Algemene subsidieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2023Het college van hoofdingelanden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; gelezen het voorstel van dijkgraaf en hoogheemraden van 18 oktober 2022, 22.0576857; gelet op de artikelen 56 en 78 van de Waterschapswet, titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; gehoord de commissie Bestuur, Middelen en Waterketen; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: Algemene subsidieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2023 Artikel1(definities) In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: algemeen bestuur: het college van hoofdingelanden van het hoogheemraadschap; hoogheemraadschap: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; dagelijks bestuur: het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L van 15 december 2023); Verordening (EU) 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 352/9); Verordening (EU) 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45); Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L van 15 december 2023); Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; subsidieregeling: nadere regels krachtens deze verordening vastgesteld door het dagelijks bestuur, houdende regels voor het verstrekken van subsidie met het oog op bepaalde activiteiten; Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47); wet: Algemene wet bestuursrecht. Artikel2(reikwijdte) 1.Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 4:21, eerste lid, van de wet, met uitzondering van subsidies waarvoor door het algemeen bestuur bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen. 2.Ten aanzien van subsidies als bedoeld artikel 4:23, derde lid, van de wet kan het dagelijks bestuur bepalen dat de artikelen 8, 9, 17 en 18 van deze verordening niet of slechts gedeeltelijk van toepassing zijn. Artikel3(bevoegdheden) 1.Met inachtneming van: de taken die krachtens artikel 2 van de Waterschapswet bij provinciale verordening aan het hoogheemraadschap zijn opgedragen; door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en vastgesteld beleid en; de door het algemeen bestuur in de begroting van het hoogheemraadschap opgenomen financiële middelen; is het dagelijks bestuur bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies waarop deze verordening van toepassing is. 2.Onder de bevoegdheid tot het verstrekken van subsidies, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval ook begrepen: het nemen van besluiten tot verlenen, vaststellen, weigeren, intrekken of wijzigen van subsidies; het niet in behandeling nemen van aanvragen voor subsidie; het verlenen en betalen van voorschotten of subsidiebedragen; het opschorten van de verplichting tot betaling van voorschotten of subsidiebedragen; het terugvorderen van onverschuldigd betaalde voorschotten of subsidiebedragen; het beslissen op bezwaarschriften tegen subsidiebesluiten. 3.Het dagelijks bestuur is bevoegd de subsidieontvanger verplichtingen op te leggen als bedoeld in de artikelen 4:38 en 4:39 van de wet. 4.Het dagelijks bestuur kan geen mandaat verlenen tot het beslissen op bezwaarschriften als bedoeld in het tweede lid, onder f. Artikel4(nadere regels/subsidieregeling) Met inachtneming van: de taken die krachtens artikel 2 van de Waterschapswet bij provinciale verordening aan het hoogheemraadschap zijn opgedragen; door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en vastgesteld beleid en; de door het algemeen bestuur in de begroting van het hoogheemraadschap opgenomen financiële middelen; kan het dagelijks bestuur nadere regels vaststellen in de vorm van subsidieregelingen voor het verstrekken van subsidies. Artikel5(vereisten nadere regels) 1.In een subsidieregeling als bedoeld in artikel 4, neemt het dagelijks bestuur bepalingen op met betrekking tot: de doelgroep; de subsidiabele activiteiten; de vereisten voor de subsidieaanvraag; het subsidieplafond of de subsidieplafonds; de hoogte van de subsidie; de wijze van verdeling van het bedrag dat voor subsidie beschikbaar is; 2.Onverminderd het eerste lid kan het dagelijks bestuur in ieder geval bepalingen opnemen met betrekking tot: de weigeringsgronden; de subsidiabele en niet-subsidiabele kosten; de subsidieverlening; de periode waarbinnen een aanvraag om subsidie kan worden ingediend; de verplichtingen van de subsidie-ontvanger; de subsidievaststelling; de betaling van de subsidie en eventuele bevoorschotting; de reservevorming; de evaluatie als bedoeld in artikel 4:24 van de wet. Artikel6(subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud) 1.Het dagelijks bestuur kan een subsidieplafond verlagen als: het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd en; de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 2.Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 3.Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de subsidieverleningsbeschikking wordt daarop gewezen. Artikel7(staatssteun) 1.Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het dagelijks bestuur bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2.Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de subsidieverleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader. Artikel8(aanvraag) 1.Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het dagelijks bestuur. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan. 2.Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; als de aanvrager een onderneming is: een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring). 3.Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, overlegt tevens een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. 4.Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken. Artikel9(aanvraagtermijn) 1.Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk dertien weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend. 3.Andere aanvragen om subsidie worden ingediend voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 4.Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken. Artikel10(beslistermijn) 1.Het dagelijks bestuur beslist op een aanvraag om een subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag of, indien voor het indienen van een aanvraag een aanvraagperiode is vastgesteld als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder d, na afloop van de voor de aanvraag geldende aanvraagperiode. 2.Bij subsidieregeling kan het dagelijks bestuur afwijken van de beslistermijnen genoemd in het eerste lid. 3.Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn opgeschort met ingang van de aanmelding totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel11(weigeringsgronden) Onverminderd de artikelen 4:25 en 4:35 van de Awb weigert het dagelijks bestuur de subsidie indien: de te subsidiëren activiteiten niet of niet in voldoende mate bijdragen aan de taken die krachtens artikel 2 van de Waterschapswet bij provinciale verordening aan het hoogheemraadschap zijn opgedragen; de te subsidiëren activiteit strijdig is met of niet bijdraagt aan door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en vastgesteld beleid; geen of onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn voor het verstrekken van de aangevraagde subsidie; als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. Artikel12(verantwoording) Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt in de subsidieverleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidie-ontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden. Artikel13(algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger) 1.Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidie-ontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het dagelijks bestuur. 2.Een subsidie-ontvanger informeert het dagelijks bestuur onverwijld schriftelijk over: beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die ertoe leiden of kunnen leiden dat de subsidie-ontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, of het doel van de rechtspersoon. 3.De zaak die tot stand is gekomen met subsidie wordt niet binnen een periode van 5 jaar na realisering daarvan vervreemd, verhuurd of met hypotheek of andere zakelijke rechten bezwaard, dan wel geheel of gedeeltelijk aan de in de aanvraag omschreven bestemming onttrokken. Het dagelijks bestuur kan van deze bepaling ontheffing verlenen. 4.Indien door of namens de subsidie-ontvanger een of meer publicaties worden gedaan met betrekking tot de te subsidiëren activiteit, dient in de publicaties te worden vermeld dat de activiteit geheel of gedeeltelijk met financiële steun van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wordt of is gerealiseerd. Artikel14(bijzondere verplichtingen) 1.Bij subsidieregeling of subsidieverleningbeschikking kan voor subsidies hoger dan € 25.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. 2.Bij subsidieregeling of subsidieverleningbeschikking kan voor gesubsidieerde onderzoeks- of monitoringsactiviteiten de verplichting worden opgelegd de resultaten van het onderzoek openbaar te maken op een door het dagelijks bestuur te bepalen wijze. 3.Bij subsidieregeling of subsidieverleningsbeschikking kunnen aan de subsidie-ontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 4.Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. 5.Bij subsidieregeling of subsidieverleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidie-ontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het hoogheemraadschap een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. Artikel15(egalisatiereserve) 1.Bij subsidieverleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidie-ontvanger van een per kalender- of boekjaar verstrekte subsidie die meer dan € 50.000 bedraagt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid, van de wet vormt. 2.De ontvanger van een andere subsidie dan bedoeld in het eerste lid kan het dagelijks bestuur verzoeken een egalisatiereserve te mogen vormen. In dat geval is artikel 4:72 van de wet van overeenkomstige toepassing. Artikel16(wijze van verstrekking en eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000) 1.Subsidies tot en met € 5.000 worden door het dagelijks bestuur direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen acht weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2.Als bij subsidieverleningsbeschikking de subsidie-ontvanger wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen acht weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. 3.In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie. 4. In afwijking van de voorgaande leden van dit artikel kan bij subsidieregeling worden bepaald dat de subsidie pas wordt vastgesteld en uitbetaald nadat de activiteiten waarvoor subsidie is versterkt zijn verricht en aan de subsidieverplichtingen is voldaan. Artikel17(eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000) 1.Bij subsidies van meer dan € 5.000 en ten hoogste € 50.000 dient de subsidie-ontvanger uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. 2.De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. 3.Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. Artikel18(eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000) 1.Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidie-ontvanger een aanvraag tot vaststelling in: in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 31 maart van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk dertien weken na afloop van het betrokken boekjaar; in andere gevallen uiterlijk dertien weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2.De aanvraag bevat: een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop en; een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 3.Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken. Artikel19(subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.000) 1.Het dagelijks bestuur stelt een subsidie van meer dan € 5.000 vast binnen acht weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2.De in het eerste lid genoemde termijn kan eenmaal voor ten hoogste acht weken worden verdaagd. 3.Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidie-ontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4.Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 17, eerste lid en 18, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is ingediend, kan het dagelijks bestuur de subsidie-ontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kan worden overgaan tot ambtshalve vaststelling. Artikel20(berekening uurtarieven, uniforme kostenbegrippen) 1.Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze. 2.Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities. 3.Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. Artikel21(toezicht op de naleving) 1.Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening aan de subsidie-ontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast de bij besluit van het dagelijks bestuur aangewezen personen. 2.De toezichthouders beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht. 3.Aan de subsidies op grond van deze verordening is de verplichting verbonden dat de subsidie-ontvanger aan een toezichthouder alle medewerking verleent die deze redelijkerwijze kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. 4.Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in het Waterschapsblad van het hoogheemraadschap. Artikel22(inwerkingtreding en citeertitel) 1.Deze verordening treedt in werking met ingang de dag na die van bekendmaking. 2.De Subsidieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2006 wordt ingetrokken met ingang van het in het eerste lid genoemde tijdstip. 3.Deze verordening wordt aangehaald als 'Algemene subsidieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2023' of 'Algemene subsidieverordening HHNK 2023'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 december 2022van het college van hoofdingelanden,de secretaris,M.J. Kuipers de voorzitter,drs. L.H.M. KohsiekToelichting Algemene subsidieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2023 Algemeen Aanleiding vervanging Subsidieverordening en -beleid 2006 Subsidieverstrekking is een van de instrumenten die Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (hierna: hoogheemraadschap) inzet om zijn doelen te bereiken. Inzet van het subsidie-instrument kan effectief zijn om bepaalde (beleids)doelen te bereiken of sneller te bereiken, met name als burgers, bedrijven en organisaties hiermee worden gestimuleerd tot activiteiten of maatregelen die zij zonder subsidie niet of minder snel zouden ondernemen of uitvoeren. In 2006 is de Subsidieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2006 vastgesteld. Daarnaast is destijds het Subsidiebeleid 2006 vastgesteld. De directe aanleiding om de subsidieverordening uit 2006 te vervangen is dat uit de evaluatie (22.0295924) is gebleken deze niet voldoet aan de eisen die de Algemene wet bestuursrecht stelt aan een subsidieverordening. Om die reden heeft het hoogheemraadschap voor de bestaande subsidieregelingen voor Bodem & Water (22.0005159) en Klimaatadaptatie (22.0250896) aparte op zich zelf staande subsidieverordeningen vastgesteld waarin alle voor de subsidieverstrekking noodzakelijke bepalingen zijn opgenomen. Nadeel hiervan is echter dat allerlei standaard bepalingen over het subsidieproces van aanvraag tot en met subsidievaststelling telkens moeten worden herhaald. Voorts moet voor elke noodzakelijke wijziging een besluitvormingsprocedure via het algemeen bestuur worden ingezet. In de praktijk werken veel decentrale overheden met een systeem van een 'algemene subsidieverordening' (Asv) met daarnaast voor concrete te subsidiëren activiteiten nadere regels vastgelegd in een subsidieregeling. De algemene subsidieverordening wordt dan vastgesteld door het algemeen bestuur, Provinciale Staten of de gemeenteraad en de nadere regels worden vastgesteld door het dagelijks bestuur, Gedeputeerde Staten of het college van burgemeester en wethouders. Er wordt nu een nieuwe Asv vastgesteld die het voor het hoogheemraadschap mogelijk maakt op deze manier te werken. Wettelijke grondslag Een subsidie is een aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan betaling voor aan het bestuursorgaan verleende goederen of diensten. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat in hoofdstuk 4, titel 4.2 een wettelijke regeling voor het verstrekken van subsidies. Een belangrijk uitgangspunt is dat ingevolge artikel 4:23, eerste lid, van de Awb een bestuursorgaan slechts subsidie verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Dit betekent dat het hoogheemraadschap een subsidieverordening moet vaststellen om subsidies te kunnen verstrekken. Met de Algemene subsidieverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2023 (Asv) legt het hoogheemraadschap hiervoor de basis. Relatie Asv en subsidieregelingen van het dagelijks bestuur De systematiek van een Asv als kaderverordening met uitwerkingsmogelijkheid voor het dagelijks bestuur, biedt de nodige flexibiliteit om adequaat te kunnen inspelen actuele thema's en programma's. Het algemeen bestuur stelt via de begroting middelen ter beschikking voor te subsidiëren activiteiten, bijvoorbeeld in kader van een programma zoals het programma Klimaatadaptatie. Hierbij kan het algemeen bestuur kaders meegegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot de doelgroep van de subsidie etc. Vervolgens kan het dagelijks bestuur details van de subsidieregeling uitwerken in zogenaamde 'nadere regels'. Indien het dagelijks bestuur subsidie verstrekt, moet het gaan om activiteiten die bijdragen aan de taken die krachtens artikel 2 van de Waterschapswet bij provinciale verordening aan het hoogheemraadschap zijn opgedragen. De Asv bevat algemene (procedure)regels voor subsidieverstrekking. De Asv bevat geen inhoudelijke beschrijving van activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt, maar stelt het dagelijks bestuur in staat om nadere regels te stellen over specifieke te subsidiëren activiteiten, de subsidievereisten en de subsidieverplichtingen voor de subsidie-ontvanger. Hiermee kan het dagelijks bestuur invulling geven aan de wettelijke eis van artikel 4:23, eerste lid, waarin is bepaald dat een bestuursorgaan slechts subsidie verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. Voordat daadwerkelijk kan worden overgegaan tot het verstrekken van subsidie moet de Asv dus altijd verder worden uitgewerkt in een subsidieregeling. De term 'nadere regels' geeft aan dat het dagelijks bestuur bij het opstellen van subsidieregelingen niet geheel vrij is. Dit bestuur is gebonden aan de kaders van de Asv. In de verordening is precies aangegeven welke regels subsidieregelingen moeten en mogen bevatten. Bovendien is in de verordening aangegeven dat de bevoegdheid om nadere regels te stellen wordt uitgeoefend met inachtneming van: de taken die krachtens artikel 2 van de Waterschapswet bij provinciale verordening aan het hoogheemraadschap zijn opgedragen; de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en beleid en; de in de begroting van het hoogheemraadschap opgenomen financiële middelen. Dit doet recht aan de kaderstellende rol van het algemeen bestuur. Uitgangspunt van de Asv is dus dat voor alle subsidies, behoudens begrotingssubsidies en incidentele subsidies, een subsidieregeling wordt vastgesteld. Voor het verstrekken van begrotingssubsidies en incidentele subsidies bevatten de Awb en de Asv zelf de noodzakelijke bepalingen en procedureregels. De Asv en andere wet- en regelgeving Het subsidierecht kent een gelaagde normstelling. De Awb kent een algemene regeling met de mogelijkheid voor bestuursorganen om op verschillende onderdelen nadere regels vast te stellen. Regels of normen die op een hoger regelgevingsniveau al zijn geformuleerd worden daarom op een lager niveau niet meer herhaald. Dit betekent dat: de subsidietitel in de Awb steeds in samenhang met de rest van de Awb moet worden gelezen; in de Asv geen regels worden herhaald die reeds op grond van de Awb gelden; de Asv altijd in samenhang met de Awb moet worden gelezen; in een subsidieregeling op basis van deze Asv geen regels worden herhaald die rechtstreeks op grond van de Asv of Awb gelden; een subsidieregeling van het dagelijks bestuur altijd in samenhang met de Asv en de Awb moet worden gelezen. Daarnaast moet in het oog gehouden worden dat Europees recht ook een rol speelt bij subsidieverstrekking. Daarbij is het onderwerp staatssteun van belang. Dit onderwerp wordt verderop nader toegelicht en komt tevens in de artikelsgewijze toelichting naar voren. Begrip 'subsidie' Het begrip 'subsidie' wordt in artikel 4:21, eerste lid, van de Awb beschreven als: 'de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Het begrip 'subsidie' is een materieel begrip. Dat wil zeggen dat als een financiële verstrekking voldoet aan de vier kenmerken zoals opgenomen in genoemd artikel het een subsidie is, ook al wordt de verstrekking met een andere naam aangeduid. Voorbeelden van veel gebruikte aanduidingen zijn: bijdrage (aan derden), vergoeding, financiering, investering, lening, garantstelling, sponsorbijdrage, prijsvraag, tegemoetkoming, opdracht. Voor het van toepassing zijn van de regels over subsidies is dus niet bepalend welke naam daaraan wordt gegeven, maar of de verstrekking valt onder de wettelijke definitie. Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op de verschillende onderdelen van de definitie van het begrip 'subsidie'. Een aanspraak op financiële middelen Een subsidie betreft een aanspraak op financiële middelen. Dit kan een geldbedrag zijn, maar ook een geldlening of garantstelling. De term ‘aanspraak’ geeft aan dat er voor een subsidie geen sprake hoeft te zijn van een daadwerkelijke financiële overdracht tussen het bestuursorgaan en de subsidie-ontvanger. Om die reden is een garantstelling door een bestuursorgaan ook een subsidie. Het bestuursorgaan verschaft namelijk een economisch voordeel in de vorm van een aanspraak op geld. Zonder de garantstelling zou de bank het krediet niet of tegen een hogere rente zou hebben verstrekt. Het leveren van goederen of diensten door het hoogheemraadschap om niet of onder de kostprijs, ook wel subsidie ‘in natura’ genoemd, is geen aanspraak op geld en valt derhalve niet onder het subsidiebegrip van artikel 4:21, eerste lid, van de Awb. Voordeel in natura kan overigens mogelijk wel als staatssteun worden aangemerkt. Verstrekt door een bestuursorgaan Er is alleen sprake van een subsidie wanneer geld wordt verstrekt door of namens een bestuursorgaan in de zin van de Awb, zoals het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur. Maar de jurisprudentie heeft bepaald dat onder bepaalde omstandigheden ook privaatrechtelijke instellingen moeten worden gekwalificeerd als bestuursorgaan als zij zich als zodanig gedragen. De financiële verstrekkingen door die instellingen moeten in dat geval beschouwd worden als subsidie in de zin van artikel 4:21, eerste lid, van de Awb. Met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager De wetgever heeft bepaald dat het bij subsidie moet gaan om bepaalde, duidelijk omschreven activiteiten van de subsidie-ontvanger. De bestedingsrichting van de middelen moet met andere woorden duidelijk zijn en de subsidie-ontvanger mag het geld ook uitsluitend aan het omschreven doel besteden. Om deze reden vallen bijvoorbeeld deelnemingen in het aandelenkapitaal van ondernemingen, sociale uitkeringen of schadevergoedingen niet onder de noemer ‘subsidie’. Dat geld wordt niet voor bepaalde activiteiten van de ontvanger verstrekt. Anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten Met de zinsnede ‘anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten’ in artikel 4:21, eerste lid, van de Awb, heeft de wetgever beoogd 'subsidie' te onderscheiden van het begrip ‘opdracht’ (ofwel inkoop). Uit de definitie van de Awb volgt dat, als wordt betaald voor een opdracht, een volledige betaling volgens markttarief, deze betaling dan niet kan worden aangemerkt als subsidie of omgekeerd. Er is dus ofwel sprake van subsidie ofwel sprake van opdracht. Maar wanneer is er sprake van subsidie en wanneer van opdracht? Bij subsidie wordt een financiële bijdrage gegeven voor activiteiten die om redenen van het algemeen belang wenselijk worden geacht. Het is dus overheidssteun met een stimulerend karakter voor maatschappelijke doelen. De subsidie-ontvanger staat het in principe vrij de gesubsidieerde activiteit wel of niet uit te voeren. Uiteraard kan de subsidie lager of op nul worden vastgesteld als de gesubsidieerde activiteit niet of slechts beperkt wordt uitgevoerd. Een opdracht is daarentegen een commerciële transactie, waarbij tegen de marktprijs goederen, diensten of werken aan het hoogheemraadschap (zelf) worden geleverd. Omdat tegenover de verstrekking een reële economische tegenprestatie staat, is geen sprake van subsidie. Te denken valt bijvoorbeeld aan de inkoop van computers of het laten plegen van onderhoud aan waterstaatswerken door derden. Hierbij wordt een overeenkomst aangegaan onder bezwarende titel tot bijvoorbeeld het leveren van goederen of het verrichten van diensten met afdwingbare prestaties (wederzijdse verplichtingen). In de praktijk is het onderscheid tussen subsidie en een opdracht echter niet altijd eenvoudig te maken. Bij twijfel moet de rechtsverhouding aan de hand van de omstandigheden van het concrete geval worden vastgesteld. Daarbij kan volgens de Memorie van Toelichting bij de derde tranche van de Awb gekeken worden naar: de omvang van de financiële verstrekking in relatie tot de kostprijs; de initiatiefnemer, en; eventuele markttransacties tussen de subsidie-ontvanger en derden. Deze criteria zijn in de jurisprudentie inmiddels verder in- en aangevuld. De kwalificatie van een financiële verstrekking als subsidie of als opdracht is van belang voor het toepasselijke rechtsregime. Op een subsidie zijn titel 4.2 van de Awb en de Asv van toepassing en moeten de regels over staatssteun in acht genomen worden. De subsidie wordt verstrekt via een beschikking waarop het bestuursrecht van toepassing is. Bij geschillen is de bestuursrechter bevoegd. Een opdracht komt tot stand bij overeenkomst, waarop het Burgerlijk Wetboek van toepassing is en de Europese en nationale regels over aanbesteding. De opdrachtnemer is verplicht de overeengekomen werkzaamheden te verrichten of de overeengekomen levering te doen. Bij geschillen is de burgerlijke rechter bevoegd. Een ander belang van een juiste kwalificatie van een financiële verstrekking is dat opdrachtnemers over hun inkomsten uit opdrachten BTW moeten betalen. De prestaties van subsidie-ontvangers zijn echter vrijgesteld van BTW. Staatssteun Op Europees niveau zijn regels over staatssteun vastgelegd in de artikelen 107 tot en met 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Staatssteun omvat, kort gezegd, alle voordelen van nationale overheden die door bepaalde ondernemingen worden genoten, anders dan op grond van normale commerciële transacties. Artikel 107, eerste lid, van het VWEU omvat vijf criteria aan de hand waarvan kan worden beoordeeld of in een concreet geval een subsidie (of subsidieregeling of wijziging van een subsidieregeling) als staatssteun moet worden aangemerkt: de maatregel wordt door de overheid verleend of met overheidsmiddelen bekostigd; de maatregel komt ten goede aan bepaalde ondernemingen of producties (selectiviteit); de maatregel verschaft een voordeel dat niet langs normale weg (via de markt) zou zijn verkregen; de maatregel vervalst de mededinging of dreigt deze te vervalsen; de maatregel beïnvloedt het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig. Subsidies aan ondernemingen voldoen doorgaans aan deze criteria en zijn daarom in beginsel verboden. In beginsel, want naast de uitzonderingen van artikel 107, tweede en derde lid, van het VWEU kan voor de verstrekking van dergelijke subsidies voorafgaand daaraan goedkeuring worden verkregen van de Europese Commissie. Overigens dient het begrip ‘onderneming’ in het Europees recht ruim opgevat te worden. Ingevolge de jurisprudentie van het Europese Hof is een onderneming ‘elke eenheid die een economische activiteit uitoefent, ongeacht haar rechtsvorm en de wijze waarop zij wordt gefinancierd.’ Daarbij geldt dat het aanbieden van goederen en diensten een economische activiteit is, waarbij het niet van belang is of er feitelijk sprake is van concurrentie. Als een aangevraagde subsidie zou leiden tot verstrekking van onrechtmatige staatssteun dient het hoogheemraadschap deze te weigeren. Als het hoogheemraadschap de betreffende subsidie desondanks wenst te verstrekken, geldt als hoofdregel dat zij de subsidie moet aanmelden bij de Europese Commissie. De Europese Commissie onderzoekt vervolgens of de subsidie verenigbaar is met de gemeenschappelijke markt. Voor een aanmeldplichtige subsidie(regeling) geldt een standstill-beginsel. Dat wil zeggen dat de subsidie(regeling) niet mag worden uitgevoerd voordat de Commissie bij beschikking goedkeuring heeft verleend of geacht wordt goedkeuring te hebben verleend (artikel 108, derde lid, van het VWEU). Ook kan de Commissie ingevolge artikel 108, tweede lid, van het VWEU bepalen dat de betreffende subsidie(regeling) binnen een bepaalde termijn moet worden opgeheven of gewijzigd. Op de aanmeldplicht bestaan echter een aantal uitzonderingen. Een belangrijke uitzondering betreft de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 651/2014, (AGV)). De AGV biedt de mogelijkheid om voor bepaalde categorieën van staatssteun die steun direct te verlenen, zonder eerst een aanmeldprocedure te doorlopen en een goedkeuring te hoeven afwachten. Voor landbouw en bosbouw gelden specifieke vrijstellingen die zijn vastgelegd in de Landbouw Landbouwvrijstellingsverordening (Verordening (EU) nr. 702/2014 (LVV)). Een andere belangrijke uitzondering op de aanmeldplicht is er voor zogenaamde 'de-minimis steun'. Op grond van de reguliere de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 1407/2013) kunnen overheden, dus ook decentrale overheden, over een periode van drie belastingjaren tot maximaal €200.000 aan steun verlenen aan een onderneming. De reguliere de-minimisverordening is in principe van toepassing op steun aan ondernemingen in alle sectoren, maar er gelden enkele specifieke regels voor bepaalde sectoren. Bijvoorbeeld voor de transportsector. Zo kan aan een onderneming, die voor rekening van derden goederenvervoer over de weg verricht, maximaal € 100.000 over een periode van drie belastingjaren aan steun worden verleend, op basis van de reguliere de-minimisverordening. De de-minimisplafonds verschillen overigens per sector. Voor bepaalde sectoren geldt een lager bedrag. Er gelden afzonderlijke de-minimis regels voor de landbouwsector (Verordening (EU) 1408/2013) en voor de sector visserij en aquacultuur (Verordening (EU) 717/2014). Omdat het hoogheemraadschap zich bij de verstrekking van subsidie ervan moet vergewissen dat het voor de subsidie-ontvanger geldende plafond over de afgelopen drie fiscale jaren niet wordt overschreden, moet de subsidie-ontvanger een de-minimisverklaring ondertekenen. De Europese Commissie heeft tot slot onder meer de bevoegdheid om op te dragen een in strijd met de Europese staatssteunregels verstrekte subsidie terug te vorderen tot 10 jaar na de dag waarop de subsidie aan de subsidie-ontvanger verstrekt is. Subsidie-ontvangers dienen er derhalve zelf ook op te letten dat voldaan wordt aan de Europese regels over staatssteun. Zij lopen anders een financieel risico. Modelverordening Bij het opstellen van de Asv is grotendeels het model van de VNG
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.