Bodemkwaliteitskaart en Bodemfunctieklassenkaart (Den Helder)
Bodemkwaliteitskaart en BodemfunctieklassenkaartBeleid tijdelijk opslaan en/of toepassen van grond en baggerspecie op of in de bodem Gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen Deze regeling hangt
kaartbijlage 1) wordt de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' aangegeven. De bodemfunctieklassenkaart wordt gebruikt voor: het mede bepalen van de kwaliteitseisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen; het vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming. Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie5Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK-2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 en op 2 juli 2020.. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. In het tijdelijk handelingskader zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 21 november 2019 is een beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland6Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019, kenmerk: 1309449/1316340, 19 november 2019, in werking getreden: 21 november 2019. in werking getreden met beleidsregels voor hergebruik van PFAS-houdende grond in de provincie Noord-Holland. In deze beleidsregel zijn provinciale achtergrondwaarden voor de PFAS-verbindingen PFOA en PFOS vastgesteld. De provinciale achtergrondwaarden worden door de provincie Noord-Holland voor haar eigen grondgebied als representatiever beoordeeld dan de (tijdelijke) landelijke achtergrondwaarden. De gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen volgen hierin de provincie Noord-Holland. In de bodemkwaliteitskaart zijn op basis van historie, gebruik en bodemkwaliteit in totaal 7 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, 2 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden en ook 2 bodemkwaliteitszones voor de PFAS-verbindingen PFOA en PFOS (bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1,0 m-mv. De bodemkwaliteitszones zijn in tabel 0.1 zijn gespecificeerd. Tabel 0.1 Onderscheiden bodemkwaliteitszones. Bodemkwaliteitszone Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) 1) B1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) B2. Oostoever en civiel havengebied (Den Helder) B3. Nieuw haventerrein (Den Helder) B4. Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen (Den Helder), Historische bebouwing (Hollands Kroon en Schagen) B5. Overige woongebieden / recentere bebouwing en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-
- mv)* $ B7. Onverharde wegbermen asfaltwegen (0 - 0,3 m-mv; Hollands Kroon en Schagen)* Tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 1,0 meter diepte) 1) T1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) T2. Overige woongebieden en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Ondergrond (bodemlaag vanaf 1,0 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) O2. Overige woongebieden en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) De bodemlaag is ook voor PFAS-verbindingen vastgesteld. De onderliggende bodemlaag (0,3 – 0,5 m-
- mv)valt in de omliggende zone. Bodemkwaliteitszone “B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)” is vanwege de ‘invulling’ op perceelniveau niet op de kaart aangegeven. Informatie of sprake is geweest van een voormalig bollenteelt moet worden achterhaald bij (voormalige) eigenaar van het betreffende perceel. Er is een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen als op het betreffende perceel in de periode 1945-1975 bollen is geteeld. De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: rijkswegen, provinciale wegen, wegen in beheer bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, spoorgebonden gronden inclusief de onverharde (spoor)wegbermen (allen een andere beheerorganisatie dan de gemeenten); defensieterreinen (andere beheerorganisatie); de aangewezen grote doorgaande wegen in beheer van de gemeente Den Helder, inclusief de onverharde wegbermen, die in de bodemfunctieklasse industrie vallen; locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging, inclusief locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen7Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende8Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. en verwerkende bedrijven9Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica., inzet blusschuim10Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). en secundaire bronnen11Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen.); (voormalige) stortplaatsen (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart); gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming (specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart); het waterpark (Noorderdijkweg, Nieuwzandweg) in de gemeente Hollands Kroon; het terrein waar het Afvalbrengstation HVC inzameling (Koggenrandweg) in de gemeente Hollands Kroon is gevestigd; de Stevinsluizen en de Uitwateringsluizen in de gemeente Hollands Kroon; de Afsluitdijk in de gemeente Hollands Kroon; landgoed Hoenderdaal in de gemeente Hollands Kroon; het terrein van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten in de gemeente Schagen; eendekooien Strooper en De Hoop in de gemeente Schagen; natuurmonument Zwanenwater in de gemeente Schagen; het duingebied van de gemeente Den Helder; het duingebied in de gemeenten Den Helder en Schagen wordt verdacht beschouwd voor diffuus verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen als gevolg van een effect dat wordt omschreven als ‘Global Sea Spray’12https://cen.acs.org/environment/atmospheric-chemistry/Study-suggests-sea-spray-plays/97/i13.; de Nollen in de gemeente Den Helder; de Huisduinerpolder in de gemeente Den Helder; waterbodems die in beheer zijn van Rijkswaterstaat met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling13Waterregeling, publicatie Staatscourant 7 december 2009 en latere wijzigingen. en waterbodems die in beheer zijn van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; het grondwater. Voor een actueel overzicht van deze locaties moet contact worden opgenomen met de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Desgewenst kan bodeminformatie ook via het internet opvragen op de volgende website: https://odnhn.nazca4u.nl/Rapportage/LogIn.aspx. Voor de uitgesloten en/of niet-gezoneerde gebieden geldt het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit zonder dat een bodemkwaliteitskaart is opgesteld. Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de functie voor de ontvangende bodem die is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (
kaartbijlage 1). Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. De uiteindelijke toepassingseis is afhankelijk van de strengste eis van deze dubbele toets (
ook bijlage 1 kopje ‘Toepassingskaart’). De bodemkwaliteitskaart is voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte opgesteld voor de stoffen die onderdeel uitmaken van het huidige standaard NEN 5740 stoffenpakket: barium14Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten desondanks wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen., cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor de (voormalige) bollenteeltpercelen (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,3 meter diepte) is de bodemkwaliteitskaart ook opgesteld voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Voor de bodemkwaliteitszone ‘B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)’ voldoet het aantal analysegegevens per niet-aaneengesloten zone niet aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten15Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen.. In de nota bodembeheer16Nota bodembeheer gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen, herzien definitief, november 2020. wordt gebiedsspecifiek beleid opgenomen voor grondverzet voor deze bodemkwaliteitszone. Het gebiedsspecifiek beleid zorgt ervoor dat er geen risico’s optreden bij het grondverzet op en vanaf de (voormalige) bollenteeltpercelen. Daarom
n de gemeenten deze afwijking op de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten niet als een bezwaar. Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor de PFAS-verbindingen17Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. PFOA18PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. en PFOS19PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. vastgesteld. Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeenten nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven én de gemeten gehalten in de tussenlaag, is het de verwachting dat de bodemlaag dieper dan 1,0 meter niet verdacht is voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. Voor de tussenlaag (0,5-1,0 m-
- mv)en de ondergrond (1,0-2,0 m-
- mv)wordt de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie, PCB en PAK gelijk gesteld. Op de ontgravingskaart (kaartbijlagen 3) zijn de te verwachten kwaliteitsklassen weergegeven van de te ontgraven boven- en ondergrond op voor bodemverontreiniging niet verdachte locaties. Op de toepassingskaart voor de boven- en ondergrond (kaartbijlage 4) zijn de toepassingseisen weergegeven die gelden als een partij grond wordt toegepast. In tabel 0.2 staat een totaaloverzicht van alle bodemkwaliteitszones. De kleuren in tabel 0.2 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart), kaartbijlage 3 (ontgravingskaarten) en kaartbijlage 4 (toepassingskaarten). Omdat aan bodemkwaliteitszone ‘B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0,0-0,3 m-mv)’ op perceelniveau invulling is gegeven, is deze bodemkwaliteitszone niet op de kaartbijlagen weergegeven. In tabel 0.3 is een grondstromenmatrix weergegeven waarin de mogelijkheden voor vrij grondverzet zijn aangegeven als het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit20Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant 3 december 2007. wordt gevolgd. De bodemkwaliteitskaart, in combinatie met een vooronderzoek volgens de NEN 572521NEN 5725 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek., mag dan als bewijsmiddel dienen voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond. Voor de bodemkwaliteitszones ‘B1./O1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder)’, ‘B2. Oostoever en civiel havengebied (Den Helder)’, ‘B4. Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen (Den Helder), Historische bebouwing (Hollands Kroon en Schagen)’ en ‘B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)’ is het niet altijd mogelijk om grond binnen hetzelfde gebied te hergebruiken. De verwachte ontgravingskwaliteit is slechter dan de toepassingseis. Uitzondering hierop vormen grootschalige bodemtoepassingen. Bij toepassing van grond uit de bodemkwaliteitszones ‘B1./O1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder)’ zijn er bij bepaalde bodemgebruiken en/of toepassingsoppervlakten mogelijk onaanvaardbare humane en/of ecologische risico’s aanwezig. Dit vanwege de relatief hoge gehalten aan lood in de grond. In de nota bodembeheer22Nota bodembeheer gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen, herzien definitief, november 2020. wordt gebiedsspecifiek beleid opgenomen voor grondverzet voor deze bodemkwaliteitszones. Tabel 0.2 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij voorkomende functies conform het generiek kader Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Bodemkwaliteitszone Bodemfunctieklasse Verwachte ontgravingsklasse (kwaliteitsbepalende stof) Toepassingseis @ (generiek kader Besluit en PFAS beleid [landelijk/provinciaal]) Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) # B1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Industrie Industrie (lood**, zink)1) Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B2. Oostoever en civiel havengebied (Den Helder) Industrie Industrie (PCB) Industrie Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B3. Nieuw haventerrein (Den Helder) Industrie Industrie (PCB) Industrie B4. Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen (Den Helder), Historische bebouwing (Hollands Kroon en Schagen) Industrie Wonen (kwik, lood, PAK) Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B5. Overige woongebieden / recentere bebouwing en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)* $ Industrie Industrie (chloordaan, heptachloorepoxide) Industrie Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B7. Onverharde wegbermen asfaltwegen (0 - 0,3 m-mv; Hollands Kroon en Schagen)* Industrie Wonen (PCB, PAK) Wonen De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot een beperking bij het toepassen van grond. De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanwege lood onaanvaardbare risico’s bij vrij grondverzet naar een locatie met de bodemfunctie ‘Moestuin/Volkstuin’. De onderliggende bodemlaag (0,3 – 0,5 m-
- mv)valt in de omliggende zone. 95-percentiel is groter dan de interventiewaarde, waardoor vrij grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart (generiek beleid) niet mogelijk is. In de nota bodembeheer is voor deze zones gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Bodemkwaliteitszone “B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)” is vanwege de ‘invulling’ op perceelniveau niet op de kaart aangegeven. Informatie of sprake is geweest van een voormalig bollenteelt moet worden achterhaald bij (voormalige) eigenaar van het betreffende perceel. Er is een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen als op het betreffende perceel in de periode 1945-1975 bollen is geteeld. Tabel 0.2 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij voorkomende functies conform het generiek kader Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Bodemkwaliteitszone Bodemfunctieklasse Verwachte ontgravingsklasse (kwaliteitsbepalende stof) Toepassingseis @ (generiek kader Besluit en PFAS beleid [landelijk/provinciaal]) Tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 1,0 meter diepte) # T1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Industrie Wonen (kwik, lood**, PCB, PAK) 1) Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur T2. Overige woongebieden en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur Ondergrond (bodemlaag vanaf 1,0 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) ## O1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Industrie Wonen (kwik, lood**, PCB, PAK) 1) Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur O2. Overige woongebieden en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot een beperking bij het toepassen van grond. De ondergrond (traject 1,0-2,0 m-
- mv)is niet verdacht voor PFAS-verbindingen. De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanwege lood onaanvaardbare risico’s bij vrij grondverzet naar een locatie met de bodemfunctie ‘Moestuin/Volkstuin’. 95-percentiel is groter dan de interventiewaarde, waardoor vrij grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart (generiek beleid) niet mogelijk is. In de nota bodembeheer is voor deze zones gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Tabel 0.3 Grondstromenmatrix met de mogelijkheden voor vrij grondverzet (gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie). De gemiddelden van PFOA23PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. en PFOS24PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot een beperking bij het toepassen van grond. De ondergrond (traject 1,0-2,0 m-
- mv)is niet verdacht voor PFAS-verbindingen. De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. BELANGRIJK: Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd een vooronderzoek volgens de NEN 572525NEN 5725 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek. worden uitgevoerd. Bij al het grondverzet gelden mogelijk aanvullende voorwaarden (
§ 3
.9) Inleiding 1.1Aanleiding Lievense Milieu B.V.|WSP heeft in opdracht van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen (
figuur 1.1) de bodemfunctieklassenkaart en de bodemkwaliteitskaart opgesteld voor de gemeentelijke grondgebieden. Met een gezamenlijke bodemkwaliteitskaart kunnen heldere en efficiënte kaders geschapen voor het toepassen van grond (en bagger) op of in de landbodem in de gemeenten. Figuur 1.1 Gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen. De gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen hebben de eerder vastgestelde gezamenlijke bodemkwaliteitskaart
- geactualiseerd voor de PFAS-verbindingen27Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. PFOA28PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. en PFOS29PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.. Hiermee faciliteren de gemeenten de beoogde effecten zoals die in de nota bodembeheer30Nota bodembeheer gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen, herzien definitief, november
- worden geformuleerd. Met een gezamenlijke bodemkwaliteitskaart kunnen heldere en efficiënte kaders geschapen voor het toepassen van grond (en bagger) op of in de landbodem in de gemeenten. De in 2017 geactualiseerde gezamenlijke bodemfunctieklassenkaart28 is in 2020 niet gewijzigd. Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader inwerking getreden voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie31Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK-2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 en op 2 juli 2020.. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen32Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. In het tijdelijk handelingskader zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 21 november 2019 is een beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland33Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019, kenmerk: 1309449/1316340, 19 november 2019, inwerking getreden: 21 november
- inwerking getreden met beleidsregels voor hergebruik van PFAS-houdende grond in de provincie Noord-Holland. In deze beleidsregel zijn provinciale achtergrondwaarden voor de PFAS-verbindingen, PFOA34PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. en PFOS35PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. vastgesteld. De provinciale achtergrondwaarden worden door de provincie Noord-Holland voor haar eigen grondgebied als representatiever beoordeeld dan de (tijdelijke) landelijke achtergrondwaarden. De gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen volgen hierin de provincie Noord-Holland. Deze bodemkwaliteitskaart vormt, samen met de gezamenlijke bodemfunctieklassenkaart de basis voor het grond- en baggerstromenbeleid dat de gemeenten onder het Besluit bodemkwaliteit36Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant 3 december
- (hierna: Besluit) willen voeren. De gemeenten hebben voor hun grondstromenbeleid gebiedsspecifiek beleid opgesteld dat wordt geformuleerd in de nota bodembeheer37Nota bodembeheer gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen, herzien definitief, november 2020.. In deze rapportage staat beschreven volgens welke werkwijze de bodemkwaliteitskaart is opgesteld en geactualiseerd en wat de resultaten zijn. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage
- 1.2Doelstelling Het doel van de gezamenlijke en in 2017 geactualiseerde bodemfunctieklassenkaart, is dat de ligging van de gebieden met de bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' op de gemeentelijke grondgebieden worden weergegeven. Het doel van de bodemkwaliteitskaart is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen. De achterliggende doelstelling is de wens van de gemeenten om met de gezamenlijke bodemkwaliteitskaart gebruik te kunnen blijven maken van de mogelijkheden die het Besluit biedt: als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet); bij het toepassen van grond en baggerspecie op en in de landbodem; bij het wegnemen van mogelijke knelpunten bij grondverzet (ontgraven en toepassen van grond); om gebiedsspecifiek bodembeleid te kunnen blijven voeren; als bewijsmiddel bij klein grondverzet. 1.3Herziene definitieve versie op grond van PFAS-verbindingen (november 2020) Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie38Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK-2019/131399, 8 juli 2019; geactualiseerd op 29 november 2019 en op 2 juli 2020.. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen39Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. In het tijdelijk handelingskader zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 21 november 2019 is een beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland40Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent de Beleidsregel PFAS Noord-Holland 2019, kenmerk: 1309449/1316340, 19 november 2019, in werking getreden: 21 november
- in werking getreden met beleidsregels voor hergebruik van PFAS-houdende grond in de provincie Noord-Holland. In deze beleidsregel zijn provinciale achtergrondwaarden voor de PFAS-verbindingen PFOA41PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. en PFOS42PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim.. vastgesteld. De provinciale achtergrondwaarden worden door de provincie Noord-Holland voor haar eigen grondgebied als representatiever beoordeeld dan de (tijdelijke) landelijke achtergrondwaarden. De gemeenten Den Helder Hollands Kroon en Schagen volgen hierin de provincie Noord-Holland. Om de bodemkwaliteitskaart te actualiseren voor PFAS-verbindingen43Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. hebben de gemeenten aanvullend bodemonderzoek44Bodemonderzoek PFAS-verbindingen werkgebied Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, documentcode: SOB
- RAP001, 11 mei
- naar PFOA45PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. en PFOS46PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim., laten uitvoeren en heeft de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, die bodemgegevens voor de gemeenten registreert en beheert, de al beschikbare waarnemingen van PFAS-verbindingen verzameld. Hiermee faciliteren de gemeenten de beoogde effecten zoals die in de nota bodembeheer47Nota bodembeheer gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen, herzien definitief, november
- worden geformuleerd. 2Bodemfunctieklassenkaart Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' aangegeven. De bodemfunctieklassenkaart wordt gebruikt voor: het mede bepalen van de kwaliteitseisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen (
ook § 3.7.4 en bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’); het vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming. De gezamenlijke bodemfunctieklassenkaarten van de gemeente Den Helder, Hollands Kroon en Schagen is in 2017 geactualiseerd. Hieronder zijn op hoofdlijnen de aanpassingen weergegeven: Een aantal gebieden zijn van functieklasse ‘Overig’ gewijzigd in ‘Wonen’; bijvoorbeeld: gemeente Den Helder (Julianadorp -aan Zee-: camping De Zwaluw, en ook enkele moestuincomplexen), gemeente Schagen (enkele nieuw te ontwikkelen woongebiedjes in Burgerbrug en Schagerbrug); Een aantal gebieden zijn van functieklasse ‘Overig’ gewijzigd in ‘Industrie’; bijvoorbeeld: gemeente Den Helder (bedrijventerrein hoek Zuiderhaas en Schoolweg), gemeente Hollands Kroon (Agriport, gebied ten zuiden van de Oostlanderweg in Middenmeer), gemeente Schagen (nieuwe doorgaande weg in Tuitjenhoorn, nieuw industrieterrein in Warmenhuizen; De gemeente Den Helder heeft de grotere doorgaande wegen én, op verzoek van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de wegen die in beheer zijn van het Hoogheemraadschap aangewezen en ervoor gekozen deze wegen de bodemfunctieklasse ‘Industrie’ toe te wijzen. De gemeenten Hollands Kroon en Schagen hebben dit al in de huidige bodemfunctieklassenkaart[2] gerealiseerd. Een aantal gebieden zijn van de functieklasse ‘Wonen’ gewijzigd in ‘Overig’; bijvoorbeeld: gemeente Den Helder (deel sportpark aan de Hagendoornstraat in Den Helder). Een aantal gebieden zijn van de functieklasse ‘Industrie’ gewijzigd in ‘Overig’; bijvoorbeeld gemeente Schagen (gebiedje ten noorden van Moorsmeer in Warmenhuizen en een gebiedje ten oosten van de Smeetsweg in Waarland) De in 2017 geactualiseerde gezamenlijke bodemfunctieklassenkaart48Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen, documentcode: 16M1158.RAP001, LievenseCSO Milieu B.V., 4 juli 2017. is in 2020 niet gewijzigd. Voor de wegen met onverharde wegbermen binnen de bebouwde kom hebben de gemeenten besloten dat de bodemfunctieklasse in principe aansluit bij de bodemfunctieklasse van het omliggende gebied. Dit betekent dat voor de onverharde wegbermen in een woonwijk de bodemfunctieklasse ‘Wonen’ geldt en voor de onverharde wegbermen op een industrieterrein in de bodemfunctieklasse ‘Industrie’. Uitzondering zijn de onverharde bermen van de door de gemeenten aangewezen (toekomstige) doorgaande wegen, de provinciale wegen, rijkswegen en spoorwegen binnen de bebouwde kom. Deze hebben de bodemfunctieklasse ‘Industrie’ ongeacht of ze door een woonwijk lopen. Van de wegen buiten de bebouwde kom vallen de onverharde bermen van de rijkswegen, de provinciale wegen en spoorwegen in de bodemfunctieklasse ‘Industrie’. De gemeenten hebben daarnaast onverharde bermen van gemeentelijke wegen en wegen van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier in het buitengebied aangewezen die in de bodemfunctieklasse ‘Industrie’ vallen. Onder onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,3 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (
ook figuur 2.1): de erfgrens of; de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuur Netwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast. Figuur 2.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009). In tabel 2.1 is de indeling van gebruiksvormen gegeven die in de bodemfunctieklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’ vallen. Tabel 2.1 Indeling gebruiksvormen in bodemfunctieklassen Bodemfunctieklasse Gebruiksvorm Industrie Bedrijventerreinen Kassencomplexen Kantoor- en winkellocaties Rijkswegen, provinciale wegen, aangewezen doorgaande / grotere gemeentelijke wegen, wegen in beheer van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (inclusief de onverharde bermen tot maximaal 10 meter van de weg) Spoorwegen en onverharde spoorbermen Wonen Woonwijken, ook met gemengde doeleinden zoals kantoren en bedrijven Stedelijke binnenstad Lintbebouwingen Sportvelden en complexen ‘Permanent’ bewoonde recreatie, bungalowparken en campings Stadsparken Moestuincomplexen binnen de bebouwde kom Kleine individuele moestuinen Lokale wegen door woonwijken Overig (landbouw/natuur) Moestuinen en volkstuinen in het buitengebied Natuurgebieden Landbouwgebied en buitengebied Recreatiegebieden zoals golfterreinen Provinciale beschermingsgebieden en overige lokale bijzondere gebieden 3Bodemkwaliteitskaart De eerder vastgestelde gezamenlijke bodemkwaliteitskaart
- mv)Voormalige bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-
- mv)Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) DH_O1. Binnenstad en Fort erfprins Op basis van de bodemkwaliteitskaart Den Helder66 DH_O3. Oostoever en civiel havengebied DH_O4. Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen DH_O5. Julianadorp DH_O6. Kooypunt en Vliegveld De Kooy DH_O7. Binnenduinrand DH_O8. Landelijk gebied DH_O9. Nieuw Haventerrein SHK_O1. Kern Den Oever Op basis van de bodemkwaliteitskaart regio Kop van Noord-Holland67 SHK_O2. Kern Hippolytushoef SHK_O3. Ondergrond klei SHK_O4. Ondergrond zand 3.3Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking 3.3.1Selecteren beschikbare gegevens De gemeenten hebben hun bodemgegevens bij de OD NHN opgeslagen in het bodeminformatiesysteem Squit. In bijlage 2 staat een overzicht van de selecties die zijn uitgevoerd om tot een representatieve dataset voor de bodemkwaliteitskaart te komen. Ook is een aanvullend bodemonderzoek naar PFAS-verbindingen69Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. PFOA70PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. en PFOS71PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim., uitgevoerd72Bodemonderzoek PFAS-verbindingen werkgebied Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, documentcode: SOB011224. RAP001, 11 mei 2020.. De resultaten van dit onderzoek zijn voor deze bodemkwaliteitskaart gebruikt. 3.3.2Het samenvoegen van punt- en mengmonsters De dataset voor de bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met analysegegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de analysegegevens73Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998.. De resultaten laten
n dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met analysegegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met analysegegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met analysegegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de analysegegevens van de mengmonsters eenmaal meegenomen. 3.3.3Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen. Veelal liggen de rekenkundige waarden van PCB en individuele OCB (0,7 maal de detectiegrens) hoger dan de Achtergrondwaarde (AW2000). In de bijlage 4 zijn deze rekenkundige waarden gelijk gesteld aan de Achtergrondwaarde (AW2000). Dit voorkomt overschrijdingen van de norm door gehalten die in feite niet zo hoog gemeten zijn. Deze laatste bewerking heeft geen invloed op de kwaliteitsklasse. 3.3.4Het opsporen van uitbijters Ondanks dat er representatieve analysegegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door puntbronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd. Als een uitschieter is veroorzaakt door een typefout tijdens de invoer, is deze gecorrigeerd en is het gehalte meegenomen in de dataset van de bodemkwaliteitskaart. Als een uitschieter tot een puntbron of meetfout is te herleiden of als niet-representatief is beoordeeld in vergelijking met de andere resultaten van dat deelgebied, is het analyseresultaat uit de dataset verwijderd. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters en gecorrigeerde gehalten. 3.4Stap 5: Controle indeling van het beheergebied 3.4.1Aantal en spreiding analysegegevens De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van analysegegevens per deelgebied: Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 analysegegevens beschikbaar. De analysegegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied: Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer analysegegevens beschikbaar. Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 analysegegevens beschikbaar. De (voormalige) bollenteeltpercelen komen zeer verspreid en versnipperd voor in de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen. Omdat deze percelen zeer verspreid en niet-aaneengesloten voorkomen, is afgeweken van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voor de (voormalige) bollenteeltpercelen moeten minimaal 20 analysegegevens beschikbaar zijn en per niet-aaneengesloten gebied zijn geen 3 analysegegevens noodzakelijk. Na het samenstellen van de dataset voor de bodemkwaliteitskaart (§ 3.3.1) en de voorbewerkingen (§ 3.3.3 en § 3.3.4), blijkt dat het deelgebied ‘B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)’ afwijkt van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten maar voldoet aan aanvullend gestelde uitgangspunten van de gemeenten. Alle overige deelgebieden voldoen aan de eisen die de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt aan het aantal analysegegevens en de spreiding van de analysegegevens. Een overzicht van het aantal analysegegevens per stof per bodemkwaliteitszone staat in bijlage 4 (kolom ‘N’). 3.4.2Splitsen van deelgebieden Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van LievenseCSO bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen en minerale olie een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering. Het overzicht van de variatiecoëfficiënten staat in bijlage 4 (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat voor meerder deelgebieden voor één en soms meerdere stoffen sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. Deze hoge variatiecoëfficiënten worden veroorzaakt door een beperkt aantal relatief hoge waarden. De locaties waar de relatief hoge waarden zijn vastgesteld vertonen binnen de deelgebieden zelf geen ruimtelijke clustering. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van deelgebieden. 3.4.3Samenvoegen van deelgebieden Omdat de deelgebieden zijn gebaseerd op basis van twee eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaarten (2012 en 2013)74Bodemkwaliteitskaart gemeente Den Helder, projectnummer: 11K098,CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., mei 2012, bestuurlijk vastgesteld d.d. 9 juli 2012. 75Bodemkwaliteitskaart regio Kop van Noord-Holland, projectnummer: 12M239, CSO Adviesbureau voor Milieu-Onderzoek B.V., 25 april 2013, bestuurlijk vastgesteld d.d. 29 oktober 2013 (gemeente Schagen en Hollands Kroon)., zijn er relatief veel soortgelijke deelgebieden die in alle drie de gemeenten voorkomen. In overleg met de OD NHN zijn zoveel als mogelijk deelgebieden op basis van voorlopige bodemkwaliteit samengevoegd (
tabel 3.2). Tabel 3.2 Samenvatting samenvoeging voorlopige deelgebieden tot definitieve deelgebieden. Voorlopige deelgebieden Bodemkwaliteitsklasse – Ontgravingsklasse (stof 95-percentielwaarde > interventiewaarde) Definitieve deelgebieden Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) DH_B1. Binnenstad en Fort erfprins Wonen – Industrie (lood) B1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) DH_B2. Westoever, DIVMAG Landbouw/natuur – Landbouw/natuur B5. Overige woongebieden / recentere bebouwing en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) DH_B3. Oostoever en civiel havengebied Industrie – Industrie B2. Oostoever en civiel havengebied (Den Helder) DH_B4. Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen Wonen – Wonen B4. Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen (Den Helder), Historische bebouwing (Hollands Kroon en Schagen) DH_B5. Julianadorp Landbouw/natuur – Landbouw/natuur B5. Overige woongebieden / recentere bebouwing en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) DH_B6. Kooypunt en Vliegveld De Kooy Landbouw/natuur – Landbouw/natuur DH_B7. Binnenduinrand Landbouw/natuur – Landbouw/natuur DH_B8. Landelijk gebied Landbouw/natuur – Landbouw/natuur DH_B9. Nieuw Haventerrein Wonen – Industrie B3. Nieuw haventerrein (Den Helder) SHK_B1. Historische bebouwing Wonen – Wonen B4. Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen (Den Helder), Historische bebouwing (Hollands Kroon en Schagen) SHK_B2. Industrie voor 1970 Landbouw/natuur – Landbouw/natuur B5. Overige woongebieden / recentere bebouwing en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) SHK_B3. Industrie vanaf 1970 Landbouw/natuur – Landbouw/natuur SHK_B4. Bedrijven en Industrie Wieringermeer Landbouw/natuur – Landbouw/natuur SHK_B5. Recente bebouwing en buitengebied klei Landbouw/natuur – Landbouw/natuur SHK_B6. Recente bebouwing en buitengebied zand Landbouw/natuur – Landbouw/natuur SHK_W1. Asfaltwegen (0 - 0,3 m-
- mv)Wonen – Wonen B7. Onverharde wegbermen asfaltwegen (0 - 0,3 m-mv; Hollands Kroon en Schagen) * Voormalige bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-
- mv)Industrie – Industrie B6. Voormalige bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-
- mv)* $ De onderliggende bodemlaag (0,3 – 0,5 m-
- mv)valt in de omliggende zone. Bodemkwaliteitszone “B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)” is vanwege de ‘invulling’ op perceelniveau niet op de kaart aangegeven. Informatie of sprake is geweest van een voormalig bollenteelt moet worden achterhaald bij (voormalige) eigenaar van het betreffende perceel. Er is een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen als op het betreffende perceel in de periode 1945-1975 bollen is geteeld. Vervolg tabel 3.2 Samenvatting samenvoeging voorlopige deelgebieden tot definitieve deelgebieden. Voorlopige deelgebieden Bodemkwaliteitsklasse – Ontgravingsklasse (stof 95-percentielwaarde > interventiewaarde) Definitieve deelgebieden Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) DH_O1. Binnenstad en Fort erfprins Wonen – Wonen (lood) O1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) DH_O2. Westoever, DIVMAG Landbouw/natuur – Landbouw/natuur O2. Overige woongebieden en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) DH_O3. Oostoever en civiel havengebied Landbouw/natuur – Landbouw/natuur DH_O4. Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen Landbouw/natuur – Landbouw/natuur DH_O5. Julianadorp Landbouw/natuur – Landbouw/natuur DH_O6. Kooypunt en Vliegveld De Kooy Landbouw/natuur – Landbouw/natuur DH_O7. Binnenduinrand Landbouw/natuur – Landbouw/natuur DH_O8. Landelijk gebied Landbouw/natuur – Landbouw/natuur DH_O9. Nieuw Haventerrein Landbouw/natuur – Landbouw/natuur SHK_O1. Kern Den Oever Landbouw/natuur – Landbouw/natuur SHK_O2. Kern Hippolytushoef Landbouw/natuur – Landbouw/natuur SHK_O3. Ondergrond klei Landbouw/natuur – Landbouw/natuur SHK_O4. Ondergrond zand Landbouw/natuur – Landbouw/natuur 3.5Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en vaststellen definitieve deelgebieden Op basis van de uitgevoerde stappen 1 t/m 6 van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten zijn op het grondgebied van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen voor zowel de boven- als de ondergrond in totaal 9 deelgebieden gedefinieerd. Alle deelgebieden voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de waarnemingen volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten dan wel aan de aanvullende uitgangspunten voor de eerder vastgestelde gezamenlijke bodemkwaliteitskaart (2017;
§ 3.2 en § 3.4.1).
Daarom is stap 6 ‘Verzamelen aanvullende informatie’ niet uitgevoerd. De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen. De bodemkwaliteitszones zijn weergegeven in tabel 3.3 en op kaartbijlage 2. Omdat aan de zone ‘(Voormalige) bollenteeltpercelen (0,0-0,3 m-mv)’ op perceelniveau invulling is gegeven, is deze zone niet op de kaartbijlagen weergegeven. Tabel 3.3 Onderscheiden definitieve deelgebieden, bodemkwaliteitszones, per bodemlaag. Definitief deelgebied / bodemkwaliteitszone Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) B2. Oostoever en civiel havengebied (Den Helder) B3. Nieuw haventerrein (Den Helder) B4. Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen (Den Helder), Historische bebouwing (Hollands Kroon en Schagen) B5. Overige woongebieden / recentere bebouwing en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-
- mv)* $ B7. Onverharde wegbermen asfaltwegen (0 - 0,3 m-mv; Hollands Kroon en Schagen)* Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) O2. Overige woongebieden en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) De onderliggende bodemlaag (0,3 – 0,5 m-
- mv)valt in de omliggende zone. Bodemkwaliteitszone “B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)” is vanwege de ‘invulling’ op perceelniveau niet op de kaart aangegeven. Informatie of sprake is geweest van een voormalig bollenteelt moet worden achterhaald bij (voormalige) eigenaar van het betreffende perceel. Er is een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen als op het betreffende perceel in de periode 1945-1975 bollen is geteeld. 3.6Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (
bijlage 4, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit74Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant 20 december 2007 en latere wijzigingen. hierna aangeduid als ‘de Regeling’. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden, AW2000), Wonen of Industrie. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (
ook § 3.7.3 en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit doet zich met name voor bij licht verontreinigde industriegebieden. In tabel 3.6 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In bijlage 4 zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (
§ 3.7.4).
3.7Stap 8: Bodemkwaliteitskaart Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt voor bij twee bodemkwaliteitszones (
tabel 3.4). Tabel 3.4 Bodemkwaliteitszones waar de 95-percentielwaarde de interventiewaarde overschrijdt. Bodemkwaliteitszone Stof 95-percentielwaarde* (in mg/kg ds op basis van gemeten waarden) Interventiewaarde Wbb* (in mg/kg ds op basis van gemiddelde lutum en organisch stof percentage) Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B
- Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) lood 426 374,4 Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O
- Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) lood 512 353,3 De in deze tabel weergegeven waarden zijn niet de in bijlage 4 gepresenteerde ‘waarden voor standaardbodem’, maar vanwege het gebruik van het rekenprogramma Sanscrit de ‘gemeten waarden’ (
bijlage 5C). Conform de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is voor deze bodemkwaliteitszones een risicobeoordeling uitgevoerd (
bijlage 5). Uit bijlage 5 en tabel 3.5 blijkt dat bij het toepassen van grond uit de bodemlagen van bodemkwaliteitszone ‘Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder)’ vanwege lood er bij bepaalde bodemgebruiken onaanvaardbare humane risico’s kunnen optreden. Bij toepassing van grond uit de twee bodemkwaliteitszones zijn er bij bepaalde bodemgebruiken en toepassingsoppervlakten mogelijk ook onaanvaardbare ecologische risico’s aanwezig. Tabel 3.5 Onaanvaardbare humane risico’s bij aangegeven bodemgebruik. Bodemkwaliteitszone Onaanvaardbare risico’s bij bodemgebruik (bepalende stof) Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B
- Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Moestuin/Volkstuin (lood) Ondergrond (bodemlaag vanaf het maaiveld 0,5 tot en met 2 meter diepte) O
- Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Moestuin/Volkstuin (lood) Ten aanzien van bijlage 5 moet nog het volgende worden opgemerkt. In de eindconclusie van de uitgevoerde risicobeoordelingen (bijlage 5A en 5B) staat aangegeven: “Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, als gevolg van: - Ernstige bodemverontreiniging” en “(Een deel van) de locatie dient met spoed gesaneerd te worden als gevolg van: - onaanvaardbare risico's voor de mens (gebaseerd op stap 2)”. Dit zijn standaardzinnen in de rapportage omdat gebruik wordt gemaakt van het rekenprogramma Sanscrit. Sanscrit wordt gebruikt om de spoedeisendheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging te berekenen. Als dit model wordt gebruikt in het kader van bodemkwaliteitskaarten voor de controle van het saneringscriterium, is deze eindconclusie niet relevant. Heterogeniteit Naast de percentielwaarden en variantie is ook de heterogeniteit van de analysegegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage
- In de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen is in 3 van de 9 bodemkwaliteitszones sprake van sterke heterogeniteit voor één of meerdere stoffen. Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone kleiner. De betreffende stoffen in de bodemkwaliteitszones bevatten echter ruim voldoende analysegegevens om de heterogeniteit goed te beschrijven. Een overzicht van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staat in bijlage 4 (kolom 'Heterogeniteit'). In tabel 3.6 is per bodemkwaliteitszone weergegeven voor welke stof(fen) een sterke heterogeniteit is vastgesteld. Tabel 3.6 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag. Bodemkwaliteitszone Bodemkwaliteits-klasse Kwaliteitsbepalende stof Sterke heterogeniteit [aantal analysegegevens] Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B
- Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Wonen koper, kwik, lood, zink, PCB, PAK koper [245], lood [243], zink [240], olie [234] B
- Oostoever en civiel havengebied (Den Helder) Industrie PCB – B
- Nieuw haventerrein (Den Helder) Wonen PCB – B
- Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen (Den Helder), Historische bebouwing (Hollands Kroon en Schagen) Wonen kwik, lood, PAK – B
- Overige woongebieden / recentere bebouwing en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Landbouw/natuur – – B
- (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv) * $ Industrie OCB (Chloordaan, heptachloorepoxide) OCB (OCB (som) [30]) B
- Onverharde wegbermen asfaltwegen (0 - 0,3 m-mv; Hollands Kroon en Schagen) * Wonen PAK – Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O
- Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Wonen kwik, lood, PCB, PAK koper [234], lood [237], zink [229], olie [222] O
- Overige woongebieden en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Landbouw/natuur – – De onderliggende bodemlaag (0,3 – 0,5 m-mv) valt in de omliggende zone. Bodemkwaliteitszone “B
- (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)” is vanwege de ‘invulling’ op perceelniveau niet op de kaart aangegeven. Informatie of sprake is geweest van een voormalig bollenteelt moet worden achterhaald bij (voormalige) eigenaar van het betreffende perceel. Er is een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen als op het betreffende perceel in de periode 1945-1975 bollen is geteeld. Vervolg tabel 3.6 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag. Bodemkwaliteitszone Bodemkwaliteits-klasse Kwaliteitsbepalende stof Sterke heterogeniteit [aantal analysegegevens] Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O
- Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Wonen kwik, lood, PCB, PAK koper [234], lood [237], zink [229], olie [222] O
- Overige woongebieden en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Landbouw/natuur – – 3.7Stap 8: Bodemkwaliteitskaart 3.7.1Inleiding De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. De ontgravingskaart. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten. 3.7.2Kaart met uitgesloten locaties en gebieden In de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen is een aantal locaties en gebieden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (
§ 3.1).
De volgende uitgesloten locaties/gebieden zijn afgebeeld op de kaartbijlagen 2 t/m 4: aangewezen (spoor)wegen -inclusief de onverharde bermen-; het waterpark (Noorderdijkweg, Nieuwzandweg) in de gemeente Hollands Kroon; het terrein waar het Afvalbrengstation HVC inzameling (Koggenrandweg) in de gemeente Hollands Kroon is gevestigd; de Stevinsluizen en de Uitwateringsluizen in de gemeente Hollands Kroon; de Afsluitdijk in de gemeente Hollands Kroon; landgoed Hoenderdaal in de gemeente Hollands Kroon; het terrein van Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten in de gemeente Schagen; natuurmonument Zwanenwater in de gemeente Schagen; het duingebied van de gemeente Den Helder; het duingebied in de gemeenten Den Helder en Schagen wordt verdacht beschouwd voor diffuus verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen als gevolg van een effect dat wordt omschreven als ‘Global Sea Spray’77https://cen.acs.org/environment/atmospheric-chemistry/Study-suggests-sea-spray-plays/97/i13.; de Nollen in de gemeente Den Helder; de Huisduinerpolder in de gemeente Den Helder. De ligging van de overige uitgesloten locaties en gebieden is vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied niet op de kaarten weergegeven. Voor een actueel overzicht van deze locaties moet contact worden opgenomen met de OD NHN. Desgewenst kunt u de bodeminformatie ook via het internet aanvragen op de volgende website: https://odnhn.nazca4u.nl/Rapportage/LogIn.aspx. Deze bodemkwaliteitskaart mag op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die wordt ontgraven vanuit deze gebieden. Ook mag deze bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In de nota bodembeheer78Nota bodembeheer gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen, herzien definitief, november 2020. wordt hier nader op ingegaan. 3.7.3Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor bodemverontreiniging niet verdachte locatie. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. In de nota bodembeheer75 wordt hier nader op ingegaan. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De te verwachten ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een zone (
bijlage 4, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (
ook § 3.6). De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje Ontgravingskaart’, ter vergelijking
ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. In tabel 3.7 is de te verwachten ontgravingsklasse per zone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in de kaartbijlagen 3. De kleuren in tabel 3.7 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen. Bodemkwaliteitszone Verwachte ontgravingsklasse Kwaliteitsklasse-bepalende stof 95-percentielwaarde > interventiewaarde Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Industrie** zink lood B2. Oostoever en civiel havengebied (Den Helder) Industrie PCB – B3. Nieuw haventerrein (Den Helder) Industrie PCB – B4. Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen (Den Helder), Historische bebouwing (Hollands Kroon en Schagen) Wonen kwik, lood, PAK – B5. Overige woongebieden / recentere bebouwing en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Landbouw/natuur – – B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-
- mv)* $ Industrie OCB (Chloordaan, heptachloorepoxide) – B7. Onverharde wegbermen asfaltwegen (0 - 0,3 m-mv; Hollands Kroon en Schagen) * Wonen PAK – Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Wonen** kwik, lood, PCB, PAK lood O2. Overige woongebieden en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Landbouw/natuur – – De onderliggende bodemlaag (0,3 – 0,5 m-
- mv)valt in de omliggende zone. 95-percentiel is groter dan de interventiewaarde, waardoor vrij grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart (generiek beleid) niet mogelijk is. In de gezamenlijke nota bodembeheer79Nota bodembeheer gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen, herzien definitief, november 2020. wordt voor deze zones gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Bodemkwaliteitszone “B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)” is vanwege de ‘invulling’ op perceelniveau niet op de kaart aangegeven. Informatie of sprake is geweest van een voormalig bollenteelt moet worden achterhaald bij (voormalige) eigenaar van het betreffende perceel. Er is een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen als op het betreffende perceel in de periode 1945-1975 bollen is geteeld. 3.7.4Toepassingskaart De toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem (
bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). In tabel 3.8 is het resultaat van deze werkwijze voor de toepassingskaart van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen samengevat. Op kaartbijlage 4 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 3.8 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en kaartbijlagen 4 (toepassingskaarten). Tabel 3.8 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform het generiek kader Besluit. Bodemkwaliteitszone Bodemfunctieklasse Bodemkwaliteitsklasse Toepassingseis (generieke toetsing) Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Industrie Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B2. Oostoever en civiel havengebied (Den Helder) Industrie Industrie Industrie Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B3. Nieuw haventerrein (Den Helder) Industrie Wonen Wonen B4. Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen (Den Helder), Historische bebouwing (Hollands Kroon en Schagen) Industrie Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B5. Overige woongebieden / recentere bebouwing en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-
- mv)* $ Industrie Industrie Industrie Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B7. Onverharde wegbermen asfaltwegen (0 - 0,3 m-mv; Hollands Kroon en Schagen) * Industrie Wonen Wonen Ondergrond (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) O1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Industrie Wonen Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur O2. Overige woongebieden en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur De onderliggende bodemlaag (0,3 – 0,5 m-
- mv)valt in de omliggende zone. Bodemkwaliteitszone “B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)” is vanwege de ‘invulling’ op perceelniveau niet op de kaart aangegeven. Informatie of sprake is geweest van een voormalig bollenteelt moet worden achterhaald bij (voormalige) eigenaar van het betreffende perceel. Er is een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen als op het betreffende perceel in de periode 1945-1975 bollen is geteeld. 3.8PFAS-verbindingen PFOA en PFOS in de bodemkwaliteitskaart 3.8.1Toepassingskaart Stappen 1, 3 en 6 (programma van eisen, gegevensverzameling en gegevensverwerking en verzamelen aanvullende informatie) Om de bodemkwaliteitskaart te actualiseren voor PFAS-verbindingen80Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. hebben de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen aanvullend bodemonderzoek81Bodemonderzoek PFAS-verbindingen werkgebied Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, documentcode: SOB011224. RAP001, 11 mei 2020. laten uitvoeren en heeft de OD NHN, die bodemgegevens voor de gemeenten registreert en beheert, de al beschikbare waarnemingen van PFAS-verbindingen, PFOA82PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. en PFOS83PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. verzameld. Bij het bodemonderzoek is rekening gehouden met de richtlijn die Bodem+84https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-gebruik-milieuhygienische/faq/gemeente-waterkwaliteitsbeheerder-water/ heeft aangegeven om bodemkwaliteitskaarten te actualiseren voor PFAS-verbindingen. Ook zijn minimumeisen van de OD NHN gehanteerd: Per gemeente moeten per bodemlaag minimaal 5 analyseresultaten van PFAO en PFOS beschikbaar zijn. De bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is onderzocht. 3.8.2Stappen 2 en 4 (onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in PFAS-deelgebieden) Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek en de beschikbare gegevens bij de OD NHN kan worden gesteld dat er geen clustering van hogere of lagere PFOA- en/of PFOS-gehalten voorkomt binnen de gemeenten in de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen. Met dit inzicht is voor PFOA en PFOS in het horizontale vlak binnen de gemeenten 1 PFAS-deelgebied onderscheiden. In het verticale vlak zijn voor PFOA en PFOS 2 bodemlagen onderscheiden:
bijlage 4B; kolom ‘Heterogeniteit’). Tabel 3.9 Bodemkwaliteitszones PFOA en PFOS, verwachte bodemkwaliteit PFOA en PFOS. Gemiddelde (in μg/kg
- ds)Toetsingswaarden (in μg/kg
- ds)Provinciale achtergrondwaarde Wonen/Industrie Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # PFOA (som) 0,39 1,7 7,0 PFOS (som) 0,48 1,5 3,0 Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte # PFOA (som) 0,15 1,7 7,0 PFOS (som) 0,25 1,5 3,0 De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot een beperking bij het toepassen van grond. 3.9Bijzondere omstandigheden De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van voor bodemverontreiniging verdachte locaties, locaties met lokale verontreinigingen, gesaneerde locaties of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Op deze locaties wordt een afwijkende (betere of juist slechtere) bodemkwaliteit dan in de omgeving verwacht. Op terreinen die ooit een leeflaag van schone grond hebben gekregen, of oudere gesaneerde locaties is bijvoorbeeld een betere kwaliteit te verwachten. Een slechtere kwaliteit valt te verwachten op terreinen die (wellicht) door een puntbron verontreinigd zijn en ter plaatse van dempingen, stortplaatsen en lokale ophooglagen. Ook door de provincie aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorbeelden hiervan zijn archeologie en cultuurhistorie, Natura2000-gebieden, Natuur Netwerk Nederland (NNN, voormalige Ecologische Hoofdstructuren, aardkundig waardevolle gebieden en waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden: https://maps.noord-holland.nl. De provincie kan hier aanvullende eisen stellen. Kaarten van deze beschermingsgebieden worden opgenomen in de nota bodembeheer95Nota bodembeheer gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen, herzien definitief, november 2020.. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden er restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet. 3.10Vaststellen bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart Met het bestuurlijk vaststellen van deze voor PFAS geactualiseerde bodemkwaliteitskaart, komen de eerder bestuurlijk vastgestelde bodemkwaliteitskaarten voor de landbodem te vervallen. De in 2017 geactualiseerde gezamenlijke bodemfunctieklassenkaart is in 2020 niet gewijzigd. In de laatste wijziging van het Besluit bodemkwaliteit96Publicatie Staatsblad 491, 17 december 2019., in verband met de versnelling van de totstandkomingsprocedure voor het vaststellen van gebiedsspecifiek beleid voor PFAS-verbindingen, is tot 1 januari 2021 geregeld dat: Gebiedsspecifiek beleid dat betrekking heeft op PFAS-verbindingen kan ook worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in plaats van de gemeenteraad. Met de wijziging van het Besluit bodemkwaliteit mogen gemeenten de reguliere procedure voor inspraak vooraf (Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4, Art. 3:10) vervangen door bezwaar achteraf. Burgemeester en wethouders stellen het besluit niet eerder vast dan een week nadat de kennisgeving is gedaan. Zo wordt de gemeenteraad actief in kennis gesteld van het voornemen van burgemeester en wethouders om een dergelijk besluit te nemen. De kennisgeving wordt openbaar bekendgemaakt, zodat ook naar buiten toe duidelijk is wie de bevoegdheid tot het vaststellen van besluiten inzake gebiedsspecifiek beleid zal gaan uitoefenen. De in deze voor PFAS-verbindingen geactualiseerde bodemkwaliteitskaart (kaarten en statistische onderbouwing) voor de gemeente vervangen de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart (kaarten en statistische onderbouwing). 4Totaaloverzicht bodemfunctieklassen, ontgravingskwaliteit, toepassingseisen en mogelijkheden vrij grondverzet In tabel 4.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen. De kleuren in tabel 4.1 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart), kaartbijlage 3 (ontgravingskaarten) en kaartbijlagen 4 (toepassingskaarten). Omdat aan bodemkwaliteitszone ‘B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0,0-0,3 m-mv)’ op perceelniveau invulling is gegeven, is deze zone niet op de kaartbijlagen weergegeven. Voor de bodemkwaliteitszones ‘B1./O1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder)’, ‘B2. Oostoever en civiel havengebied (Den Helder)’, ‘B4. Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen (Den Helder), Historische bebouwing (Hollands Kroon en Schagen)’ en ‘B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)’ is het niet altijd mogelijk om grond binnen hetzelfde gebied te hergebruiken. De verwachte ontgravingskwaliteit is slechter dan de toepassingseis. In de gezamenlijke nota bodembeheer97Nota bodembeheer gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen, herzien definitief, november 2020. worden een aantal van deze knelpunten met gebiedsspecifiek beleid opgelost. In tabel 4.2 is een grondstromenmatrix waarin de mogelijkheden voor vrij grondverzet98Van vrij grondverzet is sprake als voorafgaand aan het grondverzet de kwaliteit van de grond niet hoeft te worden vastgesteld. weergegeven als het generieke kader van het Besluit wordt gevolgd. Met de op te stellen gezamenlijke nota bodembeheer scheppen de gemeenten meer mogelijkheden voor vrij grondverzet. De bodemkwaliteitskaart, in combinatie met een vooronderzoek volgens de NEN 572599NEN 5725 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek., mag dan als bewijsmiddel dienen voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond. Tabel 4.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij voorkomende functies conform het generiek kader Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Bodemkwaliteitszone Bodemfunctieklasse Verwachte ontgravingsklasse (kwaliteitsbepalende stof) Toepassingseis @ (generiek kader Besluit en PFAS beleid [landelijk/provinciaal]) Bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) # B1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Industrie Industrie (lood**, zink)1) Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B2. Oostoever en civiel havengebied (Den Helder) Industrie Industrie (PCB) Industrie Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B3. Nieuw haventerrein (Den Helder) Industrie Industrie (PCB) Industrie B4. Nieuw Den Helder, de Schooten, Boatex, Huisduinen (Den Helder), Historische bebouwing (Hollands Kroon en Schagen) Industrie Wonen (kwik, lood, PAK) Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B5. Overige woongebieden / recentere bebouwing en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)* $ Industrie Industrie (chloordaan, heptachloorepoxide) Industrie Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur B7. Onverharde wegbermen asfaltwegen (0 - 0,3 m-mv; Hollands Kroon en Schagen)* Industrie Wonen (PCB, PAK) Wonen Tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter diepte tot en met 1,0 meter diepte) # T1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Industrie Wonen (kwik, lood**, PCB, PAK) 1) Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur T2. Overige woongebieden en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur De gemiddelden van PFOA en PFOS zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot een beperking bij het toepassen van grond. De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanwege lood onaanvaardbare risico’s bij vrij grondverzet naar een locatie met de bodemfunctie ‘Moestuin/Volkstuin’. De onderliggende bodemlaag (0,3 – 0,5 m-
- mv)valt in de omliggende zone. 95-percentiel is groter dan de interventiewaarde, waardoor vrij grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart (generiek beleid) niet mogelijk is. In de nota bodembeheer is voor deze zones gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Bodemkwaliteitszone “B6. (Voormalige) bollenteeltpercelen (0 - 0,3 m-mv)” is vanwege de ‘invulling’ op perceelniveau niet op de kaart aangegeven. Informatie of sprake is geweest van een voormalig bollenteelt moet worden achterhaald bij (voormalige) eigenaar van het betreffende perceel. Er is een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen als op het betreffende perceel in de periode 1945-1975 bollen is geteeld. Vervolg tabel 4.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij voorkomende functies conform het generiek kader Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Bodemkwaliteitszone Bodemfunctieklasse Verwachte ontgravingsklasse (kwaliteitsbepalende stof) Toepassingseis @ (generiek kader Besluit en PFAS beleid [landelijk/provinciaal]) Ondergrond (bodemlaag vanaf 1,0 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) # O1. Binnenstad en Fort Erfprins (Den Helder) Industrie Wonen (kwik, lood**, PCB, PAK) 1) Wonen Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur O2. Overige woongebieden en bedrijven + buitengebied (Den Helder, Hollands Kroon en Schagen) Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur De ondergrond (traject 1,0-2,0 m-
- mv)is niet verdacht voor PFAS-verbindingen. De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanwege lood onaanvaardbare risico’s bij vrij grondverzet naar een locatie met de bodemfunctie ‘Moestuin/Volkstuin’. 95-percentiel is groter dan de interventiewaarde, waardoor vrij grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart (generiek beleid) niet mogelijk is. In de nota bodembeheer is voor deze zones gebiedsspecifiek beleid opgesteld. Tabel 4.2 Grondstromenmatrix met de mogelijkheden voor vrij grondverzet (gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie). De gemiddelden van PFOA100PFOA: perfluoroctaanzuur; gebruikt in vochtafwerende producten. en PFOS101PFOS: perfluoroctaansulfonzuur; gebruikt in blusschuim. zijn lager dan de provinciale achtergrondwaarden vastgesteld, maar boven de bepalingsgrens. Dit leidt niet tot een beperking bij het toepassen van grond. De ondergrond (traject 1,0-2,0 m-
- mv)is niet verdacht voor PFAS-verbindingen. De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. BELANGRIJK: Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd een vooronderzoek volgens de NEN 5725102NEN 5725 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek. worden uitgevoerd. Bij al het grondverzet gelden mogelijk aanvullende voorwaarden (
§ 3
.9) Bijlage1Begrippenlijst Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. De gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen hebben met gebiedsspecifiek beleid hieraan strengere eisen gesteld. Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen). Bodemkwaliteitsklasse In het Besluit bodemkwaliteit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: Klasse Landbouw/natuur. Klasse Wonen. Klasse Industrie. Bij de toetsingsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen (
onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen is het basispakket van toepassing. Voor de gebieden waar de bodemkwaliteitskaart ook voor organochloorbestrijdingsmiddelen is vastgesteld, is het aantal gemeten stoffen ’16-26’ van toepassing. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (
het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen. Aantal gemeten stoffen Aantal toegestane Aantal gemeten stoffen Aantal toegestane overschrijdingen 1-6 0 Basispakket (7-15) 2 16 – 26 3 27 – 36 4 37 – 48 5 Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen,
staffel tabel B1. De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel,
tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen,
staffel tabel B
- De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse Industrie: Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie. Bodemkwaliteitszone Een deel van een beheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn. De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’. Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld. Deelgebied Deel van een beheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het beheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten deelgebieden’. Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden). Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit bodemkwaliteit definieert grond als volgt: ‘Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.’ Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. De gemeenten Den Helder, Hollands Kroon en Schagen hebben met gebiedsspecifiek beleid hieraan strengere eisen gesteld. Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico. De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule: De beoordeling van de heterogeniteitsindex is als volgt: Index < 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index > 0,7 : sterke heterogeniteit Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering
- Niet gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende analysegegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende analysegegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het deelgebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de analysegegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (
ook: Uitgesloten locaties en gebieden). Voor niet-gezoneerde gebieden geldt het generieke kader van het Besluit. Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (
kaartbijlage 1). Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. Op basis van de systematiek van het generieke kader van het Besluit wordt de toepassingseis bepaald. Deze wordt vastgesteld op basis van de bodemfunctieklasse en de kwaliteit van de ontvangende bodem waarbij de meest strenge eis leidend is. Dus als de bodemkwaliteit in de klasse ‘Wonen’ valt en de bodemfunctieklasse is ‘Industrie’, dan is de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (
ook de kopjes 'Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem' en 'Toetsing toepassen grond' van deze bijlage). Niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging Een locatie waar geen puntbron, bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, of een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is (geweest). Nota bodembeheer Een nota bodembeheer is een beleidsdocument waarin de onderbouwing voor het gebiedsspecifiek beleid is opgenomen. In de nota bodembeheer komen de volgende aspecten aan de orde: één of meerdere kaarten met de begrenzing van het bodembeheergebied en de bodemfuncties; de bodemkwaliteitskaart; een toelichting op de maatschappelijke opgave en het grondverzet en de verwachte ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst; de vastgestelde Lokale Maximale Waarden, inclusief motivatie en de resultaten van de risicotoolbox; de maximale gewichtspercentage bodemvreemd materiaal inclusief onderbouwing en motivatie. Daarnaast kan in een nota bodembeheer aandacht worden besteed aan de regels en procedures rondom grondstromen, wet- en regelgeving bij grondstromen, duurzaam bodembeheer en/of de (diepere) ondergrond. Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit. Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een bodemkwaliteitskaart kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de huidige kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld. Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de te verwachten gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De kaart doet dus alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit kunnen vallen in één van de vier onderscheiden klassen: Klasse Landbouw/natuur. Klasse Wonen. Klasse Industrie. Klasse Niet toepasbaar. Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (
tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen. Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen,
staffel tabel B1. De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel,
tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Klasse Industrie: De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden. De norm voor klasse grens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Niet toepasbaar: De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden. Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 90-percentiel: 90% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen De toetsing aan de PFAS-verbindingen is een aanvullende (losse) toets ten opzichte van de toetsing op de reguliere parameters en indeling in kwaliteitsklassen. Dat betekent dat eerst de toetsing plaatsvindt op basis van de reguliere parameters en op basis daarvan een indeling in kwaliteitsklasse plaatsvindt. Vervolgens vindt de toetsing aan de toepassingswaarden uit het landelijke tijdelijke handelingskader en het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie plaats. Aan de hand van de aanvullende toetsing stel je vervolgens vast in hoeverre beperkingen aan de toepassing gelden, bijvoorbeeld een verbod op het toepassen onder grondwaterniveau of in oppervlaktewater. Voor PFAS zijn de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de Achtergrondwaarde of maximale waarde wonen niet van toepassing, omdat nog geen normen zijn opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Ook tellen de gemeten PFAS niet mee als gemeten stoffen bij de bijzondere toetsregels voor het toetsen aan de achtergrondwaarde of maximale waarde wonen. Bij de inbouw van het handelingskader in de Regeling bodemkwaliteit wordt de wijze van toetsen aan normwaarden nader ingevuld. Daarnaast zijn hieronder twee voorbeelden uitgewerkt: Voorbeeld 1 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, dan moet aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de voorlopige toepassingswaarden uit het landelijke tijdelijke handelingskader. Dit kan leiden tot de volgende drie situaties: Als alle PFAS-gehalten zijn aangetoond beneden de bepalingsgrens, dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan en gelden geen aanvullende toepassingsvoorwaarden. De partij kan als bodemkwaliteit Wonen worden toegepast zonder aanvullende voorwaarden. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de bepalingsgrens maar alle PFAS-gehalten voldoen aan de voorlopige toepassingswaarden voor de bodemkwaliteitsklasse Wonen (7,0 μg/kg ds voor PFOA en 3,0 μg/kg ds voor de andere PFAS), blijft de indeling in kwaliteitsklasse Wonen staan, maar gelden wel beperkingen aan de toepassing: toepassingen van grond op de landbodem beneden grondwaterniveau (tenzij PFAS < voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS), in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden, en in oppervlaktewater zijn dan niet altijd toegestaan. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de voorlopige toepassingswaarden van 7,0 μg/kg ds voor PFOA en 3,0 μg/kg voor de andere PFAS, kan de partij niet meer ingedeeld worden in de kwaliteitsklasse Wonen maar is deze niet generiek toepasbaar. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Voorbeeld 2 Als een partij grond op basis van de overige stoffen is gekwalificeerd in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarde), dan moeten aanvullend de PFAS-gehalten worden getoetst aan de provinciale achtergrondwaarden (1,7 μg/kg ds voor PFOA en 1,5 μg/kg ds voor de andere PFAS) en bij overschrijding daarvan ook toetsen aan de normen voor 7,0 μg/kg ds voor PFOA en 3,0 μg/kg ds voor de andere PFAS). Dit kan leiden tot de volgende vier situaties: Als alle PFAS-gehalten kleiner zijn dan de bepalingsgrens, blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarde) staan en gelden geen toepassingsvoorwaarden. Kortom alle toepassingen zijn toegestaan. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de bepalingsgrens (0,1 μg/kg ds) maar beneden de provinciale achtergrondwaarden (1,7 μg/kg ds voor PFOA en 1,5 μg/kg ds voor de andere PFAS), dan blijft de indeling in kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur (< Achtergrondwaarde) staan, maar gelden wel toepassingsvoorwaarden als het PFOA gehalte boven de 0,8 μg/kg ds is aangetoond: toepassing van grond in oppervlaktewater is dan niet toegestaan. Als een PFAS-gehalte aangetoond wordt boven de provinciale achtergrondwaarden (1,7 μg/kg ds voor PFOA en 1,5 μg/kg ds voor de andere PFAS) en onder de voorlopige toepassingswaarden van 7,0 μg/kg ds voor PFOA en 3,0 μg/kg ds voor de andere PFAS, dan wordt de partij ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Wonen, of in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (< Achtergrondwaarde) als een lokale maximale waarde is vastgesteld tussen de (voorlopige) landelijke achtergrondwaarde en de voorlopige toepassingswaarden van 7,0 μg/kg ds voor PFOA en 3,0 μg/kg ds voor de andere PFAS. Als één of meerdere PFAS-gehalten zijn aangetoond boven de voorlopige toepassingswaarden van 7,0 μg/kg ds voor PFOA en 3,0 μg/kg ds voor de andere PFAS, kan de partij niet meer ingedeeld worden in een generieke kwaliteitsklasse voor toepasbare grond. Toepassing van de partij kan alleen plaatsvinden als in dat gebied verhoogde Lokale Maximale Waarden door het bevoegd gezag zijn vastgesteld in het kader van gebiedsspecifiek beleid. Puntbron Duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen). Standaarddeviatie Ook wel ‘standaardafwijking’ genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van analysegegevens in een dataset. De berekening hiervan is als volgt: Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en 𝑥 het gemiddelde van de analyseresultaten. Toepassingseis toe te passen grond op of in de bodem Deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld. Bodemfunctieklasse Bodemkwaliteitsklasse Toepassingseis @ (generiek kader Besluit en PFAS beleid [landelijk/provinciaa]) Overig (Landbouw/natuur) Landbouw/natuur Landbouw/natuur Overig (Landbouw/natuur) Wonen Landbouw/natuur Overig (Landbouw/natuur) Industrie Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur Landbouw/natuur Wonen Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen Industrie Landbouw/natuur Landbouw/natuur Industrie Wonen Wonen Industrie Industrie Industrie De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Toetsing toepassen grond Om te beoordelen of het toepassen van grond is toegestaan wordt de kwaliteit van de toe te passen grond vergeleken met de toepassingseis. De kwaliteit van de toe te passen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis kan worden bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden). Kwaliteit toe te passen grond # Toepassingseis @ (generiek kader Besluit en PFAS-beleid [landelijk én provinciaal]) Toepassing toegestaan? Wonen Wonen Ja Industrie Wonen Nee Landbouw/natuur Wonen Ja Wonen Industrie Ja Industrie Industrie Ja Landbouw/natuur Industrie Ja Wonen Landbouw/natuur Nee Industrie Landbouw/natuur Nee Landbouw/natuur Landbouw/natuur Ja De gemiddelden van de PFAS-verbindingen in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. De toepassingseis is gebaseerd op het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit, het landelijke tijdelijke handelingskader én het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Toetsingswaarden Besluit en Regeling bodemkwaliteit, het tijdelijk handelingskader en het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit, het tijdelijk handelingskader en het provinciale beleid hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel B2 Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-). Stof Maximale waarden Achtergrondwaarde (AW2000, Landbouw/natuur) Maximale waarden wonen Maximale waarden industrie Arseen 20 27 76 Barium * n.v.t. n.v.t. n.v.t. Cadmium 0,60 1,2 4,3 Chroom 55 62 180 Kobalt 15 35 190 Koper 40 54 190 Kwik 0,15 0,83 4,8 Lood 50 210 530 Molybdeen 1,5 88 150 Nikkel * 35 39 100 Zink 140 200 720 Som PAK 1,5 6,8 40 Som PCB 0,02 0,04 0,5 Minerale olie 190 190 500 α-Endosulfan 0,0009 0,0009 0,1 Chloordaan (som) 0,002 0,002 0,1 Drins (som) 0,015 0,04 0,14 α-HCH 0,001 0,001 0,5 β-HCH 0,002 0,002 0,5 γ-HCH 0,003 0,04 0,5 Heptachloor 0,0007 0,0007 0,1 Heptachloorepoxide (som) 0,002 0,002 0,1 DDT (som) 0,2 0,2 1 DDE (som) 0,1 0,13 1,3 DDD (som) 0,02 0,84 34 Organochloorbestrijdings-middelen (s