Verordening hemelwater en grondwater Gemeente Zoeterwoude 2022De raad van de gemeente Zoeterwoude, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 maart 2022, gelet op de bepalingen van de Gemeentewet, de inspraakverordening Zoeterwoude gelet op de Gemeentewet en de Waterwet; gelet op het bepaalde in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer BESLUIT: De Verordening hemelwater en grondwater Gemeente Zoeterwoude 2022 vast te stellen. HOOFDSTUK1.ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Beheerder: de beheerder van het openbaar riool: het college van burgemeester en wethouders; Bouwen: het nieuw plaatsen (oprichten) van een bouwwerk. Bijvoorbeeld het oprichten van een woning, tuinhuisje, serre, enz. Een bestaande schuur verplaatsen naar een andere locatie betreft ook het oprichten van een nieuw bouwwerk. Er kan in dat geval geen sprake zijn van 'verbouwen', aangezien de schuur nog niet op de betreffende locatie stond. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties. Hieronder valt niet een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart; Drainage: een systeem van doorlatende, geperforeerde pijpen in de bodem, waarin opvang en afvoer van overtollig grondwater plaatsvindt, waardoor de grondwaterstand beheerst kan worden. Drukriolering: Het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater, exclusief hemelwater, waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk; Vacuümriolering: Het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater, exclusief hemelwater, waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakt vacuüm; Eigenaar: degene op wiens terrein het hemelwater valt of onder wiens terrein zich het grondwater bevindt; Groen dak: een doelbewust met planten begroeid dak; Grondwater: al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met bodem of ondergrond staat; Hemelwatervoorziening: voorziening voor de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast; Infiltratie: het proces waarbij hemelwater wegzakt in de bodem; Keur: de Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland; Nieuwbouw: een volledig nieuw te bouwen bouwwerk of uitbreiding van een bestaand gebouw met een aanbouw. Nieuw Bouwwerk: bouwwerk dat wordt opgericht na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief vernieuwbouw; Riolering: voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast; Standplaats: Onder een standplaats moet worden verstaan een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten. Het plaatsen van een woonwagen op een standplaats moet dus worden gezien als bouwen en is bouwvergunningplichtig. Stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater; Verhard oppervlak: oppervlak voorzien van verhardingen (o.a. daken, wegen, verharde terreinen, etc.), zodanig dat hemelwater van dit oppervlak niet in de bodem kan infiltreren; Verhard oppervlak, nieuw: verhard oppervlak dat wordt aangelegd na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief aanleg na verwijdering van bestaand verhard oppervlak. Vernieuwbouw: het slopen en opnieuw bouwen van een bouwwerk. Artikel2Reikwijdte van de verordening 1.Deze verordening is, voor wat betreft het lozen van hemelwater, van toepassing op: het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1 lid 1a van de Wabo; het uitvoeren van een werk als bedoeld in artikel 2.1 lid 1b van de Wabo wat leidt tot het aanleggen van nieuw verhard oppervlak. 2.Deze verordening is, voor wat betreft het lozen van grondwater, van toepassing op alle lozingen van grondwater op de openbare riolering en/of hemelwatervoorziening. Artikel3:Werkingsgebied Deze verordening is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Zoeterwoude. HOOFDSTUK2.Lozen van hemelwater bij Nieuwbouw en Vernieuwbouw Artikel4Verbod op lozen van hemelwater op de riolering 1.Het is niet toegestaan om bij nieuwbouw en vernieuwbouw vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein. 2.De eigenaar van een perceel is verplicht om, in aanvulling op de eisen vastgelegd in de Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland, hemelwater op zijn eigen terrein te verwerken. De eigenaar is vrij om te kiezen welke voorzieningen hij daarvoor gebruikt zolang deze voorziening maar minimaal 60 liter per m2 verhard oppervlak kan vasthouden of bergen. 3.Het verbod uit het eerste lid geldt niet wanneer er , als gevolg van extreme neerslag meer hemelwater verwerkt moet worden dan de hoeveelheid die in het tweede lid genoemd wordt. De eigenaar is daarom verplicht de overstortvoorziening, waarmee de hierboven bedoelde grotere hoeveelheid hemelwater op het (gemengde) riool wordt geloosd, zo in te richten dat de beheerder de werking en het onderhoud kan controleren De eigenaar moet hiervoor een ontwerptekening, revisietekening en beheerplan door de beheerder laten goedkeuren. 4.De hemelwatervoorziening wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze: het opgevangen hemelwater hergebruikt of vertraagd afvoert; en binnen vijf dagen weer volledig beschikbaar is voor het verwerken van een volgende regenbui. Dit mag langer zijn indien het systeem is aangesloten op regenradar waarbij 24 uur vooraf aan een regenbui het systeem automatisch loost op het (gemengde) riool. 5.Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het in het eerste en tweede lid gestelde als van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel dat met het verbod wordt gediend. 6.Bij elke (ver)nieuwbouwactiviteit geldt dat de al aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging niet af mag nemen. 7.De voorzieningen als bedoeld in het tweede lid dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand gehouden worden. Artikel5Vrijstelling voor kleine en grote oppervlakken 1.Het verbod, bedoeld in artikel 4, is niet van toepassing als het totaaloppervlak van nieuwe bouwwerken en nieuw verhard oppervlak minder dan 50 m2 bedraagt. 2.Het verbod, bedoeld in artikel 4, is niet van toepassing als het totaaloppervlak van nieuwe bouwwerken en nieuw verhard oppervlak meer bedraagt dan 500 m2 als wordt voldaan aan beide onderstaande voorwaarden: de aan te leggen compensatie van verharding in het watersysteem die wordt aangelegd volgens de vereisten van de Keur moet ook de vereiste hemelwaterberging van 60 mm borgen, en; de afstroming naar het bergend oppervlaktewater bij regenval zo wordt ingericht dat er geen wateroverlast ontstaat bij een regenbui van 60 mm. Als niet aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet naast de compensatie in het oppervlaktewatersysteem vanuit de Keur ook de vereiste hemelwaterberging in het kader van de verordening worden aangelegd. Artikel6Melding Degene die een nieuwe bouwwerk opricht door middel van nieuwbouw of vernieuwbouw, of een nieuw verhard oppervlak aanbrengt, als bedoeld in artikel 2, meldt dit bij de beheerder en bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. Een aanvraag om een omgevingsvergunning bouwen of omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, wordt gelijkgesteld met een melding. De aanvrager moet bij de melding een ontwerptekening, revisietekening en monitor- en beheerplan van de berging die wordt aangelegd ter goedkeuring voorleggen aan de beheerder. Artikel7Kwaliteit af te voeren hemelwater Het afstromende hemelwater, als bedoeld in artikel 4, mag niet verontreinigd zijn als gevolg van afspoelen of uitlogen van de gebruikte bouwmaterialen of geloosde stoffen. Hoofdstuk3Lozen van grondwater Artikel8Verbod op lozen van grondwater op de riolering of openbare hemelwatervoorziening 1.Het is niet toegestaan om grondwater af te voeren naar de openbare riolering of openbare hemelwatervoorziening. 2.De beheerder kan een ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid als: het bestaande gemiddelde hoogste grondwaterpeil (GHG) op het perceel hoger ligt dan 0,50 meter minus straatpeil en de afvoer daarmee de functie heeft van drainage en het afvoeren van grondwater niet leidt tot een onaanvaardbare grondwaterstandsverlaging in de omgevende percelen; van de perceeleigenaar redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater of grondwater kan worden gevergd Aan de ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 3.Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid vervalt zodra het mogelijk is om te lozen op een openbaar hemelwaterstelsel of drainagestelsel. Hoofdstuk4Overige bepalingen Artikel9Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Artikel10Voorbereiding, uitvoering, toezicht en handhaving 1.Aansluiting van hemelwaterleidingen op openbare voorzieningen, zoals straatkolken, leidingen en de openbare weg, dienen volgens de eisen van de beheerder uitgevoerd te worden. 2.Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen of aangewezen personen of groep van personen. Artikel11Onderhoud en beheer 1.De eigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud en beheer van zijn hemelwatervoorzieningen en grondwatervoorzieningen. 2.Tijdens de beheerfase dient de eigenaar de juiste werking van zijn hemelwatervoorzieningen en grondwatervoorzieningen aan de beheerder te kunnen aantonen. Artikel12Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2.Deze verordening is niet van toepassing op: bouwwerken die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening reeds bestonden; bouwwerken waarvoor vóór inwerkingtreding van deze verordening een omgevingsvergunning voor bouwen is aangevraagd en; ruimtelijke activiteiten waarvoor vóór inwerkingtreding van deze verordening een Nota van Uitgangspunten of een (ontwerp) bestemmingsplan is vastgesteld; ruimtelijke activiteiten waarvoor binnen zes weken na inwerkingtreding van deze verordening door het college een ontwikkelovereenkomst, samenwerkingsovereenkomst of anterieure overeenkomst is afgesloten of een tender is uitgeschreven, en; gebieden waarvoor een kaderstellend document is vastgesteld en welke is opgenomen in bijlage 1. Artikel13Citeertitel De verordening wordt aangehaald als: Verordening afvoer hemelwater en grondwater Gemeente Zoeterwoude 2022. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 15 december 2022,de griffier, G.J. Buijsde voorzitter,F.Q.A. van Trigt Toelichting op de Verordening afvoer hemelwater en grondwater Algemeen In artikel 10.32a van de Wet milieubeheer is opgenomen dat gemeenteraden een bevoegdheid hebben in het belang van de bescherming van het milieu om bij verordening regels te stellen aan het lozen van afvalwater op de riolering. Hiermee hebben gemeenten een instrument om de openbare watertaken (zorgplichten) vorm te geven. De wet geeft een bevoegdheid. Dit betekent dat gemeenten niet verplicht zijn een verordening voor het lozen van afvalwater op de riolering te hebben. In het rioleringsbeleid, dat is neergelegd in het gemeentelijk rioleringsplan, bepaalt de gemeente of de inzet van dit nieuwe instrument nodig is, gelet op de lokale omstandigheden. Over de riolering en de aansluiting van bouwwerken op de openbare riolering staan voorschriften in het Bouwbesluit 2012. De onderhavige verordening is aanvullend en komt niet in strijd met plichten die elders zijn vastgelegd. Bij strijd zou de hogere regeling -het Bouwbesluit- voorgaan. Met deze verordening wordt het gemeentelijk hemelwaterbeleid uit het Integraal Waterketenplan 2019-2023 verankerd. Beoogd Doel van de hemelwaterverordening Door klimaatverandering neemt de kans op stortbuien en langdurige neerslag toe. Neerslag (hemelwater) stroomt vanaf het dakoppervlak van gebouwen en bestrating via een regenpijp of bovengronds naar de openbare riolering. De openbare riolering moet het afstromende hemelwater van veel gebouwen verwerken. De capaciteit van het riool is bij zo'n forse regenbui niet altijd toereikend. Als de riolering het aanbod van hemelwater niet meer aan kan, kan dit tot ernstige wateroverlast leiden en tot schade aan gebouwen of infrastructuur. De gemeente wil dit soort situaties zo veel mogelijk voorkomen. Via de regel om bij (ver)nieuwbouw te voorzien in een minimale waterbergingscapaciteit van 60 liter per vierkante meter verhard oppervlak, wordt hemelwater langer vastgehouden op eigen terrein. Op die manier wordt de belasting op de openbare riolering geleidelijk aan teruggebracht. Hiermee wordt uiteindelijk ook een bijdrage geleverd aan het verbeteren van de waterkwaliteit doordat het aantal overstorten op termijn af zullen nemen en de overstortvolumes lager worden. De verplichting om te voorzien in een minimale waterbergingscapaciteit van hemelwater van 60 l per m2 geldt alleen voor (ver)nieuwbouw. Nieuwbouw betreft bijvoorbeeld een volledig nieuw gebouw, maar ook de uitbreiding van een bestaand gebouw met een aanbouw. De bergingseis heeft dan betrekking op het oppervlak van de aanbouw. Met vernieuwbouw wordt hier bedoeld het slopen en opnieuw bouwen van een gebouw. Zorgplicht De eigenaar van een perceel is primair verantwoordelijk voor de afvoer van het hemelwater dat op zijn terrein komt. Op grond van deze zorgplicht ligt er pas een taak voor de gemeente als de eigenaar van het perceel zich in alle redelijkheid niet kan ontdoen van het hemelwater op zijn terrein. De eigenaar van een perceel is primair verantwoordelijk voor het grondwater in of op zijn terrein. Om te mogen aansluiten op de (vuilwater) riolering van de gemeente moet dit aangevraagd worden. De gemeente zal dan beoordelen of door de aansluiting nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan zoals gesteld in artikel 4 van het Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah). Keur In de meeste gevallen is het Hoogheemraadschap van Rijnland het bevoegd gezag over het oppervlaktewater. Voor lozing op het oppervlaktewater en de wijze waarop dit wordt uitgevoerd, evenals voor bouwwerken op of langs waterlopen, heeft het Hoogheemraadschap van Rijnland regels vastgelegd in de Keur. Gemeente Zoeterwoude ligt in het beheergebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Vanuit de keur stelt het Hoogheemraadschap van Rijnland eisen wanneer bij ruimtelijke ontwikkelingen het verhard oppervlak (> 500m2) toeneemt. Dit betreft compensatie in de vorm van aanleg van water van 15% van het verhard oppervlak. Het doel van deze compensatie is het behouden van een robuust watersysteem dat in staat is het extra hemelwater dat afvloeit naar het oppervlaktewater af te voeren zonder dat hierbij overstroming vanuit het oppervlaktewater optreedt door ongewenste peilstijgingen. Het hierboven beschreven doel voor de watercompensatie, een robuust watersysteem, is daarmee een ander dan het doel uit deze verordening namelijk de wens wateroverlastsituaties door overbelasting van het buizenstelsel te voorkomen door het vasthouden van hemelwater op eigen terrein. Dit betekent dan ook dat, vanwege het dienen van de verschillende doelen, de eis zoals verwoord in de keur en de eis zoals verwoord in deze gemeentelijke hemelwaterverordening naast elkaar bestaan. Beide zijn van toepassing. In die gevallen waarin de keur de mogelijkheid biedt watercompensatie door alternatieve berging uit te voeren, kan alleen sprake zijn van een mogelijke overlap indien de voorgestelde uitvoering van de waterberging beide doelen dient. Vrijstelling van de verplichting tot het aanleggen van de vereiste hemelwaterberging geldt voor een toename van verhard oppervlak groter dan 500m2 indien voldaan wordt aan beide onderstaande voorwaarden: de aan te leggen compensatie van verharding in het watersysteem conform de vereisten van de keur ook de vereiste hemelwaterberging van 60 mm borgt en; de afstroming naar het bergend oppervlaktewater bij regenval zo ingericht wordt dat er geen wateroverlast ontstaat. Met andere woorden de toevoer van hemelwater naar het bergend oppervlaktewater is dusdanig gedimensioneerd dat er geen water op straat of water tegen gevels komt te staan. Indien hieraan niet voldaan wordt, dient naast de compensatie in het oppervlaktewatersysteem vanuit de Keur ook de vereiste hemelwaterberging in het kader van de verordening aangelegd te worden. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsbepalingen Bouwwerk Een definitie van het begrip bouwwerk geeft de Wet milieubeheer of Woningwet niet. In de bouwverordening wordt een in de jurisprudentie aanvaarde definitie aangehouden, namelijk: ‘elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren’. Deze omschrijving is in deze verordening overgenomen. Aan de hand van de vier elementen van de definitie van het begrip bouwwerk: 1 constructie, 2 van enige omvang, 3 met de grond verbonden, 4 bedoeld om ter plaatse te functioneren, wordt bepaald op een object een bouwwerk is of niet. Voor het begrip stedelijk afvalwater en drainage is aangesloten bij de definitie zoals omschreven in het Integraal Waterketenplan. Voor de overige begrippen is aangesloten bij gebruikelijke definities in het werkveld (o.a. stichting Rioned). Infiltratie van hemelwater is het proces waarbij regenwater wegzakt in de bodem. De snelheid waarmee dit gebeurt, hangt af van de bodembedekking (bijvoorbeeld verharding of beplanting) en de eigenschappen van de bodem. Nieuwbouw betreft bijvoorbeeld een volledig nieuw gebouw, maar ook de uitbreiding van een bestaand gebouw met een aanbouw. De bergingseis heeft dan betrekking op het oppervlak van de aanbouw. Met vernieuwbouw wordt hier bedoeld het slopen en opnieuw bouwen van een gebouw. Artikel 2 Reikwijdte van de verordening Deze verordening is van toepassing voor nieuwbouw en vernieuwbouw van bouwwerken en de aanleg van verhardingen, voor zover hiermee het verhard oppervlak wijzigt. Vernieuwbouw wordt beschouwd wanneer meer dan 40 % van de buitenmuren afgebroken worden. Het vernieuwen van een dak zonder uitbreiding van het verhard oppervlak valt daar normaal gezien niet onder. Artikel 4 Verbod op lozen van hemelwater op de riolering De gemeenteraad heeft de zorgplichten voor het afvalwater, hemelwater en grondwater in het Integraal waterketenplan (IWKp) 2019-2023 geformuleerd. De basis voor het verbod om hemelwater te lozen op de riolering is in de Wet milieubeheer vastgelegd en uitgewerkt in het Besluit lozing afvalwater huishoudens, en het IWKp 2019-2023. Lid 1 Verbod Het verbod op het aankoppelen van hemelwater geldt voor alle eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen, voor zover deze zijn gelegen binnen de gebiedsaanwijzing en het desbetreffende besluit geen uitzondering bevat. Eenzelfde situatie geldt voor het grondwater. De plicht tot niet aankoppelen is dus niet slechts beperkt tot het bouwwerk, maar betreft ook het open erf of andere terreinen. Bedoeld is zowel het afvloeiend hemelwater dat afkomstig is van een bouwwerk en via een dakgoot, regenpijp, afvoerbuis enzovoort het openbaar vuilwaterriool bereikt als het afvloeiend hemelwater dat afkomstig is van een open erf of terrein en via goten, putten, afvoerbuis enzovoort het openbaar vuilwaterriool bereikt. Een open erf of terrein waarin goten en putten zijn aangebracht is onder meer een terras, een oprit, een parkeerterrein, een laad- en losperron. Ook de openbare weg binnen een aangewezen gebied valt binnen de reikwijdte van de afkoppelplicht. Lid 2 en 3 Op eigen terrein verwerken In wezen is de regel simpel: hemelwater mag niet op de riolering worden aangesloten. Dit houdt veelal in dat het op eigen terrein verwerkt moet worden. In de methode van verwerken is de ‘ontdoener’ vrij. De voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater is: hergebruik; Vasthouden (infiltreren in de bodem); bergen; afvoeren. Bij het hergebruik van hemelwater als grijswater heeft het de voorkeur wanneer dit water gebruikt wordt voor bijvoorbeeld bevloeiing van dakbeplanting, het tegengaan van hittestress en het tegengaan van uitdroging van de bodem. Ook (huishoudelijk) hergebruik is mogelijk, dan wordt bespaard op drinkwaterverbruik. Een extra voordeel is dat hemelwater veel minder kalk bevat dan drinkwater. Daarom kan met een eigen hemelwatersysteem ook bespaard worden op was- en reinigingsmiddelen. http://edepot.wur.nl/358839. Hiervoor zijn diverse aanbieders. https://www.rainproof.nl/toolbox/maatregelen/regenwatergebruik-bij-woningen Infiltreren is een oplossing die vaak gekozen wordt maar niet als eis is gesteld. In geval van klei in de bodem is dit een minder reële mogelijkheid. Diepinfiltratie tot onder de kleilaag of een grindkoffer zou een oplossing kunnen zijn mits de grondwaterstand voldoende laag is en er geen verontreinigd water wordt geloosd. Afvoer naar oppervlaktewater vereist meestal een goedkeuring, melding of vergunning van het Hoogheemraadschap van Rijnland op basis van de Keur. Afvoer naar open water wordt alleen toegestaan door het Hoogheemraadschap van Rijnland als het geen ingrijpende peilverhoging of afvoerverhoging veroorzaakt en dit houdt meestal in dat er een buffer tussen gebouwd moet worden. Verder moet het water voldoen aan een bepaalde kwaliteit. In de Waterwet en het Burgerlijk wetboek is reeds geregeld dat het op eigen terrein te verwerken water niet mag leiden tot overlast op naburige percelen. Waarom 60 liter per m2? Er zijn talrijke initiatieven om burgers en bedrijven te stimuleren water op eigen terrein te bergen. Vanuit de gedachte ‘elke druppel telt’ is elk initiatief natuurlijk welkom. Maar draagt een regenton of groen dak wezenlijk bij om wateroverlast te voorkomen? Om situaties en maatregelen objectief te kunnen kwantificeren naar de mate waarin ze hemelwateroverlast helpen voorkomen, is een begrijpelijke en algemeen toepasbare maatlat nodig. STOWA en Stichting RIONED hebben nu samen met gebruikers en de bedenkers van het hemelwaterlabel een scoringsmethodiek voor maatregelen tegen wateroverlast op particulier terrein gemaakt. Hierdoor is eenvoudig te zien hoeveel hemelwater een perceel opvangt en verwerkt (en dus niet afvoert naar riolering of openbare ruimte). De uniforme scoringsmethodiek gaat uit van hemelwaterberging (zie figuur A). De score wordt bepaald door de hoeveelheid (in millimeters) neerslag die een perceel kan bergen en laten infiltreren bij een piekbui die in één uur valt. Daarbij gaat het om de gemiddelde berging over het gehele perceel. Het maakt dus niet uit of de eigenaar deze berging op het dak, ondergronds of in de tuin heeft gerealiseerd. Figuur A Er is voor de hemelwaterverordening gekozen voor 60 mm berging, overeenkomend met score A. De redenen hiervoor zijn: Score A++ en A+ zouden een te hoge inspanning vereisen in relatie tot de langere herhalingstijden van de betreffende buien. Met het voldoen aan score A wordt een substantiële bijdrage geleverd aan het verbeteren van de klimaatrobuustheid. Dit zou bij score B en C niet het geval zijn. De score A (bui van 60
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.