Beleidsnota buitengewoon onderhoud wateren1INLEIDING In 2004 is de Baggernota II vastgesteld. Sindsdien is de Waterwet ingevoerd en is de landelijke regelgeving veranderd. Ook heeft Delfland een nieuwe keur en een nieuwe Legger Wateren opgesteld. Daarnaast zijn er binnen Delfland ontwikkelingen ingezet die doorwerken in het onderhoud. In het Waterbeheerplan 2016-2021 wordt de instandhouding van het watersysteem expliciet als doel genoemd. Door intensivering en optimalisering van het beheer wil Delfland het watersysteem kosteneffectief in stand houden. Door het juiste beheer wordt wateroverlast zo veel mogelijk voorkomen en kan de waterkwaliteit worden beschermd en verbeterd. Onderhoud is onderdeel van dat beheer. De Beleidsnota buitengewoon onderhoud wateren vormt de strategische basis voor de planning en uitvoering van het buitengewoon onderhoud van wateren (ook wel baggeronderhoud genoemd). Met deze nota wordt het beleid geactualiseerd, zodat het aansluit bij de huidige wet- en regelgeving en de lijnen die Delfland uitgezet heeft in de Kadernota en het Waterbeheerplan. Het doel van deze beleidsnota is het vastleggen van de kaders en uitgangspunten voor het buitengewoon onderhoud van wateren en van de keuzes die Delfland gemaakt heeft voor een goede uitvoering van dat onderhoud. De nota geeft de algemene principes die gehanteerd worden bij het plannen en uitvoeren van het buitengewoon onderhoud door Delfland. Het beleid geldt zowel voor primaire wateren, waar Delfland zelf onderhoudsplichtig is voor het baggeren, als voor secundaire wateren, waar Delfland voorbereidende werkzaamheden doet voor andere onderhoudsplichtigen. Hoofdstuk 2 geeft een overzicht van de wet- en regelgeving met betrekking tot het buitengewoon onderhoud. Hoofdstuk 3 behandelt de doelen en uitgangspunten van buitengewoon onderhoud. Hoofdstuk 4 geeft aan welke keuzes gemaakt zijn dan wel welke instrumenten ingezet worden om de doelen en uitgangspunten naar de praktijk te vertalen. 2WETTELIJK KADER 2.1Landelijk Waterschapswet Op grond van de Waterschapswet zijn direct aan het waterschap taken opgedragen die de zorg voor het watersysteem betreffen. Provinciale staten hebben de bevoegdheid om de taken van het waterschap te regelen via provinciale verordening en reglement. De Waterschapswet geeft Delfland de bevoegdheid om verordeningen (zoals de keur) op te stellen die het waterschap nodig heeft voor de behartiging van deze taken. De Waterschapswet regelt daarnaast dat het waterschap een legger vast kan stellen waarin onderhoudsplichtigen worden aangewezen. In 1990 is er een uitspraak gedaan door de Raad van State over de reikwijdte van de onderhoudsplicht. Deze zegt dat onderhoudsplichtigen niet onder alle omstandigheden gehouden zijn een watergang op diepte te houden en voor verspreiding, afvoer of verwerking van baggerspecie zorg te dragen. Als een ernstige verontreiniging van de baggerspecie aantoonbaar door een derde veroorzaakt is, kan de onderhoudsplichtige redelijkerwijs niet gedwongen worden deze baggerspecie te verwijderen. Waterwet De Waterwet werkt met het begrip waterstaatswerk; waterstaatswerken zijn oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen of ondersteunende kunstwerken. De waterbodem is een integraal onderdeel van een oppervlaktewaterlichaam. Voor deze beleidsnota zijn alleen oppervlaktewaterlichamen relevant. De Waterwet kent een leggerplicht die anders is dan die van de Waterschapswet. De Waterwet bepaalt dat Delfland een legger vaststelt, waarin is omschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. Bij de legger hoort een overzichtskaart met daarop de ligging van waterstaatswerken en daaraan grenzende beschermingszones. Op basis van artikel 6.2 van de Waterwet is het verboden om stoffen in het oppervlaktewater te brengen, tenzij daarvoor vergunning wordt verleend of daarvoor vrijstelling is verleend bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur. Ontgravingen en baggeren worden gezien als handelingen waarbij lozingen plaats kunnen vinden. Op grond van de Waterwet heeft Delfland een zorgplicht als het gaat om de doelstellingen van de Waterwet. Die doelstellingen zijn het voorkomen van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van het water en vervulling van maatschappelijke functies door het watersysteem. Ook geldt er een algemene zorgplicht die inhoudt dat iemand de gevolgen van handelingen, waarvan bekend is dat daardoor de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam kan worden verontreinigd, moet voorkomen of zoveel mogelijk beperken. Besluit bodemkwaliteit Afhankelijk van de kwaliteit van de baggerspecie wordt deze afgevoerd of verspreid. Om te voorkomen dat verontreinigde baggerspecie in de bodem terecht komt door verspreiding langs de watergang of een andere toepassing, is in het Besluit bodemkwaliteit een aantal verplichtingen opgenomen: de verplichting om in bepaalde gevallen onderzoek te doen naar de kwaliteit van de baggerspecie en de verplichting om de toepassing van de baggerspecie te melden. De meldingsplicht geldt niet als baggerspecie uit een watergang wordt verspreid over de aan watergang grenzende percelen met het oog op herstellen of verbeteren van die percelen. In alle gevallen geldt een algemene zorgplicht. Deze houdt in dat iemand de nadelige gevolgen van het gebruik van baggerspecie voor een oppervlaktewaterlichaam of de landbodem zo veel mogelijk moet voorkomen. Op grond van deze zorgplicht kan worden gehandhaafd om het milieubelang te beschermen. Als het gaat om verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam is Delfland bevoegde gezag, bij de landbodem is dat de gemeente. De regels van het Besluit bodemkwaliteit worden nader ingevuld in de Regeling bodemkwaliteit. Besluit lozen buiten inrichtingen Bij baggeren kunnen stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. Op basis van de Waterwet is er een watervergunning nodig voor het lozen van stoffen in het oppervlaktewater. In het Besluit lozen buiten inrichtingen is het lozen door baggeren vrijgesteld van deze vergunningplicht. Als de waterbodem bepaalde interventiewaarden overschrijdt, moet er een werkplan opgesteld worden voor maatregelen om het lozen zo veel mogelijk als redelijkerwijs te beperken. Als er geen gegevens zijn uit (eerder) waterbodemonderzoek èn er vermoedens zijn dat de kwaliteit van de waterbodem de interventiewaarde overschrijdt, moet onderzoek gedaan worden naar de kwaliteit van de waterbodem. Ten minste vier weken voor de aanvang van het ontgraven of baggeren van een verontreinigde waterbodem moet deze activiteit gemeld worden bij het bevoegd gezag. De verplichting om een werkplan op te stellen bij baggerwerkzaamheden of ontgravingen in een oppervlaktewaterlichaam waarbij de waterbodemkwaliteit de interventiewaarde overschrijdt geldt voor iedereen. Er is echter geen melding verist als het lozen ten gevolge van ontgravingen of baggerwerkzaamheden in een oppervlaktewaterlichaam plaatsvindt door Delfland zelf of ter uitvoering van een onderhoudsverplichting van Delfland. Men dient wel een werkplan te hebben en de werkzaamheden uit te voeren overeenkomstig dat werkplan. Ook het Besluit lozen buiten inrichtingen kent een zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen ervoor moet zorgen dat de verontreiniging van het oppervlaktewater zoveel mogelijk wordt voorkomen. Onder de zorgplicht valt mede het voorkomen van ongewone voorvallen en, als een dergelijk voorval niet kan worden voorkomen, het zoveel mogelijk beperken van de gevolgen ervan voor het milieu. De zorgplicht geldt ook voor iedereen die baggerwerkzaamheden of ontgravingen in de waterbodem uitvoert, ook voor werkzaamheden in een waterbodem die niet is verontreinigd boven interventiewaarde. Het bevoegd gezag heeft de taak aan te geven wat wel of niet acceptabel is. Flora- en faunawet De Flora- en Faunawet ziet toe op de duurzame instandhouding van plant- en diersoorten in Nederland. Natuurvriendelijk werken is een uitgangspunt in deze wet. Dat betekent dat Delfland onderhoud moet uitvoeren zonder nadelige gevolgen voor beschermde plan- en diersoorten. De Flora- en Faunawet kent een vrijstellingsbesluit. De Gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen stelt de waterschappen in staat gebruik te maken van de mogelijkheden die het vrijstellingsbesluit biedt. Als Delfland zelf het onderhoud doet volgens de gedragscode, is geen ontheffing van de Flora- en faunawet nodig. Andere onderhoudsplichtigen kunnen er ook voor kiezen om te werken volgens de Gedragscode. Als ze dat niet doen terwijl er beschermde diersoorten aanwezig zijn, dienen ze zelf voor ontheffing van de Flora- en faunawet te zorgen. 2.2Provinciaal Waterverordening Zuid-Holland In de Waterverordening zijn normen gesteld voor het voorkomen van wateroverlast. Dit zijn de normen met het oog waarop de regionale wateren (wateren niet in beheer bij het Rijk) moeten worden ingericht. Deze normen bakenen de zorgplicht af die Delfland heeft om wateroverlast te voorkomen. Het uitgangspunt is dat Delfland er voor moet zorgen dat de gestelde gemiddelde overstromingskansen niet worden overschreden. Hoe, dat kan Delfland zelf bepalen. Met (buitengewoon) onderhoud wordt de bergings- en afvoercapaciteit van het oppervlaktewatersysteem in stand gehouden. Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland Het Reglement van bestuur geeft voor Delfland verdere invulling aan de taak van de waterstaatkundige verzorging van het gebied (voorzover deze niet aan andere publiekrechtelijke lichamen opgedragen is). In het Reglement worden oppervlaktewateren naar functie onderscheiden in primaire en secundaire wateren. In de legger wordt aangegeven welke functie elk oppervlaktewater heeft. In het Reglement is voor primaire wateren bepaald dat het onderhoud daarvan een verplichting van Delfland is. Voor secundaire wateren kan Delfland zelf aanwijzen wie onderhoudsplichtig is. 2.3Delfland Kadernota en Waterbeheerplan Kadernota 2015 geeft uitwerking aan de doelen uit Waterbeheerplan 4 en kijkt vooruit naar de periode 2015-2019 en vormt daarmee de overgang van Waterbeheerplan 4 (2010-2015) naar Waterbeheerplan 5 (2016-2021). De belangrijkste opdracht voor Delfland is het realiseren van zijn doelen zonder afbreuk te doen aan zijn financiële gezondheid. Door samenwerking met partners binnen en buiten het beheergebied kunnen de doelen sneller en slimmer bereikt worden. Buitengewoon onderhoud valt in de Kadernota 2015 onder de programmalijn Regulier beheer van het programma Voldoende water. Uitvoering van het onderhoud aan watergangen is een omvangrijk onderdeel van de werkzaamheden binnen het programma Voldoende water. Trajecten die al in gang gezet zijn worden voorgezet: er wordt blijvend gewerkt aan een efficiënter en effectiever onderhoudsproces en de mogelijkheden voor samenwerking met andere overheden worden verder verkend. Belangrijke steekwoorden voor het onderhoud zijn professionalisering (o.a. planmatige aanpak) en integraliteit (relatie met programma Schoon water). In het Strategische deel van Waterbeheerplan 5 is de koers voor Delfland voor de periode 2016-2021 uitgezet. Het voorkomen van wateroverlast en het verbeteren van de (chemische en ecologische) waterkwaliteit blijven belangrijk doelen voor Delfland. Daarnaast wordt het in stand houden van het watersysteem als doel genoemd. Door intensivering en optimalisering van het beheer wil Delfland het watersysteem kosteneffectief in stand houden. Door het juiste beheer wordt wateroverlast zo veel mogelijk voorkomen en kan de waterkwaliteit worden beschermd en verbeterd. Onderhoud is onderdeel van dat beheer. Daarbij wordt samenwerking met gebiedspartners steeds belangrijker. Keur Delfland De Keur is een van de verordeningen die Delfland vaststelt om zijn taken te behartigen. De keur geeft aan dat in de legger is aangewezen wie onderhoudsplichtig is voor het plegen van buitengewoon onderhoud van een oppervlaktewaterlichaam. Voor een oppervlaktewaterlichaam dat nog niet in de legger is opgenomen kan de onderhoudsplichtige worden aangewezen met een vergunning, overeenkomst of overdrachtsdocument. Op dit moment wordt de keur geactualiseerd; medio 2015 wordt de nieuwe keur vastgesteld, tegelijk met de nieuwe tekst voor de Legger Wateren (zie hieronder). De belangrijkste verandering is dat alle onderhoudsbepalingen van de legger overgaan naar de keur. De verplichtingen voor het buitengewoon onderhoud veranderen niet. Buitengewoon onderhoud op grond van de keur betekent instandhouding van een oppervlaktewaterlichaam overeenkomstig de ligging, vorm en afmetingen in de legger. Legger Wateren en beleid functie-indeling wateren In de nota herindeling functies oppervlaktewater zijn definities uitgewerkt voor primair en secundair water. Ook zijn er criteria opgenomen voor de beoordeling of een oppervlaktewaterlichaam de functie primair of secundair water moet krijgen. De functies van oppervlaktewaterlichamen zijn vastgelegd in de Legger Wateren. In de Legger Wateren zijn de onderhoudsplichtigen voor gewoon en buitengewoon onderhoud van alle oppervlaktewaterlichamen in het gebied van Delfland opgenomen. Alle oppervlaktewaterlichamen zijn onderverdeeld in primair water en secundair water. Daarnaast zijn de ligging en begrenzing en de afmeting waaraan de oppervlaktewaterlichamen moeten voldoen in de legger vastgelegd. De legger vormt daarmee de basis voor het buitengewoon onderhoud. 3DOELEN EN UITGANGSPUNTEN 3.1Doelen van buitengewoon onderhoud Buitengewoon onderhoud van wateren heeft twee doelen: het laten voldoen van oppervlaktewaterlichamen aan de afmetingen die in de Legger Wateren aangegeven zijn; het behouden of verbeteren van de waterkwaliteit van oppervlaktewaterlichamen. Ad 1: Buitengewoon onderhoud zorgt ervoor dat oppervlaktewaterlichamen voldoen aan de afmetingen (leggerdiepte en minimale diepte) uit de Legger Wateren. Het voldoen aan de legger is geen doel op zich, maar heeft als achterliggend doel het in stand houden van de afvoercapaciteit van het watersysteem. Indien een watergang niet optimaal wordt onderhouden neemt de afvoercapaciteit af. Dit leidt tot een groter verhang en daarmee hogere waterstanden. Door het onderhoud waar nodig te optimaliseren, is de kans op te hoge waterstanden kleiner. Dit heeft ook een relatie met de hoogtes van keringen: bij een kleinere kans op hoge waterstanden kan volstaan worden met een lagere keringhoogte. Ad 2: Buitengewoon onderhoud heeft effect op de chemische en ecologische waterkwaliteit. Met het verwijderen van baggerspecie uit het watersysteem worden ook stoffen, zoals nutriënten, uit het systeem verwijderd. Baggeronderhoud kan daardoor lokaal een positief effect hebben op de chemische waterkwaliteit en daarmee ook op de ecologische. 3.2Uitgangspunten voor het buitengewoon onderhoud Bij het buitengewoon onderhoud worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: De uitvoering van het onderhoud past binnen de huidige wet- en regelgeving; Het baggeronderhoud is geregeld in een effectief en planbaar proces met gelijkmatige inspanning en uitgaven; Er wordt voorkomen dat er een achterstand ontstaat in het baggeronderhoud; Watergangen worden actief op leggerdiepte gehouden en er wordt gebaggerd zodra de minimale diepte bereikt is; Bij de uitvoering van het onderhoud wordt zo veel mogelijk rekening houden met de ecologische en chemische waterkwaliteit en de waterbodemkwaliteit; Er wordt gestreefd naar zo veel mogelijk verspreiding en hergebruik van baggerspecie en waar mogelijk wordt dit gestimuleerd; De voorbereiding en uitvoering van het onderhoud gebeurt tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten; Deze uitgangspunten worden hieronder toegelicht. De uitvoering van het onderhoud past binnen de huidige wet- en regelgeving. De nu geldende wet- en regelgeving is beschreven in hoofdstuk
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.