Beleidskader Energietransitie De raad van gemeente Vijfheerenlanden, gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 3 januari 2023; Besluit: Het aangepaste Beleidskader energietransitie [BET] versie V26-12-2022 vast te stellen, inclusief de toegevoegde uitgangspunten voor de plaatsing van kleine windturbines. Het vigerende Beleidskader energietransitie [BET] versie V22-11-22 in te trekken. Inleiding Datum inwerkingtreding: 9 februari 2023 Doel Het Beleidskader energietransitie (BET) heeft als doel het perspectief te schetsen voor verzoeken om toepassing van zonnepanelen buiten kaders, voor kleine, grotere en grote windturbines en voor zon- en windprojecten op gronden binnen de gemeentegrens. Binnen dit beleidskader kunnen voor specifieke onderdelen toetsingskaders worden uitgewerkt. Het beleidskader geeft helderheid aan de volgende partijen: Aan initiatiefnemers (inwoners, energie coöperaties, etc.) die lokaal duurzame elektriciteit willen opwekken via zon en/of wind. Aan de gemeente om deze initiatieven te kunnen sturen op hun ruimtelijke inpasbaarheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Aan inwoners van de gemeente over de gebieden waar mogelijkerwijs duurzame energieprojecten worden gerealiseerd. RES ambitie als vertrekpunt voor het beleidskader We zien de mogelijkheden voor duurzame energieopwekking als volgt. In het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) zetten we voor de periode tot 2030 maximaal in om het verzoek van de provincie gestalte te geven door het RES-bod van 0,072 TWh in te vullen met een evenwichtige verhouding tussen zon en wind. Dit houdt in dat we maximaal inzetten op Zon op dak en, naast de huidige 3 windturbines van windpark Autena bij Vianen, eerst de mogelijkheid onderzoeken of uitbreiding van de bestaande locatie (i.c. Autena) mogelijk is, voordat we (als dat noodzakelijk
(2)redelijkerwijs niet mogelijk is3Zie voorbeeld Epe: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR652660/1. Voor wat betreft de situering van het zonnestroomsysteem geldt dat: Het zonnestroomsysteem dient aansluitend aan het bestemmingsvlak van de functie wonen, horeca, bedrijven of maatschappelijk te worden geplaatst. Indien het voorgaande ruimtelijk gezien onmogelijk is, mag het zonnestroomsysteem worden geplaatst buiten het bestemmingsvlak, zo dicht mogelijk bij de woning, bedrijf binnen een maximale afstand van 25 m tot de woning, bedrijf of in het geval van meerdere aansluitende zonnestroomsystemen binnen 25 m tot één van de woningen. De hoogte van het zonnestroomsysteem mag niet meer dan 1,50 m bedragen. Het zonnestroomsysteem niet zichtbaar is vanaf de openbare ruimte of dient ruimtelijk goed te worden ingepast. Indien er aangetoond wordt dat een andere plaatsing dan bovengenoemde regels voor een betere inpassing zorgt, dan is een uitzondering op bovenstaande regels mogelijk. Zonnestroomsystemen grondgebonden Grondgebonden initiatieven buiten het bestemmingsvlak zullen op individuele basis worden beoordeeld en altijd voorgelegd worden aan de gemeenteraad ter instemming. Uitgangspunt hierbij is dat zon op grond in dubbelfunctie wordt geplaatst, niet ten koste mag gaan van de agrarische functie en goed in het landschap ingepast moet kunnen worden. Zonnepanelen en -collectoren op monumentale panden, cultureel erfgoed en woonhuismonumenten In de vanaf 25-12-2020 geldende gemeentelijke Erfgoedverordening Vijfheerenlanden worden kaders gegeven gesteld voor het behoud van cultureel erfgoed zoals bijvoorbeeld beschermde stads- en dorpsgezichten. In het op 28-05-2021 vastgestelde besluit omtrent regels voor ruimtelijke kwaliteit worden aanvullende kaders gesteld. Vanuit deze gemeentelijke kaders, in combinatie met de door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed uitgebreide mogelijkheden, is er ruimte binnen de gemeente Vijfheerenlanden voor het plaatsen van zonnepanelen en -collectoren op monumentale panden, cultureel erfgoed en woonhuismonumenten. In de meeste situaties zal bij zonnepanelen of -collectoren op monumentale panden of binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht een vergunning dus noodzakelijk zijn. Een zorgvuldig afgewogen ontwerp waarmee visuele verstoring wordt geminimaliseerd ligt ten grondslag aan de vergunningsaanvraag. Iedere vergunningsaanvraag hiertoe is evenwel maatwerk en zal op zijn eigen merites beoordeeld worden. Evenwel is het mogelijk om als eigenaar van een monumentaal pand vooroverleg te voeren met, dan wel een principeverzoek in te dienen bij de Commissie Ruimtelijke kwaliteit en Erfgoed over een vergunningaanvraag welke waarschijnlijk vergund zou worden. Door hier gebruik van te maken kan een eigenaar van een monument laagdrempelig inzicht verkrijgen in de (on)mogelijkheden van de vergunningaanvraag. De kosten hiervan bedragen €155,75 (prijspeil 2022). Voor het verduurzamen van monumenten wordt dit bedrag – na vaststelling van dit beleidskader – nog steeds opgelegd, maar wordt dit bedrag alleen geïnd indien daadwerkelijk tot vergunningverlening wordt overgegaan. Vanuit het Rijk (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed) zijn in 2020 de mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen en -collectoren op Rijksmonumenten verruimd. Vanuit de gemeente Vijfheerenlanden wordt hierbij op aangesloten. In de situaties waar geen omgevingsvergunning voor afgegeven kan worden, gaat het bijvoorbeeld om panden waar het monumentale karakter door toevoeging van zonnepanelen teveel verloren gaat, ter beoordeling aan de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed (CRKE). De Gemeente Vijfheerenlanden onderzoekt of het opstellen van een zonnepanelenkaart behulpzaam kan zijn voor inwoners van monumenten waar zonnepanelen en –collectoren kunnen worden toegepast. Als daartoe wordt overgegaan, dan zal deze zonnepanelenkaart aan dit beleidskader onder bijlage 4 worden toegevoegd en als toetsingskader gelden. Het plaatsen van zonnepanelen en -collectoren op monumenten en binnen beschermde stads- en dorpsgezichten zijn vrijwel altijd (omgevings)vergunning plichtig. Begripsbepalingen Monument: onroerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed. Dit kan gaan om een Rijks- of een gemeentelijk monument. Het betreft een onroerende zaak die is opgenomen in het monumentenregister zoals bedoeld in de Monumentenwet 1988, dan wel een onroerende zaak die is geplaatst op de gemeentelijke monumentenlijst zoals bedoeld in de vigerende monumentenverordening; Rijksmonumenten zijn beschermd op grond van de Erfgoedwet. Hierdoor is bij wijzigingen aan het monument altijd een vergunning noodzakelijk, ook voor het plaatsen van zonnepanelen. Uitzondering hierop zijn Gemeentelijke monumenten: bescherming wordt geregeld in de gemeentelijke erfgoedverordening. Op grond van deze verordening (25-12-2020) is ook voor gemeentelijke monumenten altijd een vergunning noodzakelijk. Erfgoed: uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden. Erfgoed is daarmee alles wat uit het verleden is overgebleven en waarvan wij het belangrijk vinden om het te bewaren. Dat kan van alles zijn, zoals landschap en gebouwen, maar ook gewoonten en gebruiken. Of spullen en voorwerpen zoals foto’s, schilderijen, oldtimers, de sierraden van een familielid, het servies van oma. Soms is erfgoed niet meteen zichtbaar. Veel ligt nog onder de grond te wachten om door een archeoloog opgegraven te worden. Beschermde stadsgezichten: Er zijn twee beschermde stadsgezichten in gemeente Vijfheerenlanden te weten Ameide en Vianen. Een beschermd stadsgezicht is een stedelijk gebied dat volgens het rijk van algemeen belang is vanwege de schoonheid, de onderlinge ruimtelijke of structurele, dan wel wetenschappelijke cultuurhistorische waarde. Het rijk heeft deze stedelijke gebieden op grond van de Monumentenwet als zodanig aangewezen. Beschermde dorpsgezichten: Er zijn twee beschermde dorpsgezichten in de gemeente Vijfheerenlanden, te weten in Oosterwijk en Ameide. UNESCO Werelderfgoed: dit zijn Rijksmonumenten en UNESCO Werelderfgoed, waarbij bij Werelderfgoed geen aantasting mag plaatsvinden. Uitgangspunten zonnestroomsystemen op beschermde monumenten Voor plaatsing van zonne-energiesystemen op rijksmonumenten is altijd een omgevingsvergunning nodig. Er geplaatst wordt op basis van een zorgvuldig afgewogen ontwerp waarmee visuele verstoring wordt geminimaliseerd. Het afwegingskader van de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed van 2020 wordt gevolgd voor kenmerken van een dergelijk zorgvuldig afgewogen ontwerp. Vooroverleg is mogelijk en geeft inzicht in de kans van slagen van de vergunningsaanvraag. Uitgangspunten binnen beschermde stads- of dorpsgezichten Zonnestroomsystemen plaatsen op het hellende voor- of zijdakvlak (gevels) en op platte daken van monumenten of in een beschermd stadsgezicht kan niet zomaar, daarvoor gelden speciale regels en er is een omgevingsvergunning noodzakelijk. Voorkeursvolgorde: Plaatsing uit het zicht, op het hellende achterdakvlak. Plaatsing uit het zicht op hellende voor en zijvlakken. Plaatsing in het zicht, op hellende voor- of zijdakvlakken of gevels. Voor zonne-energie op monumenten of binnen beschermde stadgezichten hebben wij de voorkeur voor plaatsing uit het zicht op het hellende achterdakvlak boven plaatsing in het zicht. Ook geven wij de voorkeur aan plaatsing op hellende voor- of zijdakvlakken of gevels uit het zicht boven plaatsing in het zicht, omdat zonnepanelen op deze plekken doorgaans minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van het pand. Plaatsing op het hellende achterdakvlak of voor- of zijdakvlakken uit het zicht wordt toegestaan zonder vergunning indien: De collectoren of panelen niet gekeerd zijn naar openbaar toegankelijk gebied, zoals een straat, gracht of park. De collectoren of panelen niet uitsteken voorbij de nok, de dakvoet of de dakranden. De collectoren of panelen direct in of op het dakvlak staan, dus zonder een opbouw ertussen. De hellingshoek van de collectoren of panelen gelijk is aan die van het dak. Alle overige delen van de installatie zoals het warmwatervat of elektrische apparatuur binnen in het gebouw staan. Plaatsing op hellende voor- of zijdakvlakken of gevels in het zicht is alleen toegestaan met vergunning wanneer: Plaatsing uit het zicht niet mogelijk is. Elders opwekken voor eigen gebruik niet mogelijk of rendabel is. Er geplaatst wordt op basis van een zorgvuldig afgewogen ontwerp waarmee visuele verstoring wordt geminimaliseerd. Het afwegingskader van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van 2020 wordt gevolgd voor kenmerken van een dergelijk zorgvuldig afgewogen ontwerp. Verwezen wordt verder naar bijlage 3. 8.Innovatie als sleutel voor de energietransitie De focus van dit beleidskader ligt op technieken die op dit moment technisch haalbaar zijn voor de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Dit komt overeen met het ‘soort’ opwek dat wordt meegenomen in de RES. Er wordt immers op korte termijn een bijdrage aan duurzame elektriciteit verwacht. Hierdoor worden de pijlen op de korte termijn vooral gericht op technisch haalbare technieken (technical readiness level is hoog). Echter vindt binnen de energietransitie veel innovatie plaats, zowel binnen de zonne- en windenergie, als rondom nieuwe technieken. Naast bestaande duurzame technieken wil de gemeente Vijfheerenlanden daarom ook ruimte bieden aan de inzet van nieuwe, innovatieve technieken. Als nieuwe vormen van duurzame opwek zich aandienen die minder impact op de omgeving hebben, stimuleren en faciliteren wij deze nieuwe opwekvormen om onze energieambities te behalen. Op het moment dat andere technieken ook technisch haalbaar zijn, kan dit invloed hebben op dit beleidskader. Het kan gaan om innovaties op het gebied van opwek, warmtetransitie, mobiliteit, transport en opslag van energie en nog veel meer. De gemeente heeft een open houding ten aanzien van innovatie en zal aanvragen in behandeling nemen wanneer deze passen binnen de generieke beoordelingskaders uit dit beleidskader. Per aanvraag zal dit worden beoordeeld aan de hand van een maatwerkbenadering. 9.Ambitie maatschappelijk vastgoed De gemeente Vijfheerenlanden is ook alert om zelf haar bijdrage te leveren in de klimaatdoelen en dus de energietransitie. Daarom is de Gemeente Vijfheerenlanden voornemens om op al haar eigen maatschappelijk vastgoed 2030 zonnepanelen te plaatsen. Daarnaast is het streven om voor dit maatschappelijke vastgoed zoveel mogelijk energie lokaal af te nemen, bijvoorbeeld via lokale stroomafnamecontracten of afname via lokale energiecoöperaties. Aldus besloten door de raad van Vijfheerenlandenin zijn openbare vergadering van 9 februari 2023de interim-griffier C.G.M. (Cecile) Bus de voorzitter S. (Sjors) FröhlichBijlage1:Kaart zoekgebieden wind uit de plan m.e.r. Bijlage2:Algemene uitgangspunten plaatsen zonnepanelen ALGEMENE UITGANGSPUNTEN VOOR HET PLAATSEN VAN ZONNEPANELEN De volgende algemene uitgangspunten gelden altijd bij het plaatsen van zonnepanelen op monumenten in de gemeente Vijfheerenlanden, beschermd stadsgezicht Ameide en Vianen en beschermd dorpsgezicht Oosterwijk en Ameide. In alle situaties wordt de kap van het hoofdvolume zo veel mogelijk gemeden. Mogelijkheden kunnen worden gezocht op het achtererf, op ondergeschikte (platte) daken of daken van aan- en bijgebouwen. Wellicht zouden in sommige gevallen voor particuliere ook collectieve zonnedaken of zonneweides een oplossing voor verduurzaming kunnen bieden. Zonnepanelen worden boven op de dakbedekking geplaatst, zodat bij later verwijderen weer een ongeschonden dakvlak zichtbaar wordt. Zonnepanelen aan gevels of in voortuinen zijn niet toegestaan. Zonnepanelen op schuine daken worden in dezelfde hellingshoek als het dakvlak geplaatst. Zonnepanelen worden in een rechthoekige vorm gelegd. Getrapte, onderbroken of asymmetrische vormen (bijvoorbeeld rond dakramen en dakdoorvoeren) zijn niet toegestaan. Bij meerdere zonnepanelen op één dakvlak worden de panelen allemaal in dezelfde richting geplaatst (alle panelen horizontaal of verticaal). Het toepassen van verschillende formatie, typen en fabricaten zonnepanelen op één dakvlak is niet toegestaan. Zonnepanelen worden geheel in een donkere matzwarte kleur uitgevoerd. Blauwe panelen en panelen met zilverkleurige randen zijn niet toegestaan. Bijlage3:Zonnepanelen bij monumenten in beschermde stads- en dorpsgezichten Specifieke uitgangspunten voor zonnepanelen bij monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten In deze bijlage worden uitgangspunten gegeven die richting geven voor een nader uit te werken toetsingskader. Deze geven ook een antwoord op de opiniërende bespreking van de oplegger SGP (Raad 6 september 2022). Huidig beleid voor het plaatsen van zonnepanelen bij monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten Het huidige beleid ten aanzien van zonnepanelen, zoals geformuleerd in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, geeft aan dat deze in de gehele historische binnenstad alleen mogelijk zijn als de plek en het pand de ingreep aankan zonder dat hierdoor historische waarden verloren gaan. Het gaat daarbij zowel om het behoud van het historisch materiaal als om karakter en aanzicht. Om dit te kunnen borgen is gesteld dat plaatsing van zonnepanelen alleen mogelijk is op een deel van het dak dat minder waardevol of representatief is en waarop de panelen vanuit openbaar toegankelijk gebied niet te zien zijn. Wat betreft de zichtbaarheid is geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende straten en/of tussen monumentale en niet-monumentale panden. Specifieke Uitgangspunten Bij het plaatsen van zonnepanelen blijft het een aanbeveling om eerst het gas- en energieverbruik zoveel mogelijk te verlagen met alle mogelijke maatregelen die (indien van toepassing) ook geschikt zijn voor het monument en vervolgens op zoek te gaan naar een locatie die niet te zien is vanaf openbaar toegankelijk gebied. Als er geen geschikte alternatieve installatie of locatie bestaat met minder gevolgen voor de cultuurhistorische-ruimtelijke waarden, dan mogen zonnepanelen zichtbaar zijn, mits het beeld van het beschermde stadsgezicht niet onevenredig wordt verstoord en mits de verwachte opbrengst in verhouding staat tot de mate van aantasting van het stadsgezicht. Hiermee wordt bedoeld dat de geringe opbrengst van een enkel of een paar panelen niet in verhouding staat tot de aantasting die daarmee plaatsvindt van het dakenlandschap en daarom niet wenselijk is. Geadviseerd wordt om uit te gaan van minimaal 4 panelen. Omdat elk pand en elke locatie anders is, vraagt dit om maatwerk. Er kunnen daarom geen concrete criteria worden opgesteld voor zonnepanelen in zicht vanaf openbaar toegankelijk gebied waarvan men bij hantering zeker kan zijn van een vergunning. Alle gegeven criteria voor plaatsing van zonnepanelen in zicht vanaf openbaar toegankelijk gebied zijn daarom alleen richtinggevend. De zonnepanelen mogen geen (wezenlijke) aantasting betekenen van de waardevolle karakteristieken van het betreffende pand. Dit vraagt om maatwerk. De installatie wordt zodanig gemonteerd dat zo min mogelijk niet-reversibele schade aan historisch materiaal ontstaat. De aanwezigheid van zonnepanelen in de levenscyclus van monumenten en beschermde gezichten is namelijk van tijdelijke aard. Als ingrepen reversibel zijn, worden de oorspronkelijke waarden weer zichtbaar als de panelen te zijner tijd worden verwijderd. Uit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle materialen en detailleringen blijven behouden (uitgaande van het gegeven dat zonnepanelen op termijn worden verwijderd weegt behoud van historisch materiaal zwaarder dan de esthetiek). Op daken met een bijzondere vorm of afwerking is het plaatsen van zonnepanelen ongewenst. Dit betreft bijvoorbeeld ronde, spitse of veelhoekige daken, daken met een bijzonder decoratief patroon of daken van bijzondere materialen, zoals zeldzame dakpannen, sommige leien daken, de meeste daken van riet, koper, zink of lood. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft haar adviesbeleid voor zonnepanelen (pv-cellen) op monumenten aangepast om monumenteneigenaren meer mogelijkheden te geven om gebruik te maken van pv-cellen bij de verduurzaming van hun monument. Aanleiding hiervoor zijn de ambities uit het Klimaatakkoord, waarin is afgesproken dat ook monumenten een substantiële bijdrage zullen leveren aan de energiebesparing en schone energieopwekking. Het wel of niet zichtbaar zijn van pv-panelen is niet langer een beslissend criterium, maar wel de mate waarin het beeld van het monument eventueel wordt verstoord. Daardoor kan vaker positief geadviseerd worden over pv-cellen die zichtbaar zijn vanaf publiek toegankelijk gebied. Voorwaarde voor een positief advies voor pv-cellen in het zicht is onder meer: Het gebrek aan mogelijkheden om zonnepanelen uit het zicht te plaatsen, uitgaande van een rendabele installatie. Dat de energieopwekking ten bate is van het eigen (monumentale) pand en geen cultuurhistorisch waardevol groen wordt gekapt om de bezonning te verbeteren. Een zorgvuldig afgewogen ontwerp. Er geen sprake is van een onevenredige aantasting van monumentale waarden in de vorm van een ernstige visuele verstoring en/of schade aan bouwhistorische waarden/materiaal. Voor rijksmonumenten in beschermde stads- en dorpsgezichten, hanteert de RCE specifieke uitgangspunten. Voor gebouwen die een belangrijke rol spelen in het aanzicht van een beschermd gezicht, adviseert de Rijksdienst negatief over PV-systemen in het zicht. Het gaat dan bijvoorbeeld om gebouwen in het zicht die boven de gemiddelde bouwmassa uitsteken, gebouwen die gelegen zijn in de zichtlijnen van bijvoorbeeld straten of grachten of die deel uitmaken van een historische pleinwand. De gemeente Vijfheerenlanden is aangesloten op het beleid van de RCE. Vooroverleg en indieningsvereisten Alvorens een omgevingsvergunning aan te vragen voor het plaatsen van zonnepanelen wordt geadviseerd om eerst een vooroverleg in te dienen. Daarmee wordt voorkomen dat er legeskosten verrekend worden terwijl de aanvraag niet past binnen het nieuwe beleidskader. Om de impact van het plaatsen van zonnepanelen op het stadsgezicht te kunnen beoordelen is het van belang om bij de aanvraag enkele foto’s aan te leveren vanaf openbaar toegankelijk gebied, op ooghoogte. Het gaat hierbij om het beeld zoals door een ieder kan worden ervaren vanaf openbaar toegankelijk gebied. Vraag uw leverancier van de zonnepanelen vervolgens of het mogelijk is om naast de gebruikelijke offerte met het legplan en de productinformatie (type, kleur, etc.) om de gewenste panelen (het legplan) in de foto aan te geven (fotomontage) voor zover de zonnepanelen natuurlijk zichtbaar zullen zijn. Indien dit voldoende inzicht biedt kunnen bouwkundige tekeningen achterwege blijven. Bij plaatsing van panelen op een plat dak zijn aanvullende gegevens nodig over de hellingshoek waaronder de panelen gelegd worden ten opzichte van het platte dak om te kunnen bepalen of en hoever de panelen boven de dakrand uitsteken en zichtbaar zijn vanaf openbaar toegankelijk gebeid. Over het algemeen volstaat het om deze gegevens schriftelijk aan te leveren. Bij het plaatsen van zonnepanelen op een monument wordt gevraagd om aan te geven hoe de panelen worden gemonteerd. Bij uitzondering blijft de mogelijkheid bestaan dat extra gegevens nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen in relatie tot de monumentale waarden en de waarde van het beschermde stadsgezicht. (Omgevings)vergunning voor zonnepanelen en -collectoren De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De Wabo geeft globaal aan wanneer een vergunning nodig is voor rijksmonumenten (artikel 2.1, lid 1 onder f, Wabo). Daaruit volgt dat voor het plaatsen van zonne-energie-systemen op rijksmonumenten altijd een vergunning nodig is. Soms geldt de vergunningplicht niet (artikel 2.1, lid 3, Wabo). Om welke situaties het gaat, is voor rijksbeschermd gebouwd erfgoed beschreven in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Zo is bij rijks beschermde stads- en dorpsgezichten soms geen vergunning nodig voor het aanbrengen van zonne-energiesystemen. De volgende afbeeldingen geven een totaal beeld van vergunningplichten. De Omgevingswet vervangt binnen afzienbare tijd de Wabo. Voor rijksmonumenten zijn daarbij geen veranderingen in de vergunningplicht te verwachten. Bijlage4BET Specifiek beoordelingskader kleine windturbines (≤20m
- as)Algemeen Bijlage 4 dient als een uitwerking en specificering van generieke en specifieke beoordelingskaders in hoofdstukken 4, 5 en 6 van het Beleidskader Energietransitie. De opgenomen beleidsregels dienen als richtinggevend kader bij aanvraagbeoordelingen. In geval van tegenstrijdigheid tussen de bepalingen van het algemene BET en die van deze bijlage, prevaleren de bepalingen van deze bijlage. Begrippenlijst: Kleine windturbines: naar definitie van het provinciaal omgevingsbeleid: windturbines met een maximale ashoogte van 20 meter. Deze opgewekte elektriciteit wordt lokaal verbruikt, en eventueel overschot wordt terug geleverd aan het openbare elektriciteitsnetwerk. Bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. Bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde zijn toegelaten. Ad 1. Kleine windturbines Ter invulling van het onderdeel kleine windturbines in het Beleidskader Energietransitie [BET], vastgesteld op 9 februari 2023, is hieronder dit beleidsonderdeel weergegeven. Dit onderdeel is tot stand gekomen in samenspraak met het Gebiedsplatform Alblasserwaard-Vijfheerenlanden en de gemeente Vijfheerenlanden. Doel van dit onderdeel van het beleidskader is het bieden van inzicht aan initiatiefnemers en omwonenden onder welke voorwaarden binnen de gemeente Vijfheerenlanden kleine windturbines aanvaardbaar en wenselijk worden geacht. Dit betekent duidelijkheid over: Waar plaatsing van kleine windturbines is toegestaan. Welke eisen gesteld worden aan de windturbine(
- s)en de locatie(s). De nieuwe normering heeft effect op het toetsingskader voor vergunningverleners en specialisten. Toetsingskaders voor geluid en trillingen worden met ingang van 1-1-2024 (inwerkingtreding Omgevingswet) opgenomen in het Omgevingsplan en vormt daarin een integraal onderdeel voor toetsing van initiatieven. Vergunningaanvragen zijn straks alleen nog nodig bij vergunningplichtige milieubelastende activiteiten. Windturbines met een rotordiameter van 2 m of meer (Artikel 3.11 van het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving)), een windpark met 3 of meer windturbines (artikel 3.13 van het Bal) zijn milieubelastende activiteiten. Hiernaast moeten windturbines voldoen aan voorwaardes gesteld in het omgevingsplan. Buitenplanse omgevingsplanactiviteiten zijn altijd vergunningplichtig. Bovengrondse bouwwerken geen gebouw zijnde van boven de 20 meter hebben een meldingsplicht (artikel 4.427 van het Bal). Algemene voorwaarden Kleinschalige windturbines in woongebieden binnen de bebouwde kom zijn niet toegestaan. Er dient onderzoek te worden aangeleverd waaruit de haalbaarheid van zon-op-dak verkend is. Indien het niet mogelijk is om in de eigen energiebehoefte te voorzien met zonnepanelen of als deze niet toereikend zijn, kan overwogen worden om in beginsel een windturbine te plaatsen4Bij het bepalen of zonnepanelen alleen, toereikend zijn voor de energievraag, wordt zoveel mogelijk gekeken naar de energievraag op specifieke momenten. Mocht bijvoorbeeld een agrariër een hoog energieverbruik hebben voor zonsopgang, om zijn koeien te melken, kan een vergunning voor een windturbine worden toegekend. Ondanks dat zonnepanelen mogelijk over een jaar gezien wel de totale energievraag van dat jaar kunnen dekken. . De initiatiefnemer heeft met direct belanghebbenden binnen een straal van 250 meter overleg gevoerd over de plannen. Bij de aanvraag dient een verslag van deze participatie gevoegd te worden. De resultaten van dit verslag worden integraal aan de gemeente ter beschikking gesteld. De impact voor omwonenden vertalen naar financiële compensatie voor omwonenden is niet verplicht. Het plaatsen van kleine windturbines blijft altijd maatwerk. De gemeente Vijfheerenlanden kan daarom in voorkomende situaties nadere eisen stellen aan of besluiten de aanvraag te weigeren op basis van het beeldkwaliteitsplan. Geluid en slagschaduw De geplaatste windturbines dienen de marges van § 4.30 van het Bal niet te overschrijden om overlast van omwonenden op basis van geluid en slagschaduw te voorkomen: De mate van geluid mag geen 45 Lden en 40 Lnight (dag- en nachtgeluid in decibels tussen 07:00-19:00 en 23:00-07:00 respectievelijk) overschrijden Om overlast te voorkomen moet de windturbine in onderstaande gevallen voorzien zijn van een stilstandsvoorziening: Met het oog op het voorkomen of beperken van slagschaduw is de windturbine voorzien van een automatische stilstandsvoorziening die de windturbine afschakelt als gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden in een verblijfsruimte van een slagschaduwgevoelig gebouw De afstand tussen de windturbine en een gebouw van derden met een woon-, onderwijs-, gezondheidszorg-, of bijeenkomstfunctie minder dan 12 maal de rotordiameter van de windturbine bedraagt Plaatsing bij agrarische bedrijven en woningen buiten de bebouwde kom Voor het plaatsen van een windturbine bij agrarische bedrijven buiten bestaand stads- en dorpsgebied gelden ten opzichte van het hiervoor genoemde de volgende aanvullende voorwaarden: Plaatsing van kleine windturbines wordt uitsluitend toegestaan bij agrarische bedrijven, bedrijven en de daarbij gelegen bedrijfswoningen. Overige aanvragen zijn enkel na raadsbesluit toe te staan. Het uitgangspunt is het plaatsen van de windturbine binnen het bouwvlak. Indien aantoonbaar dat dit niet tot de mogelijkheid behoort (ook bij het ontbreken van een bouwvlak) en er geen zwaarwegende bezwaren zijn, kan overwogen worden de windturbine buiten het bouwvlak en aansluitend op bestaande bebouwing of erfindeling te plaatsen, mits direct grenzend aan het bouwvlak zonder aantasting van de landschappelijke waarden. Indien buiten het bouwvlak geplaatst, moet de windturbine binnen het bestemmingsvlak geplaatst worden met een afstand tot het ruimtelijk ensemble van maximaal de tiphoogte (zie figuur 1). De turbine dient achter het hoofdgebouw en bij voorkeur aan de achterzijde van het erf geplaatst te worden (ten opzichte van de openbare weg en erfentree). Alle plannen voor kleine windturbines dienen te worden voorgelegd aan de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit en erfgoed. Bij meerdere (maximaal 3) kleine windturbines op één erf worden de windturbines bij voorkeur in een lijnopstelling geplaatst, op gelijke afstand van elkaar. De lijnopstelling wordt afgestemd op het verkavelingspatroon, waardoor de landschappelijke (hoofd)structuur c.q. afleesbaarheid van het landschap versterkt wordt. Plaatsing van kleine windturbines wordt niet toegestaan in potentiële woningbouwlocaties in de kernrandzones rond de dorpen en steden in de gemeente Vijfheerenlanden. Plaatsing bij niet-agrarische bedrijven Voor het plaatsen van een windturbine bij niet-agrarisch bedrijven gelden in aanvulling op hiervoor genoemde voorwaarden en kanttekeningen: Het uitgangspunt is het plaatsen van de windturbine op of direct grenzend (binnen 10 meter) aan het eigen bestemmingsvlak. Een gezamenlijk initiatief van bedrijven op een bedrijventerrein voor een opstelling van meerdere windturbines heeft de voorkeur boven individuele aanvragen. De opstelling van de windturbines dient de ruimtelijke structuur van het bedrijventerrein te behouden of versterken. Draagvlak en participatie De initiatiefnemer heeft een inspanningsverplichting voor het creëren van draagvlak; dit dient aantoonbaar (en verifieerbaar) gemaakt te worden (zie participatiebeleid). Evaluatie De raad wordt jaarlijks een evaluatie ter bespreking aangeboden, met daarin opgenomen niet uitputtend: kwalitatieve en kwantitatieve parameters zoals het aantal plaatsingen, aantal afwijzingen, plaatsingsdichtheid, beeldimpressies van het veranderende landschap en de effecten op de natuurwaarde. Daarbij wordt ook gekeken naar de eventuele noodzaak tot aanpassing van het beleid. Figuur 1 Voorbeelden van inpassing kleine windturbines op erven Bijlage5BET Specifieke beoordelingskader zon op grond (water) Algemeen Bijlage 5 dient als een uitwerking en specificering van generieke en specifieke beoordelingskaders in hoofdstukken 4, 5 en 7 van het Beleidskader Energietransitie. In geval van tegenstrijdigheid tussen de bepalingen van het algemene BET en die van deze bijlage, prevaleren de bepalingen van deze bijlage. Bij de aanvraag voor een vergunning van zon op grond, zal de gemeente Vijfheerenlanden de maximale mogelijkheid benutten om, via de geplande aanpassing door het Rijk van het Besluit bouwwerken leefomgeving [Bbl], eigenaren van bestaande utiliteitsgebouwen met een gebruiksoppervlakte > 250 m2 te verplichten om de (volledige) dakpotentie te benutten voor de opwek van zonne-energie t.b.v. het eigen gebruik, alsmede voor alle bouwwerken. Dit alvorens een vergunning te verlenen voor zon op grond. Beleid gemeente Vijfheerenlanden De energietransitie is een belangrijk thema binnen het gemeentelijk beleid. Op verschillende manieren wordt de opwekking van hernieuwbare energie, zowel klein- als grootschalig, gestimuleerd. Zoals in sectie 7 “Kaders bij zonnestroomsystemen” van het BET is benoemd, is er een voorkeurspositie gegeven aan zon op dak. Daarnaast is het mogelijk om op het erf, binnen het bestemmingsvlak van de woning of het bedrijf zonnestroomsystemen op de grond te plaatsen; hiervoor is een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit nodig. Zonneladder, voorkeursvolgorde plaatsing zonnestroomsystemen op grond. Om de landschappelijke impact te beperken en ‘wildgroei’ van grondgebonden zonnestroomsystemen te voorkomen, wordt een voorkeursvolgorde gehanteerd die leidt tot de volgende stappen: Zonnestroomsystemen grondgebonden voor eigen gebruik binnen het bouwvlak. Zonnestroomsystemen grondgebonden voor eigen gebruik binnen het bestemmingsvlak. Zonnestroomsystemen grondgebonden voor eigen gebruik buiten het bestemmingsvlak. Zonnestroomsystemen grondgebonden voor gebruik door derden buiten het bestemmingsvlak. Wanneer zonnepanelen op daken en grondgebonden plaatsing van zonnepanelen binnen het bestemmingsvlak redelijkerwijs niet mogelijk zijn, kunnen grondgebonden initiatieven buiten het bestemmingsvlak overwogen worden. Bijvoorbeeld bij onvoldoende beschikbare ruimte, schaduwvorming, bestaand gebruik van de tuin, etc. Beoordeling hiervan is altijd maatwerk en verwezen wordt naar de algemene regels van pagina’s 18 en 19 van het BET. Mogelijkheden zon op grond in Vijfheerenlanden Algemene uitgangspunten Vijfheerenlanden kent een open en aantrekkelijk landschap. De keuze om alleen kleinschalige zonneparken toe te staan draagt bij aan het behoud van de kwaliteit van het landschap. Randvoorwaarden voor zon op grond Alleen voor eigen gebruik (op een woonkavel). Als onderdeel/uitbreiding van een (agrarisch) bedrijfsperceel. Aansluitend aan en als onderdeel van een kern t.b.v. lokale (collectieve) opwek. Vijfheerenlanden streeft naar op de lokale maat afgestemde zonneparken. De maat en schaal van een zonnepark moet worden afgestemd op de omgeving waarbij een landschappelijke inpassing moet worden gerealiseerd die passend is bij het omliggende landschap, buurt en kern. Uitgangspunt hierbij is overigens ook dat nooit een boom in de openbare ruimte gesnoeid en/of gekapt zal worden met als doel het vergroten van de opbrengst van de zonnepanelen. De algemene wet- en regelgeving is onverkort van toepassing. Zie ook onder windturbines. Het plaatsen van zonnepanelen op grond blijft altijd maatwerk. De gemeente Vijfheerenlanden kan daarom in voorkomende situaties nadere eisen stellen aan of besluiten de aanvraag te weigeren op basis van het beeldkwaliteitsplan. Plaatsing van zon op grond systemen wordt niet toegestaan in potentiële woningbouwlocaties in de kernrandzones rond de dorpen en steden in de gemeente Vijfheerenlanden. Zonneparken als onderdeel van bijvoorbeeld een woonkavel of een agrarisch bedrijfsperceel worden als zodanig niet benoemd door de provincie, maar wil Vijfheerenlanden wel toestaan. De gemeente ziet dit als een functioneel onderdeel in de energietransitie en als uitbreiding van bijvoorbeeld het agrarische erf. De erfuitbreiding moet daarom als een integraal onderdeel van het gebouw en/of omgeving/erf worden geplaatst en landschappelijk worden ingepast. Plaatsing en locatie onder algemene uitgangspunten Een omgevingsvergunning ten behoeve van de plaatsing en het gebruik van een grondgebonden zonnestroomsysteem inclusief bijbehorende montagematerialen en bekabeling, kan worden verleend met dien verstande dat het zonnestroomsysteem wordt geplaatst ten behoeve van het voorzien in de energiebehoefte van de eigen woning, bedrijf en/of gebouw van een maatschappelijke instelling/organisatie. Er mag enkel een grondgebonden zonnestroomsysteem binnen of indien redelijkerwijs noodzakelijk buiten het bestemmingsvlak worden geplaatst, indien volgens de voorkeursvolgorde plaatsing op het dak redelijkerwijs niet mogelijk is (ook gelet op het doel bijvoorbeeld bij een gezamenlijke opwek voor een huizenblok, etc.). Voor wat betreft de situering van het zonnestroomsysteem geldt dat: Het zonnestroomsysteem achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw wordt geplaatst. Daarbij dient te bij voorkeur worden voldaan aan de bebouwingsregels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan (bijvoorbeeld maximale hoogtes van bouwwerken). Behoud landbouwgrond Het uitgangspunt blijft dat er geen zonneparken worden gerealiseerd op landbouwgrond. Dit betekent dat alleen voor kleinschalige zonneparken vooreigen gebruik (maximaal 100m2) een uitzondering wordt gemaakt. Grootschalige zonneparken op landbouwgrondzijn expliciet uitgesloten. Een uitzondering is mogelijk in gevallen van meervoudig grondgebruik, bijvoorbeeld bij zonnepanelen boven een fruitboomgaard. In deze situaties kan maatwerk worden toegepast. Behoud de zeer open landschappen De zeer open landschappen behoren tot de kernkwaliteit voor de gemeente en worden uitgesloten voor het opwekken van zonne-energie. De impact van zonne-energie op het landschap is afhankelijk van de huidige kwaliteit van het landschap en de mate van de aanwezige dynamiek. Voor open, nog gave landschappen is de kwaliteit hoog en dit betekent dat een visuele toevoeging van een zonnepark een grotere aantasting is dan voor landschappen die al intensief worden gebruikt door bijvoorbeeld recreatie, bedrijvigheid en bebouwing. Behoud gebieden en percelen met bijzondere status De gebieden met een aparte beschermingsstatus in de gemeente zijn: het Natuurnetwerk Nederland (NNN), Natura 2000 gebieden, weidevogelgebieden, beschermde dorp en stadsgezichten en het Unesco wereld erfgoed: Nieuwe Hollandse waterlinie. Uitgangspunt is dat deze gebieden zijn uitgesloten voor zon op grond. Indien zon op grond op of nabij een Rijks- en gemeentelijk monumenten wordt geplaatst is altijd sprake van maatwerk waarbij vooroverleg met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit nodig is. Zon langs infrastructurele werken Bij het plaatsen van zonnepanelen langs (grote) infrastructurele werken zoals een snelweg, hanteren wij het uitgangspunt dat dit niet ten koste gaat van agrarische functies. Gezien de grote potentie van energieopwekking en de relatief lage impact op landschappelijke waardes, hanteren wij maatwerk voor het plaatsen van panelen langs (grote) infrastructurele werken. Lokaal initiatief Een voorwaarde voor de gemeente Vijfheerenlanden is dat zonneparken voortkomen uit een lokaal initiatief. Bijvoorbeeld in de vorm van een lokale coöperatie, (agrarisch) bedrijf, de gemeente, een overheidsinstantie of een samenwerking met één of meerdere lokale partijen, stichtingen of verenigingen. Daarnaast bieden zonneparken de mogelijkheid om de omgeving financieel te laten deelnemen in duurzame opwek van energie waardoor er meer lokaal eigenaarschap ontstaat. Hierbij wordt 50% lokaal eigenaarschap gehanteerd. Een agrarisch ondernemer die een zonnepark als uitbreiding van zijn erf wil, wordt gezien als een lokale eigenaar. Voor elk initiatief geldt dat de omgeving betrokken wordt bij de planvorming en dat daarbij de mogelijkheden van financiële deelname door de omgeving worden onderzocht. Het ontbreken van draagvlak houdt echter niet automatisch in dat een aanvraag voor een zonnepark geweigerd wordt. Het streven is dat er op een passende wijze inspanningen zijn verricht om een breed gedragen plan te ontwikkelen. Als zon-op-dak investeringen meer energie opleveren dan voor eigen gebruik afgenomen kan worden, wordt er energie terug geleverd op het net. In dit geval kan energie uit panelen op daken ook opengesteld worden aan omwonenden. Zonne-energie voor lokale behoefte is er dan ook op gericht om deze zoveel mogelijk samen met bewoners en bedrijven te ontwikkelen. Door deze verandering van de leefomgeving met de gemeenschap af te stemmen, ontstaan kansen: Lokaal een betere afstemming tussen energievraag en -aanbod. De maat en schaal van de energieopwekking wordt afgestemd op de leefomgeving. Veel ruimte voor participatie. Het vergroten van het maatschappelijk draagvlak en het maatschappelijk besef over de noodzaak van het opwekken van duurzame energie. Stimuleren draagvlak, participatie en eigenaarschap Draagvlak: betrokkenheid van de omgeving bij het initiatief De gemeente beoordeelt of er draagvlak is voor een zonnepark. Niet iedereen hoeft het met het project eens te zijn, maar de gemeente wil wel dat de omgeving betrokken wordt bij het initiatief. De initiatiefnemer is hiervoor verantwoordelijk. Bij de aanvraag van een zonnepark moet aangetoond worden wat gedaan is om draagvlak onder omwonenden te realiseren. Ook moet de aanvrager bij een grondgebonden zonnestroomsysteem aantoonbaar omwonenden hebben betrokken over ontwerp- en locatiekeuze. Een verslag daarvan dient integraal onderdeel uit te maken van een aanvraag. Zon op Waterprojecten Voor zon op waterprojecten wordt de handreiking voor waterschappen gehanteerd (december 2021). Praktische-handreiking-ZonOpWater.pdf (unievanwaterschappen.
- nl)Ad 3. Zon op dak bij monumenten. Zoals tijdens het VHL-plein bleek uit de ervaringen van de gemeente Amersfoort, is de route van een zonnepanelenkaart omslachtig, duur, tijdrovend en niet goed passend voor de schaal van Vijfheerenlanden. Gesteld wordt dan ook dat het huidige beleid, opgenomen in het BET, reeds voldoende ‘flexibiliteit’ biedt aan inwoners. Tevens wordt meegedacht vanuit vergunningverlening en is maatwerk mogelijk. Voor zon op dak bij monumenten worden ‘Zonne-energie op uw monument. Wegwijzer voor eigenaren en huurders’ en ‘Zonne-energieplannen en monumenten. Wegwijzer voor plantoetsers en vergunningverleners’ van de Rijksdienst voor Cultuur en Wetenschap gehanteerd.