Het kleinschalig cultuurlandschap in De Scheeken heeft de ruilverkavelingen redelijk goed doorstaan, waardoor het coulisselandschap met zijn kenmerkende populierenlanen en kleine landschapselementen nog duidelijk herkenbaar zijn. De inrichting van het nieuwe natuurgebied heeft het kleinschalige, halfopen coulisselandschap in dit deel van De Scheeken versterkt en hersteld door de aanleg van lijnvormige struweelsingels en een paar kleine bosjes (houtsingels). De cultuurhistorie van De Scheeken is daardoor meer zichtbaar gemaakt voor het publiek. De nieuwe populierenweide in de hoek van Kanterseveldenweg – Molenkampseweg versterkt nadrukkelijk het cultuurhistorisch accent van het gebied. Op de populierenweide zijn twee populierenrassen aangeplant, een oud ras aan de zuidoostelijke buitenrand en een nieuwer ras in de afgerasterde weide zelf. Het populierenlandschap als cultuurhistorisch productielandschap is in De Scheeken nieuw leven ingeblazen door het gebruik van streekeigen populierenhout voor de vervaardiging van onder andere de vlonderbrug en de speeluitkijktoren. Wie oog heeft voor ‘het lezen van het landschap’, zal het volgende onbedoelde, maar vermeldenswaardige verschijnsel in het gebied waarnemen: Oude kavelsloten van vóór de ruilverkaveling van midden 20e eeuw zijn zichtbaar geworden in de opgekomen vegetatie van de gegraven poelen en plasdrasplekken. De vegetatie uit zich door een andere soortensamenstelling en heeft daardoor ook een andere kleur dan in de vlakken naast de oude kavelsloten. Soorten als pitrus, hoge cyperzegge en watertorkruid domineren de blootgelegde bodems van de oude kavelsloten. Dit is vooral duidelijk zichtbaar op het perceel van het natuurspeeleiland (zie figuur 10). Hieruit blijkt duidelijk hoe fijnmazig het landschap voor de Tweede Wereldoorlog was. Het leert ons overigens ook hoe kiemkrachtig sommige plantensoorten nog zijn, nadat ze decennialang begraven lagen in de bodem. Tot slot zijn de onderhoudspoorten en klaphekken van hout gemaakt om het landelijke karakter en de natuurlijke uitstraling van het gebied te versterken. De onderhoudspoorten hebben bovendien een dusdanig robuuste vorm dat het bijdraagt aan de cultuurhistorische beleving van het gebied. De beheerdoelen voor het thema cultuurhistorie in het gebied zijn: De huidige landschapselementen in areaal behouden. Dit doel sluit aan bij één van de beheerdoelen van het thema Landschap & natuur (zie paragraaf 4.1.1). De populierenweide duurzaam en cultuurhistorisch in stand houden door: Het relatief oude, langzamer groeiende populierenras (Populus x canadensis ‘Marlandica’) in de buitenste rand aan de zuid- en oostzijde tot volle ouderdom te laten groeien en niet op te nemen in de houtoogst. Het relatief nieuwere, sneller groeiende populierenras (Populus nigra ‘Brandaris’) binnen de afrastering opnemen in het productielandschap. De populieren worden dus na verloop van tijd geoogst. De vrijgekomen boomstandplaatsen opnieuw aanplanten met populieren om de productiecyclus gaande te houden. Vee in het afgerasterde deel van de weide inscharen, zoals dit van oudsher ook in populierenweiden werd toegepast. Het vee zorgt daarmee tegelijkertijd voor het beheer van de weide. Het huidige aantal populierenhouten kunstobjecten in aantal en omvang niet verder uitbreiden om de zorgvuldig gekozen balans tussen de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden in het gebied te respecteren. De huidige populieren kunstobjecten bestaan uit een vlonderbrug, een speeluitkijktoren, een bomenbank en negen banken. De populierenhouten kunstobjecten in het gebied duurzaam in stand houden door deze tijdig te vervangen als dat nodig is. Opnieuw populierenhout toepassen bij de vervanging van (onderdelen van) deze kunstobjecten verdient de voorkeur om de cultuurhistorie van het gebied te behouden. Waar mogelijk in het beheer van de poelen en plasdrasplekken rekening houden met de in de vegetatie zichtbaar geworden oude kavelsloten, zolang dit geen afbreuk doet aan de beheerdoelen van het thema Landschap & natuur. Hout toepassen bij vervanging van (onderdelen) van de klaphekken en landschapspoorten. Het in stand houden en herstellen van de zandwegen en hun struweelrijke bermen in het gebied. Dit betreffen de Achterste Broekweg, Middelste Broekweg, Voorste Broekweg, Kanterseveldenweg (zandpadgedeelte), Steenovenseweg en Molenkampseweg. Dit bevordert ook de biodiversiteit. Figuur 11. In één oogopslag verbeelden deze foto’s het thema recreatie, kunst & maatschappij. In natuurgebied De Scheeken is met de klok van de foto’s mee ruimte voor: spelen, wandelen, fietsen en beleven. Foto’s SH. 4.3Recreatie, kunst & maatschappij Natuurgebied De Scheeken is grotendeels voor het publiek toegankelijk gemaakt, waarbij een zekere zonering wordt toegepast voor wandelen, spelen en beleven (zie figuur 11). Het gebied leent zich ook voor educatie en natuurinventarisaties door verenigingen en andere vrijwilligersgroepen. Het rolstoelpad vormt van zuid naar noord de ‘rode ader’ in het gebied en loopt grotendeels parallel aan de ‘blauwe ader’ van het gebied, de Beerendonkloop. Het rolstoelpad weerspiegelt ook de belangrijkste recreatieve doelgroep van het gebied: de wandelaars, inclusief rolstoelgebruikers. Er lopen door het gebied dan ook drie wandelroutes, namelijk een rode route (4,5 km), een blauwe route (3
- km)en een groene route (2
- km)voor de rolstoelgebruiker. Alle drie de wandelroutes starten en eindigen op het transferium bij de Groene Poort De Vleut. Het natuurspeeleiland, de populierenweide en het perceel met de mantel- en zoomvegetaties zijn ook ingericht op spelen of andere vormen van beleving. De gemeente faciliteert deze maatschappelijke functies in het gebied zonder hierbij afbreuk te doen aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden in het gebied. Daarvoor zijn de volgende beheerdoelen: Alleen het graspad in de populierenweide, het rolstoelpad en de vlonderbrug zijn opengesteld voor wandelaars. Het speeleiland en de populierenweide zijn opengesteld voor wandelaars, voor bezoekers die willen zitten op de banken of picknicken en voor spelende kinderen. Ongewenste vormen van recreatie op en buiten de openbare wegen en paden tegengaan door de aanwezige en te behouden klaphekjes, onderhoudspoorten en openstellingsborden. Daarnaast vindt handhaving plaats. Bezoekers van het gebied stimuleren hun eigen afval mee te nemen door dit aan te geven op openstellingsborden en geen prullenbakken in het gebied te plaatsen. Het natuurspeeleiland moet toegankelijk blijven voor het publiek, daarom wordt dit grondlichaam vier keer per jaar gemaaid. Het speeleiland is rechtstreeks te bereiken via de populieren vlonderbrug vanaf de fietsenstalling op de t-splitsing Kanterseveldenweg – Koppelstraat. De informatie over het gebied op de informatiezuilen en de wandelroutepaaltjes actueel houden. Op de informatiezuilen is ook ruimte vrijgelaten om tijdelijk nieuws aan het publiek kenbaar te maken, bijvoorbeeld voor voorlichting over een bepaalde beheeringreep. De informatiezuilen staan bij de fietsenstalling en de ingang van de populierenweide. Beide staan vlakbij de Kanterseveldenweg. De derde informatiezuil staat nabij de ingang van het transferium bij de Groene Poort De Vleut aan de Koppelstraat. Waar mogelijk en wenselijk kleinschalige beheermaatregelen uitvoeren met of educatieve rondleidingen geven door vrijwilligersgroepen, zoals bijvoorbeeld IVN of Bewonersoverleg Best-Oost. De recreatieve zonering in het gebied wordt gegarandeerd door: Speeltoestellen / speelaanleidingen met een natuurlijke uitstraling alleen toestaan op het natuurspeeleiland met een maximum aantal van vijf stuks, zoals nu het geval is. Momenteel bestaan deze uit: een houten kabelbaan, een waterpomp, een houten speeluitkijktoren, een liggende klimboom en zwerfkeien (de laatste twee betreffen een speelaanleiding). Alleen het huidige aantal en de huidige uiting van kunstwerken toestaan op de populierenweide en op het perceel met de mantel- en zoomvegetaties. Respectievelijk zijn dat de mozaïeken bank en de vijf fabeldieren. Banken alleen toestaan op de populierenweide, op het perceel met de mantel- en zoomvegetaties en op het speeleiland. Met een maximum aantal van in totaal tien stuks, zoals nu het geval is. Recreatie aansturen of reguleren door kwetsbare terreindelen te ontzien als blijkt dat de ecologische waarden te sterk onder druk staan of dreigen te verdwijnen. Figuur 12. Foto boven: Het hout dat vrijkomt bij het beheer van de houtopstanden, wordt verwerkt in takkenrillen in het natuurgebied. Foto beneden: Bij bosrelict De Kavelen begint het gemeentelijke Natuurgebied De Scheeken. Foto boven SH. Foto onder WH. 5Beheerprogramma Elk type landschapselement verlangt zijn eigen vorm van beheer, waarbij rekening wordt gehouden met de beheerdoelen van de drie thema’s en met extra aandacht voor de doelsoorten van het thema Landschap & natuur (zie paragraaf 4.1.2). De verschillende landschapselementen zijn in het gemeentelijke digitale beheerprogramma GeoVisia opgenomen. Bijlage 2 toont de beheerkaart zoals in GeoVisia opgenomen voor het te voeren terreinbeheer in De Scheeken. 5.1Beheer houtopstanden en houtrillen Houtopstanden zijn vegetaties waarin bomen en struiken bepalend zijn. In Natuurgebied De Scheeken onderscheiden we vijf type houtopstanden: bos, hakhoutbos, houtsingel, mantel- en zoomvegetatie en struweelsingel. Elk type houtopstand heeft zijn eigen beheeraccenten, in onderstaande sub-paragrafen zijn deze verder uitgewerkt. Het beheer van de verschillende houtopstanden kent echter ook een aantal overeenkomende basisprincipes. Snoei en kap vinden in alle opstanden in de winterperiode met bepaalde regelmaat plaats om de vegetatiestructuur te vergroten en om te sturen op de soortensamenstelling in de vegetatie. Het vrijkomende hout vanuit het beheer van de houtopstanden wordt consequent verwerkt in de takkenrillen van het natuurgebied (zie figuur 12). De takkenrillen blijven op deze wijze intact. 5.1.1Bosrelict De Kavelen Het oude bosrelict De Kavelen (zie figuur 12) krijgt zoveel mogelijk rust. Dood hout blijft staan of liggen. Slechts in de randen wordt bij gevaarzetting langs de doorgaande wegen en paden gesnoeid of in het uiterste geval gekapt. Aan de zuidrand dient wel een geleidelijke, maar smalle bosrand te blijven bestaan voor de verhoging van de biodiversiteit. Dit wordt in stand gehouden door tijdig houtopslag te kappen en het vrijkomende hout in deze op het zuiden georiënteerde bosrand op lage takkenhopen of -rillen te leggen. 5.1.2Hakhoutbosje L15 Het essenhakhoutbosje van landschapselement L15 wordt periodiek en gefaseerd in perceelblokken terug gesnoeid. De bomen (bestaande uit voornamelijk gewone essen) eens per 5 à 7 jaar terugsnoeien op stoven van wisselend tot enkel- en kniehoog. Aanwezige struiken, zoals gewone hazelaar, worden tijdens dit hakhoutbeheer zoveel mogelijk ontzien. Het braamstruweel van L15 wordt behouden door houtopslag of andere opkomende struiken tijdig te verwijderen. 5.1.3Houtsingels De twee houtsingels worden periodiek en geleidelijk gedund. Een aantal van de geplante winterlinden en fladderiepen krijgen maximale groeiruimte door de houtsingels geleidelijk te dunnen, waarbij de natuurlijke habitus van deze bomen wordt nagestreefd. De geleidelijke dunningen vinden ongeveer eens per 5 jaar plaats. Aanwezige struiksoorten worden tijdens dit hakhoutbeheer zoveel mogelijk ontzien. Dit betekent vooral boomvormers dunnen, behalve een aantal van de eerder genoemde winterlinden en fladderiepen. 5.1.4Mantel- en zoomvegetaties De zuidwestelijke helft van de mantel- en zoomvegetaties eens per 4 à 7 jaar dunnen, waarbij in elk geval alle boomopslag wordt verwijderd. Doornige struiksoorten zoveel als mogelijk sparen in deze helft van de mantel- en zoomvegetatie. De noordoostelijke helft van de mantel- en zoomvegetaties eens per 6 à 10 jaar dunnen. Individuele struikvormers zoveel mogelijk groeiruimte geven in zoveel mogelijk soorten. De geplante boomvormers zoete kers, winterlinde en zwarte els worden gespaard op kansrijke groeiplaatsen in de rand naar het oude bosrelict De Kavelen. 5.1.5Struweelsingels Opkomende bomen in de struweelsingels periodiek kappen om de struiken alle groeiruimte te geven. Dominante struiksoorten ook periodiek kappen, opdat minder dominante struiksoorten voldoende groeiruimte krijgen. De beheerfrequentie voor struweelsingels ligt op eens per 6 jaar. Figuur 13. De gesloten schotbalkstuw (een zogenaamde LOP-stuw) op de bovenste foto, creëert een groot deel van het jaar een moerasachtig karakter rondom het natuurspeeleiland (onderste foto). Foto’s WB. 5.2Beheer oppervlaktewateren en plasdrasplekken Het beheer van de poelen en hun oevers, de plasdrasplekken en een aantal sloten bestaat uit het periodiek en gefaseerd vegen en/of maaien. Houtopslag wordt zoveel mogelijk voorkomen door deze tijdig weg te maaien. Zijn deze wateren en plasdrasplekken waterhoudend op moment van het uit te voeren beheer, dan worden deze geveegd met bijvoorbeeld een maaikorf. Dat is ook het geval als een water niet waterhoudend is, maar waarvan de bodem of oever dusdanig nat is, dat maaien niet mogelijk is. Is een water of plasdrasplek voldoende droog komen te vallen, dan worden de bodem en oevers ervan gemaaid. Meestal gebeurt dat dan met speciale maaimachines met bepaalde (rups)banden om insporing en bodembederf te voorkomen. Het jaar 2020 was bijvoorbeeld dusdanig droog dat alle droog gevallen oppervlaktewateren en plasdrasplekken konden worden gemaaid. Een aantal sloten en de oevers van de poelen en plasdrasplekken (zie figuur 13) worden één keer per jaar in september geveegd/gemaaid. De poelen zelf worden eens per 7 à 8 jaar in september geveegd, waarbij bij voorkeur elk jaar één poel onder handen wordt genomen. De wijze van vegen/maaien is voor alle oppervlaktewateren en plasdrasplekken hetzelfde: er wordt gefaseerd gemaaid. Dat wil zeggen dat deze aquatische landschapselementen in jaar A voor circa driekwart wordt geveegd/gemaaid en in het daarop volgende jaar B wordt de resterende kwart geveegd/gemaaid. Het maaisel/veegsel blijft maximaal 5 werkdagen op de oevers liggen om vervolgens te worden afgevoerd. De Beerendonkloop is een A-watergang en wordt door Waterschap De Dommel onderhouden. Zij vegen deze waterloop tweemaal per jaar (juni en september). Gemeente Best heeft met Waterschap De Dommel afgesproken dat de gemeente het maaisel/veegsel afvoert, omdat het waterschap het maaisel/veegsel van hun watergangen meestal (veel) langer laten liggen dan 5 werkdagen. Dit werkt verrijkend op de vegetatie en dat is ongunstig voor de gewenste schralere vegetatieontwikkeling op de aangrenzende schouwpaden. De waterloop die aan de oostzijde van het natuurspeeleiland naar de Beerendonkloop stroomt, heeft een stuw net ten zuiden van waar de waterloop de Voorste Broekweg kruist. De LOP-stuw bestaat uit enkele verticaal opgestelde dwarsbalkschotjes met op elke schot een metalen ring. De schotjes zitten ingeklemd tussen twee verticale metalen rails. In deze rails zitten gaten waar een dwarspin horizontaal doorheen kan om de schotjes via hun ringen op het verticale vlak in hoogte te verstellen. Deze techniek maakt het mogelijk het waterpeil te sturen in de waterloop ten zuiden van de stuw. Alle schotjes blijven in principe gesloten om het water zo lang mogelijk op zo’n hoog mogelijk waterpeil in dit deel van het natuurgebied vast te houden. Hierdoor blijft ook de plasdrasplek om het natuurspeeleiland een groot deel van het jaar nat (zie figuur 13). De stuw kan gedeeltelijk of geheel worden geopend bij extreme situaties. Dit zal naar verwachting zelden het geval zijn. 5.3Beheer hooigraslanden Het beheer van hooigraslanden kent een aantal basisprincipes. Beheer van hooigraslanden vindt altijd handmatig en/of machinaal plaats. Los van het feit dat dit een cultuurhistorische wijze is van beheren van dit type graslanden die in dit gebied thuishoren, is het beheer van deze graslanden door middel van begrazing niet gewenst. Voornaamste reden is dat vee bepaalde medicijnen krijgen toegediend dat ook in dusdanige concentraties is terug te vinden in de ontlasting. Hierdoor sterven insecten die op deze ontlasting afkomen9bron: https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=27178. Dat is onwenselijk voor de insecten die tot de doelsoortgroepen van de vochtige hooigraslanden behoren (zie paragraaf 4.1.2). Een ander belangrijk basisprincipe is dat het maaisel tot maximaal 5 werkdagen op de gemaaide hooigraslandpercelen blijft liggen. Het doel hiervan is dat zaad van kruiden en grassen voldoende tijd krijgen om zaad te zetten. Daarnaast krijgen de kleine fauna, zoals insecten en amfibieën voldoende tijd om dekking te zoeken vanuit de gemaaide percelen naar de ongemaaide delen of aangrenzende struweel- en houtsingels. Langer dan 5 werkdagen mag het maaisel niet blijven liggen, omdat dan teveel voedingstoffen in de bodem terugvloeien. Dit werkt verrijkend. Slechts enkele ruigtekruidensoorten worden dan (
- te)dominant in de vegetatie. Dit gaat ten koste van de biodiversiteit. Het maaisel van de hooigraslanden altijd afvoeren om op de lange termijn een schralere bodem met een ijlere, soortenrijkere vegetatie te krijgen. Figuur 14. Boven: Voorbeeld van sinusbeheer. Deze vorm van ecologisch graslandbeheer leidt tot een zo groot mogelijke variatie in vegetatiehoogte en -samenstelling met veel randen. Hierdoor ontstaan veel beschutte, warme zonplekjes die met name voor insecten zoals vlinders en bijen erg belangrijk zijn. Foto onder: een recent gemaaid sinuspad in juni in De Scheeken. Foto WB. Bron voorbeeld:https://www.enschede.nl/afval-milieu-duurzaamheid/duurzaam053/biodiversiteit/enschede-bloeit-op/hoe-houden-we-het-mooi Het te gebruiken materieel voor het beheer van hooigraslanden is afhankelijk van de omvang en gesteldheid van het terrein. Als de vochtige hooigraslanden dusdanig vochtig tot nat zijn, worden speciale machines ingezet om insporing en bodembederf te voorkomen. Grondlichamen zijn doorgaans voldoende droog, maar dusdanig klein dat deze veeleer worden gemaaid met een bosmaaier en/of éénasser met maaibalk. Het is voor de gemeente als opdrachtgever belangrijk hierop toe te zien, opdat de hooigraslanden in bepaalde omstandigheden op de juiste en zorgvuldige wijze worden beheerd. 5.3.1De grondlichamen Het maaien van de grondlichamen van de vleermuiskelder, de twee bijenwanden en het natuurspeeleiland vindt vier keer per jaar plaats. Het betekent dat deze grondlichamen eens per 2 maanden in het groeiseizoen worden gemaaid. Bij dit maaibeheer speelt voor het natuurspeeleiland niet alleen het behoud van het grondlichaam een rol, maar uiteraard ook de toegankelijkheid voor het publiek. De lemige steilkanten van de twee bijenwanden worden pleksgewijs afgestoken of zeer kort gemaaid om overmatig dichtgroeien van kale plekken met planten te voorkomen. Dit gebeurt eenmaal per jaar. 5.3.2De vochtige hooigraslanden De vochtige hooigraslanden bestaan uit een aantal percelen met elk zijn eigen maairegime en -aanpak. Het schouwpad langs de Beerendonkloop, een aantal graslandpercelen en graslandranden worden twee keer per jaar geheel gemaaid. Dit vindt elk jaar in juni-juli en augustus-september plaats. Een tweetal voor flora kansrijke graslandpercelen worden één keer per jaar geheel gemaaid in september. Vier graslandpercelen worden gemaaid volgens het principe van sinusbeheer maaien (zie figuur 14). In dit natuurgebied betekent dat: in juni en augustus sinuspaden maaien om vervolgens vier tot vijf weken later respectievelijk binnen en buiten het sinuspad te maaien. 5.3.3De ruigtestroken Ruimte voor ruigtestroken is gereserveerd op een tweetal kleine plekken in het gebied. Het maaien van de ruigtestroken vindt eens per 2 jaar in september gefaseerd plaats. In jaar A wordt één helft gemaaid, in het daaropvolgende jaar B de andere helft. 5.4Beheer zandwegen en hun bermen De zandwegen in het gebied (zie paragraaf 4.2) worden indien nodig periodiek (ongeveer eens per jaar) machinaal bolrond geschaafd om te langdurige natte zonken in de paden te voorkomen. Het tegengaan van plasvorming wordt verder beperkt door bij de frequent voorkomende plassen smalle doorsteken in de berm naar de naastliggende sloot te graven, zodat het water kan wegstromen. Hierbij moet wel worden opgepast dat de bermen zelf niet te veel worden aangetast. In de bermen staan aan weerszijden van de zandwegen populierenrijen met hier en daar zomereiken. De populieren worden alleen vervangen op moment dat dit nodig is. Dit dient zoveel mogelijk gefaseerd te gebeuren. Verspreid staan in sommige bermen ook spontane houtopslag van onder andere eik, populier en veldesdoorn. Met uitzondering van veldesdoorn wordt de houtopslag als zij een diameter van 10 tot 15 cm bereiken, periodiek en gefaseerd terug gesnoeid tot enkelhoog. De veldesdoorns zijn drachtplanten voor wilde bijen en blijven daarom gespaard, maar over zandpad hangende takken worden weg gesnoeid. In de onder beplanting van de bomenrijen groeien veelal grassen, bramen en soms ook bijzondere planten, zoals grote wederik en welriekende agrimonie. Bramen en grassen die teveel het zandpad op groeien, worden terug gemaaid tot in de rand van de berm. Niettemin dienen de bramen in de berm zelf zoveel mogelijk gespaard te worden in het beheer. Braamstruwelen zijn namelijk belangrijk als zonplekken voor de doelsoort boomkikker en verder als drachtplant en nestelgelegenheid voor sommige wilde bijen. Grote wederik en welriekende agrimonie worden in het bermbeheer ook gespaard. Grote wederik is een drachtplant voor de doelsoort bruine slobkousbij en welriekende agrimonie is zelf een doelsoort in dit beheerplan. Waar mogelijk worden de groeiplekken van deze twee plantensoorten via maatwerk beheer (zie paragraaf 5.7) beschermd en versterkt. Figuur 15. Boven: Poel bij de populierenweide. Onder: Roodbonte koeien ‘beheren’ de populierenweide. Foto’s RK. 5.5Beheer populierenweide De populierenweide (zie figuur 15) heeft vooral een cultuurhistorisch oogmerk en speelt natuur een daaraan ondergeschikte rol. Vandaar dat vee wel in het beheer in het grootste deel van de populierenweide wordt toegepast. Van oudsher worden vooral koeien in populierenweide ingeschaard. Daarom wordt voor beweiding met koeien gekozen in het afgerasterde deel van de weide (zie figuur 15). De koeien worden ‘om niet’ ingezet door een boer uit de buurt. Er is een gebruikersovereenkomst voor meerdere jaren met de boer afgesloten. Buiten de afrastering ligt het publiek toegankelijke deel. Dit deel wordt machinaal tweemaal per jaar in juni-juli en augustus-september gemaaid, zodat wandelaars vanaf Kanterseveldenweg de blauwe wandelroute langs de populierenweide naar Molenkampseweg kunnen volgen. De relatief sneller groeiende populieren binnen afrastering van de populierenweiden worden ongeveer eens per 30 jaar geoogst om te voldoen aan het principe van populierenlandschap als productielandschap. Vervolgens worden nieuwe populieren geplant en begint de cyclus opnieuw. De rij met relatief langzaam groeiende populieren buiten de afrastering mogen tot volle ouderdom uit groeien. (zie ook paragraaf 4.2) 5.6Beheer infrastructuur, speeltoestellen en terreinmeubilair De grasranden langs het rolstoelpad worden driemaal per jaar tot ongeveer een meter breed kort gemaaid met een maaizuigcombinatie. Waar nodig worden op dat moment ook het rolstoelpad op groeiende pollen gras en andere kruiden met een bosmaaier en/of een schoffel weg gemaaid of geschoffeld. Het rolstoelpad zelf wordt elke winter twee à drie keer geveegd door de Buitendienst. De speeltoestellen worden net als alle speeltoestellen in Best, twee keer per jaar door de Buitendienst geïnspecteerd. De inspectiegegevens worden vastgelegd in het gemeentelijk beheerprogramma. Mocht uit de inspecties blijken dat de toestellen gebreken vertonen, dan worden deze hersteld. Onherstelbaar kapotte speeltoestellen worden vervangen. De Buitendienst onderhoudt verder de informatieborden en -bordjes en bijhorende zuilen en palen. Het bijmaaien van de diverse afrasteringen (inclusief poorten en klaphekjes), vlonderbrug en overige terreinmeubilair wordt uitbesteed. Het bijmaaien hiervan vindt tweemaal per jaar plaats. 5.7Maatwerk beheer Soms zijn eenmalige en/of niet cyclische beheermaatregelen nodig om te voldoen aan de doelen van Beheerplan Natuurgebied De Scheeken. Een voorbeeld daarvan is dat de doelsoort welriekende agrimonie één groeiplek heeft in het natuurgebied. Deze groeiplek ligt in een berm van een zandpad, maar dreigt weg geconcurreerd te worden door riet dat vanuit de erlangs liggende sloot de berm ingroeit. Het riet wordt hier met een bosmaaier kort gemaaid, nadat de welriekende agrimonie is uitgebloeid. Er wordt gemonitoord of één keer per jaar maaien volstaat of dat een maaibeurt extra of juist minder nodig is. Een ander voorbeeld is dat soms maatwerk beheer nodig is om poelen voldoende open te houden. Snel groeiende soorten als wilg en riet laten poelen snel verlanden, wat ongunstig is voor bepaalde soorten. Het kan dan nodig zijn om bepaalde delen van de poelen en/of hun oevers eerder te maaien dan eens per 7 à 8 jaar. Beschermde dier- en plantsoorten die in bepaalde landschapselementen die respectievelijk nest- of schuilplaatsen of standplaatsen hebben, worden tijdens het reguliere, cyclische natuurbeheer ontzien conform de landelijke Gedragscode Natuurbeheer10bron: https://www.vbne.nl/productdetails/gedragscode-natuurbeheer. Daarnaast zijn soms kleine herstelwerkzaamheden nodig aan het terreinmeubilair, bijvoorbeeld als een ketting van een klaphekje is gebroken en de ketting vervangen moet worden. Figuur 16. Van boven naar beneden: andoornbij en distelbehangersbij zijn twee doelsoorten in Natuurgebied De Scheeken. De vrijwilligers van de plantenwerkgroep van IVN Best brengen periodiek onder andere de drachtplanten van deze soorten in kaart. Foto’s TF. 6Participatie De inrichting van Natuurgebied De Scheeken is mede tot stand gekomen door en met een aantal lokale verenigingen en omwonenden. De gemeente heeft tijdens het inrichtingsproces onder andere de gemeenteraad, buurtbewoners en de Klankbordgroep Groen met enige regelmaat geïnformeerd aan de hand van presentaties en/of veldbezoeken. Dit heeft tot een breed draagvlak geleid voor de totstandkoming van het natuurgebied. Verenigingen en omwonenden volgen ook of zijn betrokken bij de verdere ontwikkelingen en het beheer in natuurgebied. Daarbij pakken zij elk een eigen rol of taak in het gebied. Zo wordt de betrokkenheid bij en het draagvlak voor het natuurgebied levend gehouden. 6.1Monitoren Het monitoren van de doelsoorten en andere bijzondere organismen in Natuurgebied De Scheeken helpt de gemeente Best na te gaan of de natuur in het gebied zich in de gewenste richting ontwikkelt. De resultaten van de natuurmonitoring kunnen leiden tot bijsturing van het terreinbeheer om de vestiging en de instandhouding van met name de doelsoorten te bewerkstelligen. Monitoring van dier- en plantsoorten wordt uitgevoerd volgens gestandaardiseerde, vaak landelijk erkende werkwijzen. Verschillende natuurvrijwilligers hebben Natuurgebied De Scheeken al snel gevonden en volgen de natuurontwikkeling in het gebied al sinds begin 2020 (dus nog vóór de oplevering van de inrichting). Soms benadert de gemeente actief natuurvrijwilligers om bepaalde soorten te monitoren. Deze natuurvrijwilligers krijgen dan officieel opdracht voor het verrichten van bepaalde monitoringswerkzaamheden. Soms bieden natuurvrijwilligers zelf hun diensten aan. De gemeente bekijkt dan of er mogelijkheden zijn. Als er mogelijkheden zijn, sluit de gemeente vrijwilligersovereenkomsten met deze natuurvrijwilligers. Zowel een officiële opdracht van de gemeente als een ondertekende vrijwilligersovereenkomst vormen de gebiedsontheffing voor de natuurvrijwilliger om zich in Natuurgebied De Scheeken buiten de paden te begeven. De natuurvrijwilliger dient echter zelf een ontheffing op de Wet natuurbescherming (Wnb) te regelen bij bevoegd gezag (de provincie) of via de landelijke soortorganisaties11bronnen: https://www.soortennl.nl/soortenorganisaties en https://www.sovon.nl/ om soorten (discreet) te mogen verstoren tijdens de monitoringsactiviteiten. De natuurvrijwilliger dient de opdracht of vrijwilligersovereenkomst én indien van toepassing de ontheffing Wnb altijd op zak te hebben. Zij kunnen daar op worden gecontroleerd door politie of de gemeentelijke BOA’s. Verschillende soortgroepen worden al gemonitord in het gebied. De meeste natuurvrijwilligers komen uit Best. De volgende soorten/soortgroepen worden inmiddels op de volgende wijze gemonitord: Flora en wilde bijen. De flora worden in opdracht van de gemeente eens per drie jaar op vaste transecten in het gebied gemonitord door de plantenwerkgroep van IVN Best, conform de werkwijze zoals in bijlage 4 aangegeven. In dezelfde periode worden de wilde bijen gemonitord door een entomoloog van een ecologisch adviesbureau. De entomoloog verwerkt aan het eind dat jaar de data van waargenomen flora en wilde bijen tot een monitorings- en adviesrapport (zie figuur 16). De data worden ook doorgegeven aan Waarneming.nl Vleermuizen. De vleermuiskelder wordt elke winter eenmaal bezocht door twee vleermuisecologen, die de wintertellingen op vrijwillige basis uitvoeren. De natuurvrijwilligers tellen welke vleermuissoorten in de kelder overwinteren en hoeveel ze van elke soort tegen komen. De gegevens worden gedeeld met de gemeente en de Zoogdiervereniging. De twee vrijwilligers hebben een vrijwilligersovereenkomst. Amfibieën. De poelen en plasdrasplekken worden voor het landelijke Meetnetprogramma Amfibieën vier maal per jaar gemonitord op de aanwezigheid van amfibieën. Dit wordt uitgevoerd volgens de richtlijnen van de landelijke soortenorganisatie RAVON en het CBS12bron: https://www.ravon.nl/Help-mee/Tellen/Amfibie%C3%ABn/Vast-Traject. In Natuurgebied De Scheeken zijn twee ervaren amfibieënvrijwilligers actief. Gegevens worden jaarlijks verwerkt in een landelijke database en een export hiervan wordt gedeeld met de gemeente. De twee vrijwilligers hebben een vrijwilligersovereenkomst. De natuurvrijwilligers hebben in 2020 al veel waarnemingen van flora en fauna verzameld, waaronder ook een aantal van de doelsoorten (zie bijlage 4 en 5). Van sommige doelsoorten was reeds bekend dat zij in of vlakbij het gebied voorkwamen. Van sommige andere soorten werd hun aanwezigheid vermoed en werden ze vervolgens in het gebied gevonden. Gemeente Best is nog op zoek naar één of twee ervaren natuurvrijwilligers die de soortgroep dagvlinders jaarlijks willen monitoren. Figuur 17. Boven: De populierenweide werd reeds in september 2019 opgeleverd en feestelijk geopend. Bron:https://www.ed.nl/best-meierijstad-en-son/nieuwe-populierenweide-in-de-vleut-geopend~ab8de315/. De populierenweide is ontworpen door IVN Best en de Brabantse Populierenvereniging, beide organisaties zijn actief in de Klankbordgroep Groen. 6.2Fotograferen Nu het natuurgebied gereed is, is het interessant om de ontwikkeling van dit deel van landschap De Scheeken ook in beeld te volgen gedurende de seizoenen en jaren. Hoe groeien de planten in het gebied? Hoe wordt het gebied gebruikt door de bezoekers? Welke kleuren laat het gebied zien in de seizoenen? Een foto zegt dan vaak meer dan het geschreven woord. De gemeente Best is bovendien trots op dit nieuwe gebied en wil dat dan ook graag in woord én beeld uitdragen. De gemeente zou dan ook graag aan de hand van foto’s een beeldbank van het gebied willen maken. Om Natuurgebied De Scheeken in al zijn facetten op de gevoelige plaat vast te leggen, zoekt de gemeente via en met Bewonersoverleg Best-Oost de samenwerking met fotografievrijwilligers die in de buurt wonen. Het gebied ligt immers bijna in hun achtertuin en zij zijn dan ook meestal bekend in het gebied. Een aantal buurtbewoners die graag in hun vrije tijd fotograferen zijn inmiddels bereid gevonden om met enige regelmaat foto’s in en van het gebied te maken. Met deze vrijwilligers zijn vrijwilligersovereenkomsten gesloten. 6.3Zwerf Afval Pakkers Sinds 2018 zet gemeente Best in op een extra aanpak van het zwerfafval in de openbare ruimte. Hiervoor wordt sindsdien jaarlijks een actieplan door een adviesbureau opgesteld. Deze acties lopen uiteen van educatieprogramma’s op scholen tot (ondersteuning van) landelijke en lokale opschoonacties. De laatste jaren is ook een groeiende groep vrijwilligers actief, die in hun vrije tijd regelmatig zwerfafval oprapen. Dit zijn de zogenaamde Zwerf Afval Pakkers (ZAPpers). Deze ZAPpers worden door de gemeente gefaciliteerd door onder andere materialen te leveren en volle zakken op te halen. Eén van de ZAPpers neemt inmiddels Natuurgebied De Scheeken af en toe ook op zijn route mee om zwerfafval in het gebied op te ruimen. Daarnaast organiseert Bewonersoverleg Best-Oost op een aantal vaste momenten per jaar opschoonacties in het buitengebied van Best Oost. Bewonersoverleg Best-Oost is gevraagd om Natuurgebied De Scheeken ook mee te nemen in hun route tijdens hun opschoonacties. 6.4Buurtbewoners De buurtbewoners van buurtschap De Vleut en omgeving zijn tijdens het inrichtingsproces betrokken geweest in de totstandkoming van het natuurgebied en inmiddels verrichten zij ook een aantal vrijwilligersactiviteiten in het gebied (fotograferen en zwerfafval rapen, zie voorgaande paragrafen). Het Bewonersoverleg Best-Oost vormt voor de gemeente een belangrijk intermedium met de buurtbewoners. De gemeente bekijkt samen met Bewonersoverleg Best-Oost of nog andere vrijwilligersactiviteiten op te pakken zijn in het gebied. Daarbij valt te denken aan onder andere inventarisatie/monitoring van flora en fauna of kleinschalig natuurbeheer in de houtopstanden. Het doel om buurtbewoners actief te betrekken is meerledig. Zij kunnen bijdragen het natuurgebied duurzaam in stand te houden. Het gebied ligt in hun directe woon- en leefomgeving en de buurtbewoners zijn daarmee de ‘ogen en oren’ in het gebied. Zij kunnen bijvoorbeeld eventuele onregelmatigheden in het gebied sneller signaleren en melden bij de gemeente. Tegelijkertijd kan een betrokken buurt de gemeente ook scherp houden of de gemeente voldoet aan de gestelde doelen in dit beheerplan. 6.5Klankbordgroep Groen De Klankbordgroep Groen bestaat in Best sinds 2013. De aan de klankbordgroep deelnemende organisaties en groepen betreffen: Best Duurzaam, Bewonersoverleg Aarle-Heikant, Bewonersoverleg Best-Oost, Brabantse Populierenvereniging, Erfgoedvereniging Dye van Best, gemeente Best, IVN Best, Jagersvereniging Best en ZLTO Best. Een belangrijke doelstelling van de Klankbordgroep Groen is de gemeente te adviseren in het gemeentelijke beleid en in projecten aangaande te thema’s landschap, natuur, groen, recreatie en erfgoed. Dit geldt zowel voor het buitengebied als binnen de bebouwde kom. De leden van de klankbordgroep dragen zelf initiatieven aan voor betreffende de thema’s, die ze vervolgens met elkaar bespreken. Figuur 18. Boven: Een schematische weergave van de SIMMBA-stuw met een korte toelichting van de bedenker over hoe de stuw werkt. Bron:https://www.dommel.nl/waterschap-ontwikkelt-slimme-simmba-stuw. Onder: beoogde locatie waar de SIMMBA-stuw in het natuurgebied wordt geplaatst met rode cirkel aangegeven. Paarse cirkels betreffen nieuwe LOP-stuwen die in De Vleut in 2019 en 2020 zijn geplaatst om hemelwater langer in het gebied vast te kunnen houden. Wat betreft Natuurgebied De Scheeken is de Klankbordroep Groen ook nauw betrokken geweest bij de inrichting. Een mooi en concreet voorbeeld is de populierenweide. Het ontwerp van de populierenweide is van IVN Best en de Brabantse Populierenvereniging (zie figuur 17). De koeien die in de populierenweide grazen, zijn van een boer die actief is bij ZLTO Best. Verder is de naam van het nieuwe natuurgebied bedacht door de Erfgoedvereniging en zijn verschillende populierenhouten terreinmeubilair van de hand van de Brabantse Populierenvereniging. Tot slot zijn verschillende vrijwilligers via Bewonersoverleg Best-Oost of via en namens IVN Best actief in het gebied. Het Beheerplan Natuurgebied De Scheeken is ook voorgelegd aan de klankbordgroep, zodat de leden feedback op het beheerplan konden geven. 6.6Waterschap De Dommel Het College van Burgemeester & Wethouders van gemeente Best heeft in september 2020 ingestemd met het voorstel om met het Waterschap De Dommel te verkennen of en hoe de verdroging in De Scheeken aan te pakken. Hoewel het initiatief bij het waterschap ligt, pakt gemeente Best een actieve rol, aangezien de waterstanden in Natuurgebied De Scheeken de laatste jaren zorgelijk laag staan. Waterschap De Dommel en gemeente Best hebben de eerste contacten gelegd om hier in samen te werken. Eén van de ideeën is om het hemelwater vanaf de A2 via het watersysteem, zoals de Beerendonkloop, het gebied in te laten stromen. Uit een rapport van Landslide milieu-adviesbureau van hydroloog R. Laperre blijkt dat het water van de A2 van voldoende kwaliteit is om door het natuurgebied te laten stromen (zie bijlage 6). Een ander idee van Waterschap De Dommel is om water langer vast te houden in de regio door het plaatsen van een aantal nieuwe type stuwtjes die nog in de pilot-fase verkeren. Het betreft de zogenaamde SIMMBA-stuw (zie figuur 18), die een verbetering beoogt van de bekende schotbalkstuw (LOP-stuw). Het waterschap is op zoek naar pilot-gebieden om dit nieuwe type stuw te testen in haar werkgebied13bron: https://www.dommel.nl/waterschap-ontwikkelt-slimme-simmba-stuw. Hiervoor komen zowel A-watergangen als B- en C-watergangen in aanmerking. Plaatsing en monitoring van de SIMMBA-stuw vinden plaats op kosten van het waterschap. Het waterschap heeft hydroloog Laperre ingeschakeld voor het vinden en monitoren van de testlocaties. Gemeente Best heeft in samenspraak met Laperre onder andere Natuurgebied De Scheeken als testlocatie aangewezen. In 2021 wordt in elk geval al één SIMMBA-stuw geplaatst in de Beerendonkloop, vlakbij de meest noordelijk gelegen plasdrasplek van het natuurgebied. Ook de waterloop langs het speeleiland komt in aanmerking voor dit type stuw, maar dat wordt dan mogelijk gecombineerd met het project om het A2-water in het gebied te laten stromen op middellange termijn. Overigens heeft de gemeente Best in feite al concreet de eerste stap gezet om water langer in het gebied vast te houden. Het heeft immers bij de inrichting van het nieuwe natuurgebied al een LOP-stuw geplaatst in de watergang tussen de plasdrasplek rondom het natuurspeeleiland en de Beerendonkloop (zie ook figuur 4 en paragraaf 5.2). Dit onderstreept de actieve rol van de gemeente. Figuur 19. Voorbeelden van jaarlijks terugkerende beheermaatregelen in De Scheeken. Boven: het slootveegsel ligt langs de Beerendonkloop klaar om opgeraapt en afgevoerd te worden. Beneden: om overgroeiende grassen op het rolstoelpad te voorkomen, wordt een aantal keren per jaar de eerste meter langs het pad gemaaid met een maaizuigcombinatie. Foto’s WB. 7Financiën Een planmatig cyclisch terreinbeheer (zie figuur 19) leidt tot spreiding van de beheerkosten en tot een structurele uitvoering van de beheerdoelen. Dit hoofdstuk werkt beknopt de beheerplanning en de begroting van Natuurgebied De Scheeken uit. 7.1Beheerplanning De regelmatig terugkerende beheermaatregelen (zie hoofdstuk 5) zijn in een jaarplanning opgenomen. Een groot deel van het terreinbeheer wordt één op één uitbesteed aan een erkende natuurgroenaannemer. Een kleiner deel van het terreinbeheer voeren de Buitendienst of andere partijen uit. De beheerplanning is opgenomen in bijlage 7. 7.2Begroting Een jaarbegroting is opgemaakt om financieel inzicht te geven in het beheer van de terreinen. De begroting is deels gebaseerd op landelijke normbedragen voor natuurbeheer en deels op basis van de opgedane ervaringen van het pilot-natuurbeheer in 2020. Het grootste deel van de begroting voor het terreinbeheer is in de meerjarenbegroting opgenomen in het financiële taakveld “Openbaar groen/(openlucht) recreatie” onder de exploitatiepostnummer 635002-43812. In dat budget zijn de jaarlijks terugkerende werkzaamheden begroot zoals te zien in tabel 1. Nr. Omschrijving Kosten (€) 1 Dunnen / snoeien houtopstanden € 6.400,00 2 Maaien natuurgraslanden € 16.000,00 3 Randenbeheer rolstoelpad € 1.500,00 4 Vegen / maaien oppervlaktewateren € 3.700,00 5 Bijmaaien obstakels / terreinmeubilair € 2.500,00 6 Beheer overig (maatwerk beheer, herstelwerkzaamheden e.d.) € 4.500,00 7 Monitoring insecten (wilde bijen) € 2.000,00 Totaal € 36.600,00 Tabel 1. Meerjarenbegroting natuurbeheer De Scheeken. Het onderhoud van de bestaande zandwegen in het gebied blijft in feite ongewijzigd en blijft daarmee in de meerjarenbegroting meelopen in het exploitatiebudget voor onderhoud van zandwegen. Het gedeelte van de populierenweide binnen de afrastering wordt kostenneutraal beheerd door een veeboer uit de omgeving. Investeringen in het watermanagement van het natuurgebied zijn reeds gedeeltelijk gefinancierd, dit ter voorbereiding op het opvangen en langer vasthouden van hemelwater in perioden met respectievelijk neerslagextremen en langdurige droogte. Het project “Groene Projecten” staat garant voor een verkenning naar en/of een gedeeltelijke uitvoering van het inbrengen van het A2-water in De Scheeken. De begrotingspost Landschapsinversteringsregeling bekostigt dit project met een eenmalige investering van € 65.000,--. Het pilotproject met de SIMMBA-stuw wordt geheel gefinancierd door Waterschap De Dommel. Daarnaast wordt gekeken naar andere financiële bijdragen en subsidies van het waterschap, de provincie of het Rijk om klimaat adaptieve maatregelen in (de omgeving van) het natuurgebied te realiseren. Figuur 20. De Scheeken, ook mooi in een winters landschap. Foto’s boven: WB. Foto onder: RK. Verantwoording foto’s In het Beheerplan Natuurgebied De Scheeken is gebruik gemaakt van een aantal foto’s van verschillende (natuur)fotografen. De foto’s hebben we met toestemming en naamvermelding van hen in dit beheerplan mogen gebruiken. Bij elke figuur met gebruikte foto’s staan de initialen vermeld van de betreffende fotograaf (zie bijvoorbeeld figuur 20). Het gaat om de volgende fotografen: Initialen Volledige naam AV Albert Vliegenthart MS Michiel Schaap RK Ruud Kroon SH Sjon Heijenga TF Tim Faassen WB Wilco van den Berg WH Willemina Heijenga Bronnenlijst ahn.nl/ahn-viewer atlasleefomgeving.nl/kaarten cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2016/01/01/boxtel-best-en-sint-oedenrode-de-scheeken-een-toonbeeld-van-wederopbouw dommel.nl/waterschap-ontwikkelt-slimme-simmba-stuw ed.nl/best-meierijstad-en-son/nieuwe-populierenweide-in-de-vleut-geopend~ab8de315/ edepot.wur.nl/166503 enschede.nl/afval-milieu-duurzaamheid/duurzaam053/biodiversiteit/enschede-bloeit-op/hoe-houden-we-het-mooi groeiendbest.nl/reader/64682/1477597/opening-de-scheeken-mooie-toegang-tot-het-groene-woud hetgroenewoud.com/download/2676/documenten/2017_Nieuwsbrief_Landschappen_van_Allure__afdr__003___2_.pdf hymenoptera-nev.nl/pdf/ThemaNummerBijenInStadEnDorp/ThemanrHVp096WildeBijenBevorderenInDeStadSamenMetHoningbijenKanDat.pdf kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?msg=27178 pdok.nl/viewer/ ravon.nl/Help-mee/Tellen/Amfibie%C3%ABn/Vast-Traject ravon.nl/Portals/2/Bestanden/Publicaties/Nieuwsbrieven/SchubbenEnSlijm/RAVONBalans2020.pdf rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/natuurnetwerk-nederland soortennl.nl/soortenorganisaties sovon.nl/ topokaartnederland.nl/ vbne.nl/productdetails/gedragscode-natuurbeheer Bijlage1Landschapselementenkaart Landschapselementenkaart De Scheeken (incl. sortimentlijst houtopstanden) N.B.: de 69 populieren in de populierenweide zijn uiteindelijk aangeplant met 2 soorten, te weten: 15 suks Populus x canandensis ‘Marilandica’ en 54 Populus nigra ‘Brandaris’. Bijlage2Beheerkaart De Scheeken Legenda Bijlage3Nulmeting dagvlinders in natuurontwikkelingsgebied ‘De Scheeken’ SamenvattingGemeente Best is voornemens om in graslanden in het natuurontwikkelingsgebied ‘De Scheeken’ (voorheen Vleutse Broek) inrichtings- en beheermaatregelen te treffen ter bevordering van de biodiversiteit. Een belangrijke doelgroep voor de maatregelen vormen dagvlinders. Om inzicht te krijgen in de ontwikkelingen van dagvlinders in dit terrein, heeft de gemeente Best aan De Vlinderstichting opdracht gegeven hiervoor een nulmeting uit te voeren. In dit rapport staan de resultaten hiervan weergegeven, alsmede een advies voor het te voeren beheer. Tijdens drie monitoringsronden in 2018 zijn op de vlinderroutes 26 dagvlinders van negen verschillende soorten gezien. Aanvullende doorkruising van het gehele gebied resulteerde in een totaallijst van 59 dagvlinders van 11 verschillende soorten (inclusief de resultaten van de vlinderroutes). Van de aangetroffen soorten gaat het om 6 soorten graslandvlinders, die 58% van het totaal aantal vlinders uitmaken. Alle aangetroffen vlindersoorten zijn in meer of mindere mate algemeen in Nederland. Op basis van de resultaten van de nulmeting worden twee doelsoorten voorgesteld: het oranjetipje (een voorjaarsvlinder) en het oranje zandoogje (een zomervlinder). Gebaseerd op hun ecologische vereisten aan de leefomgeving worden concrete voorstellen gedaan voor de inrichting en het beheer van ‘De Scheeken’. Uitgangspunten hiervoor zijn het zorgen voor voldoende nectaraanbod gedurende het hele groeiseizoen (maart t/m oktober) en het zorgen voor voortplantingsmogelijkheden voor dagvlinders. Beide kunnen bereikt worden door het toepassen van gefaseerd maaibeheer, bijvoorbeeld middels de innovatieve beheermethode sinusbeheer. Deze methode wordt in dit rapport nader uitgewerkt. 1. InleidingGemeente Best is voornemens om in graslanden in natuurontwikkelingsgebied ‘De Scheeken’ inrichtings- en beheermaatregelen te treffen ter bevordering van de biodiversiteit. Een belangrijke doelgroep voor de maatregelen vormen dagvlinders. Om inzicht te krijgen in de ontwikkelingen van dagvlinders in dit terrein, heeft de gemeente Best aan De Vlinderstichting opdracht gegeven hiervoor een nulmeting uit te voeren. In dit rapport staan de resultaten hiervan weergegeven, alsmede een advies voor het te voeren beheer. Aanleiding In het natuurontwikkelingsgebied ‘De Scheeken’ (Fig. 1) gaat gemeente Best vanaf september 2018 inrichtingsmaatregelen uitvoeren om een aantal graslanden (4.1
- ha)om te vormen naar natuur en toegankelijk te maken voor extensieve recreatie, rechtdoend aan de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Er is behoefte aan specifieke doelsoorten om de inrichtings- en beheermaatregelen op af te stemmen en de effectiviteit van de ingrepen op biodiversiteit te kunnen volgen. Recent Duits onderzoek constateerde een forse afname in de biomassa aan insecten (Hallmann et al. 2017). Een aansprekende groep insecten, de dagvlinders, heeft een belangrijke indicatorwaarde voor een brede groep bloembezoekende insecten. Om die reden zijn dagvlinders binnen het project kansrijk als doelsoorten. Om een goed beeld te krijgen van de huidige verspreiding en aantallen dagvlinders in het terrein, is in 2018 een nulmeting uitgevoerd door experts van De Vlinderstichting. Op basis hiervan is een advies opgesteld voor beheermaatregelen die enkele vlindersoorten bevorderen. Doelstelling Op basis van een in 2018 uitgevoerde nulmeting voor dagvlinders in het natuurgebied Vleutse Broek adviseren over doelsoorten en het na te streven beheer in dit gebied. Figuur 1: Impressie van ‘De Scheeken’ in mei 2018. Foto is genomen op het westelijke perceel, in noordoostelijke richting. Foto Rene Manger. 2. MethodeDe graslanden in ‘De Scheeken’, in totaal 4.1 ha beslaand (Fig. 2), zijn in 2018 driemaal onderzocht op aanwezige dagvlinders. Hiertoe zijn twee dagvlindermonitoringsroutes uitgezet in de graslanden van ongeveer 200 meter lengte en een breedte van vijf meter (Fig. 3). Op de routes zijn, onder goede weercondities, alle aanwezige dagvlinders genoteerd, conform het protocol in van Swaay et al.
(2018). Om een goed beeld te krijgen van de verspreiding van de dagvlinders is tijdens de nulmeting het gebied aanvullend doorkruist. Waargenomen dagvlinders zijn ter plekke met exacte coördinaten ingevoerd in de Nationale Databank Flora en Fauna. De monitoring is uitgevoerd door een expert van De Vlinderstichting. Bezoekdata waren: 9 mei, 26 mei en 12 juli
- Het bezoek van 9 mei stond aanvankelijk voor de laatste decade van april gepland, maar kon toen vanwege weersomstandigheden niet doorgaan. De telroutes kunnen na de nulmeting door een geïnteresseerde vrijwilliger geadopteerd worden om zo de aantalsontwikkeling van de dagvlinders in het terrein langjarig te volgen. Figuur 2: Begrenzing van de onderzochte graslanden in ‘De Scheeken’. Bron: Gemeente Best. Figuur 3: Locaties van de uitgezette en getelde vlinderroutes in ‘De Scheeken’ (rode lijnen). Bron: Google Earth. Dataverwerking en analyse Alle verzamelde gegevens zijn uitgewerkt en geanalyseerd in Excel en QGis. Op basis van de nulmeting en expert judgement van De Vlinderstichting zijn een aantal vlinderdoelsoorten voor het terrein bepaald.
- ResultatenMonitoring Tijdens drie monitoringsrondes zijn op twee telroutes in ‘De Scheeken’ in totaal 26 dagvlinders waargenomen van negen verschillende soorten (Tabel 1). Het talrijkst op de routes was het oranje zandoogje (7 exemplaren), gevolgd door klein geaderd witje
(6)en dagpauwoog
(4). Samen met de losse waarnemingen zijn in totaal 59 dagvlinders waargenomen van 11 verschillende soorten. Tabel 1: Resultaten van de beide monitoringsroutes (MON) en de losse waarnemingen in ‘De Scheeken’ (LOS). Graslandvlinders zijn aangegeven met een *. 9-5-2018 26-5-2018 12-7-2018 Soorttotaal MON LOS MON LOS MON LOS Bont zandoogje 1 1 2 1 5 Bruin zandoogje* 1 7 8 Citroenvlinder 1 1 Dagpauwoog 1 1 2 1 5 Groot dikkopje* 1 1 Groot koolwitje 1 1 6 8 Klein geaderd witje* 2 6 3 11 Klein koolwitje 1 5 6 Koevinkje* 2 3 5 Oranje zandoogje* 7 1 8 Oranjetipje* 1 1 Bezoektotaal 2 5 2 1 22 27 59 Ongeveer de helft van het aantal aangetroffen soorten in ‘De Scheeken’ betreft graslandvlinders. In aantal maken zij 58% van het soortspectrum uit (34 exx). Het gaat om de soorten bruin zandoogje, groot dikkopje, klein geaderd witje, koevinkje, oranje zandoogje en oranjetipje (Tabel 1). Graslandvlinders als groep staan Europabreed onder druk (Van Swaay et al. 2016) met een gemiddelde populatieafname van 30% sinds 1990, voornamelijk vanwege intensivering en schaalvergroting van de landbouw. In Oost-Europa ook wel vanwege verlating van landbouwgronden en de verbossing die dit tot gevolg heeft. In Nederland en andere West-Europese landen zijn populaties van graslandvlinders tot een absoluut minimum afgenomen (Van Swaay et al. 2016). Figuur 4: Tijdens de uitvoering van de monitoring bestonden de graslandpercelen uit bemeste Engels of Italiaans raaigraspercelen van homogene samenstelling en vrijwel zonder kruidenrijkdom. Foto René Manger. Huidige potenties van het terrein De huidige situatie van de onderzochte graslandpercelen in ‘De Scheeken’ is dat zij bestaan uit stevig bemeste, door Engels of Italiaans raaigras gedomineerde vegetaties (Fig. 4). De kruidenrijkdom is minimaal en vrijwel alle bloeiende planten zijn te vinden in de greppels en de perceelsranden (Fig. 5). Dit heeft gevolgen voor de huidige potenties van het terrein voor dagvlinders. Het aantal aangetroffen dagvlinders is aan de lage kant, zeker in de eerste twee meetronden. Veel van de aangetroffen soorten kunnen op dit moment alleen in beperkte mate foerageren in de perceelsranden. Op de percelen zelf is vanwege het intensieve beheer op dit moment geen ruimte voor succesvolle voortplanting. De perceelsranden bieden die ruimte wel, mits ze gefaseerd beheerd worden. Het gaat dan vooral om vlinders die voortplanten op brandnetel (uit de monitoringslijst: dagpauwoog) en verschillende soorten grassen (oranje zandoogje, koevinkje, groot dikkopje). Figuur 5: Bloeiende kruiden zijn vrijwel beperkt tot de perceelsranden. Foto René Manger.
- BeheeradviesDoelsoorten De inrichtingsmaatregelen die de gemeente Best gaat nemen, kunnen de situatie voor dagvlinders verbeteren, mits er ruimte komt voor twee belangrijke bouwstenen in het gebied: grote bloemrijkdom gedurende het hele groeiseizoen (maart t/m oktober) en voortplantingsmogelijkheden voor dagvlinders. Om hier meer grip op te krijgen, doen wij, op basis van de nulmeting, een voorstel voor het opnemen van twee specifieke doelsoorten: het oranjetipje en oranje zandoogje. Van beide soorten geven we een korte omschrijving van de ecologie en handvaten voor het beheer. Figuur 6: De onderzijde van het oranjetipje heeft een opvallende groengemard vlekkenpatroon. Dit dient onder meer als schutkleur. Foto Albert Vliegenthart. Doelsoort 1: Oranjetipje Het oranjetipje is een goed herkenbare vlindersoort die in het voorjaar actief is. De mannetjes hebben kenmerkende oranje vleugeluiteinden. Vrouwtjes lijken sterk op de bekende witjes. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben op de onderkant van de vleugels een groengemarmerd patroon (Fig. 6). Hiermee onderscheiden ze zich van bijvoorbeeld het klein geaderd witje en klein koolwitje, soorten waarmee het vrouwtje oranjetipje op het eerste gezicht verward kan worden. Het oranjetipje is een echte voorjaarsvlinder. In het zuiden van Nederland worden de eerste exemplaren geregeld in maart gezien. De hoofdmoot van de oranjetipjes vliegt in april, vaak ligt de piek heel toepasselijk rond Koningsdag. Eitjes worden afgezet op pinksterbloem, look-zonder-look en soms ook raapzaad. De rupsen eten wekenlang van de zaaddozen van de waardplant, waarna ze vóór de verpopping op zoek gaan naar nabijgelegen struweel (10-20m afstand van de waardplant). In dit struweel verpoppen de rupsen (ongeveer in juni), waarna ze hier als pop de winter doorbrengen. Pas in het volgende voorjaar komen uit de poppen weer nieuwe oranjetipjes. Figuur 7: Baltsende oranjetipjes, met boven het mannetje en onder het vrouwtje. Foto Albert Vliegenthart. Keuzeafweging: Tijdens de nulmeting is er één oranjetipje gezien. Het is een voor een breed publiek herkenbare, mobiele vlindersoort die geschikt leefgebied snel kan koloniseren. De rups leeft in het grasland, maar de poppen hebben struweel nodig. Daarmee is het zowel een grasland- als struweelvlinder. Dit alles samen maakt het oranjetipje een geschikte doelsoort voor ‘De Scheeken’. Handvaten voor inrichting: aanplanten/sparen van struweel rondom de graslanden. Dit biedt ruimte voor voortplanting van de doelsoort. Geadviseerd wordt om hiervoor soorten te gebruiken die tegen matig vochtige condities bestand zijn. Hierbij valt te denken aan wilgensoorten (grauwe wilg, boswilg; tevens nectarbron) of vuilboom (tevens nectarbron). Handvaten voor beheer: Graslanden niet voor begin juni maaien in de eerste snede. Graslanden bij voorkeur gefaseerd maaien, dit zorgt voor een meer continue aanbod van bloeiende planten gedurende langere periode. Tevens behoudt dit voortplantingslocaties voor graslandvlinders. Richtlijn voor fasering: per maaibeurt 15% van het oppervlak van de vegetatie laten overstaan, ook bij de laatste maaibeurt. De overstaande vegetatie rouleert door het terrein heen. Let erop dat niet alleen beschaduwde terreindelen overstaande vegetatie bevatten, probeer het overstaande deel zo te situeren dat er ook zonbeschenen delen zijn. Struweel alleen gefaseerd afzetten, met minimaal een cyclus van eens per 6 jaar en waar mogelijk eens per 10 jaar. Dit garandeert een continue aanbod van struweel waarin rupsen van het oranjetipje kunnen verpoppen. Figuur 8: Het oranje zandoogje heeft kenmerkende oranje vleugels met een brede bruine band. Ze zonnen graag op struweel. Foto Albert Vliegenthart. Doelsoort 2: Oranje zandoogje Het oranje zandoogje is een echte zomervlinder. De bovenkant van de vleugels is kenmerkend oranje met een brede bruine band (Fig. 8). De onderzijde bestaat uit verschillende bruintinten met enkele witte en zwarte oogjes. Het oranje zandoogje is in de zomermaanden vanaf eind juni actief tot eind augustus. De soort heeft een opvallende verspreiding in Nederland, met een kern in Drenthe, Groningen en Overijssel en een zuidelijke kern in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. Ertussen komt het oranje zandoogje niet voor. Het is een vlinder van tamelijk bloemrijke en structuurrijke graslanden en wegbermen, waarin vaak een zoomvegetatie van bijvoorbeeld braam en andere ruigteplantensoorten voorkomt. De vlinders houden ervan om op beschutte, zonbeschenen plekken in struiken, bomen of kruiden te zonnen. Het is een typische soort van halfopen tot gesloten landschappen met houtwallen of –singels, mantelzoomvegetaties of boselementen die worden afgewisseld met vaak wat ruigere, droge graslanden. Ook in landbouwgebieden waarin bovenstaande elementen aanwezig zijn, komt het oranje zandoogje voor. Figuur 9: Parende oranje zandoogjes in ‘De Scheeken’. Foto René Manger. Oranje zandoogjes leggen hun eitjes op diverse grassoorten, zoals kropaar, rood zwenkgras en gewoon struisgras. De rupsen overwinteren verscholen in een graspol. Na de winter worden ze weer actief, eten ze van de grassen en verpoppen in juni. De vlinders hebben gedurende hun vliegtijd in juli-augustus veel nectar nodig, die ze drinken op braam, distels, koninginnekruid, struikheide en andere bloeiende planten. Oranje zandoogjes houden van overgangen van lage naar hoge vegetatie, waarschijnlijk vanwege het warmere microklimaat wat hierdoor ontstaat. Keuzeafweging: Het oranje zandoogje is een vrij algemene vlindersoort van wat ruigere graslanden in een halfopen landschap, en daarmee typisch voor de zandgronden in Brabant. Dit landschap is in ‘De Scheeken’ aanwezig, ook na inrichtingsmaatregelen. Het oranje zandoogje is tijdens de nulmeting met acht exemplaren vastgesteld (Fig. 9). De soort is dus in het gebied aanwezig. Verder is het een zomervlinder, waardoor er geen overlap is in de vliegtijd met de andere doelsoort, het oranjetipje. Het oranje zandoogje is gebaat bij een voldoende groot nectaraanbod in juli en augustus. Wanneer dit aanwezig is, zullen tevens andere bloembezoekende insectensoorten (bijen, zweefvliegen, vlinders, kevers) hiervan profiteren. Daarmee staat het oranje zandoogje wat betreft habitateisen symbool voor een grotere groep bloembezoekende insecten. Het is daarom een goede doelsoort voor het beheer van ‘De Scheeken’. Handvaten voor inrichting: streef naar (de ontwikkeling van) een bloemrijke vegetatie in de graslanden. Dit kan door ondiep verwijderen van de landbouwvoor (hoewel lokaal handhaven ervan belangrijk is voor het herstel van de bodemfauna) en het aansluitend enten van bloemrijk maaisel uit natuurgraslanden in de omgeving. Uit de zaden die in het maaisel zitten, kan zich in korte tijd een vegetatie ontwikkelen van het gewenste (bloemrijke) vegetatietype. Handvaten voor het beheer: Graslanden niet maaien voor half juni, vanwege het verpoppen van oranje zandoogjes. Streef naar een continue aanbod van bloeiende kruiden, tenminste in de periode juni-augustus, maar bij voorkeur langer. Beheer graslanden gefaseerd, waardoor voortplantingslocaties voor het oranje zandoogje en andere graslandvlinders niet verloren gaan. Punten 2 en 3 kunnen tot uitvoer gebracht worden door het toepassen van sinusbeheer (zie verderop). Gefaseerd maaibeheer waarbij per maaibeurt minstens 15% van het oppervlak van de vegetatie ongemaaid blijft, is aan te raden wanneer de mogelijkheden voor sinusbeheer ontbreken. Zie voor tips de handvaten bij het oranjetipje. Gefaseerd maaibeheer middels sinusbeheer De nieuw ingerichte percelen in ‘De Scheeken’ lenen zich voor de toepassing van gefaseerd maaibeheer, wat de gemeente Best volgens de laatste plannen ook voornemens is om toe te passen (pers. comm. Wilco van den Berg). Een vrij nieuwe, innovatieve vorm van gefaseerd maaibeheer staat bekend als sinusbeheer. Deze beheervorm is afkomstig uit Vlaanderen en is bedacht door Jurgen Couckuyt (Couckuyt 2015). Sinusbeheer bestaat feitelijk uit twee stappen, die eenmaal of meermalen per jaar doorlopen kunnen worden. De lokale situatie, zoals bodem, groeisnelheid van de vegetatie en weersinvloeden, bepalen of en hoeveel maaibeurten per jaar nodig zijn. De stappen zijn: Maai een meanderend pad van ca. 2 meter breed. Dit pad heet het sinuspad. Het pad eindigt op dezelfde plek als waar het begint, zie onderstaande figuur. Richtlijn is dat het sinuspad zodanig wordt gesitueerd dat ongeveer 60% van de vegetatie binnen het sinuspad valt en 40% erbuiten. Die 40% blijft dus overstaan, daar wordt geen beheer op toegepast. Voer het maaisel af. Figuur 10: Voorbeeld van de toepassing van sinusbeheer op een graslandperceel omzoomd door houtsingels of bos. Uitvoering: maaien en afvoeren Materieel: maaibalk of kleine, lichte trekken met frontmaaier van ca. 2 meter breed. Bij voorkeur maaisel direct na maaien afvoeren. Ofwel met de hand, ofwel met kleine opraapwagen. Tijdstip: In een terrein waar normaal gesproken 1 maaibeurt per jaar uitgevoerd wordt, wordt het sinuspad in de periode april-juni gemaaid, afhankelijk van weer, groeisnelheid van de vegetatie e.d. Zijn normaal twee of meer maaibeurten per jaar nodig op de locatie, dan wordt het eerste sinuspad in de periode eind maart t/m mei gemaaid, en het tweede tussen juni en begin augustus. Maai enkele weken na het sinuspad alle vegetatie aan de binnenzijde van het sinuspad. Laat het sinuspad zelf ongemoeid (hier hebben vlinders en andere insecten eitjes op afgezet). Voer het maaisel af. Uitvoering: maaien en afvoeren Materieel: maaien en afvoeren met licht materiaal (voorkomt bodemverdichting). Lichte trekker met frontmaaier of zijmaaier die wendbaar is. Maaisel afvoeren met opraapwagen. Tijdstip: enkele weken na het maaien van het sinuspad, in veel gevallen in de periode eind mei-augustus (1 maaibeurt per jaar) of mei-juni voor de eerste keer en juli-september voor de tweede keer (bij 2 maaibeurten per jaar). Figuur 11: Voorbeeld van sinusbeheer toegepast in een Brabants natuurgrasland. Links de niet-gemaaide buitenzijde, midden het sinuspad, rechts de recent gemaaide binnenzijde. Toepassing van sinusbeheer leidt zo op perceelsniveau tot grote variatie. Foto Anthonie Stip. Aandachtspunten voor sinusbeheer Zijn meerdere maaibeurten per jaar nodig, dan worden in plaats van elke conventionele maaibeurt beide stappen van sinusbeheer opnieuw doorlopen. Als er dus 2 maaibeurten per jaar nodig zijn, wordt er 2x per jaar een sinuspad uitgezet (telkens weer op een iets andere locatie) en 2x per jaar alles binnen het sinuspad gemaaid. Let op: de locatie van het sinuspad stuurt de locatie van uitvoering in stap
- Als er dus een haard met ‘ongewenste’ planten of lokale boomopslag verwijderd moeten worden, is het zaak de haard of boomopslag binnen het sinuspad te laten vallen, zodat in de tweede stap (wanneer alles binnen het sinuspad gemaaid wordt) deze planten meegemaaid worden. Dit vergt kennis van het te beheren terrein en de lokale flora en fauna. Bij elke ronde van sinusbeheer blijft ca. 40% van de vegetatie ongemaaid. Op een areaal van 10 hectare betekent dit dat in stap 2 ongeveer 6 ha gemaaid wordt (lees: binnen het sinuspad valt) en 4 ha blijft staan.
- ConclusiesVoor een nulmeting van dagvlinders in ‘De Scheeken’ zijn twee vlinderroutes uitgezet. Deze kunnen in de toekomst gebruikt blijven worden om effecten van inrichtings- en beheermaatregelen te volgen. Tijdens drie monitoringsronden in 2018 zijn op de vlinderroutes 26 dagvlinders van negen verschillende soorten gezien. Aanvullende doorkruising van het gehele gebied resulteerde in een totaallijst van 59 dagvlinders van 11 verschillende soorten (inclusief de resultaten van de vlinderroutes. Van de aangetroffen soorten gaat het om 6 soorten graslandvlinders, die 58% van het totaal aantal vlinders uitmaken. Op basis van de resultaten van de nulmeting worden twee doelsoorten voorgesteld: het oranjetipje (een voorjaarsvlinder) en het oranje zandoogje (een zomervlinder). Op basis van de ecologische eisen van beide doelsoorten aan hun leefgebied worden concrete voorstellen gedaan voor de inrichting en het beheer van ‘De Scheeken’. Belangrijkste uitgangspunten in het toekomstige beheer van ‘De Scheeken’ zijn het zorgen voor voldoende nectaraanbod gedurende het hele groeiseizoen (maart t/m oktober) en het zorgen voor voortplantingsmogelijkheden voor dagvlinders. Beide bovenstaande voorwaarden kunnen bereikt worden door gefaseerd beheer van graslanden. Een innovatieve manier van gefaseerd maaibeheer is het toepassen van sinusbeheer. Hiervoor worden uitgebreide handreikingen gegeven.
- LiteratuurHallmann CA, Sorg M, Jongejans E, Siepel H, Hofland N, et al.
(2017). More than 75 percent decline over 27 years in total flying insect biomass in protected areas. PLOS ONE 12
(10): e
- https://doi.org/10.1371/journal.pone.
- Van Swaay, C.A.M., Bos-Groenendijk, G.I., Deijk, J.R. van, Grunsven, R.H.A. van, Kok, J.M., Huskens, K. & Poot, M.
(2018). Handleiding landelijke meetnetten vlinders, libellen en nachtvlinders. Rapport VS2018.011, De Vlinderstichting, Wageningen. Van Swaay, C.A.M., Van Strien, A.J., Aghababyan, K., Åström, S., Botham, M., Brereton, T. Carlisle, B., Chambers, P., Collins, S., Dopagne, C., Escobés, R., Feldmann, R., Fernández-García, J.M., Fontaine, B., Goloshchapova, S., Gracianteparaluceta, A., Harpke, A., Heliölä, J., Khanamirian, G., Komac, B., Kühn, E., Lang, A., Leopold, P., Maes, D., Mestdagh, X., Monasterio, Y., Munguira, M.L., Murray, T., Musche, M., Õunap, E., Pettersson, L.B., Piqueray, J., Popoff, S., Prokofev, I., Roth, T., Roy, D.B., Schmucki, R., Settele, J., Stefanescu, C., Švitra, G., Teixeira, S.M., Tiitsaar, A., Verovnik, R., Warren, M.S.
(2016). The European Butterfly Indicator for Grassland species 1990-
- Report VS2016.019, De Vlinderstichting, Wageningen. Bijlage4Wilde bijen in natuurpark De Scheeken Monitoring Bijen Best 2020VOORWOORDGemeente Best is al jarenlang bezig met ecologisch groenbeheer. In hoeverre deze zorg ook bijdraagt aan een rijkere fauna van bijen en andere bloembezoekers is niet goed bekend. De aandacht voor het belang van inheemse bloembezoekers voor bestuiving in brede zin, maar ook in het kader van de grote insectensterfte, is immers pas laatste jaren actueel geworden. Ecologica is gevraagd om, verspreid over een aantal jaren, de betekenis van het gemeentelijke ecologische groenbeheer voor wilde bijen in beeld te brengen. Hierbij wordt samengewerkt met de plantenwerkgroep van IVN Best die het bloemaanbod op de onderzoekslocaties in beeld brengt. Het daadwerkelijk bloemaanbod is een belangrijke sturende factor voor de lokale bijenfauna. Dit jaar is het net nieuw ingerichte natuurpark de Scheeken onderzocht. De resultaten van dit onderzoek dienen als nulmeting aan de hand waarvan de toekomstige ontwikkeling van de bijenfauna kan worden gevolgd, maar geven deels ook nu al een indicatie of inrichting en beheer gunstig zijn voor bijen en andere bloembezoekers. Dit rapport doet verslag van de resultaten van het meetjaar
- Opdrachtgever voor het project is de gemeente Best met de heer Wilco van den Berg als contactpersoon. Vanuit Ecologica zijn de werkzaamheden uitgevoerd door Ivo Raemakers en Tim Faasen. Voor de samenwerking met de plantenwerkgroep van IVN Best trad Trudy aan den Toorn als contactpersoon op. Sjors de Kort verleende toestemming om enkele door het Brabants Landschap beheerde percelen te mogen bekijken. Wij danken alle betrokkenen voor hun bijdrage. 1 INLEIDINGBest is al jarenlang actief aan de slag voor natuur en biodiversiteit in de gemeente. Zo worden bermen al minstens 15 jaar ecologisch beheerd. Nu de zorgen groeien omtrent de overleving van bloembezoekers en andere insecten in ons landschap, zowel landelijk als internationaal, rees de vraag in hoeverre bermen en andere gemeentelijke landschapselementen een positieve rol kunnen spelen in deze problematiek. Daarom is gemeente Best in 2018 gestart met langjarige natuurmonitoring van gemeentelijk groen en in deze monitoring staan wilde bijen en flora centraal. Tot dusverre zijn uitsluitend nulmetingen uitgevoerd op bermen, een tweetal geluidswallen, een groengebied rond een bergbezinkbassin en een grote overhoek langs de A
- In 2020 is het net nieuw ingerichte natuurpark De Scheeken onderzocht. De bevindingen van deze nulmetingen gaan dienen als ijkpunt aan de hand waarvan de toekomstige ontwikkeling van de bijenfauna en, in minder mate, de flora kan worden beoordeeld. Bij de inventarisaties wordt steeds samengewerkt met de plantenwerkgroep van IVN Best. Zij brengen het bloemaanbod in beeld, vooral rond de momenten dat ook de bijenfauna wordt bemonsterd. Het vastleggen van het bloemaanbod gedurende de activiteitsperiode van wilde bijen is interessant vanwege de sterke samenhang tussen de bijenfauna enerzijds en de mate en diversiteit aan bloeiende planten anderzijds. Door naast bijen ook het bloemaanbod te monitoren, kunnen effecten van beheer en eventuele andere factoren beter worden ingeschat. Deze kennis zorgt er uiteindelijk voor dat er betere adviezen voor groenbeheer en inrichting kunnen worden opgesteld, zodanig dat de natuur- en biodiversiteitswaarde van het gemeentelijke groen behouden of vergroot kunnen worden. 1.
- DoelstellingDe doelstelling van de langjarige monitoring van bijenen bloemaanbod in Best, is als volgt samen te vatten: Het gestandaardiseerd vastleggen van de bijenfauna per onderzoekslocatie om de ontwikkelingen in de soortensamenstelling te kunnen volgen in de tijd. Het gestandaardiseerd vastleggen van het bloemaanbod per onderzoekslocatie om die vervolgens te kunnen relateren aan de bijenfauna ter plekke. Op basis van ter plekke vastgestelde gegevens en algemene gebiedskennis adviseren welke maatregelen kansrijk zijn om de situatie voor wilde bijen te verbeteren. Het gaat daarbij zowel om beheer- als inrichtingsmaatregelen, waarbij bijvoorbeeld ook gekeken wordt naar de potentie van het bevorderen van ontbrekende of schaarse voedselplanten. Voor de nulmeting in natuurpark De Scheeken zijn de doelstellingen wat verder gespecificeerd. Een groot deel van de inrichtings- en beheermaatregelen van de Scheeken richten zich immers specifiek op natuurwaarde-ontwikkeling, terwijl in de meeste groenterreinen natuur meer een nevenfunctie is (bermen, geluidswallen). Voor De Scheeken zijn daarom de volgende, aanvullende monitoringsvragen geformuleerd: Zorgt het op natuurwaarde-vergroting gerichte beheer van de graslanden, ook voor een toename in abundantie en soortendiversiteit van wilde bijen? Hoe snel worden de deels speciaal voor bijen en wespen aangelegde leemsteilwandjes door bijen bewoond en om welke soorten en aantallen gaat het? Hoe verloopt de ontwikkeling van de bijenfauna onder invloed van de herinrichting voor het gebied als geheel? 1.
- OnderzoeksaanpakBijeninventarisatie Anders dan in voorgaande jaren, is de onderzoekslocatie van 2020, Natuurpark De Scheeken, te groot om op één dag goed en volledig te kunnen inventariseren. Om de bijenfauna van het gebied toch goed en objectief te kunnen monitoren, is gekozen voor een tweeledige aanpak. Op de eerste plaats is gewerkt met 8 transecten en wel 5 vegetatietransecten en 3 nestplektransecten. Hierbinnen zijn bijen gedurende een vaste tijdsperiode geïnventariseerd en is, op de vegetatietransecten, het aantal bloemen per plantensoort vastgelegd. De transecten zijn steeds uitgezet op plekken waar het natuurvriendelijke beheer op termijn de meeste winst voor de bijenfauna zou moeten gaan opleveren: op de graslanden, langs nieuw aangeplante struwelen en langs leemsteilwandjes en -hellingen die aantrekkelijk zouden moeten zijn als nestelplek. De transectbemonstering maakt een nauwkeurige monitoring van bijenaantallen, bijensoorten en bloeiende planten mogelijk, maar doet dat hoofdzakelijk voor de biotopen waar de transecten doorheen of langs lopen. Om ook zicht te krijgen op de ontwikkeling van de bijenfauna van De Scheeken als geheel, is, als tweede bemonsteringsmethodiek, het volledige gebied doorkruist op zoek naar bijen, waarbij vooral aandacht is besteed aan die biotopen waar aanvullende bijensoorten verwacht mogen worden ten opzichte van de transecten. Deze tweede methodiek richt zich dus specifiek op de soortsdiversiteit van de bijenfauna, niet op de aantallen per bijensoort. Werkwijze transecten De 5 vegetatietransecten zijn elk 150m lang en 3 m breed (= 1,5m aan weerszijden van de looproute). Bij de bijentelling wordt het transect in 3 secties van 50m lang verdeeld en elk van deze secties wordt 5 min op bijen bemonsterd door rustig heen en weer te lopen. Omdat de telling in secties van 50m gebeurt, is het niet noodzakelijk dat een transect één aangesloten strook van 150m lang vormt. Dankzij de secties bestaat de mogelijk om weinig of oninteressante terreindelen buiten beschouwing te laten of kleine, interessante terreindelen juist wel in een transect op te nemen. Van deze mogelijkheid om een transect te ‘versnipperen’ is op een paar plekken gebruik gemaakt. Honingbijen zijn bij het tellen steeds in klassen vastgelegd: 1-5, 6-25, 26-50, >50). Honingbijen zijn weliswaar geen wilde bijen, maar bij hogere dichtheden of beperkt bloemaanbod kunnen ze de wilde bijenfauna wel sterk beïnvloeden. Het vastleggen van hun aanwezigheid in klassen kost weinig tijd en biedt op termijn de mogelijkheid om na te gaan of hun aanwezigheid van invloed is geweest op de wilde bijenfauna. Na uitvoering van de bijentelling op de 3 50m-secties, worden alle voor bijen relevante bloeiende bloemen in het volledige transect geteld of, bij zeer grote aantallen, geschat. Deze bloementelling per transect gebeurt zowel door de bijenteller als door de plantenwerkgroep van IVN Best. De bijenteller telt de bloemen zelf ook, omdat deze telling het best correspondeert met de daadwerkelijk aangetroffen bijen. De plantenwerkgroep telt juist op andere momenten dan dat de bijentelling wordt uitgevoerd. Hun tellingen geven aanvullende informatie over het verloop v