Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2023De raad van de gemeente Doesburg; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 november 2022; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2023 Artikel1Definities Deze verordening verstaat onder: week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; maand: een kalendermaand; jaar: een kalenderjaar; vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel3Belastingplicht 1.De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel4Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven voor het hebben van: voorwerpen, waarvan de gemeente genot hebbende ingevolge eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; [vervallen] het hebben van voorwerpen, wanneer dit plaatsvindt bij gelegenheid en ter opluistering van nationale of gemeentelijke feestdagen, kermissen, winkelweken, buurtfeesten, wijkrommelmarkten, tentoonstellingen, aanwijzingen in het belang van het toeristenverkeer en dergelijke, voor zover deze niet strikt dienen tot reclame voor enig particulier bedrijf; het hebben van voorwerpen, indien dit strekt tot bevordering van een liefdadig doel, wetenschap, kunst, onderwijs of een algemeen belang, voor zover op de voorwerpen enz. geen reclame ten behoeve van derden wordt gemaakt; het hebben van vlaggenstokken, vlaggen en wimpels, niet ten doel hebbend reclame te maken. voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel6Berekening van de precariobelasting 1.Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3.De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor belastingplichtige meest voordelige wijze. 5.Indien in de tarieventabel een week, maand, of jaartarief is opgenomen wordt een gedeelte van de betreffende tijdseenheid aangemerkt als een volle tijdseenheid. Artikel7Belastingtijdvak 1.Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar; 2.In andere, dan in het eerste lid genoemde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel8Wijze van heffing 1.De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven. 2.In afwijking van het eerste lid wordt, indien de heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk plaatsvindt, de precariobelasting geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.