Nadere regels amateurkunst Purmerend 2023Burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend; Gelet op artikel 6 van de Verordening amateurkunst Purmerend 2009; BESLUITEN: vast te stellen de Nadere regels amateurkunst Purmerend 2023 Artikel1Begripsomschrijvingen In deze nadere regels wordt verstaan onder: artistiek leider: een dirigent, instructeur, regisseur, tentoonstellingsmaker, choreograaf en dergelijke. Voor zover deze in het bezit is van een diploma van een officieel erkende beroepsopleiding is sprake van een beroeps-artistiek leider; opleiding: een opleiding, niet zijnde een beroepsopleiding, gevolgd door een kaderlid of een actief lid bij een regionaal of landelijke organisatie op het gebied van de amateurkunst; kaderlid: een persoon, verbonden aan een instelling, die de artistieke en bestuurlijke activiteiten van die instelling mede mogelijk maakt; categorie A: een muziekvereniging in de vorm van een symfonieorkest, harmonie- en fanfarekorps, brassband of drumfanfare; categorie B: een muziekvereniging in de vorm van tamboer- en pijperkorps, trompetter-, hoornblazers- of majorettekorps; categorie C: een muziekensemble, niet vallend onder de categorieën A of B; categorie D: een oratoriumvereniging, opera- en operettevereniging of musicalvereniging; categorie E: een zangvereniging; categorie F: een toneel- en cabaretvereniging of schrijvers- en poëzievereniging; categorie G: een dansvereniging; categorie H: een foto- en film-/videovereniging alsmede een beeldende kunst vereniging (twee- en driedimensionaal); verordening: de Verordening amateurkunst Purmerend
- Artikel2Bestanddelen basissubsidie 1.De hoogte van de basissubsidie wordt berekend door optelling van de subsidiebedragen die worden verstrekt: per actief lid; als bijdrage in de kosten van een artistiek leider; als bijdrage in de kosten van huur voor repetitieruimten; als bijdrage in de kosten van zaalhuur ten behoeve van voorstellingen en uitvoeringen; als bijdrage in de kosten van inschakeling van een orkest of solist; als bijdrage in de kosten van onderhoud van instrumenten. 2.De subsidiebedragen ten behoeve van de exploitatiekosten van de instelling, gebaseerd op het aantal actieve leden in 2023, zijn als volgt: Categorie A: voor instellingen tot 25 leden 587,00 voor instellingen tot 50 leden 611,00 voor instellingen tot 75 leden 635,00 voor instellingen tot 100 leden 662,00 voor instellingen met 100 of meer leden 686,00 Categorie B: voor instellingen tot 25 leden 440,00 voor instellingen tot 50 leden 465,00 voor instellingen tot 75 leden 489,00 voor instellingen tot 100 leden 512,00 voor instellingen met 100 of meer leden 536,00 Categorie D: voor instellingen tot 25 leden 244,00 voor instellingen tot 50 leden 269,00 voor instellingen tot 75 leden 292,00 voor instellingen tot 100 leden 316,00 voor instellingen tot 100 of meer leden 342,00 Categorieën C, E, F, G en H: voor instellingen tot 25 leden 99,00 voor instellingen tot 50 leden 122,00 voor instellingen tot 75 leden 146,00 voor instellingen tot 100 leden 170,00 voor instellingen met 100 of meer leden 196,00 1 januari van de subsidieperiode waarop de subsidie betrekking heeft, wordt gehanteerd als peildatum bij de bepaling van het aantal actieve leden van een instelling. 3.Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van een artistiek leider bedraagt in 2023 50% van die kosten tot een maximum van: € 2.515,- voor een beroepsdirigent, -instructeur of -regisseur; of € 1.220,- voor een niet beroepsdirigent, - instructeur, of -regisseur. In de in dit lid genoemde bedragen is 0% looncorrectie inbegrepen. Indien bij een instelling meerdere soorten artistiek leiders betrokken zijn (bijvoorbeeld een regisseur en een dirigent), dan kan voor de tweede soort artistiek leider een bijdrage in de kosten van 25% van de kosten van 2022 worden verstrekt, met een maximum van € 1.220,-. Dit geldt uitsluitend voor een beroepsdirigent, -instructeur, of –regisseur. Deze regel is niet van toepassing op meerdere artistiek leiders van dezelfde categorie (bijvoorbeeld meerdere regisseurs of dirigenten). 4.Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van huur voor repetitieruimten bedraagt in 2023 50% van die kosten in
- In afwijking van het gestelde onder a. wordt ten aanzien van de volgende instellingen met betrekking tot de huur van repetitieruimte in P3, in 2023, een ander percentage gehanteerd: Stedelijk Orkest 57%; Harmonie Crescendo 58%; Kunst na Arbeid 59%; 5.Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van zaalhuur ten behoeve van voorstellingen en uitvoeringen bedraagt in 2023, 50% van die kosten in 2022 tot een maximum van € 1.500,-. 6.Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van inschakeling van een orkestrespectievelijk een solist bedraagt in 2023, 30% van die kosten in 2022 tot een maximum van € 1.502,-. Tot de onder a. bedoelde kosten behoren tevens de reiskosten van de orkestleden of de solist voor één repetitie en één generale repetitie en voor de daarop volgende koor-, musical-, opera- of operette-uitvoering(en). 7.Het subsidiebedrag als bijdrage in de kosten van onderhoud van instrumenten bedraagt in 2023 € 24,25 per bespeeld instrument. 1 januari van de subsidieperiode waarop de subsidie betrekking heeft, wordt gehanteerd als peildatum bij de bepaling van het aantal bespeelde instrumenten bij een instelling. Artikel3Hardheidsclausule 1.Het college kan de nadere regels buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing van deze nadere regels leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel4Inwerkingtreding 1.Deze nadere regels treden in werking op de datum na die waarop ze zijn bekend gemaakt en vervallen met ingang van 1 januari
- 2.Subsidieaanvragen kunnen vanaf de in het eerste lid genoemde datum en tot uiterlijk 1 oktober worden ingediend. Artikel5Citeertitel Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels amateurkunst Purmerend
- Purmerend, 21 februari 2023Burgemeester en wethouders voornoemd,De secretaris,A. Heinerde burgemeester,E. van Selm