Beleidsregel afwegingskader gebruikelijke hulp Jeugdwet gemeente West Maas en Waal 2023Hoofdstuk1.Inleiding Voor de ontwikkeling naar zelfredzaamheid en zelfstandigheid van hun kind zijn ouders/verzorgers verantwoordelijk voor: - Een veilige en beschermende woonomgeving (hiermee bedoelen we fysieke en sociale veiligheid); - Een passend pedagogisch klimaat en stimulans in de ontwikkeling van de jeugdige; - Verzorging, begeleiding en opvoeding. Het wordt als gebruikelijk geacht dat ouders hun kind de dagelijkse hulp, zorg en ondersteuning bieden die aansluit bij de levensfase van het kind. Het kan hierbij ook gaan om handelingen die niet standaard bij alle jeugdigen noodzakelijk zijn. Het uitgangspunt is dat ouders/verzorgers zo veel mogelijk de dagelijkse hulp leveren bij jeugdigen met een chronische aandoening, ziekte, stoornis beperking, ook als dit meer is dan bij een gezond kind in dezelfde leeftijdscategorie. Het ene kind ontwikkelt zich anders dan het andere en heeft daarom ook minder of meer begeleiding en hulp nodig. Artikel1.1Begripsbepaling gebruikelijke hulp De hulp waarvan naar algemene aanvaardbare maatstaven verwacht wordt dat ouders/verzorgers dat bieden. Specifieker is het de verzorging, opvoeding en toezicht waarvan verwacht wordt dat ouders/verzorgers dat geven aan hun minderjarig kind ongeacht of er sprake is van een ziekte, aandoening of beperking. Dit is in redelijkheid naar leeftijd en een bijpassend ontwikkelingsprofiel. Artikel1.2Kortdurend en langdurige zorgsituatie Er is een onderscheid te maken tussen een kortdurende en langdurige ondersteuningsbehoefte. Kortdurend= Er is sprake van uitzicht op een verbetering van de problematiek van de gezondheidsproblemen en de zelfredzaamheid van de jeugdige. Zodanig dat ondersteuning daarna niet langer is aangewezen. Over het algemeen betreft dit een periode van maximaal 3 maanden. Langdurend= In deze situaties is er sprake van (chronische) gezondheidssituaties waarbij de hulp en ondersteuning naar verwachting langer dan 3 maanden nodig zal zijn. In een kortdurende zorgsituatie is de verwachting dat ouders/verzorgers zelf alle persoonlijke verzorging en begeleiding bieden. Dit valt onder gebruikelijke hulp. In langdurige zorgsituatie kan er sprake zijn van een bovengebruikelijke hulp waarvoor jeugdhulp ingezet moet worden. Hoe korter de verwachte duur van de ondersteuning, hoe meer verwacht wordt van een ouder/verzorger. Hoofdstuk2.Bovengebruikelijke hulp Er is sprake van bovengebruikelijke hulp, als de noodzakelijke hulp voor het kind op het gebied van verzorging en hulpverlening in langdurige situaties uitgaat boven de hulp die een kind met dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft, wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor de handelingen. Het is hierbij niet zo dat het college in beleidsregels kan vaststellen hoeveel hulp precies gebruikelijk is te bieden. Dit moet beoordeeld worden op basis van de individuele omstandigheden. Hoofdstuk3.Onderzoek en beoordeling gebruikelijke hulp Bij een hulpvraag van een inwoner in het kader van bovengebruikelijke hulp wordt er eerst een vooronderzoek gedaan en een gesprek gevoerd. Hierbij wordt er in eerste instantie gekeken naar de achtergrond van de hulpvraag, de eigen mogelijkheden, het sociaal netwerk en algemeen gebruikelijke/voorliggende voorzieningen. Mocht de hulpvraag daarmee niet opgelost zijn wordt het onderzoek en beoordeling van gebruikelijke hulp vervolgd. Of er sprake is van gebruikelijke hulp of niet hangt af van enkele aspecten: - Richtlijnen en beoordelingsfactoren gebruikelijke hulp - Is de ouder/verzorger in staat om de noodzakelijke hulp te geven? - Samenhangende beoordeling Artikel3.1Beoordelingsfactoren gebruikelijke hulp Om te kunnen bepalen of en in welke mate er in een situatie sprake is van bovengebruikelijke hulp in het kader van jeugdhulp moet eerst de gebruikelijke hulp in beeld worden gebracht. In Bijlage 1 zijn richtlijnen opgenomen die vallen onder gebruikelijke hulp van ouders/verzorgers voor jeugdigen/kinderen zonder beperkingen. Bij het bepalen of er sprake is van gebruikelijke hulp wordt naast de algemene richtlijnen rekening gehouden met: a.Leeftijd van de jeugdige Verschillen tussen jeugdigen in dezelfde leeftijdscategorie worden bij de beoordeling of dat er sprake is van gebruikelijke hulp in acht genomen. Gezonde jeugdigen met dezelfde leeftijden kunnen namelijk ook verschillen in de hulpvraag die zij hebben. In Bijlage 1 is een overzicht te vinden met gebruikelijke hulp van ouders/verzorgers voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel in verschillend levensfasen. Voorbeeld gebruikelijke hulp: Kind van 4 jaar dat overdag niet zindelijk is en ondersteuning nodig heeft. Het is namelijk niet altijd het geval dat een kind van 4 zindelijk is. Voorbeeld bovengebruikelijke hulp: Het verschonen van een 12-jarig kind kan als bovengebruikelijke hulp worden gezien. Het is namelijk niet gebruikelijk dat een kind met de leeftijd van 12 verschoond moet worden. b.Aard van de hulphandelingen Als het kind de hulphandelingen zelfstandig kan uitvoeren vallen deze altijd onder gebruikelijke hulp. Ook als daarbij toezicht/aansturing bij nodig is. Handelingen die niet standaard bij alle kinderen voorkomen kunnen ook onder gebruikelijke hulp vallen. Het gaat dan om handelingen die een gebruikelijke hulphandeling vervangen. Voorbeelden gebruikelijke hulp: • Het geven van sondevoeding in plaats van eten • Het legen van een katheterzakje in plaats van verschonen. • Een kind met een verstandelijke beperking helpen oefenen met het gebruik van pictogrammen in plaats van oefenen met topografie. • Het thuis uitvoeren van oefeningen die zijn geadviseerd door een behandelaar vanuit de Zorgverzekeringswet (bijvoorbeeld een fysiotherapeut). Dit is een handeling die andere activiteiten kan vervangen. Denk aan een gezamenlijk spelmoment (bij een jong kind) of oefenen met lezen (bij een ouder kind). Voorbeeld bovengebruikelijke hulp: een blijvende noodzaak voor de (volledige) overname van de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) van een kind vanaf ongeveer 5 jaar in combinatie met beperkingen in de sociale redzaamheid en cognitief functioneren die blijvend zijn. c.Frequentie en patroon van de hulphandelingen Onder gebruikelijke hulp verstaan we hulphandelingen die meelopen in het normale patroon van dagelijkse hulp aan een kind, zoals drie keer eten per dag. Voorbeelden gebruikelijke hulp: - Het geven van medicatie bij het ontbijt en naar bed gaan. Dit valt in het normale patroon van dagelijkse hulp aan een kind. Voorbeeld bovengebruikelijke hulp: Het voeden van een kind via de sonde dat vaker moet gebeuren dan de normale en dagelijkse eet- en drinkmomenten. In dit geval kan er sprake zijn van bovengebruikelijke hulp. d.Tijdsomvang van de hulphandelingen De tijd van de hulphandelingen heeft invloed op de bepaling of er sprake is van gebruikelijke hulp of niet. Voorbeeld gebruikelijke hulp: Het aankleden van een kind met een arm of been in het gips. De extra tijd die hiermee nodig is verstaan we onder gebruikelijke hulp. Voorbeeld bovengebruikelijke hulp: de extra tijd die nodig is bij het aankleden en wassen van een 3-jarig kind dat spasticiteit ervaart. De extra tijd boven op de tijd die als gebruikelijk wordt geacht kan worden aangemerkt als bovengebruikelijke hulp. Artikel3.2Situatie ouder/verzorger Het uitgangspunt is dat gebruikelijke hulp geleverd kan worden, tenzij uit onderzoek blijkt dat dit niet het geval is. Een ouder/verzorger kan mogelijk geen gebruikelijke hulp leveren als hij/zij alleenstaand is en/of er bij beide ouders/verzorgers: - Geobjectiveerde beperkingen aanwezig zijn. Dit op het gebied van de noodzakelijke ondersteuning. Denk hierbij aan het verplaatsen van een kind terwijl de ouder langdurig in een rolstoel zit. - Een gebrek is aan kennis en/of vaardigheden om ondersteuning te bieden. Hierbij geldt dat het mogelijk is om een tijdelijke individuele voorziening in te zetten zodat de ouder/verzorger de gelegenheid krijgt om de noodzakelijke vaardigheden/ kennis aan te leren. - Sprake is van fysieke afwezigheid. Deze afwezigheid moet dan wel een verplicht karakter hebben zoals werk (in het buitenland). Voorbeelden hiervan zijn internationaal vrachtwagenchauffeurs of marinier. Daarnaast moet gekeken worden naar de aard van de ondersteuning en de duur van de afwezigheid. Als de duur van de afwezigheid langer is dan een aangesloten periode van zeven etmalen is er sprake van bovengebruikelijke hulp. Hierbij is het wel zo dat de ondersteuning niet uitstelbaar is. Artikel3.3Overbelasting De hulp die geboden wordt aan een jeugdige kan zo zwaar worden en/of zijn dat er overbelasting bij de ouder/verzorger ontstaat. Om voor jeugdhulp in aanmerking te komen moet er onderzocht worden hoe de overbelasting is ontstaan. Er zijn enkele uitgangspunten die hierbij in acht worden genomen: - Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de hulp die iemand biedt. Hierbij moet onderzocht worden welke mogelijkheden de persoon heeft om de (dreigende) overbelasting op te heffen. - Er mag verwacht worden van de ouder/verzorger dat hij/zij bereid is om de maatschappelijke activiteiten te beperken zodat de (dreigende) overbelasting opgeheven kan worden. - Bij overbelasting door een dienstverband van te veel uren of als gevolg van spanningen op het werk, zal de oplossing in de eerste plaats gezocht moeten worden in minder uren gaan werken of aanpak van de spanningen op het werk. Steeds zal daarom in het besluit worden aangegeven dat, wanneer de overbelasting bijvoorbeeld door het herinrichten van het huiselijk leven en/of werk kan worden teruggedrongen, dit dan ook van een ouder wordt verwacht. - Er moet bekeken worden in hoeverre de ouder/verzorger naast het eventuele werk dat hij/zij uitvoert fysiek en psychisch in staat is om gebruikelijke hulp te verlenen. Als dit niet het geval is dan is er de mogelijkheid om een (tijdelijke) voorziening te verstrekken. Dit zal dan van korte duur zijn zodat er de gelegenheid is om taakverdeling aan de situatie aan te passen. Wanneer de geldigheidsduur van het besluit verlopen is en een nieuwe aanvraag wordt gedaan, wordt gekeken of en welke inspanningen zijn gedaan om de overbelasting terug te dringen. - Naast de aard en ernst van de overbelasting wordt ook onderzocht of deze is ontstaan doordat er iets met de ouder/verzorger zelf aan de hand is (draagkracht vermindering) en/of dat deze het gevolg is van de ernst van de ziekte/beperking/gedrag van het kind (draaglast verhoging). Artikel3.4Samenhangende beoordeling Het is van belang dat er sprake is van een beoordeling waarbij voorgaande criteria uit artikel 3.1 tot en met artikel 3.3 in samenhang worden genomen. De omstandigheden van de jeugdige en het gezin is daarbij van belang. Een hulphandeling, die gezien de omvang en aard voor een kind gebruikelijk is, kan veel vaker voorkomen of meer tijd kosten in een individuele situatie. Hierdoor kan de hulp niet als geheel gebruikelijk worden gezien. Voorbeeld: Het geven van medicatie behoort tot gebruikelijke hulp als het in het dagelijkse patroon past (elke dag bij het ontbijt bijvoorbeeld). Als medicatie gedurende de gehele dag of meerdere malen in de nacht moet worden gegeven past dit niet in het dagelijkse patroon. In deze situatie moet beoordeeld worden of ouders/verzorgers zodanig belast worden dat het geen gebruikelijke hulp meer is. Ditzelfde geldt voor het geven van sondevoeding aan een jonger kind. Als dit meer tijd kost, vaker gebeurt en niet meer past in het normale patroon kan er sprake zijn van bovengebruikelijke hulp. Het college moet in elke individuele situatie een zorgvuldige afweging maken waarbij rekening wordt gehouden met de omstandigheden van de jeugdige en/of zijn ouder/verzorger. Er moet gemotiveerd worden waarom de hulp onder gebruikelijke hulp valt. Het is onvoldoende als er alleen naar het beleid of richtlijn wordt verwezen. Hoofdstuk4.Persoonlijke verzorging Jeugdhulp in de zin van de Jeugdwet is onder andere het ondersteunen bij, of het overnemen van, activiteiten op het gebied van persoonlijke verzorging. Deze hulp is gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdige. Bij persoonlijke verzorging gaat het om hulp bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL). Denk hierbij aan onder andere: - Wassen - Aankleden en uitkleden - Reguliere huidverzorging, mond- en gebitsverzorging, scheren, hand- en voetverzorging - Eten en drinken - Toedienen van sondevoeding - Verplaatsen - Naar het toilet gaan - Medicijnen innemen - Reguliere huidverzorging, mond- en gebitsverzorging, scheren, hand- en voetverzorging Een jeugdige kan ondersteuning krijgen bij deze activiteiten, ook kunnen de handelingen overgenomen worden. Het stimuleren van de jeugdige om de persoonlijke verzorging zelf uit te voeren of aan te leren kan ook onderdeel zijn van de hulp die ingezet wordt. Voorbeeld Zorgverzekeringswet: Hulphandelingen die niet behoren bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Als hulphandelingen samenhangen met geneeskundige zorg of een hoog risico daarop dan valt de hulp onder de Zorgverzekeringswet. Artikel4.1Persoonlijke verzorging en gebruikelijke hulp Als er beoordeeld wordt of er sprake is van gebruikelijke hulp of niet, gelden de regels uit hoofdstuk
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.