Plan Stedelijk Water 2023-2027De raad van de gemeente Heeze-Leende; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 december 2022 nr.2022-309923; gehoord het besprokene in het Rondetafelgesprek d.d. 23 januari 2023 b e s l u i t : Het Plan Stedelijk Water 2023-2027 met voorkeurscenario “klimaatadaptief en robuust” en bijbehorend investeringsprogramma vast te stellen; Het Plan Stedelijk Water 2023-2027 zonder nieuwe kapitaallasten te financieren; Het tarief van rioolheffing wordt vastgesteld bij behandeling van de begroting 2024-2027; Bij behandeling van de kadernota wordt een alternatieve aanpak besproken voor bepaling van de Rioolheffing. 1Inleiding 1.1Wat is een PSW en wat regelt het? Het Plan Stedelijk Water (PSW) is een beleidsplan/uitvoeringsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken/zorgplichten weergeeft (zie onderstaand kader). In dit plan laten we zien wat we willen bereiken, hoe we daar beleidsmatig uitwerking aan geven en wat we gaan doen. Door middel van het PSW leggen we vast wat we willen bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid en bewoners/ondernemers ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. De wettelijke en beleidskaders die ten grondslag liggen aan dit PSW zijn beschreven in hoofdstuk
(2018). Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat heeft de regiefunctie over drie belangrijke netwerken: het hoofdwegennet, vaarwegennet en hoofdwatersysteem. Ten aanzien van wateren beheert Rijkswaterstaat in de praktijk de oppervlaktewaterlichamen, inclusief kunstwerken en waterkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk. Dit behelst waterkwaliteitsbeheer, waterkwantiteitsbeheer en waterstaatkundig beheer. Waterschap De Dommel en Waterschap Aa en Maas Het waterschap is verantwoordelijk voor het operationele regionale waterbeheer. Dit betekent dat zij zorgen voor droge voeten (veiligheid), schoon en voldoende water. De visie hierop en de bijhorende maatregelen zijn beschreven in Waterbeheerplan 2022-2027. Conform artikel 3.7 uit de Omgevingswet verandert dit in het Waterbeheerprogramma en moet bij de vaststelling rekening gehouden worden met het Regionale Waterprogramma. Het waterschap heeft een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater en is bevoegd gezag voor directe lozingen op de RWZI en naar het oppervlaktewater. Voor de regulering van indirecte lozingen (naar het riool) heeft het waterschap een adviserende rol naar gemeenten. Het waterschap heeft eveneens een zorgplicht voor het beheer van regionale wateren en keringen. Handelingen in het oppervlaktewatersysteem reguleren waterschappen o.a. middels algemene regels, verordeningen en een Watervergunning. Het waterschap is ook verantwoordelijk voor vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van grondwateronttrekkingen en infiltraties in haar beheergebied, met uitzondering van de drie categorieën waarvoor de provincie verantwoordelijk is. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen veilig te stellen doorlopen waterschap en gemeente bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de watertoetsprocedure. Hierbij wordt o.a. toegezien op een hydrologisch neutrale of positieve inpassing van ontwikkelingen. De resultaten hiervan worden vastgesteld in de waterparagraaf. Ten aanzien van het PSW heeft het waterschap een adviserende rol. Brabant Water Overheden die (in)direct betrokken zijn bij de bescherming van drinkwater hebben een verantwoordelijkheid voor de invulling van de zorgplicht drinkwater. Deze zorgplicht is opgenomen in de Drinkwaterwet. De zorgplicht drinkwater geldt zowel voor de bescherming van bronnen van drinkwater als voor de infrastructuur. Brabant Water zorgt ervoor dat er schoon drinkwater uit de kraan komt. Daarnaast kan Brabant Water zorg dragen voor het (fysiek) inrichten, beheren en onderhouden van grondwatermeetnetten. Gemeente De gemeente heeft drie zorgplichten t.a.v. stedelijk waterbeheer: Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater naar een zuiveringstechnisch werk (Wm art. 10.33) Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater dat perceelseigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. Eventueel kan de gemeente hiervoor maatwerkvoorschriften of een gebiedsverordening instellen (Ww art. 3.5) Treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voorwaarde hierbij is dat de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap/provincie behoren. De gemeente dient het loket te zijn voor grondwatervraagstukken binnen haar beheersgebied (Ww art.3.6) Lozingen van (afval)water zijn per doelgroep geregeld via lozingenbesluiten en de Wet Activiteitenbesluit milieubeheer. In de meeste gevallen is de gemeente hiervoor bevoegd gezag. Bij de verwerking van (afval)water houdt de gemeente rekening met de wettelijke voorkeursvolgorde. Volgens de wet hebben gemeenten een belangrijke taak in het voorkomen van graafschade aan kabels en leidingen (Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken/ WIBON) en het beschikbaar stellen van gegevens over de ondergrond. In het kader van het Besluit op de lijkbezorging hebben gemeenten een toetsende rol in de ontwatering van begraafplaatsen. Perceeleigenaar De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Dit betekent dat hij zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van maatregelen om de waterdichtheid te garanderen en voor de inzameling van stedelijk afvalwater en overtollig hemel- en grondwater. Pas als de perceeleigenaar zich redelijkerwijs niet kan ontdoen van het overtollige hemel- en grondwater, is er een taak voor de gemeente of waterschap. De perceeleigenaar heeft ook een zorgplicht. Dit betekent dat hij geen handelingen mag verrichten waarvan hij kan verwachten dat deze het doelmatige functioneren van (water)voorzieningen belemmeren. 2.2Samenwerking Vanuit het Nationale Bestuursakkoord Water (NBW) werken gemeenten, Brabant Water en waterschappen in regio’s aan samenwerking in het waterbeheer en de afvalwaterketen. Aanleiding is de nadrukkelijke politieke wens tot kostenvermindering, kwaliteitsverbetering en vermindering van kwetsbaarheid. Naar aanleiding van het NBW is het samenwerkingsverband Waterportaal Zuid-Oost Brabant opgericht. Hier sloot Heeze Leende in 2012 bij aan. De gemeenten Bergeijk, Cranendonck, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Nuenen, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre, Bladel en Reusel zijn ook onderdeel van het samenwerkingsverband. Sinds 2020 is dit het Klimaatportaal Zuid-Oost Brabant geworden, waarin naast een overlegstructuur voor water ook een overlegstructuur voor klimaat is ingevoerd. 3Beeld van de huidige situatie Om een goede visie en strategie te ontwikkelen en de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten is inzicht in de ontwikkeling van het te beheren areaal, de toestand van de objecten en in het functioneren van het systeem nodig. Dit hoofdstuk geeft een indruk hoe we ervoor staan. 3.1Stedelijk watersysteem In deze paragraaf is een overzicht opgenomen van het areaal, de toestand en het functioneren. Kenmerken Voor het inzamelen en transporteren van het vrijkomende afval- en regenwater beschikken we als gemeente Heeze-Leende over een rioolstelsel met een totale lengte van circa 244 kilometer en 19 rioolgemalen. Om ervoor te zorgen dat tijdens extreme neerslag geen wateroverlast optreedt, is het rioolstelsel voorzien van riooloverstorten en hemelwaterlozingspunten. Speciale randvoorzieningen (bergbezinkbassins) beperken de vuiluitworp van de riolering naar het oppervlaktewatersysteem. Het afvalwater in het buitengebied wordt ingezameld met 310 pompunits. Al dit afvalwater wordt via 4 gemalen afgevoerd naar en gezuiverd op de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI) in Eindhoven. In de tabel hieronder hebben we de belangrijkste kenmerken van het stedelijk watersysteem voor onze gemeente weergegeven. Tabel 2: overzicht voorzieningen stedelijk watersysteem gemeente Heeze-Leende Voorziening Gemeente Heeze-Leende Inzameling Straatkolken Ca 7.200 stuks Afvoer (vrij verval) Gemengde riolering Vuilwaterriolering Hemelwaterriolering Overige riolering Overstortputten (verbeterd) gemengde riolering Hemelwateruitlaten (verbeterd) gescheiden riolering 123 km 82 km 14 km 22 km 3 km (drain, duikers, lijngoten, overstortriool) 20 stuks 11 stuks Afvoer (mechanisch) Persleidingen Drukriolering Drukriool-pompunits Rioolgemalen 77 km 20,5 km 310 stuks (+6 CVK’
- s)19 stuks Bergingsvoorzieningen Randvoorzieningen Bergings-/retentievijvers Bijzondere (hemelwater)voorzieningen (bijv. wadi’
- s)7 stuks 10 stuks 14 stuks Meetpunten Grondwater Afvalwater 25 stuks 4 stuks Figuur 3: Wadi met speeltoestellen (BuldersSchaverspad) Toestand en functioneren Kwailteitstoestand Leeftijdsopbouw stelsel De gemiddelde leeftijd van ons stelsel is circa 40 jaar. In bijgaande grafiek is de leeftijdsopbouw van de vrijvervalriolering van ons stelsel weergegeven. Figuur 4: Leeftijdsopbouw vrijvervalriolering Hieronder beschrijven we de kwaliteitstoestand. Afvalwaterstelsel Het rioolstelsel wordt elke 10 jaar geïnspecteerd. Op basis van de inspecties wordt beoordeeld of het stelsel goed functioneert en wordt de kwaliteit beoordeeld. Over het algemeen is de kwaliteit van het riool goed tot redelijk. De rioolstelsels in de Weibossen en Engelse tuin in Heeze zijn van mindere kwaliteit. De aansluitingen van buisdelen zijn hier debet aan. Regenwaterstelsel Het regenwaterstelsel is relatief jong en grotendeels gerealiseerd vanaf de jaren negentig. De kwaliteit van het stelsel is goed. Er wordt ingezet om water zoveel als mogelijk lokaal te infiltreren middels robuuste systemen. Grondwatersysteem Het in de gemeente aanwezige drainagesysteem functioneert naar behoren. In de afgelopen planperiode is een grondwatermeetnet gerealiseerd waardoor meer inzage is in het grondwaterniveau in de kernen. Periodiek wordt data met het Waterschap gemonitord. Oppervlaktewatersysteem Ten zuiden van de A67 is het beekdal van de Kleine Dommel aangepast in een waterbergingsgebied. Dit gebied wordt ingezet om bij hoog water extra water te bergen om te voorkomen dat wateroverlast ontstaat bij buurgemeente Geldrop-Mierlo. Functioneren stelsel bij extreme neerslag In het BasisRioleringsPlan en de klimaatstresstest is berekend hoe het rioolstelsel van de gemeente Heeze-Leende functioneert bij extreme neerslag. Daarbij is zowel gekeken naar water op straat (en onbegaanbare wegen), en water tegen/in de panden. De dorpskernen Heeze en Leende zijn het meest kwetsbaar voor wateroverlast. Bij hevige regenbuien is het mogelijk dat hier delen van de wegen onbegaanbaar worden en dat gebouwen waterschade oplopen. Figuur 5: Uitsnede klimaatstresstest (water op straat situatie na klimaatbui ter hoogte van de Emmerikstraat in Heeze) Uit klimaatstresstest is duidelijk geworden dat er bij een bui van 70 millimeter in een uur meerdere wegen onbegaanbaar worden. De volgende wegen zijn onbegaanbaar in de kern Heeze ten westen van het spoor: Molenhoeven Oeffels Lokert De Ambachten De Leuren Het hofje bij de straten de Wever / de Kuiper bij de zuidelijke ingang via de Wever De Wagenmaker, een zijstraat van de Ambachten uitkomend op de ontsluitingsweg de Muggenberg Ten oosten van het spoor: Ontsluitingsweg Jan Deckerstraat op het kruisende stuk tussen de Beemden en de Schoolstraat De Kapelstraat op het kruisende stuk tussen de Boschlaan en Strabrecht Strabrecht Nieuwendijk ter plaatse van de kruising met de Groote Aa In de kern Leende: Margrietlaan vanaf de kruising met de Dorpstraat tot aan de Ranonkelstraat Ter hoogte van tunnel onder A2 richting Leenderstrijp In Leenderstrijp en Sterksel blijven de wegen begaanbaar bij deze bui. Bij een hoge waterstand in de Grootte Aa in stedelijk gebied (Nieuwendijk) kan het stedelijk watersysteem slechter haar water kwijt, en ontstaat wateroverlast op met name locaties met een laag maaiveld. Ook in het buitengebied zijn overlastlocaties bekend. De gemeente, het waterschap en perceelseigenaren zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de sloten. Om wateroverlast te voorkomen is meer aandacht nodig voor het beheer en onderhoud van de duikers die sloten met elkaar verbinden. Om inzichtelijk te krijgen wat het gevolg zou zijn wanneer bij extreme neerslag gemalen mochten uitvallen, hebben we dit bij het opstellen van het basisrioleringsplan in 2016 inzichtelijk gemaakt. 3.2Terugblik afgelopen planperiode en aandachtspunten In de vorige planperiode, zoals benoemd in het vGRP 2016-2021, hebben we aan onze doelen, ambities en activiteiten gewerkt. Door personele wisselingen en de interim- en deeltijdinvulling van de beleidsmedewerker water zijn niet alle activiteiten uitgevoerd. De details hierover zijn opgenomen in Bijlage B. We hebben ons gericht op het op orde krijgen van onze (beheer)data. Zo hebben we momenteel nagenoeg al onze vrijvervalriolering geïnspecteerd, en staan onze assets grotendeels in ons beheersysteem. Door nieuw aangelegde riolering door de uitbreiding van de wijken Kloostervelden in Sterksel en De Bulders in Heeze, door van gemengd naar gescheiden omgebouwde riolering, en door onze inventarisatie afgelopen planperiode is het resultaat dat we circa 31% meer areaal inzichtelijk hebben ten opzicht van 2016. Voor de gemalen, randvoorzieningen en drukriolering maken we gebruik van een separaat beheerpakket (SAM), welke in de planperiode goed is gebruikt en gevuld. Daarnaast is gewerkt aan het renovatieprogramma pompen en gemalen. Dit programma wordt in 2023 uitgevoerd. Op basis van de inspecties van de vrijvervalriolering is de riolering beoordeeld en zijn maatregelen, waaronder reparaties en renovaties, aan het riool uitgevoerd. De personele wisselingen van afgelopen planperiode zijn de reden van het oplopen van een achterstand in de voorbereiding en uitvoering van geplande investeringen. In de periode 2016-2022 zijn een aantal rioolprojecten uitgevoerd. De Oostrikkerstraat – Langstraat is gerealiseerd. In 2023 wordt in de straten Voordenweg, Sint Jacob Sint Annastraat en Oostrikkerdijk het riool vervangen door een gescheiden rioolstelsel. Het regenwater wordt afgevoerd naar een te realiseren klimaatbuffer die nabij de Groote Aa wordt gerealiseerd. De klimaatbuffer wordt samen met de Provincie Noord Brabant, Waterschap De Dommel en de toekomstige terreineigenaar gerealiseerd. Figuur 6: Realisatie riolering Oostrikkerstraat Figuur 7: Gescheiden rioolstelsel Spoorlaan - Schoolstraat In Heeze is in het riool vervangen op de Schoolstraat en Spoorlaan door een gescheiden rioolstelsel. Het regenwater wordt via de Oude Stationsstraat afgevoerd naar de buffer achter de gemeentewerf. Daarnaast is in Leende het gemengd rioolstelsel in de Valkenswaardseweg (tussen Irislaan en Margrietlaan) vervangen door een gescheiden rioolstelsel. Naast de vervangingsinvesteringen zijn in de Kloostervelden en de Bulders nieuwe rioolstelsels gerealiseerd. Hieruit en aanvullend komen vanuit de terugblik op de vorige planperiode een aantal aandachtpunten naar voren waar we in het beleid van dit plan rekening mee hebben gehouden: Zowel interne als externe afstemming met partijen om vroegtijdig betrokken te zijn voor het afwegen van het waterbelang in initiatieven en projecten, en om ons goed voor te bereiden op wijkververvangingsplanningen. Personele capaciteit stemmen we af op onze ambities, en andersom. Juridische verankering en handhaving van ons beleid is een aandachtspunt. Daar waar sloten en duikers bijdragen aan de afwatering willen we deze meer in beeld brengen, en meer inzetten op onderhoud sloten en duikers (in kader van bijdrage afwatering). Dit betekent dat we de duikers in beeld moeten brengen, en daarna voor beheer en onderhoud aan de lat staan. Groenbeheer is bovengronds voor bomen verantwoordelijk, maar ondergronds ontstaat soms schade aan de riolering door wortelingroei. Het beschikbare budget voor het repareren van de schade was afgelopen planperiode onvoldoende. Waar eerder onze aandacht uitging naar grondwateroverlast, is nu grondwateronderlast dan wel droogte ook een aandachtspunt. Zie Bijlage B voor overige aandachtspunten. 4Onze opgave en strategie In dit hoofdstuk bespreken we achtereenvolgens onze visie, doelen, onze ambities en strategieën in relatie tot het uitvoeren van onze zorgplichten. 4.1Onze visie De riolen die we nu aanleggen blijven nog tientallen jaren liggen, daarom moeten we nu goede keuzes maken. We handelen daarom vanuit onderstaand toekomstperspectief op de waterketen, stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Waterketen We voeren de zorg voor de waterketen zo uit dat we de volksgezondheid beschermen en schade aan het milieu voorkomen. Er bestaat hiervoor al een omvangrijk stelsel aan riolering, dat we goed beheren. Waar nodig leggen we nieuwe voorzieningen aan. We werken goed samen met andere partijen en binnen onze eigen organisatie werken we integraal. Zo creëren we een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving. Stedelijk afvalwater Om te voorkomen dat meer afvalwater ontstaat, houden we afvalwater zoveel mogelijk gescheiden van schoon water. Hiervoor volgen we de trits ‘schoonhouden-scheiden-zuiveren’. Het waterschap haalt bij de zuiveringsinstallatie(
- s)steeds meer reststoffen uit het (afval)water om deze opnieuw te gebruiken als grondstof. Ook wint het waterschap energie terug uit het afvalwater. Met onze riolering en het uitvoeringsbeleid dragen we bij aan een goed functioneren van de zuiveringsinstallatie. Hemelwater Gemeente, waterschap en perceeleigenaar hebben een gedeelde verantwoordelijkheid voor het hemelwater. Bij de verwerking van hemelwater volgen we als gemeente de trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’. Het heeft de voorkeur om water vast te houden in het gebied waar het is gevallen, en daar te infiltreren naar het grondwater. Daar waar dit niet kan, bergen we regenwater bij voorkeur in waterpartijen of bovengronds. Bij de aanleg van verhard oppervlak houden we er rekening mee dat ook extreme buien moeten kunnen worden opgevangen; we gaan daarbij uit van een robuuste aanleg, zodat we niet over enkele jaren constateren dat we opnieuw zijn ingehaald door klimaatverandering. We stellen eisen om in (of in de directe nabijheid van) de nieuwe ontwikkeling waterberging aan te brengen, waar mogelijk in combinatie met vergroening. Bij herinrichting van de openbare ruimte houden we rekening met het risico op wateroverlast, concreet betekent dit dat we kijken welke functie op welke plek past. Via maatwerk wegen we de impact en eventueel benodigde maatregelen van nieuwe functies op het water- en bodemsysteem af. We houden bij onze werkzaamheden in de bovengrond ook rekening met droogte en hittestress, zodat we tegelijkertijd op meerdere fronten effect sorteren. Waar mogelijk sturen we op het combineren van watergerelateerde maatregelen met groenmaatregelen (en hiermee ook biodiversiteit). Zo slaan we meerdere vliegen in één klap. De huidige opgaven zijn te groot om deze als overheid alleen te kunnen oppakken. De oplossingen zijn niet alleen via de openbare ruimte te realiseren. Daarom zoeken we verbinding met onze inwoners, bedrijven, lokale en regionale partners. We betrekken deze actoren bij onze werkzaamheden, van informerend tot adviserend tot meebeslissend. Per situatie bekijken we wat een passende manier van betrekken/participeren is. Grondwater Grondwater willen we zoveel mogelijk op een natuurlijke manier laten functioneren. Het grondwatermeetnet in onze gemeente geeft inzicht in de grondwaterstanden. We zetten in op het voorkomen van structureel nadelige gevolgen van een te hoge of te lage grondwaterstand voor de bebouwing in onze gemeente. We hebben de risicogebieden in beeld en nemen maatregelen waar deze doelmatig zijn. Veelal betekent dit dat we pas maatregelen nemen als er ook andere maatregelen in de openbare ruimte plaatsvinden zoals bijvoorbeeld bij vervanging van de riolering en aanleg van regenwaterriolen. In hoofdstuk 5 (Uitvoeringsagenda) werken we dit verder uit. 4.2Onze doelen Vanuit de wettelijke watertaken delen we verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de openbare ruimte en het woon- en leefmilieu. De voorzieningen voor stedelijk afvalwater, regen- en grondwater dragen bij aan de bescherming van de volksgezondheid, droge voeten en schoon water en een schone (water)bodem. Voor de komende planperiode vertalen we de langetermijnvisie en bijbehorende lange termijn doelstellingen door naar de volgende doelstellingen: Stedelijk afvalwater Doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater. Voorkomen van ongewenste emissies/gezondheidsrisico’s en beperken overlast voor de omgeving. Bijdragen aan een duurzame verwerking van afvalwater. Hemelwater Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater. Beperken van het risico op wateroverlast. Beperken van de milieubelasting op bodem en oppervlaktewater. Bijdragen aan klimaatadaptatie. Grondwater Voorkomen van structurele grondwateroverlast en -onderlast, afgestemd op de functie van het gebied of object. Bijdragen aan gebiedsgericht grondwaterbeheer. Bijdragen aan klimaatadaptatie. Drinkwater Bijdragen aan de bescherming van drinkwatervoorzieningen. Oppervlaktewater Borgen bergings- en ontwateringsfunctie van het stedelijk oppervlaktewater. Bijdragen aan het verhogen van de waterbeleving. Bijdragen aan klimaatadaptatie. 4.3Onze speerpunten We continueren onze planmatige taken om de zorgplichten te vervullen. In hoofdstuk 4.4 lichten we onze strategieën daarvoor toe. Daarnaast hebben we specifieke speerpunten waar we onze in deze planperiode op richten: Waterrobuust en klimaatbestendig Continueren integraal werken Participatie en communicatie Hieronder beschrijven we onze bijbehorende ambities. De strategieën om deze ambities te realiseren zijn opgenomen in hoofdstuk 4.4. 4.3.1Waterrobuust en klimaatbestendig Het klimaat is aan het veranderen. Dat leidt o.a. tot zwaardere buien, een toename van warme dagen en langdurig droge perioden en een verandering van de biodiversiteit. Deze verandering stelt nieuwe eisen aan het watersysteem en de openbare ruimte, aan de waterketen en aan de omgeving om droge voeten en een leefbare omgeving te behouden. Klimaatadaptatie is het proces waardoor we, als samenleving, de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen of waardoor we profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie ligt hierbij de focus op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, hittestress en droogte. Ook is er een toenemende aandacht voor behoud van biodiversiteit. Rijk en decentrale overheden hebben met betrekking tot klimaatadaptatie afgesproken zich tijdig aan te passen aan de (versnelde) klimaatverandering om schade te beperken en kansen te pakken. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is de ambitie opgenomen om Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te hebben ingericht. Ambitie Onze ambitie met betrekking tot een waterrobuuste en klimaatbestendige leefomgeving is om (binnen de reikwijdte van de gemeentelijke watertaken) onze bijdragen te continueren aan klimaatthema’s van wateroverlast, droogte, hittestress en aan biodiversiteit. Dit doen we door maatregelen te nemen om wateroverlast aan te pakken, hemelwater af te koppelen van de riolering en te infiltreren richting het grondwater, meekoppelkansen te benutten en belanghebbenden bij elkaar te brengen. In 2050 zijn we klimaatbestending en waterrobuust ingericht, en in 2070 is hemelwater van de openbare ruimte niet meer aangesloten op het vuilwaterriool. 4.3.2Continueren integraal werken De afgelopen planperioden hebben we de samenwerking opgezocht binnen de waterketen en het watersysteem. Dit heeft geleid tot afstemming van maatregelen, uniformering en leren van elkaars kennis en kunde. Met de toenemende aandacht voor klimaatadaptatie neemt de interactie tussen onder- en bovengrond verder toe. Hierdoor krijgen we in toenemende mate te maken met partijen die in de openbare ruimte actief zijn. Dit vraagt om een omgevingsgerichte werkwijze, waarbij we bij elke bovengrondse ingreep een belangenafweging maken waarin water een rol van betekenis speelt. Ambitie Onze ambitie is om integraal te (blijven) werken. In het nastreven van onze (gezamenlijke) doelen sturen we voortdurend op synergie tussen de werkzaamheden in de waterketen, de ondergrond én de bovengrond. We zoeken de samenwerking op met o.a. nutsbedrijven, woningcorporaties, gebouweigenaren, andere beheerders in de openbare ruimte en particulieren. Door samen te werken in de waterketen kunnen we kosten besparen, de kwaliteit verbeteren, de kwetsbaarheid verminderen, kennis uitwisselen en effectiever inspelen op klimaatverandering. 4.3.3Participatie en communicatie Een groot deel van het verharde oppervlak ligt op particulier terrein en is de grond privaat eigendom. Samen met inwoners en ondernemers kunnen wij onze leefomgeving verbeteren door bijvoorbeeld hemelwater op eigen terrein te bergen, daken te vergroenen, tegels uit de tuin te halen en meer water in de wijk vast te houden. De komst van de Omgevingswet stimuleert en faciliteert dit proces van samenwerking. Ambitie We hebben de ambitie om participatie en communicatie in te zetten bij het invullen van onze wateropgaven en andere activiteiten uit onze uitvoeringsprogramma’s. In (potentiële) wateroverlastgebieden en gebieden met gunstige condities voor hemelwaterinfiltratie betrekken we inwoners en ondernemers actief op wijk- en buurtniveau. Bij nieuwe ontwikkelingen dagen we inwoners en ondernemers uit om met stedelijk water de omgeving een impuls te geven. 4.4Onze strategie Met dit PSW dragen we bij aan de volgende omgevingsgerichte lange termijn-doelstellingen: Bescherming van de volksgezondheid; Droge voeten (bebouwd gebied); Schoon water en een schone (water)bodem. In het navolgende zijn de zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater opgenomen. Hierbij is de strategie voor onze speerpunten geïntegreerd. Ook de strategie drinkwater en oppervlaktewater zijn hier beschreven. 4.4.1Strategie afvalwater ZORGPLICHT AFVALWATER Als gemeente hebben we de zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater. In gebieden waar we als gemeente inzameling en transport van stedelijk afvalwater niet doelmatig vinden en de provincie ontheffing van de zorgplicht heeft verleend moet de houder van het afvalwater zelf zorgen voor de verwerking van het afvalwater. Met het in werking treden van de Omgevingswet vervalt de provinciale ontheffingsbevoegdheid en mogen we als gemeente samen met het waterschap zelf bepalen wat doelmatig is. Bedrijfsafvalwater, dat niet op dezelfde manier kan worden behandeld als huishoudelijk afvalwater is geen stedelijk afvalwater. Omdat we hier als gemeente geen zorgplicht voor hebben kunnen we desgewenst bestaande of nieuwe aansluitingen van bedrijven weigeren als dit ten goede komt van de zuivering. Inzamelen en verwerken van afvalwater Nieuwe afvalwaterlozers dienen te voldoen aan de regels van de lozingenbesluiten. Bij ontwikkelingen waarbij door functiewijzing er meer belasting van afvalwater op het stelsel komt betaalt de ontwikkelaar eventuele meerkosten voor de verwerking. In het buitengebied sluiten we kleinschalige nieuwbouw aan op drukriolering. Lozing van hemelwater hierop is niet toegestaan. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt de afvoercapaciteit van het ontvangende stelsel getoetst. Eventuele nodige aanpassingen komen voor rekening van de initiatiefnemer. Gezien de hoeveelheid drukriolering binnen onze gemeente is bij vervanging altijd sprake van maatwerk. Hierbij maken we een afweging op basis van doelmatigheid. Landelijk worden op kleine schaal nieuwe sanitatievormen uitgeprobeerd, bijvoorbeeld een aparte inzameling van urine en decentrale zuivering. Dit zijn interessante ontwikkelingen, die binnen het samenwerkingsverband worden gevolgd. Wij hanteren als uitgangspunt dat rioolvoorzieningen robuust dienen te zijn. Grootschalige alternatieven worden pas toegepast als ze voldoende zijn bewezen. We staan open om mee te werken aan wijkgerichte pilots. Uitgangspunt is dat dit gebeurt binnen de geldende wet- en regelgeving. Voor nieuwe ontwikkelgebieden wordt water gescheiden ingezameld. Bij nieuwe lozingsaanvragen hanteren we onderstaande leidende principes: Voor het bepalen van de lozingsroute dient de voorkeursvolgorde te worden aangehouden. Het geloosde afvalwater mag aantoonbaar geen extra risico’s opleveren met betrekking tot aantasting van de riolering. Om ruimte in het systeem te houden kunnen we als gemeente een aanvraag weigeren en/of een gebufferde lozing vereisen. Potentiële bedrijfsmatige afvalwaterlozers dienen aan te tonen welke risicobeheersmaatregelen zij treffen voor het geval er zich calamiteiten voordoen in het bedrijfsproces (waterkwaliteit/-kwantiteit). De voorkeursvolgorde voor de verwijdering van bedrijfsafvalwater is: hergebruiken zuiveren lozen in de bodem lozen op oppervlaktewater lozen op de vuilwater riolering (als het niet anders kan) Nieuwe bedrijfsmatige lozers hebben bewijslast voor deze voorkeursvolgende: indien ze hun afvalwater op een lagere trede in de voorkeursvolgorde willen verwerken moeten ze kunnen onderbouwen waarom het niet mogelijk is om hun afvalwater te verwerken op een hogere trede in de voorkeursvolgorde. Lozen van afvalwater Sinds de aanleg van het transportstelsel hebben gemeente Heeze-Leende en waterschap De Dommel waar nodig afstemmomenten over het zo optimaal mogelijk laten functioneren van het aanvoergebied. De inzameling en het transport van stedelijk afvalwater in onze gemeente mag niet tot volksgezondheid- of milieuproblemen leiden. Lozingen vanuit het rioolstelsel zijn echter onvermijdbaar. Samen met de waterschappen zorgen we ervoor dat de effecten op het (water)milieu aanvaardbaar zijn. Hiertoe volgen we een immissiegerichte aanpak met kosteneffectieve maatregelen om te kunnen gaan voldoen aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). We hanteren hierbij de zogenoemde 4M-aanpak (4M staat voor monitoren, meten, modelleren en maatregelen) om het rioleringssysteem te optimaliseren. De vrijkomende meetgegevens van het opgerichte meetnet analyseren we om zo meer inzicht te krijgen in het aanbod op de zuivering, de lozing van overstortwater en het hydraulisch functioneren. Dit inzicht gebruiken we voor het opstellen van verbetermaatregelen. Opheffen van (schadelijke) lozingen In gebieden met gescheiden riolering komen foutieve aansluitingen voor (afvalwater op hemelwaterriolen of hemelwater op gemengde riolering). Dit kan leiden tot waterkwaliteitsproblemen in ontvangend oppervlaktewater of capaciteitsproblemen in het rioolstelsel. Samen met de waterschappen bepalen we waar er daadwerkelijk sprake is van een knelpunt. In dat geval onderzoeken we de situatie en werken aan een oplossing. Foutieve aansluitingen zonder impact op het oppervlaktewater, rioolstelsel en/of leefomgeving pakken we in principe (vanuit praktische en financiële haalbaarheid) niet aan. Ditzelfde geldt voor rioolvreemd water. Dit is water dat in principe niet op de riolering thuishoort, bijvoorbeeld instromend oppervlaktewater, instromend lekwater, drainagewater maar ook drugsafval etc. Aanvullend onderzoeken we: Ongezuiverde lozingen We onderzoeken het aantal ongezuiverde lozingen op de bodem en zoeken waar mogelijk naar maatwerkoplossingen hiervoor. Eventuele schade-impact op locaties waar waterstofsulfide (H2S) optreedt We gaan eerst de H2S ter plaatse van lozingspunten in kaart brengen. We trekken hierin op met het waterschap. Daarna gaan we de top 10 aantastingen minimaliseren door de kwaliteit van het afvalwater te verbeteren (lucht inbrengen). Uit praktijkervaringen blijkt dit goed te werken: er treden nu geen aantastingen van de riolering meer op. Risicobeheersing Onder normale omstandigheden zamelen we afvalwater in en verwerken dit waarbij de kans op contact tussen mens en afvalwater gering is. Onder extreme omstandigheden of bij incidenten/calamiteiten is er een groter risico op contact als gevolg van uittredend afvalwater. Denk hierbij aan rioolwater dat bij hevige regenval vanuit de riolering op straat stroomt, een leidingbreuk, een brand of een incident waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen. De spreiding van een mogelijk incident of calamiteit in ruimte en tijd is dermate groot dat het voeren van preventief beleid niet (kosten)effectief is. Wel willen we zo efficiënt mogelijk kunnen handelen op het moment dat er zich iets voordoet. Onze eigen buitendienst en/of de calamiteitendienst is met materialen toegerust om beperkte maatregelen te kunnen treffen zoals het afstoppen van kleine leidingen of het dichtzetten van kolken. Wat te doen bij overlast Zorgdragen dat meldingen goed worden opgevolgd door de buitendienst. Indien nodig zal de brandweer moeten worden ingeschakeld (kelders leegpompen etc.). Ervoor zorgen dat kritieke straten die blank staan, tijdelijk worden afgezet. Indien nodig wordt een tijdelijke omleidingsroute ingesteld. Klachten binnenkomen registeren en zorgen dat ze worden opgevolgd (interactie tussen binnen en buitendienst). Na een hoosbui (indien nodig) opdrachtgeven voor een extra veegronde cq. kolkenzuigen, zie ook punt 7. De type overlast en de mate hiervan goed bijhouden: Waar is de overlast opgetreden? Wat is er gebeurd en wat is gedaan om de overlast te beperken of op te lossen? Rapportage maken op processtap. Iedere maandag een kort verslag van de calamiteit van de week ervoor. Evalueren van de overdrachtsrapportage met buitendienst. Opslaan in de juist map en schijf. Na een hoosbui de wegen, overstortsloten etc. goed schoonmaken en het vuil afkomstig uit het riool (toiletpapier, ontlasting) opruimen. Met het in werking treden van de Omgevingswet komt o.a. de activiteitengebonden verplichting tot het hebben van een vetafscheider te vervallen. Het is volgens het Kabinet effectiever om gemeenten in het Omgevingsplan te laten bepalen wie wel een vetafscheider moet hebben. Omwille van de doelmatigheid vervalt met de komst van de Omgevingswet ook het afstandscriterium bij de keuze voor riolering of een gelijkwaardig alternatief. Ook is de provincie hierin geen bevoegd gezag meer. Gemeente Heeze-Leende en het waterschap maken per situatie een gezamenlijke doelmatigheidsafweging op basis van een gezamenlijk op te stellen transparant afwegingskader. 4.4.2Strategie hemelwater ZORGPLICHT HEMELWATER De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater dat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen als de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren. A - VISIE Als het regent in de gemeente Heeze-Leende wordt het hemelwater gescheiden afgevoerd. Door klimaatverandering wordt het bestaande rioolstelsel steeds zwaarder op de proef gesteld: buien worden heviger en duren langer. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Het blijven verruimen van de ondergrondse riolering is geen optie, dat wordt uiteindelijk te kostbaar. Om droge voeten te houden is het noodzakelijk om duurzamer met ons water om te gaan. Inwoners, bedrijven en de gemeente kunnen er voor zorgen dat minder water tot afstroming komt door percelen te vergroenen en minder verharding toe te passen. Daarnaast creëren we ruimte voor water in de bodem, groenvoorzieningen en/of het oppervlaktewater. En op momenten dat het echt hard regent passen we ons (rij)gedrag aan, zodat water veilig tijdelijk op straat geborgen kan worden. Invulling geven aan deze visie kan de gemeente niet alleen. We doen dit samen met waterbewuste burgers, bedrijven en andere waterpartners! B - HOE GAAN WE MET HEMELWATER OM? Rekening houdend met het wettelijke kader en de toekomstige uitdagingen hanteert de gemeente Heeze-Leende de volgende hoofdprincipes bij de verwerking van hemelwater: We beperken de hoeveelheid ingezameld hemelwater. We scheiden schone en vuile waterstromen. We verwerken ingezameld hemelwater zoveel mogelijk lokaal en bovengronds (“vasthouden waar het water valt”). We voeren af indien nodig. We beperken de risico’s tijdens extreme neerslag. 1.We beperken de hoeveelheid ingezameld regenwater De gemeente streeft naar een situatie waarbij het hemelwater, zoveel als mogelijk, op natuurlijke wijze in de bodem wordt verwerkt (infiltreren) en niet ingezameld wordt. Dit geldt voor openbaar én particulier terrein. Denk hierbij aan grindkoffers, tuinwadi’s, infiltratiebermen, groene daken, niet onnodig verharden en overtollige verhardingsstroken opruimen. Dit zorgt voor aanvulling van de grondwaterstand en de groene voorzieningen zorgen voor verkoeling tijdens hete zomers. Doordat het regenwater niet wordt afgevoerd naar de riolering, blijft de rioleringscapaciteit beschikbaar voor de verwerking van het overtollige regenwater tijdens piekbuien. Bij herinrichtingsprojecten streven we naar 10% reductie van het verharding oppervlak, om zo vergroening en infiltratie te stimuleren. Hemelwater kan worden hergebruikt in een grijswatersysteem voor toiletspoeling, bevloeiing en koeling. De gemeente geeft hierbij het goede voorbeeld. De voorkeursvolgorde waterkwantiteit en waterkwaliteit is in de huidige situatie wettelijk vastgelegd (Wet Milieubeheer), maar heeft onvoldoende directe werking op initiatiefnemers. De voorkeursvolgorde nemen we op in het (tijdelijk) Omgevingsplan als algemene beleidsregel, zodat deze op alle intiatieven van toepassing is. Bij een niet-meldings- of vergunningplichtige activiteit dient de ontwikkelende partij te worden geacht rekening te houden met deze beleidsregel. Bij een meldings- of vergunningplichtige activiteit dient de ontwikkelende partij aantoonbaar te maken dat deze voldoet aan deze beleidsregel. 2.We scheiden schone en vuile waterstromen Vertrekpunt is het principe dat hemelwater schoon genoeg is voor een lokale verwerking in de bodem of afvoer naar oppervlaktewater. Bij nieuwbouw scheiden we stedelijk afval- en hemelwater. Indien wijkreconstructies en rioolvervanging/verbetering aan de orde zijn, onderzoeken gemeente en waterschap voorafgaand de meest doelmatige manier van hemelwaterverwerking. Afkoppelen is geen doel op zich, maar een middel om een waterbestendige gemeente en een optimaal zuiveringsproces te bereiken. Overeenkomstig de ‘Voorkeursvolgorde omgang met hemelwater en ander afvalwater aan de bron’ worden de inrichting en het beheer van de bebouwde omgeving zodanig aangepakt dat verontreiniging van het milieu door afstromend (hemel)water wordt voorkomen. Bronmaatregelen ter voorkoming van verontreiniging zijn een zorgvuldige materiaalkeuze, waarbij blootstelling van hemelwater aan uitloogbare bouwmaterialen wordt voorkomen en een verantwoord beheer van de openbare ruimte (conform Barometer Duurzaam Terreinbeheer). Voor de verwerking van afstromend hemelwater van intensief gebruikte terrein- en wegverhardingen streeft de gemeente naar het toepassen van zuiverende voorzieningen, zoals een bodem/bermpassage, voordat lozing naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Het bestaande gemengd rioolstelsel is in verband met de levensduur van de riolering op zijn vroegst in 2070 geheel vervangen door een gescheiden rioolstelsel. Een gescheiden riolering betekent niet per definitie twee leidingen. Waar mogelijk laten we water plaatselijk in het groen infiltreren. 3.We verwerken ingezameld hemelwater zoveel mogelijk lokaal en bovengronds (“vasthouden waar het water valt”) Bij de verwerking van hemelwater streeft de gemeente naar robuuste en bij voorkeur bovengrondse voorzieningen, zoals een wadi en zaksloot. De bovengrondse verwerking verhoogt het waterbewustzijn en verkleint de kans op foutaansluitingen. Om de openbare ruimte zo effectief mogelijk te benutten, streeft de gemeente naar het combineren van blauw/groene voorzieningen en eventueel speelvoorzieningen. Daar waar geen of weinig ruimte beschikbaar is, worden ondergrondse systemen, zoals infiltratieriolen toegepast. We staan open voor innovaties met betrekking tot het vasthouden of hergebruik van hemelwater. In combinatie met de reguliere onderhouds- en vervangingsmaatregelen continueren we het streven om het rioleringssysteem en de bijbehorende openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen hierbij af met andere disciplines (bijvoorbeeld ruimtelijke ordening en beheer openbare ruimte) en maken een gezamenlijke afweging. Hierbij liften we zoveel als mogelijk mee met geplande werkzaamheden in de openbare ruimte. Het gaat dan om het zichtbaar maken van water, het verhogen van de belevingswaarde en integratie van water en groen. We benutten de reikwijdte van de zorgplicht riolering om voor maatregelen die bijdragen aan een goed functionerend stedelijk watersysteem uren en middelen beschikbaar te stellen. Bij ruimtelijke inrichtingen houden wij rekening met de gevolgen van de klimaatverandering om zo waterschade te voorkomen en de gevolgen indien er schade optreedt te beperken. Om toe te werken naar een robuust watersysteem nemen we daarom bij elke ontwikkeling van de openbare ruimte klimaatadaptieve maatregelen en waterrobuustheid mee. Blijvend aandachtspunt is de bestaande berging op straat. Bij (her) inrichting van en/of aanpassingen in de openbare ruimte dient deze minimaal gehandhaafd te blijven. Bij (her)inrichting en aanpassingen in de openbare ruimte komt het voor dat de hoogte van het maaiveld wordt aangepast (veelal om esthetische overwegingen). Hierdoor leidt eventueel water op straat makkelijker tot schade bij hevige neerslag dan in de oorspronkelijke situatie. Om de openbare ruimte zo effectief mogelijk te benutten, streeft de gemeente naar het combineren van waterberging, groenvoorzieningen en bijvoorbeeld speelvoorzieningen. We onderzoeken de mogelijkheid van blauwgroene sportparken op gemeentelijk grondgebied. We inventariseren of deze sportparken iets voor waterberging/verdroging kunnen betekenen. Figuur 8: Aanleg riolering Oosterikkerstraat in Leende 4.We voeren af indien nodig Als infiltreren en bergen niet op een doelmatige manier zijn te realiseren, voeren we het hemelwater af. Indien mogelijk naar bestaande oppervlaktewaterstructuren of buffers, die vooral aan de kernranden aanwezig zijn. De ontwerpuitgangspunten voor het rioolstelsel zijn verderop toegelicht in hoofdstuk F: Norm toetsing en ontwerp afvoercapaciteit rioolstelsel. Samen met het waterschap onderzoeken we of de berging- en afvoercapaciteit van het watersysteem toereikend is en/of er geen onwenselijke beïnvloeding van het oppervlaktewater- en rioleringssysteem optreedt. 5.We beperken de risico’s tijdens extreme neerslag Het is (economisch) onmogelijk om iedere neerslaggebeurtenis te verwerken in hemelwatervoorzieningen. Om te voorkomen dat tijdens extreme neerslag grootschalige wateroverlast en/of -schade optreedt, hanteren we de volgende voorzorgsmaatregelen: Voldoende hoog bouwpeil Geen vrijverval aansluitingen onder wegpeil Waterslimme inrichting Aangepast gedrag weggebruikers Begaanbaarheid calamiteitenroutes a.Voldoende hoog bouwpeil Het vloerpeil van (nieuwe) bouwwerken dient minimaal 0,20 m boven het wegpeil te liggen. Hierdoor is altijd een waterbergende schijf van 0,20 m mogelijk in de buitenruimte, voordat het water panden instroomt. Het (tijdelijk) Omgevingsplan is het meest geëigende instrument om een regeling voor de aanleghoogte (vloerpeil) op de nemen. Een dergelijke regeling kan echter de gewenste flexibiliteit in het bouwproces verkleinen en de gemeente opzadelen met een aansprakelijkheidsprobleem (een onjuiste aanleghoogte kan tot grote schade leiden). Om deze reden willen we in het (tijdelijk) Omgevingsplan de aanleghoogte globaal omschrijven (orde grootte 20 cm boven wegpeil). De aanleghoogte kan dan vervolgens meer gedetailleerd in een grondexploitatieplan of exploitatieovereenkomst worden vastgelegd afhankelijk van de situatie. De ontwikkelende partij dient in een maatwerkoverleg met de adviseur stedelijk water van de gemeente Heeze-Leende het minimaal gewenste vloerpeil en de haalbaarheid daarvan te bespreken. b. Geen vrijverval aansluitingen onder wegpeil Conform de voorschriften uit het Bouwbesluit moeten rioolaansluitingen onder straatniveau, bijvoorbeeld van souterrains, lozen via een pomp. Dit voorkomt inpandig uittredend rioolwater bij een hoge waterdruk. c.Waterslimme inrichting We richten het straatprofiel bij voorkeur zodanig in dat we tijdelijk ‘water op straat’ kunnen bergen. Daarnaast beperken we de risico’s van afstromend hemelwater door aanpassing van de wegverkanting, het opheffen van obstakels of het aanbrengen van lokale waterkerende constructies. d.Aangepast gedrag weggebruikers Het tijdelijk bergen van water op straat vergt een aangepast gedrag van weggebruikers. Door hard rijden kan een zodanige golfslag ontstaan, waardoor water alsnog in panden kan stromen. Daarnaast zijn mogelijk losliggende putdeksels niet/slecht zichtbaar, waardoor het risico bestaat dat personen of voertuigen in een rioolput terecht komen. Daar waar mogelijk en noodzakelijk zullen de hulpdiensten op verzoek van de gemeente wegafzettingen plaatsen. e.Begaanbaarheid calamiteitenroutes De begaanbaarheid voor hulpdiensten op calamiteitenroutes bij extreme neerslag kan worden verbeterd. Komende planperiode brengen we inzichtelijk welke maatregelen we daarvoor kunnen treffen. C - WAT VINDEN WE ACCEPTABEL EN WANNEER GRIJPEN WE IN De voorgaande paragraaf beschrijft de wijze waarop de gemeente Heeze-Leende met hemelwater wil omgaan. Bij nieuwbouwplannen kunnen deze hoofdprincipes direct toegepast worden. In het grootste deel van de gemeente is de uitgangssituatie het bestaande riool- en watersysteem. In deze gebieden geeft de gemeente in combinatie met reconstructieplannen (werk-met-werk) geleidelijk aan invulling aan de gewenste hemelwaterverwerkingswijze. Om te beoordelen wanneer ingrijpen in bestaande gebieden noodzakelijk is, maakt de gemeente gebruik van de afwegingssystematiek in Tabel 3. Tabel 3: Afwegingsmethodiek voor gemeentelijk ingrijpen tegen wateroverlast. Typering Omschrijving Aanpak gemeente Hinder kortdurende periode van water op straat; waarbij verkeer nog mogelijk is. In geval van hinder treffen we niet direct maatregelen. We doen een beroep op het acceptatievermogen van onze inwoners en passanten en aanpassing van hun gedrag. Indien nodig plaatsen we wegafsluitingen om te voorkomen dat water op straat door hekgolven alsnog woningen binnenstroomt; Ernstige hinder langer durende periodes van water op straat; verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels). In geval van ernstige hinder treffen we als gemeente bij de uitvoering van reconstructiewerken zodanige maatregelen, dat de kans op het optreden aanmerkelijk kleiner wordt. Schade economische schade; gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat); water in (winkel)panden met materiële schade tot gevolg. In geval van waterschade treffen we allereerst tijdelijke bovengrondse kostenefficiënte maatregelen om het acute risico op schade te beperken. Ter voorkoming van structurele overlast onderzoeken we mogelijke oorzaken en oplossingsrichtingen en brengen deze, mits doelmatig, ten uitvoer. Het optreden van schade en een ernstige belemmering van het (economische) verkeer vinden we niet acceptabel. In 2030 is de top 5 van onze hotspots wateroverlast aangepakt. We onderzoeken deze locaties en werken toe naar een maatregelenvoorstel. Het betreft de locaties Nieuwendijk/Ginderover, Strijpertunnel, omgeving Stabrechtspleintje, De Leuren en De Kuiper en omgeving, en Margrietlaan (vanaf Dorpsstraat tot Ranonkelstraat). D - WATEROPGAVE BIJ NIEUWE ONTWIKKELINGEN Nieuwbouwplannen van woningbouw en infrastructuur kunnen tot een toename van afvoerend verhard oppervlak leiden. Hierdoor ontstaat een versnelde afvoer van hemelwater met mogelijk wateroverlast tot gevolg. Bij dergelijke ontwikkelingen geldt dan ook het uitgangspunt dat plannen zo veel mogelijk hydrologisch neutraal uit worden gevoerd en dat percelen zo minimaal als mogelijk verhard zijn. Het Bouwbesluit vereist dat nieuwe bebouwing wordt voorzien van een gescheiden afvoer/verwerking van schoon en afvalwater. Voor de dimensionering van infiltratie-/bergingsvoorzieningen met afvoer naar de bodem en/of riolering hanteert de gemeente als uitgangspunt: Voor al het nieuw aangelegde verhard oppervlak (dak- en terreinverharding) geldt een bergingseis van 30 mm/m2. Hierbij geldt dat bij sloop / nieuwbouw de ontwikkeling als nieuwbouw wordt beschouwd, en alle verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden in een waterbergingsopgave op eigen terrein. Indien afvoer naar oppervlaktewater plaatsvindt, gelden de hydrologische uitgangspunten van de Brabantse waterschappen. Wanneer er door de ontwikkeling daarnaast meer dan 500 m2 aan verhardingstoename is, gelden voor de toename aan verhard oppervlak aanvullend de eisen van het waterschap. Deze eisen zijn weergegeven in Tabel 4. Tabel 4: Uitgangspunten vanuit de Brabant Keur voor de bergingseis met betrekking tot de toename van verhard oppervlak als gevolg van een ontwikkeling Toenameverhard oppervlak (dak- en terreinverharding) Toelichting Toename verhard oppervlak 500 - 10.000 m2 Benodigde retentiecapaciteit (m3) = Compensatie toename verhard oppervlak (m2) * gevoeligheidsfactor * 0,06 (berging 60mm) De gevoeligheidsfactor is afhankelijk van de geohydrologische kenmerken van de ontwikkellocatie en is beschikbaar via de gemeente en waterschap. De eventuele afvoer naar oppervlaktewater valt onder de uitgangspunten van de algemene beleidsregels van de Brabantse waterschappen. > 10.000 m2 De wijze van hemelwaterverwerking dient in een waterhuishoudkundig plan (whp) te worden onderbouwd. De richtlijnen voor het whp zijn omschreven in de Hydrologische uitgangspunten van het waterschap. Voor de eventuele afvoer naar oppervlaktewater is een Watervergunning vereist. Het uitgangspunt is dat de wateropgave binnen het plangebied wordt gerealiseerd. De berging/retentievoorziening moet aan de volgende eisen voldoen: De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). De afvoer uit de voorziening vindt plaats via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het hemelwaterriool of oppervlaktewater. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben. Er moet altijd een overloopconstructie zijn voor de afvoer van het overtollige hemelwater. Bij grote gebiedsontwikkelingen bekijken gemeente en waterschap samen met de initiatiefnemer of er kansen zijn om gelijktijdig met de invulling van de wateropgave de kwaliteit en/of belevingswaarde van de leefomgeving te vergroten. Bijvoorbeeld door vergroening, verdrogingsbestrijding en recreatie. Afspraken over de invulling van de wateropgave bij nieuwe ontwikkelingen worden vastgelegd in de waterparagraaf of omgevingsvergunning. E - WATEROPGAVE BIJ AFKOPPELEN Projecten Afkoppelen is maatwerk. Bij projecten maken we een doelmatigheidsafweging. Indien doelmatig koppelt de gemeente bij rioolreconstructies openbare verharding af. Alle aangrenzende bebouwing wordt gelijktijdig voorzien van een schoon- en vuilwateruitlegger. Per project wordt beoordeeld of het wel/niet doelmatig (kosten/baten-afweging) is. De gemeente stimuleert particulieren en bedrijven om eigen dak- en terreinverhardingen af te koppelen. Indien doelmatig stelt de gemeente een subsidie beschikbaar waarvoor materiaal (buizen etc.) kan worden aangeschaft. Indien mogelijk wordt de regenpijp aan de voorzijde van het pand in overleg en met toestemming van de bewoners door de gemeentelijke aannemer aangesloten op het regenwaterriool. Wanneer men de achterkant van het perceel eveneens wil afkoppelen dan stellen we daarvoor een subsidie beschikbaar. Subsidieregeling afkoppelen en groene daken Om onze inwoners te stimuleren hemelwater van de riolering af te koppelen stellen we subsidie beschikbaar. Dit geldt ook voor de aanleg van een groen dak. Afkoppelen grote oppervlakken In 2030 is hemelwater van alle grote (gemeentelijke) gebouwen afgekoppeld van gemengd riool. Het regenwater dat op daken van gemeentelijke gebouwen valt koppelt de gemeente af. Als gemeente hebben we een voorbeeldfunctie naar onze bewoners en bedrijven. Door zelf het voortouw te nemen en actief te communiceren over hetgeen we hebben gedaan en gaan doen, proberen we bewoners en bedrijven te enthousiasmeren. Bij grote aangesloten oppervlakken gaan we partijen afzonderlijk benaderen (woningbouwcorporaties, bedrijven). Voor de benadering van bedrijven zoeken we hierbij de samenwerking met de klimaatmitigatie/energietransitie-opgave. Uitgangspunten Voor afkoppelen hanteert de gemeente onderstaande uitgangspunten. Bij wijzigingen in het verhard oppervlak als gevolg van reconstructies en afkoppelen van bestaande gebieden wil de gemeente kansen benutten voor een duurzame(
- re)verwerking van hemelwater. De gemeente hanteert een bergingscapaciteit van 30 mm/m2 voor al het nieuw aangelegd verhard oppervlak. Aanvullend kunnen voor de toename aan verhard oppervlak eisen van het waterschap gelden (zie Tabel 4). Groene-blauwe daken tellen niet mee bij het bepalen van de hoeveelheid van verhard oppervlak. Er dient dan wel op het betreffende dak een bergingsvoorziening aanwezig te zijn waar voldoende water (30 liter per m2) in geborgen kan worden. Voor het aanleggen van een groen dak kan gebruik gemaakt worden van de afkoppelsubsidie. Hemelwater dat van afgekoppeld verhard oppervlak afstroomt, kan op verschillende manieren worden behandeld. We hanteren de volgende voorkeursvolgorde hier: Gebruikmakend van oppervlakkige afstroming (goten en bestaande groenstructuren) om het water tijdelijk te bergen en bovengronds naar de rand van de kernen te transporteren, waar het water verwerkt wordt. Indien mogelijk kan dit nog worden aangewend ten behoeve van droogtebestrijding. Door middel van ondergrondse infrastructuur ((infiltratie)-leidingen) overtollig water bergen, infiltreren en naar de rand van de kernen transporteren. Aan de randen wordt het water geborgen, deze berging wordt geledigd door middel van een voorziening (met beperkte afvoer) naar het oppervlaktewater. Gebruik makend van lokale voorzieningen het water bovengronds infiltreren. Bij de uitvoering van maatregelen, welke uit bovenstaande voorkeursvolgorde volgen, wordt bij elke voorziening infiltratie en berging als positief effect gezien. Als laatste optie wordt directe afvoer naar het oppervlaktewater toegepast. Voor grotere gebieden dient de wijze van hemelwaterverwerking in een waterhuishoudingsplan onderbouwd te worden: zie laatste rij Tabel 4. Hierbij geldt dat na sloop de ontwikkeling als nieuwbouw wordt beschouwd, en alle verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden in een waterbergingsopgave. F - NORM TOETSING EN ONTWERP AFVOERCAPACITEIT RIOOLSTELSEL Tot op heden heeft de gemeente Heeze-Leende de afvoercapaciteit van het bestaande rioolstelsel gebaseerd op neerslaggebeurtenis Bui08 (herhalingstijd 1x/2j) uit de landelijke Kennisbank Stedelijk Water. Het uitgangspunt hierbij is dat dan geen water op straat optreedt. Indien het bestaande rioolstelsel niet voldoet aan dit uitgangspunt, voert de gemeente in combinatie met reconstructiewerkzaamheden verbeteringsmaatregelen uit. Om te anticiperen op klimaatverandering ontwerpt de gemeente de afvoercapaciteit van nieuwe of te reconstrueren rioolstelsels op geen water op straat bij neerslaggebeurtenis Bui09 (herhalingstijd 1x/5jaar) uit de landelijke Kennisbank Stedelijk Water. Het gemengde riool wordt getoetst op geen verslechtering bij bui 9 en een controle op de gebeurtenis van een lage afvoer met bui 2 (herhalingstijd 4x/jaar). Indien nodig en in afstemming met het waterschap kan de vuilemissie naar het oppervlaktewater worden berekent. Aanvullend op bovengenoemde toetsbuien heeft de gemeente het rioolstelsel doorgerekend met een klimaatscenario met verschillende herhalingstijden om kwetsbare locaties te identificeren. Hierbij geldt het uitgangspunt dat geen wateroverlast/schade mag optreden door afstromend hemelwater. Indien hiervan wel sprake lijkt te zijn, treft de gemeente in nieuwbouwgebieden bovengrondse beheersmaatregelen. In bestaande gebieden volgt de gemeente de strategie zoals toegelicht in hoofdstuk C: Wat vinden we acceptabel en wanneer grijpen we in? We maken onderscheid tussen hydraulische berekeningen bij ‘hevige’ neerslag en de bij de stresstest wateroverlast veel gebruikte ‘extreme’ neerslag. Van ‘hevige’ neerslag spreken we bij buien met herhalingstijden zoals T=2 en T=10. Bij stresstestbuien (met bijvoorbeeld 70 of 90 mm in een uur en herhalingstijden in het jaar 2050 van T=100 en T=250) spreken we van ‘extreme’ neerslag. G - ONTWERPUITGANGSPUNTEN HEMELWATERVOORZIENINGEN Om ervoor te zorgen dat hemelwatervoorzieningen goed blijven functioneren, stellen we de volgende eisen aan het ontwerp en de constructie: Toepassing van hemelwatervoorzieningen overeenkomstig de voorkeursvolgorde zoals benoemd onder hoofdstuk B: Hoe gaan we met hemelwater om? Controleerbaar op werking (zichtbaar of toegankelijk). Mogelijkheid tot reiniging, inspectie en onderhoud met gangbare technieken. Aanwezigheid van een overloopconstructie voor de verwerking van piekbuien. Centrale voorzieningen hebben de voorkeur boven decentrale voorzieningen. Dit betekent niet automatisch dat de gemeente ook het onderhoud uitvoert, dit kan bijvoorbeeld ook een vereniging van eigenaren zijn. H - SAMENWERKING MET PARTNERS Om invulling te geven aan een meer waterbestendige gemeente zoeken we samenwerking met waterpartners (o.a. Waterschap De Dommel, Waterschap Aa en Maas en omliggende gemeenten) en afstemming met andere beleidsthema’s (weg, verkeer, groen, recreatie) via het uitvoeringsprogramma. De insteek hierbij is dat maatregelen bijdragen aan meerdere doelen en de beschikbare budgetten gezamenlijk effectiever kunnen worden ingezet. Inwoners en bedrijven kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de realisatie van de hemelwatervisie, door het verminderen van verhardingen, het lokaal bergen van water en afkoppelen van verhard oppervlak. Vooralsnog betrekt de gemeente hen op vrijwillige basis. De gemeente intensiveert hiervoor de algemene en projectgebonden ‘water’ communicatie. In het communicatieplan gericht op duurzaamheid zijn hiervoor lijnen uitgezet die zich richten op het vergroten van bewustwording, het bieden van handelingsperspectief en het uitnodigen om mee te doen. Het afkoppelen en scheiden van hemelwater in een bestaande situatie is in de huidige situatie voor gemeente Heeze-Leende niet vastgelegd. In de komende planperiode gaan we onderzoeken of het gewenst is om bewoners/bedrijven middels een hemelwaterveroderning/omgevingsverordening te verplichten om medewerking te verlenen op locaties waar wateroverlast is. De komende planperiode gaan we wateroverlastlocaties die voortkomen uit de klimaatstrestest onderzoeken om te komen tot een oplossing. De mogelijke oplossingen worden in beeld gebracht. Realisatiekosten zijn in dit plan niet voorzien, maar worden separaat aan de gemeenteraad in beeld gebracht 4.4.3Strategie grondwater ZORGPLICHT GRONDWATER Als gemeente dragen we zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken mits dit doelmatig is en voor zover er geen verantwoordelijkheid bestaat voor de waterbeheerder of de provincie. De perceeleigenaar is wettelijk gezien primair zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen grondwaterprobleem. We continueren ons grondwatermeetnet Het beheer van ons grondwatermeetnet ligt bij Brabant Water. We continueren onze samenwerking met Brabant Water. De komende planperiode gaan we de meetopstellingen vervangen. Sturen op het voorkomen van grondwaterover- en onderlast Vanwege een reeds lage grondwaterstand komen in onze gemeente nauwelijks grondwaterproblemen voor. Bij ruimtelijke ontwikkelingen doorlopen we samen met het waterschap een watertoetsprocedure. Hierbij worden de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van de nieuwe ontwikkeling vastgesteld en beoordeeld. Met het doorlopen van de watertoetsprocedure voorkomen we in de bestemmingsfase dat ‘natte’ gebieden bebouwd worden en/of dat onvoldoende ontwateringsmaatregelen worden getroffen. We ontwikkelen hydrologisch neutraal, en bij voorkeur hydrologisch positief, in gebieden waar mogelijke veranderingen in de grondwaterspiegel als gevolg van deze ingrepen een negatief effect heeft. Waar mogelijk ontwikkelen we hydrologisch positief zodat de zoetwatervoorraad wordt aangevuld ten gunste van langdurige droge perioden en we hiermee mede het risico op grondwateronderlast kunnen beperken. Als gemeente dragen we zorg voor het in stand houden van de ontwateringsfunctie van drainage (voor zover deze aanwezig is). In nieuwbouw gebieden zijn daarbij de ontwateringsdiepten uit Tabel 5 het te eisen minimum. De ontwateringsdiepten gelden als een inspanningsverplichting. Als gemeente kunnen we niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden. Door in nieuwbouwsituaties en bij inbreidingen (extra) hoge peilhoogten te hanteren beperken we het risico op grondwateroverlast verder. Dit moet uiteraard wel mogelijk zijn gelet op de omliggende percelen en aangrenzend openbaar gebied. De voorkeur gaat uit naar ophogen in plaats van de aanleg van drainage. In bestaand gebied streven we naar het behalen van deze normen. Tabel 5: Minimale ontwateringsdiepten bij nieuwbouw Functie Minimaal benodigde ontwateringsdiepte (meter t.o.v. gemiddeld hoogste grondwaterstand) Bebouwing met kruipruimte* 0,7 Bebouwing met water- en vochtdichte vloeren* 0,7 Tuinen/groenvoorzieningen 0,5 Hoofdwegen** 1,0 Secundaire wegen en woonstraten** 0,7 * t.o.v. onderkant vloer ; ** t.o.v. de kruin van de weg Grondwaterconvenant Brabantse grondwaterpartners hebben een grondwaterconvenant opgesteld. De bouwstenen van dit convenant zijn: Meer water vasthouden Minder grondwater gebruiken en minder verdamping Ruimtelijke aspecten om dat te bereiken of de gevolgen hiervan te beperken Innovatie Governance Een concreet doel dat hierin is besproken is dat ten opzichte van referentiejaar 2002 (KRW) in 2027 de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand 10 cm hoger moet zijn in de lagere, peilgestuurde en in sommige gevallen nu al natte delen van Brabant, 20 cm hoger op de flanken, en tot zeker 35 cm op de hoger gelegen infiltratiegebieden. Dit convenant wordt nog verder afgestemd met gemeenten in Breed Bestuurlijk Grondwateroverleg. We analyseren de droogtesituatie in onze gemeente Om inzicht te krijgen in eventuele trends en lokale verschillen in de droogtesituatie analyseren we de meetreeksen van ons grondwatermeetnet. We werken mee aan initiatieven van derden ten behoeve van droogtebestrijding In het agrarisch gebied worden de veranderende weersomstandigheden en vooral de droogte in de bedrijfsvoering ervaren. Door in de natte periode het regenwater niet af te voeren, maar vast te houden in sloten of op land, wordt op een natuurlijke wijze het grondwater aangevuld en kunnen de langere periodes van droogtes beter worden overbrugd. Als gemeente en waterschap hebben we een adviserende en faciliterende rol. We infiltreren hemelwater bij nieuwe ontwikkelingen Via ons hemelwaterbeleid realiseren we hemelwaterberging bij nieuwe ontwikkelingen en koppelen we af in bestaand gebied. Dit draagt bij aan het tegengaan van wateroverlast, én door het infiltreren van hemelwater naar grondwater houden we water langer vast en faciliteren ook droogtebestrijding hiermee. Figuur 9: Veldbezoek aanpak verdroging ‘Zonder water, geen later’ Dat is de titel van het eindrapport van de adviescommissie Droogte, over de aanpak van droogte in Brabant. Het eindrapport is op 15 september 2022 gepresenteerd tijdens de Brabantse Waterdag. “De uitkomsten van het advies bevestigen de urgentie van de aanpak van droogte; het (grond)watersysteem en watergebruik moet weerbaar worden voor (langere) periodes van droogte. Er moet op termijn een nieuw evenwicht ontstaan tussen afvoer, onttrekking en aanvulling. Het advies draagt bij aan de verdieping en verbreding van het politiek en maatschappelijk debat over klimaatadaptatie en vraagt aandacht voor de droogteproblematiek, ook bij het Rijk. Dit advies is onderscheidend vanwege de tijdshorizon die reikt tot 2040.” Bron: Provincie Noord-Brabant (brabant.
- nl)Faciliteren bij grondwateroverlast Van de perceeleigenaren verwachten we dat zij bij eventuele grondwaterproblemen de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen. Als gemeente toetsen we geen bouwpeilen, we geven alleen randvoorwaarden mee in het kader van de watertoets. We treffen alleen maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de functie van het gebied en indien het treffen van maatregelen doelmatig is. Als gemeente zijn we het aanspeekpunt in situaties met grondwateroverlast en hebben een faciliterende rol bij het oplossen van een probleem. We analyseren meldingen en onderzoeken eventuele knelpunten zodat we samen met de perceeleigenaar actief naar een oplossing kunnen zoeken (maatwerk). Bewoners en ondernemers kunnen deze informatie via de gemeente opvragen. DEFINITIES STRUCTUREEL, NADELIGE GEVOLGEN, DOELMATIG De gemeentelijke taakopvatting ten aanzien van de begrippen structureel, nadelige gevolgen en doelmatig vullen we als volgt in: Structureel Situatie waarbij de minimaal benodigde ontwateringsdiepte gedurende vier weken per jaar wordt overschreden. Voor nieuwbouwgebieden gelden daarbij de ontwateringsdiepten uit Tabel 5. Bestaande gebieden worden afzonderlijk beoordeeld, omdat destijds nog geen ontwateringsdiepten waren geformuleerd. In alle gevallen betreft het een omstandigheid die voor een langere termijn geldt en geen incidentele situatie die bijvoorbeeld kan optreden na extreme neerslag. In dergelijke gevallen laat de wet een normaal maatschappelijk risico bij de perceelseigenaar. Nadelige gevolgen Indien in verblijfruimten omstandigheden optreden die tot volksgezondheids-problemen en/of economische schade leiden. De verblijfruimten dienen daarbij te voldoen aan de bouwregelgeving. Doelmatig In de toelichting op de wetgeving is ten aanzien van de doelmatigheidsvraag onder andere het volgende geschreven: ‘factoren als de omvang en de duur van de overlast, het aantal getroffen percelen, evenals de functie en de hydrologische toestand van het betrokken gebied, de financiële implicaties alsmede de verschillende mogelijke oplossingen om grondwateroverlast tegen te gaan, kunnen een rol spelen bij de vraag of maatregelen doelmatig zijn’. Bij de doelmatigheidsafweging dient ook te worden nagegaan of eventuele maatregelen niet tot de verantwoordelijkheid van het waterschap of de provincie behoren. Dit ligt vooral voor de hand in het buitengebied. Soms wordt overlast veroorzaakt door schijngrondwaterspiegels. Dan is er sprake van stagnerend regenwater in de neerwaartse stroming naar het grondwater. Oplossen van dergelijke situaties is voor rekening van de grondeigenaar. De voorkeursvolgorde voor het lozen van het overtollige grondwater is: doorbreken van de storende laag, lozing op hemelwaterriolering, oppervlaktewater, vuilwater riolering. Bronneringen Bij een bronnering wordt tijdelijk grondwater aan de bodem onttrokken om de grondwaterstand te verlagen. Zo kunnen werkzaamheden, zoals de aanleg van bouwwerken en kabels en leidingen, droog worden uitgevoerd. Voor zowel het onttrekken van grondwater als het lozen van het opgepompte grondwater op oppervlaktewater zijn de waterschappen het bevoegd gezag. Voor de lozing van bronneringswater op de riolering zijn we als gemeente het bevoegd gezag. Als uitgangspunt geldt dat schoon bronneringswater niet op het riool mag worden geloosd, maar dient te worden teruggebracht in de bodem of afgevoerd naar oppervlaktewater. We hanteren daarbij de onderstaande voorkeursvolgorde: Retourbemalen op eigen perceel Lozen op oppervlaktewater Lozen op riolering De doelstelling is retourbemalen op eigen perceel. Als dat niet mogelijk is dan kan worden geloosd op oppervlaktewater, en indien dat eveneens niet mogelijk is dan op de riolering. In dit geval kunnen we als gemeente onder voorwaarden toestemming verlenen om op het riool te lozen. Het doelmatig functioneren van de riolering mag niet negatief worden beïnvloed door ofwel het volume/debiet van de lozing, ofwel de samenstelling van het te lozen water. De gemeente volgt het beleid van het waterschap en gaat een vergoeding vragen voor het lozen op de riolering. Bij het lozen van grondwater of bronneringen op het vuilwaterriool of regenwaterriool hanteren we aanvullend de volgende uitgangspunten: Vuilwaterriool Het lozen van grondwater of bronneringswater op het vuilwaterriool is niet toegestaan tenzij: Het lozen van minimale hoeveelheden < 5m3/uur gedurende een kortere periode. Bijvoorbeeld voor het reinigen/verversen van een zwembad. Het lozen van grondwater en bronneringswater op locaties waar sprake is van een gemengd stelsel kan met een vergunning bij specifieke situaties (vergunningsplicht met maatwerkvoorschriften). Het lozen van grondwater of bronneringswater bij een grondwatersanering kan onder voorwaarden (vergunningsplicht met maatwerkvoorschriften). Regenwaterriool Voor het lozen van grondwater of bronneringswater op het regenwaterriool sluiten we aan bij de waterschapsregels uit de Brabant Keur en hierbij gelden op dit moment de volgende uitgangspunten: Geen meldplicht (vergunningsvrij) bij lozingen tot 50 m3/uur. Meldplicht en eventuele maatwerkvoorschriften bij lozingen van 50 tot 100m3/uur. Vergunningsplicht bij lozingen boven de 100m3/uur. Risicobeheersing Het grondwater in de kernen wordt middels een grondwatermeetnet gemonitord. Jaarlijks worden de metingen met waterschap geanalyseerd en zodoende krijgen we inzage in (sterke) wisselingen van de grondwaterstand. Op basis van deze analyses kan worden bepaald of maatregelen nodig zijn. 4.4.4Overige zorgplichten in de waterketen Strategie drinkwater ZORGPLICHT DRINKWATER Overheden die (in)direct betrokken zijn bij de bescherming van drinkwater hebben een verantwoordelijkheid voor de invulling van de zorgplicht drinkwater. Deze zorgplicht is opgenomen in de Drinkwaterwet. De zorgplicht drinkwater geldt zowel voor de bescherming van bronnen van drinkwater als voor de infrastructuur. Duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening Duurzaam schoon drinkwater is een gezamenlijke zorg! De zorg voor de bescherming van het grondwater als bron voor drinkwater is verankerd in wet- en regelgeving waarbij elke overheid van lokaal tot nationaal verantwoordelijkheden heeft. Deze zorgplicht is onder meer verankerd in de Drinkwaterwet, het Drinkwaterbesluit en de Wet milieubeheer (art.1.2). In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is gesteld dat “achteruitgang van de kwaliteit van het grondwaterlichaam voorkomen moet worden”. Op provinciaal niveau is het beleid voor onder meer de veiligstelling van de drinkwatervoorziening vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie en verder uitgewerkt in het Regionaal Water en Bodem Programma 2022-2027. De regels zijn vastgelegd in de Provinciale Omgevingsverordening. De Provincie Noord Brabant De Provincie Noord Brabant heeft een uitvoeringsprogramma drinkwaterwinningen Noord Brabant opgesteld. Onderstaande informatie komt uit dit uitvoeringsprogramma. Drinkwater in Brabant wordt gewonnen uit grondwater. Waterleidingbedrijven Brabant Water en Evides pompen dit grondwater op in 37 waterwingebieden. Van deze waterwingebieden zijn er 23 kwetsbaar voor verontreinigingen door grondgebruik. De overige 14 winningen zijn minder kwetsbaar, doordat het grondwater dat wordt gewonnen tegen verontreinigingen wordt beschermd door slechtdoorlatende kleilagen. Voor de levering van goed drinkwater is het belangrijk het grondwater waaruit drinkwater wordt gewonnen te beschermen. De provincie Noord-Brabant is beheerder van dit grondwater en geeft middels beleid en regelgeving invulling aan de bescherming. Om goed invulling te kunnen geven aan deze verantwoordelijkheid is inzicht nodig in de risico’s die het bereiken van een duurzaam veilige drinkwatervoorziening in de weg staan. In landelijk verband is afgesproken om dit vast te leggen in zogenaamde gebiedsdossiers. In de periode 2018 t/m 2020 hebben Provincie Noord-Brabant (als initiatiefnemer en regievoerder) en Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (als penvoerder en medeprocesbegeleider) in samenwerking met de drinkwaterbedrijven, waterschappen en gemeenten voor alle drinkwaterwinningen in Noord-Brabant een gebiedsdossier opgesteld. Hierbij is het landelijk protocol voor het opstellen van gebiedsdossiers uit 2016 gevolgd. Het gebiedsdossier bevat feitelijke informatie over het beschouwde gebied waarmee de problemen en risico’s voor de winning zo volledig mogelijk in beeld komen. Deze problemen en risico’s die er zijn voor het duurzaam veiligstellen van de drinkwaterwinningen vormen de restopgave. Waterkwaliteitsdoelstelling Geen achteruitgang van de waterkwaliteit (resultaatverplichting); Streven naar verbetering waterkwaliteit met oog op vermindering zuiveringsinspanning (inspanningsverplichting). Deze doelen moeten uiterlijk 2027 zijn gehaald. Waterkwantiteitsdoelstelling De drinkwaterwinning mag geen gevaar lopen vanwege kwantiteitsproblemen: Voor grondwaterwinningen moet hiervoor worden getoetst of de vergunde hoeveelheid te onttrekken grondwater kan worden benut; Bij oppervlaktewaterwinningen moet er rekening mee worden gehouden dat bij verminderde kwantitatieve beschikbaarheid de kwaliteit van het water sterk kan verslechteren vanwege een toename van concentraties van stoffen. Restricties ten aanzien van waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied in gemeente Heeze-Leende Voor de bescherming van het grondwater waaruit het drinkwater wordt gewonnen zijn regels vastgelegd in (interim) omgevingsverordening van de Provincie. Hierin zijn ook de beschermingszones opgenomen. De restricties ten aanzien van activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden zijn genoemd in Tabel 6. De Groote Heide is een waterwingebied binnen de gemeentegrenzen. Tabel 6: Restricties waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden (Provinciale Milieuverordening) Activiteit Waterwingebied* Grondwaterbeschermings-gebied Boringsvrije zone Inrichtingen met (potentieel) voor het grondwater gevaarlijke stoffen Verboden Gevaarlijke stoffen verboden, potentieel gevaarlijke stoffen gelimiteerd en met beschermende voorzieningen Geen restricties Boorputten en grond- of funderingswerkzaamheden Verboden Tot drie meter geen regels. Dieper dan drie meter mogen alleen boorputten tbv drinkwaterwinning, Wbb en grondwateronttrekkingen waarvoor provincie en waterschap bevoegd gezag zijn; er gelden geen regels Grondwerkzaamheden onder voorwaarden Dieper dan tien meter en boven kleilaag onbeperkt; bij bereiken kleilaag zie grondwaterbeschermingsgebied Buisleidingen Verboden behalve gasleidingen Verboden behalve gasleidingen Geen restricties Gebouwen, wegen en parkeren Verboden Geen uitloogbare materialen (gebouwen) of doelmatige zuivering. Verhard parkeren of tijdelijk onverhard onder voorwaarden. Geen restricties Bodemenergiesysteem Verboden Verboden Toegestaan boven kleilaag Meststoffen Verboden Conform Meststoffenwet, geen zuiveringsslib e.d. Geen restricties Bestrijdingsmiddelen Verboden Conform toelating bestrijdingsmiddelen. Er zijn middelen die geen toelating hebben in grondwaterbeschermings-gebieden en wel daarbuiten. De geldende beperkingen zijn te vinden op het etiket. Geen restricties Begraafplaatsen en IBC-bouwstof Verboden Verboden Geen restricties Strategie oppervlaktewater De waterschappen en gemeenten hebben een zorgplicht voor het oppervlaktewater. Zij leggen hun waterbeleid vast in regionale waterbeheerplannen. Het Rijk stelt in het Besluit kwaliteit leefomgeving omgevingswaarden voor luchtkwaliteit, waterkwaliteit, zwemwaterkwaliteit en waterveiligheid. De gemeente kan ervoor kiezen om aanvullende of strengere omgevingswaarden vast te leggen, bijvoorbeeld voor de te behalen waterkwaliteit. Eventuele omgevingswaarden krijgen hun beslag in het Gemeentelijk Omgevingsplan. Uitgangspunt is dat de gemeente (of waterschap) verantwoordelijk is voor het opstellen van een programma bij dreigende overschrijding van de omgevingswaarde, ook als die waarde door rijk of de provincie is vastgesteld. Bergingsvijvers en watergangen Standaard worden deze eenmaal per jaar gemaaid. In geval van bijv. het optreden van blauwalg of wanneer het water zuurstofloos dreigt te worden, worden maatwerkacties verricht. We onderzoeken welke sloten/beken en duikers bijdragen aan de afvoerende functie van het stedelijk watersysteem en stellen hier een beheerplan voor op 4.4.5Strategie bedrijfsvoering en overig Inzicht in ons systeem Binnen stedelijk waterbeheer hebben we te maken met statische en dynamische gegevens. De statische gegevens zijn basisgegevens zoals de afmetingen en hoogtemetingen van putten en leidingen. Deze gegevens worden laagfrequent geïnventariseerd en geactualiseerd. De dynamische gegevens bestaan uit o.a. meldingen, waarnemingen en praktijkmetingen. Deze worden met een hoge(
- re)frequentie ingezameld. We houden/brengen de basisgegevens op orde Betrouwbare en voldoende actuele gegevens zijn de basis voor een goed en (kosten)efficiënt rioleringsbeheer. Naast het op orde houden van de bestaande gegevens richten we energie nu ook op drainage, duikers, de data van hemelwatervoorzieningen en afgekoppeld verhard oppervlak. Gegevens worden ontsloten via de centrale landelijke gegevensontsluiting en we bewerkstelligen samen met het waterschap dat de informatie (voor zowel operationeel beheerder als bestuurder) overal toegankelijk is via mobiel, tablet of computer. We optimaliseren ons bestaande meetnet en plegen groot onderhoud aan de verouderde meetapparatuur. We breiden ons beheersysteem uit met ontbrekende gegevens We onderzoeken ontbrekende huisaansluitinggegevens en verwerken deze in ons beheersysteem. Daarnaast zetten we gemalen, pompen van randvoorzieningen en meetopstellingen van ons meetnet in het beheersysteem. We onderzoeken het energieverbruik van onze gemalen en drukriolering Sloten/beken die bijdragen aan de afvoerende functie van het stedelijk watersysteem nemen we op in onze blauwe aderstructuur en in ons beheerregime We verwerken de ondergrondse voedingskabels van de drukriolering in ons beheersysteem “De ligging van een voedingskabel van een drukrioleringsnet moet volgens de Wet Informatie Uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netwerken (WIBON) goed geregistreerd zijn. Alleen als drukriolering als huisaansluiting is te beschouwen, is/wordt deze vrijgesteld van de WIBON. In alle andere gevallen moet de gemeente de ligging met een zijdelingse nauwkeurigheid van 1 m vast hebben liggen in zijn beheersysteem van het rioleringsnetwerk (en bij de elektraleverancier als de kabel van hem is).” Bron: Gemeentelijk platform kabels & leidingen Doelmatig beheer Onderhoud en vervanging Door een traditioneel planmatige benadering van het stedelijk watersysteem kunnen we de kwaliteit monitoren en preventief maatregelen treffen. Op basis van inspectieresultaten, klachten en verbeteringsopgaven stellen we een investeringsprogramma voor het vervangen en renoveren van de bestaande riolering op. Hierdoor zijn we in staat om werkzaamheden in de openbare ruimte integraal af te stemmen. Vervanging van de riolering combineren we zoveel als mogelijk met weg- en/of vernieuwings-werkzaamheden. Op deze manier besparen we als gemeente kosten en wordt hinder tot een minimum beperkt. Per project maken we een afweging tussen vervangen en renoveren. Factoren die daarbij een rol spelen zijn onder andere de planning van andere werkzaamheden in de openbare ruimte, het al dan niet moeten vervangen van huisaansluitingen en de verwachte levensduur van een wijk. Om het stedelijke watersysteem goed te laten functioneren voeren we periodiek onderhoud uit. Voorbeelden hiervan zijn het reinigen van riolen, kolken, gemalen en het uitvoeren van reparaties. Deze onderhoudsactiviteiten worden volgens een vaste frequentie uitgevoerd. In onderstaande tabel is onze bedrijfsvoering met betrekking tot de onderhoudsfrequentie van onze rioolvoorzieningen weergegeven. Dit onderhoud stemmen we doelmatig af op de meerjarenplanningen van andere vakdisciplines (verkeer, groen, wegen, ruimtelijke initiatieven, etc.) Figuur 10: Aanleg huisuitleggers De Bulders Kolken Reiniging 1x per jaar Huisaansluitingen Reparatie Na melding Vrijvervalriolen Reiniging 1x per 10 jaar Inspectie 1x per 10 jaar Reparatie Na inspectie Gemalen Reiniging 1x per jaar Inspectie 1x per jaar Reparatie Na inspectie Drukriolering Reiniging 1x per jaar Inspectie 1x per jaar Reparatie Na inspectie Persleidingen Reparatie Na melding Regenwaterbuffers Maaien 1x per jaar Samenwerking (intern en extern) We willen nieuwe thema’s in regionaal verband oppakken Met de huidige samenwerking binnen Waterportaal Zuid-Oost Brabant kunnen we de gemeentelijke watertaken doelmatig invullen. Nieuwe thema’s zoals klimaatadaptatie, de energietransitie en de aanpak van microverontreinigingen zullen meer aandacht vragen, waardoor de noodzaak tot samenwerken en specialiseren verder toeneemt. Waar doelmatig pakken we thema’s op binnen het samenwerkingsverband. Voor het kunnen realiseren van onze ambities op het gebied van water zien we de waterbeheerder als een logische partner en in drinkwaterbeschermingsgebieden ook de drinkwaterbeheerder. We gaan vroegtijdig in gesprek om af te tasten waar de samenwerking een impuls kan geven aan een voor inwoners en ondernemers betere leefomgeving. We stellen ons omgevingsgericht op De thema’s energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie leiden ertoe dat we over de grenzen van ons eigen werkveld en over de grenzen van onze eigen afdeling werken, zowel intern (bijvoorbeeld de afdeling RO) als extern (bijvoorbeeld de waterschappen). We houden hierbij onze eigen doelen en ambities voor ogen en dragen naar eigen draagkracht bij aan gezamenlijke doelen en ambities. Zo gaan we bijvoorbeeld, vanwege de klimaatopgave, intensiever samenwerken met instanties als de GGD en woningbouwcorporaties. Daarnaast continueren we onze samenwerking met het waterschap. In onderstaand kader is een toelichting opgenomen over de waterbeheerplannen van de waterschappen. Waterbeheerplannen 2022-2027 De waterschappen stellen een waterbeheerplan (WBP) op voor een periode van zes jaar. Het waterbeerplan schetst de ambities van het waterschap voor de lange termijn en vertaalt deze ambities naar doelen en maatregelen voor de periode van 2022 tot 2027. Waterschap De Dommel Het waterschap De Dommel heeft voor 2050 de ambitie gesteld voor een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door de dempende sponswerking van de bodem en ondergrond in te zetten. Er zijn drie principes gericht op een inhoudelijke sturing aan de watertransitie voor de planperiode van 2022 tot 2027. De drie principes zijn: elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan; wat schoon is moet schoon blijven. Naast de drie inhoudelijke principes hanteert het waterschap ook vier uitgangspunten die typerend zijn voor de werkwijze van de komende planperiode. Het waterschap is een activerende overheid en stelt kaders en agendeert. Daarnaast stimuleert het waterschap anderen om te veranderen middels strengere regelgeving en kaders maar ook via subsidieregelingen. Het waterschap verbreed de huidige wateropgaven naar een integrale gebiedsgerichte aanpak door het benutten van de verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur en een transparante afweging en aanpak van alle belangen en doelen in het gebied. Als laatste, wil het waterschap differentiëren per gebied aan de hand van knelpunten, door de grote verscheidenheid aan gebieden te erkennen middels maatwerk. Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas heeft als ambitie “samen, duurzaam, slim en effectief”. De kern van het werk is het waterbeheer goed regelen en zorgen voor goede bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas. Een andere kerntaak is een hydrologisch en ecologisch goed functionerend watersysteem in zowel droge als extreem natte tijden. Daarnaast valt een goed transport en goede zuivering van het afvalwater binnen het werkgebied. Voor het waterschap zijn samenwerkingsverbanden op nationaal, provinciaal en regionaal niveau van belang. Hiermee blijft het waterschap krachtig en herkenbaar in de regio, wordt het waterbelang optimaal ingebracht en wordt er tijdig en adequaat ingespeeld op actuele ontwikkelingen. Middels drie programma’s kunnen de doelen en ambities van het waterschap waargemaakt worden. Dit zijn de programma’s Waterveiligheid, Klimaatbestendig en gezond watersysteem en Afvalwaterketen. Het programma Waterveiligheid is erop gericht bescherming te bieden tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. Hiervoor moeten de waterkeringen periodiek worden getoetst aan veiligheidsnormen. Programma Klimaatbestendig en gezond watersysteem draait om een goed functionerende watersysteem in normale en in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Zowel de kwantiteit als de kwaliteit zijn hierbij van belang. En het programma Afvalwaterketen beschrijft de doelen en activiteiten binnen de afvalwaterketen, het zuiveren van afvalwater staat hierbij centraal. Het is voor het waterschap belangrijk de maatregelen en de ambities af te stemmen met de partners in en buiten de waterketen. Veel van de wateropgaven van het waterschap hangen direct samen met andere maatschappelijke opgaven en daarbij is afstemming met partners noodzakelijk. •Toetsing water en riolering bij nieuwbouw We continueren onze interne samenwerking in het vergunningsproces. Een punt wat daarbij extra aandacht behoeft is de toetsing op de verwerking van hemelwater. • We vervangen de riolering waar mogelijk op basis van een wijkgerichte aanpak Door wijkgeoriënteerd (en het liefst integraal met de andere vakdisciplines) riolering te vervangen kunnen we aansluiten op de hemelwaterstructuur. Door in de samenwerking met een wijkgerichte aanpak te komen kunnen we naast het vernieuwen van het rioolstelsel ook de openbare ruimte vernieuwen. We beginnen daarbij met Weibossen/Geldropseweg en Engelse tuin. Participatie en communicatie We zetten een communicatiestrategie op ten behoeve van klimaatadaptatie Om bewustwording van onze inwoners te stimuleren en hen te motiveren om aan doelstellingen van de gemeente mee te helpen zetten we een draaiboek voor een communicatiestrategie op. Het beleid van de gemeente is leidend. De strategie bestaat uit: de gemeente kan materialen beschikbaar stellen, en betrekt lokale ondernemers. Ook wordt de afkoppelcoach van de gemeente ingezet bij een wijkgerichte aanpak. Om het afkoppelen meer zichtbaar in de wijk te maken, krijgen percelen die zijn afgekoppeld gedurende een bepaalde periode een afkoppelbord in de tuin. Doel van dit bord is om het gesprek in de wijk over afkoppelen op gang te krijgen en bewoners te enthousiasmeren. We voeren de dialoog om te komen tot een klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte Bij de klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte voor bestaand gebied voeren we de dialoog om te komen tot maatwerkoplossingen. Wijk- en buurtgerichte aanpak voor het verduurzamen / klimaatbestendig inrichten van percelen Vanaf 2022 zijn we aangesloten bij de organisatie Steenbreek. Om buurten verder te vergoenen gaan we samen met verenigingen of actieve buurtbewoners middagen/avonden organiseren om te informeren en ondersteunen. Figuur 11: Dialoog werkzaamheden Schoolstraat We stellen een subsidieverordening op om het afkoppelen van regenwater en groene daken te bevorderen De bestaande stimuleringsregeling wordt aangepast en uitgebreid. Om inwoners en ondernemers te stimuleren hun hemelwater af te koppelen gaan we een stimuleringsregeling opzetten waarbij groene daken ook subsidiabel worden. De voorwaarden hiervoor worden nader uitgewerkt in een subsidieverordening. We stellen een verordening op om op wateroverlastlocaties gezamenlijk onze klimaatopgave te realiseren De gezamenlijke verantwoordelijkheid in de klimaatopgave geven we duidelijke handen en voeten door een verordening en bijbehorend communicatietraject op te stellen, zodat we ook over een handhavingsinstrument beschikken om op locaties waar wateroverlast optreedt dit (onder andere) middels afkoppelen te reduceren. We promoten goede voorbeelden om onze inwoners te stimuleren op eigen terrein aan de slag te gaan Dit doen we door goede voorbeelden te laten zien aan. Ook zetten we bij projecten niet alleen op afkoppelen, maar ook op het vergroenen van voortuinen. Als gemeente investeren we (in bijvoorbeeld een tuinontwerper), zodat onze inwoners kunnen meeliften en inspiratie kunnen opdoen voor het ontharden van hun tuinen. We zetten een breed scala aan communicatiemiddelen in Om effectief te kunnen communiceren is een breed aanbod aan communicatiemiddelen beschikbaar. Deze lenen zich in meer of mindere mate voor het bereiken van de communicatiedoelen. Zo richten we ons op social media, lokale media, ontmoetingen, bestuurlijke activiteiten en benutten we contactmomenten (evenementen, bewonersavond). Verder steunen we initiatieven en gaan we de samenwerking aan met onderwijsinstellingen en ondernemers/organisaties. Wij nemen een faciliterende en stimulerende rol in bij burgerinitiatieven ten aanzien van het inrichten van de openbare ruimte. Wij stimuleren bewoners niet alleen om in gesprek te gaan met ons, maar vooral ook met elkaar om zo samen de schouders eronder te zetten. Onze ambtelijke organisatie heeft hierin een dienstbare houding. Wij verwachten anderzijds ook een actieve rol van onze bewoners, waarin zij zelf bijvoorbeeld buurtdialogen organiseren bij de aanvraag van omgevingsvergunningen of bestemmingsplanwijzigingen. Om samenwerking te faciliteren zijn wij als gemeente goed bereikbaar via social media, internet en persoonlijk contact en hebben korte lijnen tussen gemeenteraad, gemeentebestuur, inwoners, vrijwilligers en ondernemingen. Als gemeente willen wij zelf het goede voorbeeld geven door meekoppelkansen binnen onze eigen organisatie te benutten (werk met werk). 5Uitvoeringsagenda Binnen onze gemeente Heeze-Leende ligt een goed werkend systeem om (afval)water in te zamelen en te verwerken. Dit vormt een belangrijke basis voor al onze werkzaamheden. Deze basis willen we op orde houden en waar mogelijk verbeteren. Hierbij houden we rekening met de zorgplichten. Door invulling te geven aan de zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater streven we deze doelen na en kunnen we ook (binnen de reikwijdte van de zorgplicht) bijdragen aan de eerdergenoemde ambities en speerpunten. De zorg en verantwoordelijkheid voor het "water" in Heeze-Leende ligt, naast de gemeente ook in handen van waterschap De Dommel, provincie Noord-Brabant, drinkwaterbedrijf Brabant Water en particulieren/ondernemers. De verdeling van de verantwoordelijkheden is wettelijk geregeld. In de volgende paragrafen gaan we verder in op de activiteiten en/of maatregelen die wij als gemeente Heeze-Leende in samenwerking met onze waterpartners en zelfstandig verrichten om invulling te geven aan de ambities en watertaken in dit PSW. 5.1Gezamenlijk uitvoeringsprogramma Regionaal werken we samen met Waterportaal partners buurgemeenten, waterpartners zoals waterschap De Dommel, provincie Noord-Brabant, drinkwaterbedrijf Brabant Water, etc. Deze samenwerking continueren we de komende planperiode. We reserveren hiervoor een budget van € 3.000,- per jaar. 5.2Gemeentelijk uitvoeringsprogramma Omdat maatregelen bijdragen aan meerdere opgaven zijn de maatregelen gegroepeerd weergegeven per type: planvorming, onderzoek, beheer en onderhoud, uitvoeringsmaatregelen en facilitair/overig. 5.2.1Planvorming Planvorming is onmisbaar voor doelmatig rioleringsbeheer. Onderstaande budgetten zijn in de planperiode opgenomen voor planvorming. Tabel 7: Overzicht planvorming. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023. Activiteit 2023 2024 2025 2026 2027 Opstellen maatregelenplan nav inspecties € 3.000 € 3.000 € 3.000 € 3.000 € 3.000 Beheer op orde – riolering/drainage/duikers/huisaansluitingen € 12.000 € 12.000 € 12.000 € 12.000 € 12.000 Financiële jaaranalyse € 2.500 € 2.500 € 2.500 € 2.500 € 2.500 Actualisatie VGRP € 40.000 Evaluatie PSW € 3.500 TOTAAL € 17.500 € 17.500 € 21.000 € 17.500 € 57.500 5.2.2Onderzoek Om inzicht te behouden en verkrijgen in de toestand en het functioneren van het rioleringssysteem is onderzoek noodzakelijk. Onderstaande budgetten zijn in de planperiode opgenomen voor onderzoek. Tabel 8: Overzicht onderzoek. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023. Activiteit 2023 2024 2025 2026 2027 Inspecteren vrijvervalriool € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 Foutaansluitingen opsporen en herstellen € 3.000 € 3.000 € 3.000 € 3.000 € 3.000 Grondwatermonitoring € 6.000 € 6.000 € 6.000 € 6.000 € 6.000 Waterportaal Zuid-Oost Brabant € 3.000 € 3.000 € 3.000 € 3.000 € 3.000 Onderzoek maatregelen wateroverlastlocaties € 50.000 Onderzoek afkoppelen grote gebouwen (privaat) € 10.000 Lozingspunten drukriolering € 15.000 Afkoppelen gemeentelijke gebouwen € 10.000 Actualisatie BRP € 35.000 Ambitie onderzoek divers € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 TOTAAL € 127.000 € 57.000 € 32.000 € 32.000 € 32.000 5.2.3Cyclisch onderhoud/maatregelen Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het in stand houden en goed laten functioneren van het systeem, waarbij risico’s optimaal worden vermeden (assetmanagement). De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (reactieve) reparaties. De onderhoudskosten maken een significant deel uit van de totale exploitatie van de gemeente Heeze-Leende. Deze kosten bestaan grotendeels uit het jaarlijks onderhoud van rioleringen, gemalen en rand- en hemelwatervoorzieningen. Tabel 9: Overzicht cyclisch onderhoud. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023. Activiteit 2023 2024 2025 2026 2027 Onderhoud (E/M) drukriool, gemalen, randvoorzieningen € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 Reparaties hoofdriool en huisaansluitingen € 57.500 € 57.500 € 57.500 € 57.500 € 57.500 Herstel kolken € 2.500 € 2.500 € 2.500 € 2.500 € 2.500 Reinigen vrijvervalriolering € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 Reinigen pompputten, gemalen en randvoorzieningen € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 Reinigen en inventarisatie duikers € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 Stortkosten rioolslib € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 € 10.000 Reinigen kolken € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 Reparatie nav inspecties € 75.000 € 75.000 € 75.000 € 75.000 € 75.000 Veegkosten & asfaltherstel aansluitingen € 24.000 € 24.000 € 24.000 € 24.000 € 24.000 Vervangen pompen en besturing € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 Periodieke NEN keuringen € 10.000 Nieuwe huisaansluitingen € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 TOTAAL € 289.000 € 289.000 € 289.000 € 284.000 € 299.000 5.2.4Vervangings- en verbeteringsmaatregelen Maatregelen zijn afgestemd op het in stand houden en optimaliseren van het functioneren van het systeem. Ten behoeve van de drie zorgplichten is het van belang dat het functioneren van het stelsel in stand gehouden wordt. Het is dus zaak dat oude leidingen tijdig vervangen worden. Het moment van vervangen wordt gebaseerd op de inspectieresultaten en/of optredende problemen of een mogelijkheid om werk met werk te maken bij door andere disciplines geïnitieerde werkzaamheden. Ten behoeve van de verbetering van de afvoercapaciteit en/of een vermindering van de vuiluitworp worden verbeteringsmaatregelen uitgevoerd. Hieronder zijn de budgetten voor deze maatregelen weergegeven. Tabel 10: Overzicht vervangings- en verbeteringsmaatregelen. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023. Activiteit 2023 2024 2025 2026 2027 Vervangings- en verbeteringsmaatregelen € 1.200.000 €1.200.000 €1.200.000 €1.200.000 €1.200.000 Vervangen pompen en gemalen € 50.000 € 100.000 € 50.000 € 150.000 € 50.000 Vervangen meetapparatuur € 22.000 Kallisto - bijdrage onderzoek / maatregelen € 36.500 € 12.000 TOTAAL € 1.286.500 € 1.334.000 € 1.250.000 € 1.350.000 € 1.250.000 Bijdragen waterpartners Bij de uitvoeringsprojecten maken we gebruik van de verschillende subsidieregelingen, zoals de de impulsgelden en de bijdragen vanuit het nieuwe beheerplan van waterschap De Dommel. De effecten van deze bijdragen verwerken we in de tussentijdse actualisaties van het kostendekkingsplan. Voor de werkzaamheden aan de Ginderover Somerseweg ontvangen we circa € 388.000 aan impulsgelden vanuit de Impulsregeling Klimaatadaptatie. Waterschap De Dommel stelt gedurende de planperiode een cofinanciering (50%) beschikbaar van circa € 450.000. In afstemming met het waterschap mag de gemeente de bedrag aanwenden voor maatregelen die op de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie staan, voor zover deze maatregelen bijdragen aan het voorkomen of beperken van wateroverlast, en voor maatregelen ter beperking van de gevolgen van droogte en overstromingen. Deze cofinanciering is niet meegenomen in het kostendekkingsplan omdat de projectramingen nog onvoldoende concreet zijn. Projectagenda Vanuit de voorgaande planperiode(
- n)resteren zijn er projecten die nog in uitvoering zijn of gaan. Dit betreft onder meer de volgende locaties: Oostrikkerdijk (gepland in 2023) Ginderover Somerenseweg (verwacht in 2023-2024) Averbodeweg (verwacht in 2023) Leenderweg (verwacht in 2026, met aangepast budget) In de aankomende jaren verwachten we het gemiddelde (vrijverval)investeringsbudget (zie tabel 10) in te zetten op de volgende locaties: Jaar Renovatie riool Dreef 2023 Verbeteren lozingspunten drukriolering 2024 Vervanging en verbetering riool Geldropseweg 2024-2025 Realisatie regenwaterriool Kapelstraat en Jan Deckerstraat 2025-2026 Vervanging en verbetering riool Leenderweg 2026 Vervanging en verbetering riool Weibossen 2027-2032 Vervanging en verbetering riool De Engelse tuin 2032-2037 Figuur 12: Aanleg riolering De Bulders 5.2.5Facilitair/overig Om het stedelijke watersysteem goed te beheren, worden ondersteunende activiteiten verricht en diensten afgenomen. Deze worden gegroepeerd onder ‘Overig’. Ondersteunende aspecten die betrekking hebben op organisatie en financiën zijn opgenomen in hoofdstuk 6.1. Tabel 11: Overzicht facilitair / overig. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023. Activiteit 2023 2024 2025 2026 2027 Inningskosten € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 Bijdrage Rioned € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 Actualisatie rioolbeheersystemen € 16.000 € 16.000 € 16.000 € 16.000 € 16.000 Communicatie € 8.000 € 8.000 € 8.000 € 8.000 € 8.000 Energieverbruik* € 55.000 € 55.000 € 55.000 € 55.000 € 55.000 Waterverbruik € 200 € 200 € 200 € 200 € 200 Verzekeringen € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000 Ingeleend personeel vacatures € 25.000 € 25.000 € 25.000 € 25.000 € 25.000 Kallisto – bijdrage onderhoud (niet BTW-plichtig) € 2.500 € 2.500 € 2.500 € 2.500 € 2.500 Aanschaf materiaal ( tbv afkoppelsubsidie regenwater) € 25.000 € 25.000 € 25.000 € 25.000 € 25.000 TOTAAL € 150.700 € 150.700 € 150.700 € 150.700 € 150.700 * Voor energieverbruik heeft de gemeente een vast tarief tot en met 2023. Hierna wordt dit opnieuw aanbesteed. 6Middelen De vervangingswaarde van het stedelijk watersysteem in de gemeente Heeze-Leende bedraagt ca. € 109 miljoen. Voor het onderhoud en gebruik van dit systeem zijn goede mensen en financiële middelen nodig. In de aankomende planperiode geven we hieraan gemiddeld € 2,7 miljoen per jaar uit. Geld dat bewoners en ondernemers via de rioolheffing bijeenbrengen. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde personele en financiële middelen om invulling te geven aan goed en doelmatig rioleringsbeheer in gemeente Heeze-Leende. 6.1Personele middelen Om onze ambities te realiseren beschikken we over de volgende personele middelen: Tabel 12: Beschikbare personele capaciteit Functie FTE Beleidsmedewerker 1,00 Toezichthouder 1,00 Projectleider 0,67 Administratie / Gegevensbeheer 0,48 TOTAAL 3,15 Tabel 13: Overzicht loonkosten en overhead. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2023 Activiteit 2023 2024 2025 2026 2027 Salarissen ruimtelijk domein € 252.000 € 252.000 € 252.000 € 252.000 € 252.000 Overhead € 277.000 € 277.000 € 277.000 € 277.000 € 277.000 TOTAAL € 529.000 € 529.000 € 529.000 € 529.000 € 529.000 Komende periode voeren we een branchestandaardonderzoek (Rioned) uit om eventuele leemtes in kennis en capaciteit inzichtelijk te maken. 6.2Financiële middelen We maken onderscheid in exploitatiekosten en investeringsuitgaven. Bij de exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden als gevolg van de Wet gemeentelijke watertaken. Door efficiënter te werken kan de noodzakelijke prijsstijging zoveel als mogelijk worden beperkt. Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeterings-investeringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en vaak worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten die daaruit voortkomen, - de kapitaallasten - bestaan uit rente en afschrijvingen. Toerekening kosten klimaatadaptatie en andere programma’s De gemeente draagt vanuit de rioolheffing ook bij aan voorzieningen en activiteiten van andere taakvelden, voor zover deze functioneel bijdragen aan de gemeentelijke watertaken en het waterrobuust & veerkrachtig maken van het stedelijk watersysteem. Bijvoorbeeld verlagingen in het groen waar overtollig water naar kan wegstromen zoals bermen of speelweides, groene daken/gevels die water vasthouden, of waterpartijen voor de opvang van regenwater. 6.2.1Uitgangspunten Rioolheffing De rioolheffing per (equivalente) heffingseenheid bedraagt in 2023 € 252,60. Dit komt overeen met het tarief voor de waterverbruiksklasse tot 100 m3 / jaar. De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b). Reserveren voor tariefsegalisatie en/of toekomstige vervangingsinvesteringen – door dotaties aan de voorziening(
- en)– is toegestaan. Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan. De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de verbrede watertaken. Kwijtschelding van de rioolheffing (minimabeleid) komt niet voor rekening van het heffingstarief. Rente & inflatie De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 1,1%. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast aan het begin van het jaar volgend op de investering. Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen. Er vindt per jaar 1,5% indexatie van de uitgaven plaats (als gevolg van inflatie). BTW Jaarlijks belasten we 21% BTW door aan de rioolheffing, op basis van de directe kosten en de (werkelijke) investeringsbedragen. Voorzieningen Het per 31/12/2022 verwachte saldo van de Voorziening beklemde middelden derden (BBV 44.2) bedraagt € 384.778, en van de Spaarvoorziening (BBV 44.1d) € 1.247.728; dit saldo wordt primair ingezet om de uitgestelde projecten (vanuit voorgaande planperiode) te dekken; Het saldo van de Voorziening mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn. Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening wordt begroot. Heffingseenheden Het aantal (equivalente) heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2023: 8.852. Dit aantal eenheden is berekend uit het totaal aan begrote inkomsten in 2023 (€ 2.236.134) gedeeld door het tarief voor de waterverbruiksklasse tot 100 m3 / jaar; Het aantal (equivalente) heffingseenheden stijgt tot het jaar 2026 met 50% van de woningbouwprognose. Dit komt neer op een totale stijging van 205 eenheden t/m 2026. Investeringen Het vervangingsschema voor vrijvervalriolering is voor de planperiode bepaald op basis van de geplande investeringen. Daarna is door uit te gaan van een theoretische levensduur van 60 jaar een vervangingslijn bepaald met behulp van de kostenkengetallen uit de Kennisbank Stedelijk Water. Vervangingsschema’s voor rioolgemalen, drukriolering, persleidingen en randvoorzieningen zijn gebaseerd op de theoretische levensduur en kostenkengetallen uit de Kennisbank Stedelijk Water. Deze zijn in een aantal gevallen bijgesteld op basis van gemeentelijke ervaringscijfers. Via de spaarvoorziening sparen we voor de vervangings- en verbeteringsmaatregelen. Wanneer het aanwezige spaarsaldo onvoldoende is om het gehele investeringsbedrag af te dekken, wordt het restbedrag geactiveerd en vindt lineaire afschrijving plaats (startend in het jaar volgende op de investering) over de volgende termijnen: Bouwkundige onderdelen: 60 jaar. Elektro-/mechanische onderdelen: 10 jaar (meetopstellingen), 15 jaar (drukriolering), 20 jaar (gemalen) of 25 jaar (pompen randvoorzieningen) De basisregels uit het BBV schrijven voor dat investeringen geactiveerd worden: het investeringsbedrag wordt gedekt door een krediet, waaruit jaarlijkse kapitaallasten (rente en afschrijving) volgen. Het BBV biedt de mogelijkheid om jaarlijkse spaarbedragen in het tarief op te nemen, waarmee het te activeren bedrag verminderd mag worden. Wanneer vooraf voldoende gespaard is, kan bereikt worden dat er nog maar €0,- geactiveerd hoeft te worden. Er ontstaat dan geen nieuwe boekwaarde (“restschuld”) en dus ook geen nieuwe kapitaallasten. 6.2.2Kosten