Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2023De raad van de gemeente Breda; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet, Besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2023 Artikel1Definities Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1, van het RVV 1990; houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Breda een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of aanmelden via een digitaal loket voor de bezoekersregeling. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven: een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in de Parkeerverordening Breda 2022, dan wel in de vergunning, aangegeven plaats en wijze. Artikel3Belastingplicht 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2.Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat: indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel4Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing en het belastingtarief zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende Tarieven- en kostentabel parkeerbelastingen 2023. Artikel5Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren met gebruikmaking van parkeerapparatuur, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften . 2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. 3.Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt op verzoek worden opgegeven. Artikel6Ontstaan van de belastingschuld 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij aanvang van het parkeren in werking stellen van parkeerapparatuur geschiedt door het met een (mobiele) telefoon of ander toegelaten communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 2.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel7Termijnen van betaling 1.De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt met een (mobiele) telefoon of ander toegelaten communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 3.De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verstrekt. 4.Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel8Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel9Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling 1.Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, kan aan het motorvoertuig ook een wielklem worden aangebracht, waardoor wordt verhinderd dat het motorvoertuig wordt weggereden. 2.Het college van burgemeester en wethouders wijst bij openbaar te maken besluit in alle gevallen de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast. 3.Indien na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken kan het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld. Artikel10Kosten 1. De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van deze verordening zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende Tarieven- en kostentabel parkeerbelastingen 2023. 2. De kosten van het aanbrengen en van het verwijderen van de wielklem, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van deze verordening zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende Tarieven- en kostentabel parkeerbelastingen 2023. 3. De kosten voor de overbrenging en bewaring, als bedoeld in artikel 9, derde lid, van deze verordening zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende Tarieven- en kostentabel parkeerbelastingen 2023. 4. Het bedrag van de ingevolge het tweede en derde lid in rekening te brengen kosten wordt bij beschikking vastgesteld. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Overgangsrecht 1.De ‘Verordening parkeerbelastingen Breda 2022’, vastgesteld bij raadsbesluit van 23 december 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.De intrekking van de verordening, bedoeld in lid 1, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die en van voorgaande verordening genomen andere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken. Artikel13Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel14Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening parkeerbelastingen Breda 2023'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22 december 2022 ,voorzitter. ,griffier.Bijlage1Tarieven- en kostentabel parkeerbelastingen 2023 (Behoort bij de ‘Verordening parkeerbelastingen Breda 2023) Bij het parkeren wordt onderscheid gemaakt tussen twee tariefgebieden: de Centrumzone en de Singelzone. Op de kaart in de bij deze tarieven- en kostentabel behorende en daarvan deel uitmakende bijlage A zijn de grenzen van de tariefgebieden aangegeven. Het als ‘hoog tarief’ gearceerde heeft betrekking op de Centrumzone (gebied gelegen binnen de singels en spoorbuurt), het als ‘laag tarief’ gearceerde heeft betrekking op het aangeduide gebied gelegen buiten de singels. ATarieven voor het parkeren bij parkeerapparatuurplaatsen Met betrekking tot het parkeren als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt het tarief: 1 In de Centrumzone (gebied zoals op bijlage A is aangeduid met ‘hoog tarief’): 1.1 per uur € 2,30 1.2 in de Boschstraat, Korte Boschstraat, Nieuwe Haagdijk, Haagdijk en Nieuwe Ginnekenstraat, eerste uur € 1,15 1.3 [vervallen] 1.4 parkeerterrein Beyerd Vlaszak en Chasséveld, per uur € 2, 30 2 In de Singelzone (gebied zoals op bijlage A is aangeduid met ‘laag tarief’) 2.1 per uur € 1,50 2.2 in de Ginnekenmarkt en Viandenlaan, per uur € 1,50 2.3 parkeerterrein Gasthuisvelden/Arsenaalpad, per dag € 4,00 2.4 Camperparkeerplaatsen Nijverheidssingel, per dag € 7,00 2.5 in de Belcrumweg, Van Rijckevorselstraat, Speelhuislaan, Speelhuisplein, Pastoor Pottersplein, Edisonplein, Wilhelminastraat, Ginnekenweg en Viandenlaan voor het eerste uur € 1,13 2.6 [vervallen] 3 Voor het parkeren in gebieden die hiertoe door het college zijn aangewezen geldt, in afwijking van het bepaalde onder A1 en A2, een dagtarief per (gedeelte van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.