Regeling Budgetbeheer Gemeente Harderwijk 2015Burgemeester en wethouders, respectievelijk de burgemeester, van de gemeente Harderwijk, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, gelet op: de Gemeentewet; de Financiële beheersverordening gemeente Harderwijk; het Aanbestedings- en inkoopbeleid Gemeente Harderwijk; het Organisatiebesluit; het Mandaatbesluit Gemeente Harderwijk; Besluiten vast te stellen de : “REGELING BUDGETBEHEER GEMEENTE HARDERWIJK 2015” 1Begripsbepaling In deze regeling wordt verstaan onder: College: het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk; Directielid: het directielid zoals bedoeld in het Organisatiebesluit; Manager Stadsbedrijf: de manager stadsbedrijf als bedoeld in het Organisatiebesluit; Programmamanager: de programmamanager als bedoeld in het Organisatiebesluit; Concerncontroller: de concerncontroller als bedoeld in het Organisatiebesluit; Hoofdbudgethouder: de medewerker die is aangewezen voor de beheersing van een budget; Budgethouder: de medewerker die door de hoofdbudgethouder is aangewezen om (delen van) het aan de hoofdbudgethouder toegewezen budget te beheren; Medewerker: een natuurlijk persoon in dienst van de gemeente, een door de gemeente ingehuurde medewerker, een bij de gemeente gedetacheerde medewerker of een medewerker in dienst van een gemeenschappelijke regeling, waarin de gemeente deelnemer is; Budget: onder budget wordt verstaan de middelen die via de productenraming zijn toegekend. Onder budget wordt ook een toegekend krediet verstaan. 2Hoofdbudgethouder Als hoofdbudgethouders worden ,door middel van de productenraming, de directieleden, de manager Stadsbedrijf, de programmamanagers, de griffier en de concerncontroller aangewezen. 3Budgethouder De medewerker die door de hoofdbudgethouder is aangewezen voor het beheer van (delen van) het budget. De aanwijzing, en wijzigingen hierin, van budgethouders wordt door de hoofdbudgethouder schriftelijk vastgelegd. 4Vervanging 4.1De directieleden worden bij afwezigheid vervangen conform de vervangingsregeling. De programmamanagers vervangen elkaar onderling. De griffier wordt vervangen door de plaatsvervangend griffier. 4.2De budgethouder wordt bij afwezigheid vervangen door de hoofdbudgethouder. 5Bevoegdheden hoofdbudgethouder 5.1De hoofdbudgethouder is eindverantwoordelijk voor een doelmatige, doeltreffende en rechtmatige besteding van alle toegewezen budgetten. 5.2De hoofdbudgethouder kan budgethouders aanwijzen en budgetten toedelen maar kan ook zelf budgethouder zijn. 5.3De (hoofd)budgethouder is bevoegd binnen de toegewezen budgetten, contractuele verplichtingen aan te gaan, opdrachten te verlenen tot het leveren van goederen, aannemingen van werk en /of het verlenen van diensten binnen de kaders van het gemeentelijke aanbestedings- en inkoopbeleid. 6Verantwoordelijkheden (hoofd)budgethouder 6.1De (hoofd)budgethouder is verantwoordelijk voor het aanleveren van alle relevante informatie ten behoeve van de producten uit de beleids- en begrotingscyclus. 6.2De (hoofd)budgethouder controleert voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen en daaruit voortvloeiende uitgaven of het daarvoor beschikbaar gestelde budget toereikend is. 6.3De (hoofd)budgethouder is verantwoordelijk voor een doorlopende budgetbewaking. 6.4De (hoofd)budgethouder is verantwoordelijk voor de realisatie van de doelstellingen en prestaties welke gekoppeld zijn aan de toegekende budgetten. 7Kredieten 7.1Wanneer na aanbesteding blijkt dat het toegekende krediet te hoog is wordt dit neerwaarts bijgesteld. Wanneer blijkt dat het toegekende krediet niet voldoende is volgt de (hoofd)budgethouder de gebruikelijke procedure om verhoging van het budget te vragen. 7.2Kredieten en restanten daarvan worden afgeraamd wanneer deze aan het eind van het jaar, volgend op het aangegeven jaar van investering, niet zijn besteed. Voor hiertoe overgegaan wordt zal eerst de (hoofd)budgethouder geconsulteerd worden. Wanneer de (hoofd)budgethouder kan aantonen dat de prestaties nog zullen worden geleverd wordt het budget afgeraamd naar het benodigde niveau. 7.3De (hoofd)budgethouder stelt binnen 3 maanden na afronding van een investering een nacalculatie op ten behoeve van het college van burgemeester en wethouders. Gedacht hierbij moet worden aan investeringen met grote financiële consequenties of waar grote politiek aandacht voor bestaat. Beoordeling of dit het geval is doet de (hoofd)budgethouder. In de nacalculatie komt tenminste aan de orde wat de aanbestedingsresultaten zijn, het verschil tussen voor- en nacalculatie, inclusief toelichting en de verklaring hiervoor en of het resultaat voldoet aan de vooraf geformuleerde doelen/eisen. 8Slotbepalingen 8.1De regeling treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.