Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder houdende regels omtrent bijzondere bijstand (Beleidsregel Bijzondere bijstand 2023 Den Helder)Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder; Gelet op de hem toekomende bevoegdheid; Besluit: De Beleidsregel Bijzondere bijstand Den Helder in te trekken. Vast te stellen de beleidsregel Bijzondere bijstand 2023 gemeente Den Helder. Algemeen De uitvoering van bijzondere bijstand is gebaseerd op artikel 35 van de Participatiewet. Bij iedere aanvraag moeten vier vragen worden beantwoord: Doen de kosten zich voor? Zijn de kosten in het individuele geval noodzakelijk? Vloeien de kosten voort uit bijzondere omstandigheden? Kunnen de kosten worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm? In deze beleidsregel worden de mogelijkheden van de bijzondere bijstand beschreven. Uit de praktijk blijkt dat een doelmatig en duidelijk beleid noodzakelijk is. Ruimhartig om de armoede voor de doelgroep te bestrijden en duidelijk om een eenduidig en rechtvaardig beleid te kunnen voeren voor de inwoners (rechtsgelijkheid en rechtszekerheid). Deze beleidsregel is een leidraad en bevat geen uitputtende lijst van kostensoorten. Bijzondere bijstand is altijd maatwerk. Op basis van een individuele beoordeling wordt beoordeeld of kosten noodzakelijk en bijzonder zijn. Deze beoordeling is aan het college. Artikel1.Algemene uitgangspunten 1.Het college beoordeelt de aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de uitgangspunten van de Participatiewet, artikel 35 van de Participatiewet en deze beleidsregels. 2.Bijzondere bijstand kan alleen worden verleend voor kosten die in Nederland zijn gemaakt en aan Nederland zijn verbonden. Artikel2.Bijzondere omstandigheden 1.Bijzondere bijstand wordt alleen verstrekt wanneer er bijzondere omstandigheden zijn die leiden tot noodzakelijke kosten van het bestaan. 2.Noodzakelijke kosten van het bestaan komen normaliter niet voor bijzondere bijstand in aanmerking, omdat wordt verwacht dat de aanvrager daarin kan voorzien door te sparen of een lening aan te gaan. Wanneer het college echter oordeelt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor niet van de aanvrager verwacht kan worden dat hij of zij voor deze noodzakelijke kosten had kunnen reserveren of hiervoor een lening aangaat, wordt bijzondere bijstand verstrekt. 3.De kosten zoals genoemd in artikel 14 van de Participatiewet komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking, tenzij sprake is van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van de Participatiewet. Artikel3.Voorliggende voorzieningen 1.Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand wanneer een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening, of als de betreffende kosten in de voorliggende voorziening als niet-noodzakelijk worden beschouwd. 2.Als voorliggende voorziening zoals bedoeld in artikel 15 van de Participatiewet wordt in ieder geval aangemerkt: de Wet langdurige zorg; de Zorgverzekeringswet; de Wet maatschappelijke ondersteuning; de Wet op rechtsbijstand; een persoonlijke lening, bijvoorbeeld bij de Kredietbank Nederland; de Wet op de huurtoeslag; de Re-integratieverordening van de gemeente Den Helder, voor zover het gaat om kosten van een re-integratievoorziening of om andere kosten voor arbeidsinschakeling. Artikel4.Moment van aanvragen 1.Op grond van artikel 44 van de Participatiewet wordt bijstand toegekend, indien door het college is vastgesteld dat recht op bijstand bestaat, vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen. 2.Bijzondere bijstand kan met terugwerkende kracht worden toegekend als: aan de algemene voorwaarden voor bijzondere bijstand is voldaan; én de noodzaak nog vast te stellen is; én de aanvraag binnen 3 maanden na de datum waarop de kosten zijn opgekomen is ingediend. 3.Voor de volgende kosten kan geen bijzondere bijstand met terugwerkende kracht worden toegekend: verhuis- en/of inrichtingskosten; kosten van een babyuitzet; opknapkosten; duurzame gebruiksgoederen; kosten waarvoor een medisch advies noodzakelijk is. 4.Met terugwerkende kracht deelnemen aan de collectieve zorgverzekering voor minima (het Univé Gemeentepakket) is eveneens niet mogelijk. Artikel5.Inkomens – en vermogenstoets 1.De inkomensgrens is vastgesteld op 120% van de toepasselijke bijstandsnorm tenzij deze beleidsregel met bijlage anders aangeeft. 2.Voor de vaststelling van de vermogensgrenzen wordt uitgegaan van artikel 34 van de Participatiewet tenzij deze beleidsregel met bijlage anders aangeeft. Artikel6.Draagkracht 1.Er is sprake van draagkracht als het inkomen hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag. 2.Van de draagkracht wordt 50% in mindering gebracht op de gevraagde kosten, tenzij deze beleidsregel met bijlage anders aangeeft. 3.Er is geen sprake van draagkracht indien het feitelijk beschikbare inkomen vanwege een schuldsaneringstraject op grond van de WSNP of MNSP op basis van de wet gemeentelijke schuldhulpverlening of vanwege een executoriaal beslag, minder bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag. 4.Bij overschrijding van de van toepassing zijnde vermogensgrens wordt het meerdere van het vermogen volledig aangemerkt als draagkracht. 5.Voor de vaststelling van het vermogen wordt uitgegaan van het vermogen op de datum van de aanvraag. Artikel7.Verrekening draagkracht 1.De draagkracht uit vermogen wordt het eerst gebruikt. 2.Bij incidentele verstrekkingen wordt de draagkracht ineens verrekend. 3.Bij periodieke verstrekkingen wordt de draagkracht evenredig gespreid over de maanden waarin de bijzondere bijstand wordt verstrekt en evenredig verrekend met de kosten. 4.Bij samenloop van incidentele en periodieke bijzondere noodzakelijke kosten wordt de draagkracht bij voorrang verrekend met de incidentele kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt toegekend. Artikel8.Middelen 1.Bij de vaststelling van de draagkracht wordt uitgegaan van het inkomen van de maand waarin de aanvraag is ingediend, tenzij sprake is van wisselende inkomsten. 2.Bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen van de drie maanden voorafgaande aan de maand waarin de aanvraag is ingediend. Indien nodig (bij zeer sterk wisselende inkomsten) wordt deze periode verlengd tot twaalf maanden. 3.Bij de berekening van het inkomen wordt het volgende vrijgelaten: de particuliere oudedagsvoorziening als bedoeld in artikel 33 lid 5 van de Participatiewet; de ten laste van belanghebbende blijvende kosten van verpleging of verzorging in een inrichting. Het Individueel Keuze Budget en de eindejaarsuitkering (of 13e maand). 4.Als sprake is van een Wlz-geïndiceerde opname en terug ontvangst van een voedings- of andersoortig budget, omdat de belanghebbende zelf boodschappen doet, kookt of anderszins, dan wordt dit bedrag of budget niet als middel gezien en dus vrijgelaten. 5.Bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand wordt bij een inwoner met een Wajong-uitkering én inkomsten uit arbeid, 25% van deze inkomsten meegenomen als middel. 6.Bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand wordt bij een inwoner met een WW-uitkering én inkomsten uit arbeid, 12,5% van deze inkomsten meegenomen als middel. 7.Het vrij te laten inkomen zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid van de Participatiewet, artikelen 8 van de IOAW en IOAZ, wordt alleen in aanmerking genomen bij de draagkrachtberekening voor zover dat inkomensbestanddeel gelet op zijn aard bedoeld is om in de betreffende noodzakelijke kosten te voorzien. 8.Spaargelden opgebouwd tijdens de (bijzondere) bijstandsverlening worden in een vastgestelde draagkrachtperiode niet bij het vermogen opgeteld. Artikel9.Draagkrachtperiode 1.De draagkrachtperiode start op de eerste dag van de maand waarin de bijzondere bijstand wordt aangevraagd. 2.De duur van de draagkrachtperiode wordt vastgesteld voor: een periode van 12 maanden als sprake is van variabele inkomsten zoals inkomen uit of in verband met arbeid, alimentatie of uitkeringen (waaronder uit WW of ZW); een periode van 36 maanden als sprake is van een vast inkomen zoals een (aanvullende) bijstandsuitkering, IOAW, IOAZ, Wajong, WIA of AOW al dan niet met een aanvullend pensioen; een periode van 12 maanden als sprake is van draagkracht. 3.De vastgestelde draagkracht en duur van de draagkrachtperiode kan worden herzien indien wijzigingen van de omstandigheden zich voordoen. Artikel10.Wijze van verstrekken 1.Bijzondere bijstand wordt in principe verstrekt in de vorm van een bedrag om niet. 2.Bijzondere bijstand wordt verstrekt in de vorm van een renteloze geldlening als: het duurzaam noodzakelijke gebruiksgoederen betreft; het een woninginrichting betreft; het een babyuitzet betreft; het verhuiskosten betreft; de aanvrager niet of niet voldoende heeft kunnen reserveren (bijvoorbeeld bij echtscheiding, vestiging als statushouder of bij calamiteiten) voor de duurzame gebruiksgoederen en; er sprake is van bijzondere omstandigheden, waardoor reservering voor deze kosten of een geldlening bij een kredietverstrekker niet mogelijk is, kan bijzondere bijstand worden verleend in de vorm van een renteloze geldlening. 3.In het geval dat de aanvrager vermogen (waarde min hypotheek) heeft in een woning die boven de vrijlating uitkomt, kan ook (bijzondere) bijstand worden verstrekt in de vorm van een geldlening onder verband van krediethypotheek. 4.Als het verstrekken van bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening er toe zou leiden dat de aanvrager in zwaar problematische financiële omstandigheden dreigt te raken, wordt de bijstand verleend in de vorm van een bedrag om niet. 5.Indien de bijzondere bijstand op declaratiebasis is verstrekt dienen de facturen binnen zes maanden na het opkomen van de kosten te zijn ingediend bij het college. Facturen ouder dan zes maanden na het opkomen van de kosten worden niet meer uitbetaald. Artikel11.Medische noodzaak Het college kan een medisch advies aanvragen bij een onafhankelijke deskundige voor de beoordeling of sprake is van een medische noodzaak om bijzondere bijstand te verstrekken. Artikel12.Beëindiging bijzondere bijstand De bijzondere bijstand wordt in ieder geval beëindigd indien: de kosten niet langer noodzakelijk zijn; de aanvrager voldoende financiële draagkracht heeft om de kosten zelf te betalen; de kosten zich niet meer voordoen; de aanvrager de bijzondere bijstand niet heeft gebruikt waarvoor deze is toegekend; de aanvrager dit zelf verzoekt; geen gegevens of onvoldoende gegevens zijn verstrekt om het recht op bijzondere bijstand vast te kunnen stellen; sprake is van een huwelijk of daarmee gelijk gesteld; sprake is van het einde van het huwelijk of samenleving; de aanvrager niet langer in Den Helder woont; de kosten vergoed worden vanuit het Univé Gemeentepakket; het vermogen hoger is dan de vermogensgrens; de aanvrager is overleden. Artikel13.Beleid voor bepaalde kosten 1.Het verstrekken van bijzondere bijstand is altijd maatwerk. Er kan dan ook geen uitputtende lijst van kosten soorten worden benoemd. Op basis van individuele omstandigheden wordt beoordeeld of kosten noodzakelijk zijn en sprake is van bijzondere omstandigheden. 2.In de bijlage wordt een aantal kostensoorten benoemd waar regelmatig een beroep op wordt gedaan. Aangegeven wordt wat het beleid is. De bijlage maakt een onlosmakelijk onderdeel uit van deze beleidsregel. Artikel14.Hardheidsclausule Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze beleidsregel, indien de toepassing van de beleidsregel tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel15.Overgangsrecht 1.De ‘Beleidsregel Bijzondere bijstand Den Helder wordt ingetrokken gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregels 2023, maar blijven van toepassing op aanvragen die voor de datum van inwerkingtreding zijn ingediend en waarbij toepassing van die beleidsregels voor de betrokken aanvrager gunstiger is dan toepassing van de beleidsregels 2023. 2.De ‘Beleidsregel Bijzondere bijstand Den Helder’ blijft tevens nog van toepassing op artikel 2.10 en onderdeel 20 Minimaregelingen van de bijlage op de bladzijden 13 en 14 totdat op deze onderdelen nieuw beleid is vastgesteld en gepubliceerd. 3.Mocht toepassing van de ingetrokken beleidsregels zoals bedoeld in lid 1 niet gunstiger zijn, dan worden deze beleidsregels 2023 toegepast. Artikel16.Slotbepalingen 1.Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Bijzondere bijstand 2023 Den Helder. 2.Met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de beleidsregel Bijzondere bijstand Den Helder ingetrokken. 3.Na bekendmaking treedt dit besluit in werking op 1 maart 2023. Ondertekening,Aldus besloten in de vergadering van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Den Helder van 7 februari 2023,burgemeesterJ. (Jan) de Boer secretarisK. (Koen) van VeenOverzicht van veel voorkomende kostensoorten Bijlage A: Kostensoorten met een inkomensgrens van 100% Onderstaande kosten worden tot de algemene bestaanskosten gerekend. Uitgangspunt is dat voor onderstaande kosten geen bijzondere bijstand wordt verstrekt. Het inkomen wordt geacht toereikend te zijn om deze kosten te betalen of dat voor de kosten gereserveerd wordt. Bij onderstaande kosten hanteren we een inkomensgrens van 100%. Al het inkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm wordt aangemerkt als draagkracht. Artikel 34 lid 2 onder b en c van de Participatiewet is niet van toepassing. Dit betekent dat al het aanwezige vermogen (inclusief tijdens de (bijzondere) bijstandsverlening opgebouwd spaargeld) wordt aangemerkt als draagkracht. 1. Babyuitzet Bedrag : € 500,00 maximaal 2.Duurzame gebruiksgoederen, verhuiskosten en overige inrichtingskosten Kosten van duurzame gebruiksgoederen, verhuiskosten en overige inrichtingskosten kunnen voortvloeien uit dusdanig bijzondere omstandigheden waarop besloten kan worden om toch, nadat vastgesteld is dat deze kosten uit geen enkele andere voorziening kunnen worden vergoed, tot verstrekking van bijzondere bijstand over te gaan. Dit geldt bijvoorbeeld voor een vluchteling, die na het verkrijgen van een verblijfstatus een opvangcentrum van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers moet verlaten en voor een eerste keer in Nederland geconfronteerd wordt met kosten voor duurzame gebruiksgoederen, verhuiskosten en/of overige woninginrichting. Als een persoon vanuit het ouderlijk huis, of daarmee gelijkgestelde situatie, voor het eerst zelfstandig gaat wonen, wordt deze situatie niet als bijzonder aangemerkt. De kosten De kosten kunnen worden vergoed indien de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en de gevraagde kosten naar aard en omvang noodzakelijk zijn en de kosten niet voorzien waren en de aanschaf, reparatie of vervanging niet uitstelbaar is. Huisbezoek Om de noodzaak van de verstrekking van de bijzondere bijstand vast te stellen, kan (als onderdeel van het onderzoek) een huisbezoek plaatsvinden. Duurzame gebruiksgoederen Duurzame gebruiksgoederen zijn goederen met een langere levensduur. Ook vloerbedekking en gordijnen worden aangemerkt als duurzame gebruiksgoederen. Hoogte Het bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt vastgesteld aan de hand van de prijzengids van het Nibud. Daarbij wordt uitgegaan van 60% van de Nibud-norm. Uitgangspunt hierbij is dat een deel van de goederen tweedehands kan worden aangeschaft via overname van derden of Marktplaats/Kringloopwinkel, met uitzondering van witgoed en matrassen. Bij een onvolledige woninginrichting wordt gekeken naar wat iemand daadwerkelijk nodig heeft. Ingeval van echtscheiding is de bijzondere bijstand niet hoger dan de helft van het bedrag dat iemand maximaal kan krijgen bij een volledige woninginrichting. 3.Verhuiskosten Bij een noodzakelijke, onvoorziene verhuizing die voortvloeit uit bijzondere omstandigheden kan voor de volgende kosten bijzondere bijstand worden verstrekt: eerste maand huur/dubbele woonlasten (indien er een overbruggingsuitkering wordt verstrekt, wordt de eerste maand huur daaruit betaald); kosten van een verhuisbedrijf, indien de verhuizing niet door de belanghebbende en het aanwezige netwerk zelf kan worden gerealiseerd; opknapkosten (verf, behang en behanglijm en toebehoren conform de Nibudnormen); aansluit- en bezorgkosten bij gebruiksgoederen die geen onderdeel uitmaken van een volledige woninginrichting. 4.Woonkostentoeslag Huurwoning Indien sprake is van een huurwoning kan tijdelijk, tot het moment dat de huurtoeslag (maximaal) wordt toegekend, bijzondere bijstand voor de huurlasten worden verstrekt indien er geen of minder aanspraak gemaakt kan worden op huurtoeslag. Als het aan de aanvrager te wijten is dat er een periode geen of minder huurtoeslag betaald wordt, wordt beoordeeld of sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid. Als er sprake is van tekortschietend besef, kan de bijzondere bijstand worden geweigerd of worden toegekend in de vorm van leenbijstand. Indien de huur hoger is dan de maximale huurtoeslaggrens wordt de woonkostentoeslag toegekend voor de periode van maximaal een jaar en gelijktijdig wordt een verhuisplicht naar een goedkopere woning opgelegd. Woning in eigendom Ook als iemand een woning in eigendom heeft, is het mogelijk om bijzondere bijstand toe te kennen voor een woonkostentoeslag. Voor de berekening van de woonkostentoeslag wordt rekening gehouden met: de hypotheekrente; het eigenaarsdeel van de onroerende zaakbelasting; de opstalverzekering; de waterschapsbelasting; het rioolrecht; het CV-onderhoud; kosten van groot onderhoud conform de berekening van www.eigenhuis.nl. Belastingvoordeel – hoogte wkt Er wordt rekening gehouden met het belastingvoordeel dat de woningeigenaar heeft. Dit bedrag wordt doorberekend bij de vaststelling van de hoogte van de woonkostentoeslag. Indien de woonlasten inclusief belastingvoordeel lager zijn dan de maximale huurtoeslaggrens, wordt een woonkostentoeslag verstrekt die gelijk is aan het bedrag van de huurtoeslag waarop aanspraak gemaakt zou kunnen worden in geval van een huurwoning. Er wordt in deze situatie geen verhuisplicht opgelegd. Indien de woonlasten inclusief belastingvoordeel hoger zijn dan de maximale huurtoeslaggrens, wordt een woonkostentoeslag verstrekt als ware het dat de woonlasten gelijk zijn aan de huurgrens. Er geldt dan een verplichting om te verhuizen naar goedkopere woonruimte. 5.Doorbetaling woonlasten tijdens detentie Een persoon aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen, is op grond van artikel 13, eerste lid, sub a van de Participatiewet uitgesloten van het recht op bijstand. Wanneer tijdens de detentieperiode iemand geen middelen heeft om de woonlasten te betalen, bestaat de kans dat diegene zijn of haar woning verliest. Omdat het niet maatschappelijk gewenst is dat (ex-)gedetineerden na een korte detentieperiode geen beschikking meer hebben over een zelfstandige woning, kan onder bepaalde voorwaarden bijzondere bijstand in de vorm van een renteloze geldlening worden verstrekt. Dit is buitenwettelijk gemeentelijke beleid. Onder woonlasten wordt verstaan de periodieke kosten voor aanhouden van de woning (de huur). Voorwaarden er kan slechts één keer gebruik gemaakt worden van deze vorm van bijzondere bijstand; d de bijzondere bijstand wordt voor een detentieperiode van maximaal 3 maanden toegekend (mag ook over meerdere, kortere detentieperiodes tot een totaal van maximaal drie maanden). 6.Doorbetaling vaste lasten tijdens verblijf in inrichting Bij een opname in een inrichting is de norm voor zak- en kleedgeld van toepassing. Het betalen van de vaste lasten (huur, energie, water) kan niet uit deze lage norm. Als de woning niet is opgezegd, lopen deze kosten gewoon door. Als het gaat om een tijdelijke opname waarbij de intentie is dat de aanvrager na opnameperiode terugkeert naar de woning, kan bijzondere bijstand verstrekt voor de volgende kosten: de huur (na aftrek huurtoeslag); nota gas en elektriciteit (eventueel rekening houden met verlaagd voorschotbedrag); nota water (omgerekend naar maandbedrag); premie inboedelverzekering (omgerekend naar maandbedrag); afvalstoffenheffing (omgerekend naar maandbedrag) basisabonnement tv/internet indien aanvrager in weekend naar huis gaat. Ingangsdatum De bijzondere bijstand wordt verstrekt vanaf het moment dat de klant een inkomen naar zak-en kleedgeldnorm krijgt. Deels in inrichting, deels thuis Als de klant gedeeltelijk in de inrichting verblijft en gedeeltelijk thuis, bestaat er recht op een gedeeltelijke zak-en kleedgeldnorm en een gedeeltelijke reguliere norm. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt hierop aangepast. Richtlijn: een weekend bestaat uit drie dagen indien de klant vrijdag vóór 12 uur vertrekt uit de inrichting en zondag ná 12 uur weer terugkeert. 7.Overbruggingsuitkering kosten levensonderhoud Het komt voor dat een aanvrager die een beroep doet op een bijstandsuitkering voor de kosten van levensonderhoud voorafgaande aan deze uitkering over onvoldoende middelen beschikt om in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan te kunnen voorzien. Omdat de bijstandsuitkering achteraf betaalbaar gesteld wordt, kan in deze situaties een overbruggingsuitkering verstrekt worden om de periode van datum aanvraag tot de uitbetalingsdatum van de algemene bijstand te kunnen overbruggen. Voorbeelden van deze situaties zijn: een vergunninghouder die vanuit het AZC voor het eerst zelfstandig gaat wonen een verlaten of gescheiden persoon die geen of onvoldoende eigen inkomsten heeft. Een voorschot op grond van artikel 52 Participatiewet biedt in deze situaties geen oplossing, omdat een voorschot verrekend moet worden met de uitkering. In dat geval is het mogelijk om bijzondere bijstand als overbruggingsuitkering toe te kennen. Hiervan kunnen de kosten van levensonderhoud betaald worden, waaronder de vaste lasten. Hoogte De overbruggingsuitkering bedraagt maximaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag. 8. Bijzondere bijstand uitwonende jongeren Er kan bijzondere bijstand worden verstrekt aan een alleenstaande of alleenstaande ouder van 18 tot en met 20 jaar of gehuwden waarvan een of beide partners jonger is/zijn dan 21 jaar als de aanvrager of aanvragers hogere bestaanskosten heeft/hebben waarin de van toepassing zijnde bijstandsnorm niet voorziet en de middelen van de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.