← Nederland

Beleidsregel grondwaardebepaling bestaande erfpachtrechten Amsterdam 2023 (Amsterdam)

Beleidsregel grondwaardebepaling bestaande erfpachtrechten Amsterdam 2023Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 160, eerste lid, 1 sub d, van Gemeentewet, besluit de volgende regeling vast te stellen: Beleidsregel grondwaardebepaling bestaande erfpachtrechten Amsterdam 2023 Begrippen Afkoop – het door de erfpachter in één keer vooruitbetalen van alle toekomstige canonbedragen voor de looptijd van het erfpachtrecht voor de in de notariële akte vastgelegde bestemming en het in de notariële akte vastgelegde toegestane gebruik. De looptijd is bij voortdurende erfpacht gelijk aan de looptijd van het tijdvak (meestal vijftig jaar) en bij eeuwigdurende erfpacht gelijk aan de eeuwigheid. Buurtquote – het gemiddelde van alle berekende individuele grondquotes in een buurt waarmee het gronddeel in de WOZ-waarde van een woning in de desbetreffende buurt berekend kan worden. Buurtstraatquote (BSQ) – het gemiddelde van alle berekende individuele grondquotes, welke op minimaal 5% zijn gesteld, in een buurtstraat, waarmee het gronddeel in de WOZ-waarde van een woning in de desbetreffende buurtstraat berekend kan worden. De buurtstraatquote is maximaal 49%. Canon – de periodieke vergoeding die de erfpachter betaalt voor het gebruik van de grond en die, afhankelijk van de Algemene Bepalingen die van toepassing zijn, periodiek (jaarlijks) al dan niet wordt aangepast aan de inflatie. Depreciatie – een verlaging van de (erfpacht)grondwaarde. Eeuwigdurende erfpacht – erfpacht voor onbepaalde tijd (de eeuwigheid). Hierbij is geen sprake van tijdvakken. Erfpacht – een zakelijk recht dat de erfpachter het recht geeft op het gebruik van een onroerende zaak, die eigendom is van een ander, in dit geval de gemeente. Erfpachtgrondwaarde – de waarde die ten grondslag ligt aan de berekening van de canon, en is vastgesteld, waarbij rekening is gehouden met de in de erfpachtakte opgenomen beperkingen, bestemming, het toegestane gebruik en de maximaal toegestane vloeroppervlakte van het perceel. Hieronder valt niet de waarde van de opstallen die op het perceel aanwezig zijn. Functionele grondwaardepolitiek – methodiek waarbij de bestemming van het vastgoed maatgevend is voor de waardebepaling van de grond. Grondquote – de grondquote is het deel van de vastgoedwaarde dat aan de grond wordt toebedeeld. Grondwaarde – de economische waarde van een locatie waarbij geen rekening wordt gehouden met privaatrechtelijke beperkingen volgend uit het erfpachtrecht. Herbouwkosten wonen – de bouw-, bijkomende en sloopkosten, uitgaande van regelgeving en constructies conform prijspeil van de gehanteerde WOZ-waarde. Herbouwkosten niet-wonen – de bouw-, bijkomende en sloopkosten, uitgaande van actuele regelgeving en constructies. Marktwaarde – het bedrag dat een bereidwillige koper wil betalen in een marktconforme transactie, na behoorlijke marketing, waarbij de koper en verkoper geïnformeerd, zorgvuldig en zonder dwang hebben gehandeld. Onbezwaarde waarde – de waarde waarbij rekening wordt gehouden met beperkingen die volgen uit het publiekrecht en niet met de privaatrechtelijke beperkingen. Opstallen – gebouwen en werken. Opstalwaarde – de herbouwkosten van de opstallen bij wonen en de nieuwbouwkosten van opstallen, inclusief de sloopkosten van de oude opstallen bij niet-wonen. Residuele grondwaarde methode – methode waarbij de waarde van de grond wordt bepaald door het verschil tussen de vastgoedwaarde en de opstalwaarde. Vastgoedwaarde – de marktwaarde van het vastgoed in het economisch verkeer waarbij de grond onderdeel is van deze waarde, tenzij anders vermeld. Voortdurende erfpacht – erfpacht voor onbepaalde tijd waarbij aan het einde van iedere overeengekomen periode (tijdvak) de canon wordt herzien en nieuwe algemene bepalingen aan de erfpachter kunnen worden opgelegd. WOZ-waarde – de waarde van de woning volgens Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ). De WOZ-waarde wordt elk jaar door de gemeente vastgesteld. Inleiding De gemeente Amsterdam geeft grond uit in erfpacht. Dit betekent dat de grond eigendom blijft van de gemeente en dat de erfpachter de grond mag gebruiken tegen een vergoeding; de canon. De waarde van de grond bepaalt de hoogte van de canon. De gemeente voert dit beleid al meer dan honderd jaar: uitgifte in erfpacht is regel en verkoop in vol eigendom de uitzondering. In Amsterdam werd tot juli 2016 de grond in voortdurende erfpacht uitgegeven. Voortdurende erfpacht betekent dat het erfpachtrecht een onbepaalde looptijd heeft, maar is opgedeeld in tijdvakken. Bij de start van elk tijdvak wordt de canon herzien. Sinds juli 2016 geeft de gemeente haar grond in eeuwigdurende erfpacht uit. Eeuwigdurende erfpacht betekent dat het erfpachtrecht een onbepaalde looptijd heeft en géén tijdvakken kent. Er zijn nu zowel voortdurende als eeuwigdurende erfpachtrechten in Amsterdam. Daarnaast is er nog een aantal tijdelijke erfpachtrechten. Het voorliggende beleidsdocument gaat specifiek in op bestaande erfpachtrechten, zowel tijdelijke, voortdurende, als eeuwigdurende erfpachtrechten. Voor nieuwe uitgiften in erfpacht is het beleid `Grondprijsbepaling voor nieuwe erfpachtrechten´ van toepassing. Bestaande erfpachtrechten kunnen wijzigen. Onder meer bij een canonherziening, omzetting naar eeuwigdurende erfpacht, perceelsuitbreiding, bestemmingswijziging en bebouwingsuitbreiding. Bij wijzigingen is het nodig om de waarde van de erfpachtgrond, de canon en eventueel de afkoopsom van de canon te bepalen. De wijze waarop dit gebeurt, is vastgelegd in het voorliggende document. Deze nota gaat in de eerste plaats over (wijzigingen van) erfpachtrechten met de AB1915, AB1934, AB1937, AB1955, AB1966, AB1994, AB2000 en de AB2016. Voor erfpachtrechten uitgegeven onder de Algemene Bepalingen van de Haven en de Algemene Bepalingen 1985 of Algemene Bepalingen 1998 voor woningcorporaties is het beleid grondwaardebepaling bestaande erfpachtrechten in principe niet van toepassing. Bij wijzigingen van erfpachtrechten uitgegeven onder de Algemene Bepalingen 1985 of Algemene Bepalingen 1998 wordt uitgegaan van de grondwaarden welke zijn afgesproken met de Amsterdamse Federatie van Woningbouwcorporaties (AFWC), zoals vastgelegd in de Samenwerkingsafspraken 2020-2023 en het Uitvoeringsbesluit 2020 voor Erfpacht voor Woningcorporaties. Zijn er geen afspraken over de grondwaarde dan wordt alsnog uitgegaan van het hier voorliggende beleid. Mandaat directeur Grond en Ontwikkeling Indien naar het oordeel van de Gemeente, vanwege proces- of projectspecifieke omstandigheden, het toepassen van de gehanteerde uitgangspunten in het grondprijsbeleid niet leidt tot de meest optimale erfpachtgrondprijs, kan de Gemeente afwijken van de gehanteerde uitgangspunten om zo toch tot de meest optimale erfpachtgrondprijs te komen. De directeur Grond en Ontwikkeling is in voorkomende gevallen door het college van burgemeester en wethouders gemandateerd om invulling te geven aan deze afwijkingsmogelijkheid. De directeur Grond en Ontwikkeling rapporteert de afwijkingen regelmatig aan het college in de “Rapportage toepassing Grondprijsbeleid”.1mandaat op grond van bijlage 4 van het Bevoegdhedenbesluit 16 december 2014 onder 3.B, lid 2 sub d i.c.“Het nemen van besluiten inzake erfpachtuitgifte waarbij wordt afgeweken van de meest actuele door de Gemeenteraad aanvaarde (bandbreedtes van

  1. de)erfpachtgrondprijzen, ter realisering van de meest optimale erfpachtgrondprijs (artikel 160, eerste lid onder e van de Gemeentewet).” Leeswijzer Het volgende hoofdstuk beschrijft de algemene uitgangspunten voor de bepaling van de waarde van de erfpachtgrond. In hoofdstuk drie wordt ingezoomd op de bepaling van de opstalwaarde. Vervolgens wordt afzonderlijk ingegaan op de bijzonderheden van grondwaardebepaling voor woningen (hoofdstuk 4) en niet-woningen (hoofdstuk 5). Tot slot wordt in hoofdstuk 6 aangegeven op welke wijze de canon en afkoopsom op basis van de erfpachtgrondwaarde worden bepaald. 2.Bepaling van de grondwaarde Bij wijzigingen in een bestaand erfpachtrecht moet de grondwaarde worden vastgesteld. In dit hoofdstuk wordt eerst het begrip grondwaarde toegelicht. De grondwaarde wordt bepaald op basis van de residuele methode (paragraaf 2.2) of op basis van vaste of minimale grondwaarden per eenheid (paragraaf 2.3). De gemeente kan besluiten de grondwaarde te verminderen (depreciëren) bij een wijziging van een bestaand erfpachtrecht. Deze zogenaamde depreciatie van de grondwaarde wordt in paragraaf 2.4 toegelicht. 2.1De grondwaarde De waarde van grond hangt samen met de locatie, de gebruiksmogelijkheden en –voordelen die de locatie de gebruiker biedt, en de marktwaardering daarvan. Dit is per definitie voor elke locatie uniek. De waarde van grond is niet stabiel in de tijd. Het aanbod aan vastgoed op een locatie staat grotendeels vast en de marktvraag wisselt sterk. De grondwaarde is afhankelijk van de volgende vier factoren: de (toegestane) bestemming, inclusief gebruik- en bebouwingsmogelijkheden; de locatie; het moment in de tijd; fiscale aspecten. Ad. 1 De toegestane bestemming De grondwaarde wordt onder meer bepaald door de opbrengsten die de gebruiker ermee kan realiseren. Deze opbrengsten worden onder andere bepaald door de bestemming, het toegestane gebruik en de te gebruiken vloeroppervlakten. Het toegestane gebruik wordt bepaald aan de hand van het bestemmingsplan (publiekrecht) en de erfpachtrecht (privaatrecht). Een kantoor heeft bijvoorbeeld een ander opbrengst- en kostenniveau dan een woning. En de grondwaarde van een perceel is doorgaans hoger naarmate er een groter volume op mag worden gerealiseerd. Ad. 2 Locatie De locatie heeft ook een groot effect op de grondwaarde. De locatie heeft voornamelijk invloed op het opbrengstniveau, afhankelijk van de bestemming, en in mindere mate op het kostenniveau om het vastgoed te realiseren en onderhouden. Een kantoor op de Zuidas heeft een hogere waarde dan hetzelfde kantoor in Amsterdam Noord, terwijl de stichtingskosten bij een gelijk kwaliteitsniveau ongeveer gelijk zijn. Hierdoor kunnen de grondwaardes van een zelfde bestemming op verschillende locaties fors van elkaar afwijken. Ad. 3 Het moment in de tijd De vraag naar vastgoed wisselt afhankelijk van de economische ontwikkeling. In tijden van economische achteruitgang neemt de vraag naar vastgoed doorgaans af, terwijl in economisch betere tijden de vraag doorgaans toeneemt. In hoeverre de vraag reageert op de actuele economische ontwikkeling is vaak ook afhankelijk van de bestemming, de locatie en maatschappelijke ontwikkelingen. Ad. 4 Fiscale aspecten Overdrachtsbelasting: Bij leveringen van bestaand vastgoed moet doorgaans overdrachtsbelasting worden betaald. Deze belasting beïnvloedt daarmee de vastgoedwaarde en zo uiteindelijk ook de grondwaarde. Inkomstenbelasting: Eigenaar-bewoners mogen de canon en – onder voorwaarden – hypotheekrente aftrekken voor de inkomstenbelasting. Deze belastingen of vrijstelling van belastingen beïnvloeden daarmee direct of indirect de vastgoedwaarde en zo uiteindelijk ook de grondwaarde. 2.2Residuele methode Amsterdam bepaalt voor nieuw uit te geven en bestaande erfpachtrechten de grondwaarde op basis van een genormeerde toepassing van de ‘residuele methode’. Deze methode betekent dat de vastgoedwaarde wordt verminderd met de opstalwaarde. Wat overblijft (het residu) is de waarde die aan de (erfpacht)grond wordt toegeschreven. Genormeerd betekent dat de gemeente niet uitgaat van feitelijke opbrengsten- en kostenniveaus, maar van ‘genormeerde’ kosten- en opbrengstenniveaus voor vergelijkbare objecten. Voor de bepaling van de erfpachtgrondprijs wordt derhalve uitgegaan van een voor de locatie, bestemming en het moment representatief niveau, zowel voor wat betreft kwaliteits-, opbrengsten- als stichtingskostenniveau. Amsterdam voert een functionele en residuele grondwaardepolitiek. Dit houdt in dat de waarde van de grond gerelateerd is aan de daarop te realiseren bestemming. Per bestemming wordt de residuele methode toegepast. De precieze methode verschilt tussen de bestemming wonen en niet-wonen. In hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5 wordt per hoofdbestemming beschreven hoe de grondwaarde wordt bepaald. 2.3Vaste en minimale erfpachtgrondwaarde Voor enkele bestemmingen, bijvoorbeeld nutsvoorzieningen, wordt de erfpachtgrondwaarde niet residueel bepaald, maar gelden vaste erfpachtgrondwaarden. In het onderhavige beleid staat in welke gevallen een vaste erfpachtgrondwaarde van toepassing is. Voor deze segmenten is een residuele grondwaardebepaling lastig omdat het vastgoed geen objectief te bepalen waarde kent of een lage economische waarde waardoor de residuele grondwaardeberekening op de minimale erfpachtgrondwaarde of lager zou uitkomen. Daarnaast wordt voor alle vastgoedsegmenten een minimale erfpachtgrondwaarde bepaald. Het gebruik van de grond is niet gratis. De gemeente hanteert per definitie geen negatieve erfpachtgrondwaarde. De minimale en vaste erfpachtgrondwaarden worden jaarlijks aangepast met de inflatie. 2.4Depreciatie van de (erfpacht)grondwaarde Bij bestaande (reeds uitgegeven) erfpachtrechten is sprake van beperkingen en een contractrelatie. De grondwaarde wordt daarom gedeprecieerd om de erfpachtgrondwaarde te bepalen. Verschil eigen grond en erfpachtgrond Tussen eigendom en erfpacht is sprake van een waardeverschil omdat erfpacht over het algemeen beperkingen kent waarvan bij eigendom geen sprake is. De mate waarin aan een erfpachtrecht beperkingen en verplichtingen verbonden zijn (die bij eigendom niet gelden) bepaalt het waardeverschil. Het gaat dan vooral om privaatrechtelijke beperkingen ten aanzien van de bestemming, het gebruik en de vloeroppervlakte. Bij wijziging hiervan kan de canon worden herzien en het feit dat de canon in die situaties kan worden herzien heeft invloed op de waarde van het erfpachtrecht. Met het waardeverschil tussen eigendom en erfpacht wordt rekening gehouden bij de bepaling van de grondwaarde. Dit kan door een afslag te hanteren op de op basis van eigendom berekende grondwaarde. De afslag corrigeert de grondwaarde dan naar beneden. Als de referenties die zijn gebruikt voor de marktwaardebepaling al erfpacht (met gelijke beperkingen als het erfpachtrecht waarvoor de grondwaarde wordt bepaald) betroffen, is een afslag wegens erfpacht niet meer nodig. De grondwaarde waarin de beperkingen zijn verwerkt is de erfpachtgrondwaarde. Depreciatie Er is sprake van een contractrelatie met de erfpachter bij wijzigingen van een bestaand erfpachtrecht, waardoor de erfpachter geen reëel alternatief heeft anders dan voortzetting van het contract. Deze bestaande contractsituatie, coulance overwegingen en het bevorderen van het draagvlak van het erfpachtstelsel, zijn redenen om een depreciatie van 10% te hanteren. Met deze 10% depreciatie wordt, naast de compensatie voor het bestaande erfpachtrecht, ook het verschil in waarde tussen vol eigendom en erfpacht overbrugd2Sloopkosten vormen in het onderhavige beleid onderdeel van de opstalwaarde en vormen daardoor geen aanleiding om mee te nemen in de depreciatie.. Overstappremie Conform de Overstapregeling 2017 wordt bij de overstap naar eeuwigdurende erfpacht op de erfpachtgrondwaarde voor woonbestemmingen een overstappremie toegepast. 2.5Wijzigingen van bestaande erfpachtrechten Er zijn drie situaties waarin het nodig is de erfpachtgrondwaarde van bebouwde en in erfpacht uitgegeven grond (bestaande erfpachtrechten) te bepalen: gemeentelijke aanbieding bij canonherziening bij einde van het tijdvak van voortdurende erfpachtrechten; wijziging van een bestaand erfpachtrecht (bijvoorbeeld het omzetten van een voortdurend erfpachtrecht naar een eeuwigdurend erfpachtrecht, een bestemmingswijziging, een bebouwingsuitbreiding of een combinatie van twee of meer van deze opties); conversie van een tijdelijk naar eeuwigdurend erfpachtrecht. Soms komt in dat geval de looptijd van het tijdvak ten einde en wordt er een nieuw tijdvak overeengekomen en soms blijft de looptijd van het tijdvak ongewijzigd en wordt enkel de bestemming en/of de oppervlakte van het erfpachtrecht gewijzigd. In beide gevallen moet de erfpachtgrondwaarde bepaald worden als grondslag voor de canon dan wel afkoopsom. Bij een canonherziening einde tijdvak (CHET), conversie van een tijdelijk naar een eeuwigdurend erfpachtrecht (inclusief Vicarie-erfpacht) en overstap van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht wordt een nieuwe looptijd afgesproken en verandert de bestemming en/of bebouwing in principe niet. De wijze van grondwaardebepaling ten behoeve van de bepaling van de canon dan wel afkoopsom voor de nieuwe looptijd staat beschreven in hoofdstuk 4 (wonen) en 5 (niet-wonen). Bij canonherziening einde tijdvak en overstap naar eeuwigdurende erfpacht wordt de grondwaarde met 10% gedeprecieerd om de erfpachtgrondwaarde te verkrijgen. Bij conversies van een tijdelijk erfpachtrecht naar een eeuwigdurend erfpachtrecht geldt geen depreciatie. Juridisch gezien wordt er geen bestaand erfpachtrecht voortgezet en is er geen reden voor de 10% depreciatie. Er is wel sprake van bebouwde grond, maar bij de grondwaardebepaling is hier al rekening mee gehouden. De depreciatie van 10% is wel van toepassing voor erfpachtrechten op zogenaamde Vicariegronden3Dit zijn percelen grond die in de middeleeuwen in bezit waren van een kerkelijke stichting; de Vicarie. Halverwege de 20ste eeuw heeft de gemeente Amsterdam de eigendom van deze gronden (belast met de erfpachtrechten) verkregen.. Deze tijdelijke rechten lopen af in 2053 of 2064 en kennen geen Algemene Bepalingen. De gemeente zal voor het bepalen van de canon voor een tussentijdse conversie deze rechten behandelen als ware het erfpachtrechten met Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht. Dat betekent dat bij de aanbieding voor een nieuw erfpachtrecht er wel depreciatie van 10% zal worden toegepast. Indien sprake is van een wijziging van de bestemming en/of de bebouwing ten opzichte van wat privaatrechtelijk is overeengekomen in het erfpachtcontract, dan moet de eventuele economische meerwaarde berekend worden door het nieuwe programma tegen het oude programma af te zetten. Beide programma’s worden tegen actueel prijspeil op basis van de marktconforme erfpachtgrondwaarden berekend. Hierbij wordt voor wonen de WOZ-waarde van de woonbestemming gebruikt, mits de oppervlakte uit WOZ-administratie niet meer dan 5% tot een maximum van 5 m² gebruiksoppervlak afwijkt van de oppervlakte volgens de akte dan wel, indien deze niet beschikbaar is, volgens de feitelijke situatie. Afwijkingen die groter zijn dan hiervoor genoemd maken de WOZ-waarde onbruikbaar, waardoor de onbezwaarde waarde wordt bepaald door Grond en Ontwikkeling op basis van gegevens uit de akte dan wel, indien deze niet beschikbaar is, volgens de feitelijke situatie. Zie hiervoor de notitie “Onbezwaarde waarde, maatwerk BSQ en procedure van bedenkingen”. Bij wijzigingen van een erfpachtrecht, zoals bestemmings- en/of bebouwingswijzigingen wordt depreciatie van 10% toegepast, maar alleen op de nieuwe bestemming. Zie paragraaf 4.3 voor een nadere toelichting op bestemmings- en bebouwingswijzigingen. Een uitzondering hierop vormt een bestemmingswijziging van een huurwoning naar een (koop)woning. Op het moment dat de gemeente toestemming verleend om de erfpachtbestemming van een huurwoning om te zetten naar (koop)woning is er een aanvullende canon of afkoopsom verschuldigd. De meerwaarde wordt bepaald door het verschil in erfpachtgrondwaarde tussen (koop)woning en huurwoning. Deze meerwaarde wordt gelijk gesteld aan de 5% van de WOZ-waarde van het voorgaande belastingjaar. Voor bestemmingswijzigingen van huur- naar koopwoning geldt geen depreciatie. Bij splitsingen wordt het erfpachtrecht opgedeeld in meerdere erfpacht- en/of appartementsrechten, waarbij de marktconforme erfpachtgrondwaarde per erfpachtrecht/appartementsrecht als verdeelsleutel dient. Perceel- en tuinuitbreidingen betreffen nieuwe uitgifte van grondpercelen, die tegelijkertijd worden samengevoegd met het bestaand erfpachtrecht. Ook hier geldt dat de wijze van grondwaardebepaling staat beschreven in hoofdstuk 4 (wonen) en 5 (niet-wonen). 3.Bepaling van de opstalwaarde In het vorige hoofdstuk is aangegeven dat de (residuele) grondwaarde wordt bepaald door de vastgoedwaarde te verminderen met de opstalwaarde. Dit hoofdstuk behandelt de wijze waarop de opstalwaarde voor wonen (paragraaf 3.1) en voor niet-wonen wordt bepaald (paragraaf 3.2). 3.1Opstalwaarde voor wonen De opstalwaarde voor wonen wordt bepaald aan de hand van de herbouwkosten. De herbouwkosten zijn gelijk aan de kosten waarvoor een woning opnieuw gebouwd kan worden. Deze kosten zijn geraamd door een extern bouwkostenbureau. Bij de herbouwkosten is uitgegaan van regelgeving en constructieve eisen conform prijspeil van de WOZ-waarden. De BSQ 2023 is gebaseerd op de WOZ-waarden van belastingjaar 2022 en deze zijn vastgesteld op prijspeil 2021. De herbouwkosten zijn hierom eveneens vastgesteld op prijspeil 2021. De herbouwkosten zijn bepaald door de bouwsom van nieuwbouw (inclusief fundering) te vermeerderen met de kosten van het slopen van het bestaande pand. Bij het bepalen van sloopkosten zijn onder andere saneringskosten en asbestverwijdering buiten beschouwing gelaten. Deze kosten zijn namelijk (grond)vervuilingen aangebracht door de huidige erfpachter of een voorganger. Bij uitgifte was de grond immers geschikt voor gebruik. De bouwkostenberekeningen zijn gebaseerd op de benoemde actuele prijspeil en de actuele eisen die worden gesteld aan gebouwen. Voor de bepaling van de opstalwaarde worden meerdere referentiemodellen gebruikt. Deze referentiemodellen omvatten de binnen Amsterdam veel voorkomende woning- en gebouwtypen. Bij de bestemming wonen zijn de referenties gecategoriseerd overeenkomstig de woningtypes die de belastingdienst Amsterdam hanteert voor de WOZ-waardebepaling. Als per woningtype meerdere uitvoeringen mogelijk zijn dan wordt uitgegaan van de gemiddelde prijs van die woningtypes. Zo zijn er bijvoorbeeld referenties voor hoekwoningen, tussenwoningen, drive-in woningen, galerijflats, portiekflats, benedenwoningen en bovenwoningen. Oppervlakte woningen Kleine woningen hebben doorgaans per m² gebruiksoppervlak (
  2. go)een hogere opbrengst dan grote woningen, hier tegenover staat dat de kosten per m² go van een kleine woning ook hoger zijn dan van een grote woning. Daarom is er voor de kostenberekening uitgegaan van verschillende oppervlaktecategorieën. Zo zijn voor de meergezinswoning-bovenwoning de kosten uitgerekend voor woningen met een gebruiksoppervlak (
  3. go)van 30 t/m 180 m². De bouwkosten, de bijkomende kosten en de sloopkosten vormen samen de herbouwkosten. De bouw- en sloopkosten zijn de kosten om het fysieke bouwwerk te maken en te slopen. Dit zijn onder andere kosten voor arbeid, materialen en materieel (zoals steigerwerk, bouwketen en kranen). De bijkomende kosten zijn de kosten die naast de bouwkosten gemaakt worden om een project te realiseren en in gebruik te nemen. Hieronder vallen onder meer de honoraria voor adviseurs (architecten, constructeur, toezicht, projectmanagement) heffingen en aansluitkosten, financierings-, verkoop-, verhuurkosten en algemene kosten en winst voor de projectontwikkelaar. Locatie van de woning Omdat bouwen in het centrum duurder is dan daar buiten, wordt daar bij de kostenbepaling rekening mee gehouden. Voor extra kosten die het gevolg zijn van de bereikbaarheid of moeilijkheid van de locatie, wordt een toeslag gehanteerd voor verschillende locatiecategorieën. De toeslag is gekoppeld aan de buurtcombinaties van Onderzoek Informatie en Statistiek (OIS). Kwaliteit van de opstal De herbouwkosten hangen ook samen met de kwaliteit en waarde van de opstal. De kwaliteit van de opstal is moeilijk te meten, maar wordt gebaseerd op de WOZ-waarde per m². Afhankelijk van de woninggrootte en de WOZ-waarde per m² wordt op de herbouwkosten een toeslag toegepast wanneer de WOZ-waarde per m² hoger is dan het niveau waarop de herbouwkosten zijn gebaseerd. In bijlage 2 is een uitgebreide toelichting opgenomen op de bepaling van de opstalwaarde voor wonen. 3.2Opstalwaarde voor niet-wonen Ook bij niet-wonen wordt voor de opstalwaarde uitgegaan van nieuwbouwkosten inclusief de kosten voor de sloop van de bestaande opstal. De nieuwbouwkosten bestaan uit de bouwkosten en de bijkomende kosten voor nieuwbouwkwaliteit. Er wordt gerekend met een actueel prijspeil, omdat de vastgoedwaarde ook een actueel prijspeil heeft (zie hoofdstuk 5). Voor kantoren, bedrijven, horeca en winkels worden diverse referenties gehanteerd om de nieuwbouwkosten te bepalen. Voor kantoren is daarbij een onderscheid gemaakt in verschillende gebouwhoogtes en kwaliteitsniveaus (van basiskwaliteit tot topkwaliteit). Voor de kantoren wordt uitgegaan van volledige afbouw, inclusief installaties, exclusief kantoorinrichting. Voor bedrijfsruimte en winkelruimte wordt uitgegaan van een casco oplevering (aansluitingen tot de meterkast en benodigde inbouwvoorzieningen). Ook voor parkeren wordt gebruik gemaakt van verschillende referenties. Er zijn referenties voor parkeren op maaiveld (niet overbouwd), parkeren op maaiveld en op de verdieping in een gebouw, half-verdiept parkeren en verdiept parkeren. Bij de overbouwde parkeerplaatsen wordt uitgegaan van afgebouwde parkeergarages inclusief installaties. Verder wordt onderscheid gemaakt tussen stallings- en openbare parkeerplaatsen. Er wordt zoveel mogelijk uitgegaan van standaardreferenties. Daar waar dit niet mogelijk is of voor bestemmingen met een grote variatie in verschijningsvorm, bouwvorm of volume (zoals kiosken en winkelcentra) worden de kosten afzonderlijk bepaald. Voor parkeerplaatsen bij woningen wordt in sommige gevallen een andere benadering gehanteerd, zie paragraaf 5.2. 4.Grondwaardebepaling bij wonen De grondwaarde voor de bestemming wonen wordt residueel bepaald aan de hand van de zogenaamde WOZ/BSQ-methode. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze de erfpachtgrondwaarde bij wonen wordt bepaald op basis van de WOZ-waarde van de woning. Deze methodiek wordt zowel voor voortdurende als voor eeuwigdurende erfpachtrechten toegepast. In paragraaf 4.1 wordt de grondwaardebepaling op basis van de WOZ-waarde en de buurtstraatquote toegelicht. De buurtstraatquote wordt in paragraaf 4.2 behandeld. 4.1Grondwaardebepaling op basis van de WOZ-waarde Voor de bestemming wonen wordt de erfpachtgrondwaarde als volgt bepaald: Voor de bepaling van de vastgoedwaarde wordt de WOZ-waarde gebruikt mits de WOZ-waarde voldoet aan de volgende criteria: is definitief beschikt (eventuele bezwaarprocedures zijn afgerond); is gebaseerd op grond en de daarop gerealiseerde en volledig afgebouwde onroerende zaak4Een waterwoning is geen onroerende zaak en de WOZ-waarde van een waterkavel is niet gebaseerd op afgeronde bebouwing en kan daarmee niet worden gebruik voor de bepaling van de grondwaarde.. Dit wil zeggen dat de opstal voor de peildatum is opgeleverd volgens de WOZ-administratie; is gebaseerd op bestemming(
  4. en)die overeenstemmen met het erfpachtrecht; het erfpachtrecht niet is gewijzigd na de peildatum van de WOZ-waarde; een eventuele bestemmingsbeperking in het erfpachtrecht ten opzichte van het bestemmingsplan heeft geen invloed op de WOZ-waarde. Praktisch betekent dit dat de WOZ beschikking van het vorige belastingjaar wordt gebruikt. De WOZ-waarde heeft dan een peildatum van twee jaar eerder (de waardepeildatum is altijd één jaar eerder dan het jaar van de WOZ-beschikking). Hierop gold een uitzondering voor erfpachters die vóór 8 januari 2020 een overstap van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht hebben aangevraagd. Hiervoor wordt de WOZ-beschikking van het belastingjaar 2015 gebruikt met peildatum 2014, dan wel de WOZ-beschikking van het belastingjaar 2016 met peildatum 2015, indien deze lager is. Voor overstapaanvragen vanaf 8 januari 2020 wordt de WOZ-beschikking van het belastingjaar vóór het jaar van de aanvraag met peildatum van het jaar daarvoor gebruikt. Het college heeft ingestemd met de zogenaamde spijtoptantenregeling. Dit houdt in dat erfpachters, die vóór 8 januari 2020 een overstapaanvraag hadden kunnen indienen, maar dit toen niet hebben gedaan, nogmaals de optie verkrijgen om een overstapaanvraag kunnen indienen. Indien ze hiervoor opteren en vóór 31 juli 2023 hiervoor een aanvraag indienen, dan wordt de grondwaarde bepaald op basis van de WOZ-beschikking van het belastingjaar 2015 gebruikt met peildatum 2014, dan wel de WOZ-beschikking van het belastingjaar 2016 met peildatum 2015, indien deze lager is. Voor overige situaties en dossiers met een volledige aanvraagdatum vanaf 1 januari 2023, geldt dat de grondwaardebepaling uitgevoerd wordt op basis van de WOZ-waarde van belastingjaar 2022 met peildatum 2021. De grondwaarde wordt bepaald door de WOZ-waarde in de WOZ-beschikking van het belastingjaar een jaar eerder te vermenigvuldigen met de zogenaamde buurtstraatquote. Voor meergezins- en eengezinswoningen worden verschillende buurtstraatquotes gebruikt. De buurtstraatquote wordt in paragraaf 4.2 nader toegelicht. Op de grondwaarde wordt een depreciatie toegepast (zie paragraaf 2.4) om te komen tot de erfpachtgrondwaarde. Bij overstap van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht is een overstappremie van toepassing, conform de Overstapregeling van voortdurende erfpacht naar eeuwigdurende erfpacht voor woonbestemmingen 2017. Er zijn erfpachtrechten waarbij in het contract opgenomen is dat de bestemming van het erfpachtrecht “huurwoning” is. In dat geval stemt de bestemming van het erfpachtrecht niet overeen met de bestemming waarvan wordt uitgegaan bij de bepaling van de WOZ-waarde. De WOZ-waarde gaat uit van de fictie vrij en leeg verkoopbaar. De huurbestemming heeft een drukkend effect op de vastgoedwaarde en daarmee op de grondwaarde. De marktwaarde van beleggershuurwoningen ligt lager dan de vrije verkoopwaarde van woningen. Om die reden wordt jaarlijks op basis van actuele marktinformatie bepaald met welke factor de WOZ-waarde wordt gecorrigeerd om tot de beleggingswaarde te komen. Door deze factor beleggingswaarde jaarlijks te actualiseren (net als de opstalwaarde) blijft de residuele grondwaarde voor huurwoningen in logische verhouding staan tot de residuele grondwaarde voor koopwoningen. Bij de bestemming huurwoningen wordt daarom de grondwaarde op dezelfde wijze bepaald als hierboven beschreven (WOZ-waarde maal de buurtstraatquote) maar wordt de buurtstraatquote verlaagd met het percentageverschil tussen de beleggingswaarde van huurwoningen en de WOZ-waarde. Hierbij is ook van toepassing dat de buurtstraatquote niet lager mag zijn dan 5%. Op basis van onderzoek is geconcludeerd dat de actuele verhouding tussen huurwoningen en koopwoningen gemiddeld genomen 95% is. Dat betekent dat de buurtstraatquote met 5%-punt wordt verlaagd (waarbij de gecorrigeerde buurtstraatquote niet onder de 5% mag komen) en deze aangepaste buurtstraatquote (voor huurwoningen) maal de WOZ-waarde is de grondwaarde van een woning met de (erfpacht)bestemming huurwoning. Werkwijze als er geen bruikbare WOZ-waarde beschikbaar is In een aantal gevallen kan het zijn dat er geen bruikbare WOZ-waarde beschikbaar is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij woningen die recent zijn gebouwd en opgeleverd. Deze hebben geen WOZ-waarde of geen WOZ-waarde die is gebaseerd op een afgebouwde woning. Het is ook mogelijk dat de bestemming waar de WOZ-waarde vanuit gaat (de publiekrechtelijk vastgestelde bestemming) niet overeenstemt met de bestemming zoals deze is vastgelegd in de erfpachtakte. In deze gevallen zal Grond & Ontwikkeling de zogenaamde onbezwaarde waarde van het object bepalen. Daarbij wordt vergeleken met andere WOZ objecten die over gelijke kenmerken beschikken of wordt er gecorrigeerd voor kenmerken die verschillen tussen het object waarvoor de onbezwaarde waarde moet worden bepaald en de kenmerken van het object waarmee wordt vergeleken. Een uitgebreide beschrijving van de wijze waarop de onbezwaarde waarde wordt bepaald is opgenomen in de notitie “Onbezwaarde waarde, maatwerk BSQ en procedure van bedenkingen”5Deze notitie is op 19 november 2019 vastgesteld door het college van B&W.. Hierin staat tevens aangegeven op welke wijze een erfpachter bedenkingen kan uiten tegen de onbezwaarde waarde. Het is ook mogelijk dat er naast wonen nog een andere bestemming op het erfpachtrecht van toepassing is. De erfpachtgrondwaarde moet dan per bestemming worden bepaald op de wijze zoals beschreven in dit beleid. Gemengde bestemmingen Het is mogelijk dat naast wonen nog een andere bestemming op het erfpachtrecht van toepassing is. Bij deze gemengde bestemmingen wordt de erfpachtgrondwaarde dan per bestemming bepaald op de wijze zoals beschreven in dit beleid. De Overstapregeling voor overstap van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht is van toepassing op erfpachtrechten met uitsluitend woonbestemmingen. Erfpachters met een recht met gemengde bestemmingen kunnen daardoor niet overstappen van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht. In artikel 3.3 van de Overstapregeling is hierop voor één groep erfpachtrechten met gemengde bestemmingen een uitzondering opgenomen, zodat zij wel kunnen overstappen naar eeuwigdurende erfpacht. Voor deze erfpachtrechten wordt voor een overstap de erfpachtgrondwaarde op gelijke wijze bepaald als voor erfpachtrechten met uitsluitend woonbestemmingen. In veel gevallen is de WOZ-waarde voor deze rechten volledig gebaseerd op een woonbestemming en kan deze gebruikt worden om de erfpachtgrondwaarde te bepalen. Bij een beperkt aantal rechten is de WOZ-waarde echter mede gebaseerd op een niet-woonbestemming, zoals kantoor, werkruimte, werkplaats, productiehal, overige ruimten en/of atelier. In deze gevallen wordt aan de niet-woonbestemming de onbezwaarde waarde van de woon-bestemming6Dit betreft de onbezwaarde waarde van het deelobject “wonen” (deelcode 1100). De m² go van de niet-woonbestemming worden hierbij gezien als aanvullende meters op de woon-bestemming. toegerekend in plaats van de WOZ-waarde die aan dit deel is toegekend. Deze onbezwaarde waarde wordt opgeteld bij de WOZ-waarde die is toegekend aan de woonbestemming. Dienst- en bedrijfswoningen In verband met de beperkingen die gelden voor dienst- en/of bedrijfswoningen wordt voor deze woningen de reguliere residuele methode in plaats van de WOZ-BSQ-methode gehanteerd. 4.2Buurtstraatquote Een buurtstraat is dat gedeelte van een straat dat in één buurt valt. Hiervoor is de buurtindeling gebruikt van Onderzoek, Informatie en Statistiek van de gemeente Amsterdam. Lange straten strekken zich vaak uit over meerdere buurten. Amsterdam kent circa 5.000 buurtstraten. Berekening individuele grondquote en buurtstraatquote De buurtstraatquote is berekend7De buurstraatquotes worden afgerond op gehele getallen, maar alle berekening vinden plaats met niet afgeronde getallen. door individuele grondquotes van eengezins- of meergezinswoningen in een buurtstraat te middelen. De individuele grondquotes zijn bepaald door de WOZ-waarde te verminderen met de genormeerde opstalwaarde, waardoor de individuele grondwaarde wordt verkregen. De individuele grondwaarde gedeeld door de WOZ-waarde is de individuele grondquote. Omdat de grond altijd een waarde vertegenwoordigt, wordt de minimale individuele grondquote op 5% van de WOZ-waarde gesteld. De buurtstraatquote is hierdoor ook minimaal 5% van de WOZ-waarde. Daarnaast wordt een maximale buurtstraatquote van 49% van de WOZ-waarde gehanteerd. In onderstaande figuur staat deze totstandkoming van de buurtstraatquote verbeeld. Met de buurtstraatquote wordt invulling gegeven aan de residuele grondwaardemethode. In feite wordt de WOZ-waarde gecorrigeerd voor de gemiddelde opstalwaarde in een straat. In gewilde buurten komt de grondwaarde met de buurtstraatquote hoger uit dan in minder gewilde buurten. Bij gelijke bebouwing werken de absolute verschillen in de WOZ-waarde tussen verschillende locaties door in de grondwaarde. De keuze voor de buurtstraatquote De keuze voor de buurtstraatquote is gemaakt om de volgende redenen: Het is zo niet noodzakelijk om voor elk individueel erfpachtrecht de opstalwaarde te berekenen. Wanneer voor een representatief aantal woningen de opstalwaarde kan worden berekend, kan de buurtstraatquote voor de hele straat worden bepaald. Als voor een woning de WOZ-waarde bekend is en de opstalwaarde niet (door een afwijkend woningtype of oppervlak), dan kan toch een grondwaarde worden bepaald. De buurtstraatquote doet recht aan de locatieverschillen. Ook op zeer korte afstand, binnen een buurt, kan een aanmerkelijk verschil bestaan in de hoogte van de grondwaarde. Bij de keuze voor een hoger schaalniveau, bijvoorbeeld het rekenen met buurtquotes, zou het waardeverschil gedeeltelijk worden uitgemiddeld. Door een quote van de WOZ-waarde te gebruiken, wordt recht gedaan aan de verschillen die op buurtstraatniveau tussen woningen bestaan. Zo krijgt een woning met een mooi uitzicht en dakterras of een woning met een tuin een hogere grondwaarde doordat de WOZ-waarde per m² hoger is dan de WOZ-waarde van de woningen op de tussenverdiepingen. Individuele woningen krijgen door de quote een unieke grondwaarde. De methodiek is consequent. De WOZ-waarde is voor iedereen bekend en de erfpachter heeft daar bezwaar tegen kunnen maken. Gelijke woningtypes met een gelijk onderhoudsniveau hebben dezelfde opstalwaarde gekregen. Rekenregels voor de buurtstraatquote Individuele grondquotes kunnen alleen meewegen in de bepaling van de buurtstraatquote indien: het geen corporatiewoning betreft waarop de Algemene Bepalingen 1985 of Algemene Bepalingen 1998 van toepassing zijn of corporatiewoning op particuliere grond betreft; het geen woning betreft waarop de Algemene Bepalingen van de Haven van toepassing zijn; de kavel bij eengezinswoningen niet groter is dan 500 m². de woning geen woonfunctie bijzondere aanhorigheden bevat.8Dienst Belastingen registreert door de jaren heen steeds meer nieuwe aanhorigheden / deelcodes (bijvoorbeeld: privé zwembad, kas/warenhuis, winkelruimte, winkel/verkoopruimte, paardenstal, e.d.). Deze aanhorigheden hebben een troebel karakter (deels commercieel gebruik) en vanwege de zeldzaamheid van voorkomen zijn hiervoor tevens geen standaard herbouwkosten voor gedefinieerd. In totaal betreft het ca. 200 woningen in Amsterdam die hierdoor geen individuele grondquote krijgen. De buurtstraatquote die volgt uit individuele grondquotes wordt alleen gehanteerd als aan de volgende criteria wordt voldaan: voor minimaal 50% van de woningen in de buurtstraat is een individuele grondquote berekend; voor minimaal 5 woningen in de buurtstraat is een individuele grondquote berekend. Daarnaast wordt de berekende buurtstraatquote niet gebruikt als: de gemiddelde WOZ-waarde in een buurtstraat meer dan € 250 per m² hoger is dan de gemiddelde WOZ-waarde in de buurt en als de opstalwaarde in die buurtstraat meer dan € 150 per m² lager is dan de gemiddelde opstalwaarde in de buurt; de WOZ-waarde in een buurtstraat meer dan € 250 per m² lager is dan de gemiddelde WOZ-waarde in de buurt en de opstalwaarde in de buurtstraat meer dan € 150 per m² hoger is dan de gemiddelde opstalwaarde in de buurt; de opstalwaarde in een buurtstraat meer dan € 400 per m² lager is dan de gemiddelde opstalwaarde in de buurt. Deze bovenstaande rekenregels worden opvolgend toegepast op het WOZ bestand. Op het moment dat er geen buurtstraatquote is die voldoet aan bovenstaande criteria, wordt de buurtstraatquote bepaald door deze gelijk te stellen aan de buurtquote. De buurtquote is het gemiddelde van alle individuele grondquotes die berekend kunnen worden in de buurt. De buurtquote wordt alleen gehanteerd als aan de volgende criteria wordt voldaan: voor minimaal 50% van de woningen in de buurt is een individuele grondquote berekend; voor minimaal 5 woningen in de buurt is een individuele grondquote berekend. Daarnaast geldt dat de buurtstraatquote maximaal 5%-punt lager of 5%-punt hoger mag zijn dan de buurtquote (indien deze beschikbaar is). Als de buurtstraatquote buiten deze bandbreedte valt, dan wordt de buurtstraatquote respectievelijk op 5%-punt onder de buurtquote of 5%-punt boven de buurtquote begrensd. Een buurt kent weliswaar verschillen, maar extreme verschillen in de buurtstraatquotes in een buurt zijn niet gewenst en worden op deze manier voorkomen. Extreme verschillen in een buurt zijn namelijk moeilijk te verklaren, omdat de locatie, en daarmee de waarde van de grond, nauwelijks afwijkt. Tenslotte is de maximale buurtstraatquote gesteld op 49% van de WOZ-waarde. Alle buurtstraatquotes die boven de 49% uit zouden komen zijn op 49% gezet. Werkwijze als de buurtstraatquote niet bepaald kan worden Voor nagenoeg alle woningen op erfpacht is een buurtstraatquote berekend. Voor een klein deel van de woningen kan geen buurtstraatquote worden bepaald. Deze woningen staan in straten of buurten met slechts enkele eengezins- of meergezinswoningen of voor de desbetreffende woningen in de straat of buurt is de opstalwaarde niet bepaald. Dit laatste is het geval als het woningtype nauwelijks voorkomt in de stad. In deze uitzonderlijke gevallen bepaalt Grond & Ontwikkeling de buurtstraatquote op een soortgelijke wijze als hierboven beschreven. Een uitgebreide beschrijving van de wijze waarop de zogenaamde maatwerk buurtstraatquote wordt bepaald is opgenomen in de notitie “Onbezwaarde waarde, maatwerk BSQ en procedure van bedenkingen”. 4.3Grondwaardebepaling bij transformatieprojecten Indien er een wijziging plaatsvindt van een bestaand erfpachtrecht waarbij de huidige (niet-woon) bestemming en/of bebouwing (gedeeltelijk) wordt gewijzigd in wonen en bij die wijziging minimaal vijf nieuwe woningen worden gerealiseerd is de WOZ/BSQ-methode niet van toepassing. Dit betreft zogenaamde transformatieprojecten. De grondwaarde voor de te realiseren woningen in een transformatieproject wordt door de afdeling Strategie en Advies van Grond & Ontwikkeling van de gemeente bepaald. Hierbij is de genormeerde residuele benadering uitgangspunt voor de grondwaardebepaling voor zowel de huidige als toekomstige programma. De vastgoedwaarde wordt bepaald op basis van de marktwaarden van vergelijkbare woningen als de woningen die in het transformatieproject worden gerealiseerd. De opstalwaarde wordt bepaald aan de hand van herbouwkosten (zie paragraaf 3.1) van de in het transformatieproject beoogde referentiemodel. Daarbij wordt uitgegaan van nieuwbouwkwaliteit. De grondwaarde komt tot stand door de opstalwaarde af te trekken van de vastgoedwaarde. Hierbij wordt rekening gehouden met de belangrijkste kenmerken van het vastgoed en de relevante regelgeving die van toepassing is (met name het geldende Bouwbesluit en het bestemmingsplan). Voor bepaalde bestemmingen zijn minimale grondprijzen van toepassing (zie bijlage 3). Conform paragraaf 2.4 wordt een depreciatiefactor toegepast. 5.Grondwaardebepaling bij niet-wonen Ook de grondwaarde van niet-wonen wordt genormeerd residueel bepaald. In dit hoofdstuk wordt de grondwaardebepaling van commercieel vastgoed (paragraaf 5.1), parkeren (paragraaf 5.2) en overige bestemmingen (paragraaf 5.3) verder uitgewerkt. In tegenstelling tot wonen is de overstapregeling van voortdurend naar eeuwigdurende erfpacht niet van toepassing op niet-wonen. Uitzonderingen hierop zijn enkele vormen van parkeren, behorende bij een woning. 5.1Commercieel vastgoed De grondwaarde voor commercieel vastgoed, zoals kantoren, bedrijven, horeca en winkels, wordt door de afdeling Strategie en Advies van Grond & Ontwikkeling bepaald. Hierbij is de genormeerde residuele benadering uitgangspunt. De vastgoedwaarde wordt bepaald op basis van de gemiddelde opbrengst van vergelijkbaar vastgoed in het gebied waar het erfpachtrecht is gelegen. De opstalwaarde wordt bepaald aan de hand van herbouwkosten (zie paragraaf 3.2). Daarbij wordt uitgegaan van nieuwbouwkwaliteit. De grondwaarde komt tot stand door de opstalwaarde af te trekken van de vastgoedwaarde op de desbetreffende locatie. Hierbij wordt rekening gehouden met de belangrijkste kenmerken van het vastgoed en de relevante regelgeving die van toepassing is (met name het geldende Bouwbesluit en het bestemmingsplan). Stapsgewijs komt de residuele grondwaarde voor bestaande erfpacht als volgt tot stand: Voor een locatie in de stad wordt per bestemming de marktconforme vastgoedwaarde bepaald. Bij de waardebepaling is de fictie nieuwbouw van toepassing, omdat ook bij de bepaling van de opstalwaarde wordt uitgegaan van nieuwbouwkwaliteit. Indien de bestemming van het erfpachtrecht is beperkt ten opzichte van het bestemmingsplan, en de waarde er door wordt beperkt, wordt op basis van onderzoek een afslag bepaald om de bezwaarde vastgoedwaarde te verkrijgen. Op het moment dat de gebruikte referenties gelijke beperkingen kennen, is een afslag niet nodig. Om de grondwaarde te bepalen, wordt de opstalwaarde (op basis van nieuwbouwkwaliteit) afgetrokken van de vastgoedwaarde. Als de gebruikte referenties een grotere beperking kennen dan waarvoor de grondwaarde wordt bepaald, dan wordt de grondwaarde naar boven bijgesteld. Conform paragraaf 2.4 wordt een depreciatiefactor toegepast. Voor alle bestemmingen op het perceel worden in principe afzonderlijke erfpachtgrondwaarden bepaald. De totale grondwaarde is de som van de grondwaarden van de afzonderlijke bestemmingen. Per bestemming wordt gerekend met de relevante meeteenheid zodat bij de bepaling van de grondwaarde rekening wordt gehouden met de oppervlakte die mag worden gerealiseerd. Wanneer een bestemming op een perceel ondergeschikt en ondersteunend is aan de hoofdbestemming, bijvoorbeeld in geval van parkeren bij een bedrijf op een bedrijventerrein, kan de grondwaarde voor deze bestemming op basis van de hoofdbestemming worden bepaald. Voor elke niet-woon bestemming is de minimale erfpachtgrondwaarde gelijk aan de minimale erfpachtgrondprijs bij nieuwe gronduitgiften. Hierop kan nog depreciatie van toepassing zijn. 5.2Parkeren Parkeren hangt direct samen met andere functies, maar is toch een functie die in veel gevallen zelfstandig exploitabel is. Binnen het grondwaardebeleid is parkeren dan ook een aparte bestemming, waarvoor specifieke grondwaarden gelden. Alleen bij afzonderlijke parkeerplaatsen bij woningen, zoals hieronder nader omschreven, wordt een andere benadering gevolgd. De grondwaarde van parkeren wordt marktconform en genormeerd residueel bepaald. De grondwaarde hangt onder meer af van: de bouwvorm: maaiveld, bebouwd, verdiept etc.; het type parkeren: stallings- of openbare parkeergarage; het geldende parkeerbeleid; de parkeerdruk dan wel beschikbaarheid van parkeerplaatsen; de exploitatievorm: koop, verhuur of uurtarieven. In een aantal gevallen is de marktconforme residuele grondwaarde van parkeren nihil of negatief. De gemeente Amsterdam hanteert in dat geval een minimum erfpachtgrondwaarde voor parkeren bij bestaande erfpachtrechten, welke gelijk is aan de erfpachtgrondprijs van nieuwe erfpachtuitgiften met bestemming parkeren. Op deze prijs wordt nog de depreciatiefactor toegepast conform paragraaf 2.4. De Overstapregeling van voortdurende naar eeuwigdurende erfpacht is ook van toepassing voor aanhorigheden bij woningen. Hieronder vallen ook één of enkele afzonderlijke parkeerplaatsen bij een woning. De parkeerplaats dient dan te behoren aan de erfpachter van de woning. In deze gevallen wordt de buurtstraatquote van de woning ook toegepast op de parkeerplaats om de erfpachtgrondwaarde van de parkeerplaats te verkrijgen, mits de overstap van de erfpachtrechten tegelijk plaatsvindt. Daarmee wordt voorbijgegaan aan het feit dat de verhouding tussen de grondwaarde en de totale vastgoedwaarde van de parkeerplaats anders kan zijn dan van de woning. Zo wordt voorkomen dat er ingewikkelde grondwaardeberekeningen nodig zijn voor een enkele parkeerplaats bij een woning. Indien de parkeerfunctie geen onderdeel is van de WOZ-waarde zal Grond & Ontwikkeling de onbezwaarde waarde van het object bepalen (zie notitie “Onbezwaarde waarde, maatwerk BSQ en procedure van bedenkingen”). Alleen bij afzonderlijke parkeerplaatsen bij woningen waarop de overstapregeling van voortdurend naar eeuwigdurende erfpacht van toepassing is of bij parkeerplaatsen die onderdeel uitmaken van de WOZ-waarde van de woning, wordt de grondwaarde gebaseerd op de WOZ-waarde, in lijn met de methodiek voor wonen. 5.3Overige bestemmingen In Amsterdam is een grote diversiteit aan overige bestemmingen, waarvoor vaak een bepaling van de grondwaarde noodzakelijk is. Het gaat hierbij om de volgende categorieën: sociaal-maatschappelijke bestemmingen op het gebied van onderwijs, religie, opvang, welzijn, zorg, sport en medische bestemmingen; nutsvoorzieningen zoals onderstations, gelijkrichterstations, gasverdeelstations, gasontvangstations, glasvezelverdeelstations, trafohuizen, kabels en leidingen voor distributie van energie, telefonie, internet en water; overige bestemmingen zoals warmte-koudeopslag (WKO), reclamemasten en windmolens. Ad 1. Sociaal-maatschappelijke bestemmingen De grondwaarde voor deze voorzieningen wordt bepaald vanuit het uitgangspunt van een commerciële vastgoedexploitatie. Vastgoed(realisatie) en de vastgoedexploitatie zijn steeds meer losgekoppeld van de zorg- of dienstverlening, die vanuit het vastgoed geleverd wordt. Gevolg hiervan is dat de overheid nu niet meer de enige aanbieder is van dit type vastgoed en dat de vastgoedexploitatie commerciëler is. Sociaal-maatschappelijke voorzieningen Voor deze voorzieningen is het uitgangspunt dat de grondwaarden residueel worden bepaald. In sommige gevallen leidt marktwerking tot een commercieel winstgevende businesscase en is een residuele grondwaarde op zijn plaats, waar dit niet het geval is geldt de minimale erfpachtgrondwaarde. Dit wordt van geval tot geval beoordeeld. Grondwaarde zorgverleners Er bestaat een grote variëteit aan zorgverleners, zoals huisartsen, fysiotherapeuten, apotheken, thuiszorg en consultatiebureaus. Daarnaast zijn er de reguliere ziekenhuizen. In beide categorieën zijn zorgverleners in toenemende mate commercieel georiënteerd of privaat gefinancierd. Er worden marktconforme huren betaald. Ziekenhuizen maken soms gebruik van zogenaamde ‘sale-and-leaseback-constructies’, waarbij het vastgoed tegen commerciële waarden in de boeken staat. In theorie zou dan een commerciële huur kunnen gelden, waarmee ziekenhuizen niet zondermeer in aanmerking komen voor de vaste lage grondwaarde. Markthuren rechtvaardigen marktconforme grondwaarden die residueel bepaald worden. Daarom geldt voor alle zorg gerelateerde bestemmingen dat Grond & Ontwikkeling de grondwaarde residueel bepaalt met maatwerk op basis van marktconformiteit. Ad 2. Nutsvoorzieningen Nutsvoorzieningen zijn essentiële voorzieningen, die elke bewoner en ondernemer tegen redelijke prijzen zou moeten kunnen verkrijgen. Zij betreffen niet alleen vastgoed voor het ‘transport’ van gas, elektra, water, telefonie/internet, stadsverwarming, maar ook riolering en infrastructuur voor openbaar vervoer. Ook netwerken, zoals kabeltelevisie en glasvezel die zijn opengesteld voor andere aanbieders, behoren tot nutsvoorzieningen. Datacenters worden niet beschouwd als nutsvoorzieningen. Nutsvoorzieningen vielen aanvankelijk vaak direct onder de verantwoordelijkheid van de overheid. In de loop van de tijd zijn de meeste van deze voorzieningen op afstand geplaatst: eerst in de vorm van stichtingen of overheidsvennootschappen, maar tegenwoordig wordt ook vaak gekozen voor privatisering. Wel ziet de overheid erop toe dat bij privatisering het algemeen belang en de betaalbaarheid voldoende gewaarborgd blijven. Voor nutsvoorzieningen geldt een vaste erfpachtgrondwaarde welke gelijk is aan de vaste erfpachtgrondprijs voor nutsvoorzieningen bij nieuwe uitgiften. Voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer, zoals tramrails, haltes en dergelijke, worden gerekend tot de weginrichting. Hier wordt geen grondwaarde voor berekend. Voorzieningen als gelijkrichterstations, eindhuisjes, waarin bus/tramchauffeurs hun rustruimte hebben en de lijnmanager kantoor houdt, behoren wel tot de nutsvoorzieningen. Ad 3. Overige bestemmingen Warmte-koudeopslag (WKO) WKO-installaties zijn géén onderdeel van de openbare energievoorziening (en vallen daarmee niet onder de nutsvoorzieningen). Ze bedienen exclusief één of meer gebouwen en zijn enigszins vergelijkbaar met een collectieve CV- of airco-installatie. WKO-installaties kunnen deel uitmaken van een erfpachtrecht of worden, wat doorgaans het geval is, ondergebracht in een apart opstalrecht. De exploitatie van een WKO is vaak in handen van een aparte partij. Een WKO-installatie bestaat uit de in de ondergrond gelegen bron(nen) en de installatieruimte. Omdat de gemeente niet in staat is de geschiktheid van de ondergrond voor warmte-/ koudebronnen te garanderen, is ervoor gekozen om voor de bronnen die buiten het erfpachtperceel liggen, een vaste grondwaarde, gelijk aan de grondprijs voor een WKO-installatie bij een nieuwe uitgifte te hanteren en geen residuele berekening toe te passen. Bij een residuele berekening is het immers noodzakelijk een goede inschatting te maken van de opbrengsten en dat is bij een WKO nog niet mogelijk. Voor bronnen die zich in de ondergrond van het erfpachtperceel bevinden, wordt geen afzonderlijke grondwaarde berekend. Voor de installatieruimte wordt de grondwaarde bepaald op basis van de bruto vloeroppervlakte van de opstelruimte van de WKO-installatie - inclusief bijbehorende meet- en regelapparatuur - en de grondwaarde voor de functie waarvoor de WKO-installatie bestemd is. Als de WKO-installatie meerdere functies bedient, dan komt de grondwaarde tot stand op basis van een gemiddelde grondwaarde van alle gekoppelde bestemmingen, naar vloeroppervlakte gewogen. Alle overige bestemmingen De grondwaarden voor alle overige bestemmingen zoals reclamemasten, windmolens en dergelijke worden residueel bepaald. 6.Bepaling van canon en afkoopsom De erfpachtgrondwaarde vormt de grondslag voor de canon en de afkoopsom. Canon en/of afkoopsom zijn de uiteindelijke betalingen van erfpachters aan de gemeente. In dit hoofdstuk wordt de bepaling van de canon (paragraaf 6.1) en de afkoopsom (paragraaf 6.2) toegelicht. 6.1Bepaling van de canon De canon wordt berekend door de erfpachtgrondwaarde te vermenigvuldigen met het canonpercentage (uitleg hieronder). De canon wordt bij eeuwigdurende erfpacht jaarlijks aangepast aan de inflatie. Daarnaast kan de canon worden aangepast wanneer het erfpachtrecht wordt gewijzigd, zoals bij aanpassingen van de bebouwing en/of de bestemming. Bij voortdurende erfpacht wordt de canon ook herzien aan het einde van het tijdvak. De afkoopsom volgt uit de canon, want deze behelst immers het afkopen van de toekomstige canonbetalingen (bij voortdurende erfpacht tot einde tijdvak, bij eeuwigdurende erfpacht voor een oneindig lange periode). Het canonpercentage voor wijzigingen van een eeuwigdurend erfpachtrecht onder de Algemene Bepalingen 2016 is gelijk aan het canonpercentage voor nieuwe gronduitgifte onder de Algemene Bepalingen 2016. Dit canonpercentage is momenteel 2,39% en wijzigt wanneer het rendement op staatsleningen met een resterende looptijd van 10 jaar verandert. Dit canonpercentage is gebaseerd op de volgende parameters en formule: berekening Canonpercentage 2023 voor de AB2016 canon % d-i = 4,5% - 2% = 2,39% 1+d 1 + 4,5% Parameters nominale rente: 10-jaars staatsrente (
  5. nr)2,4%9 Peildatum 1 oktober 2022 afgerond op 1 cijfer achter de komma reële rente: 10-jaars staatsrente (r=nr –
  6. i)1,00% 10 De reële rente, gebaseerd op een inflatieverwachting van 2%, is 0,4%. De reële rente is beperkt tot een bandbreedte van 1% tot 3%. In de berekening is uitgegaan van een reële rente van 1%.) risico-opslag (r0) 1,50% inflatieverwachting (
  7. i)2,00% disconteringsvoet (d=r+ro+
  8. i)4,50% De disconteringsvoet is het percentage waarmee toekomstige bedragen worden gecorrigeerd om ze vergelijkbaar te maken met een bedrag nu. Voor erfpachtrechten waarop Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht van toepassing zijn, worden de canonpercentages elk kwartaal gepubliceerd door de gemeente. Bovenstaande canonpercentage en formule is niet van toepassing op deze voortdurende erfpachtrechten. 6.2Het bepalen van de afkoopsom De afkoopsom is de netto contante waarde van de reeks canonbetalingen die de erfpachter aan de gemeente verschuldigd is voor de overeengekomen periode van zijn erfpachtrecht (tot einde tijdvak bij voortdurend of oneindig bij eeuwigdurend). De netto contante waarde van een opbrengststroom is een berekening waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat een bedrag nu niet gelijk is aan een gelijk bedrag over een jaar. Om de netto contante waarde van de canonbetalingen te bepalen, gelden dezelfde parameters als voor het bepalen van het canonpercentage voor de Algemene Bepalingen 2016: de disconteringsvoet en de inflatieverwachting. Ook bij een eeuwigdurende reeks canonbetalingen is het mogelijk een afkoopsom te bepalen. De huidige waarde van de canonbedragen die heel ver in de toekomst zijn gelegen is nihil. Hierdoor is de netto contante waarde van toekomstige canonbetalingen niet oneindig groot. Als er bij eeuwigdurende erfpachtrechten enige tijd na gronduitgifte wordt gekozen voor afkoop, dan bepaalt de gemeente de afkoopsom door de actuele canon (die jaarlijks is gecorrigeerd voor inflatie) te delen door het actuele canonpercentage. De afkoopsom is minimaal gelijk aan de bij uitgifte in de erfpachtakte opgenomen erfpachtgrondwaarde. Bij voortdurende erfpachtrechten worden de geprognotiseerde canonbetalingen tot einde van het tijdvak netto contant gemaakt. Hierbij wordt de disconteringsvoet gebruikt die onderdeel is van het canonpercentage voor de AB 2016, deze is nu 4,5%. Voor een canon die jaarlijks wordt aangepast met de daadwerkelijke inflatie wordt uitgegaan van een inflatieverwachting van 2%. Daarnaast wordt het indexeringsregime in acht genomen welke volgt uit de van toepassing zijnde Algemene Bepalingen. Zo wordt bij de Algemene Bepalingen 2000 bijvoorbeeld de inflatie met 1%-punt naar beneden bijgesteld. De exacte berekeningswijze van de afkoopsom is opgenomen in de door het College van B&W vastgestelde Afkoopinstructie. 6.3Keuze tussen canonbetaling en afkoop Bij wijzigingen van bestaande erfpachtrechten gedurende het lopende tijdvak kan er een canonverhoging van toepassing zijn. Er wordt dan aangesloten bij het betalingsregime dat al op het erfpachtrecht van toepassing is. Dus als een erfpachtrecht is afgekocht, dan moet de canonverhoging als gevolg van een wijziging van het erfpachtrecht ook worden afgekocht. Wanneer er canon wordt betaald kan bij een wijziging van het erfpachtrecht de canon worden aangepast en heeft de erfpachter de keuze de nieuwe canon periodiek te gaan betalen of zijn toekomstige betalingsverplichting af te kopen. Bij canonwijziging als gevolg van overstap naar eeuwigdurende erfpacht kan er een andere regeling van toepassing zijn. Bij voortdurende erfpachtrechten kan de canon alleen tot het einde van het tijdvak worden afgekocht. Bij herziening van het erfpachtrecht aan het einde van het tijdvak en bij de conversie van een tijdelijk erfpachtrecht naar een voortdurend of eeuwigdurend erfpachtrecht heeft de erfpachter altijd de keuze tussen het betalen van een periodieke canon of het afkopen van zijn betalingsverplichting (tot einde van het tijdvak). 7.Slotbepalingen 7.1Intrekken bestaande beleidsregel Het besluit Grondwaardebepaling voor bestaande erfpachtrechten 2021 wordt ingetrokken. 7.2Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. 7.3Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregel Grondwaardebepaling bestaande erfpachtrechten Amsterdam 2023. Aldus vastgesteld in de vergadering van 31 januari 2023.De burgemeesterFemke HalsemaDe gemeentesecretarisPeter TeesinkToelichting Hoofdstuk 1: bestemmingen en gebruiksvormen/functies Inleiding Een precieze omschrijving van de bestemming, gebruiksvorm of functie van het erfpachtrecht is een vereiste om de juiste erfpachtgrondwaarde te bepalen. Hieronder volgt een niet-uitputtende opsomming van bestemmingen en gebruiks-vormen/functies met de bijhorende toelichting. In de akte van vestiging/wijziging van het erfpachtrecht wordt nader uitgewerkt wat voor dit erfpachtrecht de geldende bestemming is en wat het toegestane gebruik of functie is. Dit is van groot belang bij de woonbestemmingen en niet-woonbestemmingen die een groot aantal uiteenlopende gebruiksvormen/functies hebben zoals horeca, cultuur & ontspanning, recreatie, sport en sociaal-maatschappelijk. Wonen Voor de onderscheiden woonfuncties gelden verschillende voorwaarden ten aanzien van: uitpondtermijnen, maximale huurniveaus, huurindexaties, toewijzingsbeleid, anti-speculatiebeding e.d. Zie het woonbeleid voor een nadere toelichting op de actuele voorwaarden per woonfunctie wordt Soorten woonbestemmingen: Koopwoning Middeldure huurwoning Markthuurwoning Sociale huurwoning Soorten woon/gebruiksvormen/functies: Eengezinswoning Meergezinswoning Woonwerkwoning Dienst- of bedrijfswoning Woonboten Koopwoning Een koopwoning is een woning die verkocht mag worden aan een erfpachter-gebruiker, waarbij de koopsom van het erfpachtrecht tot stand komt door de vrije werking van de woningmarkt, die bepaald wordt door vraag en aanbod. Markthuurwoning Een markthuurwoning is een woning die geen sociale huurwoning is. Middeldure huurwoning Markthuurwoning met een huur tussen de liberalisatiegrens en € € 1.068,83 (prijspeildatum 2022) en de gemiddelde kale huur van € 935,65. De nieuwe bedragen met het prijspeil 2023 zijn om het moment van de totstandkoming van deze nota nog niet bekend en komen naar verwachting in januari 2023 beschikbaar. Voor de middeldure huurwoningen geldt een aangepaste erfpachtgrondprijs, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Sociale huurwoning (niet van toepassing bij eeuwigdurende erfpacht) Een sociale huurwoning in het kader van het beleid voor grondwaardebepaling is een woning die verhuurd wordt door een toegelaten instelling in het kader van haar volkshuisvestelijke taak en waarbij op het erfpachtrecht de Algemene Bepalingen 1985 of Algemene Bepalingen 1998 van toepassing zijn. Eengezinswoning Een eengezinswoning is een grondgebonden woning met een eigen dak. Vanaf de grond tot en met het dak en tussen de woning scheidende wanden behoort de bouwmassa tot één woning. Meergezinswoning Een meergezinswoning is een gestapelde woning die deel uitmaakt van een bouwblok waarin niet alle wooneenheden grondgebonden zijn. Woonwerkwoning Een woonwerkwoning is een woning waarbij een deel van de woning (een of meerdere kamers) gebruikt wordt als werkruimte (kantoor of bedrijfsruimte, bedrijf aan huis) binnen de kaders die in het geldende bestemmingsplan staan voor dat afwijkende gebruik. Er is niet altijd sprake van een duidelijke scheiding tussen de werk- en woonfunctie. Dienst- of bedrijfswoning Een woning slechts bestemd voor bewoners, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is. De woning is vaak verbonden aan een bepaalde functie of beroep (dienstwoning), of aan een bedrijf (bedrijfswoning). Woonboot Een woonboot is een verblijfsobject dat bestemd is voor permanente dan wel recreatieve bewoning en dat op of in het water is gelegen, met vaste ligplaats met walaansluiting en niet direct geschikt om als vervoermiddel te gebruiken. Niet-wonen Soorten niet-woonbestemmingen (deze lijst is niet-uitputtend): Bedrijfsruimte Co-locatie (communication-locations) Cultuur & ontspanning Detailhandel Horeca Jachthaven Kantoorruimte Laboratorium Nutsvoorzieningen Parkeren Reclamemasten Recreatie Sociaal-maatschappelijke voorzieningen Sport Warmte-koudeopslag Windmolen Bedrijfsruimte binnen een bedrijventerrein Bedrijfsruimte is het vastgoed dat: voldoet aan functionele eisen, zoals een hoog plafond, zware maximale vloerbelasting, grote vrije overspanning, de aanwezigheid van overheaddeuren en loadingdocks, en gebruikt wordt voor productie, groothandel, transport, opslag, distributie, reparatie en/of onderhoudswerkzaamheden. Van bedrijfsruimte is sprake als 70% of meer van het bruto vloeroppervlak wordt gebruikt als bedrijfsruimte. De overige 30% mag worden gebruikt als ondersteunend kantoor of facilitaire ruimte. Wonen is hierbij nadrukkelijk uitgesloten. Laboratoria en datacenters vallen niet onder de bestemming bedrijfsruimte. Bedrijfsruimte buiten een bedrijventerrein Buiten een bedrijventerrein gelegen vastgoed ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten met een ander karakter dan dat van winkels of kantoren. Wonen is hierbij nadrukkelijk uitgesloten. Co-locaties Een co-locatie (communication-locations) is een ruimte met als hoofdfunctie grootschalige digitale distributie, opslag en beheer van data in de informatietechnologie en/of telecommunicatie. Het betreft ICT en ICT-gerelateerde bedrijvigheid, zoals switchhouses, datacenters en hostingactiviteiten. Cultuur & ontspanning Onder cultuur & ontspanning vallen alle vrijetijdsvoorzieningen die al dan niet in een overdekte ruimte de functie hebben van cultuur en ontspanning, waarbij de hoofdbestemming niet detailhandel of horeca is. Enkele voorbeelden zijn theater, saunacomplex en bioscoop. Omdat een veelheid aan bedrijfssoorten onder deze bestemming valt, moet het precieze toegestane gebruik of de functie van de bestemming binnen het geldend publiekrechtelijk kader nader worden vastgelegd in de erfpachtvoorwaarden. Detailhandel Detailhandel is het fysiek (in tegenstelling tot online) leveren van goederen voor persoonlijk gebruik aan de consument. Binnen de bestemming detailhandel wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende gebruiksvormen/functies: winkels, grootschalige detailhandelvestigingen en perifere detailhandelvestigingen. Ondernemingen binnen de sector consumentgerichte dienstverlening hebben in de regel dezelfde ruimtelijke uitstraling als winkels (vaak gevestigd in winkelstraten en de diensten worden, net als bij winkels, veelal aangeboden via een balie). Daarom valt consumentgerichte dienstverlening onder de bestemming detailhandel. Horeca De afkorting horeca staat voor ‘hotel, restaurant en café’. Naast deze drie hoofdtypen onderscheidt de gemeente in bestemmingsplannen een veelheid aan bedrijfssoorten onder deze bestemming. In de erfpachtvoorwaarden moet de bestemming, binnen het geldend publiekrechtelijk kader, nader worden vastgelegd naar het precieze toegestane gebruik of de functie. Een hotel is een accommodatie met slaapplaatsen voor logiesverstrekking in overwegend één- en tweepersoonskamers tegen boeking per nacht, waar afzonderlijke maaltijden, kleine etenswaren en dranken kunnen worden verstrekt aan gasten en passanten. Ook appartementen met hoteldiensten behoren hiertoe. Gemeente hanteert de Europese Hotel Classificatie. Een restaurant en café is een etablissement dat etenswaren en/of dranken verschaft voor directe consumptie ter plekke, eventueel in combinatie met afhaalmogelijkheid. Een shortstay accommodatie is een accommodatie die bedrijfsmatig logies aanbiedt voor verblijf van tenminste 1 week tot maximaal 6 maanden. Shortstay-appartementen kunnen alleen nog worden gerealiseerd in nieuwbouw en transformatieprojecten als het bestemmingplan shortstay op die locatie uitdrukkelijk toestaat. Jachthaven Een jachthaven is een accommodatie met ligplaatsen voor (plezier)vaartuigen, eventueel in combinatie met reparatie van vaartuigen, exploitatie van (winter)stalling voor vaartuigen en verkoop van motorbrandstoffen en andere benodigdheden voor vaartuigen waarbij het waterperceel minimaal 60% bedraagt van het totale perceel. Het landperceel van maximaal 40% is bedoeld voor reparatie, opslag en stalling voor de jachthaven. Kantoorruimte Kantoorruimte is vastgoed waarbinnen management, beleidsmatige, organisatorische, administratieve, zakelijke dienstverlenende en bureaugebonden werkzaamheden plaatsvinden. Laboratorium Een laboratorium is een ruimte die gebouwd is voor (wetenschappelijk) onderzoek en geschikt is om bepaalde proeven uit te voeren. Laboratoria kunnen onderdeel zijn van een ziekenhuis of een universiteit, maar ook bij een bedrijf of overheidsinstelling horen. Nutsvoorzieningen Nutsvoorzieningen zijn essentiële voorzieningen, waarop elke bewoner en ondernemer tegen redelijke prijzen moet kunnen rekenen. Hiertoe behoren het vastgoed (niet zijnde kantoor) en de infrastructuur nodig voor de distributie van gas, elektra, water, telefonie/internet, stadsverwarming, maar ook riolering en de infrastructuur voor openbaar vervoer. Parkeren Onder parkeren valt het gebruik van een terrein of ruimte of een gedeelte daarvan voor het stallen van motorrijtuigen. Enkele gebruiksvormen binnen de bestemming parkeren zijn: Openbare parkeerplaatsen Stallingsplaatsen Parkeerplaatsen op maaiveld Verdiepte parkeerplaatsen Parkeerplaatsen in een bovengrondse garage Door de veelheid aan gebruikssoorten die onder de bestemming parkeren vallen, moet de bestemming, binnen het geldend publiekrechtelijk kader, nader worden vastgelegd in de erfpachtvoorwaarden naar het precieze toegestane gebruik of functie. Reclamemasten Een reclamemast is een hoge mast of zuil waarop, al dan niet digitale, reclameborden zijn aangebracht. De hoogte van de mast/zuil kan tot 40 meter zijn. Recreatie Onder recreatie vallen alle (actieve) vrijetijdsvoorzieningen die al dan niet in een overdekte ruimte de functie hebben van recreatie, waarbij de hoofdbestemming niet detailhandel of horeca is. Enkele voorbeelden zijn lasergame-hal, skydive-hal, indoor paintball, kartbaan en speelparadijs. Door de veelheid aan bedrijfssoorten die onder deze bestemming vallen, moet de bestemming binnen het geldend publiekrechtelijk kader nader worden vastgelegd naar het precieze toegestane gebruik of functie. Sociaal-maatschappelijke voorzieningen Onder sociaal-maatschappelijke voorzieningen wordt verstaan een openbare overheidsvoorziening, onderwijsvoorziening, welzijnsvoorziening, zorgvoorziening, medische voorziening, religieuze voorziening of culturele voorziening. Afzonderlijke kantoorruimtes die bedoeld zijn voor bijvoorbeeld huisvesting van de directie of het bestuur zijn hierbij uitgesloten. Door de veelheid aan bedrijfssoorten die onder deze bestemming vallen, moet de bestemming, binnen het geldend publiekrechtelijk kader, nader worden vastgelegd in de erfpachtvoorwaarden naar het precieze toegestane gebruik of functie. Sport Onder de bestemming sport vallen alle vrijetijdsvoorzieningen die - al dan niet in een overdekte ruimte - de functie hebben van sport, waarbij de hoofdbestemming niet detailhandel of horeca is. Enkele voorbeelden zijn: sportschool, zwembad en tennispark. Door de veelheid aan bedrijfssoorten die onder deze bestemming vallen, moet de bestemming, binnen het geldend publiekrechtelijk kader, nader worden vastgelegd in de erfpachtvoorwaarden naar het precieze toegestane gebruik of functie. Warmte-koudeopslag Warmte-koudeopslag (WKO), is een methode om energie in de vorm van warmte of koude op te slaan in de bodem. De techniek wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen en/of te koelen. WKO-systemen zijn geen onderdeel van een openbare energievoorziening. Ze bedienen exclusief één of meer gebouwen en zijn enigszins vergelijkbaar met een collectieve CV- of airco-installatie. Windmolen Een windmolen is een door wind aangedreven krachtmachine die de druk van de wind op wieken, luchtschroef of windrad rechtstreeks omzet in mechanische energie. Hoofdstuk 2: bepaling herbouwkosten voor wonen 1. Inleiding Deze notitie licht de wijze toe waarop de opstalwaarde van woningen wordt bepaald conform de nieuwe herbouwkosten en berekeningswijze. Aan de hand van de opstalwaarden en de WOZ-waarden van woningen zijn de buurtstraatquotes (BSQ) voor de bestaande woningen berekend. De opstalwaarde van een woning is door de gemeente gelijkgesteld aan de herbouwkosten van een woning. In deze bijlage wordt eerst ingegaan op het advies van de grondwaardecommissie en de toepassing daarvan (paragraaf 2). Vervolgens worden in paragraaf 3 de herbouwkosten en de gehanteerde uitgangspunten beschreven. Daarna wordt de opbouw van de herbouwkosten (paragraaf 4) en de differentiatie van de herbouwkosten (paragraaf 5) toegelicht. Paragraaf 6 maakt een vergelijking tussen herbouwkosten en verzekerde waarde. Paragraaf 7 gaat in op de relatie tussen herbouwkosten en BSQ. Tot slot worden in paragraaf 8 de herbouwkosten verder verduidelijkt met enkele voorbeelden. De bijlage bevat overzichten van de hoogte van de herbouwkosten per m² gebruiksoppervlak voor verschillende woningtypen bij verschillende woninggrootte. Daarnaast zijn de toegepaste gemiddelde WOZ-gegevens ten behoeve van een aanvullende kwaliteitsopslag opgenomen. 2. Advies Grondwaardecommissie en toepassing In 2015 heeft een commissie met onafhankelijke deskundigen, de Grondwaardecommissie Eeuwigdurende Erfpacht aanbevelingen gedaan voor de bepaling van opbrengsten en kosten. Globaal samengevat is het advies van de Grondwaardecommissie als volgt: De grondwaarde wordt bepaald door de objectwaarde te verminderen met de opstalwaarde; De WOZ-waarde dient als vertrekpunt voor de objectwaarde; De opstalwaarde wordt bepaald door de bouwkosten te vermenigvuldigen met een verouderingsfactor; Uitgangspunt voor de bepaling van de bouwkosten zijn de herbouwkosten. Deze is afhankelijk van tijd, grootte en woningtype; De verouderingsfactor corrigeert de opstalwaarde voor de effecten van veroudering. De verouderingsfactor is afhankelijk van bouwjaar, leeftijd en onderhoud. Het eerdere advies van de grondwaardecommissie uit 2015 is zoveel mogelijk opgevolgd. Voor het bepalen van de opstalwaarde heeft de gemeente er wederom voor gekozen om de verouderingsfactor niet toe te passen. Door deze keuze is de opstalwaarde gelijkgesteld aan de herbouwkosten. 3. Wat zijn herbouwkosten? Voor de herbouwkosten is aansluiting gezocht bij de definities in het Bouwkostenkompas en het taxatieboek (Her)bouwkosten Woningen: Beschrijving herbouwkosten in het boek “Bouwkostenkompas”: “Bij het berekenen van de herbouwkosten wordt uitgegaan van een pand dat door brand of een andere oorzaak onbruikbaar is geworden en daartoe gesloopt en herbouwd dient te worden. Voor de herbouw worden de bestaande fundering en een eventuele vloer op grondslag hergebruikt. Bij sloopkosten is geen rekening gehouden met asbesthoudende en/of radioactieve materialen. Afhankelijk van het afwerkingsniveau zijn kosten voor extra vaste inrichting en afwerking van de gebruiker meegenomen als standaard kosten. Indien duidelijk is dat er extra kostenverhogende onderdelen zijn toegevoegd (luxe keuken, luxe badkamer) moet daarvoor worden gecorrigeerd. De herbouwkosten zijn exclusief de inboedel.” Beschrijving herbouwkosten in het boek “(Her)bouwkosten woningen” “Bij het samenstellen van de herbouwkosten is uitgegaan van bouwconstructies die voldoen aan de hedendaagse regelgeving. Wel is bij de bouwwerken met een traditionele uitstraling gerekend met de extra kosten om deze traditionele uitstraling in stand te houden. De herbouwkosten bevatten de bouwkosten zoals eerder genoemd, echter zonder de bodemvoorzieningen en funderingskosten.” Op basis van bovenstaande definities, is voor de herbouwkosten uitgegaan van de onderstaande uitgangspunten: Hedendaagse regelgeving en hedendaagse constructies Hedendaagse regelgeving houdt in dat voldaan wordt aan het hedendaagse bouwbesluit, inclusief brandweereisen en isolatie-eisen. Voor de bepaling van de herbouwkosten wordt uitgegaan van de peildatum van de WOZ-waarde. Onder “hedendaags” wordt daarmee ook het prijspeil van de bouwkosten op basis van de peildatum van de WOZ-waarde en de toen geldende regelgeving verstaan. De hedendaagse brandweereisen en isolatie-eisen zijn hoger dan van toepassing was ten tijde van de oorspronkelijke bouwaanvraag van oude panden. Onder meer trappenhuizen zijn groter en bouwmuren nemen, inclusief het isolatiepakket, meer ruimte in dan oorspronkelijk. Voor kleine woningen is de invloed van de hedendaagse regelgeving het grootst. De extra kosten worden immers omgeslagen over een kleiner gebruiksoppervlak. Bestaande woningtypes en oppervlaktecategorieën De herbouwkosten zijn bepaald voor de meest voorkomende woningtypes die bekend zijn in de WOZ-data voor de gemeente Amsterdam en de meest voorkomende oppervlaktecategorieën, ook voor woningtypes die momenteel niet meer gebouwd worden of woningtypes die in een bepaalde oppervlaktecategorie niet meer gebouwd worden. De 22 woningreferenties waarvoor ramingen zijn uitgewerkt vertegenwoordigen ruim 95% van het WOZ-woningbestand van gemeente Amsterdam. Een type dat niet meer gebouwd wordt is bijvoorbeeld een (klassieke) benedenwoning- bovenwoning. Kleine woningen worden (uit kosten-economisch oogpunt) bijna alleen nog gebouwd met een galerij-of een corridorontsluiting. In de huidige woningvoorraad komen de kleine woningen echter in alle types voor. De oppervlaktecategorieën en negen meetpunten waarop de herbouwkosten zijn uitgewerkt, zijn gebaseerd op het WOZ-woningbestand van gemeente Amsterdam. De meetpunten zijn per woningtype uitgewerkt. De meest voorkomende oppervlaktecategorieën zijn ondervangen middels meetpunten 1 en 8. Meetpunt 9 vertegenwoordigt de grootst gevonden woningoppervlakte in het WOZ-woningbestand. Inclusief funderingskosten, inclusief sloopkosten Herbouwkosten worden, in tegenstelling tot de definities, bepaald door de kosten voor nieuwbouw inclusief de fundering. De fundering maakt immers deel uit van de opstal die door een erfpachter is gerealiseerd. De nieuwbouwkosten worden vermeerderd met de kosten om het object te slopen. Inclusief inrichting en afwerking De kosten voor vaste inrichting (onder meer keukens en badkamers) en afwerking (onder meer vloer-, wand- en plafondafwerking) op basis van een gangbaar opleveringniveau bij bestaande woningen zijn meegenomen in de herbouwkosten. 4. Opbouw herbouwkosten voor de bepaling BSQ Voor een zo nauwkeurig mogelijke bepaling van de herbouwkosten voor het gemeentelijke woningbestand, is er per woningtype gekeken naar verschillende elementen waaruit de herbouwkosten zijn opgebouwd. Op basis van de uitgangspunten uit paragraaf 3 zijn de herbouwkosten te definiëren als de kosten om het object inclusief fundering te slopen en te herbouwen op basis van nieuwbouwkwaliteit, inclusief afwerkingen van het object en tuin of dakterras, uitgaande van regelgeving en constructies conform prijspeil van de gehanteerde WOZ-waarde. De herbouwkosten en de elementen waar deze uit zijn opgebouwd, zijn geraamd door een extern bouwkostenbureau en geverifieerd door een tweede partij. Dit is gebeurd vanuit het oogpunt van onafhankelijke kostenbepaling, en om zo goed mogelijk aansluiting te vinden op de types van de Amsterdamse woningvoorraad, inclusief de variatie in woningoppervlakte. De berekeningen hebben prijspeil 2021 omdat dit het geldende prijspeil is voor het beleidsjaar 2023 op basis van WOZ-data van 2021. Daarbij zijn verschillende meetpunten bepaald om voor deze referentietypen en de afzonderlijke elementen zo nauwkeurig mogelijk de kosten per m2 te bepalen. De herbouwkosten worden uitgedrukt per m² gebruiksoppervlak (GO), omdat ook de WOZ-data van deze meetaanduiding gebruik maakt. Hierdoor is de zogenaamde vormfactor van belang. Dit is de verhouding tussen het gebruiksoppervlak (m² GO: exclusief dragende muren, liften en trappenhuizen) en het bruto vloeroppervlak (m² BVO: inclusief dragende muren, liften en trappenhuizen). Bij kleine appartementen is deze verhouding vaak ongunstig ten opzichte van grote appartementen. Ook voor een klein appartement moet immers een lift en/of trappenhuis worden gebouwd. In de bestaande woningvoorraad komen nog wel kleine woningen voor, die in deze typologie of vorm niet meer zo gebouwd zouden worden. Vaak zijn het van origine grote woningen die later zijn gesplitst in 2 of meer woningen. Hierdoor zijn in het bestaande woningvoorraad vaak minder comfortabele woningen ontstaan, die niet meer zo gebouwd zouden mogen worden i.v.m. de strengere regels in het bouwbesluit, waaraan een nieuwbouwwoning moet voldoen. Om dit te ondervangen zijn de kleinste meetpunten een afgeleide van de twee daaropvolgende meetpunten, zodat hier een meer gemiddelde vormfactor ontstaat. De herbouwkosten zijn opgebouwd uit de volgende elementen: A1: investeringskosten; A2: aanvullende afwerkingen; A3: tuin/ (dak)terras; A4: Locatie / bereikbaarheid; A5.1: Kwaliteitstoeslag stadsdeel; A5.2: Kwaliteitstoeslag WOZ-waarde; Correctie BENG; Correctie deelobjecten Per woningtypologie zijn hiervan de uitkomsten per meetpunt te vinden in bijlage 1. A1: investeringskosten Dit betreffen de bouw-, bijkomende en sloopkosten, uitgaande van regelgeving en constructies. De sloop- en bouwkosten zijn de kosten (inclusief de fundering) die een aannemer in rekening brengt, waaronder arbeid, materialen en materieel (zoals steigerwerk, bouwketen en kranen). De bijkomende kosten zijn de kosten die naast de directe herbouwkosten gemaakt worden om een project te realiseren en in gebruik te nemen. Hieronder vallen onder andere de honoraria voor adviseurs (architecten, constructeur, toezicht, projectmanagement) heffingen en aansluitkosten, financieringskosten, verkoop -verhuurkosten en algemene kosten en winst voor de projectontwikkelaar. De invloed van projectgrootte is direct verwerkt in de investeringskosten A1. Dit geldt voor zowel eengezinswoningen als meergezinswoningen. De woninggrootte is van invloed op de projectgrootte. Hierbij geldt op hoofdlijn dat kleinere woningen samenhangen met een grotere projectgrootte en grotere woningen met een kleinere projectgrootte. A2: aanvullende afwerkingen De herbouwkosten zijn gebaseerd op het opleveringsniveau van nieuwbouwwoningen. Bij de prijsbepaling worden de woningen voorzien van een vaste inrichting en afwerking op basis van een gangbare opleveringskwaliteit binnen de Amsterdamse nieuwbouw woningmarkt: afwerkvloer, afgewerkte binnenwanden en plafonds; volledige (standaard)installaties; sanitaire ruimtes met afwerking en sanitair; keukenblok met toebehoren, niet zijnde keukenapparatuur Bestaande woningen kennen echter een uitgebreider afwerkingsniveau dan nieuwbouwwoningen. De kosten voor vloer-, plafond- en wandafwerking zijn daarom als een aparte toeslag toegevoegd aan de woningen. Per meetpunt is vastgesteld welke basiskwaliteit er gemiddeld te verwachten valt, waarbij wordt aangenomen dat een grotere woning doorgaans standaard al een hoger afwerkingsniveau heeft. Deze aanvullende afwerkingen voor bestaande woningen is meegenomen door middel van element A2. A3: afwerking tuin-/ dakterras Bestaande woningen kennen over het algemeen een tuininrichting of hebben een ingericht dakterras. Daarom is per woningtypologie gekeken in hoeverre er gemiddeld sprake is van een tuin of dakterras en is vervolgens per meetpunt een toeslag bepaald per m2 GO voor de aanleg van een tuin of dakterras. Logischerwijs komt deze toeslag meer voor bij eengezinswoningen en is deze bij meergezinswoningen gemiddeld verwaarloosbaar aanwezig. A4: Locatie / bereikbaarheid Bouwen in het centrum is duurder dan aan de randen van de stad. Centrumlocaties zijn minder goed bereikbaar, de bouwlogistiek is complexer, er zijn meer veiligheidsmaatregelen t.b.v. de omgeving noodzakelijk, de omvang van de bouwplaats is beperkt en de kans op schade aan omliggende bebouwing is groter. Voor de extra kosten die hiervan het gevolg zijn, wordt een toeslag gehanteerd per locatiecategorie. De toeslag is gekoppeld aan de buurtcombinaties van Onderzoek Informatie en Statistiek (OIS). De locatietoeslag is afgezet tegen de “groen-stedelijke gebieden” en varieert van -4% voor de “perifere gebieden”, 7% voor “buiten centrum” en 19% voor de centrum locaties. Deze toeslag wordt gerekend over de investeringskosten onder A1. Bijlage 2 bevat de gehanteerde correctie per buurtcombinatie. A5.1: Kwaliteitstoeslag stadsdeel De hoogte van herbouwkosten is gerelateerd aan het kwaliteitsniveau. Aangezien woningtypologieën in principe door de gehele stad kunnen voorkomen, is de inschatting gemaakt dat deze in bepaalde gebieden standaard een hogere architectonische kwaliteit hebben. Denk hierbij aan hogere plafonds, houtsnijwerken en geknipte voegen die bijeen portiekwoning in het centrum wel is te verwachten en in Amsterdam Zuid-Oost niet of in mindere mate. Per woningtypologie, meetpunt en gebied is hiervoor een toeslag bepaald. A5.2: Kwaliteitstoeslag WOZ-waarde Duurdere woningen van hetzelfde type in dezelfde buurt hebben over het algemeen hogere herbouwkosten per m² als gevolg van een hoger kwaliteitsniveau. In de WOZ-administratie is echter geen of nauwelijks registratie van het kwaliteitsniveau van de panden. Hierbij moet het kwaliteitsniveau niet verward worden met het onderhoudsniveau zoals dat in de WOZ wel wordt geregistreerd. Om het verschil in kwaliteitsniveau en bijkomende kosten wel mee te kunnen nemen in de hoogte van de herbouwkosten, heeft de gemeente een deel van de kosten gerelateerd aan de hoogte van de WOZ-waarde. Middels een staffel is een kwaliteitstoeslag ten gevolge van de afwijking van de WOZ-waarde van de woning in een bepaalde oppervlakte categorie, ten opzichte van de gemiddelde WOZ-waarde van dat type woning in de buurt te bepalen. Er geldt geen afslag bij een WOZ-waarde die lager is dan de gemiddelde WOZ-waarde. Met het verschil tussen de WOZ-waarden wordt voor tot en met de eerste €1.000 verschil, een opslag gerekend ter hoogte van €573 per m². Vanaf €1.000 tot en met €2.000 verschil geldt een opslag van €286,50 per m²/1.000 en vanaf €2.000 verschil bedraagt de opslag €143,25 per m2. Voorbeeld: De WOZ-waarde van een galerijwoning is 1.200 euro per m2 hoger dan de gemiddelde WOZ waarde van een galerijwoning van dezelfde woninggroottecategorie in de buurt. De positieve afwijking van 1.200 euro per m2, leidt voor een woning van 57m² GO tot een kwaliteitstoeslag van 35.927 euro. De berekening ziet er als volgt uit: Onderstaande berekening dient ter verduidelijking bij een WOZ-waarde verschil van €1.200 per m² GO t.o.v. de gemiddelde WOZ-waarden bij 57m² GO: Vereenvoudigd bij een kleiner WOZ-waarde verschil, bijvoorbeeld €400 per m² GO, bij 57m² GO geldt dan: De gehanteerde gemiddelde WOZ-waarden zijn opgenomen in bijlage 3. Correctie deelobjecten De bepaling van de WOZ-waarde bevat een aparte waardering voor deelobjecten bij een woning. Dit soort deelobjecten betreft bijvoorbeeld carports, garageboxen, parkeerplaatsen, hobbykassen et cetera. Deze deelobjecten maken geen onderdeel uit van de berekende herbouwkosten. De kosten van deze objecten worden daarom apart aan het object toegevoegd. Onderstaande tabel bevat een overzicht van de gehanteerde deelobjecten en de daarbij behorende kosten. Deelcode Omschrijving kosten eenheid 1500 Garageboxen geschakeld € 25.430 stuks 1510 Garage aangebouwd aan eengezinswoning € 33.109 stuks 1520 Garage aangebouwd dakconstructie € 44.043 stuks 1530 Garage aangebouwd plat dak € 33.109 stuks 1540 Vrijstaande garage € 36.681 stuks 1550 Vrijstaande garage dakconstructie € 48.252 stuks 1560 Vrijstaande garage plat dak € 36.681 stuks 1570 Inpandige garage € 45.780 stuks 1580 Onderpandige garage centrum € 55.825 stuks 1580 Onderpandige garage binnen ring € 50.225 stuks 1580 Onderpandige garage overig € 45.000 stuks 1590 Carport € 15.728 stuks 2140 Parkeerplaats op terrein € 1.375 stuks Voorbeeldberekening herbouwkosten voor de bepaling BSQ Voor een beter begrip van de uitkomsten wordt hieronder, aan de hand van een voorbeeldberekening, weergegeven hoe een herbouwkostenberekening is opgebouwd. Aangezien de WOZ-waarde is gebaseerd op het woonoppervlak of in technische termen het gebruikersoppervlak (GO), worden de herbouwkosten ook berekend op basis van het GO van de woning. De bedragen zijn inclusief BTW. Toelichting rekenvoorbeeld: Beneden- bovenwoning, 57m2 Amsterdam Zuid

(1)De WOZ-gegevens omvatten het gebruikersoppervlak, de WOZ-waarde en de locatie van het object. Deze gegevens hebben invloed op de hoogte van de herbouwkosten. Het effect ervan wordt in dit rekenvoorbeeld inzichtelijk gemaakt.
(2)Het verschil tussen de WOZ van het object en het gemiddelde per objecttype en grootteklasse wordt bepaald. Door de herbouwkosten van de WOZ-waarde af te trekken krijgt men de grondwaarde. De grondquote is het percentage van de grondwaarde t.o.v. van de WOZ. A1: De investeringskosten zijn per m2 GO voor alle afzonderlijke referenties voor diverse groottes bepaald. A2: Afwerkingen om een casco woning “woonklaar” te krijgen, zoals: stucwerk, verf en vloerafwerking. A3: Er wordt rekening gehouden met een gemiddelde afwerking van tuin en dakterras, waarbij wordt gekeken in hoeverre dit gemiddeld van toepassing is. A4: Afhankelijk van de locatie geldt er een opslag op de investeringskosten in verband met gemiddeld lastigere bouwprocessen en hogere kosten, naarmate een woning dichter bij het centrum ligt. A5.1: Een bepaald woningtype kan in principe overal in de stad voorkomen, maar men verondersteld dat de esthetische eisen aan een nieuwbouwwoning dichter bij het centrum strenger zijn waarvoor een opslag geldt. A5.2: Op basis van de afwijking van de WOZ-waarde ten opzichte van de gemiddelde WOZ-waarde in een wijk voor het specifieke woningtype wordt een gestaffelde opslag bepaald. De onderdelen A1 t/m A5.2 opgeteld bepalen de herbouwkosten voor de referentie, op basis van de locatie en WOZ-gegevens. Rekenvoorbeeld: beneden-, bovenwoning Gestapeld 'beneden,- bovenwoning' (SOC code 1987/1988)
(1)Woningtype 1987/1988 m² gebruiksoppervlak 57 8.743 WOZ-waarde 498.351 Buurtcombinatie K25 KE (nieuwe codering) Stadsdeel Nieuwe Pijp Zuid buiten centrum
(2)WOZ-waarde gemiddeld (in betreffende wijk) 7.543 per type en grootte 429.951 Verschil WOZ-waarde 68.400 1.200 per m2 GO Recapitulatie WOZ-waarde 498.351 Herbouwkosten (prijspeil 1-1-2021) 235.390
(3)Individuele grondwaarde 262.961 Grondquote 52,8% Herbouwkosten A1 Investeringskosten 2.975 169.575 A2 Aanvullende afwerkingen 150 8.550 A3 Tuin en dakterras - - A4 Locatie en bereikbaarheid 7% 11.870 A5.1 Kwaliteitstoeslag stadsdeel 338 Zuid buiten centrum 19.266 Afwijking WOZ t.o.v. gemiddelde WOZ in € 1.200 per m2 GO > 1.000 0,25 143,25 200 1.633 < 1.000 ≥ 500 0,50 286,5 500 8.165 < 500 1,00 573 500 16.331 1.200 26.129 A5.2 Kwaliteitstoeslag onderlinge kwaliteit 458 26.129 Herbouwkosten (prijspeil 1-1-2021) 235.390 incl. btw 4.130 per m2 GO
  1. Differentiatie herbouwkosten De herbouwkosten voor woningen zijn gedifferentieerd naar: Woningtypes uit de WOZ; Meetpunten. Door te differentiëren naar woningtypes en woninggroottes zijn de herbouwkosten bepaald voor 90% van alle woningen in de gemeente Amsterdam.11Percentage berekend exclusief aandeel woningcorporatiewoningbezit. Ondanks de gehanteerde differentiatie (en de gedetailleerde opbouw) blijft de bepaling van de herbouwkosten een modelmatige benadering. De gehanteerde herbouwkosten zullen daardoor niet precies aansluiten bij de verschillende individuele situaties. De herbouwkosten per woningtype en de gehanteerde meetpunten zijn in bijlage 1 opgenomen. Hieronder worden de woningtype en oppervlakte categorieën verder toegelicht. Woningtypes uit de WOZ Voor de bepaling van de herbouwkosten worden referentiemodellen per woningtype gebruikt. Deze referentiemodellen omvatten de binnen Amsterdam veel voorkomende woningtypes. De referenties zijn gecategoriseerd overeenkomstig de woningtypes en Soort objectcodes (SOC codes) die de belastingdienst Amsterdam hanteert voor de WOZ-waardebepaling. Voor meergezinswoningen gaat het om de referenties galerijflat, appartement, portiekflat, flat algemeen gemengd, benedenwoning, bovenwoning, corridorflat, studentenwoning, bejaardenwoning, historische benedenwoning, historische bovenwoning, karakteristiek historische benedenwoning en karakteristiek historische bovenwoning. Voor eengezinswoningen zijn twee-onder-één-kap woningen, repeterende tussenwoningen, niet-repeterende tussenwoningen, kop-, eind en hoekwoningen, kwadrantwoningen, grachtenpand, vrijstaande woning en drive-in woningen en de woonboot als referentie toegepast. Meetpunten De herbouwkosten van een kleine woning is in verhouding hoger per m² gebruiksoppervlak dan een grote woning. In de herbouwkostenberekening is daarom uitgegaan van verschillende meetpunten die variëren van 25m2 GO voor bepaalde woningtypes tot oppervlakten van meer dan 1.000m2 GO12Van toepassing bij referentietypen waarbij dit voorkomt in de WOZ-administratie. Per woningtype zijn er zodoende 8 of 9 meetpunten bepaald. Tussen de meetpunten wordt er geïnterpoleerd. Daarmee is het mogelijk om voor elk gebruiksoppervlak specifieke herbouwkosten per m² te hanteren. Voorbeeld: bij een beneden- bovenwoning (SOC 1987 / 1988) van 100m² groot, liggen de kosten voor onderdeel A1 tussen meetpunt 3 (89m² GO bij €2.753 ) en meetpunt 4 (121m² GO €2.531) in. Om de waarde dat behoort bij 100 m2 te kunnen bepalen, wordt de methode van interpolatie toegepast middels de volgende formule:
  2. Herbouwkosten en verzekerde waarde Verzekeraars gaan voor hun opstalverzekeringen over het algemeen uit van herbouwkosten. De verzekeringen dekken het bedrag dat benodigd is voor herbouw van het verzekerde gebouw, exclusief inboedel. Een vergelijking tussen de hoogte van de gehanteerde herbouwkosten en de verzekerde waarde van individuele woningen is niet goed te maken. Hiervoor is de berekeningswijze te divers. De verzekerde waarde wordt onder meer op basis van de volgende methoden bepaald: Herbouwwaardemeter; Standaardbedrag voor alle woningen; Afgeleid uit de WOZ-waarde van een woning; Taxatie door een onafhankelijke deskundige. Behalve de taxatie door een onafhankelijke deskundige zijn bovenstaande methoden globaal. De verzekerde waarde sluit vaak niet aan op de werkelijke herbouwkosten. Globale waardebepalingen zijn in essentie vaak gericht op het voorkomen / garantie tegen een onderverzekering. Het Verbond van Verzekeraars stelt jaarlijks een veel gebruikte Herbouwwaardemeter op. Op basis van m³-prijzen kunnen de gemiddelde herbouwkosten van vijf woningtypen worden vastgesteld. Met aanvullende bouwdelen, kwaliteitsniveaus en extra toeslagen kan de herbouwwaarde verder gespecificeerd worden. De Verbond van Verzekeraars benadrukt dat de prijzen dienen voor de globale vaststelling van de gemiddelde herbouwkosten van de woningtypen. Waar de herbouwwaardemeter vijf woningtypen hanteert, heeft de gemeente voor tweeëntwintig woningtypen, gecombineerd tot 16 referentietypen, de kosten bepaald. Daarnaast gaat de Herbouwwaardemeter uit van 6 woningtypen, waarin op basis van de inhoud van de woning de herbouwwaarde wordt bepaald. Aangezien de woninggrootte grote invloed heeft op de hoogte van de herbouwkosten heeft de gemeente de herbouwkosten laten berekenen voor verschillende woninggrootte per woningtype. Door de verschillende benaderingswijze kunnen de resulterende kosten afwijken.
  3. Herbouwkosten en de buurtstraatquote De buurstraatquote (BSQ) laat zien welk deel van de woningwaarde bestaat uit de waarde van de grond. Het andere deel is de waarde van de opstal. De opstalwaarde voor een woning die uit de BSQ volgt, hoeft echter niet één-op-één overeen te komen met de geraamde herbouwkosten van de betreffende woning. De BSQ is namelijk bepaald op basis van een gemiddelde. Bij de bepaling van de BSQ wordt eerst de grondwaarde van een individuele woning berekend door de WOZ-waarde te verminderen met de herbouwkosten. Het aandeel van de grondwaarde in de WOZ-waarde geeft de individuele grondquote. De BSQ is het gemiddelde van de individuele grondquotes in een bepaalde buurstraat. Door te middelen worden uitschieters voorkomen, maar wijkt de opstalwaarde die volgt uit de BSQ, ook enigszins af van de herbouwkosten van de betreffende woning.
  4. Indexatie herbouwkosten De herijking van de herbouwkosten ten behoeve van de BSQ is uitgevoerd op prijspeil 1-1-2021 en sluit aan de prijspeil van de WOZ-waarden belastingjaar
  5. In de ramingen is uitgegaan van de verhoogde energetische woningbouweisen (BENG-normen) die wettelijk gelden per 1-1-
  6. Voor de (toekomstige) indexering van de herbouwkosten maakt de Gemeente gebruik van de indexcijfers van Bureau Documentatie Bouwwezen (BDB). Deze indexering bestaat uit een structurele component (1-1-2021 = 100) en uit een conjuncturele component. De structurele kostenontwikkelingen zijn de autonome prijsontwikkelingen van de productiekosten bij een onveranderde vraag. Dit is, met andere woorden, de ontwikkeling van de kostprijs van de bouw. Denk hierbij aan de kosten voor de inkoop van bouwmaterialen en arbeidsloon. Bij structurele kostenontwikkelingen wordt geen rekening gehouden met veranderende marktomstandigheden, wijzigingen in wet- en regelgeving, de ontwikkeling van productiviteit en wijzigingen in de algemene condities. De conjuncturele kostenontwikkeling is een algemene prijsontwikkeling die wordt veroorzaakt door een verschuiving van de vraag bij een onveranderd aanbod. Bijvoorbeeld bij een stijgende vraag en een (op korte termijn) gelijkblijvend aanbod, zullen de kosten stijgen. Deze kostenontwikkeling heeft dus betrekking op de aanbestedingsmarkt. Dit wordt uitgedrukt in de marktindicator (%) en beweegt zich om de structurele kostenontwikkeling heen en kan derhalve positief en negatief zijn. Ter illustratie is onderstaande grafiek opgenomen met een voorbeeld van hoe de ontwikkeling van de structurele en de conjuncturele kostenontwikkeling er uit kan zien. De totale index (structureel + conjunctureel) op een bepaald prijspeil wordt verkregen door de structurele index (totale aanneemsom incl. btw) te vermeerderen met de marktindicator van het betreffende prijspeil. De Gemeente gaat enkel uit van vastgestelde cijfers, ook met betrekking tot de kostenontwikkeling. Aangezien de marktindicator doorgaans met een vertraging van 1 à 2 kwartalen wordt vastgesteld, zal bij het eerst volgende beleidsjaar de meest recent vastgestelde marktindicator worden gehanteerd. totale index (jaar y)=structureleindex×(1+marktindicator (%)) De indexering van de herbouwkosten in de volgende jaren volgt uit de volgende formule: Er wordt in de structurele index onderscheid gemaakt tussen de kostenontwikkeling voor eengezins- en meergezinswoningen. Voor eengezinswoningen (EGW) wordt gebruik gemaakt van de BDB index van eengezinswoningen. Voor meergezinswoningen (MGW) wordt de gemiddelde index van galerij- en portiekwoningen gehanteerd. De conjuncturele kostenontwikkeling is uniform voor de EGW en MGW. De herbouwkosten zijn opgesteld op prijspeil 1-1-2021 en dienen voor ten behoeve van het beleidsjaar 2023 op basis van de WOZ-data met waardepeildatum 2021 derhalve niet geïndexeerd te worden. Voor de opvolgende jaren zal de indexatie van de herbouwkosten op bovenstaande wijze plaatsvinden, met inachtneming van de marktindicator Q1 2021 van 2,7% en de structurele-index 1-1-2021=100 voor EGW en MGW. Hoofdstuk 3: Factsheets herbouwkosten per woningtype Beneden-bovenwoning (SOC code 1981 / 1982) Punt 1 Punt 2 Punt 3 Punt 4 Punt 5 Punt 6 Punt 7 Punt 8 Punt 9 GO Gebruiksoppervlak 25 57 89 121 154 186 218 250 1.421 A1 Investeringskosten 4.671 3.803 2.935 2.647 2.380 2.270 2.228 2.144 1.540 A2 Aanvullende wand-, vloer-, en plafondafwerking 217 197 177 199 267 416 580 579 520 A3 Tuin / dakterras Centrum centrum stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras West buiten centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras West groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Nieuw-West groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuid buiten centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuid groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Oost buiten centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Oost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Noord groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A4 Locatie / bereikbaarheid perifieer -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% A4 Locatie / bereikbaarheid groen stedelijk 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% A4 Locatie / bereikbaarheid buiten Centrum 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% A4 Locatie / bereikbaarheid centrum stedelijk 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% A5.1 Kwaliteitstoeslag Centrum centrum stedelijk 502 338 251 240 200 192 177 171 112 A5.1 Kwaliteitstoeslag West buiten centrum 409 275 204 195 163 157 144 139 91 A5.1 Kwaliteitstoeslag West groen stedelijk 203 136 101 97 81 78 71 69 45 A5.1 Kwaliteitstoeslag Nieuw-West groen stedelijk 73 49 36 35 29 28 26 25 16 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid buiten centrum 502 338 251 240 200 192 177 171 112 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid groen stedelijk 249 167 124 119 99 95 88 85 56 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost buiten centrum 292 196 146 140 117 112 103 99 65 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost groen stedelijk 145 97 72 69 58 56 51 49 32 A5.1 Kwaliteitstoeslag Noord groen stedelijk 102 68 51 49 41 39 36 35 23 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit >1.000 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <1.000 ≥ 500 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <500 573 573 573 573 573 573 573 573 573 Beneden-bovenwoning (SOC code 1987 / 1988) Punt 1 Punt 2 Punt 3 Punt 4 Punt 5 Punt 6 Punt 7 Punt 8 Punt 9 GO Gebruiksoppervlak 25 57 89 121 154 186 218 250 1.040 A1 Investeringskosten 4.573 3.663 2.753 2.531 2.247 2.145 2.115 2.036 1.584 A2 Aanvullende wand-, vloer-, en plafondafwerking 206 188 170 190 256 399 472 556 530 A3 Tuin / dakterras Centrum centrum stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras West buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras West groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Nieuw-West groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuid buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuid groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Oost buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Oost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Noord groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A4 Locatie / bereikbaarheid perifieer -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% A4 Locatie / bereikbaarheid groen stedelijk 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% A4 Locatie / bereikbaarheid buiten Centrum 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% A4 Locatie / bereikbaarheid centrum stedelijk 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% A5.1 Kwaliteitstoeslag Centrum centrum stedelijk 450 293 201 197 164 158 146 141 107 A5.1 Kwaliteitstoeslag West buiten Centrum 366 239 164 160 133 129 119 115 87 A5.1 Kwaliteitstoeslag West groen stedelijk 181 118 81 79 66 64 59 57 43 A5.1 Kwaliteitstoeslag Nieuw-West groen stedelijk 65 43 29 29 24 23 21 21 16 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid buiten Centrum 450 293 201 197 164 158 146 141 107 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid groen stedelijk 223 145 100 98 81 79 72 70 53 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost buiten Centrum 262 171 117 115 95 92 85 82 62 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost groen stedelijk 130 85 58 57 47 46 42 41 31 A5.1 Kwaliteitstoeslag Noord groen stedelijk 91 59 41 40 33 32 30 29 22 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit >1.000 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <1.000 ≥ 500 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <500 573 573 573 573 573 573 573 573 573 Beneden-bovenwoning (SOC code 1187 / 1188) Punt 1 Punt 2 Punt 3 Punt 4 Punt 5 Punt 6 Punt 7 Punt 8 Punt 9 GO Gebruiksoppervlak 25 57 89 121 154 186 218 250 1.038 A1 Investeringskosten 3.452 2.835 2.218 2.048 1.836 1.767 1.753 1.683 1.352 A2 Aanvullende wand-, vloer-, en plafondafwerking 209 190 171 192 258 402 475 557 553 A3 Tuin / dakterras Centrum centrum stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras West buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras West groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Nieuw-West groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuid buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuid groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Oost buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Oost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Noord groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A4 Locatie / bereikbaarheid perifieer -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% A4 Locatie / bereikbaarheid groen stedelijk 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% A4 Locatie / bereikbaarheid buiten Centrum 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% A4 Locatie / bereikbaarheid centrum stedelijk 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% A5.1 Kwaliteitstoeslag Centrum centrum stedelijk 233 155 120 126 105 105 98 96 80 A5.1 Kwaliteitstoeslag West buiten Centrum 190 127 97 103 86 86 80 78 65 A5.1 Kwaliteitstoeslag West groen stedelijk 94 63 48 51 43 42 39 39 32 A5.1 Kwaliteitstoeslag Nieuw-West groen stedelijk 34 23 17 18 15 15 14 14 12 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid buiten Centrum 233 155 120 126 105 105 98 96 80 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid groen stedelijk 116 77 59 63 52 52 49 48 40 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost buiten Centrum 136 90 70 73 61 61 57 56 46 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost groen stedelijk 67 45 34 36 30 30 28 28 23 A5.1 Kwaliteitstoeslag Noord groen stedelijk 47 32 24 26 21 21 20 20 16 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit >1.000 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <1.000 ≥ 500 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <500 573 573 573 573 573 573 573 573 573 Corridor (SOC code 1183 / 1189) Punt 1 Punt 2 Punt 3 Punt 4 Punt 5 Punt 6 Punt 7 Punt 8 Punt 9 GO Gebruiksoppervlak 25 57 89 121 154 186 218 250 602 A1 Investeringskosten 3.597 3.470 3.343 2.860 2.539 2.336 2.337 2.211 2.052 A2 Aanvullende wand-, vloer-, en plafondafwerking 144 142 140 162 234 349 427 537 528 A3 Tuin / dakterras Centrum centrum stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras West buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras West groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Nieuw-West groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuid buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuid groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Oost buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Oost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Noord groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A4 Locatie / bereikbaarheid perifieer -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% A4 Locatie / bereikbaarheid groen stedelijk 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% A4 Locatie / bereikbaarheid buiten Centrum 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% A4 Locatie / bereikbaarheid centrum stedelijk 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% A5.1 Kwaliteitstoeslag Centrum centrum stedelijk 147 140 154 127 115 105 106 102 96 A5.1 Kwaliteitstoeslag West buiten Centrum 120 114 126 103 94 86 86 83 78 A5.1 Kwaliteitstoeslag West groen stedelijk 59 56 62 51 46 42 43 41 39 A5.1 Kwaliteitstoeslag Nieuw-West groen stedelijk 21 20 22 18 17 15 15 15 14 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid buiten Centrum 147 140 154 127 115 105 106 102 96 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid groen stedelijk 73 69 77 63 57 52 53 50 47 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost buiten Centrum 86 81 90 74 67 61 62 59 56 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost groen stedelijk 43 40 45 37 33 30 31 29 28 A5.1 Kwaliteitstoeslag Noord groen stedelijk 30 28 31 26 23 21 22 21 19 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit >1.000 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <1.000 ≥ 500 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <500 573 573 573 573 573 573 573 573 573 Drive-in (SOC code 1138) Punt 1 Punt 2 Punt 3 Punt 4 Punt 5 Punt 6 Punt 7 Punt 8 Punt 9 GO Gebruiksoppervlak 75 100 125 150 175 200 225 250 316 A1 Investeringskosten 2.715 2.433 2.151 1.938 1.826 1.814 1.783 1.699 1.606 A2 Aanvullende wand-, vloer-, en plafondafwerking 142 158 174 217 341 419 410 495 444 A3 Tuin / dakterras Centrum centrum stedelijk 113 89 75 71 67 63 60 57 52 A3 Tuin / dakterras West buiten Centrum 103 95 89 89 87 87 87 85 83 A3 Tuin / dakterras West groen stedelijk 93 91 89 87 87 83 81 77 75 A3 Tuin / dakterras Nieuw-West groen stedelijk 93 91 89 87 87 83 81 77 75 A3 Tuin / dakterras Zuid buiten Centrum 133 115 103 95 93 91 87 81 77 A3 Tuin / dakterras Zuid groen stedelijk 93 89 89 87 85 85 85 85 83 A3 Tuin / dakterras Oost buiten Centrum 129 11 99 93 87 83 79 75 73 A3 Tuin / dakterras Oost groen stedelijk 89 85 83 79 77 73 71 67 65 A3 Tuin / dakterras Noord groen stedelijk 79 75 73 73 71 71 69 67 67 A3 Tuin / dakterras Zuidoost groen stedelijk 79 75 73 73 71 71 69 67 67 A4 Locatie / bereikbaarheid perifieer -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% A4 Locatie / bereikbaarheid groen stedelijk 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% A4 Locatie / bereikbaarheid buiten Centrum 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% A4 Locatie / bereikbaarheid centrum stedelijk 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% A5.1 Kwaliteitstoeslag Centrum centrum stedelijk 148 152 138 117 107 106 100 98 92 A5.1 Kwaliteitstoeslag West buiten Centrum 121 124 112 95 87 86 81 80 75 A5.1 Kwaliteitstoeslag West groen stedelijk 60 61 56 47 43 43 40 40 37 A5.1 Kwaliteitstoeslag Nieuw-West groen stedelijk 22 22 20 17 16 15 15 14 13 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid buiten Centrum 148 152 138 117 107 106 100 98 92 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid groen stedelijk 73 75 68 58 53 53 50 49 46 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost buiten Centrum 86 88 80 68 62 62 58 57 53 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost groen stedelijk 43 44 40 34 31 31 29 28 27 A5.1 Kwaliteitstoeslag Noord groen stedelijk 30 31 28 24 22 22 20 20 19 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit >1.000 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <1.000 ≥ 500 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <500 573 573 573 573 573 573 573 573 573 Flat algemeen gemengd (SOC code 1185) Punt 1 Punt 2 Punt 3 Punt 4 Punt 5 Punt 6 Punt 7 Punt 8 Punt 9 GO Gebruiksoppervlak 25 57 89 121 154 186 218 250 390 A1 Investeringskosten 3.647 3.289 2.931 2.826 2.654 2.546 2.571 2.505 2.435 A2 Aanvullende wand-, vloer-, en plafondafwerking 143 142 141 162 234 347 424 531 593 A3 Tuin / dakterras Centrum centrum stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras West buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras West groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Nieuw-West groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuid buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuid groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Oost buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Oost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Noord groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A4 Locatie / bereikbaarheid perifieer -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% A4 Locatie / bereikbaarheid groen stedelijk 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% A4 Locatie / bereikbaarheid buiten Centrum 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% A4 Locatie / bereikbaarheid centrum stedelijk 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% A5.1 Kwaliteitstoeslag Centrum centrum stedelijk 190 178 168 166 164 162 160 159 157 A5.1 Kwaliteitstoeslag West buiten Centrum 154 145 137 135 133 131 130 130 128 A5.1 Kwaliteitstoeslag West groen stedelijk 77 72 68 67 66 65 65 64 63 A5.1 Kwaliteitstoeslag Nieuw-West groen stedelijk 28 26 24 24 24 24 23 23 23 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid buiten Centrum 190 178 168 166 164 162 160 159 157 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid groen stedelijk 94 88 83 82 81 80 79 79 78 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost buiten Centrum 110 104 98 96 95 94 93 93 91 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost groen stedelijk 55 51 48 48 47 47 46 46 45 A5.1 Kwaliteitstoeslag Noord groen stedelijk 38 36 34 34 33 33 32 32 32 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit >1.000 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <1.000 ≥ 500 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <500 573 573 573 573 573 573 573 573 573 Galerijflat (SOC code 1181) Punt 1 Punt 2 Punt 3 Punt 4 Punt 5 Punt 6 Punt 7 Punt 8 Punt 9 GO Gebruiksoppervlak 25 57 89 121 154 186 218 250 583 A1 Investeringskosten 4.037 3.380 2.723 2.524 2.315 2.165 2.237 2.159 2.069 A2 Aanvullende wand-, vloer-, en plafondafwerking 143 142 141 163 234 348 426 535 539 A3 Tuin / dakterras Centrum centrum stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras West buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras West groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Nieuw-West groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuid buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuid groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Oost buiten Centrum 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Oost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Noord groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A3 Tuin / dakterras Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A4 Locatie / bereikbaarheid perifieer -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% A4 Locatie / bereikbaarheid groen stedelijk 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% A4 Locatie / bereikbaarheid buiten Centrum 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% A4 Locatie / bereikbaarheid centrum stedelijk 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% A5.1 Kwaliteitstoeslag Centrum centrum stedelijk 192 189 142 144 137 128 138 136 134 A5.1 Kwaliteitstoeslag West buiten Centrum 156 154 116 117 112 104 113 110 109 A5.1 Kwaliteitstoeslag West groen stedelijk 77 76 57 58 55 52 56 55 54 A5.1 Kwaliteitstoeslag Nieuw-West groen stedelijk 28 27 21 21 20 19 20 20 19 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid buiten Centrum 192 189 142 144 137 128 138 136 134 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid groen stedelijk 95 94 71 71 68 64 69 67 66 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost buiten Centrum 112 110 83 84 80 75 80 79 78 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost groen stedelijk 55 55 41 41 40 37 40 39 39 A5.1 Kwaliteitstoeslag Noord groen stedelijk 39 38 29 29 28 26 28 28 27 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit >1.000 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <1.000 ≥ 500 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <500 573 573 573 573 573 573 573 573 573 Grachtenpanden (SOC code 1405 / 1431) Punt 1 Punt 2 Punt 3 Punt 4 Punt 5 Punt 6 Punt 7 Punt 8 Punt 9 GO Gebruiksoppervlak 75 107 139 171 204 236 268 300 1.720 A1 Investeringskosten 3.602 3.369 3.136 2.883 2.638 2.435 2.328 2.187 1.769 A2 Aanvullende wand-, vloer-, en plafondafwerking 157 186 215 265 414 485 578 559 495 A3 Tuin / dakterras Centrum centrum stedelijk 112 88 70 66 62 58 54 52 46 A3 Tuin / dakterras West buiten Centrum 102 94 88 86 86 84 84 82 76 A3 Tuin / dakterras West groen stedelijk 92 90 86 86 82 78 76 54 68 A3 Tuin / dakterras Nieuw-West groen stedelijk 92 90 86 86 82 78 76 54 68 A3 Tuin / dakterras Zuid buiten Centrum 131 114 94 92 90 84 80 76 70 A3 Tuin / dakterras Zuid groen stedelijk 92 90 86 86 82 78 76 54 68 A3 Tuin / dakterras Oost buiten Centrum 127 110 92 86 82 76 74 72 66 A3 Tuin / dakterras Oost groen stedelijk 102 98 92 90 86 82 80 78 72 A3 Tuin / dakterras Noord groen stedelijk 78 74 72 70 70 68 68 66 58 A3 Tuin / dakterras Zuidoost groen stedelijk 78 74 72 70 70 68 68 66 58 A4 Locatie / bereikbaarheid perifieer -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% A4 Locatie / bereikbaarheid groen stedelijk 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% A4 Locatie / bereikbaarheid buiten Centrum 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% A4 Locatie / bereikbaarheid centrum stedelijk 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% A5.1 Kwaliteitstoeslag Centrum centrum stedelijk 400 304 299 268 234 213 211 189 147 A5.1 Kwaliteitstoeslag West buiten Centrum 326 247 243 218 192 174 171 154 119 A5.1 Kwaliteitstoeslag West groen stedelijk 161 123 121 108 95 86 85 76 59 A5.1 Kwaliteitstoeslag Nieuw-West groen stedelijk 58 44 44 439 34 31 31 28 21 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid buiten Centrum 400 304 299 268 235 213 211 189 147 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid groen stedelijk 198 151 148 133 117 106 104 94 73 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost buiten Centrum 233 177 174 156 137 124 123 110 85 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost groen stedelijk 115 88 86 77 68 62 61 55 42 A5.1 Kwaliteitstoeslag Noord groen stedelijk 81 62 61 54 48 43 43 38 30 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit >1.000 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <1.000 ≥ 500 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 286,5 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <500 573 573 573 573 573 573 573 573 573 Hoekwoning en eindwoning (SOC code 1141 / 1161 Punt 1 Punt 2 Punt 3 Punt 4 Punt 5 Punt 6 Punt 7 Punt 8 Punt 9 GO Gebruiksoppervlak 25 57 89 121 154 186 218 250 519 A1 Investeringskosten 3.641 3.236 2.831 2.426 2.188 2.066 2.096 1.993 1.751 A2 Aanvullende wand-, vloer-, en plafondafwerking 146 163 180 167 243 383 390 573 558 A3 Tuin / dakterras Centrum centrum stedelijk 149 123 101 79 69 65 60 56 48 A3 Tuin / dakterras West buiten Centrum 145 109 99 91 89 87 85 85 80 A3 Tuin / dakterras West groen stedelijk 107 97 91 89 87 85 80 76 72 A3 Tuin / dakterras Nieuw-West groen stedelijk 107 97 91 89 87 85 80 76 72 A3 Tuin / dakterras Zuid buiten Centrum 163 139 123 105 93 91 87 80 74 A3 Tuin / dakterras Zuid groen stedelijk 107 97 91 89 87 85 80 76 72 A3 Tuin / dakterras Oost buiten Centrum 159 135 119 101 89 85 78 74 70 A3 Tuin / dakterras Oost groen stedelijk 115 107 101 95 91 89 85 80 76 A3 Tuin / dakterras Noord groen stedelijk 105 81 77 75 73 71 68 68 62 A3 Tuin / dakterras Zuidoost groen stedelijk 105 81 77 75 73 71 68 68 62 A4 Locatie / bereikbaarheid perifieer -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% -4% A4 Locatie / bereikbaarheid groen stedelijk 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% A4 Locatie / bereikbaarheid buiten Centrum 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% 7% A4 Locatie / bereikbaarheid centrum stedelijk 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% 19% A5.1 Kwaliteitstoeslag Centrum centrum stedelijk 302 182 186 159 141 128 138 129 110 A5.1 Kwaliteitstoeslag West buiten Centrum 246 148 152 129 115 104 113 105 90 A5.1 Kwaliteitstoeslag West groen stedelijk 122 73 75 64 57 52 56 52 44 A5.1 Kwaliteitstoeslag Nieuw-West groen stedelijk 44 26 27 23 20 19 20 19 16 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid buiten Centrum 302 182 186 159 141 128 138 129 110 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuid groen stedelijk 150 90 92 79 70 63 69 64 55 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost buiten Centrum 176 106 109 93 82 74 81 75 64 A5.1 Kwaliteitstoeslag Oost groen stedelijk 87 52 54 46 41 37 40 37 32 A5.1 Kwaliteitstoeslag Noord groen stedelijk 61 37 38 32 29 26 28 26 22 A5.1 Kwaliteitstoeslag Zuidoost groen stedelijk 0 0 0 0 0 0 0 0 0 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit >1.000 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 143,25 A5.2 Toeslag onderlinge kwaliteit <1.000 ≥ 500 286,5 286,5 286,5 286,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.