Warmteplan Amstel III-Paasheuvelweggebied en omgevingDe raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 januari 2022, gelet op artikel 1.1 van het Bouwbesluit, gezien de zienswijzen en de nota van beantwoording van 15 november 2021, gelet op het advies van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en stadsdeel Zuidoost, besluit het volgende: Artikel I Het ‘Warmteplan Amstel III-Paasheuvelweggebied en omgeving’, zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit, vast te stellen. Artikel II Dit besluit geldt voor een periode van 10 jaar vanaf de datum van bekendmaking van dit besluit in het Gemeenteblad. Artikel III Dit besluit treedt op een door het college van burgemeester en wethouders nader te bepalen datum in werking. Artikel IV Dit besluit wordt aangehaald als Warmteplan Amstel III-Paasheuvelweggebied en omgeving. 1Samenvatting Op grond van het Bouwbesluit 2012 is de gemeenteraad bevoegd een warmteplan vast te stellen. In een warmteplan is het geplande aantal aansluitingen in een bepaald gebied op een bepaald collectief energiesysteem, de mate van energiezuinigheid en de mate van bescherming van het milieu (gebaseerd op de energiezuinigheid van het collectief energiesysteem en het opwekkingsrendement van de getransporteerde warmte) opgenomen voor een periode van ten hoogste 10 jaar vanaf de datum van vaststelling door de gemeenteraad of totdat het aantal aansluitingen is bereikt. Een te bouwen bouwwerk moet in beginsel op het in het warmteplan opgenomen collectieve energiesysteem worden aangesloten. Wanneer de gebouweigenaar of projectontwikkelaar wenst af te wijken van de aansluitplicht, dient de gebouweigenaar bij het indienen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aan te tonen dat het bouwwerk met een alternatieve warmtevoorziening minimaal dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu bereikt als door aansluiting op het collectieve energiesysteem. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gewenste keuzevrijheid voor gebouweigenaren en projectontwikkelaars en wordt ruimte geboden voor de toepassing van innovatieve oplossingen. Dit warmteplan geldt voor projectgebied Amstel III- Paasheuvelweggebied en omgeving, zoals afgebakend in figuur 2. Het warmteplan levert het uitgangspunt voor het collectieve energiesysteem voor het projectgebied, zodat ontwikkelaars hier bij hun aanbieding op kunnen anticiperen en dat bij indiening omgevingsvergunning als toetsingskader geldt. Het warmteplan treedt in werking op een nader door het college te bepalen datum, niet eerder dan 1 januari 2023. De bijlagen maken geen deel uit van het warmteplan en zijn enkel en alleen bedoeld als ondersteuning voor het bepalen van gelijkwaardige alternatieven. Bijlage I geeft een uitleg van verschillende gebruikte begrippen. In bijlage II is de procedure aanvraag ontheffen aansluitplicht op distributienet opgenomen. Bijlage III geeft de onderliggende berekening van de energieprestatie (Fpdel, FPren) van het te realiseren collectieve energiesysteem. 2Warmteplan 2.1Doel warmteplan Het warmteplan is een instrument waarmee de gemeente sturing kan geven aan de realisatie van een collectief energiesysteem in een gebied. Het warmteplan beoogt de volgende doelen te bereiken: Het realiseren van een energiesysteem dat voldoet aan een hoge mate van energiezuinigheid en milieuprestatie. Het zorgen voor voldoende aansluitingen zodat het collectieve energiesysteem financieel rendabel is te exploiteren. Het definiëren/vastleggen van de criteria waaraan een gelijkwaardig alternatief moet voldoen. In dit warmteplan wordt voor een gebied vastgelegd dat er warmte en koude geleverd wordt door een collectief energiesysteem1Bouwbesluit art. 1.1: Gedefinieerd als een ‘collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater’. Dit kan zowel een stadsverwarmingssysteem als een ‘klein’ wijk- of buurtverwarmingssysteem zijn. Ook het distributiesysteem van een warmte-koude opslagsysteem en blokverwarming vallen onder deze definitie. Onder ‘collectief’ wordt verstaan ‘ten dienste van verschillende percelen functionerend’ (kamerstukken II 2011/12 32757,nr.47 p3) en welke mate van energiezuinigheid (Fpdel, Fpren) en welke milieuprestatie (fijnstof) hiermee gerealiseerd wordt. Als een alternatief gelijkwaardig of beter scoort op de criteria die opgenomen zijn in het warmteplan, dan wordt door het bevoegd gezag ontheffing verleend van de aansluitplicht. Bouwbesluit 2012 art 1.1. ‘warmteplan: besluit van de gemeenteraad inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen’ 2.2Achtergrond Tot inwerkingtreding van het Bouwbesluit op 1 april 2012 diende iedere woning voorzien te worden van een gasaansluiting. In gebieden waar een distributienet beschikbaar was, of de intentie was deze aan te leggen, kon aansluiting hierop via de gemeentelijke Bouwverordening door de gemeente verplicht worden; hiermee werd afgezien van een verplichte gasaansluiting. In 2012 is de verplichting tot aansluiting op een distributienet voor warmte als volgt opgenomen in het Bouwbesluit. Conform art. 6.10 van het Bouwbesluit 2012, dient een gebouw (woning of gebouw met verblijfsfuncties) te worden aangesloten op: het distributienet voor elektriciteit indien de aansluitafstand niet groter is dan 100 m of de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 m op het distributienet voor gas indien aansluitafstand niet groter is dan 40 m of de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m2Per 1 juli 2018 is de aansluitplicht voor gas in nieuwbouw opgeheven, behoudens een aantal uitzonderingen, door inwerkingtreding van artikel 10, zevende lid, van de Gaswet en het gewijzigde artikel 6.10, tweede lid, van het Bouwbesluit.. op het distributienet voor warmte indien de aansluitafstand niet groter is dan 40 m of de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 m. Door de aansluitplicht wordt een gezonde exploitatie van het distributienet geborgd doordat voldoende afnemers op het net zijn aangesloten. Wel voorziet het Bouwbesluit 2012 in de mogelijkheid om van de aansluitplicht af te wijken op grond van een gelijkwaardigheidsbepaling: er dient dan sprake te zijn van een ten opzichte van het in het warmteplan voorziene collectieve energiesysteem gelijkwaardig alternatief. Artikel 1.3 Bouwbesluit gelijkwaardigheidsbepaling Aan een in hoofdstuk 2 tot en met 7 gesteld voorschrift behoeft niet te worden voldaan indien het bouwwerk of het gebruik daarvan anders dan door toepassing van het desbetreffende voorschrift ten minste dezelfde mate van veiligheid, bescherming van de gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en bescherming van het milieu biedt als is beoogd met de in die hoofdstukken gestelde voorschriften. Aan het in artikel 8.2, tweede lid, gesteld voorschrift behoeft niet te worden voldaan indien de bouw- en sloopwerkzaamheden anders dan door toepassing van het desbetreffende voorschrift ten minste dezelfde mate van veiligheid en bescherming van de gezondheid bieden als is beoogd met het in dat lid gestelde voorschrift. Een gelijkwaardige oplossing als bedoeld in het eerste lid wordt bij het gebruik van het bouwwerk in stand gehouden. Een in het eerste lid bedoelde gelijkwaardige oplossing voor een aansluiting op het distributienet voor warmte als bedoeld in artikel 6.10, derde lid, heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu. 2.3Werking warmteplan Het warmteplan bevat: de ruimtelijke begrenzing van het gebied, het geplande aantal aansluitingen op het collectieve energiesysteem waarvoor het warmteplan geldt, en minimaal de energiezuinigheid van het collectieve energiesysteem en bescherming van het milieu bij aansluiting op het collectieve energiesysteem, op het moment dat het geplande aantal aansluitingen is bereikt. Met het warmteplan geldt een aansluitplicht op het collectieve energiesysteem. Hierop zijn enkele uitzonderingen. De aansluitplicht vervalt indien: het bouwwerk via een (collectief) zelfbouwproject gerealiseerd wordt, het geplande aantal aansluitingen is bereikt op het moment van indiening van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, de periode van geldigheid van het plan is verlopen (ten hoogste 10 jaar na vaststelling van het warmteplan door de gemeenteraad), de afstand van het bouwwerk tot het collectieve energiesysteem groter is dan 40 meter én de kosten van aansluiting bovendien hoger zijn dan als de aansluitafstand maximaal 40 meter was geweest; er op basis van gelijkwaardigheid een ontheffing van de aansluitplicht wordt verleend. Deze voorwaarden zijn niet cumulatief. Voldoening aan één voorwaarde is voldoende voor uitzondering van de aansluitplicht. In bijlage II is de procedure aanvraag ontheffen aansluitplicht op het collectieve energiesysteem opgenomen. 2.4Criteria: mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu Voor de mate van energiezuinigheid beschrijft het warmteplan de energieprestatie van de voorziening voor de levering van warmte en koude ; het collectieve energiesysteem. Deze energieprestatie wordt bepaald door: De energiezuinigheid van het collectieve energiesysteem van bron tot en met het leveringspunt voor ruimteverwarming, koude en warmtapwater in de gebouwen. Bepalend hiervoor is het rendement van de opwekking en afgifte uitgedrukt in Fpdel (vanaf 1 januari 2021), is gelijk aan 1/EOR, alsmede het aandeel hernieuwbare energie hierin uitgedrukt in Fpren. Voor de bescherming van het milieu beschrijft het warmteplan de volgende criteria: Bijdrage aan achtergrondwaarde van fijnstof in het warmteplangebied 3.Afbakening van het warmteplan 3.1Gebied: de locatie Amstel III - Paasheuvelweggebied en omgeving Figuur 1 Amstel III & ArenApoort projectgebied in Amsterdam Zuidoost (groene lijn) Amstel III en ArenApoort maken deel uit van de bedrijvenstrook in Amsterdam Zuidoost. Het gebied grenst aan de A2 en strekt zich uit vanaf het AMC tot achter de Johan Cruijff Arena. Het spoor vormt aan de andere kant van het gebied de grens met de overige woongebieden van Zuidoost. ArenAPoort en Amstel III zijn qua bedrijvigheid en werkgelegenheid een van de belangrijkste locaties van Amsterdam. Het heeft een belangrijke regionale en zelfs landelijke functie. ArenAPoort en Amstel III zijn zeer in trek als vestigingslocatie voor kantoren en bedrijven, het heeft op dit moment 50.000 arbeidsplaatsen. Voor bewoners, bezoekers en gebruikers biedt het winkel- en uitgaansvoorzieningen. Het gebied rond de ArenABoulevard herbergt de grootste entertainmentlocatie van Nederland. De verwachting is dat in 2040 in Amstel III en ArenAPoort in totaal circa 30.000 woningen zijn gerealiseerd, meer dan 300.000 m2 kantooroppervlak en meerdere datacenters. In figuur 1 is de projectlocatie weergegeven. Dit warmteplan is afgebakend voor het gebied weergegeven met een zwarte stippellijn zoals weergegeven in figuur 2. 3.2Aantal aansluitingen Aansluitingen Wonen Niet-wonen 4.500 3.500 100.000 m2 BVO TOTAAL 3.500 woning-equivalenten 1.000 woning-equivalenten Tabel 1. Programmatische verdeling Een woningequivalent bestaat uit één woning (ongeacht de woninggrootte) of uit een voorziening met een bruto vloeroppervlak van 100 m². Dit warmteplan is opgesteld voor een maximaal aantal aansluitingen. Het betreft 3.500 + 1000 = 4.500 aansluitingen van woningequivalenten (waarvan 3.500 woningen en 100.000 m2 BVO niet-wonen). Figuur 2 Gebiedsafbakening warmteplan Amstel III - Paasheuvelweggebied en omgeving (zwarte stippellijn) 3.3Geldigheid - duur Dit warmteplan heeft een geldigheidsduur van 10 jaar. 3.4Lokale bronnen Amsterdam wil de verduurzaming van de stad versnellen en inzetten op lokale bronnen. In dit collectieve energiesysteem kan onder andere gebruik gemaakt worden van diverse bronnen, zoals: Benutten restwarmte datacenter AM5 Benutten bestaand distributienet stadswarmte, gevoed door Diemercentrale Bodemenergiesystemen (waaronder WKO) Bovenstaande betreft een niet-limitatieve opsomming. 3.5Collectief energiesysteem De scope van het warmteplan omvat het gehele collectieve energiesysteem van bron, distributie en tot en met de levering van ruimte- en tapwaterwarmte in de gebouwen. De warmtepompen die benodigd zijn voor de temperatuurverhoging maken ook onderdeel uit van het collectieve systeem: hiermee wordt geborgd dat het berekende rendement ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Er zijn verschillende mogelijke configuraties voor een collectief energiesysteem onderzocht waarbij de restwarmte uit het datacenter AM5 benut kan worden, in detail omschreven in bijlage III rapport GV20049 - GAM - EMG berekening collectief energiesysteem Amstel III Bullewijk d.d. 13 november 2020. 3.6Energiezuinigheid - energieprestatie collectieve energiesysteem De scope van de energieprestatie van het in dit warmteplan voorziene collectieve energiesysteem wordt bepaald conform de EMG methodiek. Deze bevat alle componenten in de energiebalans van primaire energiedragers, conversie, distributie en aflevering van warmte en koude, en indien van toepassing, ook de op het perceel geproduceerde duurzame elektriciteit. Voor de bepaling van de energiezuinigheid van het in dit warmteplan beschreven collectieve energiesysteem zijn de Fpdel en Fpren voor warmte uit de vigerende EMG verklaring van Stichting Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid (hierna genoemd als Bureau CRG) bepalend. Deze verklaring is op te vragen bij de warmte-koude exploitant of via Bureau CRG (www.bcrg.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.