HOOFDSTUK1Begripsbepalingen LANDSBESLUIT, HOUDENDE ALGEMENE MAATREGELEN, van de 21ste januari 2006 ter uitvoering van artikel 22, eerste lid, van de Luchtvaartlandsverordening Artikel1 In dit landsbesluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a.AFIS: (“Aerodrome flight information service”) : onderdeel van luchtverkeers-dienstverlening dat voorziet in het geven van inlichtingen die tot doel hebben een veilig en geregeld verloop van het luchtvaartterreinverkeer op daartoe door de Minister aangewezen luchtvaartterreinen; b.luchtverkeerstroomregeling (air traffic flow management) : een dienstverlening aan het luchtverkeer met het doel een optimale luchtverkeerstroom te verzekeren naar of via gebieden waarin het luchtverkeersaanbod de capaciteiten van het luchtverkeerssysteem overtreft; c.AIS (Aeronautical Information Services) : vluchtvoorlichtingsdienst die is belast met het geven van luchtvaartinlichtingen, die nodig zijn voor een veilig, ordelijk en vlot verloop van het luchtverkeer vòòr de vlucht en het in ontvangst nemen daarvan na de vlucht; alarmering : een dienstverlening met het doel de betrokken instanties te waarschuwen aangaande luchtvaartuigen, die hulp behoeven in de vorm van opsporing en redding en deze instanties bij te staan voor zover dat vereist is; algemene luchtverkeersleiding : het geven van luchtverkeersleiding bij een aangewezen algemene luchtverkeersleidingsdienst; algemeen luchtverkeers- leidingsgebied (Control Area-CTA) : een luchtverkeerleidings-gebied, dat zich in opwaartse richting uitstrekt vanaf een vastgestelde grens boven het aardoppervlak; ATC : “Air Traffic Control” bijzonder luchtverkeersgebied : een luchtruimte met vastgestelde begrenzingen, waarbinnen nadere voorschriften zijn gesteld ter bescherming van bepaalde soorten luchtverkeer of van bijzondere luchtvaartactiviteiten; bijzondere VFR-vlucht : een VFR-vlucht, die overeenkomstig een klaring van een luchtverkeersleidingsdienst wordt uitgevoerd binnen een plaatselijk luchtverkeers- leidingsgebied, onder weersomstandigheden die slechter zijn dan zichtweersomstandigheden; gecontroleerd luchtvaartterrein : een luchtvaartterrein, waar luchtverkeersleiding wordt gegeven aan luchtvaartterreinverkeer; gecontroleerde vlucht : een vlucht waarvoor een klaring is vereist; grondzicht : het zicht op een luchtvaartterrein, zoals bepaald door een bevoegde waarnemer of met daartoe bestemde apparatuur; IFR-vlucht : een vlucht uitgevoerd in overeenstemming met instrumentvliegvoorschriften; instrumentweers- omstandigheden : weersomstandigheden, die zijn uitgedrukt in termen van zicht, afstand tot wolken en wolkenbasis en die minder zijn dan de voorgeschreven minimum waarden voor zichtweersomstandigheden; klaring : machtiging aan de gezagvoerder van een luchtvaartuig om een vlucht aan te vangen of te vervolgen onder door een luchtverkeersleidingdienst gestelde voorwaarden; kruishoogte : een vlieghoogte, die tijdens een aanzienlijk deel van een vlucht wordt gehandhaafd; luchtvaartterreinverkeer : alle verkeer op het manouvreergebied en alle luchtvaartuigen, die zich bevinden in het luchtverkeerscircuit van het betrokken luchtvaartterrein dan wel dit circuit binnenvliegen of verlaten; luchtvaartterrein-vluchtinfor- matiegebied (aerodrome flight information zone (AFIZ) : luchtruimte met vastgestelde begrenzingen waarbinnen AFIS wordt verstrekt; luchtverkeerscircuit : de voorgeschreven vliegbaan voor luchtvaartuigen, die moet worden gevolgd in de nabijheid van een luchtvaartterrein; luchtverkeersdienst : één of meer van de diensten, die zijn belast met het uitoefenen van de luchtverkeersdienstverlening, zijnde: luchtverkeersleidingsdiensten, vluchtinformatiecentrum en luchtverkeersmeldingspost; luchtverkeersdienstverlening : één of meer van de volgende dienstverleningen aan het luchtverkeer: luchtverkeersleiding, vluchtinformatieverstrekking en alarmering; luchtverkeersleidingsdienst : één of meer van de volgende nader omschreven lucht-verkeersdiensten: luchtverkeersleidingscentrum (area control centre (ACC): luchtverkeersleidingsdienst belast met de uitoefening van luchtverkeersleiding, vluchtinformatieverstrekking en alarmering; naderingsluchtverkeersleidingsdienst (approach control office (APP): een luchtverkeersleidingsdienst belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening aan luchtverkeer dat een luchtvaartterrein nadert, dan wel daarvan vertrekt; plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst (aerodrome control tower (TWR): een luchtverkeersleidingsdienst belast met het geven van luchtverkeersdienstverlening aan luchtvaartterreinverkeer; luchtverkeersleidingsgebied : een luchtverkeersdienstverleningsgebied, waarbinnen luchtverkeersleiding wordt gegeven aan IFR-vluchten en VFR-vluchten in overeenstemming met de geldende luchtruimteclassificatie; luchtverkeersmeldingspost (air traffic services reporting office (ARO) : een luchtverkeersdienst belast met het ontvangen van vliegplannen voor de vlucht en rapporten betreffende de luchtverkeersdienstverlening; luchtverkeersroute : een bepaalde route, vastgesteld om de verkeersstroom te kanaliseren, waar dat nodig is voor de verzorging van de luchtverkeersdienstverlening; manoeuvreergebied : het gedeelte van een luchtvaartterrein, met uitzondering van platforms, dat gebruikt wordt voor het opstijgen, het landen van luchtvaartuigen en het taxiën van luchtvaartuigen; aa. meldingspunt : een geografisch bepaalde plaats, ten opzichte waarvan de positie van een luchtvaartuig kan worden gemeld; ab. movement area : het gedeelte van een luchtvaartterrein bestemd voor het opstijgen, landen en taxiën van luchtvaartuigen, bestaande uit het manoeuvreergebied en het platform; ac. naderingsluchtverkeersleiding : het geven van luchtverkeersleiding bij een aangewezen naderingsluchtverkeersleidingsdienst; ad. naderingsluchtverkeers- leidingsgebied (Terminal control area TMA) : een algemeen luchtverkeersleidingsgebied, dat doorgaans is ingesteld bij het kruispunt van luchtverkeersroutes gelegen in de nabijheid van één of meer luchtvaartterreinen; ae. NOTAM : een kennisgeving, bevattende inlichtingen, welke van belang zijn voor de uitoefening van de luchtvaart in het aan de Nederlandse Antillen toegewezen vluchtinlichtingengebied, die wordt uitgegeven, indien het betreft een inlichting van tijdelijke aard of wanneer de inlichting niet tijdig in de AIP kan worden gepubliceerd; af. omschakelpunt : het punt waar een luchtvaartuig tijdens een vlucht langs een luchtverkeersroute-segment, dat is bepaald met betrekking tot alzijdig gerichte radiobakens werkend op zeer hoge frequenties (VOR's), verwacht wordt- voor de primaire navigatie- om te schakelen van het baken achter het luchtvaartuig naar het volgende baken vóór het luchtvaartuig; ag. plaatselijke luchtver- keersleiding : het geven van luchtverkeersleiding bij een aangewezen plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst; ah. plaatselijk luchtverkeers- leidingsgebied (Control Zone (CTR) : een luchtverkeersleidings-gebied, dat zich verticaal uitstrekt vanaf het aardoppervlak tot aan een vastgestelde bovengrens; ai. platform : een gedeelte van een luchtvaartterrein, dat bestemd is voor het opstellen van luchtvaartuigen, met het doel passagiers te laten in- of uitstappen, post of vracht te laden of te lossen, brandstof in te nemen, te parkeren of onderhoudswerkzaamheden te verrichten; aj. RCC : “Rescue Coordination Centre”; ak RNP : Required Navigation Performance”; al. sleep : een door een luchtvaartuig door middel van een sleepkabel voortgetrokken sleepnet, doel voor richt- en schietoefeningen of een zweefvliegtuig; am. sleepkabel : het geheel van onderdelen dat de verbinding vormt tussen het luchtvaartuig en de sleep; an. sleepvliegtuig : een vliegtuig, ingericht voor het doen opstijgen en in de lucht voortslepen van een sleep; ao. uitwijkhaven : een luchtvaartterrein, waarheen een vlucht kan worden vervolgd indien moet worden afgezien van landing op het luchtvaartterrein van bestemming; ap. Verdrag : het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart; aq VFR-vlucht : een vlucht waarop vastgestelde algemene vliegvoorschriften alsmede vastgestelde zichtvliegvoorschriften van toepassing zijn; ar. vliegniveau : een vlak van constante atmosferische druk in relatie tot het referentie-drukvlak van 1013.2 hectopascals (hPa), dat van soortgelijke vlakken is gescheiden door bepaalde drukintervallen; as. Vliegtuigen : luchtvaartuigen zwaarder dan lucht en voorzien van een voortstuwings-inrichting; at. vliegzicht : het zicht recht vooruit waargenomen vanuit de stuurhut van een luchtvaartuig tijdens de vlucht; au. vluchtinformatiecentrum : een luchtverkeersdienst, die is belast met het verstrekken van vluchtinformatie en het verzorgen van de alarmering; av. vluchtinformatiegebied Curaçao : het gebied begrensd door de posities met de hierna genoemde coördinaten, alsmede de luchtruimte daarboven: 1230N07030W-1230N07125W-1420N07400W 1600N07400W-1700N07300W-1700N07140W 1600N07140W-1600N06800W-1541N06704W 1124N06758W-1230N07030W; aw. vluchtinformatieverstrekking : een dienstverlening met het doel inlichtingen te geven tijdens de vlucht ten behoeve van een veilige en doelmatige vluchtuitvoering; ax. voet : de lengte gelijk aan 0.3048 m; ay. Very High Frequency Omnidirectional Radio Range (VOR) : een op de grond geplaatst zendsysteem dat het mogelijk maakt om vanuit het vliegtuig geselecteerde radiaal te onderscheppen of te volgen door middel van fasevergelijking; az. wolkenbasis : de hoogte boven grond of water van de basis van de laagste wolkenlaag beneden 6000 meter (20.000 voet) die meer dan de helft van de hemel bedekt; ba. zichtweersomstandigheden : weersomstandigheden, die zijn uitgedrukt in termen van zicht, afstand tot wolken en wolkenbasis die gelijk zijn aan, of beter zijn dan de voorgeschreven minimum waarden; bb. zonsondergang : het ogenblik, waarop de bovenrand van de zon onder de schijnbare kim verdwijnt op zeeniveau; bc. zonsopgang : het ogenblik, waarop de bovenrand van de zon boven de schijnbare kim verschijnt op zeeniveau. HOOFDSTUK2Luchtverkeersdienstverlening en kwaliteits- en veiligheidssysteem luchtverkeersleidingsdiensten Artikel2 1.De bepalingen van dit hoofstuk zijn van toepassing binnen het Nederlands- Antilliaanse grondgebied -de territoriale wateren daaronder begrepen- en het luchtruim daarboven, binnen het luchtruim boven het grondgebied van Aruba vanaf een hoogte van 6500 voet, benevens binnen het gedeelte van het luchtruim boven de volle zee, waarin de Nederlandse Antillen - krachtens het door de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie goedgekeurde Caribische regionaal plan - de verantwoordelijkheid heeft aanvaard voor het verzorgen van de luchtverkeersdienstverlening. 2.Het luchtruim en de luchtruimgedeelten, bedoeld in het eerste lid, zijn aangegeven op de bij dit landsbesluit gevoegde kaart, zoals vastgesteld in de “Aeronautical Information Publication” en aangeduid als vluchtinformatiegebied Curaçao. 3.De bepalingen van hoofdstuk 4, 5, 6 en 7 zijn van toepassing op: alle luchtvaartuigen binnen het Nederlands-Antilliaans grondgebied - de territoriale wateren daaronder begrepen - en binnen het luchtruim en de luchtruimgedeelten genoemd in het eerste lid; alle Nederlands-Antilliaanse luchtvaartuigen, waar deze zich ook mogen bevinden, tenzij deze bepalingen in strijd zijn met die van de Staat, op of boven welks grondgebied het luchtvaartuig zich bevindt. Artikel3 1.De gehele luchtruimte structuur en de wijze waarop luchtverkeersdiensten uitgevoerd moeten worden binnen het vluchtinformatiegebied Curaçao, zijnde het gebied waarin op basis van regionale overeenkomsten de Nederlandse Antillen is aangewezen om zorg te dragen voor de uitvoering van luchtverkeersdiensten, is uitsluitend een aangelegenheid van de Nederlandse Antillen. 2.Voorstellen tot wijziging van de luchtruimte structuur, inclusief de structuur van luchtroutes, de classificatie van het luchtruim en de indeling van het luchtruim worden door de Minister niet goedgekeurd en gepubliceerd indien niet voldaan wordt aan het gestelde in de bij dit landsbesluit behorende bijlage A. 3.Luchtverkeersdiensten van de Nederlandse Antillen verzorgen de diensten op een veilige, efficiënte, continu en voortdurende basis, voor zover dit vereist wordt om tegemoet te komen aan de vraag naar zulke diensten in de gehele ruimte waarvoor de Nederlandse Antillen de verantwoordelijkheid draagt. 4.De autonome luchtverkeersdienst die belast wordt met de uitvoering van luchtverkeersdiensten binnen het vluchtinformatie gebied Curaçao, houdt zich onverminderd andere bepalingen opgenomen in dit landsbesluit aan de algemene vereisten voor de uitvoering van luchtverkeersdiensten, zoals opgenomen in de bij dit landsbesluit behorende bijlage B. 5.De luchtverkeersdienst stuurt de Minister een afschrift van de aansprakelijkheidsverzekering, bedoeld in de bij dit landsbesluit behorende bijlage B. Artikel4 1.De Directie Luchtvaart draagt zorg dat het vluchtinformatiegebied Curaçao op een veilige en efficiënte wijze wordt gebruikt en houdt daarbij toezicht op de activiteiten van zowel luchtverkeersdienstsystemen als op gebruikers van het vluchtinformatiegebied Curaçao. 2.De Directie Luchtvaart houdt tevens toezicht op de veiligheid en efficiëntie binnen het St. Maarten TMA. 3.De directeur Luchtvaart draagt zorg voor de frequentie en kwaliteit van inspecties, audits en “proficiency checks” van luchtverkeersdiensten. Hierbij dient de directeur zorg te dragen dat de grootte van de frequentie zodanig is dat de Nederlandse Antillen haar verantwoordelijkheid met betrekking tot de zorg voor de veiligheid en efficiëntie van het luchtverkeer binnen het betreffende luchtruim kan nakomen. 4.De directeur Luchtvaart staat de Minister bij met beleidsvorming met betrekking tot het luchtverkeer en de luchtverkeersdienstverlening binnen het vluchtinformatiegebied Curaçao. Artikel5 1.De inspecteur luchtverkeersbeveiliging en operaties luchtvaartterreinen is namens de directeur Luchtvaart verantwoordelijk voor het toezicht op een veilige en efficiënte verlening van luchtverkeersdiensten binnen de Nederlandse Antillen en voor de controle op naleving van de van toepassing zijnde wettelijke voorschriften door de luchtverkeersdienstverleners. 2.De inspecteur luchtverkeersbeveiliging en operaties luchtvaartterreinen draagt zorg voor een passende en transparante toezicht en op een veilige en efficiënte dienstuitvoering door de luchtverkeersdienstverleners. Artikel6 De directeur Luchtvaart draagt zorg dat de inspecteur luchtverkeersbeveiliging en operaties luchtvaartterreinen om de zes maanden tenminste één gedetailleerd rapport opstelt met betrekking tot: de technische en operationele vakbekwaamheid en geschiktheid van het personeel van elke luchtverkeersdienst; systemen en processen van het kwaliteits- en veiligheidsysteem van elke luchtverkeersdienst; de kwaliteit van de door luchtverkeersdiensten geleverde diensten; rapportage-systemen binnen de organisatie van luchtverkeersdiensten; het personeelsbeheer (human resources), inclusief plannen voor het behouden van een adequaat personeelsbestand; de organisatie-structuur van luchtverkeersdiensten; en de beveiliging van het luchtverkeerssysteem. Artikel7 De directeur van elke luchtverkeersdienst staat de inspecteur luchtverkeersbeveiliging en operatie luchtvaartterreinen bij tijdens het uitoefenen van werkzaamheden gerelateerd aan zijn toezichthoudende bevoegdheden en taken en verschaft hem inzage van de daarvoor bestemde documenten en onbelemmerde toegang tot vertrekken waarin werkzaamheden betreffende luchtverkeersdiensten plaatsvinden. Artikel8 De Minister kan op nationaal niveau deskundige organisaties of op internationaal niveau door ICAO erkende organisaties die de technische ervaring en deskundigheid bezitten, de bevoegdheid geven om controle uit te oefenen op de door de Minister aan te geven van toepassing zijnde eisen en normen opgenomen in dit landsbesluit. Artikel9 1.Een erkende organisatie beschikt over: ruime, aantoonbare ervaring met de beoordeling van openbare en particuliere entiteiten in de luchtvervoersectoren, met name luchtvaartnavigatiedienstverleners en in andere vergelijkbare sectoren op één of meer van de onder dit landsbesluit vallende gebieden; uitgebreide regels en voorschriften voor de periodieke beoordeling van de bovengenoemde entiteiten, die worden gepubliceerd en voortdurend worden aangepast en verbeterd door middel van programma’s voor onderzoek en ontwikkeling; het nodige technische, leidinggevende, ondersteunende en onderzoekpersoneel dat in overeenstemming is met de uit te voeren taken. 2.Een erkende organisatie: mag niet onder zeggenschap vallen van luchtverkeersdienstverleners of anderen die commercieel betrokken zijn bij de levering van luchtverkeersdiensten of luchtvervoerdiensten; wordt op zodanige wijze beheerd dat de vertrouwelijkheid van de voor het beheer vereiste informatie gewaarborgd is; verschaft aan de Directie Luchtvaart relevante informatie; definieert en documenteert haar beleid en doelstellingen inzake kwaliteit en haar streven daarnaar en zorgt ervoor dat dit beleid op alle niveaus van de organisatie bekend is, uitgevoerd en nageleefd wordt; certificeert haar kwaliteitssysteem door een onafhankelijke audit-instantie, die wordt erkend door de Regering van de Nederlandse Antillen. Artikel10 Bij de bepaling van de noodzaak voor de verlening van luchtverkeersdiensten neemt de Minister het volgende in overweging: type luchtverkeer; de luchtverkeersdichtheid; de meteorologische condities; en andere factoren die relevant kunnen zijn. Artikel11 Bij de aanwijzing van luchtverkeersdiensten handelt de Gouverneur conform het bepaalde in §2.8 van hoofdstuk 2 van bijlage 11 van het Verdrag. Artikel12 1.In het vluchtinformatiegebied Curaçao worden bij landsbesluit aangewezen: algemene luchtverkeersleidingsgebieden en algemene luchtverkeersleidingsdiensten; naderingsluchtverkeersleidingsgebieden en naderingsluchtverkeersleidingsdiensten; plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden en plaatselijke luchtverkeersleidings-diensten. 2.In de algemene- en naderingsluchtverkeersleidingsgebieden wordt luchtverkeersleiding gegeven aan IFR-vluchten, tenzij luchtverkeersleidingsgebieden of delen van luchtverkeersleidingsgebieden worden aangewezen, waarbinnen eveneens luchtverkeersleiding wordt gegeven aan VFR-vluchten. 3.In de luchtvaartterreinluchtverkeersleidingsgebieden wordt luchtverkeersleiding gegeven aan luchtvaartterreinverkeer. 4.Delen van het vluchtinformatiegebied Curaçao kunnen worden aangewezen als bijzondere luchtverkeersdienstverleningsgebieden, waarbinnen nadere voorschriften worden gesteld ter bescherming van: bepaalde soorten luchtverkeer; of bijzondere luchtvaartactiviteiten. 5.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan bij landsbesluit delen van het vluchtinformatiegebied Curaçao aangewezen worden waarbinnen na overleg met de bevoegde autoriteiten van een aangrenzende Staat, luchtverkeersdienstverlening wordt gegeven door een instantie van die Staat. 6.De Minister kan de luchtverkeersdienst belasten met het geven van luchtverkeers-dienstverlening in delen van een aangrenzend vluchtinformatiegebied, na overleg met de aldaar bevoegde autoriteiten. 7.De instanties belast met luchtverkeersdienstverlening coördineren de uitvoering van deze taken met de instanties belast met de luchtverkeersdienstverlening binnen hetzelfde gebied of in aangrenzende gebieden. 8.Bij een aanwijzing van de luchtverkeersleidingsgebieden, bedoeld in het tweede lid, worden de grenzen daarvan zodanig vastgesteld, dat de aangewezen luchtruimte voldoende is voor het bevatten van de vliegbaan van de IFR-vluchten waaraan luchtverkeersleiding zal worden gegeven, rekening houdend met de te gebruiken navigatie-hulpmiddelen. De ondergrens van een algemeen luchtverkeersleidingsgebied wordt niet lager vastgesteld dan 213 meter (700 voet) boven de grond of het water. De ondergrens van een naderingsluchtverkeersleidingsgebied ligt op de grond of het water; de laterale begrenzing wordt vastgesteld op ten minste 9260 meter (5 zeemijlen) van het middelpunt van het betrokken luchtvaartterrein in de richting waaruit naderingen kunnen plaatsvinden. Artikel13 Elke luchtverkeersdienst draagt de verantwoordelijkheid voor het verlenen van luchtverkeersdiensten aan luchtvaartuigen binnen de aan deze toegewezen luchtruim. De verantwoordelijkheid voor luchtverkeersdienstverlening aan een luchtvaartuig of een groep van luchtvaartuigen kan worden overgedragen aan andere luchtverkeersdiensten mits coördinatie tussen de betreffende luchtverkeersdiensten is verzekerd. Artikel14 1. Tussen twee luchtverkeersleidingscentra vindt de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot een vlucht plaats bij het passeren van de gemeenschappelijke grens tussen de desbetreffende luchtverkeersleidingsgebieden, of op zodanige andere positie, tijd of vlieghoogte als is overeengekomen tussen de twee luchtverkeersleidingsdiensten. Tussen een luchtverkeersleidingscentrum en een naderingsluchtverkeersleidingsdienst, een naderingsluchtverkeersleidingsdienst en een plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst, een luchtverkeersleidingscentrum en een plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst, vindt de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot een vlucht plaats op een wijze zoals is overeengekomen tussen een luchtverkeersleidingscentrum en een luchtverkeersleidingsdienst of tussen de luchtverkeersleidingsdiensten onderling. De overdracht van verantwoordelijkheid tussen een naderingsluchtverkeersleidingsdienst en een plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst wordt uitgevoerd in overeenstemming met § 3.6.1.3 en 3.6.1.3.2 van bijlage 11 van het Verdrag. De overdracht van verantwoordelijkheid tussen sectoren belast met de verlening van luchtverkeersleiding bij dezelfde luchtverkeersleidingsdiensteenheid wordt van de ene sector naar de andere sector overgedragen op een punt, hoogte of tijd zoals neergelegd in instructies van de luchtverkeersleidingsdienst. De coördinatie van overdracht zoals vermeld in dit artikel wordt uitgevoerd conform de bepalingen van § 3.6.2. van Bijlage 11 van het Verdrag Artikel15 1.Elke luchtverkeersleidingsdienst beschikt te allen tijde over een kwaliteits- en veiligheidssysteem, welke voldoet aan het voorschrift en de doelstellingen neergelegd in paragraaf 2.1.3 respectievelijk 2.2 van hoofdstuk 2 “ATS Safety Management” van ICAO DOC 4444 ATM/501 “Procedures for Air Navigation Services, Air Traffic Management” 2.Het systeem, bedoeld in het eerste lid, wordt met inachtneming van de aanbevelingen neergelegd in paragraaf 2.3 jo. paragrafen 2.4 tot en met 2.7 van het ICAO document, genoemd in het eerste lid - voor zover deze van toepassing zijn - beschreven in een handboek, welke door de Minister wordt goedgekeurd. 3.Elke luchtverkeersleidingsdienst draagt zorgt voor het in stand en in overeenstemming houden van het handboek met het kwaliteits- en veiligheidssysteem. 4.De luchtverkeersleidingsdienst toont aan dat zij handelt in overeenstemming met: het beschreven kwaliteits- en veiligheidssysteem, zoals goedgekeurd; de richtlijnen aangegeven in “ CAR/SAM Regional Guidance Material On Air Traffic Services Quality Assurance Programme”; de van toepassing zijnde wettelijke voorschriften. 5.Elke luchtverkeersleidingsdienst voert tenminste eenmaal per jaar een interne beoordeling uit van het kwaliteits- en veiligheidssysteem. 6.Bij vernieuwing of aanzienlijke aanpassing van luchtverkeersleidingsprocedures of technische systemen, stelt de luchtverkeersleidingsdienst vooraf een kwaliteits- en veiligheidsplan op, welke aan de Minister wordt voorgelegd ter goedkeuring, die de verantwoordelijkheid draagt om na te gaan of het ingediend plan voldoet aan de veiligheidseisen van ICAO. 7.Goedkeuring van de ingediende voorstellen tot implementatie, bedoeld in het zesde lid, vindt slechts plaats, indien de luchtverkeersleidingsdienst schriftelijk blijk heeft gegeven dat zij een schatting van de veiligheid heeft uitgevoerd en dat een gedetailleerde beoordeling hiervan door de inspecteur luchtverkeersbeveiliging uitwijst dat het vereiste minimale veiligheidsniveau wordt bereikt. Artikel16 1.De luchtverkeersdienstverlening heeft ten doel: het voorkomen van botsingen tussen luchtvaartuigen onderling; het voorkomen van botsingen op het manoeuvreergebied tussen luchtvaartuigen onderling en tussen luchtvaartuigen en obstructies; het bespoedigen en onderhouden van een geregeld verloop van het luchtverkeer; het geven van inlichtingen tijdens de vlucht ten behoeve van een veilige en doelmatige vluchtuitvoering; het waarschuwen van de betrokken instanties aangaande luchtvaartuigen, die hulp behoeven in de vorm van opsporing en redding en het bijstaan van deze instanties voor zover dat vereist is. 2.Luchtverkeersdienstverlening wordt gegeven in het belang van de algemene luchtverkeersveiligheid en een veilig, ordelijk en vlot verloop van het luchtverkeer. 3.Luchtverkeersdienstverlening wordt gegeven in de luchtruimte-klassen A, B C, D, E, F en G. 4.De wijze waarop luchtverkeersdienstverlening wordt gegeven binnen het vluchtinformatiegebied Curaçao, de Juliana CTR en het Juliana TMA geschiedt conform de aanwijzingen opgenomen in de bij dit landsbesluit behorende bijlage C “ATS Airspace Classifications”. 5.Van wijzigingen in de bijlage, bedoeld in het vierde lid, wordt mededeling gedaan in het blad, waarin van Landswege de officiële berichten worden geplaatst. 6.Door de Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop luchtverkeersdienstverlening wordt gegeven. 7.De betrokken luchtverkeersdienst verleent in de luchtruimte-klassen E, F en G toestemming aan VFR-vluchten om onder bepaalde omstandigheden zonder de vereiste radiocommunicatie, vluchten uit te voeren. 8.Bij de uitvoering van de doelstellingen van de luchtverkeersdiensten nemen de luchtverkeersdiensten de vereisten voor luchtvaartmaatschappijen neergelegd in bijlage 6 van het Verdrag in acht. Wanneer luchtvaartmaatschappijen zulks vereisen stellen de luchtverkeersdiensten hen of de door hen aangewezen vertegenwoordigers informatie ter beschikking teneinde hen of de door hen aangewezen vertegenwoordigers in staat te stellen hun verantwoordelijkheden uit te voeren. Artikel17 Binnen het vluchtinformatiegebied Curaçao kunnen luchtverkeersdiensten worden verleend door de bij landsbesluit aan te wijzen luchtverkeersdiensten. Artikel18 Door de Minister kunnen ter bevordering van een veilige, ordelijke en vlotte afwikkeling van het luchtverkeer, regels worden gesteld betreffende de prioriteitstelling bij de luchtverkeers-dienstverlening. Artikel19 Luchtverkeersleiding wordt gegeven aan de volgende vluchten: alle IFR-vluchten in luchtverkeersleidingsgebieden klasse A, B, C, D en E; alle VFR-vluchten in luchtverkeersleidingsgebieden klasse B, C, en D; het luchtvaartterreinverkeer van een gecontroleerd luchtvaartterrein; alle bijzondere VFR-vluchten. Luchtverkeersleiding wordt gegeven middels het verstrekken van klaringen voor separatiedoeleinden of verkeersinformatie; klaringen worden als regel verstrekt per radio, doch kunnen aan luchtvaartterreinverkeer ook worden verstrekt door middel van lichtseinen. Klaringen voorzien in separatie tussen: alle vluchten in klasse A en B gebieden; IFR-vluchten in klasse C, D en E gebieden; IFR- en VFR-vluchten in klasse C gebieden; IFR-vluchten en bijzondere VFR-vluchten; bijzondere VFR-vluchten onderling indien voorgeschreven door de Minister. Uitvoering van luchtverkeersleiding geschiedt conform § 3.3. en § 3.4. van Bijlage 11 van het Verdrag. De luchtverkeersdienst voldoet, teneinde zorg te dragen voor de veiligheid en doeltreffendheid bij de uitvoering van luchtverkeersdiensten aan de vereisten voor communicatie zoals neergelegd in hoofdstuk 6 van Bijlage 11 van het Verdrag. Luchtverkeersdiensten worden voorzien van de vereiste informatie welke nodig is voor de uitvoering van hun taken conform hoofdstuk 7 van Bijlage 11 van het Verdrag. De inhoud van een klaring bevat: vluchtenidentificatie, zoals opgegeven in het vliegplan; klaringslimiet; route; vlieghoogten over de gehele route of een deel daarvan en veranderingen hiervan voorzover vereist; aanvullende instructies of informatie inzake nadering of vertrekprocedures, communicatie procedures en het tijdtip waarna de klaring niet meer geldig is. Klaringen voor trans-sonische vluchten geschiedt conform § 3.7.2.1 van Bijlage 11 van het Verdrag. Het teruglezen van klaringen en veiligheid gerelateerde informatie vindt plaats conform § 3.7.3. van Bijlage 11 van het Verdrag. Artikel20 Een ATC-klaring wordt tussen luchtverkeersdiensten gecoördineerd conform de bepalingen van § 3.7.4.1, § 3.7.4.2, § 3.7.4.3 en § 3.7.4.4 van Bijlage 11 van het Verdrag. Artikel21 1.Wanneer de omvang van het luchtverkeer zulks vereist implementeren de luchtverkeers-diensten een luchtverkeersstroomregeling. 2.De luchtverkeersdienst die de luchtverkeersstroomregeling heeft geïmplementeerd stelt de andere relevante luchtverkeerseenheden op de hoogte en informeert de eenheid belast met de luchtverkeersstroomregeling voorzover deze eenheid bestaat. Artikel22 1.Vluchtinformatie wordt verstrekt aan alle luchtvaartuigen wanneer: aan deze luchtvaartuigen luchtverkeersleiding wordt verstrekt; deze luchtvaartuigen anderszins bekend zijn bij de betrokken luchtverkeersdienst; of deze informatie van invloed kan zijn op de vluchtuitvoering. 2.Vluchtinformatie omvat: inlichtingen betreffende de uitstoting in de atmosfeer van radioactieve stoffen en giftige stoffen; inlichtingen verstrekt door een meteorologische dienst betreffende het optreden of verwachte optreden van weersverschijnselen langs de vliegroute, die de veiligheid van de vluchtuitvoering kunnen beïnvloeden in het bijzonder SIGMET en AIRMET; informatie omtrent vulkanische activiteiten, vulkaan uitbarstingen, informatie omtrent vulkanische aswolken welk informatie nog niet via andere wege is uitgegeven; inlichtingen over wijziging in de bruikbaarheid van navigatie-hulpmiddelen; inlichtingen over wijzigingen in de staat waarin luchtvaartterreinen en bijbehorende faciliteiten verkeren, met inbegrip van de staat waarin het manoeuvreergebied en de platforms zich bevinden ten gevolge van de aanwezigheid van water; informatie omtrent onbemande vrije ballons; andere beschikbare gegevens, die de veiligheid van de vlucht kunnen beïnvloeden; gemelde of verwachte weersomstandigheden op luchtvaartterreinen van aankomst en vertrek of op uitwijkhavens; mogelijk botsingsgevaar voor vluchten in de klasse C, D, E, F en G luchtverkeersgebieden; voor vluchten over watergebieden, voorzover uitvoerbaar en op verzoek van een piloot, elke beschikbare informatie zoals roepnaam van het luchtvaartuig, positie, ware grondkoers, snelheid enz. van vaartuigen aan de oppervlakte. 3.Vluchtinformatie aan VFR-vluchten omvat tevens inlichtingen omtrent ander luchtverkeer en mogelijke instrumentweersomstandigheden langs de vliegroute, voor zover beschikbaar. Artikel23 Het luchtverkeersleidingscentrum geeft vluchtinformatie en alarmering aan vluchten beneden de 2500 voet en binnen de laterale grenzen van het vluchtinformatiegebied Curaçao, uitgezonderd de gebieden vallende binnen Beatrix Control Zone, Flamingo Control Zone en Plesman Control Zone. Artikel24 De instantie, belast met het geven van AFIS, verstrekt in ieder geval de volgende vluchtinformatie: a.meteorologische inlichtingen voor startende en landende vliegtuigen, inclusief de ongecodeerde waarschuwing voor weersomstandigheden die van invloed kunnen zijn op een veilige vluchtuitvoering, over: 1º. de actuele windrichting en snelheid op de grond, inclusief belangrijke wisselingen, 2º. de hoogtemeterinstelling ten opzichte van het gemiddeld zeeniveau en, standaard wanneer dat ter plaatse gebruikelijk is of anders op verzoek, de hoogtemeter-instelling ten opzichte van het terrein, 3º. de luchttemperatuur op de in gebruik zijnde baan, bij een start van een vliegtuig met turbinemotor(en), 4º. het actuele zicht, representatief voor de startrichting en eerste klim, of in de naderings- en landingsfase, wanneer dit minder is dan 10 km of, indien beschikbaar, de zichtbare baanlengte op de te gebruiken baan, 5º. een aanduiding van belangrijke meteorologische omstandigheden in het start- en uitklimgebied, of in het naderings- en landingsgebied, 6º. het huidige weer en de hoeveelheid en hoogte van de basis van lage wolken, wanneer een vliegtuig een nadering uitvoert onder instrumentweersomstandigheden; inlichtingen die de vlieger in staat stellen de best bruikbare start- of landingsbaan te kiezen, inclusief de aanbevolen baan en het luchtverkeerscircuit en, op verzoek van de vlieger, de lengte van de baan en de afstand tussen een snij- of kruispunt en het eind van de baan; inlichtingen over bekend luchtverkeer, voertuigen of personeel op of bij dat deel van het luchtvaartterrein dat is bedoeld om van op te stijgen, om op te landen en met luchtvaartuigen op te taxiën, met uitzondering van de platforms, of over luchtvaartuigen in de omgeving van het luchtvaartterrein die een risico voor het betrokken luchtvaartuig zou kunnen vormen; inlichtingen over de omstandigheden op het luchtvaartterrein die essentieel zijn voor een veilige vluchtuitvoering, waaronder in ieder geval informatie over: 1º. bouw- en onderhoudswerkzaamheden op en in de directe omgeving van het deel van het terrein dat wordt gebruikt voor het opstijgen, landen en taxiën, met uitzondering van de platformen; 2º. hobbelige of oneffen delen van een baan of taxibaan, al dan niet gemarkeerd; 3°. water op een baan; 4°. andere tijdelijke gevaren, inclusief geparkeerde luchtvaartuigen en vogels op de grond of in de lucht; 5°. het niet of niet volgens de regels werken van de verlichting van het luchtvaartterrein; e.inlichtingen over de status of veranderingen in de gebruiksmogelijkheden van de elektronische navigatiehulpmiddelen en visuele hulpmiddelen die essentieel zijn voor het luchtvaartterreinverkeer; inlichtingen over peilingen en peillijnen, wanneer daarvoor apparatuur beschikbaar is en is voorgeschreven en toegelaten op basis van de daarvoor geldende eisen uit Bijlage 10 van het Verdrag; berichten, inclusief klaringen, ontvangen van andere luchtverkeersdiensten en bestemd voor het betreffende luchtvaartuig; het geven van instructies op het manoeuvreergebied aan luchtvaartuigen die taxiën, met uitzondering van instructies aan luchtvaartuigen om de baan op te taxiën alsmede instructies aan landende luchtvaartuigen die nog niet zijn uitgerold. Artikel25 Het is verboden op zodanige wijze aan het luchtverkeer deel te nemen dan wel luchtverkeersleiding te geven binnen het vluchtinformatie gebied Curaçao dat daardoor personen of zaken in gevaar worden of kunnen worden gebracht. Artikel26 1.Door de Minister kunnen ter bescherming van de openbare veiligheid bij het gebruik van het luchtruim, ter bevordering van het veilige, ordelijke en vlotte verloop van het luchtverkeer of ter bescherming van personen of zaken aan boord van het luchtvaartuig of op het aardoppervlak regels worden gesteld aan deelnemers aan het luchtverkeer. 2.Door de Minister kunnen voorts regels worden gesteld betreffende: de uitvoering van vluchten; de met betrekking tot de uitvoering van vluchten te verstrekken inlichtingen; de communicatie tussen deelnemers aan het luchtverkeer onderling en met de instanties en organisaties belast met luchtverkeersdienstverlening; de in en ten behoeve van het luchtverkeer te gebruiken tekens en seinen; het gebruik van het luchtruim anders dan door luchtverkeer en gedrag van het verkeer op een luchtvaartterrein. Artikel27 1.Alarmering wordt verzorgd : voor alle vluchten waaraan luchtverkeersleiding wordt gegeven; voor zover uitvoerbaar voor andere vluchten waarvoor een vliegplan is ingediend of die anderszins bekend zijn bij de betrokken luchtverkeersdiensten; voor elk luchtvaartuig waarvan bekend is of verondersteld wordt dat het is onderworpen aan wederrechtelijke inmenging. 2.Behoudens het bepaalde in artikel 28, vindt de melding door luchtverkeerdiensten aan het RCC van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba betreffende in nood verkerende luchtvaartuigen plaats conform de bepalingen neergelegd in § 5.2. van Bijlage 11 van het Verdrag. Artikel28 1.Indien een luchtverkeersleidingscentrum beslist dat een luchtvaartuig zich in de alarmeringsfase bevindt wordt de piloot, voorzover uitvoerbaar, door het luchtverkeersleidingscentrum hiervan op de hoogte gesteld alvorens het RCC te melden. 2.Informatie welke verschaft wordt aan het RCC door het luchtverkeersleidingscentrum, wordt, voorzover uitvoerbaar, onmiddellijk aan de piloot doorgegeven. Artikel29 1.Behoudens het bepaalde in het tweede lid informeert de luchtverkeersdienst, na vaststelling dat een luchtvaartuig in een noodtoestand verkeert, andere luchtvaartuigen, waarvan bekend is dat zij zich in de nabijheid van het desbetreffende luchtvaartuig bevinden, zo gauw mogelijk van de aard van de noodsituatie. 2.Wanneer de luchtverkeersdienst ervan op de hoogte is of veronderstelt dat een luchtvaartuig onderworpen is aan wederrechtelijke inmenging, zal geen referentie gemaakt worden op de communicatiekanalen met betrekking tot deze noodsituatie tenzij het luchtvaartuig hiertoe referentie heeft gemaakt en verzekerd is dat dit de situatie niet zal verslechteren. Artikel30 Aan noodvoertuigen die assistentie gaan verlenen aan luchtvaartuigen in nood, wordt voorrang gegeven boven alle op de grond bewegend verkeer. Artikel31 1.Onverminderd artikel 30 houden voertuigen op het manoeuvreergebied zich aan de volgende bepalingen: voertuigen die een luchtvaartuig slepen geven voorrang aan landende luchtvaartuigen, luchtvaartuigen die opstijgen of taxiën; voertuigen geven voorrang aan andere voertuigen die luchtvaartuigen slepen; voertuigen geven voorrang aan andere voertuigen wanneer zij hiervoor een instructie hebben ontvangen van luchtverkeersdiensten; 2.Ongeacht het bepaalde in het eerste lid, onderdelen a, b en c volgen voertuigen en voertuigen die een luchtvaartuig slepen de instructie van de toren op. Artikel32 Aan elk luchtvaartuig waarvan bekend is of verondersteld wordt dat het is onderworpen aan wederrechtelijke inmenging, wordt maximale assistentie verleend alsmede de nodige prioriteit boven andere luchtvaartuigen gegeven. Artikel33 In geval een luchtvaartuig is onderworpen aan wederrechtelijke inmenging wordt zo mogelijk de betrokken luchtverkeersdienst daarvan in kennis gesteld onder vermelding van belangrijke omstandigheden ter zake en de daardoor veroorzaakte wijzigingen van het geldende vliegplan. Artikel34 In geval een luchtvaartuig is onderworpen aan wederrechtelijke inmenging, wordt door de luchtverkeersdienst onmiddellijk gevolg gegeven aan verzoeken van het luchtvaartuig. Informatie betrekking hebbende op de veilige uitoefening van een vlucht zal voortdurend uitgezonden worden en de nodige maatregelen zullen worden genomen om de uitvoering van alle vluchtfasen, in het bijzonder de veilige landing van het luchtvaartuig, te bevorderen. Artikel35 Zodra een luchtverkeersdienst op de hoogte wordt gesteld van een verdwaald luchtvaartuig zullen al de nodige stappen zoals neergelegd in §2.23.1.1.1 en §2.23.1.1.2. van Bijlage 11 van het Verdrag, ondernomen worden om het luchtvaartuig te assisteren en de vlucht bescherming te bieden. Artikel36 1.Zodra een luchtverkeersdienst een luchtvaartuig heeft waargenomen of een melding heeft ontvangen dat een luchtvaartuig binnen het vluchtinformatiegebied Curaçao of het Sint Maarten TMA vluchten uitoefent zonder een degelijke identificatie, zal de luchtverkeersdienst pogingen doen om de identiteit van het luchtvaartuig vast te stellen, voorzover dit nodig is voor het verlenen van luchtverkeersdiensten of wanneer dit vereist wordt door de bevoegde militaire autoriteiten op basis van overeengekomen procedures. 2.Om aan het bepaalde in het eerste lid te voldoen onderneemt de luchtverkeersdienst de volgende stappen: pogingen ondernemen om radioverbinding met het luchtvaartuig tot stand te brengen; van andere luchtverkeerdiensten binnen het vluchtinformatiegebied Curaçao informatie verzoeken omtrent de vlucht en assistentie verzoeken om te trachten radioverbinding met het luchtvaartuig tot stand te brengen; van aangrenzende vluchtinformatiegebieden informatie verzoeken omtrent de vlucht en assistentie verzoeken om te trachten radioverbinding met het luchtvaartuig tot stand te brengen; pogingen ondernemen om informatie te verkrijgen van andere luchtvaartuigen binnen het vluchtinformatiegebied Curaçao dan wel Sint Maarten TMA. Artikel37 Zodra de identiteit van het luchtvaartuig door de luchtverkeersdienst wordt vastgesteld, stelt de luchtverkeersdienst, voorzover dit nodig is, de betreffende militaire eenheid hiervan op de hoogte. Artikel38 1.Zodra de luchtverkeersdienst op de hoogte is dat een luchtvaartuig wordt onderschept binnen het gebied waarin zij luchtverkeersdiensten verleent, handelt de luchtverkeersdienst naar omstandigheden conform de bepalingen neergelegd in § 2.23.2.1 van Bijlage 11 van het Verdrag. 2.Zodra de luchtverkeersdienst op de hoogte is dat een luchtvaartuig wordt onderschept buiten het gebied waarin zij luchtverkeersdienst verleent, handelt de luchtverkeersdienst naar omstandigheden conform de bepalingen neergelegd in § 2.23.2.2 van Bijlage 11 van het Verdrag. Artikel39 1.Luchtverkeersdiensten maken gebruik van gecoördineerde Wereldtijd (UTC) en drukken tijd uit in uren en minuten en voorzover vereist seconden van het etmaal, beginnend te middernacht. 2.Luchtverkeersdiensten zijn uitgerust met klokken die tijd in uren, minuten en seconden aanduiden welke duidelijk zichtbaar zijn van elk werkstation binnen de betreffende eenheid. 3.De nauwkeurigheid van de tijd voldoet aan de bepalingen van §2.24.3 van Bijlage 11 van het Verdrag 4.Plaatselijke luchtverkeersleidingsdiensten voorzien de piloot van de juiste tijd uitgedrukt in gecoördineerde Wereldtijd UTC alvorens het luchtvaartuig begint te taxiën met de bedoeling om op te stijgen. Artikel40 De directeur van elke luchtverkeersdienst draagt zorg dat de luchtverkeersdienst bij luchtvaartongevallen de volgende berichten doorgeeft: berichten over in nood verkerende burgerluchtvaartuigen aan het RCC van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba; berichten van het RCC van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba aan organisaties die hulp kunnen verlenen bij een opsporings- en reddingsactie; en berichten aan burgerluchtvaartuigen, die bij een opsporings- en reddingsactie directe assistentie kunnen verlenen. Artikel41 Luchtverkeersdienstverleners brengen door middel van geschikte regelingen een hechte samenwerking tot stand met militaire autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor activiteiten die van invloed kunnen zijn op de vluchtuitvoering en/of veiligheid van het algemeen luchtverkeer. Artikel42 De directeur van elke luchtverkeersdienst draagt zorg dat in overeengekomen coördinatie met de militairen tenminste het volgende in acht wordt genomen: het belang van de beveiliging van het territoir van de Nederlandse Antillen; het tijdig uitwisselen van correcte en consistente informatie aangaande alle vluchtfasen van zowel burger luchtvaartuigen als militaire luchtvaartuigen die van belang zijn voor de doeltreffendheid van de luchtverkeersdienstverlening. Artikel43 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 41 en 42, vindt de coördinatie tussen de militaire autoriteiten en luchtverkeersdiensten plaats conform § 2.16 van Bijlage 11 van het Verdrag. Artikel44 1.De rangschikking van activiteiten die potentieel gevaarlijk zijn voor de burgerluchtvaart binnen het vluchtinformatiegebied Curaçao, worden met de desbetreffende luchtverkeersdiensten gecoördineerd. 2.Om de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de richtlijnen vervat in Bijlage 15 van het Verdrag tijdig te kunnen afkondigen, vindt de coördinatie vroeg plaats. Artikel45 De directeur van elke luchtverkeersdienst draagt zorg dat bij het plannen van ATC-uitvoeringen dan wel bij het ten uitvoer leggen van luchtverkeersdienstverlening, het volgende in acht wordt genomen: de verplichting van luchtverkeersdienstverleners binnen de Nederlandse Antillen om een bijdrage te leveren aan de veilige, geordende en snelle doorstroming van het luchtverkeer; het fundamenteel belang van een efficiënte luchtverkeersdienstverlening binnen het luchtruim om de capaciteit van het luchtverkeersdienstensysteem te vergroten, om optimaal te kunnen beantwoorden aan de verschillende behoeften van gebruikers en om het best mogelijke en flexibel gebruik van het luchtruim tot stand te brengen; de verplichting van elke luchtverkeersdienstverlener om zorg te dragen voor een eerlijke en transparante behandeling van alle gebruikers van het luchtruim; de verplichting van elke luchtverkeersdienstverlener om rekening te houden met de behoeften inzake veiligheid en defensie van de Nederlandse Antillen; het belang van een veilige en efficiënte luchtverkeersdienstverlening voor de luchtvaartmaatschappijen; de verplichting dat bij ATC-uitvoeringsplannen uitgegaan wordt van de behoefte aan een veilige en efficiënte luchtverkeersdienstverlening binnen het luchtruim waarin de luchtverkeersdienst verantwoordelijkheid draagt voor de uitvoering van luchtverkeers-diensten; de uitvoering van de luchtverkeersdiensten binnen het betreffende luchtruim overeenkomstig de nationale- en internationale normen; bij de uitvoering van luchtverkeersdiensten wordt behoorlijk rekening gehouden met de samenwerking tussen de regering van de Nederlandse Antillen en militaire autoriteiten op nationaal en intergouvernementeel niveau. Artikel46 Om ervoor zorg te dragen dat de luchtverkeersdienstverlening op geschikte wijze kan geschieden, draagt de directeur van de luchtverkeersdienst zorg dat het luchtverkeerslei-dingssysteem tenminste aan het volgende voldoet: het bestaan van adequate supervisie voor het coördineren van luchtverkeerslei-dingsactiviteiten, het coördineren van bekwaamheidstesten voor luchtverkeersleiders, het verzekeren van standaardisatie van werkmethoden en de tenuitvoerlegging van de relevante aspecten van het kwaliteits- en veiligheidssysteem; het luchtverkeerssysteem voldoende capaciteiten en flexibiliteit bezit ter accommodatie van het verkeersaanbod gedurende piekuren alsmede het verwachte aanbod van luchtverkeer steeds voor een periode van 5 jaar; een systeem van navigatiehulpmiddelen dat voorziet in zowel vereisten voor het luchtverkeer als die voor luchtverkeersleiders; de benodigde communicatie tussen grondstations alsmede tussen grondstations en luchtvaartuigen; een gespecialiseerde uitrusting die het luchtverkeersdienstpersoneel ten dienste staat; de beschikking over informatie m.b.t. de status van luchtvaartfaciliteiten en diensten, inclusief meteorologische informatie; de uitvoering van luchtverkeersdiensten steeds conform de beste praktijken op het gebied van luchtverkeersdienstverlening; het verzamelen van statistische data die van belang zijn voor het plannen van luchtverkeersdiensten. Artikel47 1.Luchtverkeersdiensten voeren luchtverkeersdientsverlening en luchtvaartcommunicatie uit in overeenstemming met de door de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie vastgestelde normen en aanbevolen werkwijzen alsmede met de door deze Raad goedgekeurde procedures vermeld in de volgende ICAO publicaties: ICAO DOC 4444 ATM/501“Procedures for Air Navigation Services, Air Traffic Management” Bijlage 2 van het Verdrag; Bijlage 10, Volume II van het Verdrag; Bijlage 11 van het Verdrag; Doc 7030 Regional Supplementary Procedures Caribbean (CAR); Aanvullende bepalingen, opgenomen in het handboek inhoudende operationeel- technische werkprocedures, welke door de directeur Luchtvaart expliciet zijn goedgekeurd. 2.Indien er bij de uitvoering van luchtverkeersdiensten inconsistentie ontstaat tussen de te volgen procedures wordt in de volgende volgorde prioriteit gegeven aan de neergelegde procedures: procedures neergelegd in Doc 7030 procedures neergelegd in Doc 4444 procedures neergelegd in het handboek, bedoeld in artikel 15. 3.De directeur van elke luchtverkeersdienst volgt de instructies van de directeur Luchtvaart, die hij geeft ter waarborging van de veiligheid en efficiëntie van het luchtverkeer, in het handboek bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, op. 4.Luchtverkeersdiensten kunnen overeenkomsten op het gebied van luchtverkeersdienst-verlening met aangrenzende centra aangaan, mits deze overeenkomsten niet in strijd zijn met de bepalingen opgenomen in dit landsbesluit. 5.De directeur van de luchtverkeersdienst legt de overeenkomsten, bedoeld in het vierde lid, ter goedkeuring voor aan de directeur Luchtvaart alvorens deze van toepassing worden verklaard voor de uitvoering van luchtverkeersdiensten. 6.De overeenkomsten, bedoeld in het vierde lid, worden binnen 14 dagen na de goedkeuring, bedoeld in het vijfde lid, van toepassing. Artikel48 De directeur van elke luchtverkeersdienst stelt veiligheidseisen samen met betrekking tot ontwerp, implementatie, onderhoud en gebruik van operationele systemen en de onderdelen daarvan, zowel onder normale als onder gedegradeerde operationele omstandigheden, teneinde het door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie gepubliceerde veiligheidsniveau op het gebied van luchtverkeersbeveiliging te kunnen bereiken. Artikel49 De directeur van elke luchtverkeersdienst draagt zorg dat systemen zodanig worden ontworpen, gebouwd, onderhouden en gebruikt dat de taken die aan het luchtverkeersdienstpersoneel worden opgedragen compatibel zijn met de menselijke capaciteiten, zowel onder normale als onder gedegradeerde operationele omstandigheden. Artikel50 1.Het is de directeur van elke luchtverkeersdienst verboden enige handeling te verrichten of enige werkprocedure te implementeren welke indruist tegen de voorschriften in dit landsbesluit. 2.De directeur van elke luchtverkeersdienst stelt de Minister binnen 24 uur schriftelijk op de hoogte indien hij in een uitzonderlijk geval moest afwijken van de voorschriften in dit landsbesluit. Zijn rapport is duidelijk gegrond. Artikel51 De directeur van elke luchtverkeersdienst stelt elk personeelslid welke taken uitvoert ten behoeve van luchtverkeersdiensten bij de betreffende luchtverkeersdienst in het bezit van dit landsbesluit. Artikel52 1.Elke luchtverkeersleider stelt de directeur van de luchtverkeersdienst op de hoogte van opdrachten die hij heeft ontvangen van de directeur voornoemd welke indruisen tegen voorschriften van dit landsbesluit en zich verzet tegen de uitvoering daarvan. 2.De luchtverkeersleider neemt bij de uitvoering van zijn taak het volgende in acht: het bepaalde in artikel 47; van toepassing zijnde procedures m.b.t. het verschaffen van meteorologische gegevens aan luchtvaartuigen en andere luchtvaartpersoneel dat deze gegevens nodig heeft voor het uitvoeren van zijn taken voor het garanderen van de veiligheid van de luchtvaart en luchtvaartcommunicatie procedures zoals neergelegd in Bijlage 10 van het Verdrag en van ICAO DOC 4444 ATM/501 “Procedures for Air Navigation Services, Air Traffic Management”. 3.De luchtverkeersleider vermijdt bij de uitvoering van zijn taak elke handeling die in strijd kan zijn met de toepasselijke procedures met betrekking tot luchtverkeers-dienstverlening. Artikel53 Het is de directeur van elke luchtverkeersdienst verboden luchtverkeersdienstverlening uit te laten voeren door: personen die niet in het bezit zijn van een geldig bewijs van bevoegdheid; en personen die kennelijk gevaarlijk zijn voor de veiligheid van gebruikers van het luchtruim. Artikel54 1.De directeur van de luchtverkeersdienst draagt zorg dat in elk vertrek waarin luchtverkeersdiensten gegeven worden de volgende documenten aanwezig zijn: dit landsbesluit; het kwaliteits- en veiligheidssysteem van de luchtverkeersdienst; de “Aeronautical Information Publication” van de Nederlandse Antillen; het handboek, bedoeld in artikel 15; bijgewerkte en geschikte kaarten met alle routes binnen het luchtruim waarvoor de luchtverkeersdienst verantwoordelijkheid draagt voor het verlenen van luchtverkeersdiensten; Bijlage 2, Bijlage 10, Volume II en Bijlage 11 van het Verdrag alsmede ICAO DOC 4444 ATM/501“Procedures for Air Navigation Services, Air Traffic Management”; gegevens betreffende opsporings-en reddingsdiensten binnen het betreffende luchtruim; een controlesysteem dat gebruikt wordt in noodgevallen. 2.De directeur van de luchtverkeersdienst draagt zorg dat de documenten, bedoeld in het eerste lid, bijgewerkt worden en in een gerede vorm ter beschikking worden gesteld. 3.Het luchtverkeersdienstpersoneel dat werkzaamheden verricht met betrekking tot de luchtverkeersdiensten die de luchtverkeersdienstverlener levert, heeft toegang tot de documenten bedoeld in het eerste lid. Artikel55 1 De directeur van elke luchtverkeersdienst stelt aan elke luchtverkeersleider het handboek, bedoeld in artikel 15, ter beschikking alsmede elke aanvulling en wijziging hiervan. De directeur van elke luchtverkeersdienst draagt zorg voor het regelmatig actualiseren van de gegevens van het handboek, bedoeld in artikel 15. De directeur van elke luchtverkeersdienst verstrekt een afschrift van het handboek, bedoeld in artikel 15, met alle aanvullingen en wijzigingen aan de Minister ter goedkeuring. Artikel56 De directeur Luchtvaart is verantwoordelijk voor het toezicht op de prestaties van de luchtverkeersbeveiliging en bestudeert de doeltreffendheid van de getroffen maatregelen en stelt eventueel nieuwe maatregelen aan de Minister voor of maakt gebruik van “directives” gericht op het bevorderen van de veiligheid. Artikel57 1.De directeur van elke luchtverkeersdienst verstrekt de inspecteur luchtverkeersbeveiliging en operaties luchtvaartterreinen desgevraagd alle inlichtingen die voor zijn onderzoek naar het functioneren van de betreffende luchtverkeersdienst noodzakelijk zijn. 2.De inspecteur luchtverkeersbeveiliging en operaties luchtvaartterreinen kan inzage verlangen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze noodzakelijk is. 3.De inspecteur luchtverkeersbeveiliging en operaties luchtvaartterreinen belast met de inspectie en “audits” van luchtverkeersdiensten mag geen informatie inzake luchtverkeersdienstverleners openbaar maken, die onder het beroepsgeheim valt, tenzij dit betrekking heeft op de wijze waarop een systeem voor de beoordeling en publicatie van de prestaties van die dienstverleners is georganiseerd. Artikel58 1.De directeur van elke luchtverkeersdienst bewijst de Minister om de zes maanden dat de luchtverkeersdienst functioneert conform de bepalingen welke in dit landsbesluit zijn opgenomen. 2.De directeur van elke luchtverkeersdienst bewijst dat de luchtverkeersdienst conform de hierin opgenomen wettelijke bepalingen functioneert door het regelmatig opnemen van gegevens, in het (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.