Gemeentelijk Rioleringsplan AmersfoortDe raad van de gemeente Amersfoort; op basis van het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 mei 2021, afdeling Leefomgeving; b e s l u i t: het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021 vast te stellen, het plan met terugwerkende kracht per 01 januari 2021 in te laten gaan en het Gemeentelijk Rioleringsplan 2012-2021 in te trekken. met ingang van 2022 een extra bedrag van incidenteel € 400.000 in de exploitatie van de begroting op te nemen ten behoeve van maatregelen in het kader van Klimaatadaptatie. De incidentele dekking voor 2022 wordt gevonden binnen de reeds beschikbaar gestelde middelen in de begroting 2021-2024 voor riolering Programma Stedelijk Beheer en milieu. Het structureel opnemen van € 400.000 voor klimaatadaptatie vanaf 2023 en de dekking door verhoging van de rioolheffing worden betrokken in de integrale afweging bij de Kadernota 2023-
- in het tarief van de rioolheffing bedragen op te nemen om te gaan sparen voor toekomstige investeringen, waarbij het jaarlijkse spaarbedrag, nu € 5,75 miljoen per jaar, gelijk is aan het huidige jaarlijkse investeringsvolume ad € 5,75 miljoen per jaar. de spaarcomponent vanaf 2022 in te voeren en vanaf 2023 cumulatief te laten toenemen met € 230.000 per jaar. Het structureel verhogen van de spaarcomponent vanaf 2023 (daadwerkelijke bedrag van de verhoging en fasering) en de dekking uit de extra verhoging van de rioolheffing worden als autonome ontwikkeling betrokken in de integrale afweging bij de Kadernota 2023-
- de benodigde voorzieningen in 2021 in te laten stellen door het college. Dit betreft de volgende 2 voorzieningen: een (tijdelijke) voorziening onderhoud riolering (ex artikel 44 lid 1c BBV). Deze voorziening kan worden opgeheven wanneer de nog uit te voeren maatregelen in achterstand groot onderhoud zijn uitgevoerd; een voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen riolering (ex artikel 44 lid 1d BBV); het gebruik van de huidige voorziening middelen derden (ex artikel 44 lid 2 BBV door het college te laten wijzigen. Dan gaat het om: de huidige voorziening middelen derden (ex artikel 44 lid 2 BBV) vanaf 2021 aan te wenden als dekking van de kapitaallasten van investeringen uit de jaren 2018-2020; de huidige voorziening middelen derden (ex artikel 44 lid 2 BBV) vanaf 2021 aan te wenden als egalisatievoorziening; vanuit de huidige voorzieningen middelen derden (ex artikel 44 lid 2 BBV) met ingang van 2021 een bedrag van totaal € 26,9 miljoen terug te storten in de (tijdelijke) voorziening onderhoud riolering. een bestemmingsreserve riolering in te stellen en jaarlijks op basis van een analyse van het productsaldo riolering eventuele voordelen als gevolg van areaaluitbreidingen en efficiencyvoordelen toe te laten vloeien naar deze reserve. Samenvatting Het voorliggende Gemeentelijk Rioleringsplan Amersfoort 2021 beschrijft hoe Gemeente Amersfoort invulling wil geven aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater (Wet milieubeheer), hemelwater en grondwater (Waterwet), de zogenoemde ‘gemeentelijke watertaken’. De Wet milieubeheer verplicht gemeenten nu nog om een vastgesteld gemeentelijk rioleringsplan (GRP) te hebben. Het plan vormt tevens de noodzakelijke onderbouwing voor het tarief van de rioolheffing, om de kosten voor uitvoering van de gemeentelijke watertaken te dekken (Gemeentewet). De voorzieningen voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken in Amersfoort vertegenwoordigen een grote waarde. Als deze voorzieningen vandaag vervangen moeten worden, is daar circa € 1,2 miljard voor nodig. Om er voor te zorgen dat de kwaliteit van de voorzieningen voldoende hoog blijft en dit allemaal goed blijft werken tegen betaalbare kosten voor nu en toekomstige generaties, wordt dit doelmatig en professioneel beheerd. Voorliggend plan beschrijft hoe daar invulling aan wordt gegeven. Vanwege de nauwe samenhang met de fysieke leefomgeving, is voor dit nieuwe gemeentelijk rioleringsplan een omgevingsgerichte benadering gevolgd. Met deze gebiedsgerichte uitwerking anticiperen we op de Omgevingswet. Het plan is zo vormgegeven dat de verschillende onderdelen van het plan geïntegreerd kunnen worden in de daarbij passende kerninstrumenten van de Omgevingswet. Het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan bestaat daarom uit een visiedeel en een programmadeel. Visie water en riolering 2021-2031 Het centrale doel van het gemeentelijk rioleringsplan is het behoud en het versterken van een vitale en gezonde leefomgeving. Dit doen we door: het beschermen van de gezondheid van mens, dier en plant; het beschermen en bijdragen aan het herstel van het natuurlijk systeem, verbetering van de grondwatersituatie en vergroting van de biodiversiteit (inclusief bodemleven). het inspelen op de gevolgen van klimaatverandering, om de schade door extreem weer (met name neerslag, droogte en hoge grondwaterstanden) zoveel mogelijk te beperken; en door het bijdragen aan het zo veel mogelijk beperken van klimaatverandering (CO2-neutrale stad). Optimaal benutten van het natuurlijke systeem Voor de invulling en uitvoering van de gemeentelijke watertaken sluiten we zo veel mogelijk aan bij de natuurlijke situatie. Dit bereiken we bij voorkeur met natuurlijke ‘groene maatregelen’ of met technische ‘grijze maatregelen’ waar dit niet anders kan. Groene maatregelen vragen meer ruimte, maar de kosten voor aanleg zijn lager. Daarnaast dragen groene maatregelen bij aan andere opgaven, zoals biodiversiteit. Verbinden met andere maatschappelijke opgaven en programma’s Grote opgaven zoals de energietransitie, mobiliteit, gezondheid, biodiversiteit, klimaatbestendigheid en circulariteit kunnen een plek krijgen in een integraal ontwerp en realisatie. Door investeringen in (ondergrondse) infrastructuur, die (onder andere) nodig zijn voor de energietransitie, op elkaar af te stemmen kunnen investeringsprogramma’s met elkaar meeliften. Hiermee kunnen de kosten voor deze opgaven worden beperkt. Toepassen van innovatieve werkwijzen en technieken Amersfoort heeft een lange traditie van innovaties in de gemeentelijke watertaken. Gezien de ontwikkelingen en opgaven zoals rioolrenovatie, klimaatverandering en verdichting door woningbouw wordt nog meer dan voorheen ingezet op de toepassing van innovaties. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat innovatie (op korte termijn) kan leiden tot hogere investerings- en beheerkosten. Daarnaast pakken innovaties niet altijd goed uit en zijn aanvullende maatregelen nodig om het gewenste functioneren te bereiken. Samen werken Het uitgangspunt voor alle maatregelen voor de gemeentelijke watertaken is dat deze integraal en multidisciplinair worden uitgevoerd, dus na een brede integrale afstemming met andere disciplines. Daarbij wordt ook samengewerkt en afgestemd met inwoners, ondernemers, en veel andere organisaties die actief zijn in Amersfoort. Het is immers niet mogelijk om alles op openbaar terrein op te lossen, en ook voor het benutten van de synergie met andere opgaven en ontwikkelingen is samenwerking noodzakelijk. Afhankelijk van de situatie kan het nodig zijn om hiervan af te wijken, bijvoorbeeld bij calamiteiten of spoed, omdat ‘alleen’ sneller is. In deze gevallen wordt de uitvoering wel afgestemd met andere disciplines en de omgeving ook geïnformeerd (zonder uitgebreid participatieproces). Doelmatig en professioneel beheer Om er voor te zorgen dat de kwaliteit van de voorzieningen voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken voldoende hoog blijft, dit allemaal goed blijft werken, tegen betaalbare kosten voor nu en toekomstige generaties, wordt dit doelmatig en professioneel beheerd. Omdat de levensduur van bijvoorbeeld riolering lang is, door de overwegend goede grondslag in Amersfoort, wordt bij de keuzes voor vervanging en verbetering en de financiering daarvan, ver vooruit gekeken. Hierbij wordt ook rekening gehouden met het toekomstige klimaat en met belangrijke trends en ontwikkelingen, zoals verdichting, energietransitie en veranderende mobiliteit. Programmaplan gemeentelijke watertaken 2021-2025 Voorgaande planperiode In de periode 2012 tot en met 2020 zijn onder andere de volgende resultaten bereikt: de aanleg van bijna 48 km nieuw riolen, ter vervanging van oude riolen (deels ook ombouw van oud gemengd riool naar nieuw gescheiden riool), het relinen van ruim 52 km bestaand riool, het afkoppelen van bijna 22,5 hectare verhard oppervlak van de gemengde riolering, dat wil zeggen dat het regenwater niet meer via de riolering naar de zuivering wordt afgevoerd, maar in de bodem wordt geïnfiltreerd of via gescheiden regenwaterriolen naar het oppervlaktewater wordt afgevoerd. het afkoppelen van 430 ha verhard oppervlak van de rioolwaterzuivering, door de ombouw van verbeterd gescheiden rioolstelsel naar gescheiden stelsel, inspectie van 788 km riool, renovatie van 32 gemalen, aanleg van een tweede waterretentie bassin bij de Kersenbaan, en sanering van 3 riooloverstorten van het gemengde stelsel. Door het afkoppelen van 22,5 hectare verhard oppervlak van de gemengde riolering en het ombouwen van 147 km verbeterd gescheiden regenwaterriool naar gescheiden regenwaterriool in de afgelopen planperiode, werd in 2019 bijna 1,4 miljoen m3 regenwater minder naar de RWZI afgevoerd dan in
- Per jaar hoeft dus zo’n 1.400.000.000 liter minder relatief schoon regenwater op de RWZI Amersfoort te worden behandeld. Hiervan heeft ook de RWZI als energie- en grondstoffenfabriek profijt van, wat bijdraagt aan een circulaire en duurzame economie. De kwaliteit van de riolering (stabiliteit en waterdichtheid) is overwegend goed. De relatief slechte rioolbuizen in Zielhorst, Schothorst Noord en Kattenbroek zijn de afgelopen jaren verbeterd. In een aantal wijken is de waterdichtheid van de buizen nog onvoldoende, waardoor lekkage kan optreden. Deze riolen worden de komende jaren verbeterd door reparatie of relinen. In totaal is in de periode 2012 tot en met 2020 ruim € 43,5 miljoen geïnvesteerd in vervanging en relining van riolering. Volgens het voorgaande gemeentelijk rioleringsplan was een totaal investeringsvolume verwacht van € 48,5 miljoen (excl. effect prijsindexatie) voor rioolrenovatie, vervanging en verbetering. Eind 2020 hadden de in uitvoering genomen projecten een totale omvang van circa € 4,8 miljoen. Als deze projecten eind 2021 zijn uitgevoerd, bedraagt het gerealiseerde investeringsvolume naar verwachting rond € 48 miljoen (incl. effect prijsstijging). Rekening houdend met het effect van prijsindexatie over deze periode van circa 20%, is er sprake van een onderbesteding in de afgelopen planperiode. Vooral door vertraging in ruimtelijke ontwikkelingen als gevolg van financiële crisis, waaraan de uitvoering van rioleringsmaatregelen is gekoppeld, is in de periode 2013-2016 een ‘achterstand groot onderhoud’ ontstaan. De laatste jaren is deze trend weer omgebogen. Belangrijk aandachtspunt hierbij is evenwel de krappe personele capaciteit voor projectvoorbereiding. De stand van de voorziening per 31 december 2020 is met circa € 32,7 miljoen veel groter dan verwacht in het voorgaande rioleringsplan. Dit komt enerzijds door de hiervoor genoemde ‘achterstand groot onderhoud’. Anderzijds komt dit door financiële regelgeving, waardoor de investeringen voor rioolvervanging, bijleggen van regenwaterriolen en het relinen van riolen sinds 2018 niet meer direct zijn gefinancierd vanuit de voorziening groot onderhoud, maar geactiveerd en langjarig worden afgeschreven. De jaarlijkse lasten van rente en afschrijving zijn veel lager dan de geraamde dotaties aan de voorziening ‘groot onderhoud’, waardoor de stand van de voorziening is opgelopen. Opgaven voor de komende planperiode In lijn met de gebiedsgerichte benadering in de Omgevingsvisie, is het programma voor de periode 2021 tot en met 2025 gebiedsgericht uitgewerkt voor zeven deelgebieden (gebaseerd op indeling in 21 wijken), namelijk: Binnenstad, Op de berg, Tussen berg en beek, Eemvallei, Bedrijventerreinen, Buitengebied en Ontwikkelingsgebieden. Daarnaast is een belangrijk deel van het programma stadsbreed, bijvoorbeeld voor onderzoek (zoals monitoring) en beheer en onderhoud. Stadsbreed en per deelgebied zijn de maatregelen beschreven die in de komende planperiode uitgevoerd moeten worden. De huidige kwaliteit en goede werking van de riolering en alle voorzieningen die nodig zijn voor de gemeentelijke watertaken, worden in stand gehouden. De kwaliteits- en onderhoudstoestand van de riolering en andere voorzieningen mag niet achteruit gaan. Om hier invulling aan te geven en dit te bewaken, is voldoende inzicht in het systeem nodig. Hiervoor worden de komende planperiode diverse onderzoeken en monitoring uitgevoerd, waaronder de reiniging en inspectie van circa 40 tot 50 km vrijverval riolering per jaar. Naast het in stand houden van de riolering is klimaatbestendigheid een belangrijke opgave; het tegengaan van regenwater- en grondwateroverlast en beperking van droogte als gevolg van klimaatverandering. Het programma beschrijft de doelen ten aanzien van de kans op regenwater- en grondwateroverlast. In lijn met de visie hebben natuurlijke ‘groene maatregelen’ voor het vasthouden, benutten en infiltreren van regenwater daarbij de voorkeur boven technische ‘grijze maatregelen’. Daarvoor wordt in eerste instantie gestreefd naar vermindering van verhardingen en benadering van de natuurlijke situatie van infiltratie en afstroming van neerslag. Volgens de afspraken in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie moet Nederland in 2050 klimaatbestendig zijn. Uit het Basisrioleringsplan 2021 volgt welke maatregelen noodzakelijk zijn om de kans op regenwateroverlast tot een acceptabel niveau te beperken. Hiermee is het ‘huiswerk klaar’ om tot 2050 de benodigde maatregelen mee te laten liften met andere ontwikkelingen en programma’s. Een deel van deze maatregelen wordt de komende planperiode uitgevoerd. De overige maatregelen zijn in het programma als ‘longlist’ bij de betreffende deelgebieden opgenomen. Financiële middelen De kosten voor uitvoering van de gemeentelijke watertaken bedragen in totaal € 98,4 miljoen voor de planperiode 2021 tot en met
- Dit is inclusief € 26,9 miljoen aan maatregelen in de ‘achterstand groot onderhoud’. Volgens planning wordt deze achterstand in de komende planperiode ingelopen. Onderstaand afbeelding geeft het aandeel van de verschillende kosten aan als percentage van de totale geraamde kosten. De grootste delen bestaan uit kosten in de vorm de dotaties aan de voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen (25%) en kosten van maatregelen achterstallig groot onderhoud (27%). Andere grote posten zijn diensten van derden (11%), compensabele BTW (10%) en de ROVA (7%). De gevolgen van klimaatverandering laten zich steeds duidelijker voelen. Voor aanvullende maatregelen en activiteiten voor een klimaatbestendig Amersfoort is met ingang van 2023 een extra inspanning van € 400.000 per jaar nodig (circa 1% van totale kosten). De geraamde toekomstige investeringen bedragen in totaal € 21 miljoen in 4 jaar. Dit is gemiddeld € 5,2 miljoen per jaar (dit is naast de maatregelen achterstand groot onderhoud in komende planperiode, voor een geraamd bedrag van € 26,9 miljoen). Van deze € 21 miljoen aan toekomstige investeringen is het grootste deel (38%) nodig voor het relinen van oude riolen. Circa 32% is voor de vervanging van oude riolen, het bijleggen van gescheiden regenwaterriolen en het afkoppelen en infiltreren van afstromend regenwater van gemengde riolering. En circa 30% is nodig voor de uitvoering van maatregelen in de planperiode voor de beperking van de kans op regenwateroverlast als gevolg van klimaatverandering (om aan huidige eisen te kunnen blijven voldoen). Alle kosten die voor de riolering worden gemaakt worden betaald door inwoners en bedrijven via de rioolheffing. De investeringen in de riolering kunnen per jaar sterk fluctueren. Om een gelijkmatige tariefontwikkeling en oplopende kapitaallasten naar de toekomst te voorkomen, worden de volgende voorstellen gedaan: Achterstand maatregelen Vanuit de huidige voorziening middelen derden (ex artikel 44 lid 2 BBV) een bedrag van € 26.948.765 terug te brengen naar een (tijdelijke) nieuwe voorziening groot onderhoud (ex. artikel 44 lid 1c BBV), voor de nog uit te voeren maatregelen welke zijn ontstaan door achterstanden in de uitvoering. Wanneer deze maatregelen zijn uitgevoerd, wordt deze voorziening afgesloten en het eventuele saldo van deze voorziening toegevoegd aan de huidige voorziening middelen derden. Toekomstige investeringen Het instellen van een voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen (ex artikel 44 lid 1d BBV) om fluctuaties in de lasten door investeringen op te vangen en stijging van kapitaallasten te vermijden. Dotaties voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen In aansluiting op voorgaand voorstel, te gaan sparen in het tarief, voor toekomstige investeringen, waarbij het jaarlijkse spaarbedrag (dotatie aan de voorziening toekomstige vervangingsinvesteringen) gelijk is aan het huidige jaarlijkse investeringsvolume (€ 5,75 miljoen) en daarnaast deze spaarcomponent met ingang van 2023 jaarlijks te laten toenemen met € 230.000, zodat de dotaties voldoende zijn voor het toenemende investeringsvolume tot 2035 en geen nieuwe kapitaallasten ontstaan. Voorziening middelen derden Het aanwenden van de voorziening middelen derden (ex artikel 44 lid 2 BBV) als egalisatievoorziening (met een benodigd saldo tussen € 0,5 en 1 miljoen) en voor het meerdere saldo een gecontroleerde leegloop door dekking van de kapitaallasten van investeringen in de periode 2018-
- Bestemmingsreserve riolering Instellen van een bestemmingsreserve riolering om eventuele voordelen als gevolg van areaaluitbreidingen en efficiencyvoordelen voor het product riolering te behouden. Als gevolg van de toegenomen kosten voor klimaatadaptatie (met ingang van 2023: € 400.000 per jaar), de geleidelijke groei van de dotaties (met ingang van 2023 met € 230.000 per jaar) en een aantal andere exploitatiekosten, moeten voor een 100% kostendekkende rioolheffing de baten als volgt toenemen (exclusief inflatiecorrectie): in 2023 met € 630.000 ten opzichte van 2022 (ca. 4,72% tariefstijging), in 2024 met € 230.000 ten opzichte van 2023 ( ca. 1,72% tariefstijging), en in 2025 met € 230.000 ten opzichte van 2024 (ca. 1,72% tariefstijging). Eén procent tariefstijging betekent voor woningen een stijging van gemiddeld € 1,29 per jaar en voor niet-woningen een stijging van gemiddeld € 10,56 per jaar. In onderstaande afbeelding zijn de geraamde kosten en dotaties en de verwachte ontwikkeling van de standen van de voorzieningen weergegeven. 1Inleiding 1.1Waarom een gemeentelijk rioleringsplan? De Wet milieubeheer verplicht gemeenten nu nog om een vastgesteld gemeentelijk rioleringsplan (GRP) te hebben. Hierin beschrijft de gemeente hoe zij invulling wil geven aan de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater (Wet milieubeheer), hemelwater en grondwater (Waterwet), de zogenoemde ‘gemeentelijke watertaken’. Gemeenten hebben de (beleids)vrijheid om binnen de wettelijke kaders lokaal invulling te geven aan deze gemeentelijke watertaken. De lokale doelen en beleidskeuzes worden in het gemeentelijk rioleringsplan vastgelegd. Het plan vormt tevens de noodzakelijke onderbouwing voor de hoogte van de rioolheffing, om de kosten voor uitvoering van de gemeentelijke watertaken te dekken (Gemeentewet). Naast deze wettelijke noodzaak, zijn er belangrijke inhoudelijke argumenten voor een gemeentelijk rioleringsplan. Het belang van de bescherming van de volksgezondheid wordt soms vergeten (hoewel, in de huidige tijd weer heel actueel). We vinden stromend (warm) water uit de kraan gewoon en het doorspoelen van het toilet (met drinkwater) vanzelfsprekend. Om de stad leefbaar en gezond te houden, is de afgelopen decennia geïnvesteerd in vele maatregelen, voorzieningen en infrastructuur zoals riolering. Deze vertegenwoordigen een grote waarde. Als vandaag alle voorzieningen voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken in Amersfoort vervangen moeten worden, is daar circa € 1,2 miljard voor nodig. Om er voor te zorgen dat de kwaliteit hiervan voldoende hoog blijft en dit allemaal goed blijft werken, moet dit doelmatig en professioneel worden beheerd. De wijze waarop dit gebeurt, wordt vastgelegd in dit gemeentelijk rioleringsplan. 1.2Nieuwe vorm van het gemeentelijk rioleringsplan Vanwege de nauwe samenhang met de fysieke leefomgeving, wordt voor het nieuwe gemeentelijk rioleringsplan een omgevings-gerichte benadering gevolgd. Met deze gebiedsgerichte uitwerking anticiperen we op de Omgevingswet. Het plan wordt zo vormgegeven dat de verschillende onderdelen van het plan geïntegreerd kunnen worden in de daarbij passende kerninstrumenten van de Omgevingswet, namelijk de Omgevingsvisie en op termijn een Omgevingsprogramma en het Omgevingsplan (zie afbeelding). De nieuw planvorm bestaat uit een visiedeel en een programmadeel. In het visiedeel staan centraal: de invulling van de gemeentelijke zorgplichten, sturende principes, ambities en op welke wijze en met wie de gemeente deze wil realiseren. De visie wordt gebiedsgericht uitgewerkt in het programmadeel van het plan. Naast de toestand en het functioneren van de huidige voorzieningen, beschrijft het programmadeel het beheer, onderzoek en de maatregelen die nodig zijn om deze visie te realiseren, voor zover deze door de gemeente worden uitgevoerd en deze acties vanuit de rioolheffing kunnen (mogen) worden bekostigd. Dit programma richt zich op de periode 2021 tot en met 2025, met een doorkijk naar de middellange en lange termijn. Deze planperiode biedt daarmee een ruime overgangsperiode voor latere integratie van het beleid voor de gemeentelijke watertaken in omgevingsvisie, -programma en -plan. 2Visie op water en riolering De visie beschrijft achtereenvolgens: wat we willen bereiken, hoe we dat willen bereiken, met wie we daarbij samenwerken en hoe we dat beheerbaar en betaalbaar houden voor nu en komende generatie(s). 2.1Wat willen we bereiken met het gemeentelijk rioleringsplan? Het centrale doel van het gemeentelijk rioleringsplan is het behoud en het versterken van een vitale en gezonde leefomgeving. Dit doen we door: het beschermen van de gezondheid van mens, dier en plant; het beschermen en bijdragen aan het herstel van het natuurlijk systeem, verbetering van de grondwatersituatie en vergroting van de biodiversiteit (inclusief bodemleven). het inspelen op de gevolgen van klimaatverandering, om de schade door extreem weer (met name neerslag, droogte en hoge grondwaterstanden) zoveel mogelijk te beperken; en door het bijdragen aan het zo veel mogelijk beperken van klimaatverandering (CO2-neutrale stad). 2.2Hoe gaan we het doel bereiken? We werken langs vier sporen aan het bereiken van bovenstaande doelen, namelijk: spoor 1 Het optimaal benutten van het natuurlijke systeem en bijdragen aan herstel daarvan spoor 2 Het verbinden met andere maatschappelijke opgaven voor Amersfoort en koppeling met andere uitvoeringsprogramma’s spoor 3 Het uitwerken van bovenstaande sporen in een gebiedsgerichte aanpak spoor 4 Het toepassen van innovatieve werkwijzen en technieken Deze visie hangt nauw samen en is afgestemd met de Watervisie Amersfoort. Ook de watervisie stelt een vitale en gezonde leefomgeving centraal en geeft aan hoe water daar aan bij kan dragen. Beide plannen anticiperen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en bijhorende instrumenten, en maken verbinding met andere maatschappelijke opgaven. De watervisie richt zich daarbij vooral op het systeem van oppervlaktewater en grondwater, waar het gemeentelijk rioleringsplan vooral inzoomt op de gemeentelijke watertaken, die zijn uitgewerkt in een programma (de Watervisie bevat geen programma). Naast dezelfde centrale doelstelling, zijn de nut en noodzaak van groenblauwe structuren in de stad en de relatie tussen riolering, oppervlaktewater en grondwater de verbindende elementen tussen de watervisie en voorliggend gemeentelijk rioleringsplan. Zowel de watervisie als het visiedeel van het rioleringsplan zullen een plek krijgen in de Omgevingsvisie. Spoor 1: Optimaal benutten van het natuurlijke systeem en herstel daarvan ‘Vergroenen en verduurzamen van de gemeentelijke watertaken: natuurlijk als het kan, technisch als het moet’ Voor de invulling en uitvoering van de gemeentelijke watertaken sluiten we zo veel mogelijk aan bij de natuurlijke situatie. Dit bereiken we door de voorkeursvolgorde voor de omgang met water in Amersfoort aan te houden, bij voorkeur met natuurlijke ‘groene maatregelen’ of met technische ‘grijze maatregelen’ waar dit niet anders kan. Hiermee werken we aan structurele oplossingen voor een klimaatbestendige en gezonde toekomst en aan versterking van de biodiversiteit en herstel van de natuurlijke situatie, voor zover dat mogelijk is binnen de randvoorwaarden van de bebouwde omgeving. Amersfoort ligt op de overgang van drie landschappen: de stuwwal van de Utrechtse Heuvelrug, het essen- en beekdal-landschap van de Gelderse Vallei en het laagveenlandschap van het Eemland. Het natuurlijke systeem van deze landschappen speelt een belangrijke rol in de kwaliteit van de leefomgeving. Het natuurlijke systeem bepaalt in grote mate de werking van de waterhuishouding in Amersfoort en de effecten daarop van klimaatverandering, maar biedt ook de kansen om deze effecten op een robuuste, toekomstbestendige manier op te vangen. Om de kansen van het natuurlijke systeem optimaal te benutten, sluiten we met de invulling en uitvoering van de gemeentelijke watertaken zo veel mogelijk aan bij de natuurlijke situatie. Dit gebeurt bij voorkeur via natuurlijke ‘groene maatregelen’, zoals het vervangen van harde beschoeiingen door natuurlijke flauwe oevers waar dat mogelijk is, waardoor meer variatie in beschoeiing en begroeiing ontstaat. Ook de infiltratie van neerslag in de bodem kan op een natuurlijke manier door oppervlak niet te verharden, door behoud van een gezonde bodem of door de opvang van afstromend regenwater in een wadi. Het herstel van een natuurlijker situatie kan ook via technische ‘grijze maatregelen’, bijvoorbeeld door de opvang van afstromend regenwater in een ondergrondse infiltratievoorziening. Een belangrijk onderdeel van dit spoor is de voorkeursvolgorde voor de omgang met water in Amersfoort. Deze ziet er als volgt uit. Spoor 2: Verbinden met andere maatschappelijke opgaven en programma’s ‘Benutten van koppelkansen en werk met werk maken’ De visie beperkt zich niet tot de invulling en uitvoering van de gemeentelijke watertaken (sectorale benadering) maar richt zich nadrukkelijk op de verbinding met andere Amersfoortse opgaven (integrale benadering). Waar het programmadeel van het gemeentelijk rioleringsplan zich beperkt tot hetgeen gefinancierd kan en mag worden vanuit de rioolheffing (Gemeentewet), heeft het visiedeel een bredere scope. Voor de invulling van de gemeentelijke watertaken is ook fysieke ruimte nodig, bijvoorbeeld voor de aanleg van waterberging en groen voor infiltratie van neerslag. Dit heeft dus invloed op de invulling van andere opgaven. De verschillende ambities (van de gemeente) vragen allemaal ruimte en die ruimte is beperkt. Het is dan ook belangrijk om functies te combineren en te stapelen. Daarom wordt in principe bij de keuze en voorbereiding van elke rioleringsmaatregel bekeken of en hoe deze kan bijdragen aan andere opgaven. Het proces voor een goede afstemming van ondergrondse ‘ruimteclaims’, met name voor een voldoende groeiplaats in de bodem voor bomen en voor kabels en leidingen, wordt beschreven in de Visie op de ondergrond
(2021). De uitvoering van maatregelen in de openbare ruimte wordt al vergaand afgestemd met andere uitvoeringsprogramma’s via het Meerjarenuitvoeringsprogramma openbare ruimte (MJP-OR). Bij deze afstemming wordt rekening gehouden met de vervangingscycli van verschillende typen maatregelen in de openbare ruimte (zie afbeelding). De aanleg van riolering, watergangen, drainage, wadi’s en andere voorzieningen voor de gemeentelijke watertaken hebben doorgaans een levensduur van vele decennia. De ritmes van de openbare ruimte vragen bij de inrichting om een balans tussen beproefde methoden, succesvolle oplossingen en ruimte voor nieuwe methoden en nieuwe oplossingen (Handboek Inrichting Openbare Ruimte, Amersfoort, juni 2019). De vraagstukken voor de Omgevingsvisie Amersfoort worden in de volgende zeven thema’s beschreven (Bouwstenennotitie Omgevingsvisie Amersfoort, maart 2020): wonen, werken, samenleven, verkeer en vervoer, groen en openbare ruimte, duurzame stad en landelijk gebied. Waar relevant, zijn hieronder de koppelkansen vanuit de gemeentelijke watertaken met deze thema’s beschreven. Wonen ‘In één keer goed’ Alle woningen in Amersfoort wordt klimaatbestendig gebouwd. Dit betekent dat minimaal wordt voldaan aan de vereisten voor de thema’s regen- en grondwateroverlast, droogte, hitte, waterveiligheid en biodiversiteit. Dit geldt voor zowel uitbreidingen, inbreidingen als transformaties van bestaande bouw. In totaal worden volgens prognose circa 10.500 woningen tot 2030 en nog eens bijna 7.500 woningen tot 2040 bijgebouwd (bron: Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort 2030-2040, november 2020 / Primos, 2020). Dit gebeurt door uitbreiding, inbreiding en transformatie van bestaande bouw (zie ook kader hiernaast). Uitgangspunt voor alle woningbouw is een integrale aanpak van klimaatadaptatie, inclusief maatregelen tegen hittestress in en om gebouwen, in lijn met de voorkeursvolgorde voor de omgang met water in Amersfoort. Daarbij worden de eisen voor klimaatbestendige ontwikkeling en inrichting van zowel gebouwen, percelen als gebieden afgestemd op het verwachte klimaat aan het einde van de te verwachten levensduur. Daarnaast wordt al bij de voorbereiding en ontwerp van gebouwen en installaties rekening gehouden met het benutten van de potenties van warmte (en koelte) uit oppervlaktewater, grondwater en rioolwater voor de energietransitie (verbinden met andere opgaven, zie ook hierna onder ‘Duurzame stad’). Gebiedsgerichte kansen doen zich onder andere voor in de ontwikkelingen: Langs Eem en Spoor, waaronder herontwikkeling Wagenwerkplaats (wat bijdraagt aan de aanpak van wateroverlast in het Soesterkwartier) en herontwikkeling Kop van Isselt, Zon en Schild, bedrijventerrein Vinkenhoef en transformatiegebied De Hoef West en diverse kantoorpanden rond de Binnenstad. Bij uitbreiding van de stad zijn er volop mogelijkheden om het ‘in één keer goed te doen’. De grote opgaven zoals de energietransitie, mobiliteit, gezondheid, biodiversiteit, klimaatbestendigheid en circulariteit kunnen hier heel goed een plek krijgen in een integraal ontwerp en realisatie. Bij inbreiding en transformatie in de bestaande stad zijn de mogelijkheden daarvoor vaak minder ruim, onder andere door beperkingen vanuit de omgeving of door de beschikbare ruimte. Inbreiding en transformatie bieden enerzijds kansen om deze gebieden en directe omgeving klimaatbestendig en water robuust in te richten. Zeker als deze opgave tijdig wordt meegenomen. Dit vraagt wel om (intensiever) samenwerking met ontwikkelaars. Anderzijds leidt inbreiding tot verdichting, waardoor het aandeel verhard oppervlak toeneemt en de ruimte voor groen en water over het algemeen afneemt. Het tegengaan van verstening van de stad en het vergroten van het aandeel (klimaatbestendig!) groen vraagt de komende jaren onze aandacht en inzet samen met de stad. (bron: op basis van Rapportage Duurzame stad, april 2020) Duurzame stad De bodem en ondergrond van Amersfoort spelen een belangrijke rol bij het realiseren van de duurzaamheidsambities van de stad. Voor het gebruik van de ondergrond moet in ieder geval voldoende ruimte worden gereserveerd voor ombouw van gemengde riolering naar gescheiden riolering (extra buis in de grond). Alle investeringen in (ondergrondse) infrastructuur, die (o.a.) nodig zijn voor de energietransitie, worden op elkaar afgestemd, waarbij investerings-programma’s optimaal met elkaar meeliften. Voor de energietransitie wordt bij alle woningbouw (ook inbreidingen en transformaties) en ontwikkeling of herstructurering van bedrijventerreinen de mogelijkheden voor benutting van de potentie van warmte en koude uit grond-water, oppervlaktewater en afvalwater in de planvorming meegenomen. Voor de haalbaarheid hiervan worden ook de mogelijkheden voor ‘meeliften’ met andere investeringen meegenomen. Het thema duurzame stad heeft drie belangrijke verbindingen met de gemeentelijke watertaken, namelijk: ruimtegebruik in de ondergrond, benutten van warmte (en koude) uit oppervlaktewater, grondwater en rioolwater en koppelen van uitvoeringsprogramma’s voor de aanleg van kabels en leidingen voor de energietransitie. Deze worden hieronder toegelicht. Voor de (eventuele) aanleg van een toekomstig warmtenet is ruimte in de onder- en bovengrond nodig. In Amersfoort ligt in enkele gebieden nu een gemengd rioolstelsel waar op termijn een gescheiden rioolstelsel komt. Het gaat om delen van het Soesterkwartier, Hoogland en Hooglanderveen. In deze gebieden moet in alle straten ruimte in ondergrond worden gereserveerd voor toekomstige ombouw naar een gescheiden rioolstelsel. Hier moet een goede afstemming plaatsvinden tussen riolering en een (eventueel) warmtenet. Het proces om hiervoor een goede afweging te maken, wordt beschreven in de Visie op de ondergrond. In andere gebieden waar nu een gemengd rioolstelsel ligt, hoeft minder extra ruimte in de ondergrond te worden gereserveerd, omdat hier wordt ingezet op maximaal afkoppelen en infiltreren van hemelwater (De Berg) of lokaal afkoppelen en afvoer naar oppervlaktewater (Binnenstad), wat minder ruimte vraagt. De bodem en ondergrond van Amersfoort spelen een belangrijke rol bij het realiseren van de verschillende duurzaamheidsambities van de stad. Het is daarom van belang om op termijn in het omgevingsplan ook een 3D plan voor ruimtegebruik in de ondergrond op te nemen. De potentie van winning van warmte (en koude) uit oppervlaktewater, grondwater en rioolwater is groot. Van de mogelijkheden van Warmte en Koude Opslag (WKO) in de bodem en grondwater wordt al jaren gebruik gemaakt. Riothermie is een vorm van winning van Thermische Energie uit Afvalwater (TEA). Hiervoor is vooral potentie nabij de rioolwaterzuivering, het milieuriool, het stamriool en de persleidingen vanuit Leusden en Bunschoten, in combinatie met toepassing van deze warmte bij de ontwikkeling van de Kop van Isselt. In 2013 zijn de kansen voor riothermie in Amersfoort in kaart gebracht (zie onderstaande kaart). Wanneer de betreffende riolen worden vervangen, kunnen de nieuwe riolen met warmtewisselaars worden uitgerust. Vooral in combinatie met een WKO kan dit bijdragen aan de energietransitie in de directe omgeving. Ook het rendement voor zowel klimaat als financieel van warmteterugwinning bij douches is groot, bijvoorbeeld in woningen, sportaccommodaties etc. Thermische energie (warmte) uit afvalwater, zichtbaar in de sneeuw Daarnaast lijkt de potentie van de winning van Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) groot te zijn. Heel lokaal wordt dit al toegepast bij het Pieter Gastland Blokhuis in Vathorst om de WKO in de zomer met warmte op te laden. En de mogelijkheid voor TEO voor een gasloos Schothorst-Zuid wordt onderzocht, bijvoorbeeld door de doorvoer van water vanuit het Valleikanaal door de wijk en onttrekking van warmte uit de singels. Voor thermische onkruidbestrijding zouden in de toekomst (vanaf circa 2035) de randvoorzieningen gebruikt kunnen worden voor de opslag van opgewarmd water. Door voortgaande ombouw naar gescheiden stelsels en het afkoppelen en infiltreren van regenwater in gemengd gerioleerde gebieden, verliezen deze randvoorzieningen op termijn hun huidige functie. De watertemperatuur in deze bassins kan mogelijk verder worden verhoogd met warmtewisselaars met nabijgelegen oppervlaktewater. De benodigde investeringen in (ondergrondse) kabels en leidingen voor de energietransitie, zoals de aanleg van een warmtenet of mogelijke verzwaring van het elektriciteitsnet, bieden kansen om gelijktijdig water- en rioleringsmaatregelen uit te voeren. Andersom bieden ook geplande rioolvervangingen kansen om hier mee te koppelen. Op korte termijn (in planperiode) zal dit (nog) geen grote rol spelen. Er worden wel grote vervangingsinvesteringen in gas- en waterleidingen verwacht. De vraag is echter groter dan de beschikbare capaciteit op de markt om deze werken uit te voeren, waardoor het kan gebeuren dat rioleringswerken worden vertraagd om toch met de uitvoering van deze werken mee te liften. Verkeer en vervoer De begaanbaarheid van (wijk)ontsluitingswegen en bereikbaarheid van(uit) winkelcentra, ziekenhuis, brandweerlocaties, politiebureau en ambulanceposten, wordt zo min mogelijk gehinderd als gevolg van regenwateroverlast bij extreme neerslag en door rioolvervangingen. De vrijkomende ruimte bij nieuwe mobiliteitsconcepten en ontwikkelingen als een autoluwe binnenstad moet onder andere worden benut voor de aanleg van water en groen, om de gevolgen van klimaatverandering op te kunnen vangen en schade door extreme neerslag te beperken. Het thema verkeer en vervoer heeft drie verbindingen met de gemeentelijke watertaken, namelijk: bereikbaarheid bij extreme neerslag, bereikbaarheid bij rioolvervanging en benutten van vrijkomende ruimte bij nieuwe vormen van mobiliteit. Zowel in de risicodialogen als in het Regionaal Adaptatie Plan (RAP) wordt mobiliteit bij wateroverlast genoemd. Bij extreme neerslag kan de diepte van water op straat dermate groot worden (meer dan 30
- cm)dat dit de begaanbaarheid van wegen voor voertuigen ernstig beperkt. Naast de bereikbaarheid van woningen, bedrijven en winkelcentra, is dit vooral een aandachtspunt bij wijkontsluitingswegen, tunnels en de bereikbaarheid van(uit) ziekenhuis, brandweerlocaties, politiebureau en ambulanceposten. De doelstellingen hiervoor worden in het programmadeel uitgewerkt. Een groot deel van de rioolrenovatie in Amersfoort gebeurt door relining, waarbij een nieuw kunststof buis in de bestaande betonnen buis wordt aangebracht. Een deel van de riolen moet echter worden vervangen, bijvoorbeeld voor de aanleg van een gescheiden riool voor vuilwater en hemelwater. Waar mogelijk worden dan gelijktijdig andere ondergrondse kabels en leidingen vervangen. Bij de planning en uitvoering van rioolvervanging wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de bereikbaarheid van de gebouwen in de betreffende straat en de omgeving. Toch is enige weken hinder voor de omgeving onvermijdelijk. Dat is mede de reden waarom het merendeel van de riolen wordt gerelined. Door ontwikkelingen als Mobilty As A Service (MAAS) en de autoluwe binnenstad ontstaat ruimte voor een andere, meer toekomstbestendige inrichting. Het is van groot belang dat de vrijkomende ruimte ook wordt benut voor de aanleg van water en groen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Juist in stadsdelen als de binnenstad zijn de klimaatproblemen zoals wateroverlast en hitte groot. Een aanvulling van de groen- en waterstructuur in deze gebieden betekent een heel robuuste en toekomstbestendige verbetering. Hoewel de woningbouwopgave voor Amersfoort groot is (zie hierboven), zal de vrijkomende ruimte dus niet alleen met woningbouw ingevuld moeten worden. Dit zou juist tot een verdergaande verstening van de stad en versterking van klimaatproblemen leiden. Groen en openbare ruimte De hoeveelheid verharding van private en openbare ruimte wordt zoveel mogelijk beperkt en, waar mogelijk, maakt dit plaats voor meer groen. Bij de aanleg van (meer) groen, wordt dit zo ingericht dat neerslag hier kan infiltreren en bij hevige neerslag het afstromende regenwater hier tijdelijk aan het oppervlak kan worden geborgen zonder schade te veroorzaken. Ook de overige openbare ruimte wordt zo ingericht dat afstromend regenwater tijdelijk aan het oppervlak kan worden geborgen zonder schade te veroorzaken. Herinrichtingsprojecten bieden goede kansen voor meer groen. Dit is met name interessant waar nu gemengde riolering ligt. Door de aanleg van groen of de aanpassing daarvan kan deze ruimte worden benut voor het opvangen en infiltreren van hemelwater. Dit beperkt de kans op wateroverlast en helpt tegen droogte. Waar nu gescheiden riolering ligt wordt vooral ingezet op het ontstenen van de openbare en private ruimte, in lijn met de voorkeursvolgorde voor de omgang met water in Amersfoort. Een voorbeeld hiervan is de herinrichting van de Boldershof. Ook een integrale wijkaanpak van de openbare ruimte in Liendert biedt kansen voor een meer klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Bij elke herinrichting moet kritisch worden gekeken naar de hoeveelheid verharding en of deze verminderd kan worden. In de praktijk zal dat niet overal mogelijk zijn, omdat er geen robuuste groenstrook is in te passen. Vanuit het oogpunt van een doelmatig beheer van openbaar groen, moet het ontstaan van zogenoemd ‘snippergroen’ zo veel mogelijk worden voorkomen. Waar toch snippergroen ontstaat, worden afspraken gemaakt over het onderhoud daarvan door bewoners en bedrijven, vergelijkbaar zoals dat nu ook met boomspiegels in Amersfoort gebeurt. Naast vermindering van verhardingen zal ook bij elke herinrichting de mogelijkheid worden bekeken voor de toepassing van halfverharding of waterpasserende verharding. Een voorbeeld is de halfverharding van parkeerplaatsen aan de Schothorstlaan. Bij waterpasserende verharding is nog wel het onderhoud hiervan een aandachtspunt. De omgeving moet hier geschikt voor zijn. Veel bladval van bomen leidt bijvoorbeeld tot snelle verstopping van de waterdoorlatende voegen. Daarnaast bieden ander mobiliteitsconcepten zoals MAAS (zie hierboven) op de middellange termijn belangrijke kansen voor minder verharding van de openbare ruimte en meer groen. Spoor 3: Het toepassen van innovatieve werkwijzen en technieken ‘De vragen van de toekomst zijn niet alleen met oplossingen uit het verleden te beantwoorden; van het verleden kunnen we ook veel leren’ Amersfoort heeft een lange traditie van innovaties in de gemeentelijke watertaken. Voorbeelden daarvan zijn de grootschalige rioolrenovatie door relinen, diverse toepassingen van nieuwe materialen voor de opvang van hemelwater zoals in Berg VII, maar ook initiatieven zoals Meet Je Stad! wat inmiddels (inter)nationaal navolging vindt. Gezien de ontwikkelingen en opgaven zoals rioolrenovatie, klimaatverandering en verdichting door woningbouw wordt nog meer dan voorheen ingezet op de toepassing van innovaties. Naast technische innovaties, zijn dit nadrukkelijk ook sociale innovaties. Zoals verdergaande integrale aanpak, bijvoorbeeld bij nieuwbouw en herinrichtingen, samenwerking met bewoners, bedrijven, woningcorporaties etc. (zie ook hieronder). Innovaties zijn ook mogelijk in planvorming, onderzoek, in concepten, big data / data science, etc. Nieuwe uitdagingen op dit vlak zijn: Hoe kunnen we meer flexibiliteit in het rioolsysteem bereiken? Nu is de gemiddelde levensduur van riolen vele decennia, waardoor kans op een ‘technische lock-in’ ontstaat. Zijn nieuwe innovatieve technieken voor het riool mogelijk bij inbreidingen en uitbreidingen? De mogelijkheden om anders om te gaan met sanitatie, bijvoorbeeld het hergebruik van grijs water en gebruik van hemelwater in nieuwbouw (bijv. voor doorspoelen van toilet). Hierdoor wordt bespaard op het drinkwaterverbruik en wordt bij hergebruik van grijs water op grote schaal de lozingshoeveelheid op het riool beperkt. Vanwege de recente droge zomers is ook waterleidingsbedrijf Vitens geïnteresseerd in drinkwaterbesparing. Nieuwe sanitatie kan ook worden toegepast voor de lokale productie van biogas, door vergisting van organisch materiaal uit zwart water (toiletwater), grijs water (overig afvalwater) en huishoudelijk organisch afval (groente- en fruitafval) uit een (nieuwbouw)wijk. Dit gebeurt al op grotere schaal op de RWZI, de energie- en grondstoffenfabriek Amersfoort. Naast de winning van thermische energie uit afvalwater (TEA) op de RWZI, kan dit ook op andere plaatsen in het afvalwatersysteem, bijvoorbeeld in transportriolen via riothermie of in woningen via douche-warmteterugwinning. Per geval wordt bekeken op welk schaalniveau dit het meest efficiënt is, waarbij de afstand tot de afnemers een grote rol speelt. Technisch is veel mogelijk en dit neemt alleen maar toe. De gemeente is hierin actief en initieert waar mogelijk initiatieven op dit vlak. Het beter benutten van hemelwater in de openbare ruimte, bijvoorbeeld voor aanvulling van het bodemvocht voor groen, met name in de groeiperiode. Nieuwe technieken voor monitoring (bijv. via IoT) en in het bijzonder monitoring van de lokale klimaatbestendigheid en het beter benutten van beschikbare meetdata door slimme analyses. Toepassing van nieuwe inventarisatie- en nieuwe onderhoudstechnieken. Toepassing van intelligente pompen, die ook energiezuiniger zijn. Benutten van innovatieve technieken voor sanering van riooloverstorten in de Binnenstad (Havik, Weeshuisgang, Korte Gracht, Kamperbinnenpoort). Twee belangrijk aandachtspunten bij deze nieuwe ontwikkelingen en innovaties zijn: Ruimte voor extra beheer- en onderhoudskosten van innovatieve maatregelen Bij introductie van innovatieve maatregelen moet goed naar de beheerbaarheid daarvan worden gekeken. Nieuwe maatregelen vragen vaak een aangepast beheer. Daarbij hoeft niet elke innovatie hoeft in Amersfoort te worden beproefd. Door kennisuitwisseling met de gemeenten in de samenwerkingsregio Vallei en Eem en via nationale kennisplatforms worden ook de ervaringen met innovatieve maatregelen benut, voordat deze in Amersfoort worden toegepast. Ruimte voor ‘vallen en opstaan’ Innovaties pakken niet altijd even goed uit. Hierdoor kan tijdelijk overlast ontstaan en zijn vaak aanvullende maatregelen nodig om het gewenste functioneren te bereiken. Om te voorkomen dat innovaties in de kiem worden gesmoord, moet deze ruimte worden geboden. Spoor 4: Uitwerking bovenstaande sporen in een gebiedsgerichte aanpak In de Omgevingsvisie wordt een gebiedsgerichte benadering opgenomen, waarbij per wijk wordt verkend hoe de opgaven hier een plek kunnen krijgen. De verschillende ruimtelijke identiteiten van Amersfoort hangen nauw samen met de wijkindeling. (bron: Atlas Omgevingsvisie Amersfoort). In het Gemeentelijk rioleringsplan sluiten we aan op deze wijkgerichte benadering. Tegen de achtergrond van de gemeentelijke watertaken zijn veel wijken weinig onderscheidend van elkaar. Daarom zijn in de gebiedsgerichte uitwerking in het programmadeel een groot aantal wijken samengenomen tot de indeling in de volgende zeven deelgebieden: Binnenstad (Stadskern) Op de berg (De Berg-Noord, De Berg-Zuid, Leusderkwartier) Tussen berg en beek (Soesterkwartier, Eemkwartier, Nederberg en Vermeerkwartier) Eemvallei (Hoogland, Nieuwland, Kattenbroek, Schothorst-Noord, Schothorst-Zuid, Zielhorst, Rustenburg, Liendert, Kruiskamp, De Koppel, Schuilenburg, Randenbroek en Vathorst-De Velden, -Centrum, -De Bron, -De Laak) Bedrijventerreinen (Isselt, Wieken-Vinkenhoef, De Hoef, Calveen, De Brand en Bedrijventerrein Vathorst) Buitengebied (Bosgebied, Buitengebied-Oost, Hoogland-West) Ontwikkelingsgebieden (Vathorst-Bovenduist, Langs de Eem en Spoor (incl. Eemkwartier), Hoefkwartier/De Hoef West). 2.3Samenwerking ‘Samen als het kan, alleen als het moet’ Het uitgangspunt voor alle projecten voor de gemeentelijke watertaken is dat deze integraal en multidisciplinair worden uitgevoerd, dus na brede integrale afstemming met andere disciplines. Afhankelijk van de situatie kan het nodig zijn om daarvan af te wijken, bijvoorbeeld bij calamiteiten of spoed, omdat ‘alleen’ sneller is. Bij de uitvoering van het project wordt wel afgestemd met andere disciplines en wordt de omgeving ook over de uitvoering geïnformeerd (zonder uitgebreid participatieproces). Maar het uitgangspunt is ‘samen als het kan’, want ‘samen kom je verder’. Een groot deel van het grondgebied in Amersfoort is in eigendom en beheer van particulieren en andere organisaties. Ook al zou dat het streven zijn, het is niet mogelijk om alles op openbaar terrein op te lossen. Daarom alleen al is samenwerking met andere grondeigenaren noodzakelijk. Maar ook voor het benutten van de synergie met andere opgaven en ontwikkelingen is samenwerking noodzakelijk. Hieronder volgen de belangrijkste samenwerkingspartners voor de gemeentelijke watertaken en hoe we daarmee (willen) samenwerken. Deze samenwerking kan structureel zijn, bijvoorbeeld met partners in de gemeente of de regio, of projectgericht bij bijvoorbeeld de voorbereiding en uitvoering van werken. Per deelgebied (zie hiervoor) kunnen er verschillende partners en belanghebbenden zijn en kan de samenwerking een andere invulling krijgen (in willekeurige volgorde): bewoners, bewonersverenigingen en bewonersinitiatieven lokaal, bij voorbereiding en uitvoering projecten, incidenteel en dan intensief (bewonersparticipatie, Operatie steenbreek, Meet je stad) ondernemers en winkeliersverenigingen, bedrijven en parkmanagement lokaal, bij voorbereiding en uitvoering projecten, incidenteel en dan intensief woningcorporaties gemeentebreed, structurele samenwerking, periodiek (afstemming uitvoeringsprogramma’
- s)/ lokaal bij voorbereiding en uitvoering projecten, incidenteel en dan intensief ontwikkelaars (belangen bij nieuwe ontwikkelingen) lokaal, projectgerichte samenwerking, vrijwel doorlopend en intensief energieleveranciers, drinkwater, overige kabels en leidingen eigenaren/beheerders gemeentebreed, structurele samenwerking, periodiek (afstemming uitvoeringsprogramma’
- s)/ lokaal bij voorbereiding en uitvoering projecten, incidenteel en dan intensief waterschap gemeentebreed, structurele samenwerking, vrijwel doorlopend en intensief natuur- en milieuorganisaties, agrariërs en provincie lokaal, samenwerking waar nodig, lage intensiteit regionaal, met regiogemeenten, regionale uitvoeringsdienst Utrecht, Platform Water Vallei en Eem en de veiligheidsregio (brandweer, brandkranen) gemeentebreed, structurele samenwerking, periodiek. 2.4Beheer Het belang van de bescherming van de volksgezondheid wordt soms vergeten (hoewel, in huidige tijd weer heel actueel!). Om dorpen en steden leefbaar en gezond te houden, is de afgelopen decennia geïnvesteerd in vele maatregelen en infrastructuur zoals riolering. Deze vertegenwoordigt een grote waarde. Als vandaag alle voorzieningen voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken vervangen zou moeten worden, is daar circa € 1,2 miljard voor nodig. Om er voor te zorgen dat de kwaliteit hiervan voldoende hoog blijft, dit allemaal goed blijft werken, tegen betaalbare kosten voor nu en toekomstige generaties, wordt dit doelmatig en professioneel beheerd. Investeringsprogramma’s worden daarom al zo veel mogelijk op elkaar afgestemd, niet alleen met gemeentelijke investeringen, maar ook met investeringen van bijvoorbeeld woningcorporaties, parkbeheerders (bedrijventerreinen) en kabels- en leidingbeheerders. En voor een doelmatig en professioneel beheer is een goed inzicht nodig in de kwaliteit en werking van de huidige voorzieningen, door planmatig onderzoek, monitoring, berekeningen en analyses. Omdat de levensduur van bijvoorbeeld riolering lang is, door de overwegend goede grondslag in Amersfoort, moet bij de keuzes voor vervanging en verbetering en de financiering daarvan, ver vooruit worden gekeken. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het toekomstige klimaat en met belangrijke trends en ontwikkelingen, zoals verdichting, energietransitie, circulariteit en veranderende mobiliteit. Hieruit volgen drie belangrijke uitgangspunten voor het beheer: Vanwege de relatief lange levensduur, zijn nu al extra inspanningen en investeringen noodzakelijk om tijdig te anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Vanwege diezelfde lange levensduur wordt bij de keuzes van maatregelen ook nadrukkelijk gekeken naar de beheerbaarheid en de beheerkosten daarvan, naast de investeringskosten. Om goed op de actualiteit en nieuwe inzichten, zoals nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI, in te kunnen spelen, is een zekere flexibiliteit in het investeringsprogramma nodig om projecten aan te kunnen passen en nieuwe projecten toe te kunnen voegen. 3Programma gemeentelijke watertaken Centraal in voorgaande visie stonden de invulling van de gemeentelijke zorgplichten, de sturende principes, de ambities, en hoe en met wie de gemeente deze ambities wil realiseren. In dit programma-deel van het gemeentelijk rioleringsplan staan centraal: de huidige voorzieningen die beschikbaar zijn (inclusief toestand en functioneren), de uitwerking van de beleidsdoelen, de uit te voeren maatregelen, onderzoek en beheer die nodig zijn om deze beleidsdoelen te realiseren, voor zover deze door de gemeente worden uitgevoerd en vanuit de rioolheffing mogen worden bekostigd (zie kader), en de hiervoor benodigde middelen beschreven. Het programma richt zich op de periode 2021 tot en met 2025, met een doorkijk naar de (middel)lange termijn. Dit programma-deel bevat alle wettelijk verplichte onderdelen van een gemeentelijk rioleringsplan. Afbakening Een groot deel van het grondgebied in de gemeente is in particulier eigendom. De opgaven voor bijvoorbeeld het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering zijn dermate groot, dat de gemeente dit niet alleen kan doen door maatregelen op openbaar terrein. Bovendien is dit minder doelmatig dan wanneer ook bewoners, bedrijven en andere organisaties aanvullende maatregelen nemen. De uitvoering hiervan is niet in dit programma opgenomen, wel de communicatie hierover of ondersteuning hierbij door de gemeente. Maatregelen die (nagenoeg) geheel andere doelen dienen dan de gemeentelijke watertaken, zijn niet in dit programma opgenomen omdat deze niet uit de rioolheffing mogen worden bekostigd. Maatregelen die meer dan zijdelings bijdragen aan de invulling van de gemeentelijke watertaken, mogen wel (mede) betaald worden vanuit de rioolheffing. 4Evaluatie en huidige situatie 4.1Evaluatie planperiode 2012-2020 In de periode 2012 tot en met 2020 is in totaal ruim € 43,5 miljoen geïnvesteerd in vervanging en relining van riolering (zie bijlage). De bereikte resultaten (output) zijn: aanleg van bijna 48 km nieuw riolen, ter vervanging van oude riolen (deels ook ombouw van oud gemengd riool naar nieuw gescheiden riool), ruim 52 km bestaand riool is gerelined, bijna 22,5 hectare verhard oppervlak is van de gemengde riolering afgekoppeld, dat wil zeggen dat het regenwater niet meer via de riolering naar de zuivering wordt afgevoerd, maar in de bodem wordt geïnfiltreerd of via gescheiden regenwaterriolen naar het oppervlaktewater wordt afgevoerd. 788 km riool geïnspecteerd, 32 gemalen zijn gerenoveerd, een tweede waterretentie bassin is aangelegd bij de Kersenbaan, 430 ha verhard oppervlak is afgekoppeld van de rioolwaterzuivering, door ombouw van verbeterd gescheiden rioolstelsel naar gescheiden stelsel, 3 riooloverstorten van het gemengde stelsel zijn gesaneerd, aan de Elgarstraat/Randenbroekerweg, de Columbusweg en aan de Assenraadstraat/Kruiskamp. Relinen riolen; kunststof kous wordt in riool gebracht Volgens het voorgaande gemeentelijk rioleringsplan was een totaal investerings-volume verwacht van € 48,5 miljoen (excl. effect prijsindexatie) voor rioolrenovatie, vervanging en verbetering. Eind 2020 hadden de in uitvoering genomen projecten een totale omvang van circa € 4,8 miljoen. Als deze projecten eind 2021 zijn uitgevoerd, bedraagt het gerealiseerde investeringsvolume naar verwachting rond € 48 miljoen (incl. effect prijsstijging). Rekening houdend met het effect van prijsindexatie over deze periode van circa 20% (bron: Statline, CBS, GWW sector 4221 Civieltechnische werken en bouw), is er sprake van een onderbesteding in de afgelopen planperiode. Een deel van de uitgevoerde en in uitvoering zijnde maatregelen wijkt af van de planning volgens het voorgaande gemeentelijk rioleringsplan. Dit wordt deels verklaard doordat deze planning in 2010 tot en met 2018 in detail was uitgewerkt en voor de periode 2019-2025 alleen globaal. Daarnaast zijn geplande projecten gewijzigd doordat prioriteiten in de loop van de tijd zijn veranderd en door de koppeling met reconstructies in de openbare ruimte (doorlopende afstemming via Meerjarenprogramma). De stand van de ‘voorziening middelen derden’ per 31 december 2020 is met circa € 32,7 miljoen veel groter dan verwacht in het voorgaande rioleringsplan. Dit heeft twee oorzaken: Door financiële regelgeving, waardoor de kosten voor rioolvervanging, bijleggen van regenwaterriolen of het relinen van riolen sinds 2018 niet meer gefinancierd konden worden vanuit de ‘voorziening groot onderhoud’ (artikel 44 lid 1c BBV), maar geactiveerd en langjarig moeten worden afgeschreven. De jaarlijkse lasten van rente en afschrijving hiervan zijn veel lager dan de geraamde dotaties aan de ‘voorziening groot onderhoud’, waardoor er in de periode 2018 tot en met 2020 een onderbesteding is geweest. Deze voorziening is beëindigd en samengevoegd met de voorziening middelen derden (artikel 44, lid 2 BBV). Dit zijn beklemde middelen’ die alleen bestemd zijn voor uitgaven aan de riolering. De resterende boekwaarde van de investeringen in 2018 tot en met 2020 bedraagt circa € 20,0 miljoen per 1 januari 2021. Als dit in mindering wordt gebracht op de stand van de voorziening, resteert een voorziening van circa € 12,7 miljoen. Dit is ruim hoger dan de geraamde stand van circa € 1,5 miljoen. Dit deel van de hoger dan verwachte stand van de voorziening wordt voornamelijk veroorzaakt door achterstanden in de uitvoering, vooral ontstaan door beperkte uitgaven in de periode 2013-2016. Belangrijkste reden daarvoor is de vertraging in ruimtelijke ontwikkelingen (met name als gevolg van financiële crisis), waaraan de uitvoering van rioleringsmaatregelen is gekoppeld. Een voorbeeld hiervan is de realisatie van de Kersenbaan en daarmee samenhangende reconstructie van een aantal wegen in de omgeving. De laatste jaren is deze trend weer omgebogen. Ook in 2020 zijn er meer investeringen gedaan. Belangrijk aandachtspunt hierbij is evenwel de krappe personele capaciteit voor projectvoorbereiding. Deze hoger dan verwachte stand van de voorziening riolering is ondanks de toedeling van extra kosten ten laste van de rioolheffing in meerdere bezuinigingsronden. Zo worden een groter deel van kosten voor wegherstel (€ 1,4 miljoen per jaar), meer kosten voor straatreiniging (ca. € 0,7 miljoen per jaar) en een deel van het beheer van watergangen (ca. € 0,8 miljoen per jaar) aan de riolering toegerekend. Innovaties In de afgelopen planperiode is een groot aantal innovatieve ontwikkelingen en maatregelen uitgevoerd, zoals: Vrijwel volledige ombouw van alle verbeterd gescheiden stelsels naar gescheiden stelsels, waardoor veel minder regenwater via riolering en gemalen naar de zuivering wordt gebracht en dit water nu wordt geïnfiltreerd in de bodem of naar oppervlaktewater wordt afgevoerd. Meewerken aan onderzoek in het ‘Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat’, onder andere rond droogteproblematiek in bebouwd gebied. Onderzoek naar de potentie en mogelijke benutting warmte van rioolwater, bijvoorbeeld door warmtewisselaars in riooltransportleidingen of rioolgemalen, in combinatie met WKO. Deelname aan het vierjarig EU-project SCOREwater, waarin samen met bedrijven en twee andere steden, Göteborg en Barcelona, onderzoek wordt gedaan naar slimme technologie voor een effectiever waterbeheer. Mogelijke innovaties die in het voorgaande rioleringsplan zijn aangegeven en (nog) niet zijn uitgevoerd, zijn: Proefprojecten met ‘dik, zwart afvalwater’ naar de RWZI, voor nieuwe stelsels zoals op De Berg (Lichtenberg terrein), Vathorst-Bovenduist en/of Kop van Isselt. (Proef)projecten met gescheiden inzameling van urine bij grote gebouwen/ instellingen, zoals de nieuwbouw van Meander ziekenhuis (incl. verwijdering van medicijnresten) of woontoren De Koperhorst, en winning van grondstoffen, zoals fosfaat. Bevorderen van de toepassing van warmtewisselaars op douches/bad of op vuilwater huisaansluiting bij nieuwbouw en grootschalige renovatie van woningen (woningcorporaties). Onderzoek Aanvullend op de onderzoeken die hierboven bij ‘innovaties’ zijn genoemd, zijn in de afgelopen planperiode de volgende onderzoeken uitgevoerd: In samenwerking met het Platform Water Vallei en Eem zijn regionaal stresstesten uitgevoerd en zijn de klimaateffecten voor wateroverlast, hitte en droogte in beeld gebracht voor de huidige situatie en het verwachte klimaatscenario voor 2050. Zie www.klimaatvalleienveluwe.nl. Het Basisrioleringsplan 2021, waarin onderzoek is gedaan naar het hydraulisch functioneren van de riolering én de afstroming over maaiveld bij hevige en extreme neerslag (met het oog op klimaatverandering). Analyse van de invloed van het klimaat (natte winters of droge zomers) en klimaatverandering op de grondwaterstand, op basis van metingen van het grondwatermeetnet van Amersfoort. In samenwerking met het waterschap, Soest en Baarn, onderzoeken op welke manier een grondwatermodel te bouwen, gebruik makend van het regionaal grondwatermodel, en verfijnd met lokale data voor lokale vragen. Citizen Science Een mooi voorbeeld van een innovatieve ontwikkeling is het burgerinitiatief voor het meten van het klimaat in de stad door bewoners, via het initiatief van Meet Je Stad! (in de Duurzame Top 100 van Dagblad Trouw op 3e plaats). Gemeente en waterschap ondersteunen dit initiatief. Meldingen Hierboven is de geleverde output beschreven. Een graadmeter voor de impact van uitgevoerde beheer en maatregelen zijn de meldingen ten aanzien van riolering. Hieronder zijn de aantallen meldingen over riolering en (grond)water weergegeven in de periode 2014 tot en met 2020. Hieruit volgt dat er een duidelijke piek in de meldingen ‘Riolering/Hoofdriool’ was in 2018 en dat het aantal meldingen ‘Huisaansluitingen’ en ‘Kolkaansluitingen’ geleidelijk aan lijkt toe te nemen. De eerste kan samenhangen met de wateroverlast door hevige neerslag in september 2018. De tweede zou kunnen samenhangen met het grote aandeel riolen dat worden gerelined (in plaats van vervangen), waarbij de huis- en kolkaansluitingen niet ‘automatisch’ worden mee vervangen (omdat de straat niet open gaat). In lijn met de verwachting zal het aantal knelpunten en reparaties met deze aansluitingen toenemen. Ook met de extra kosten voor opsporen en reparatie van verstoppingen, is relinen meer kosteneffectief dan vervangen van riolen. De komende planperiode zal de verdere ontwikkeling van deze trend in het aantal meldingen goed worden gevolgd. Bij het aantal meldingen wordt opgemerkt dat in dezelfde periode het totaal aantal meldingen in Amersfoort is verdubbeld; de toename van het aantal meldingen ‘Riolering’ valt dus relatief gezien mee. Aantallen meldingen per type, in de periode 2014 tot en met 2020 Riolering Riolering Water Jaar Hoofdriool Huisaansluiting Kolkaansluiting Overige Totaal Grondwater 2014 14 3 417 230 664 2015 57 36 446 113 652 9 2016 43 28 366 84 521 13 2017 51 21 380 53 505 5 2018 103 48 593 131 875 9 2019 67 64 684 102 917 3 2020 75 70 656 69 870 20 Totaal 418 272 3.612 786 5.088 59 Gemiddeld per jaar 59 39 506 112 715 8 4.2Huidige voorzieningen In Amersfoort ligt ruim 1.050 km rioolleidingen, waarvan 90% zogenaamd ‘vrijverval riool’, waar het water door de zwaartekracht vrij doorheen stroomt. Lengte vrijverval riolen (in
- km)Type rioolstelsel eind 2020 medio 2011 gemengde riool 128 147 gescheiden DWA riool 367 205 gescheiden RWA riool (waarvan Infiltratieriool) 456
(24)26
(6)verbeterd* gescheiden DWA riool 3 126 verbeterd* gescheiden RWA riool 4 147 totaal vrijverval riool 958 892 * Mede vanwege de vele foutaansluitingen bij gescheiden riolering en diffuse bronnen van verontreiniging zoals lekkende motorolie van auto’s, is overgegaan op de aanleg van verbeterd gescheiden riolering waarbij een groot deel van het afstromend regenwater alsnog naar de rioolwaterzuivering werd afgevoerd. Tegenwoordig zijn vrijwel alle foutaansluitingen opgespoord en gesaneerd en diffuse verontreinigingen afgenomen. Om niet onnodig relatief schoon regenwater naar de rioolwaterzuivering te verpompen, zijn vrijwel alle verbeterd gescheiden stelsels omgebouwd naar gescheiden rioolstelsels (waar alle afstromende neerslag naar oppervlaktewater wordt afgevoerd). Door gewijzigde inzichten en omstandigheden is ‘verbeterd’ dus is in de loop van de tijd minder goed en gewenst geworden dan ‘gewoon’ gescheiden. Bij vergelijking van de huidige lengtes riolering met de lengtes medio 2011 (bron: Gemeentelijk Rioleringsplan 2012-2021), valt het volgende op: De lengtes gemengd riool zijn de afgelopen planperiode verder afgenomen door ombouw naar gescheiden stelsel bij vervanging. De lengtes gescheiden riool zijn fors toegenomen. Dit komt grotendeels door het ombouwen van vrijwel alle verbeterd gescheiden riolering naar gescheiden riolering. Daarnaast zijn deze lengtes toegenomen door nieuwe aanleg. Van de 958 km vrijverval riolen is ruim 80% van beton, ruim 10% van kunststof en de rest van andere materialen. Het jaar van aanleg van de vrijverval riolen is in de afbeelding hiernaast weergegeven (lengtes in km). Ruim 56% van de vrijverval riolen is jonger dan 30 jaar. Naast de vrijverval riolen is er ook de ‘mechanische riolering’, waar het water met pompen door heen wordt gedrukt. Deze bestaat uit: 58 km persleidingen en 132 gemalen, 55 km drukriolering en 267 minigemalen. Bij neerslag wordt afstromend hemelwater via de riolering naar oppervlaktewater afgevoerd. Dit gebeurt via een aantal lozingspunten: 27 externe riooloverstorten van gemengde stelsel, waarvan 7 met een randvoorziening voor vermindering van de vuilemissie op oppervlaktewater, 1 uitlaat van verbeterd gescheiden RWA stelsel, 769 uitmondingen van gescheiden RWA stelsel. De overstortingen vanuit het gemengde stelsel zijn ongewenst omdat deze het oppervlaktewater en de waterbodem vervuilen. Daarom wordt gewerkt aan het terugdringen van deze overstorten, meestal door het hemelwater van de gemengde riolering ‘af te koppelen’. Als in een gebied voldoende hemelwater is afgekoppeld, kan een overstort wordt dichtgezet. In de afgelopen planperiode zijn zo drie externe overstorten gesaneerd. (bron: Gemeentelijk Rioleringsplan 2012-2021; medio 2011 waren er nog 23 + 7 externe overstorten). In de afbeelding op de volgende bladzijde is de ligging van de riolering weergegeven, waarbij onderscheid is gemaakt in het type rioolstelsel en de locaties van externe overstorten van het gemende stelsel, gemalen en pompen en lozingspunten van de regenwaterriolering zijn aangegeven (situatie eind 2020). Ligging van de riolering in Amersfoort, met type rioolstelsel en locaties van externe overstorten van het gemende stelsel, gemalen en pompen en lozingspunten van de regenwaterriolering 4.3Huidige toestand en werking van de voorzieningen Toestand van de riolering De afgelopen planperiode is 788 km riool geïnspecteerd. Dit is ruim 80% van alle vrijverval riolen in Amersfoort. Hierdoor is er een goed beeld van de kwaliteit en onderhoudstoestand van de riolen. De onderhoudstoestand (vuilophoping, wortelingroei, aangroei en afzetting) is overwegend ruim voldoende. De verstopping van de zinkers onder de grachten in de binnenstad is een blijvend aandachtspunt. Door continue online monitoring kan een verstopping van de zinkers direct worden gesignaleerd en actie op worden ondernomen. Hierdoor wordt voorkomen dat bij een onopgemerkte verstopping onverdund afvalwater via de riooloverstorten op de grachten wordt geloosd. De kwaliteit van de riolering (stabiliteit en waterdichtheid) is overwegend goed. De relatief slechte rioolbuizen in Zielhorst, Schothorst Noord en Kattenbroek zijn de afgelopen jaren verbeterd. In een aantal wijken is de waterdichtheid van de buizen nog onvoldoende, waardoor lekkage kan optreden. Deze riolen worden de komende jaren verbeterd door reparatie of relinen. Waterbalans Net als in voorgaande gemeentelijk rioleringsplannen, is van een recent jaar
(2019)een balans van de watervolumes in de waterketen opgesteld. Op RWZI Amersfoort is in totaal 17,7 miljoen m3 afvalwater afgevoerd vanuit Bunschoten, Leusden en Amersfoort (gemeten door riool- en influentgemalen, =100%). Het aandeel vanuit Amersfoort bedraagt bijna 70%, ofwel 12,25 miljoen m3 afvalwater. Hiervan is circa 8,25 miljoen m3 afvalwater dat door huishoudens en bedrijven worden geloosd (berekend op basis van kengetallen). Daarnaast gaat het om ruim 1,3 miljoen m3 afstromend regenwater dat via (met name) het gemengd riool wordt ingezameld en afgevoerd (berekend op basis van op riolering aangesloten oppervlak en gemeten neerslag). Tot slot is er circa 1,8 miljoen m3 afvalwater waarvan de herkomst niet goed kan worden verklaard, ofwel een kleine 10% van de totale aanvoer naar de RWZI. Dit is minder dan in 2009 (2,4 miljoen m3, 13% van totaal) en een aanzienlijk minder van in 2005 (3,18 miljoen m3 / 17% van totaal). De afname vanaf 2009 is vooral toe te schrijven aan het relinen van oude riolen, waardoor grondwater niet meer het riool in kan lekken door voegen tussen en scheuren in de buizen. En door het ombouwen van ruim 140 km verbeterd gescheiden regenwaterriool naar gescheiden regenwaterriool, waardoor grondwater dat hier in lekt niet meer naar de RWZI wordt afgevoerd maar naar oppervlaktewater. Terugdringing van afvoer regenwater naar RWZI is prestatie van formaat! Door het afkoppelen van 22,5 hectare (!) verhard oppervlak van de gemengde riolering en het ombouwen van 147 km (!) verbeterd gescheiden regenwaterriool naar gescheiden regenwaterriool in de afgelopen planperiode, werd in 2019 bijna 1,4 miljoen m3 regenwater minder naar de RWZI afgevoerd dan in
- Per jaar hoeft dus zo’n 1.400.000.000 liter minder relatief schoon regenwater op de RWZI Amersfoort te worden behandeld. Hiervan heeft ook de RWZI als energie- en grondstoffenfabriek profijt, wat bijdraagt aan een circulaire en duurzame economie. Werking van de overstorten van het gemengde rioolstelsel Bij hevige neerslag kan de riolering het water niet allemaal meer opvangen en treden bij de gemengde rioolstelsels de riooloverstorten in werking, om wateroverlast en schade zo veel mogelijk te voorkomen. In Amersfoort zijn er 27 van deze riooloverstorten, waarvan 7 met een randvoorziening voor vermindering van de vuilemissie op oppervlaktewater. Deze overstorten treden regelmatig in werking, waardoor verdund afvalwater in het oppervlaktewater terecht komt. Afhankelijk van de doorstroming van het oppervlaktewater, is er dagen tot enkele weken (in droge perioden) daarna een verhoogd gezondheidsrisico in en het water. Dit betreft met name de Heiligenbergerbeek, de grachten in de Binnenstad en de Eem (in de Eem is het sowieso levensgevaarlijk en verboden om te zwemmen i.v.m. vaarverkeer). De overstorten zonder randvoorziening werden met zogenaamde ‘stand alone’ meetapparatuur bemeten, die voorzien waren van een accu en waar de lokaal opgeslagen meetdata periodiek werd uitgelezen. Deze meetgegevens bleken echter niet volledig en niet betrouwbaar te zijn. Daarom wordt deze meetapparatuur momenteel vervangen door ‘online’ metingen, waarbij de volledigheid en betrouwbaarheid van de metingen direct kan worden gecontroleerd (in plaats van achteraf). De metingen van de overstorten met randvoorziening (voor vermindering van vuilemissie op oppervlaktewater), waaronder alle grote overstorten, worden al wel ‘online’ gemeten. Hieruit blijkt dat ongeveer de helft van de totale overstortvolume via de overstort en randvoorziening aan de Havenweg op de Eem wordt geloosd, ongeveer een derde aan de Rubensstraat op de Heiligenbergerbeek en ongeveer een tiende deel via de overstort aan het Smallepad op de Eem wordt geloosd. Deze verdeling komt globaal overeen met de modelberekeningen voor het Basisrioleringsplan
- De overstort aan de Rubensstraat is verreweg het meest in werking getreden, gemiddeld 8 keer per jaar. Werking van de riolering tijdens extreme neerslag, de kans op regenwateroverlast Voor het Basisrioleringsplan 2021 (Arcadis) is met een zogenaamde ‘stresstest regenwateroverlast’ in beeld gebracht op welke locaties en in welke mate wateroverlast in de huidige situatie kan worden verwacht bij een extreme neerslag van 74 mm in 1 uur. Een dergelijke neerslag heeft een gemiddelde kans van optreden in het toekomstig klimaat (rond 2085) van 1 keer per circa 100 jaar. Het resultaat is in onderstaande afbeelding te zien. De grootste kans op wateroverlast, de ‘blauwe vlekken’ op deze kaart, zijn te vinden op de flanken van de stuwwal. De locaties waar deze knelpunten optreden worden in belangrijke mate bepaald door het natuurlijke landschap. De neerslag stroomt langs laaggelegen delen naar lokale laagtes in het gebied en ook op locaties waar een steile helling overgaat in een flauwe helling is van nature een grotere kans op regenwateroverlast. De aanleg van grotere buizen en meer rioolberging op deze locaties lost deze knelpunten maar beperkt op. Voor een robuuste oplossing moet hier vooral worden ingezet op het vasthouden en infiltreren van neerslag in de hoger gelegen delen, het geleiden van afstromend hemelwater naar locaties waar dit geen schade geeft en/of door het beperken van schade door water op straat (bijv. door plaatsing van tijdelijke schotten voor gebouwopeningen zoals in de Palmstraat, Soesterkwartier). De ‘blauwe vlekken’ in de lager gelegen delen van Amersfoort zijn over het algemeen kleiner en minder donkerblauw, omdat de afvoerweg naar oppervlaktewater kleiner is en water op straat zich hier makkelijker over een groter oppervlak kan verspreiden. Naast beperking van de hoeveelheid verharding, zal hier vooral de verruiming van de afvoercapaciteit naar oppervlaktewater een kosteneffectieve maatregel zijn om de kans op regenwateroverlast te beperken. Gevoeligheid voor natte perioden, effecten op de grondwaterstand Recent is onderzoek gedaan naar het optreden van hoge en lage grondwaterstanden in Amersfoort op basis van gemeten grondwaterstanden. In de blauw gekleurde gebieden op onderstaande kaart kan de grondwaterstand periodiek hoger komen dan 0,7 m onder maaiveld. Met name deze gebieden zijn gevoelig voor het optreden van grondwateroverlast. Kaart met hoge grondwaterstanden, gebaseerd op gemeten grondwaterstanden, voor de situatie met een gemiddelde hoeveelheid neerslag in de winterperiode en het huidige klimaat (bron: Analyse grondwater en klimaat Amersfoort, BZ Ingenieurs & Managers, november 2019). Het optreden van hoge grondwaterstanden hoeft niet te betekenen dat daar dan ook grondwateroverlast wordt ervaren. In de huidige praktijk wordt grondwaterstand ervaren op locaties in het Vermeerkwartier en Schothorst en in mindere mate ook uit Nieuwland. Gevoeligheid voor droge perioden, effecten op de grondwaterstand Op de onderstaande kaart met de oranje of rood de gebieden aangegeven waar de grondwaterstand periodiek lager komen dan 1,5 of 2 m onder maaiveld. Het groen is met name deze gebieden is afhankelijker van de aanwezigheid van zogenaamd ‘hangwater’ in de bodem en is in aaneengesloten (warme) perioden zonder neerslag meer gevoelig voor droogte. Kaart met lage grondwaterstanden, gebaseerd op gemeten grondwaterstanden, voor de situatie met een gemiddeld doorlopend neerslagtekort (144 mm) in de zomerperiode en het huidige klimaat (bron: Analyse grondwater en klimaat Amersfoort, BZ Ingenieurs & Managers, november 2019). In de praktijk zijn vooral de bomen in het Bergkwartier en Leusderkwartier gevoelig voor droogte. Het groen op deze locaties heeft het meest te lijden gehad onder de droogte van de afgelopen jaren (met name 2018). 5Gebiedsgerichte uitwerking Het centrale doel van het gemeentelijk rioleringsplan is het behoud en het versterken van een vitale en gezonde leefomgeving. In lijn met de visie, wordt langs vier sporen gewerkt aan het bereiken van dit doel, namelijk: Spoor
- Het optimaal benutten van het natuurlijke systeem en bijdragen aan herstel daarvan. Spoor
- Het verbinden met andere maatschappelijke opgaven voor Amersfoort en koppeling met andere uitvoeringsprogramma’s. Spoor
- Het toepassen van innovatieve werkwijzen en technieken. Het vierde spoor betreft de uitwerking van bovenstaande sporen in een gebiedsgerichte aanpak. In lijn met de gebiedsgerichte benadering in de Omgevingsvisie, wordt hiervoor onderscheid gemaakt in 21 wijken, waarbij deze zijn samengenomen tot zeven deelgebieden: Binnenstad, Op de berg, Tussen berg en beek, Eemvallei, Bedrijventerreinen, Buitengebied en Ontwikkelingsgebieden. Een belangrijk deel van het programma geldt stadsbreed. Bijvoorbeeld voor onderzoek (zoals monitoring) en beheer en onderhoud. Zowel dit stadsbrede programma als het programma per deelgebied is hieronder beschreven. 5.1Stadsbreed Duurzaamheid en gezonde leefomgeving De invulling van de gemeentelijke watertaken voor het vasthouden, benutten en infiltreren van regenwater voor groen en aanvulling van het grondwater, wordt ‘vergroend’. Dit draagt bij aan een grotere belevingswaarde, omgevingskwaliteit en biodiversiteit. Daarvoor wordt in eerste instantie gestreefd naar vermindering van verhardingen en benadering van de natuurlijke situatie van infiltratie en afstroming van neerslag. Als daar fysiek en financieel de ruimte voor is, hebben ‘groene maatregelen’ de voorkeur boven ‘grijze maatregelen’. Vertrekpunt is dus dat de gemeentelijke watertaken t.a.v. regenwater en grondwater met ‘groene maatregelen’ worden ingevuld, tenzij de beschikbare fysieke of financiële ruimte dat onmogelijk maakt. Als er dus ruimte is voor de aanleg van een (biodiverse) wadi voor de opvang en infiltratie van regenwater, dan wordt daarvoor gekozen, in plaats van bijvoorbeeld de aanleg van een ondergronds infiltratietransportriool. Daarbij wordt rekening gehouden met multifunctioneel gebruik van de ruimte; de wadi kan bijvoorbeeld zo worden ingericht dat een deel hiervan een iets verhoogde speelplaats biedt voor kinderen. Gelijktijdig met de uitvoering van rioolvervanging en wegrenovatie, wordt de leefomgeving verbeterd, waarbij de openbare ruimte klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht. Aandachtspunt hierbij is dat bij graafwerkzaamheden voor aanleg of aanpassing van riolering, bestaande bomen niet altijd te handhaven zijn. Alternatieven om bestaande bomen te handhaven, worden bij de projectvoorbereiding in beeld gebracht en zorgvuldig afgewogen. Micro verontreinigingen zoals medicijnresten en hormonen kunnen via de riooloverstorten en foutieve aansluitingen in het oppervlaktewater en via lekkende rioolbuizen in het grondwater terecht komen. Door het afkoppelen van verhard oppervlak van gemengde riolering, het relinen van riolen (waterdicht maken) en de controle op foutieve aansluitingen, wordt de verspreiding van deze micro verontreinigingen tegengegaan. Voor verwijdering van deze ‘nieuwe stoffen’ uit het effluent van rioolwaterzuiveringen worden landelijk experimenten uitgevoerd. Tegengaan regenwateroverlast als gevolg van klimaat verandering Uit het lopende onderzoek voor het Basisrioleringsplan 2021 (bron: Memo ‘Onderbouwing ontwerp en kosten maatregelen ter voorkoming, Arcadis, 2021) blijkt dat er een groot aantal maatregelen noodzakelijk is om de kans op regenwateroverlast tot een acceptabel niveau te beperken (kans op water in woningen en bedrijven zoveel als doelmatig mogelijk te beperken). Deze maatregelen hoeven en kunnen niet allemaal in de komende planperiode worden uitgevoerd. Waar maatregelen nodig zijn, zal bij alle ontwikkelingen en werkzaamheden in de betreffende gebieden worden bekeken of de maatregelen tegen regenwateroverlast hierbij kunnen meeliften. Volgens de afspraken in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie moet Nederland in 2050 klimaatbestendig zijn. Er is dus tijd om deze maatregelen uit te voeren, waardoor de uitvoering slim gekoppeld kan worden. Met het Basisrioleringsplan 2021 is het ‘huiswerk klaar’ om tot 2050 de benodigde maatregelen voor beperking van regenwateroverlast mee te laten liften met andere ontwikkelingen en programma’s. De benodigde maatregelen hiervoor zijn als ‘longlist’ hierna bij de betreffende deelgebieden opgenomen. Grondwaterstand en gezonde leefomgeving In principe mag de grondwaterstand niet worden beïnvloed en moet worden uitgegaan van de bestaande grondwaterstanden. Alleen in uitzonderlijke situaties mag verlaging van de grondwaterstand plaatsvinden door de aanleg van drainage, bijvoorbeeld bij nadelige gevolgen door structurele overlast in bestaande wijken. Inrichting en ontwerp zijn zodanig dat de bestaande grondwaterstand zo minimaal mogelijk wordt beïnvloed en ook in de toekomst geen overlast ontstaat. Er is sprake van nadelige gevolgen voor de bestemming als de grondwaterstand in bebouwd gebied leidt tot: gezondheidsklachten, schade aan gebouwen of infrastructuur, aanzienlijke en meetbare beperking van het woongenot, of het niet meer mogelijk zijn van de primaire functie, bijvoorbeeld als een speelterrein zo drassig is dat er niet meer gespeeld kan worden of de hoge grondwaterstand zo hoog is dat er hierdoor te weinig zuurstof in de bodem is en boomwortels kunnen afsterven. Er is sprake van structurele grondwateroverlast in bebouwd gebied als bij het volgende grondgebruik de hoogste grondwaterstanden wederkerend (over meerdere jaren) meerdere keren per jaar gedurende enkele dagen per keer hoger zijn dan (bron: Grondwaterplan Amersfoort): bebouwing met kruipruimte: 0,9 m beneden vloerpeil, bebouwing zonder kruipruimte: 0,5 m beneden vloerpeil, parkeerplaatsen, tuinen en plantsoenen: 0,5 m beneden maaiveld. Het vloerpeil is hierin gedefinieerd als de bovenzijde van de vloer op de begane grond, die tenminste 0,15 m boven straatpeil moet liggen (dit is ondergrens, streven is 0,3 m). In onderstaande afbeelding is dit schematisch weergegeven. Bodem-/grondwaterkwaliteit en gezonde leefomgeving Bij de uitvoering van de gemeentelijke watertaken moet rekening worden gehouden met bestaande bodemverontreinigingen en moet het ontstaan van mogelijke nieuwe bodem- en grondwaterverontreinigingen worden voorkomen. Hier wordt invulling aan gegeven door: het voorkomen van de verspreiding van bodemverontreinigingen door de infiltratie van regenwater, een zo groot mogelijke waterdichtheid van gemengde en vuilwater riolen, om lekkage van afvalwater vanuit riolen naar bodem en grondwater te voorkomen, bij bronbemalingen nabij locaties met bodemverontreiniging, het afgepompte water niet (onbehandeld) laten lozen op gescheiden regenwaterriool, bij bronbemalingen nabij locaties met bodemverontreiniging, verspreiding als gevolg van deze bemaling te voorkomen, bijzondere aandacht voor maatregelenkeuzes en projectuitvoering in het grondwaterbeschermingsgebied op De Berg. Doelmatig beheer De huidige kwaliteit en goede werking van de riolering en alle voorzieningen die nodig zijn voor de gemeentelijke watertaken, worden in stand gehouden. De kwaliteits- en onderhoudstoestand van de riolering en andere voorzieningen mag niet achteruit gaan. Om hier invulling aan te geven en dit te bewaken, is voldoende inzicht in het systeem nodig. Maatregelen Hiervoor wordt onderstaand onderzoek en monitoring uitgevoerd: Gebruiken van rekenmodellen voor simulatie van de afstroming van regenwater en grondwater. Continuering van de meting van grondwaterstanden, waarbij van handmetingen wordt overgegaan naar telemetrische metingen (in 2021) voor vrijwel alle huidige peilbuizen (een beperkt aantal locaties van peilbuizen wordt aangepast) Continuering van de meting van neerslag en de monitoring van de werking van rioolgemalen en randvoorzieningen. Verbetering van het (online) bemeten van alle riooloverstorten van de gemengde riolering. Opstellen van wijkklimaatplannen. Monitoren van indicatoren voor klimaatbestendigheid (naast indicatoren voor biodiversiteit en groen). Monitoren van klimaatadaptatie is complex omdat de effecten vaak pas zichtbaar zijn wanneer er klimaatextremen optreden of wanneer het geplaatste groen tot wasdom komt en omdat de omgeving en het klimaat veranderen. Het monitoren van de ‘impact’ van het programma heeft de voorkeur (naast monitoring van de ‘output’ zoals m2’s afgekoppeld, m2 verharding en m2 groen dak). Dus zo dicht mogelijk tegen het meten van de feitelijke klimaatbestendigheid/-kwetsbaarheid of via modelberekeningen (m.n. voor weersextremen die minder vaak optreden). Wanneer de KNMI klimaatscenario’s worden aangepast, worden ook de stresstesten/kwetsbaarhedenkaarten van Amersfoort ge-update en kan inzichtelijk worden gemaakt hoe Amersfoort toewerkt naar de gestelde ambitie om in de klimaatbestendigheid mee te groeien met de klimaatverandering. Een kaartlaag met gemeentelijke infiltratievoorzieningen bijhouden. Onderzoek naar de cyber security van geautomatiseerde systemen voor besturing en monitoring van rioolgemalen, randvoorzieningen, etc. Inzicht in lokale neerslag met neerslagmeters Daarnaast worden de volgende onderhoudsmaatregelen uitgevoerd: Reiniging en inspectie van circa 40 tot 50 km vrijverval riolering per jaar (zie tabel). Gelijk bij de uitvoering van onderstaande rioolinspecties wordt gecontroleerd op waterdichtheid van de riolering (instroom grondwater) en op foutieve aansluitingen van regenwater op vuilwaterriolering en (met name!) van vuilwater op gescheiden regenwaterriolering (omdat dit laatste tot ernstige vervuiling van vijvers en singels leidt). Renovatie gemalen Diverse rioolgemalen in periode 2021 tot en met 2025, renovatie pompinstallaties (M/E) gemiddeld 300 K€ /jaar Rioolinspecties (2021-2024) Reinigen en inspecteren van vrijverval rioleringen, jaar 2021 52 km Rioolinspecties (2021-2024) Reinigen en inspecteren van vrijverval rioleringen, jaar 2022 43 km Rioolinspecties (2021-2024) Reinigen en inspecteren van vrijverval rioleringen, jaar 2023 50 km Rioolinspecties (2021-2024) Reinigen en inspecteren van vrijverval rioleringen, jaar 2024 53 km Rioolinspecties (2025-2028) Reinigen en inspecteren van vrijverval rioleringen 2025 50 km Camera inspectie van riolen 5.2Binnenstad (gebied 1) Relevante kenmerken van de Binnenstad Onder dit gebied valt de wijk Stadskern. Relevante kenmerken van dit gebied zijn: Winkels, bedrijven, woningen Dichtbebouwd, veel verhard, overwegend weinig ruimte in het straatprofiel Oppervlaktewater in de buurt Gevoelig voor regenwateroverlast, weinig kans op grondwateroverlast, zeer gevoelig voor hittestress (relatie met hoge verhardingsgraad) In de Binnenstad ligt overwegend een gemengd rioolstelsel, lokaal is regenwater afgekoppeld naar de grachten. Muurspuwers in de historische binnenstad van beeldhouwer Ton Mooy; elke waterspuwer heeft zijn verhaal Doelmatig beheer In de binnenstad zijn de mogelijkheden voor grootschalige ombouw naar gescheiden stelsel beperkte vanwege de beperkte beschikbare ruimte in de ondergrond, het intensief gebruik van de openbare ruimte (met verhoogde kans op vervuiling van afstromend regenwater) en de vele oude panden met kans op foutaansluitingen. Waar dat wel mogelijk is, zoals de Kamp en aan de oostzijde van de binnenstad, zullen dakoppervlakken en wegverhardingen van de gemengde riolering worden afgekoppeld en wordt het regenwater naar oppervlaktewater afgevoerd. Bij rioolrenovatie wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de bereikbaarheid van winkels en horeca. Waar mogelijk zal worden gekozen voor het relinen van het bestaande riool, zodat de weg hier niet voor open hoeft. Specifiek aandachtspunt voor de binnenstad zijn de (vet)lozingen van bedrijven. Hierdoor kunnen riolen en gemalen verstopt raken. Vooral de zinkers onder de grachten in de binnenstad zijn erg gevoelig voor verstopping door vetlozingen. Omdat de afvoer van het afvalwater hierdoor wordt geblokkeerd, het rioolstelsel zich vervolgens vult en onverdund afvalwater op de grachten kan overstorten, wordt de afvoer door deze zinkers continue door metingen bewaakt. Vet mag niet op het riool worden geloosd. Elk bedrijf waar met vet vervuild afvalwater op de riolering kan worden geloosd, is verplicht een vetafscheider of vetput te hebben en deze goed te onderhouden. Regenwateroverlast De bereikbaarheid van winkels in en om binnenstad is van groot belang voor de continutiet van deze bedrijven. Winkelgebieden zijn vaak extra gevoelig voor water op straat door het ontbreken van een verdieping (stoepranden) in het straatprofiel. Een geringe waterdiepte op straat maakt winkelgebieden al ontoegankelijk voor het publiek en kan ook snel leiden tot water in panden. De openbare ruimte en de riolering worden zo ontworpen en ingericht dat de kans op water op straat (kortdurende, beperkte hoeveelheden) in winkelgebieden is beperkt tot gemiddeld 1 keer per 10 tot 25 jaar. Schade door instromend regenwater vanuit de openbare ruimte in woningen en bedrijven wordt zo veel mogelijk voorkomen, waarbij dit tenminste wordt beperkt tot een kans van gemiddeld 1 keer per 100 jaar (in klimaat van 2085). Vorm van regenwateroverlast Doelen Water op straat economische schade Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 10 tot 25 jaar Wateroverlast, water in woningen of bedrijven ernstige materiele of economische schade Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 100 jaar Bovenstaande eisen zijn de minimumeisen voor alle projecten bij/rond bestaande bouw. Het ambitie voor elk project is om te voldoen aan de eisen volgens de Richtlijn Klimaatbestendig Bouwen Amersfoort. Voor alle nieuwbouw in Amersfoort (inbreidingen én transformaties van bedrijven naar woningen) gelden de eisen volgens de Richtlijn Klimaatbestendig Bouwen Amersfoort als minimumeisen. Maatregelen Binnenstad De uitvoering van de volgende maatregelen is gepland in de komende planperiode: Repareren van rioolschades op diverse locaties, door deelreparaties van binnenuit en relining volgens vervangingsplan. Onderzoek uitvoeren naar de mogelijkheid voor sanering van riooloverstorten van het gemengde stelsel in de Binnenstad. Voorlichting, toezicht en zo nodig handhaving, uitgevoerd door de RUD Utrecht. Evt. i.s.m. waterschap (‘discrepantie’ tussen verwacht/berekend aantal ve’s (vervuilingseenheden) en gemeten aantal ve’s in aanvoer RWZI). Zinkers worden wekelijks gecontroleerd op verstopping door de ROVA. En de maatregelen in onderstaande tabel. Locatie/herkomst Nadere aanduiding Maatregel Opmerking Binnenstad Kamp e.o. Ombouw gemengd door bijleggen RWA riool. Rioolaanpassingen BRP Kortegracht, Havik, Zuidsingel en Langestraat Saneren bestaande externe overstorten van gemengd stelsel binnenstad 4 stuks Rioolaanpassingen BRP Achter Arnhemse Poortwal Bijleggen RWA riolen, extra RWA lozingspunten obv BRP 2021 > 140 m Maatregelen Basisrioleringsplan 2021, uitvoering na 2025 In de huidige situatie is de kans op wateroverlast bij een extreme neerslag (74 mm in 1 uur) volgens modelberekeningen beperkt tot een klein aantal locaties. Veelal zal hier met lokaal maatwerk een oplossing voor mogelijk zijn, bijvoorbeeld door aanleg van een regenwaterriool met afvoer naar oppervlaktewater. In enkele gevallen is het lastiger door de verdiepte ligging van het maaiveld en het ontbreken van oppervlaktewater in de buurt. In onderstaande tabel staan de maatregelen voor beperking van regenwateroverlast voor zover deze niet gepland zijn in de komende planperiode (op basis van resultaten Basisrioleringsplan 2021). De uitvoering hiervan lift zo veel mogelijk mee met ontwikkelingen en andere maatregelen in de betreffende omgeving. In de tabel is indicatief de gewenste periode voor uitvoering aangegeven (voor 2050). Locatie/herkomst Voorstel maatregel Indicatie periode Koestraat Leiding naar overstort Weeshuisgang 2025-2035 Sint Annastraat / Coninckstraat Op langere termijn ombouw naar gescheiden stelsel 2035-2050 Parkeergarage De Flint RWA-riool naar de gracht 2035-2050 5.3Op de berg (gebied 2) Relevante kenmerken van deelgebied Op de berg Onder dit gebied vallen de wijken De Berg-Noord, De Berg-Zuid en Leusderkwartier. Relevante kenmerken van dit gebied wijken: Overwegend diepe grondwaterstanden, meer dan 2 m onder maaiveld Over het algemeen hoge infiltratiecapaciteit en hoge doorlatendheid van de bodem Aanwezigheid van grondwaterbeschermingsgebied Relatief veel groen, geen oppervlaktewater Overwegend woningen (meeste rond de jaren ’30 vorige eeuw), lokaal bedrijven, enkele winkelstraten. Doelmatig beheer Aandachtspunt in deelgebied Op de berg is de vele bladval, waardoor straatkolken verstopt kunnen raken, wat juist in dit hellende gebied lokaal tot ernstige hinder en schade kan leiden. Dit wordt beperkt door de frequentie van straatvegen in dit deelgebied niet alleen op beeldkwaliteit af te stemmen, maar ook op de kans op verstopping van kolken door bladval. Vooral in dit deelgebied liggen veel infiltratievoorzieningen die er aan bijdragen dat zoveel mogelijk neerslag op verhardingen niet wordt afgevoerd maar geïnfiltreerd in de bodem, zoals dat ook in een meer natuurlijke situatie gebeurt. Om verstopping van deze infiltratievoorzieningen te voorkomen, worden alle straatkolken in infiltratiegebieden 3 tot 4 keer per jaar gereinigd (elders gemiddeld 1 keer per jaar). Aan de inrichting van bovengrondse en ondergrondse infiltratievoorzieningen, zoals wadi’s en infiltratietransportriolen, en relatief nieuwe of innovatieve maatregelen zoals infiltrerende verhardingen en waterbuffering voor bomen, worden aanvullende eisen gesteld om er voor te zorgen dat deze voorzieningen goed te onderhouden zijn, zodat deze goed blijven functioneren. Regenwateroverlast en droogte (en hitte) De openbare ruimte en de riolering worden zo ontworpen en ingericht dat de kans op water op straat (kortdurende, beperkte hoeveelheden) in woongebieden is beperkt tot gemiddeld 1 keer per 2 jaar. Voor wijkontsluitingswegen geldt dat deze gemiddeld niet vaker dan 1 keer per 50 tot 100 jaar onbegaanbaar mogen zijn als gevolg van extreme neerslag (waterhoogte op straat groter dan 30 cm). Schade door instromend regenwater vanuit de openbare ruimte in woningen en bedrijven wordt zo veel mogelijk voorkomen, waarbij dit tenminste wordt beperkt tot een kans van gemiddeld 1 keer per 100 jaar (in klimaat van 2085). Vorm van regenwateroverlast Doelen Water op straat hinder Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 2 jaar Water op straat, hoger dan 30 cm op wijkontsluitingswegen economische schade Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 50 tot 100 jaar Wateroverlast, water in woningen of bedrijven ernstige materiele of economische schade Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 100 jaar Bovenstaande eisen zijn de minimumeisen voor alle projecten bij/rond bestaande bouw. Het ambitie voor elk project is om te voldoen aan de eisen volgens de Richtlijn Klimaatbestendig Bouwen Amersfoort. Voor alle nieuwbouw in Amersfoort (inbreidingen én transformaties van bedrijven naar woningen) gelden de eisen volgens de Richtlijn Klimaatbestendig Bouwen Amersfoort als minimumeisen. In principe wordt in dit gebied alle regenwater opgevangen en lokaal benut of in de bodem geïnfiltreerd (conform voorkeursvolgorde omgang met hemelwater). Dit wordt bereikt door: Vergroten van de ‘sponswerking’ door beperking van verhardingen en meer groen, zowel in openbare ruimte (‘gemeente aan zet’) als op particulier terrein (voorlichting, gebiedsgerichte impuls Operatie Steenbreek), en verbetering van het watervasthoudend vermogen van de bodem. Minder verharding en meer groen voor een betere ‘sponswerking’ voor het opvangen van hevige regenbuien, meer verkoeling tijdens hitte en een betere en gezondere leefomgeving voor plant, dier en mens. In lijn met de motie ‘Regenwater in de tuin, niet in het riool’ wordt bij verbouwingen (aanbouw, renovaties e.d.) en nieuwbouw van woningen en bedrijfsgebouwen de vergunningaanvrager geïnformeerd over praktische mogelijkheden om alle regenwater van verhardingen aan de achterzijde van het perceel op te vangen voor hergebruik en/of overtollig regenwater te infiltreren op eigen terrein. Aan de voorzijde mag dit via gescheiden regenwateraansluiting worden aangeleverd. Afstromend regenwater in de openbare ruimte waar mogelijk bovengronds af te voeren naar (verlaagde) groenvoorzieningen, zogenaamde wadi’s, waarin het regenwater tijdelijk wordt opgevangen en geleidelijk in de bodem infiltreert. Bij vervanging van gemengde riolering, ombouw naar gescheiden riolering, waarbij regenwater zoveel mogelijk lokaal wordt geïnfiltreerd voor aanvulling van het grondwater, bijvoorbeeld via zogenaamde infiltratietransportriolen. Innovatieve maatregelen testen voor de benutting van afstromend regenwater voor aanvulling van ‘hangwater’ voor bomen en andere groenvoorzieningen, in de vorm van een robuust en beproefd systeem (bijvoorbeeld door koppeling van waterbuffers in de bodem of onder de weg met de groeiplaats van bomen), waarna overtollig regenwater in de bodem wordt geïnfiltreerd voor aanvulling van het grondwater. Bij gebiedsontwikkelingen op De Berg en het Stationsgebied kunnen de komende planperiode een aantal van deze innovaties worden toegepast en beproefd. Maatregelen Op de Berg Voor de komende planperiode is de uitvoering van de volgende maatregelen gepland (zie tabel): Locatie/herkomst Nadere aanduiding Maatregel Opmerking Berg-noord (Berg 7) Borgesiuslaan, v.Karnebeeklaan, Heemskerklaan, Kap. Copellolaan, Prins Frederiklaan ea. Ombouwen naar gescheiden stelsel, bijleggen RWA-riolering 1.824 m/ 60.700 m2 Berg-zuid Jacob Catslaan Ombouwen naar gescheiden stelsel, bijleggen RWA-riolering 550 m/ 13.600 m2 Berg-noord Utrechtseweg, Daam Fockemalaan Ombouw vrijverval riool naar riool met 3 gemalen Leusderkwartier Arnhemseweg Afkoppelen verhard oppervlak, infiltratievoorzieningen 8.978 m2 Locatie/herkomst Nadere aanduiding Maatregel Opmerking Leusderkwartier Kamerlingh Onnes-straat, Einsteinstraat en Keesomstraat Vervangen riolering en ombouw naar gescheiden stelsel, afkoppelen/infiltreren 740 m -> 1.700 m/54.000 m2 Leusderkwartier Reamurstraat en Kelvinstraat Vervangen riolering en ombouw naar gescheiden stelsel, afkoppelen/infiltreren 395 m -> 720 m /11.100 m2 Berg-zuid Juliana v. Stolbergterrein Ombouw naar gescheiden stelsel, afkoppelen en infiltreren ca. 30.000 m2 Berg-noord Daam Fockemalaan Bijdrage vervanging riolering ikv Westelijke ontsluiting (WOA) 510 m Berg-noord Aletta Jacobslaan Vervangen en omgebouwd naar gescheiden stelsel (in project WOA) 500 m -> 610 m Berg-zuid Huygenslaan ea. Aanpassen en vergroten bestaande infiltratievoorzieningen (kratjes), afkoppelen percelen Leusderkwartier Wolvenstraat en Vossenstraat ea. Vervangen en vergroten gemengd riool, ombouwen naar gescheiden 860 -> 1450 m/ 14.000 m2 Berg-noord F. Nightingalelaan, M. Montessorilaan ea. Ombouwen naar gescheiden stelsel, bijleggen RWA-riolering (na aanleg Westelijke Ontsluiting) 550 m Leusderkwartier Edisonstraat e.o. Ombouw naar gescheiden stelsel, bijleggen RWA/IT riool, afkoppelen verhard oppervlak 310 m/ 5.500 m2 Leusderkwartier Röntgenstraat ea. Ombouw naar gescheiden stelsel, bijleggen RWA/IT riool, afkoppelen verhard oppervlak 1550 m/ 17.000 m2 Berg-zuid Kapelweg, Balistraat ea, Ombouw gemengd stelsel, afkoppelen, bergen en infiltreren Rioolaanpassingen BRP Leusderweg/Balistraat Bijleggen RWA riolen, extra RWA lozingspunten obv BRP 2021 > 130 m Maatregelen Basisrioleringsplan 2021, uitvoering na 2025 In onderstaande tabel staan de maatregelen voor beperking van regenwateroverlast voor zover deze niet gepland zijn in de komende planperiode (op basis van resultaten Basisrioleringsplan 2021). De uitvoering hiervan lift zo veel mogelijk mee met ontwikkelingen en andere maatregelen in de betreffende omgeving. In de tabel is indicatief de gewenste periode voor uitvoering aangegeven (voor 2050). Locatie/herkomst Voorstel maatregel Indicatie periode Omgeving Rembrandtstraat HWA riool aanleggen in Vermeerstraat en via ijsbaan naar beek. Hiermee HWA t.h.v. Daltonstraat/Franklinstraat ontlasten en water afvoeren vanaf de Kersenbaan. 2025-2035 Omgeving Rembrandtstraat Uitstroom leiding HWA riool vergroten, laatste deel Gasthuislaan naar beek 2035-2050 5.4Tussen berg en beek (gebied 3) Relevante kenmerken van deelgebied Tussen berg en beek] Onder dit gebied vallen de wijken Soesterkwartier, Eemkwartier, Nederberg en Vermeerkwartier. Relevante kenmerken van dit gebied zijn: Deze wijken liggen onder aan de flanken van de Utrechtse Heuvelrug, op de overgang van de stuwwal maar de polder. Vanuit het zuiden gezien, ligt aan de laaggelegen kant van deze wijken het eerste oppervlaktewater (of ‘lag’ in geval van de gedempte Westbuitensingel). Overgangszone van diepe grondwaterstanden (maar dan 2 m onder maaiveld) tot hoge grondwaterstanden (lokaal en incidenteel tot minder dan 0,7 m onder maaiveld). Over het algemeen hoge infiltratiecapaciteit en doorlatendheid van de bodem. De rioolstelsels van Soesterkwartier en Vermeerkwartier zijn grotendeels gemengd stelsel, in en Eemkwartier is dit gescheiden stelsel en in Nederberg is dit grotendeels omgebouwd naar gescheiden rioolstelsel. Relatief veel groen in Vermeerkwartier, in Soesterkwartier en Nederberg en Eemkwartier met relatief meer verharding. Overwegend woningen (meeste rond de jaren ’30 vorige eeuw), lokaal bedrijven, enkele buurtwinkelcentra. Regenwateroverlast en grondwateroverlast (en hitte) De openbare ruimte en de riolering worden zo ontworpen en ingericht dat de kans op water op straat (kortdurende, beperkte hoeveelheden) in woongebieden is beperkt tot gemiddeld 1 keer per 2 jaar. Voor wijkontsluitingswegen geldt dat deze gemiddeld niet vaker dan 1 keer per 50 tot 100 jaar onbegaanbaar mogen zijn als gevolg van extreme neerslag (waterhoogte op straat groter dan 30 cm). Schade door instromend regenwater vanuit de openbare ruimte in woningen en bedrijven wordt zo veel mogelijk voorkomen, waarbij dit tenminste wordt beperkt tot een kans van gemiddeld 1 keer per 100 jaar (in klimaat van 2085). Vorm van regenwateroverlast Doelen Water op straat hinder Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 2 jaar Water op straat, hoger dan 30 cm op wijkontsluitingswegen economische schade Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 50 tot 100 jaar Wateroverlast, water in woningen of bedrijven ernstige materiele of economische schade Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 100 jaar Bovenstaande eisen zijn de minimumeisen voor alle projecten bij/rond bestaande bouw. Het ambitie voor elk project is om te voldoen aan de eisen volgens de Richtlijn Klimaatbestendig Bouwen Amersfoort. Voor alle nieuwbouw in Amersfoort (inbreidingen én transformaties van bedrijven naar woningen) gelden de eisen volgens de Richtlijn Klimaatbestendig Bouwen Amersfoort als minimumeisen. Daarbij moet in dit deelgebied speciale aandacht uitgaan naar de bereikbaarheid van(uit) het politiebureau bij hevige neerslag. In de hoger gelegen delen van dit deelgebied wordt, net als in Amersfoort Zuid, in principe alle regenwater opgevangen en lokaal benut of in de bodem geïnfiltreerd (conform voorkeursvolgorde omgang met hemelwater). Dit wordt bereikt door: Vergroten van de ‘sponswerking’ door beperking van verhardingen en meer groen, zowel in openbare ruimte (‘gemeente aan zet’) als op particulier terrein (voorlichting, gebiedsgerichte impuls Operatie Steenbreek), en verbetering van het watervasthoudend vermogen van de bodem (bijvoorbeeld door vergroting van het organisch stof gehalte van de bodem). Minder verharding en meer groen voor een betere ‘sponswerking’ voor het opvangen van hevige regenbuien, meer verkoeling tijdens hitte en een betere en gezondere leefomgeving voor plant, dier en mens. Bij verbouwingen (aanbouw, renovaties e.d.) en nieuwbouw van woningen en bedrijfsgebouwen wordt vergunningaanvrager gevraagd om alle regenwater van verhardingen aan de achterzijde van het perceel op te vangen voor hergebruik en/of overtollig regenwater te infiltreren op eigen terrein. Aan de voorzijde mag dit via gescheiden regenwateraansluiting worden aangeleverd. Infiltratietransportriolen in Dorrestein voor de ombouw van gemengd riool naar gescheiden riool, waarbij het afstromend regenwater zo veel mogelijk in de bodem wordt geïnfiltreerd In de lager gelegen delen van dit deelgebied: Wordt alle regenwater zoveel mogelijk lokaal vastgehouden en benut en overtollig regenwater via gescheiden riolering naar oppervlaktewater afgevoerd. Moeten alle aanbouw / bijbouw bij bestaande woningen en nieuwbouw kruipruimteloos worden uitgevoerd, om grondwateroverlast bij gebouwen en evt. grondwaterbemaling te voorkomen. Ondergrondse ruimten moeten waterdicht worden uitgevoerd. Bij nieuwe aanleg van ondergrondse ruimten (kelders, parkeergarages, etc.) moet de initiatiefnemer aantonen dat dit geen negatieve effecten heeft op de omgeving. Maatregelen Tussen berg en beek Voor de komende planperiode is de uitvoering van de volgende maatregelen gepland (zie tabel): Locatie/herkomst Nadere aanduiding Maatregel Opmerking Soesterkwartier Palm- en Hulststraat en Soesterweg Aanleg infiltratievoorzieningen, afkoppelen verhard oppervlak, ombouw naar gescheiden stelsel 720 m/ 12.000 m2/ 150 m3 Soesterkwartier Dollardstraat en Spaarnestraat Bijleggen regenwaterriolen, afkoppelen verhard oppervlak en daken, ombouw van gemend naar gescheiden stelsel 1.250 m/ 23.000 m2 Nederberg Burgemeester de Widtstraat Bijleggen RWA-riool om wateroverlast te voorkomen 125 m Locatie/herkomst Nadere aanduiding Maatregel Opmerking Vermeerkwartier Dupontplein ea. Ombouw naar gescheiden stelsel, bijleggen RWA/IT riolering, afkoppelen percelen 400 m/ 7.000m2 Soesterkwartier Narcisstraat, Leliestraat ea. Bij vervangen bomen/standplaatsverbete-ring, het afkoppelen van verharde opper-vlakken en aanleg infiltratievoorzieningen 720 m Soesterkwartier Noordewierweg, Isseltseveld en Puntenburgerlaan Bijdrage in project, voor aanleg en afkoppelen RWA/IT riolering 1200 m Soesterkwartier Violenstraat, Berkel-straat, Plataanweg en Soesterweg Aanleg forse RWA riolen om wateroverlast tpv Soesterweg ea. te voorkomen, obv uitkomsten BRP 2021 Maatregelen Basisrioleringsplan 2021, uitvoering na 2025 In onderstaande tabel staan de maatregelen voor beperking van regenwateroverlast voor zover deze niet gepland zijn in de komende planperiode (op basis van resultaten Basisrioleringsplan 2021). De uitvoering hiervan lift zo veel mogelijk mee met ontwikkelingen en andere maatregelen in de betreffende omgeving. In de tabel is indicatief de gewenste periode voor uitvoering aangegeven (voor 2050). Locatie/herkomst Voorstel maatregel Indicatie periode Soesterkwartier Ombouwen Soesterkwartier tussen Noorderwierweg en Dollardstraat van gemengd naar gescheiden riool tot en met 2035 Vermeerkwartier Bisschopsweg / Sint Ansfridusstraat, ombouw gemengd naar gescheiden riool 2025-2035 5.5Eemvallei (gebied 4) Relevante kenmerken van deelgebied Eemvallei Onder dit gebied vallen een groot aantal wijken: Hoogland, Nieuwland, Kattenbroek, Schothorst-Noord, Schothorst-Zuid, Zielhorst, Rustenburg, Liendert, Kruiskamp, De Koppel, Schuilenburg, Randenbroek en Vathorst-De Velden, -Centrum, -De Bron, -De Laak. Relevante kenmerken van dit gebied zijn: Overwegend ondiepe grondwaterstanden, rond 1 m onder maaiveld. Over het algemeen beperkte infiltratiecapaciteit en matige doorlatendheid van de bodem. Relatief veel groen, oppervlaktewater aanwezig in de wijken. Overwegend woningen (meeste naoorlogs tot na 2000), lokaal bedrijven, in vrijwel elke wijk lokale winkelcentra. Doelmatig beheer Een specifiek aandachtspunt voor dit gebied is het onderhoud in tunnels ter voorkoming van regenwateroverlast, met name de tunnels spoorweg Vathorst, tunnel Hogeweg (onderhoud goten) en Geintunnel bij station Schothorst (capaciteit, ook toestroom uit omgeving). Het onderhoud aan drainages gebeurt nu correctief, naar aanleiding van klachten. Vervangen van het geurfilter bij hoofdgemaal Vathorst, juli 2020 Regenwateroverlast en grondwateroverlast De openbare ruimte en de riolering worden zo ontworpen en ingericht dat de kans op water op straat (kortdurende, beperkte hoeveelheden) in woongebieden is beperkt tot gemiddeld 1 keer per 2 jaar. Voor wijkontsluitingswegen en tunnels geldt dat deze gemiddeld niet vaker dan 1 keer per 50 tot 100 jaar onbegaanbaar mogen zijn als gevolg van extreme neerslag (waterhoogte op straat groter dan 30 cm). Schade door instromend regenwater vanuit de openbare ruimte in woningen en bedrijven wordt zo veel mogelijk voorkomen, waarbij dit tenminste wordt beperkt tot een kans van gemiddeld 1 keer per 100 jaar (in klimaat van 2085). Vorm van regenwateroverlast Doelen Water op straat hinder Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 2 jaar Water op straat, hoger dan 30 cm in tunnels en op wijkontsluitingswegen economische schade Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 50 tot 100 jaar Wateroverlast, water in woningen of bedrijven ernstige materiele of economische schade Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 100 jaar Bovenstaande eisen zijn de minimumeisen voor alle projecten bij/rond bestaande bouw. Het ambitie voor elk project is om te voldoen aan de eisen volgens de Richtlijn Klimaatbestendig Bouwen Amersfoort. Voor alle nieuwbouw in Amersfoort (inbreidingen én transformaties van bedrijven naar woningen) gelden de eisen volgens de Richtlijn Klimaatbestendig Bouwen Amersfoort als minimumeisen. Daarbij moet in dit deelgebied speciale aandacht uitgaan naar de bereikbaarheid van(uit) het ziekenhuis aan de Maatweg en de brandweerlocatie en ambulancepost aan de rand van Kattenbroek. Om de kans op regenwateroverlast te beperken: Omdat de ruimte voor opslag van water in de bodem beperkt is, wordt afstromende neerslag van verhardingen via gescheiden riolering naar het oppervlaktewater afgevoerd. Om de kans op grondwateroverlast in laaggelegen delen van dit deelgebied te beperken: Moeten hier alle aanbouw / bijbouw bij bestaande woningen en nieuwbouw kruipruimteloos worden uitgevoerd, om grondwateroverlast bij gebouwen en evt. grondwaterbemaling te voorkomen. Ondergrondse ruimten moeten waterdicht worden uitgevoerd. Bij nieuwe aanleg van ondergrondse ruimten (kelders, parkeergarages, etc.) moet de initiatiefnemer aantonen dat dit geen negatieve effecten heeft op de omgeving. In dit gebied is droogte vrijwel geen probleem. Enig aandachtspunt is Park Schothorst, dat hoger ligt dan de omgeving en daardoor afhankelijk is van neerslag. Dit begint problematisch te worden. Afgelopen drie jaar staat hier (vrijwel) geen water meer in de sloten. Maatregelen Eemvallei Voor de komende planperiode is uitvoering van de volgende maatregelen gepland: Innovatieve maatregelen testen voor de benutting van afstromend regenwater voor aanvulling van ‘hangwater’ voor bomen en andere groenvoorzieningen, waarna overtollig regenwater in de bodem wordt geïnfiltreerd voor aanvulling van het grondwater. Bij winkelcentrum Schothorst wordt hiervoor een proef uitgevoerd, waarbij de straatkolken en plantvakken met drainagebuizen worden verbonden en de straatbanden er uitgaan, zodat neerslag bovengronds kan afstromen naar de plantvlakken. En de maatregelen in onderstaande tabel. Locatie/herkomst Nadere aanduiding Maatregel Opmerking Randenbroek Bachweg Randenbroekerweg - noord Ombouw gemengd stelsel naar gescheiden stelsel (DWA/RWA), saneren overstort Elgarstraat 515 m -> 1055 m/ 14.700 m2 Hoogland- Langenoord Engweg ea. Vervanging en ombouw van gemengd naar gescheiden stelsel + afkoppelen verharde oppervlakken 3.215 m -> 6.720 m/ 131.700 m2 Hoogland Hamseweg en Zevenhuizerstraat Ombouw naar gescheiden stelsel + infiltratie (ged.) en afkoppelen verharde oppervlakken 1.460 m/ 65.100 m2 Randenbroek Bachweg, Bizetstraat, Schumannstraat ea. Vervangen en vergroten bestaand gescheiden stelsel 1.610 m Koppel Jericho en Jerusalem Vervangen en vergroten bestaand gescheiden stelsels 3.250 m Hooglanderveen Wouter van Dijklaan ea. Gemengd stelsel aanpassen naar gescheiden stelsel door bijleggen RWA riool, afkoppelen verharde oppervlakken 950 m/ 15.000 m2 Hooglanderveen Van Beeklaan, Brenninck-meijerlaan, v.Zuilenlaan ea. Ombouw gemengd naar gescheiden stelsel obv uitkomsten BRP 2021 Randenbroek Lisztstraat eo. Vervangen en vergroten bestaand gescheiden stelsel 1735m Kruiskamp - Hogeweg Sinte Brandaenstraat en Hogeweg (ged.) Gemengd stelsel ombouwen naar gescheiden stelsel + afkoppelen vo. 300 m Kruiskamp Amundsenstraat ea. Tussen Columbusweg en Hogeweg Vervangen, vergroten en uitbreiden bestaand gescheiden stelsel 1275 m -> 1550 m Kruiskamp Dirk Loogenstraat ea. Tussen Pullstraat en Scheltussingel Vervangen en vergroten bestaand gescheiden stelsel 640 m -> 755 m Schothorst Station Schothorst eo. Ernstige wateroverlast voorkomen door vergroten RWA-stelsel en aanbrengen extra RWA-lozingspunten op open water Liendert De Horsten Bij integrale aanpak openbare ruimte het vervangen van (gescheurde) huis- en kolkaansluitingen Kruiskamp Vasco da Gamastraat - Parkweelde 3 Vervangen, vergroten en aanpassen gescheiden stelsel 410 m Liendert Diverse straten noord Bij integrale aanpak openbare ruimte het vervangen van huis- en kolkaansluitingen en putafdekkingen Hoogland De Bik, Komhoeklaan, Molenweg en Park Schoonoord Ombouw naar gescheiden rioolsysteem door bijleggen RWA-riool, afkoppelen 1550 m/ 23.000 m2 Locatie/herkomst Nadere aanduiding Maatregel Opmerking Liendert Diverse straten in midden Bij integrale aanpak openbare ruimte het vervangen van huis- en kolkaansluitingen en putafdekkingen Liendert Diverse straten in zuid Bij integrale aanpak openbare ruimte het vervangen van huis- en kolkaansluitingen en putafdekkingen Liendert Spreeuwenstraat/ Wiekslag Vergroten RWA riolen en extra lozingspunt op open water obv uitkomsten BRP 2021 Rustenburg Diverse straten Bij integrale aanpak openbare ruimte het vervangen van (gescheurde) huis- en kolkaansluitingen Rioolaanpassingen BRP Wouda, Kuinrestraat ea. Bijleggen RWA riolen, extra RWA lozingspunten obv BRP 2021 > 50 m Maatregelen Basisrioleringsplan 2021, uitvoering na 2025 In onderstaande tabel staan de maatregelen voor beperking van regenwateroverlast voor zover deze niet gepland zijn in de komende planperiode (op basis van resultaten Basisrioleringsplan 2021). De uitvoering hiervan lift zo veel mogelijk mee met ontwikkelingen en andere maatregelen in de betreffende omgeving. In de tabel is indicatief de gewenste periode voor uitvoering aangegeven (voor 2050). Locatie/herkomst Voorstel maatregel Indicatie periode Hudsonstraat HWA-riool aanleggen tussen twee hwa systemen en voor-ziening om terugstroming vanuit valleikanaal te voorkomen 2035-2050 Zangvogelweg / Wielewaalstraat HWA-riool leggen van kruising Vinkenbaan/Zangvogelweg door steegje naar het Valleikanaal. Hierop zoveel mogelijk oppervlakken aansluiten 2025-2035 Kraanvogelstraat / Trekvogelweg Aanleggen verlagingen in maaiveld, overloop naar oppervlaktewater maken. 2025-2035 Liendersedreef, Fazantenstraat, Kuinrestraat, Deelerwoud, Hof Der Reflectie, Mosselkreek, Tonnekreek, Zandkreek, Geernoutstraat, Pitrus, Vuursalamander Maaiveldhoogte aanpassen 2035-2050 heel Rustenburg Leidingen naar
(8)overstorten (aanzienlijk) vergroten tot en met 2035 Hooglanderveen Verdere ombouw naar gescheiden stelsel tot en met 2035 Omgeving Straat van Messina Extra uitstroompunt(
- en)bij parkeerhaven(
- s)aan oostzijde Straat van Messina 2035-2050 Wervershoofstraat Uitstroom maken aan westzijde of aan noordkant bij Workumstraat 2035-2050 Bruggensingel Diverse mogelijke maatregelen voor beperking van wateroverlast binnen panden als peilstijging in de watergang ontstaat 2025-2035 Locatie/herkomst Voorstel maatregel Indicatie periode Winkelcentrum Emiclaer, Gesloten Stad, Groote Kreek, De Stelp, Hoveniersweg Noord, Boskamp, Breeland, Vergroten riolen 2025-2035 De Ontmoeting Verbinden hwa-systemen 2025-2035 Peerlenburg Aanbrengen overstortput en doorbreken kademuur 2025-2035 Springerstraat Bestaande riolen verbinden 2025-2035 Tunnel station Schothorst Vergroten berging gemaalkelder ren gemaalcapaciteit 2035-2050 Hoveniersweg midden, Baladelaan, Winkel-centrum Schothorst, Griendwerkerstraat, Nijenrode, Kattenbroekerweg Verbindingen maken met duikers 2025-2035 Kolkrijst - Zandkamp Verbeteren uitstroom naar open water op diverse locaties 2025-2035 Omgeving Pottebakkerlaan Aanleggen 2 extra uitlaten 2025-2035 5.6Bedrijventerreinen (gebied 5) Relevante kenmerken van Bedrijventerreinen Onder dit gebied vallen de ‘wijken’ Isselt, Wieken-Vinkenhoef, De Hoef, Calveen, De Brand en Bedrijventerrein Vathorst. Relevante kenmerken van dit gebied zijn: Veel verharding, grote aaneengesloten oppervlakken, grote veelal platte, zwarte daken, veel terreinverhardingen (parkeerterrein). Beperkt aantal eigenaren. Overwegend relatief hoge grondwaterstanden. Op alle bedrijventerreinen gescheiden rioolstelsel. Doelmatig beheer Bij rioolrenovatie wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de bereikbaarheid van bedrijven. In de meeste gevallen zal worden gekozen voor het relinen van het bestaande riool, zodat de weg hier niet voor open hoeft. Er zijn vrijwel geen gevallen van calamiteuze of illegale lozingen op bedrijventerreinen bekend (op één breuk in een aansluitleiding na). Regenwateroverlast en droogte De bereikbaarheid van bedrijventerrein is van groot belang voor de continuïteit van aan- en afvoer naar bedrijven. Bij water op straat met een waterdiepte grote dan 30 cm worden wegen onbegaanbaar voor verkeer. De openbare ruimte en de riolering worden zo ontworpen en ingericht dat de kans het onbegaanbare wegen als gevolg van extreme neerslag wordt beperkt tot gemiddeld 1 keer per 50 tot 100 jaar. Schade door instromend regenwater vanuit de openbare ruimte in bedrijven wordt zo veel mogelijk voorkomen, waarbij dit tenminste wordt beperkt tot een kans van gemiddeld 1 keer per 100 jaar (in klimaat van 2085). Verdiepte laadplatforms e.d. op bedrijventerreinen moeten een verhoogde drempel hebben en waterafvoer vanuit deze verdiepte delen moet via een pomp op het regenwaterstelsel worden geloosd (niet onder vrijverval). De kans op water op straat (kortdurende, beperkte hoeveelheden) op bedrijventerreinen wordt beperkt tot gemiddeld 1 keer per 5 jaar. Vorm van regenwateroverlast Doelen Water op straat hinder Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 5 jaar Water op straat, hoger dan 30 cm op alle wegen economische schade Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 50 tot 100 jaar Wateroverlast, water in woningen of bedrijven ernstige materiele of economische schade Beperkt tot gemiddeld 1 keer per 100 jaar Bovenstaande eisen zijn de minimumeisen voor alle projecten bij/rond bestaande bouw. Het ambitie voor elk project is om te voldoen aan de eisen volgens de Richtlijn Klimaatbestendig Bouwen Amersfoort. Voor alle nieuwbouw in Amersfoort (inbreidingen én transformaties van bedrijven naar woningen) gelden de eisen volgens de Richtlijn Klimaatbestendig Bouwen Amersfoort als minimumeisen. Daarbij moet in dit deelgebied speciale aandacht uitgaan naar de bereikbaarheid van(uit) de brandweerlocatie op Isselt. De mogelijkheden voor het beperken van (weg)verharding in de buitenruimte is over het algemeen lastig vanwege het gebruik door zware verkeer. Voor parkeerterreinen, veelal onderdeel van bedrijfspercelen, is het wel mogelijk om de verhardingen te beperken en infiltratie van neerslag via ‘elementenverhardingen’ (zoals betonklinkers) te bevorderen. Ook kunnen delen van het terrein verlaagd worden aangelegd (groene wadi’s), waar bij grote neerslag het afstromend regenwater lokaal kan infiltreren. Waar dakconstructies hiervoor geschikt zijn, kunnen ook groene daken worden aangelegd. Dit verbetert niet alleen het buitenklimaat en vermindert de afstroming van neerslag, maar draagt ook vaak bij aan een koeler binnenklimaat tijdens hitte en daarmee een besparing op koelcapaciteit en energieverbruik. Dit zijn maatregelen die ondernemers, eigenaren van bedrijfspanden samen met het parkmana