← Nederland

Notitie Programma Groot Onderhoud Openbare Ruimte 2020-2025 (Diemen)

Notitie Programma Groot Onderhoud Openbare Ruimte 2020-2025Inleiding Dat Diemen is gebouwd op een slappe bodem is een algemeen bekend feit. Gemeenten met een slappe bodem zijn gedwongen intensiever onderhoud aan hun openbare buitenruimte te plegen dan gemeenten met een stabiele bodem. De rijksoverheid zag dit in 2004 in en paste de verdeling van het gemeentefonds hierop aan; meer geld voor gemeenten op slechte bodems en minder geld voor gemeenten op sterke bodems. Vanaf 2005 beschrijft Diemen het benodigde groot onderhoud aan de openbare ruimte in een meerjarige planning met de gemeten/voorspelde schades aan de wegverhardingen en het beschikbare (dan wel het benodigde) budget als basis; het “Programma Groot Onderhoud” (PGO). In 2006 toonde de gemeente Diemen aan dat de grootste (gemeten) schades aan de wegverharding samenvallen met de gebieden waarin de grootste (gemeten) bodemdaling optreedt. Met het beschikbaar komen van grootschalige nauwkeurige metingen van bodemdalingssnelheid door satellieten in 2011, werd het mogelijk de mate van bodemdaling in de basiscyclus van het PGO op te nemen. Hierdoor zijn buurten met de slechtste bodem sneller aan de beurt voor ophoging. Uit de gemeten bodemdalingssnelheden en een maximaal toegelaten verzakking van de riolering, wordt een theoretische ophoogcyclus berekend. Deze varieert van 50 jaar in Biesbosch tot 10 jaar in Vlindertuin. Gemiddeld voor heel Diemen is deze cyclus ca. 22 jaar. In het beleidsplan Wegen, vastgesteld door de raad in 2013, is gekozen voor een ondergrens van 16 jaar en een bovengrens van 30 jaar voor groot onderhoud aan de woonwijken. De bijbehorende financiële middelen om het groot onderhoud uit te kunnen voeren zijn afgestemd op deze boven- en ondergrens. Het PGO borgt daarmee de kwaliteit van de openbare buitenruimte, ook voor de toekomst. Het PGO omvat niet alleen het onderhoud aan wegverharding, maar ook aan de riolering, het groen, de speelplaatsen, oevers en openbare verlichting. Deze integrale aanpak van de openbare buitenruimte, zowel in voorbereiding als in uitvoering, heeft grote efficiëntievoordelen. Actualisering De oorspronkelijke planning van een meerjarenplan kan onder druk komen te staan door verschillende invloeden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan; een financiële crisis die de beschikbare gelden kan beïnvloeden; de marktsituatie: (aannemers)prijzen kunnen, vooral de laatste jaren, sterk fluctueren; nieuwe ontwikkelingen, zoals aanscherping van werkwijzen en/of voorwaarden; nieuwe (ingeschoven) projecten die niet in de oorspronkelijke planning stonden; schaarse beschikbaarheid van gekwalificeerd technisch personeel (voorbereiding); en, recentelijk, vertragingen door de werkomstandigheden tijdens een pandemie. Mede vanwege deze mogelijke beïnvloedingen wordt ernaar gestreefd het vijfjarenplan van het PGO na twee à drie jaar te actualiseren. Dit PGO is een actualisatie van het PGO 2017-

  1. Planning In 2017 is een prognose gemaakt van het uit te voeren groot onderhoud tot en met
  2. In onderstaande tabel is de planning uit 2017 weergegeven, aangevuld met de actuele stand van zaken. Dit betreft voornamelijk de (woon)buurten. Kleinere, doorlopende acties zoals het onderhoud aan asfalt, openbare verlichting of speeltoestellen is in deze tabel buiten beschouwing gelaten. Project Planning 2017 Actueel Basisplanning 1 Oost-Westas fase 1 (uitvoering) 2017 2017/2018 Oost-Westas fase 2 (uitvoering) 2018 2019 Oost-Westas fase 3 (uitvoering) 2019 2020 2 Vogelweide (voorbereiding) 2017 2018 Vogelweide (uitvoering) 2018 2019/2020 3 Scheepskwartier (voorbereiding) 2017/2018 2020/2021 Scheepskwartier (uitvoering) 2020 2021/2022 4 Flats Tobias Asserlaan (voorbereiding) 2018 2020 Flats Tobias Asserlaan (uitvoering) 2019 2021 5 Oranjeplantsoen (voorbereiding) 2018 2021 Oranjeplantsoen (uitvoering) 2019 2022 6 Vlindertuin (voorbereiding) 2020 2020/2021 Vlindertuin (uitvoering) 2021/2022 2021/2022 7 Hoofdassen (Bernhard-, Beatrix-, Wilhelmina-, A.Krijtsstraat) vb. 2020/2021 2023 Hoofdassen (uitvoering) 2022/2023 2024 8 Van Gemertplein (voorbereiding) 2021 2022 Van Gemertplein (uitvoering) 2022 2023 9 Buitenlust (voorbereiding) 2021/2022 2022 Buitenlust (uitvoering) 2022/2023 2023 10 Ouddiemerlaan-Noord (voorbereiding) 2020 2022 Ouddiemerlaan-Noord (uitvoering) 2021 2023 11 Parkeerplaats Spoorzicht (voorbereiding) 2020 2022 Parkeerplaats Spoorzicht (uitvoering) 2021 2023 12 Akkerland (voorbereiding) 2024 Akkerland (uitvoering) 2025 13 Flats Rode Kruislaan (voorbereiding) 2024 Flats Rode Kruislaan (uitvoering) 2025 14 Bergwijkpark-Zuid (voorbereiding) 2024 Bergwijkpark-Zuid (uitvoering) 2025 Ingeschoven projecten 15 Aanpassing winkelcentrum Kruidenhof (voorbereiding) 2021 Aanpassing winkelcentrum Kruidenhof (uitvoering) 2022 16 Sporthal Bernhardlaan (voorbereiding) 2020 Sporthal Bernhardlaan (uitvoering) 2021 17 Rode Kruislaan 3e ster (voorbereiding) 2020 Rode Kruislaan 3e ster (uitvoering) 2020 18 Johan van Soesdijkstraat (nieuwbouw voorbereiding) 2021 Johan van Soesdijkstraat (nieuwbouw uitvoering) 2022 19 Verkeersstructuur Diemen-Zuid (busbaan voorbereiding) 2020 Verkeersstructuur Diemen-Zuid (busbaan uitvoering) 2021 Tabel
  3. Planning Bij de tabel 1; verklaring van afwijkingen: Basisplanning-Ingeschoven projecten Vijf ontwikkelingen die in 2017 nog niet bekend waren staan vermeld onder “Ingeschoven projecten”. De basisplanning van het PGO betreft slechts projecten die uit technische noodzaak zijn opgenomen: herinrichting van de openbare buitenruimte i.v.m. verzakking van het maaiveld en geconstateerde schades. De “ingeschoven projecten” zijn een gevolg van bestuurlijke beslissingen en drukken deels op het PGO-budget omdat door de vernieuwing het tijdstip van volgend onderhoud verschuift. Ook vragen de ingeschoven projecten ambtelijke capciteit waardoor reeds geplande projecten doorschuiven. Spoorwegonderdoorgang De planning uit 2017 hield nog geen rekening met de uitvoering van de onderdoorgang van het spoor in Diemen Centrum. Inmiddels is bekend dat die in 2023 gereed zal zijn. De projecten 8 t/m 11 kunnen hierna of aansluitend pas uitgevoerd worden. 12 Akkerland Op basis van bodemdaling zou Akkerland in 2029 opgehoogd moeten worden. De resultaten van de visuele weginspectie maken een eerdere uitvoering echter noodzakelijk (schades/kwaliteit). 2 Vogelweide 3 Scheepskwartier 6 Vlindertuin Door uitloop van Buytenstee (nieuwe inspraakronde/ontwerp) en schaarse beschikbaarheid van gekwalificeerd technisch personeel is de voortgang in Diemen Noord ca. twee jaar vertraagd. 4 Flats Tobias Asserlaan Dit project is uitgebreid met het groengebied achter de Oosterringdijk. 14 Bergwijkpark-Zuid De herinrichting was oorspronkelijk gepland in
  4. Het is een bestuurlijke wens dit kantorenpark een tussentijdse opknapbeurt te laten ondergaan. Centrum-West Dit project staat niet in de tabel omdat het financieel maar ten dele drukt op het PGO. Hiervoor is een aparte investering gedaan. Het vergt echter wel formatietijd waardoor het Oranjeplantsoen

(5)is vertraagd ten opzichte van de prognose uit
  1. Inbreidingen In de afgelopen periode is er ook formatietijd besteed aan het doorrekenen van o.a. inbreidingsplannen (Griend, Spoorzicht, Buitenlust), wat ten koste is gegaan van de voorbereidingstijd voor het PGO. Financiën en voorzieningen Het PGO wordt gefinancierd uit zes voorzieningen, te weten: Groot Onderhoud Verhardingen; Openbare Verlichting; Groen; Speelterreinen; Kunstwerken; Waterpartijen. De Riolering is een belangrijk component in de reconstructiecyclus van de openbare ruimte. De bekostiging van de riolering kent echter een eigen financiering middels de rioolheffing, daarbij een aparte (egalisatie)voorziening Rioleringszorg en een eigen kostendekkingsplan. De benodigde rioleringsbudgetten worden verkregen uit investeringen waarvan de kapitaalslasten gedekt worden uit de voorziening Rioleringszorg. Deze aparte kostendekking is in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2023 opgenomen en wordt daarom niet in het Programma Groot Onderhoud verder beschreven. Verloop voorzieningen 2020-2025 De voorzieningen dekken de uitgaven voor groot onderhoud. Aan het begin van het kalenderjaar worden de voorzieningen aangevuld door vaste dotaties. Gr.Onderh. Verharding Openbare Verlichting Groen Speel- terreinen Kunst- werken Water- partijen Dotatie € x1000 Dotatie 1.614 198 804 95 158 94 Tabel
  2. Dotaties situatie 2020-2025 In de onderstaande begroting zijn de inkomsten (dotaties) en de uitgaven van voorbereiding en uitvoering van de projecten uit Tabel 1 verwerkt. Volgens vigerende regels mag een voorziening niet negatief worden. De tabel toont de gevolgen voor de voorzieningen. jaar Gr.Onderh Verharding Openbare Verlichting Groen Speel- terreinen Kunst- werken Water- partijen Totaal Saldo voorziening per 31 december € x1000 2020 829 344 820 467 295 89 2.844 2021 -1.636 247 269 442 9 -25 -694 2022 -4.300 204 -215 450 -66 -100 -4.027 2023 -4.204 304 284 545 37 -57 -3.091 2024 -5.364 303 190 587 71 -31 -4.244 2025 -5.420 357 203 616 66 -21 -4.199 Tabel
  3. Saldo voorzieningen, vlg. de basisplanning en ingeschoven projecten(Tabel 1). Uit de berekeningen blijkt dat voornamelijk de voorzieningen “Groot Onderhoud Verhardingen” en “Water” ontoereikend zijn. In 2022 treedt er ook een tekort op in de voorzieningen “Groen” en “Kunstwerken”. Verwacht wordt dat dit incident uitgemiddeld kan worden met overschot in de andere jaren. In de onderstaande paragrafen wordt op oorzaken en gevolgen van de tekorten ingegaan. Oorzaken van tekorten Er is geconstateerd dat voornamelijk de voorziening “Groot Onderhoud Verharding”, die de herbestratingsbudgetten moet dekken, ontoereikend is voor uitvoering van de planning uit Tabel
  4. Het totale tekort, aan het eind van de planperiode, van € 4.199.000,-- wordt vnl. veroorzaakt door: Ingeschoven projecten € 2.385.500,--; (bestuurlijke keuze) Opknapbeurt Bergwijkpark-Zuid € 836.000,--; (bestuurlijke wens) Vervroegde projecten € 4.608.000,--; (technische aanleiding) Daarbij moet ook vermeld worden dat sinds de planning uit 2017 de marktprijzen, waarmee de prognoses worden gemaakt, zijn gestegen. PGO 2017 - 2022 PGO 2020 - 2025 Verschil in € Verschil in % Betonstraatstenen m2 € 40,04 € 44,20 € 4,16 10,39% Tegels m2 € 40,04 € 44,14 € 4,10 10,24% Asfalt m2 € 30,94 € 31,98 € 1,04 2,60% Tabel
  5. Marktprijzen Met een totaal te renoveren areaal van 361.600 m2 verharding loopt het tekort als gevolg van gestegen marktprijzen al gauw met ca. € 1,5 miljoen op. Tevens heeft de accountant bewerkstelligd dat aan het begin van de planperiode een positief saldo van de voorziening werd gekort door € 742.000 in de algemene reserve storten, waarvan € 350.000 inmiddels is teruggestort. Dit is mede een oorzaak van toename van het huidige tekort. Als alle bovenstaande afwijkingen niet hadden plaatsgevonden, zouden de voorzieningen aan het eind van de planperiode een positief saldo hebben gehad van € 2,83 miljoen. Dit was voldoende geweest om o.a. de invloed van de marktwerking op te vangen. Alternatieven financiering PGO In de onderstaande paragrafen worden drie alternatieven geschetst hoe in de komende jaren omgegaan kan worden met de financiering, en daarmee de planning van projecten, van het PGO. Het eerste alternatief gaat uit van handhaving van de planning als in Tabel 1 en de daarbij benodigde aanvullingen in de vorm van extra investeringen. In het tweede en derde alternatief worden er projecten uitgesteld, dan wel doorgeschoven naar de volgende planperiode om de huidige dekking toereikend te houden. Alternatief 1; aanvulling van de dotatie in de voorzieningen Indien de planning als in Tabel 1 wordt gehandhaafd, is er aanvullende financiering benodigd. Dat kan door in 2021 in één maal de dotatie in de voorziening “G.O.Verharding” aan te vullen met een investering van € 6 miljoen. Dat zal waarschijnlijk weer de aandacht trekken van de accountant, met ongewenste acties als gevolg. Beter is het de voorziening aan te vullen met drie investeringen, in de jaren waar nodig: 2021: € 2,0 miljoen 2022: € 2,5 miljoen 2024: € 1,5 miljoen De voorziening “Waterpartijen” kan het best, éénmalig, in 2021 aangevuld worden met een bedrag van € 150.000,-- om gedurende de planperiode positief te blijven. In dit eerste alternatief wordt de kwaliteit van de openbare buitenruimte gewaarborgd op het gebruikelijke (goede) niveau dat Diemen gewend is en worden bestuurlijke wensen en besluiten uitgevoerd. De extra investering(en) is echter van behoorlijke omvang. De (volledige) economische gevolgen van de huidige pandemie en de daarmee gepaard gaande financiële positie van de overheid zijn op dit moment nog niet bekend. Wel mag verwacht worden dat die ingrijpend zullen zijn. In dit licht lijkt alternatief 1 niet kansrijk. Alternatief 2: Uitstellen van projecten, gelijkblijvende dotaties Indien de dotaties van de voorzieningen niet aangevuld worden, kunnen de voorzieningen alleen positief blijven door projecten uit te stellen. Daarmee verschuiven de jaren van uitvoering van de projecten. In principe wordt groot onderhoud ingepland op basis van een maximale bodemdaling waarvan de prognose geleverd wordt door satellietdata. Daarnaast beoordeelt een tweejaarlijkse visuele weginspectie de kwaliteit van de verharding. Dit is er de oorzaak van dat, bijvoorbeeld, de buurt Akkerland eerder werd ingepland. Door de onderstaande projecten te verschuiven voldoen ze nog steeds aan de maximaal toegestane bodemdalingseis (=20 cm), maar loopt de kwaliteit van de verharding terug. Hierdoor is mogelijk frequenter klein onderhoud benodigd. In dit alternatief zijn de volgende aanpassingen in de oorspronkelijke planning gemaakt: Uitvoering van de hoofdassen (A.Krijtsstraat-Wilhelminaplantsoen-Prinses Beatrixlaan-Prins Bernhardlaan) is met één jaar verplaatst van 2023 naar 2024; Uitvoering van de Ouddiemerlaan-Noord (t.p.v. Buitenlust) is met één jaar verplaatst van 2023 naar 2024; De tussentijdse opknapbeurt van Bergwijkpark-Zuid wordt verplaatst naar de volgende planperiode (na 2025); Buitenlust wordt verplaatst naar de volgende planperiode (na 2025); Akkerland wordt verplaatst naar de volgende planperiode (na 2025); Flats Rode Kruislaan wordt verplaatst naar de volgende planperiode (na 2025); De gevolgen voor het financiële verloop van de voorzieningen wijzigen als gevolg van de aanpassingen als in onderstaande tabel is aangegeven: jaar Gr.Onderh Verharding Openbare Verlichting Groen Speel- terreinen Kunst- werken Water- partijen Totaal Saldo voorziening per 31 december € x1000 2020 1.532 387 1.073 489 295 119 3.895 2021 -178 339 795 486 9 34 1.485 2022 -1.431 382 699 516 -66 -11 89 2023 -2.358 420 647 545 37 -57 -766 2024 -2.740 484 983 631 71 -14 -585 2025 -3.332 537 1.192 699 66 20 -818 Tabel
  6. Financiele gevolgen Alternatief
  7. Op het totaal van alle voorzieningen in het PGO is nog altijd een tekort van € 818.
  8. In Alternatief 2 is nog altijd rekening gehouden met alle kosten die samenhangen met de Verkeersstructuuraanpassing Diemen-Zuid (Busbaan). Alternatief 3; gelijk aan Alternatief 2 met aanpassing asfaltonderhoud Busbaan Het is gebruikelijk dat het PGO een deel van de ingeschoven projecten financiert, omdat de vernieuwde situatie het tijdstip van volgend onderhoud verlengt. De aanpassingen aan de busbaan gaan echter verder dan puur onderhoud. In het volgende Alternatief 3 zijn deze kosten teruggebracht naar séc asfaltonderhoud. In dit alternatief zijn de volgende aanpassingen in de oorspronkelijke planning gemaakt: Uitvoering van de hoofdassen (A.Krijtsstraat-Wilhelminaplantsoen-Prinses Beatrixlaan-Prins Bernhardlaan) is met één jaar verplaatst van 2023 naar 2024; Uitvoering van de Ouddiemerlaan-Noord (t.p.v. Buitenlust) is met één jaar verplaatst van 2023 naar 2024; De tussentijdse opknapbeurt van Bergwijkpark-Zuid wordt verplaatst naar de volgende planperiode (na 2025); Buitenlust wordt verplaatst naar de volgende planperiode (na 2025); Akkerland wordt verplaatst naar de volgende planperiode (na 2025); Flats Rode Kruislaan wordt verplaatst naar de volgende planperiode (na 2025); De kosten aan de Aanpassing Verkeersstructuur Diemen-Zuid zijn teruggebracht naar asfaltonderhoud van de Busbaan. De gevolgen voor het financiële verloop van de voorzieningen wijzigen als gevolg van de aanpassingen zoals in onderstaande tabel is aangegeven. jaar Gr.Onderh Verharding Openbare Verlichting Groen Speel- terreinen Kunst- werken Water- partijen Totaal Saldo voorziening per 31 december € x1000 2020 1.532 387 1.073 489 295 119 3.895 2021 640 339 795 486 9 34 2.303 2022 -612 382 699 516 -66 -11 908 2023 -1.539 420 647 545 37 -57 53 2024 -1.921 484 983 631 71 -14 234 2025 -2.513 537 1.192 699 66 20 1 Tabel
  9. Financiële gevolgen Alternatief 3 Hoewel de voorziening G.O.Verharding nog altijd een tekort vertoont, is het totaal van de voorzieningen, en daarmee de financiering van het PGO als geheel, gedurende de planperiode sluitend. Het project Aanpassing Verkeersstructuur Diemen-Zuid is nog in ontwikkeling. Voor de investeringskosten, anders dan asfaltonderhoud, moet op projectbasis een voorziening worden getroffen. Uitvoering PGO Formatie De ambtelijke formatie is idealiter ingericht op de gemiddeld benodigde inzet. Eventuele pieken kunnen met tijdelijke inhuur of het uitbesteden van werkzaamheden worden uitgevoerd. Als in de tijd hoge pieken en diepe dalen in de benodigde werklast optreden kunnen financiën en kwaliteit negatief beïnvloed worden. Pieken leiden op dat moment tot hogere kosten en de noodzaak tot veel inhuur. Dalen kunnen leiden tot het moeten verkleinen van de formatie, met frictiekosten en het verlies aan kennis en ervaring als gevolg. Een stabiele werklast en daarmee een stabiele formatie heeft daarom idealiter een hoge kwaliteit en de laagste kosten als resultaat. Ingeschoven projecten gedurende planperiode 2020-2025 Er is geconstateerd dat een aanzienlijk deel van het tekort in de planperiode veroorzaakt wordt door het opvoeren van nieuwe projecten in een bestaande planning cq. budgetbegroting die daar geen rekening mee heeft gehouden. Dat dit wel heeft plaatsgevonden, is tevens te wijten aan een verminderde aandacht voor de bewaking van het PGO. Het PGO is een basisplanning voor groot onderhoud aan de openbare buitenruimte. Daarbinnen is, door strakke budgettering, nauwelijks ruimte voor incidenten. De werkwijze om projecten deels middels het PGO te financieren heeft nu ongewenste effecten gehad. Het uitgestelde volgend onderhoud en daarmee een positief financieel effect op het PGO is inderdaad een logische gedachtegang. Dit gaat echter alleen op als het geplande onderhoud binnen een planperiode, of dicht daarbij zou vallen. Zodra het positief effect bijvoorbeeld pas over 20 jaar optreedt hebben de kosten eerder een negatief effect. Voorgesteld wordt, in de komende planperiode nieuwe projecten in principe volledig te bekostigen uit een projectinvestering en geen (deel)kosten meer ten laste te brengen van het Programma Groot Onderhoud, tenzij een tienjarenplanning aantoont dat daar ruimte voor is. Dat zal per nieuw (in te schuiven) project doorgerekend moeten worden. Doorkijk planperiode 2026-2030 Door het inschuiven van projecten voor de komende 5 jaar zijn zowel financiële als capaciteitstekorten ontstaan. Het doorschuiven van projecten naar de periode 2026-2030 kan ervoor zorgen dat vervolgens in die periode vergelijkbare problemen ontstaan. Het ideaal is om het groot onderhoud zoveel mogelijk in de tijd te verdelen om pieken en dalen te voorkomen. Het toeval wil dat er voor de periode 2026-2030 toch een relatief rustige periode is ontstaan. Dit hangt samen met het bouwjaar van buurten en het verschil in onderhoudstermijnen tussen buurten. Het doorschuiven van groot onderhoud naar de volgende planperiode is daarom vanuit het oogpunt van financiën en capaciteit haalbaar. Een indicatieve financiële analyse van de periode 2026-2030 laat namelijk zien dat de voorziene dotaties ook met het doorschuiven van de genoemde projecten en de momenteel geldende ambities afdoende zijn. Inrichting bekostiging groot onderhoud De verschillende werkvelden worden momenteel bekostigd middels afzonderlijke voorzieningen. Op dit moment zitten in een aantal voorzieningen forse tekorten, maar ook overschotten in andere. Deze verschillen kunnen leiden tot een onevenwichtige kwaliteit. Het ene werkveld kan namelijk een hoge kwaliteit leveren, waar het andere werkveld niet verder komt dan acceptabel. Dit leidt voor het algehele aangezicht van de openbare ruimte waarschijnlijk niet tot een optimaal resultaat. Een mogelijkheid is het onderbrengen van de verschillende voorzieningen in één voorziening openbare ruimte. Voordeel hiervan is het uitmiddelen van de kosten. Ook geeft dit meer (politieke) ruimte om prioriteiten bij te stellen. Een potentieel nadeel is dat de druk op de individuele werkvelden om efficiënt te werken en prioriteren afneemt. Het geld komt namelijk van ‘de grote hoop’. Interne processen moeten worden ingericht om het eigenaarschap van ieder werkveld te borgen. Motie grotere bomen Met een motie in de gemeenteraad van 23 april 2020 wordt bepleit grotere bomen te planten dan momenteel gebruikelijk is. De financiële gevolgen hiervan zijn voor het PGO doorgerekend en vereisen een verhoging van de voorziening Groen met € 1,5 miljoen. De genoemde verhoging is niet in de drie genoemde alternatieven voor het PGO opgenomen. Indien de Raad kiest voor de aanplant van grotere bomen, dan is een aanvullende dotatie van circa € 335.000,- per jaar noodzakelijk. In bijlage 1 wordt verder op de financiële en praktische gevolgen ingegaan. Advies De actualisatie van het Programma Groot Onderhoud Openbare Ruimte (PGO) 2020-2025 laat een (totaal) budgettekort zien van meer dan € 4 miljoen. De “Notitie Programma Groot Onderhoud Openbare Ruimte 2020-2025” gaat in op oorzaken en gevolgen van dit tekort. De oorzaken van het tekort zijn grotendeels terug te voeren op de effecten in de markt en het tussentijds toevoegen van projecten die niet in de oorspronkelijke planning stonden. In drie alternatieven wordt in de notitie de toekomstige budgettering berekend; Aanvullen van de tekorten; Uitstellen van geplande projecten; Uitstellen van geplande projecten met aanpassing van het onderhoudsbudget voor de Busbaan. Het tweede alternatief kent nog een tekort van iets meer dan € 800.
  10. Slechts het derde alternatief kent geen tekorten gedurende de planperiode. Daar de financiële positie van overheden, als gevolg van economische gevolgen door de huidige pandemie, heden onzeker is, wordt geadviseerd alternatief 3 op te volgen. Over twee jaar wordt de actualisatie van het PGO opnieuw uitgevoerd over een tienjarenperiode. Tegen die tijd zal er meer duidelijk zijn welke financiële gevolgen de pandemie heeft voor de gemeentelijke inkomsten en kan het PGO daarop afgestemd worden. Tevens wordt voorgesteld in de toekomst geen kosten van nieuwe projecten, die niet in de bestaande planning voorkomen, (deels) ten laste te brengen van het PGO. Deze kosten komen dan volledig ten laste van een aparte projectinvestering. In bijlage 2 is alternatief 3 nader uitgewerkt op een drietal tekeningen. De tekeningen geven een doorkijk voor de planperiode, voor de komende 10 jaar en indicatief voor alle buurten. De aanplant van grotere bomen, zoals bepleit door de Raad middels de motie bomen, heeft voor- en nadelen. Het belangrijkste voordeel is dat het gewenste straatbeeld, met relatief volgroeide bomen, direct bereikt wordt. De volgende nadelen leiden er echter toe dat de aanplant van grotere bomen niet wordt geadviseerd: Kosten: circa € 360.000,- per jaar Lagere overlevingskans na aanplant Toename vervoersbewegingen Enkel plantmogelijkheid in het najaar Tot slot functioneert het huidige bomenbeleid naar tevredenheid. Op dit moment wordt op beeldbepalende locaties en indien praktisch al gekozen voor grotere bomen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.