Beleidsregels re-integratie gemeente Haarlemmermeer 2023Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer; gelet op de artikelen 36 lid 2, 38 en 70 van de Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2023; gelezen het voorstel d.d. 10 januari 2023; Beleidsregels re-integratie gemeente Haarlemmermeer 2023 Artikel1.Begripsbepalingen 1.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de verordening Sociaal Domein gemeente Haarlemmermeer 2023. 2.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Participatiewet; doelgroep banenafspraak: personen die niet in staat zijn zelfstandig het wettelijk minimumloon te verdienen zoals bedoeld in de Wet Banenafspraak; niet-uitkeringsgerechtigde (nug): de persoon bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a van de Participatiewet; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de cliënt een uitkering ontvangt of gesubsidieerd werk verricht; loonkostensubsidie naar loonwaarde: Loonkostensubsidie voor werkgevers vergoedt het verschil tussen loonwaarde en minimumloon, met als maximum 70% van het minimumloon. Met loonkostensubsidie ontvangt de werknemer het reguliere salaris en de werkgever wordt gecompenseerd voor de verminderde productiviteit. loonwaarde: de in geld uitgedrukte waarde van het werk dat iemand nog kan verrichten. Dit wordt als percentage van het wettelijke minimumloon (WML) weergegeven; UWV: indicatiesteller voor loonwaarde; verdiencapaciteit: wanneer iemand een loonwaarde heeft die lager ligt dan het WML; voorziening: ingekocht traject; praktijkroute: voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt wordt op de werkplek via een gevalideerde loonwaardemeting vastgesteld welke loonwaarde zij hebben. Bij een loonwaarde die bij voltijdse arbeid minder dan het wettelijk minimumloon bedraagt, kunnen deze personen, zonder beoordeling banenafspraak door UWV, worden opgenomen in het doelgroepregister voor de banenafspraak; Wet banenafspraak: de Wet banenafspraak is onderdeel van de Participatiewet en gaat over de afspraken die gemaakt zijn in het sociaal akkoord 2013; AM match: uitvoeringsorganisatie; structureel functionele beperking: een langdurige ziekte of handicap die het werken belemmert. Artikel2.Indeling naar categorie 1.De doelgroep wordt ingedeeld in vier categorieën om te bepalen hoe snel iemand gemiddeld kan uitstromen uit de uitkering door het aanvaarden van arbeid in loondienst: Kansrijk zonder ondersteuning; Kansrijk met beperkte ondersteuning; Kansrijk met intensieve ondersteuning; Niet kansrijk en een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 2.Tijdens het eerste gesprek wordt bepaald in welke categorie de klant wordt geplaatst. Deze indeling kan gewijzigd worden als gevolg van het volgen van een re-integratietraject en/of wijzigingen van de individuele omstandigheden. 3.De categorie waarin de persoon wordt geplaatst bepaalt welke verschillende instrumenten kunnen worden ingezet om de betreffende persoon naar werk te begeleiden. Artikel3.Indeling indicatieve loonwaarde 1.De indicatieve loonwaarde gaat over de afstand tot de arbeidsmarkt en de ondersteuning die daarbij past. De gevalideerde loonwaarde zoals benoemd in artikel 15 gaat over het arbeidsvermogen van personen die vallen onder de banenafspraak. 2.De indicatieve loonwaarde is geen statisch gegeven, maar kan zich in de tijd ontwikkelen. 3.Bij de categorisering wordt de volgende indeling gehanteerd: 0 %- 20%; zorg/arbeidsmatige dagbesteding. Dagbesteding wordt ook binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) aangeboden; 20%- 40%; arbeidsmatige dagbesteding, beschut werken of met ondersteuning aan de slag op de arbeidsmarkt; 40%- 70%; met ondersteuning aan de slag op de arbeidsmarkt; 70%- 100%; zelfredzaam, maar ondersteuning is mogelijk. 4.Personen in de eerste twee categorieën, 0%- 20% en 20%- 40%, hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Van deze groep is niet de verwachting dat zij op de reguliere arbeidsmarkt aan het werk kunnen gaan. Personen in de categorie 40%- 70% kunnen met gerichte ondersteuning wel de stap maken naar de reguliere arbeidsmarkt. Daarvoor is een gerichte en effectieve inzet van voorzieningen noodzakelijk. Personen in de categorie 70%- 100% zijn meer zelfredzaam en kunnen, indien noodzakelijk met ondersteuning, de stap naar de reguliere arbeidsmarkt snel maken. De categorieën geven een indicatie van de ondersteuning die geboden kan worden waarbij maatwerk wordt toegepast. Artikel4.Niet-uitkeringsgerechtigden en Anw-ers 1.Niet-uitkeringsgerechtigden, Anw-ers en jongeren onder de 18 jaar die niet in staat zijn zelfstandig een baan te vinden en te behouden vallen onder personen uit de doelgroep. 2.De hoogte van financiële middelen die worden ingezet bij een re-integratietraject aan de doelgroep genoemd in lid 1 van dit artikel bedraagt maximaal € 3.000,00. 3.Personen uit de doelgroep als genoemd in lid 1 van dit artikel hebben geen recht op een voorziening wanneer het netto gezinsinkomen van de persoon uit de doelgroep meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm voor alleenstaanden. 4.Personen uit de doelgroep als genoemd in lid 1 van dit artikel hebben geen recht op een voorziening wanneer het gezinsvermogen van de persoon uit de doelgroep meer bedraagt dan de van toepassing zijnde vermogensgrenzen als bedoeld in artikel 34, lid 3 Participatiewet. 5.Personen uit de doelgroep als genoemd in lid 1 van dit artikel hebben geen recht op een voorziening wanneer er reeds een startkwalificatie op mbo-niveau aanwezig is, tenzij deze startkwalificatie niet relevant is op de huidige arbeidsmarkt. Artikel5.Ondersteuning van personen bij arbeidsre-integratie 1.De persoon uit de doelgroep kan aanspraak maken op ondersteuning bij arbeidsre-integratie ten behoeve van het realiseren van de kortste weg naar algemeen geaccepteerde arbeid waartoe deze in staat is. 2.Het college stelt, na samenspraak met de persoon uit de doelgroep, vast welke ondersteuning het meest geschikt is om het beoogde doel te behalen. 3.Bij het aanbieden van een voorziening geeft het college het doel van de voorziening aan. 4.Indien van toepassing motiveert het college waarom geen uitvoering wordt gegeven aan de door de persoon uit de doelgroep gewenste ondersteuning bij arbeidsinschakeling. 5.Indien door het college aan een persoon uit de doelgroep een voorziening wordt aangeboden bepaalt het college, voor zover mogelijk in samenspraak met de persoon uit de doelgroep, welke mogelijkheid wordt geboden om verlof op te nemen in verband met vakantie, sollicitaties en bijzondere omstandigheden. Daarnaast overlegt de persoon de volgende informatie: inwoners met een bijstandsuitkering geven middels een aanvraagformulier de periode en bestemming van de vakantieperiode door. Het college moet de aanvraag goedkeuren. Binnen twee dagen na terugkomst meldt de uitkeringsgerechtigde dat hij/zij weer terug is en overlegt bewijsstukken gericht op de duur van het verblijf in het buitenland. 6.Een persoon uit de doelgroep dient bij zijn aanspraak op ondersteuning bij arbeidsre-integratie: mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor de beoordeling van de aanspraak op ondersteuning; naar vermogen mee te werken aan een aangeboden ondersteuning en aan het realiseren van het doel van de ondersteuning. 7.Het college informeert de persoon uit de doelgroep op adequate wijze over de voor hem geldende rechten en plichten jegens het college en derden welke voortvloeien uit deze beleidsregels of anderszins betrekking hebben op diens arbeidsre-integratie en medewerking aan ondersteuning. Artikel6.Afweging bij inzet van voorzieningen 1.Een besluit tot het aanbieden of voortzetten van een voorziening aan of met betrekking tot een persoon uit de doelgroep wordt gemaakt met inachtneming van: de mogelijkheden en belemmeringen van de persoon; de actuele of toekomstige vraag op de arbeidsmarkt. 2.Indien nodig wordt de afweging als bedoeld in het eerste lid tevens gemaakt met inachtneming van: eventueel bijkomende kosten, zoals bijvoorbeeld kinderopvang; het belang van scholing voor arbeidsre-integratie; de kosten van een voorziening in relatie tot de daarmee te dienen financiële belangen van de gemeente en de persoonlijke belangen van de persoon uit de doelgroep; overige kosten verband houdende met re-integratie zoals bij een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) indien deze niet vergoed worden door de werkgever. Artikel7.Reiskosten 1.Voor reiskosten anders dan voor sollicitaties worden conform de nu volgende afspraken te allen tijden vergoeding van reiskosten in overweging genomen, indien: Er voor deze vergoeding bijzondere individuele omstandigheden en redenen toe zijn, waarbij de klant kan aantonen/toelichten dat deze kosten niet uit de te ontvangen uitkeringsgelden betaald kunnen worden; Waarbij bij een positief oordeel op bovenstaand punt reiskosten alléén vergoed worden bij een reisafstand vanaf 5 km. 2.Voor reiskosten voor sollicitaties worden conform de nu volgende afspraken te allen tijden vergoeding van reiskosten in overweging genomen, indien: Er voor deze vergoeding bijzondere individuele omstandigheden en redenen toe zijn, waarbij de klant kan aantonen/toelichten dat deze kosten niet uit de te ontvangen uitkeringsgelden betaalt kunnen worden; Waarbij bij een positief oordeel op bovenstaand punt reiskosten alléén vergoed worden bij een reisafstand vanaf 10 km Reiskosten kunnen worden vergoed o.b.v. gereden kilometers of o.b.v. het openbaar vervoer. Artikel8.Concurrentieverhouding en verdringing De voorzieningen in het kader van re-integratie mogen niet leiden tot het onverantwoord beïnvloeden van concurrentieverhoudingen en verdringing van regulier werk op de arbeidsmarkt. Artikel9.Medewerkingsplicht De persoon uit de doelgroep is verplicht mee te werken aan de aangeboden ondersteuning. Overzicht van re-integratie voorzieningen Artikel10.Scholing en training 1.Het college kan in het kader van een re-integratietraject scholing en/of training aanbieden. 2.De scholing en/of training is altijd ter ondersteuning van het traject om de persoon uit de doelgroep duurzaam te laten uitstromen naar algemeen geaccepteerde arbeid waartoe belanghebbende in staat is. 3.Daarnaast kan scholing gericht zijn op het behalen van een minimale startkwalificatie. 4.Het Loket Leren en werken kan een bemiddelende rol spelen tussen de persoon uit de doelgroep en het aanbod van scholing en trainingen. Artikel11.Participatieplaats (werkervaringsplaats) 1.Een participatieplaats is een arbeidsplek waar onbeloonde additionele werkzaamheden worden verricht. 2.Het doel van een participatieplaats is vooral gericht op het laten opdoen van werkervaring, arbeidsritme en sociale vaardigheden. 3.De doelgroep voor deze voorziening zijn personen met een afstand tot de arbeidsmarkt in de loonwaardecategorie 20%- 40% en 40% - 70%. Dit zijn personen voor wie inschakeling in het arbeidsproces op korte termijn gering is en die niet direct aan het werk kunnen in een reguliere baan. 4.De volgende nadere eisen worden aan de participatieplaats gesteld: Voor de dagelijkse werkbegeleiding is tenminste 1 ongesubsidieerde medewerker (van de organisatie waar de participatieplaats wordt ingevuld) beschikbaar; Het minimumaantal werkuren is 16 uur per week. In overleg tussen de partijen kan dit verhoogd worden naar maximaal 36 uur per week(fulltime); De participatieplaats duurt maximaal 6 maanden. Minimaal 1 keer per periode wordt door het college in overleg met de betrokkenen beoordeeld of de participatieplaats nog geschikt is voor de betreffende persoon. 5.De werknemer op een participatieplaats wordt op afstand begeleid door het college. Deze begeleiding is afgestemd met de werkgever. 6.Voor de beoordeling van het besluit tot het verstrekken van een premie, zoals beschreven in artikel 10a, lid 6, van de Participatiewet en artikel 40 van de verordening Sociaal Domein, baseert het college zich op gevalideerde documenten die aanwijzingen bevatten dat de persoon uit de doelgroep zijn kansen op de arbeidsmarkt heeft vergroot. Voor deze beoordeling kan het college ook zelf bronnen raadplegen, bijvoorbeeld de werkgever waar de participatieplaats wordt uitgevoerd. Artikel12.Eigen gemeentelijke training 1.De training is een werkmethode die personen uit de doelgroep traint in het zoeken naar werk en hen helpt hun werknemersvaardigheden en empowerment in het solliciteren te verbeteren. 2.De doelgroep voor deze training bestaat uit personen met een loonwaarde tussen 70%-100%. 3.Een eigen gemeentelijke training duurt maximaal 13 weken. Artikel13.Losse trajecten 1.Voorafgaand aan of volgend op een traject zoals de eigen gemeentelijke training kunnen ook andere, aanvullende, trajecten worden ingezet en hiervoor worden ingekocht die als doel hebben om de betreffende persoon een plek op de reguliere arbeidsmarkt te laten bemachtigen. 2.Een los traject kan ook ingezet worden voor de doelgroep die geen eigen gemeentelijke training heeft gevolgd. Artikel14.Marginaal zelfstandigen 1.De doelgroep voor deze voorziening bestaat uit personen met een afstand tot de arbeidsmarkt in de loonwaardecategorie 20% tot 40 % en 40% tot 70%. Dit zijn personen voor wie inschakeling in het arbeidsproces op korte termijn gering is en die niet direct aan het werk kunnen in een reguliere baan. Tevens zijn dit personen die lichamelijk of psychisch niet in staat zijn om aan het urencriterium Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) te voldoen. 2.De zelfstandige activiteiten bedragen minder uren dan het aantal genoemd in artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en het urencriterium Bbz. 3.In aanvulling op de verplichtingen op grond van de Participatiewet dient de persoon uit de doelgroep: belastingaangifte te doen vóór 1 mei van het jaar volgende op het kalenderjaar (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.