Beleidsregels verhaal Gemeente Haarlemmermeer 2023 Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer; gelet op de artikelen 34 en 70 van de Verordening sociaal domein gemeente Haarlemmermeer 2023; gelezen het voorstel d.d 10 januari 2023; besluit vast te stellen: Beleidsregels verhaal Gemeente Haarlemmermeer 2023 Artikel1.Begripsomschrijvingen 1.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: de wet: Participatiewet; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen; Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; WI: Wet inburgering; Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004; de wetten: de onder a tot en met f genoemde wetten en regelingen tezamen met de Jeugdwet; Awb: Algemene wet bestuursrecht; BW: Burgerlijk Wetboek; het college; het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer; LBIO: Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen; debiteur: de persoon van wie wordt teruggevorderd. 2.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wetten en de daarop berustende regelingen, alsmede in de Algemene wet bestuursrecht en het Burgerlijk Wetboek. Artikel2.Gebruik van de wettelijke bevoegdheid 1.Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het toepassen van verhaal zoals bedoeld in paragraaf 6.5 van de Participatiewet, tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald. 2.De kosten van bijstand kunnen in drie situaties worden verhaald: op degene die zijn onderhoudsplicht jegens (ex-) echtgenoot of minderjarig kind niet behoorlijk nakomt (art. 62 en 62 b Participatiewet); op degene aan wie de belanghebbende die bijstand ontvangt een schenking heeft gedaan, voor zover met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden als de schenking niet zou hebben plaatsgevonden (artikel 62f onderdeel a Participatiewet); op de nalatenschap van een overleden bijstandsgerechtigde, voor zover er nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden voor het overlijden of als er bijstand is verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht (artikel 62f onderdeel b Participatiewet). Artikel3.Verplichting van de bijstandsgerechtigde 1.Het college legt ingevolge artikel 55 Participatiewet de verplichting aan de bijstandsgerechtigde op om alimentatie te vorderen middels een gerechtelijke uitspraak tenzij dit door omstandigheden niet kan worden verlangd van belanghebbende, bijvoorbeeld indien er sprake is van een “vechtscheiding” of van andere dringende redenen. 2.Indien de alimentatie welke is vastgesteld middels een gerechtelijke uitspraak niet tot uitbetaling komt legt het college de verplichting op om uitbetaling af te dwingen, zo nodig door inschakeling van derden, zoals het LBIO of gerechtsdeurwaarder. 3.Indien de bijstandsgerechtigde niet voldoet aan de verplichting volgens lid 1 of 2 kan het college gebruik maken van zijn bevoegdheden zoals vastgelegd in artikelen 62 en 62b van de wet. Artikel4.Rechterlijke maatstaven Bij de beoordeling van het bestaan van het verhaalsrecht op de onderhoudsplichtige en de omvang van het te verhalen bedrag wordt rekening gehouden met de maatstaven die gelden en de omstandigheden die van belang zijn in het geval dat de rechter dient te beslissen over de vraag of en, zo ja, tot welk bedrag een uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding, scheiding van tafel en bed of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed zou moeten worden toegekend. Hoofdstuk2Geheel of gedeeltelijk afzien van verhaal Artikel5.Afzien van verhaal In afwijking van artikel 2 wordt van het opleggen van een verhaalsbijdrage afgezien indien het op te leggen verhaalsbedrag lager is dan € 45 per maand of € 540 op jaarbasis. Artikel6.Afzien van verhaal vanwege schulden Het college kan op verzoek van belanghebbende besluiten om gedeeltelijk af te zien van verhaal van kosten van bijstand voor zover het betreft verschuldigde verhaalsbijdragen die op het moment van besluit opeisbaar zijn, indien: te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden; te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen, en de vordering van de gemeente wegens verhaal van bijstand ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. Artikel7.Inwerkingtreding afzien verhaal Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van verhaal als bedoeld in artikel onder b en c treedt niet in werking voordat een schuldregeling tot stand is gekomen. Artikel8.Intrekking afzien verhaal Het besluit tot het gedeeltelijk afzien van verhaal wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende gewijzigd indien: niet binnen twaalf maanden nadat dat besluit is bekendgemaakt, een schuldregeling is tot stand gekomen; de belanghebbende zijn schuld aan de gemeente niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; of onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. HOOFDSTUK3INVORDERING Artikel9.Invordering bij dwangbevel en verhaal in rechte 1.Het college maakt gebruik van de bevoegdheden om bij dwangbevel in te vorderen. 2.Verhaal in rechte conform de bepalingen van artikel 62h Participatiewet vindt alleen plaats, indien het te verhalen bedrag hoger is dan een bedrag van € 45 per maand of € 1.200 op jaarbasis. Artikel10.Terugbetaling 1.Op de geldschulden die in verband met een besluit tot toepassen van verhaal ontstaan is titel 4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.